Möhlenhoff ALPHA2 BUS

Vergelijkbare documenten
Installatie- en service

Möhlenhoff ALPHA2 RF/BUS

Systeemoverzicht. Bedraad systeem. Draadloos systeem. EIB bus systeem

Möhlenhoff ALPHA2 BUS

De GROOTSTE van Limburg op het gebied van vloerverwarming KLEPPEN EN VENTIELEN

Stappenplan installeren UMR Vario

Zoneregeling Alpha-Direct

Zoneregeling Alpha² draadloos

Beschrijving: SAM 8.1/2 Tl.Nr.: HOL

Zoneregeling Alpha-Direct.

Möhlenhoff ALPHA2 RF/BUS

Espace bedrade regeling (230 volt)

HANDLEIDING QUICKHEAT-FLOOR THERMOSTAAT

Draadloze zoneregelaar HCE80. Handleiding bij het inleren

HANDLEIDING. SCU209DE / basis ontvanger. Inhoud;

(Na)regelingen voor vloerverwarmingsinstallatie.

Techneco Elga. Regeling en Extra s

Montagevoorschriften

BDS-001, besturing voor handbediende schuifdeuren

handleiding master aansluitmodule 6 zones - 230V/24 V

088U0240 / 088U0245. Handleiding CF-MC Hoofdregelaar

VH CONTROL THERMOSTAAT METIS

HANDLEIDING - LEVEL INDICATOR M A N U A L

Installatiehandleiding UMR ECO Universele Modulaire Regeling >

Deze handleiding heeft betrekking op de 2HEAT KL Klep en ventiel.

MGC OpenTherm regelaar

VH Control RF Thermostaat Echo Handleiding & Instructies

De PS 005 op z'n duimpje kennen

Comfort verhogen én tot 20% energie besparen. Alpha 2 systeem De slimme ruimteregeling van morgen

T6590B1000 FANCOIL REGELAAR KENMERKEN TOEPASSINGEN PRODUCT GEGEVENS

1. Installatie van de e-thermostaat Installatie van de hub 8

Handleiding voor installateurs Slimme Thermostaat

De ET31F (die alleen de vloertemperatuur meet) kan in een andere ruimte geplaatst worden.

7 INSTELLING EN AFREGELING

Bedieningshandleiding VAG5000-Basic

MICRO FOX DRIVE Gebruikers handleiding

VIESMANN. Montagehandleiding VITOTROL 100. voor de vakman. Vitotrol 100 type UTDB-RF

Comfort verhogen én tot 20% energie besparen. Alpha 2 systeem De slimme ruimteregeling van morgen

HANDLEIDING VASCO TIMER MODULE TIMER MODULE

K-Steel deuropenermodule 1156/10 met numeriek toetsenbord

HENCO ZONEREGELINGEN UNDERFLOOR HEATING

Regeling van de varimat WR I.7.3. Systeeminformatie

Inhoudsopgave. Handleiding: MC v2.0a. Pagina - 1 -

Deze pompschakelaar kunnen wij U aanbieden voor 79 gemonteerd en wel. Zie onderstaande beschrijving van deze unieke pompschakelaar

handleiding module verwarmen en koelen (PAC-module)

088U0200 / 088U0205. NL Handleiding CF-MC Regelaar

2. Installeren. De uitwendige afmetingen van de Climate Master BQLS met 4 zones zonder metrische wartels zijn:

MONTAGEHANDLEIDING. Kamerthermostaat EKRTWA

Handleiding voor installateurs

STAKA. Handleiding elektrische bediening. Dakluiken Flachdachausstiege Roof access hatches Trappes de toit

Draadloos Clickkit Snelgids

Installatiehandleiding Danfoss Link Hydronic Controller

CCE-200, 201, 202, 203, 204 & 206 NL Elektronisch bedieningspaneel Installatie-, Montage- en Gebruikshandleiding Voor de Installateur

Handleiding MH1210B temperatuurregelaar

BASISINSTELLING WARMTEPOMP

PROGRAMMEERBARE TEMPERATUUR DETECTOR TD-1_NL 07/11

Installateurshandleiding

GfS Day Alarm. Algemene omschrijving...p. 2. Montage handleiding en functies...p. 3. Instellingen van magneet contacten...p. 4

Quick Guide Artel Mono Block schema 1

CV module Plus Installatievoorschriften

Gebruikers Handleiding 24V Thermostaat Verwarmen, artnr 70015

ENA Bijlage. Installatie- en bedieningsinstructies. Flamco

FLEXESS TERRA EN AQUA CODETABLEAU EN PASLEZER TC-CS100/CS200 CS100/CS VERGRENDELINGEN. t f

VH CONTROL THERMOSTAAT HYPNOS (10080)

Switch. Handleiding

Climate Master BQLS. Installatievoorschrift. Brink Climate Systems BV 1

MYSON. Kickspace 500, 600 & 800. Installatie-, bedienings- en onderhoudsvoorschriften. Deze instructies dienen bij het toestel bewaard te worden

ClimateBooster Handleiding

Elektronische draadloze ruimtethermostaat D9380 RF-T

Opstartprocedure Watts Vision Central Unit.

Regel omschrijving: Ventilatie regeling Kampmann

KEYSTONE. OM8 - EPI 2 AS-Interface module Handleiding voor installatie en onderhoud.

MotorControl gebruiksaanwijzing V3 vanaf softwareversie 2.0e

Gebruikers- en montagehandleiding RET-B kamerthermostaat

Aan de slag met Anna. versie PW 1.5

Gebruikersinstructie Roth Touchline thermostaat

Elektronische module EK002 voor het sturen van twee ketels in cascade

HCE80 INDIVIDUELE RUIMTE- TEMPERATUURREGELING

AT1G rev Toegangscontrole Module AT1G Handleiding. thinks outside the box!

RF-OPTIMA R2 THERMOSTAAT

Product-Data-Blad. Celcia MC4. Celcia MC4 Modulerende cascaderegelaar met automatische programmering

Techneco EVA zoneregeling. Installateurshandleiding

VALIO XP KLOKTHERMOSTAAT

Installatie handleiding voor ECO20-W Controller voor verwarming SW 1.16» / RU SW 1.18»

Aan de slag met Anna.

F O R E S T S H U T T L E S / L

cenvax Installatiehandleiding BC 130 boilercontrol

HEATCONTROL OPBOUW KLOKTHERMOSTAAT

Installatiehandleiding VAG5000-Basic. Weersafhankelijke ketelregelaar

HANDLEIDING SCOREBORDEN OPTIE 7 Versie 2.0 / augustus 2011

FLEXESS AQUA CODETABLEAU EN PASLEZER TC-CS200 CS VERGRENDELINGEN. t f MODELLEN CS200 SPECIFICATIES

Sinthesi Deuropenermodule

ECR-Nederland B.V. De ECR-Nederland Softstarter ESG-D-27

Installatie & Onderhoudsinstructies

De 4 aandrijvingen zijn in groep met een schakelaar lokaal te bedienen. Meerdere schakelaars en sturingen kunnen parallel aangesloten worden.

MONTAGEHANDLEIDING WINDBEVEILIGING EOLIS 2

Itho Daalderop VAG5000-Basic en -Floor

GfS Day Alarm. Montage handleiding. Art.-Nr.: / Art.-Nr.: Art.-Nr.: Art.-Nr.: Art.-Nr.: Art.-Nr.:

Edimax Gemini Upgradepakket Wi-Fi-roaming voor thuis RE11 Snelstartgids

AD B

Transcriptie:

Möhlenhoff ALPHA2 BUS bedraadde naregeling voor verwarming en koeling Installatie- en service handleiding voor de regeltechnische installateur Uitgave van JOCO Benelux B.V. te Assen, versie 1.0 d.d. 01-10-2015 blz. 1 / 50

VOORWOORD Deze uitgave is een samenstel van de diverse installatie en servicehandleidingen van diverse producten welke onderdeel uitmaken van de nieuwe generatie ALPHA2 BUS naregelingen. Deze uitgave is met de grootst mogelijke zorg samengesteld, echter kunnen hieraan geen rechten worden ontleend. De handleiding is op basis van de op dat moment laatste bekende stand der techniek, en de getoonde methoden zijn dus rechtstreeks terug te zoeken in de orginele fabriekshandleidingen. TOELICHTING SYMBOLEN IN DEZE HANDLEIDING Belangrijke opmerking, cruciaal voor de goede werking van het systeem. Gevaarljke spanning, maak het onderdeel altijd eerst volledig spanningsloos alvorens met de montage- en/of onderhoudswerkzaamheden te beginnen. Uitgave van JOCO Benelux B.V. te Assen, versie 1.0 d.d. 01-10-2015 blz. 2 / 50

INHOUDSOPGAVE 1. LEVERINGSOMVANG SYSTEEMCOMPONENTEN 1.1 LEVERINGSOMVANG SYSTEEMCOMPONENTEN 1.1.1 Basisstation...5 1.1.2 Thermostaten...6 1.1.3 Stelmotoren...7 2. PLANNING 2.1 SYSTEEMOMVANG PER BASISSTATION 2.1.1 Basisstation 8-zone...8 2.1.2 Algemene aandachtspunten...8 2.1.3 rm-bus...8 2.1.4 sy-bus...9 2.2 IN- EN UITGAANDE SIGNALEN EN STURINGEN 2.2.1 Ingangen >>Temperatuurbegrenzer...10 >>ECO-ingang...10 >>Change-Over ingang...11 >>Dauwpuntsensor ingang...11 >>Ingang voor ruimtethermostaten rm-bus...12 2.2.2 Uitgangen >>Uitgang voor externe circulatiepomp...13 >>Uitgang voor ketel of Change-Over pilot...14 >>Uitgang voor Heating-Zones...15 >>Uitgang voor SystemBUS...15 3. INSTALLATIE / MONTAGE 3.1 BASISSTATION 3.1.1 Plaatsen van het basisstation...16 3.1.2 Aansluiten van de stelmotoren...17 3.1.3 Aansluiten van de ingangen >>Temperatuurbegrenzer...18 >>ECO-ingang...19 >>Change-Over ingang...20 >>Dauwpuntsensor ingang...21 3.1.4 Aansluiten van de uitgangen >>Uitgang voor externe circulatiepomp...22 >>Uitgang voor ketel of Change-Over pilot...23 >>Uitgang voor de RoomBUS...24 >>Uitgang voor SystemBUS...25 3.1.5 Aansluiten van de voedingsspanning...26 3.1.6 Sluiten van de behuizing...27 3.2 THERMOSTATEN 3.2.1 Plaatsen van een thermostaat...28 Uitgave van JOCO Benelux B.V. te Assen, versie 1.0 d.d. 01-10-2015 blz. 3 / 50

INHOUDSOPGAVE (vervolg) 4. INBEDRIJFNAME / PROGRAMMEREN 4.1 EERSTE INBEDRIJFSNAME 4.1.1 Basistation bekrachtigen...29 4.1.2 First-open-functie...29 4.1.3 Thermostaten pairen aan het basisstation...30 4.1.4 Verbindingstest thermostaten...31 4.1.5 Basisstations pairen aan elkaar...32 4.1.6 De pairing van basisstations ongedaan maken...32 4.1.7 Systeemtijd en datum instellen...33 4.2 SYSTEEMPARAMETERS 4.2.1 Overzicht & uitleg van de systeemparameters...34 4.2.2 Systeemparameters instellen met de thermostaat...43 4.2.3 Systeemparameters instellen met een SD-kaart...44 4.2.4 Systeemparameters instellen via de Ethernet-poort...45 4.2.5 XML parameters en koppeling met andere systemen...45 5. TESTEN & STORINGSWEERGAVE 5.1 SYSTEEMTEST 5.1.1 Verbindingstest thermostaten...47 5.2 AANDUIDINGEN & STORINGSWEERGAVE 5.2.1 Aanduiding en storingsweergave op het basisstation...48 5.2.2 Aanduiding en storingsweergave op de thermostaten...49 6. ONDERHOUD 6.1 ONDERHOUD 6.1.1 Systeemtijd en datum instellen...50 Uitgave van JOCO Benelux B.V. te Assen, versie 1.0 d.d. 01-10-2015 blz. 4 / 50

1. LEVERINGSOMVANG SYSTEEMCOMPONENTEN 1.1 LEVERINGSOMVANG SYSTEEMCOMPONENTEN 1.1.1 Basisstation Een systeem dient uit tenminste een basisstation te bestaan. Het basisstation is de aansluiteenheid van de regelinstallatie waarop de stelmotoren, in- en uitgangen worden aangesloten. Het basisstation communiceert doormiddel van een bedraadde communicatiebus met de thermostaten. Het basisstation beschikt daarnaast over een 2e communicatiebus om tot maximaal 7 basisstations onderling aan elkaar te koppelen. Dit is bedoeld om bepaalde in en uitgangen centraal te gebruiken. (bijvoorbeeld ketelsturing) Het basisstation wordt compleet geleverd met; Basisstation, met losse 24V transformator. De voedingspanning primair bedraagt 230V. De stelmotorspanning bedraagt 24V AC. DIN-profi el 35mm Het is belangrijk om van te voren te weten hoeveel motoren door iedere thermostaat dienen te worden aangestuurd! Het basistation werkt met Heating-Zones (HZ). Een 8 zone basisstation beschikt over 8 Heating-Zones. Op de helft van de HZ kunnen 2 motoren per zone worden aangesloten. Op de andere helft slechts 1 motor per zone. Een thermostaat kan meerdere Heating-Zones aansturen. Een Heating-Zone kan slechts door een thermostaat worden aangestuurd. Voorbeelden: Een thermostaat met 3 groepen stuurt HZ1 en HZ3. Een thermostaat met 4 groepen stuurt HZ1 en HZ5. Belangrijk! Installatie dient te alle tijde door gekwalificeerde vakkrachten te worden uitgevoerd. Levensgevaar door elektrische spanning! Zie de volledige handleiding voor details. Anders dan bij de draadloze ALPHA2 regelingen is er bij de bedraadde BUS variant geen 4- en 12-zone uitvoering. Indien 8-zones niet toereikend zijn dient dus een extra basisstation te worden geplaatst. Uitgave van JOCO Benelux B.V. te Assen, versie 1.0 d.d. 01-10-2015 blz. 5 / 50

1.1.2 Thermostaten De te regelen vertrekken worden voorzien van thermostaat. Een regelsysteem dient tenminste te beschikken over een thermostaat. De thermostaten zijn voorzien van hoogwaardig LCD display, en wordt gevoedt vanuit de Room BUS. De thermostaat dient als ruimtetemperatuuropnemer maar kan tevens gebruikt worden om gebruikers- en installatieinstellingen te wijzigen. Een thermostaat wordt compleet geleverd met; 1 x Bedraadde thermostaat met LCD scherm, gevoedt vanuit de Room BUS. Voor geschikte bekabeling, bus-topografieën en andere belangrijke opmerkingen ten aanzien van de aansluit- en bekabelingsweerkzaamheden zie pagina s 8, 12 & 24. Gebruik altijd afgeschermde bus kabel! Alle in een regelsysteem aanwezige thermostaten maken gebruik van eenzelfde systeemtijd. In plaats van een klokprogramma waarin tijden gekoppeld worden aan temperaturen werkt het ALPHA2 systeem met komfortprogramma s. Voor het gebruik van komfortprogramma s verwijzen wij naar de gebruikershandleiding. De standaard komfortprogramma s zijn standaard geprogrammeerd; Komfortprogramma s kunnen niet worden aangepast op de thermostaat, en gaat alleen via de LAN-interface of optionele SD-kaart. Indien u geen gebruikt wenst te maken van komfortprogramma s kunt u in de systeeminstelling van de thermostaat PAr. 70 op ECO ingang zetten, en deze vervolgens niet aansluiten. Uitgave van JOCO Benelux B.V. te Assen, versie 1.0 d.d. 01-10-2015 blz. 6 / 50

1.1.3 Stelmotoren Op iedere afsluiter die geregeld dient te worden wordt een stelmotor geplaatst. De stelmotoren zijn 24VAC Normally Closed en worden standaard geleverd inclusief aangegoten aansluitkabel 0,75mtr waarmee deze direct op het basisstation kan worden aangesloten. Standaard wordt een M30 x 1,5 ventieladapter meegeleverd, voor de meest gangbare typen ventielen. Op verzoek leveren wij andere adapters, in principe zijn voor alle in de markt verkrijgbare ventielen passende adapters leverbaar. De stelmotor wordt compleet geleverd met; 1 x Stelmotor met 0,75mtr aansluitsnoer Normally Closed, met First Open functie 1 x VA80 ventieladapter M30x1,5mm De stelmotoren zijn voorzien van First-Open functie. Wanneer de motor voor het eerst op een ventiel wordt geplaatst zal het ventiel open blijven. Nadat er voor het eerst c.a. 10 minuten spanning op de motor heeft gestaan zal de motor daarna gewoon openen en sluiten. Het is daarom belangrijk eerst alle motoren aan te sluiten op het basisstation alvorens hier spanning op wordt gezet. Het basisstation stuurt namenlijk alle motoren 10 minuten open zodra er voor het eerst spanning op komt te staan. Uitgave van JOCO Benelux B.V. te Assen, versie 1.0 d.d. 01-10-2015 blz. 7 / 50

2. PLANNING 2.1 SYSTEEMOMVANG PER BASISSTATION 2.1.1 Basisstation 8-zones Een 8-zone basisstation beschikt over de onderstaande Heating-Zones. Een thermostaat kan meerdere Heating-Zones aansturen. Een Heating-Zone kan slechts door een thermostaat worden aangestuurd. Het maximaal aantal thermostaten bedraagt dan dus 8. Het maximaal aantal stelmotoren bedraagt dan dus 12. (4x2 + 4x1) 2.1.2 Algemene aandachtspunten De ALPHA2 naregeligen zijn geschikt voor zowel naregeling van vloerverwarming als andere verwarmingssystemen. Bij de plaatsbepaling dienen een aantal factoren te worden afgewogen; - Bij vloerverwarming is het over het algemeen het meest economisch om het basisstation zo dicht bij de verdeler te plaatsen dat de stelmotoren direct hierop kunnen worden aangesloten met de fabrieksmatig aangegoten kabel - Er dient altijd minimaal een 230V wandcontactdoos aanwezig te zijn - Het basisstation dient bereikbaar te zijn voor onderhouds- en storingswerkzaamheden 2.1.3 De rm-bus (Room BUS, thermostaat BUS) De thermostaten dienen te worden bedraad naar het basisstation. Dit geschiedt door middel speciaal hiervoor bestemde communicatiebus; de rm-bus. Er zijn een aantal belangrijke vereisten/eigenschappen van de rm-bus; - Ieder basisstation heeft haar eigen rm-bus. Koppel NOOIT rm-busleidingen van verschillende basisstations aan elkaar. - Gebruik ALTIJD afgeschermde bus-installatiekabel, 2x2x0,8mm², te herkennen aan de groene mantel, en EIB/KNX keurmerk. JOCO benelux B.V. kan deze kabel aanbieden voor een zeer geschikte prijs, informeer naar de mogelijkheden. - De thermostaten in een rm-bus mogen zowel individueel, in lijn- boom- als sterconfiguratie worden aangesloten op de bus. Echter verdient lijn-configuratie (van de 1e naar de 2e, van de 2e naar de 3e etc.) de voorkeur zodat er geen lassen in de bus hoeven te worden gemaakt; - Houdt er rekening mee dat de aansluitruimte in de ALPHA2 componenten beperkt is. Maximaal 2 kabels ( in en uit) invoeren per component (thermostaat/basisstation) - De maximale absolute lengte tussen enig punt in de rm-bus en het basisstation mag NOOIT meer dan 500mtr zijn. - De volgorde van de bekabeling maakt niet uit; toewijzing aan de verschillende Heating- Zones geschiedt doormiddel van pairing. Indien geen gebruik is gemaakt van de voorgeschreven bekabeling wordt er geen ondersteuning gegeven bij fouten/probleemoplossingen. Tevens vervalt dan zowel alle systeem- en componentgarantie. Uitgave van JOCO Benelux B.V. te Assen, versie 1.0 d.d. 01-10-2015 blz. 8 / 50

2.1.4 De sy-bus (Systeem BUS) Het gebruik van de systeem-bus is optioneel, en heeft enkel voordelen bij installaties met meerdere basisstations. (minimaal 2, maximaal 7, bij >7 met meerdere sy-bussen) Indien het wenselijk is dat bepaalde in- en uitgangen centraal dienen te worden aangestuurd, in plaats van decentraal per basisstation, kunnen de basisstations worden gekoppeld middels een speciaal hiervoor bedoelde communicatiebus; de sy-bus. Er kunnen tot maximaal 7 basisstations via de bedraadde SystemBUS worden gekoppeld, middels het Master-Slave principe. Het Master basisstation is degene waarop de centrale inen uitgangen (ketel/pomp/change-over) worden aangesloten. De overige basisstations worden als Slave ingesteld. Dit werkt dus niet bij nog grotere installaties, dan dienen alle in- en uitgangen volledig te worden bedraad of meerdere sy-bussen naast elkaar te bestaan. Bij een als Slave ingesteld basisstation vervalt de functionaliteit van de locale uitgangen, het signaal wordt via de sy-bus doorgegeven naar de Master. Alleen de Master schakelt dus fysiek. Een Master-Slave schakeling scheelt potentieel een hoop bekabelingswerk. De volgende functies maken deel uit van de Master-Slave functie; - centrale uitgang ketelaansturing >> het ketelcontact van het master-basisstation schakelt als er een of meerdere thermostaten in het gepairde systeem warmte vragen, er hoeft dan maar een kabel te worden gelegd tussen het master-basisstation en de ketel - centrale uitgang pompaansturing >> het pompcontact van het master-basisstation schakelt als er een of meerdere thermostaten in het gepairde systeem warmte vragen, er hoeft dan maar een kabel te worden gelegd tussen het master-basisstation en de centrale circulatiepomp - centrale ingang verwarmen/koelen omschakeling het omschakelcontact van de koudeopwekking (bijv. warmtepomp) hoeft slechts op het master-basisstation te worden aangesloten, en de overige gepairde basistations ontvangen het signaal draadloos Er zijn een aantal belangrijke vereisten/eigenschappen van de sy-bus; - Gebruik ALTIJD afgeschermde bus-installatiekabel, 2x2x0,8mm², te herkennen aan de groene mantel, en EIB/KNX keurmerk. JOCO benelux B.V. kan deze kabel aanbieden voor een zeer geschikte prijs, informeer naar de mogelijkheden. - De basisstations in een sy-bus mogen zowel individueel, in lijn- boom- als sterconfiguratie worden aangesloten op de bus. Echter verdient lijn-configuratie (van de 1e naar de 2e, van de 2e naar de 3e etc.) de voorkeur zodat er geen lassen in de bus hoeven te worden gemaakt; - Houdt er rekening mee dat de aansluitruimte in ALPHA2 componenten beperkt is. Maximaal 2 kabels ( in en uit) per component. (basistation) - De maximale absolute lengte tussen enig punt in de sy-bus en het basisstation mag NOOIT meer dan 500mtr zijn. - Volgorde van de bekabeling maakt niet uit; toewijzing van de Master en Slave basisstations geschiedt doormiddel van pairing. - Per sy-bus kan er maar 1 Master zijn. Uitgave van JOCO Benelux B.V. te Assen, versie 1.0 d.d. 01-10-2015 blz. 9 / 50

2.2 IN- EN UITGAANDE SIGNALEN EN STURINGEN 2.2.1 Ingangen Een ALPHA2 basisstation beschikt standaard over de volgende ingangen; >> [TB] Temperatuurbegrenzer Functie: Beveiliging tegen te hoge systeemtemperatuur Type: 230V Ingang, voeding van buiten het basisstation, er is een externe voedingsbron noodzakelijk. Door 230VAC op de TB ingang te zetten wordt de ingang geactiveerd. Werking: Bij actieve ingang worden alle stelmotoren dichtgestuurd Herstel: Bij inactieve ingang wordt normaal regelbedrijf hervat Toepassing: Als maximaalbeveiliging bij vloer- wand- en plafondverwarming Instellingen: Geen bijbehorende instelparameters Kabel: Sterkstroomkabel Kerndoorsnede: Massief 0,5 tot 1,5 mm² Soepel 1,0 tot 1,5 mm² >> [ECO] Ingang voor externe schakelklok Functie: Ingang om temperatuurdaling vanuit een extern klokprogramma te sturen (in plaats van ingebouwde komfortprogramma s) Type: Potentiaalvrije ingang, er is een extern contact benodigd welke potentiaalvrij dient te schakelen (Normally Open) Werking: Bij actieve ingang worden de op dat moment ingestelde ruimtetemperatuur verminderd met de dalingsverschiltemperatuur. Herstel: Bij inactieve ingang wordt normaal regelbedrijf hervat Toepassing: In bedrijfsgebouwen is het vaak handiger om een nachtverlaging in te geven, bijvoorbeeld door een contact op de beveiligingscentrale. Kan ook worden gebruikt voor vakantiemodus Instellingen: [PAr 115] keuze tussen functie afwezig/nacht en vakantiemodus [PAr 230] dalingsverschiktemperatuur nacht- / afwezigmodus Instelling vakantietemperatuur (op thermostaat) Kabel: Zwakstroomkabel/signaalkabel Kerndoorsnede: Massief 0,5 tot 1,5 mm² Soepel 1,0 tot 1,5 mm² Opgelet, bij gebruik van de ECO ingang vervallen door de gebruiker in te stellen dagen nachttemperaturen. Normaal gesproken is deze functie minder geschikt voor situaties met bewoners, en verdienen de ingebouwde komfortprogramma s de voorkeur. (meer instellingsmogelijkheden gebruiker) Zie ook de gebruikershandleiding voor detais over dit onderwerp. Uitgave van JOCO Benelux B.V. te Assen, versie 1.0 d.d. 01-10-2015 blz. 10 / 50

>> [CO] Change-Over Functie: Externe omschakeling tussen verwarming- en koelbedrijf Type: Potentiaalvrije ingang, er is een extern contact benodigd welke potentiaalvrij dient te schakelen (Normally Open) Werking: Bij actieve ingang word koelbedrijf gestart Herstel: Bij inactieve ingang wordt verwarmingsbedrijf hervat Toepassing: Change-Over bij afgiftesystemen die zowel voor verwarming- als koelbedrijf worden gebruikt Instellingen: [PAr 020] Per thermostaat kan worden gekozen of het afgiftesysteem voor alleen verwarmen, alleen koelen, of beide moet dienen. Dit om bijvoorbeeld radiatoren uit te sluiten van koelbedrijf Kabel: Zwakstroomkabel/signaalkabel Kerndoorsnede: Massief 0,5 tot 1,5 mm² Soepel 1,0 tot 1,5 mm² Er zijn situaties denkbaar waar het niet mogelijk is een extern contact aan te bieden, bijvoorbeeld bij collectieve 4-pijps installaties. In dat geval kan de change-over handmatig worden geactiveerd op de hoofdthermostaat op het MASTER basisstation. Hoewel dit ogenschijnlijk een mooie oplossing is willen wij met klem benadrukken de omschakeling waar mogelijk centraal te laten geschieden. Het handmatig omschakelen van de change-over gaat via de menustructuur van de thermostaat, en is niet geschikt om dagelijks door onervaren gebruikers uit te worden gevoerd zoals in hotels, zorginstellingen etc. Indien de changeover moet worden ingegeven vanuit de menustructuur van de thermostaat dient PAr 140 op 1 te worden gezet. (CO-Pilot functie) Het boilercontact schakelt dan als koelbedrijf wordt gekozen. De CO-ingang wordt dan volledig genegeerd. Indien beslist geen mogelijkheden tot het aanbieden van een extern contact bestaat in dergelijke situaties adviseren wij de plaatsing van een aparte schakelaar (bijvoorbeeld in de meterkast of naast de thermostaat) aan te sluiten op de CO-ingang waarmee de change-over wordt geschakeld. Als deze dubbelpolig wordt uitgevoerd kunnen daar gelijk ook change-over kleppen mee worden geschakeld. >> [H%] Dauwpuntsensor ingang Functie: Dauwpuntbewaking bij systemen zonder centrale dauwpuntregeling Type: Potentiaalvrije ingang, er is een extern contact benodigd welke potentiaalvrij dient te schakelen (Normally Open) Werking: Bij actieve ingang tijdens koelbedrijf worden alle stelmotoren dichtgestuurd Herstel: Bij inactieve ingang wordt normaal regelbedrijf hervat Toepassing: Als veiligheid tegen condensvorming bij afgiftesystemen die voor koeling worden toegepast, bijvoorbeeld i.c.m. een condensopnemer. Instellingen: Geen bijbehorende instelparameters Kabel: Zwakstroomkabel/signaalkabel Kerndoorsnede: Massief 0,5 tot 1,5 mm² Soepel 1,0 tot 1,5 mm² Uitgave van JOCO Benelux B.V. te Assen, versie 1.0 d.d. 01-10-2015 blz. 11 / 50

>> [rm-bus] BUS ruimtethermostaten Functie: Het aansturen van Heating-Zones op basis van de gewenste- en werkelijke ruimtetemperatuur Type: Digitale, BUS, als ruimtetemperatuuropnemer Werking: Op basis van faseverschuivingsmodulatie (FSK) worden de gekoppelde Heating-Zones met een pulsweidtemodulatie aangestuurd Toepassing: Vloer-, wand- en plafond- verwarming en koelinstallaties, radiator-, passieve- & actieve convector-installaties Instellingen: [PAr 010] gebruikt afgiftesysteem [PAr 020] verwarming of koelbedrijf blokkeren [PAr 030] bedieningsblokkering (kinderbeveiliging) [PAr 031] PIN-code voor bedieningsblokkering [PAr 040] externe sensor aangesloten [PAr 050] achtergrondverlichting LCD [PAr 060] correctie reële ruimtetemperatuur +/- [PAr 070] selectie bron komfortprogramma (intern/extern ECO) [PAr 071] programmaselectie werkdag [PAr 072] programmaselectie weekend Bovengenoemde parameters gelden per ruimtethermostaat, en kunnen dus ook bij iedere thermostaat te worden ingevoerd/gecontroleerd Verder algemene instellingen; (geldend voor geheel systeem) [PAr 120] eenheid temperatuuraanduidng (F of C) [PAr 170] Smart Start (berekening per zone hoe lang het duurt om tot de komforttemperatuur op te warmen, en vervroegt de start overeenkomstig voor extra komfort. Kabel: 2x2x0,8mm² bus-installatiekabel (EIB/KNX, groen) Kerndoorsnede: Massief 0,5 tot 1,5 mm² Soepel 1,0 tot 1,5 mm² Uitgave van JOCO Benelux B.V. te Assen, versie 1.0 d.d. 01-10-2015 blz. 12 / 50

2.2.2 Uitgangen Een ALPHA2 basisstation beschikt standaard over de volgende uitgangen; >> [pump] Uitgang voor externe circulatiepomp Functie: Uitgang voor het aansturen van een externe circulatiepomp Type: Potentiaalvrij schakelende uitgang (Normally Open) Werking: Contact schakelt (maakt) bij warmte- en kouddevraag, eventueel met voor- en nalooptijd indien geconfi gureerd. Toepassing: Voor het aansturen van een lokale circulatiepomp; - potentiaalvrij Voor het aansturen van een centrale circulatiepomp indien tot maximaal zeven basisstations worden gepaird, vanaf het masterbasisstation; (zie ook blad 9) - potentiaalvrij Instellingen: [PAr 130] gedrag pompuitgang lokaal of centraal [PAr 131] pomptype (conventioneel of energiezuinig) [PAr 132] vertragingstijd pompuitgang [PAr 133] nadraaitijd pompuitgang [PAr 134] werkrichting pompuitgang [PAr 135] minimale looptijd pompuitgang [PAr 136] minimale te garanderen stilstandtijd pomp [PAr 200] pompbeschermingsfunctie (duur aantal dagen voor actief) [PAr 201] pompbeschermingsfunctie (aansturingsduur in minuten) Kabel: Zwakstroomkabel/signaalkabel Kerndoorsnede: Massief 0,5 tot 1,5 mm² Soepel 1,0 tot 1,5 mm² Uitgave van JOCO Benelux B.V. te Assen, versie 1.0 d.d. 01-10-2015 blz. 13 / 50

>> [boiler] Uitgang voor ketel of Change-Over pilot Afhankelijk van de instelling bij [PAr 140] kan de boiler-uitgang verschillende functies bezitten. De instellingen die daarbij horen zijn dus ook verschillend: INDIEN [PAr140] = 0 (boiler) Functie: Type: Werking: Toepassing: Instellingen: Uitgang voor het aansturen/vrijgeven van de warmteopwekking Potentiaalvrij schakelende uitgang (Normally Open) Contact schakelt (maakt) bij warmte- en kouddevraag, eventueel met voor- en nalooptijd indien geconfi gureerd. Voor het potentiaalvrij aansturen van een lokale warmteopwekker, of als vrijgave voor aan andere (voor-)regeling. Voor het potentiaalvrij aansturen van een centrale warmteopwekker indien tot maximaal drie basisstations worden gepaird, vanaf het master- basisstation; (zie ook blad 10) [PAr 141] vertragingstijd aansturing na warmtevraag [PAr 142] nalooptijd aansturing na warmtevraag [PAr 143] werkrichting boileruitgang (normaal of geinverteerd) [PAr 160] vorstbeveiligingsfunctie (actief of niet actief) [PAr 161] minimale ruimtetemperatuur vorstbescherming Zwakstroomkabel/signaalkabel Kabel: Kerndoorsnede: Massief 0,5 tot 1,5 mm² Soepel 1,0 tot 1,5 mm² Let op! De indien het boilercontact een ketel aan gaat sturen gaat dit dus op basis van aan/uit schakelen. De praktijk leert dat indien de aanvoertemperatuur van de ketel zoveel mogelijk wordt afgestemd op het afgiftesysteem er met een nadraaitijd van c.a 3-5 minuten een relatief rustige regeling wordt verkregen, die qua verbruik overeenkomt met een modulerende regeling. Indien werd gekozen voor een configuratie met MASTER- en SLAVE basisstations wordt automatisch zowel de lokale- (SLAVE) als centrale- (MASTER) boileruitgang geactiveerd. INDIEN [PAr140] = 1 (Change-Over pilot) Functie: Type: Werking: Toepassing: Instellingen: Uitgang voor het aansturen van Change-Over signaal en/of kleppen Potentiaalvrij schakelende uitgang (Normally Open) Contact schakelt (maakt) wanneer koelbedrijf handmatig wordt geactiveerd op een thermostaat, met voor- en nalooptijd indien geconfi gureerd. Om na de handmatige activatie van koelbedrijf Change-Over kleppen te schakelen in collectieve installatie s. De instellingen bij PAr 141, 142, 160 en 161 worden genegeerd. [PAr 143] werkrichting boileruitgang (normaal of geinverteerd) Toepassingen waarbij de omschakeling tussen verwarmen- en koelbedrijf met interventie van de gebruiker dient te geschieden worden door JOCO Benelux B.V. niet ondersteund. Wij adviseren met klem de omschakeling altijd centraal en automatisch te laten geschieden om gebruikersklachten te voorkomen. Zie ook de nadere uitleg bij de Change-Over ingang op bladzijde 11. Uitgave van JOCO Benelux B.V. te Assen, versie 1.0 d.d. 01-10-2015 blz. 14 / 50

>> [HZ x] Zone-uitgangen voor de stelmotoren Functie: Type: Werking: Toepassing: Instellingen: Uitgang voor het aansturen van stelmotoren 24V pulsweidtemodulerende uitgang Wordt bekrachtigd bij warmtevraag van de toegewezen thermostaat, schakelt een x-aantal minuten, bekrachtigingsduur is afhankelijk van het verschil tussen gewenste en ingestelde ruimtetemperatuur. Voor het aansturen van bijpassende thermische stelmotoren. [PAr 110] Werkrichting schakeluitgang NC/NO [PAr 180] noodwerking, duur tot activering [PAr 182] noodwerking, inschakelduur PWM verwarmen % [PAr 183] noodwerking, inschakelduur PWM koelen % [PAr 190] ventielbeschermingsfuntie (duur tot activering) [PAr 191] ventielbeschermingsfunctie (aanstuurduur) [PAr 210] First-Open functie (aanstuurduur) Zwakstroomkabel/signaalkabel Kabel: Kerndoorsnede: Massief 0,5 tot 1,5 mm² Soepel 1,0 tot 1,5 mm² Tot 20 meter is de standaard 0,75mm² toereikend. Let op! Per Heating-Zone kan maximaal 1A belast worden. Dit komt overeen met maximaal twee stelmotoren per Heating Zone. Het is derhalve niet toegestaan om meer motoren op een basisstation aan te sluiten dan deze aan aansluitmogelijkheden heeft. >> [SystemBUS] Bus-uitgang voor het pairen van tot max. 7 basisstations Functie: Type: Werking: Uitgang voor het koppelen van basisstations, met als doel het centraal kunnen laten functioneren van de Change-Over-ingang, Boiler-uitgang, en Pompuitgang op het master-basisstation. 3-draads bus-uitgang Hardware-matige aansluiting op de buslijn. Programmatie volgt overeenkomstig de pairing-procedure. Zie functie. geen bijbehorende instellingen Toepassing: Instellingen: Kabel: Kerndoorsnede: Massief 0,5 tot 1,5 mm² Soepel 1,0 tot 1,5 mm² 2x2x0,8mm² bus-installatiekabel (EIB/KNX, groen) Uitgave van JOCO Benelux B.V. te Assen, versie 1.0 d.d. 01-10-2015 blz. 15 / 50

3. INSTALLATIE / MONTAGE 3.1 BASISSTATION 3.1.1 Plaatsen van het basisstation >> Monteren van het basisstation op de meegeleverde DIN-rails; Monteer het meegeleverde DIN-profi el op een vlakke achterwand. Houdt er alvast rekening mee dat de kabels allemaal aan de onderzijde van het basisstation aangesloten gaan worden! Trek de borgclips zover uit dat deze open blijven staan. Dit gaat het eenvoudigst met een platte schroevendraaier. Hang het basisstation in de bovenste rand van het profi el en duw zachtjes de onderzijde naar de wand. Duw de borgclips met de hand aan, het basisstation is nu vast aan de wand gemonteerd. >> Verwijder de afdekkap van het basisstation; Neem bijvoorkeur een c.a. 5mm brede platte schroevendraaier, en steek deze onder een hoek in het sleufgat op de voorzijde van de afdekkap. Duw deze stevig aan, en vervolgens met een kleine slag de schroevendraaier naar onderen kantelen. Schuif de afdekkap c.a. 1-2 mm met de hand naar beneden. Let op, dit gaat het gemakkelijkst als je dit tegelijk met insteken van de schroevendraaier doet, zoals in de vorige stap omschreven. Trek de afdekkap aan de onderzijde naar je toe en de afdekkap komt nu geheel los van de behuizing. Belangrijk! ALPHA2 BUS systemen werken met een voedingsspanning van 24V. Gebruik hiervoor enkel de meegeleverde transformator! (steeds links naast het basisstation afgebeeld) Uitgave van JOCO Benelux B.V. te Assen, versie 1.0 d.d. 01-10-2015 blz. 16 / 50

3.1.2 Aansluiten van de servomotoren >> Aansluiten van de stelmotoren op de door u gekozen Heating-Zone (HZ) Belangrijk! Installatie dient te alle tijde door gekwalificeerde vakkrachten te worden uitgevoerd. Levensgevaar door elektrische spanning! Schakel altijd eerst alle spanning uit alvorens werkzaamheden uit te voeren aan het basisstation. De stelmotoren kunnen op de betreffende Heating-Zone (HZ) worden aangesloten met de standaard aansluitkabel. De stelmotorkabel mag ook worden verlengd. Bij grotere aantallen is het ook mogelijk de motoren standaard met een langere kabellengte tot 20meter te leveren! Gebruik enkel de orginele Moehlenhoff stelmotoren! Uitgave van JOCO Benelux B.V. te Assen, versie 1.0 d.d. 01-10-2015 blz. 17 / 50

3.1.3 Aansluiten van de ingangen >> Aansluiten van een temperatuurbegrenzer (TB) Belangrijk! Installatie dient te alle tijde door gekwalificeerde vakkrachten te worden uitgevoerd. Levensgevaar door elektrische spanning! Schakel altijd eerst alle spanning uit alvorens werkzaamheden uit te voeren aan het basisstation. De temperatuurbegrenzer (wisselcontact) wordt gevoedt vanuit een externe voeding. (230V). Bij inactieve TB zal de voeding worden doorgeschakeld naar het pompcontact. Op het moment dat het contact een brug maakt tussen de L en TB klem zullen alle stelmotoren onmiddelijk dicht worden gestuurd. Daarmee wordt ook onmiddelijk de voeding naar de pomp onderbroken. LET OP! De temperatuurbegrenzer dient het vermogen van de pomp te mogen schakelen! (pomp max. 1,0 Ampére) Uitgave van JOCO Benelux B.V. te Assen, versie 1.0 d.d. 01-10-2015 blz. 18 / 50

>> Aansluiten van een externe schakelklok (ECO) Belangrijk! Installatie dient te alle tijde door gekwalificeerde vakkrachten te worden uitgevoerd. Levensgevaar door elektrische spanning! Schakel altijd eerst alle spanning uit alvorens werkzaamheden uit te voeren aan het basisstation. De externe ingang dient als een potentiaalvrij maakcontact te worden uitgevoerd. Indien de externe schakelklok bijvoorbeeld alleen 230V schakelt is dus een extra relais noodzakelijk. Het aansluiten van spanning op de ECO ingang kan leiden tot onherstelbare schade aan het basisstation! Uitgave van JOCO Benelux B.V. te Assen, versie 1.0 d.d. 01-10-2015 blz. 19 / 50

>> Aansluiten van een externe Change-Over contact Belangrijk! Installatie dient te alle tijde door gekwalificeerde vakkrachten te worden uitgevoerd. Levensgevaar door elektrische spanning! Schakel altijd eerst alle spanning uit alvorens werkzaamheden uit te voeren aan het basisstation. De externe ingang dient als een potentiaalvrij maakcontact te worden uitgevoerd. Indien het externe contact bijvoorbeeld alleen 230V schakelt is dus een extra relais noodzakelijk. Het aansluiten van spanning op de CO ingang kan leiden tot onherstelbare schade aan het basisstation! Uitgave van JOCO Benelux B.V. te Assen, versie 1.0 d.d. 01-10-2015 blz. 20 / 50

>> Aansluiten van een externe Dauwpuntsensor H% Belangrijk! Installatie dient te alle tijde door gekwalificeerde vakkrachten te worden uitgevoerd. Levensgevaar door elektrische spanning! Schakel altijd eerst alle spanning uit alvorens werkzaamheden uit te voeren aan het basisstation. De externe ingang dient als een potentiaalvrij maakcontact te worden uitgevoerd. Indien het externe contact bijvoorbeeld alleen 230V schakelt is dus een extra relais noodzakelijk. Het aansluiten van spanning op de H% ingang kan leiden tot onherstelbare schade aan het basisstation! Uitgave van JOCO Benelux B.V. te Assen, versie 1.0 d.d. 01-10-2015 blz. 21 / 50

3.1.4 Aansluiten van de uitgangen >> Aansluiten van een circulatiepomp (pump) Belangrijk! Installatie dient te alle tijde door gekwalificeerde vakkrachten te worden uitgevoerd. Levensgevaar door elektrische spanning! Schakel altijd eerst alle spanning uit alvorens werkzaamheden uit te voeren aan het basisstation. POMP ZONDER EXTERNE STURING Bij gebruik van de ALPHA pompstekker (optionele accessoire) wordt de kabel uit de pompstekker direct op het pompcontact aangesloten. De nul (N) van de wandcontactdoos is via de pompstekker rechtstreeks met de pomp verbonden, en loopt niet via het basisstation. De fase (L) van de wandcontactdoos wordt via het basisstation naar de afgaande contactdoos op de ALPHA pompstekker geschakeld. De orginele stekker van de pomp blijft hierbij volledig intact. POMP MET EXTERNE STURING Bij geavanceerde circulatiepompen met een externe potentiaalvrije ingang voor het starten van de pomp kan de pompuitgang 1-op-1 worden aangesloten. De pump uitgang van het basisstation maakt verbinding tussen A en B als de circulatiepomp moet gaan draaien. De voeding van de circulatiepomp geschied van buitenaf. Uitgave van JOCO Benelux B.V. te Assen, versie 1.0 d.d. 01-10-2015 blz. 22 / 50

>> Aansluiten van een ketel Belangrijk! Installatie dient te alle tijde door gekwalificeerde vakkrachten te worden uitgevoerd. Levensgevaar door elektrische spanning! Schakel altijd eerst alle spanning uit alvorens werkzaamheden uit te voeren aan het basisstation. Via de boiler uitgang kan de regeling een ketel aansturen. De uitgang voor het aanschakelen van de ketel kan 1-op-1 op de aan/ uit thermostaatingang op de ketel worden aangesloten. De boiler uitgang van het basisstation maakt verbinding tussen A en B als de ketel aan moet gaan. Raadpleeg de fabrieksdocumentatie van het cv-toestel voor de juiste klemmen. Overige toepassingen Het boiler contact schakelt bij energievraag, zowel bij verwarming als koelbedrijf dus. Omdat het contact potentiaalvrij is, maar ook gerust 1A/230VAC mag schakelen kan het worden toegepast voor de meest uiteenlopende toepassingen. Enkele voorbeelden zijn; - als vrijgave voor een externe weersafhankelijke regeling - als aansturing voor een centrale open/dicht regelklep - als aansturing voor een tweede circulatiepomp Uitgave van JOCO Benelux B.V. te Assen, versie 1.0 d.d. 01-10-2015 blz. 23 / 50

>> Aansluiten van de RoomBUS Belangrijk! Installatie dient te alle tijde door gekwalificeerde vakkrachten te worden uitgevoerd. Levensgevaar door elektrische spanning! Schakel altijd eerst alle spanning uit alvorens werkzaamheden uit te voeren aan het basisstation. Tot maximaal 8 thermostaten kunnen middels de RoomBUS aan het basisstation worden verbonden. De bekabeling mag zowel in lijn-, boom- en sterbekabeling worden uitgevoerd. (of combinatie hiervan) Gebruik daarvoor bedoelde afgeschermde busbekabeling! In bussystemen is het gebruikelijk om de communicatieaders wit en geel te gebruiken. Omdat er twee gescheiden buslijnen (Room- en SystemBUS) adviseren wij om voor de RoomBUS rood/zwart te gebruiken. Let op Het fysiek aansluiten van de RoomBUS bekabeling heeft nog geen invloed op het systeem. Doormiddel van pairing worden de thermostaten aan de Heating Zones toegewezen. Uitgave van JOCO Benelux B.V. te Assen, versie 1.0 d.d. 01-10-2015 blz. 24 / 50

>> Aansluiten van de SystemBUS Belangrijk! Installatie dient te alle tijde door gekwalificeerde vakkrachten te worden uitgevoerd. Levensgevaar door elektrische spanning! Schakel altijd eerst alle spanning uit alvorens werkzaamheden uit te voeren aan het basisstation. Tot maximaal 7 basisstations kunnen middels de SystemBUS met elkaar worden verbonden. Door dit te doen kan er gebruik worden gemaakt van het masterslave principe waarbij de CO, pump en boiler ingang centraal kunnen worden aangesloten op het masterbasisstation. Gebruik daarvoor bedoelde afgeschermde busbekabeling! DE 24V KLEM BLIJFT ONGEBRUIKT!!!!!!!!!!!! Let op Het fysiek aansluiten van de SystemBUS bekabeling heeft nog geen invloed op het systeem. Het pairen van de basisstations moet daarna eerst nog geschieden. Uitgave van JOCO Benelux B.V. te Assen, versie 1.0 d.d. 01-10-2015 blz. 25 / 50

3.1.5 Aansluiten van de voedingsspanning >> Aansluiten van de voedingsspanning op het basisstation. Belangrijk! Installatie dient te alle tijde door gekwalificeerde vakkrachten te worden uitgevoerd. Levensgevaar door elektrische spanning! Schakel altijd eerst alle spanning uit alvorens werkzaamheden uit te voeren aan het basisstation. De aangegoten kabel van de systeemtransformator kan eenvoudig op de klemmenstrook worden aangesloten. LET OP, INDIEN 230V WORDT AANGESLOTEN OP DEZE KLEMMEN ZAL HET BASISSTATION ONHERSTELBAAR BESCHADIGD WORDEN! Het gebruik van andere dan meegeleverde transformatoren heeft het vervallen van de systeemen productgarantie tot gevolg. Uitgave van JOCO Benelux B.V. te Assen, versie 1.0 d.d. 01-10-2015 blz. 26 / 50

3.1.6 Sluiten van de behuizing >> plaats de afdekkap terug op de behuizing; Schuif de afdekkap onder een hoek tegen het basisstation, en druk vervolgens de onderkant naar de wand. Duw de afdekkap met twee handen naar boven zodat deze mooi aansluit bij de behuizing. (Dit vereist redelijke kracht) Uitgave van JOCO Benelux B.V. te Assen, versie 1.0 d.d. 01-10-2015 blz. 27 / 50

3.2 THERMOSTATEN 3.2.1 Plaatsen van een thermostaat >> Monteren van een thermostaat op de wand; Monteer de achterplaat, met de twee uitstekende nokjes aan de bovenkant tegen de wand. Zorg dat de horizontale gaten goed waterpas zitten zodat straks de thermostaat netjes recht hangt. Sluit de bus-installatiekabel aan op de klemmenstrool. Pas op dat je de thermostaat in de hand houdt, ter voorkoming van beschadigingen aan het glasvenster. Hang de thermostaat in de bovenste twee uitstekende nokjes en duw vervolgens de onderkant voorzichtig naar de wand totdat het frontdeel vastklikt. Plaats nu de bedienknop. Uitgave van JOCO Benelux B.V. te Assen, versie 1.0 d.d. 01-10-2015 blz. 28 / 50

4. INBEDRIJFNAME / PROGRAMMEREN 4.1 EERSTE INBEDRIJFNAME 4.1.1 Basisstation bekrachtigen Wacht met het bekrachtigen van het basisstation totdat alle systeemcomponenten zijn geïnstalleerd, en de behuizing volledig is gesloten! >> Steek de stekker van het basisstation in het stopcontact. >>... na c.a. 5 seconden start het basisstation op, er lichten diverse lampjes op (zelftest) >>... na c.a.10 seconden worden de boileruitgang en Heating-Zones allemaal open gestuurd, in verband met de fi rst-open functie (zie volgende paragraaf) >>... na c.a.10 minuten gaat het systeem in rust, en kan er worden begonnen met het pairen van de thermostaten Gebruik deze 10 minuten om alvast de pairing-procedure van de thermostaten door te lezen! Wacht echter met pairen totdat alle motoren dicht zijn gelopen. Controleer nadat het systeem in rust is gekomen of alle motoren dicht zij gegaan. Zo weet je zeker dat alle stelmotoren correct zijn aangesloten. (omdat fi rst-open-functie voltooid is) 4.1.2 First-open-functie Normaal gesproken worden de stelmotoren met fi rst-open-functie geleverd. Hoewel er normally closed (NC) motoren worden gebruikt zijn deze in levertoestand open. Een stelmotor met fi rst-open-functie kun je er aan herkennen dat de blauwe rand aan de bovenzijde zichtbaar is als je hem uit de verpakking haalt De fi rst-open-functie is bedoeld om de stelmotoren te kunnen afmonteren zonder dat het systeem reeds gevuld is. Pas na een bekrachtiging van c.a. 10 minuten vervalt de fi rst-openfunctie en zal de motor na bekrachtiging volledig dicht lopen. De functie werkt slechts eenmalig, en is niet te resetten. Uitgave van JOCO Benelux B.V. te Assen, versie 1.0 d.d. 01-10-2015 blz. 29 / 50

4.1.3 Thermostaten pairen aan het basisstation De pairing procedure is relatief eenvoudig. Hier volgt een overzicht van de regels die gelden bij het pairen van thermostaten: >> Een thermostaat kan worden gepaird aan meerdere Heating-Zones (HZ), mits deze zich op hetzelfde basisstation bevinden. >> Herhaal voor iedere Heating-Zone de volledige pairing procedure. >> Een HZ kan slechts door 1 thermostaat worden aangestuurd. >> Door een thermostaat te pairen met een HZ die al (per ongeluk) gepaird was met een andere thermostaat vervalt de oude pairing automatisch. Druk op het basisstation c.a. 3 seconden op de knop rm- BUS totdat de indicator van HZ 1 gaat knipperen. >> Om HZ1 te pairen ga verder met de volgende stap >> Om een andere HZ te pairen druk iedere keer kort op de knop rmbus totdat de gewenste HZ indicator knippert Het basisstation staat nu in de pairingmodus. Indien er binnen 3 minuten geen pairingsignaal van een thermostaat wordt ontvangen keert het basisstation terug in rust, en dient de bovenstaande handeling eerst opnieuw te worden uitgevoerd. Druk op de thermostaat c.a. 3 seconden de bedieningsknop in totdat het display de tekst SET weergeeft. >> Na een geslaagde pairing branden de symbolen zon en verwarmen. >> Als de pairing niet tot stand is gekomen zal het ontvangstsymbool knipperen. Voer bij twijfel een verbindingstest uit. Uitgave van JOCO Benelux B.V. te Assen, versie 1.0 d.d. 01-10-2015 blz. 30 / 50

4.1.4 Verbindingstest thermostaten Het is een goede gewoonte om onmiddelijk na het pairen van de thermostaten een verbindingstest uit te voeren. Zo weet je zeker dat de toewijzing en communicatie functioneert zoals verwacht, en je niet onverhoopt terug moet komen voor een storing die eenvoudig te vermijden was geweest. Zet voor de test alle thermostaten op de minimum instelwaarde; 5 graden. Een veelgemaakte fout is de thermostaat slechts een graad omhoog zetten om te testen, wat vanwege de pulsweidtemodulatie een onnauwkeurige manier van testen is! 1 2 3 Controleer nu eerst of alle HZ-indicatoren op het basisstation uit zijn. Indien dit het geval is kan nu de toewijzingstest uitgevoerd worden zoals hieronder beschreven. 1 2 3 >3s De aan de thermostaat toegekende HZ s lichten nu op op het basisstation. Dit duurt 1 minuut, daarna gaan ze vanzelf weer uit, en kan de volgende thermostaat worden getest. Vergeet niet na het testen de thermostaten weer op de normale dagtemperatuur te zetten! Dit gaat eenvoudig door te draaien en te bevestigen. 1 2 3 Uitgave van JOCO Benelux B.V. te Assen, versie 1.0 d.d. 01-10-2015 blz. 31 / 50

4.1.5 Basisstations pairen aan elkaar Bij het pairen is het belangrijk om te weten dat er wordt bepaald dat slechts een basisstation master wordt. Dit is het basisstation die straks de centrale schakelingen gaat verzorgen. De overige basisstations worden als slave geconfi gureerd. Het pairen van basisstations geschiedt in de volgende stappen; >> Op het MASTER basisstation c.a 3 seconden op de knop sybus drukken, totdat de orange indicator-led master gaat snel knipperen. >> Daarna op het 1e SLAVE basisstation c.a. 1 seconde op de knop sybus drukken, wacht daarna even totdat de orange indicatorled master gaat knipperen. Soms zijn er wat meer pogingen voor nodig, let op dat je de knop nooit langer dan 2 seconden indrukt omdat dan de SLAVE ook MASTER wil gaan worden! >> Indien de procedure succesvol was brand op het MASTER basisstation de orange indicator-led master continu, en op het SLAVE knippert deze led langzaam. Om een volgend basisstation ook als SLAVE in te stellen alle drie de hierboven genoemde stappen herhalen. Indien geen succes de pairing eerst op alle basisstations ongedaan maken, zie volgend hoofdstuk; 4.1.6 De pairing van basisstations ongedaan maken Het pairen van basisstations kan ongedaan worden gemaakt als dit niet langer wenselijk is, of wanneer de pairing in eerste instantie niet correct is verlopen. Om de pairing ongedaan te maken moet de volgende handeling voor ieder basisstation worden herhaald; >> Houdt de de knop sybus op het basisstation ingedrukt totdat de indicator-led master uit gaat. Dit duurt normaal gesproken c.a. 10 seconden. Als het langer duurt: de knop even los laten en onmiddelijk weer indrukken en ingedrukt houden totdat de indicatorled master uit gaat. Let op, daarna start het basisstation opnieuw op. Dit houdt in dat ook de fi rst-open-functie op het basisstation (indien geprogrammeerd) weer aan gaat. Na c.a. 10 minuten hervat het basisstation normaal bedrijf. Tijdens het opnieuw opstarten worden alleen de sybus gegevens ge-reset, overige waarden blijven uiteraard behouden. Uitgave van JOCO Benelux B.V. te Assen, versie 1.0 d.d. 01-10-2015 blz. 32 / 50

4.1.7 Systeemtijd en datum instellen De systeemtijd hoeft slechts op 1 thermostaat per basisstation te worden uitgevoerd. De overige regelaars nemen deze tijd na c.a. 15 minuten automatisch over. Bij gepairde basisstations nemen de thermostaten van andere basisstations deze tijd eveneens over. Het instellen van de tijd en datum is een mooie gelegenheid om gewend te raken met de menustructuur van de thermostaat! Het instellen van tijd en datum gaat als volgt: beginscherm 1 2 3 4 5 6 jaar 7 8 9 maand 11 12 dag 13 14 uur 15 16 minuut 17 18 19 terug naar begin Uitgave van JOCO Benelux B.V. te Assen, versie 1.0 d.d. 01-10-2015 blz. 33 / 50

4.2 SYSTEEMPARAMETERS 4.2.1 Overzicht en uitleg van de systeemparameters Alle geavanceerde systeeminstellingen worden gedaan met zogenaamde systeemparameters. Deze parameters kunnen met de thermostaat, of via SD-kaart/Ethernet worden geconfi gureerd. Eerst volgt een uitleg van de parameters, met daarbij de fabrieksinstelling per parameter. Nr. Parameter Beschrijving X 010 Systeemkeuze Geef aan welk type verwarmingssysteem wordt toegepast. Er kan worden gekozen uit ; 0 = vloerverwarming (fabrieksinstelling) 1 = lagetemperatuur vloerverwarming (warmtepomp / betonkernaktivering) 2 = radiatorverwarming 3 = convectorverwarming 4 = ventilatorconvectorverwarming per thermostaat instelbaar 020 Blokkeringen Geef aan of deze thermostaat voor verwarming- of koelbedrijf moet worden geblokkeerd. 0 = geen blokkering (fabrieksinstelling) 1 = verwarmen geblokkeerd, alleen koelbedrijf mogelijk 2 = koelbedrijf geblokkeerd, alleen verwarmingsbedrijf mogelijk 030 Kinderslot Geef aan of de thermostaat alleen na het invoeren van een 4-cijferige PINcode mag worden bediend. 0 = geen kinderslot (fabrieksinstelling) 1 = kinderslot doormiddel van PIN-code actief 031 Kinderslot PIN Stel hier de 4-cijferige PIN- code in voor het kinderslot. (PAr 030) 0000..9999 [ ] [ ] [ ] [ ] 040 Externe sensor Geef aan of de thermostaat is uitgerust met een externe sensor. Thermostaten met externe sensoren zijn enkel op speciaal verzoek leverbaar. Er kan worden gekozen uit ; 0 = geen externe sensor (fabrieksinstelling) 1 = externe dauwpuntsensor 2 = externe vloertemperatuursensor 3 = externe ruimtetemperatuursensor 050 Achtergrondverlichting Geef aan hoe lang de achtergrondverlichting op de thermostaat moet blijven branden na de laatste bediening. Er kan worden gekozen voor; 00 05 10 15 20 25 30 seconden [ ] [ ] Uitgave van JOCO Benelux B.V. te Assen, versie 1.0 d.d. 01-10-2015 blz. 34 / 50

Nr. Parameter Beschrijving X 060 Correctie reële temperatuur waarde Indien gewenst kan de interne sensor van de thermostaat worden gecorrigeerd. Dit kan handig zijn als de thermostaat beïnvloed wordt door andere factoren, of gewoonweg iets afwijkt. De correctiewaarde kan worden ingegeven; -2,0-1,0 0,0 +1,0 +2,0 in stappen van 0,1 K [ ] [ ] [ ] per thermostaat instelbaar 070 Volg komfortprogramma 071 Volg intern komfortprogramma op doordeweekse dagen Geef aan of de gebruiker de interne komfortprogramma s mag gebruiken of dat er met de externe ECO ingang wordt gewerkt. (zie ook PAr 115 & 230) 0 = intern komfortprogramma basisstation (fabrieksinstelling) 1*= externe schakelklok, via ECO ingang basisstation * kies 1 als u geen gebruik van een tijdsprogramma wenst te maken Indien bij PAr 070 is gekozen voor 0, intern komfortprogramma, kan er hier worden aangegeven welk komfortprogramma voor deze thermostaat moet gelden op doordeweekse dagen. 0 = programma P0 1 = programma P1 2 = programma P2 (fabrieksinstelling) 3 = programma P3 072 Volg intern komfortprogramma in het weekend Indien bij PAr 070 is gekozen voor 0, intern komfortprogramma, kan er hier worden aangegeven welk komfortprogramma voor deze thermostaat moet gelden in het weekend. 0 = programma P0 (fabrieksinstelling) 1 = programma P1 2 = programma P2 3 = programma P3 instelling geldt voor geheel systeem Nr. Parameter Beschrijving X 110 Stelmotoren Geef aan welk type stelmotoren er in het systeem worden toegepast. Er kan worden gekozen uit; 0 = spanningsloos gesloten NC (fabrieksinstelling) 1 = spanningsloos open NO 115 Gedrag ECO ingang De ECO ingang kan als ingang voor het activeren van de nacht-/afwezigheidsmodus of voor de vakantiemodus. Dalingsverschiltemperatuur: Bij active ingang regelt de thermostaat een instelbaar (PAr 230) aantal graden onder de op dat moment ingestelde temperatuur. (bijv. 20,0-2,0K = 18,0) >Deze dalingsverschiltemperatuur geldt voor het hele systeem. Vakantiemodus Bij actieve ingang regelt de thermostaat naar de op de thermostaat instelbare absolute ruimtetemperatuur. (bijv. naar 15,0 >De vakantietemperatuur is op iedere thermostaat instelbaar. 0 = activeert dalingsverschiltemperatuur (fabrieksinstelling) 1 = activeert vakantietemperatuur Uitgave van JOCO Benelux B.V. te Assen, versie 1.0 d.d. 01-10-2015 blz. 35 / 50

Nr. Parameter Beschrijving X 120 Temperatuuraanduiding Geef aan of te temperatuuraanduiding in C of in F moet worden weergegeven op de thermostaten. 0 = graden Celcius C (fabrieksinstelling) 1 = graden Fahrenheit F 130 Gedrag pompuitgang De pompuitgang pump kan zowel decentraal als centraal worden toegepast. Decentrale pompschakeling De pompuitgang geldt onafhankelijk per basisstation. Bij energievraag van een van de thermostaten van ieder basisstation zal de pompuitgang van het betreffende basisstation geactiveerd worden. Centrale pompschakeling De pompuitgang op het als MASTER geprogrameerde basisstation wordt geactiveerd bij energievraag van een willekeurige thermostaat op een willekeurig gepaird basisstation. (functie vereist pairing van de basisstations, zie blad 36) instelling geldt voor geheel systeem 0 = decentrale pompschakeling (fabrieksinstelling) 1 = centrale pompschakeling via MASTER-basisstation 131 Pomptype Er kan worden gekozen om gebruik te maken van geavanceerde pompfuncties, zoals minimum loop- en stilstandtijd. Deze functies zijn normaal gesproken alleen noodzakelijk/gewenst bij elektronisch geregelde pompen met een ingebouwde regeling. Conventionele pomp Van de functie s minimum looptijd (PAr 135) en minimum stilstandtijd (PAr 136) worden geen gebruik gemaakt. Daar ingestelde waarden worden genegeerd. Elektronisch geregelde pomp Van de functie s minimum looptijd (PAr 135) en minimum stilstandtijd (PAr 136) worden gebruik gemaakt. 0 = conventionele pomp (fabrieksinstelling) 1 = elektronisch geregelde pomp 132 Vertragingstijd pompuitgang Er kan een vertragingstijd worden ingesteld ten behoeve van de pompuitgang. De vertragingstijd is de tijd tussen een energievraag van een thermostaat, en de daadwerkelijke activering van de pompuitgang. Indien de energievraag ongedaan wordt gemaakt voordat de vertragingstijd verstreken is blijft de uitgang inactief. De vertragingstijd is handig om een rustige regeling te verkrijgen, en voorkomt dat de pomp inschakelt wanneer ventielen nog (grotendeels) dicht zijn. 0* 1 2 3 4 5 = minuten vertragingstijd (2 min = fabrieksinstelling) [ ] * waarbij 0 = geen vertraging, functie uitgeschakeld Uitgave van JOCO Benelux B.V. te Assen, versie 1.0 d.d. 01-10-2015 blz. 36 / 50

Nr. Parameter Beschrijving X 133 Nadraaitijd pompuitgang Er kan een nadraaitijd worden ingesteld ten behoeve van de pompuitgang. De nadraaitijd is de tijd tussen het wegvallen van een energievraag van een thermostaat, en de daadwerkelijke deactivering van de pompuitgang. Indien er een nieuwe energievraag is voordat de nadraaitijd is verstreken blijft de uitgang actief. De nadraaitijd is handig om een rustige regeling te verkrijgen, en voorkomt dat de pomp uitschakelt wanneer ventielen nog (grotendeels) open zijn. 00* t/m 15 = minuten vertragingstijd (2 min = fabrieksinstelling) [ ] [ ] * waarbij 00 = geen nadraaitijd, functie uitgeschakeld 134 Werkrichting pompuitgang Er kan worden gekozen of de pompuitgang normally open (NO) of normally closed (NC) moet werken. 0 = open indien niet actief, normally open NO (fabrieksinstelling) 1 = gesloten indien niet actief, normally closed NC instelling geldt voor geheel systeem 135 Minimum looptijd pompuitgang Er kan een minimum looptijd worden ingesteld ten behoeve van de pompuitgang. Deze waarde wordt alleen gebruikt als bij PAr 131 is gekozen voor een elektronisch geregelde pomp. De minimum looptijd is de minimale absolute tijd dat de pompuitgang gestuurd moet worden. De minimum looptijd werkt als overkoepelende functie, waarbij zowel de nominale draaitijd als nadraaitijd gemonitord word. Wanneer de nominale- en na-draaitijd samen minder dan de ingestelde minimum looptijd zijn zorgt deze functie ervoor dat de pompuitgang eenmalig een berekend aantal minuten extra actief blijft. De minimum looptijd wordt veelal gebruikt bij centrale pompen, om pendelgedrag in de installatie te voorkomen. In sommige gevallen is deze functie zelfs verplicht, raadpleeg hiervoor de fabrieksdocumentatie van de pomp(en). 05 10 15 20 25 30 = minuten vertragingstijd (fabrieksinstelling) [ ] [ ] 136 Minimum stilstandtijd pompuitgang Er kan een minimum stilstandtijd worden ingesteld ten behoeve van de pompuitgang. Deze waarde wordt alleen gebruikt als bij PAr 131 is gekozen voor een elektronisch geregelde pomp. De minimum stilstand is de minimale absolute tijd dat de pompuitgang inactief moet blijven. De minimum stilstandtijd werkt als overkoepelende functie, waarbij zowel de regeling voorspelt of de stilstandtijd gewaarborgd kan worden. Zo ja wordt de uitgang voor de minimaal stilstandperiode uitgeschakeld. Zo niet dan blijft de pompuitgang actief. De minimum stilstandtijd wordt gebruikt bij sommige pomptypen, om beschadigingen door veelvuldig in- en uitschakelen van de voedingsspanning op de pompbesturing te voorkomen. Raadpleeg de fabrieksdocumentatie van de pomp(en) of deze functie noodzakelijk is. 05 10 15 20 25 30 = minuten vertragingstijd (fabrieksinstelling) [ ] [ ] Uitgave van JOCO Benelux B.V. te Assen, versie 1.0 d.d. 01-10-2015 blz. 37 / 50

Nr. Parameter Beschrijving X 140 Gedrag boileruitgang De keteluitgang boiler kan ook als sturing voor Change-Over kleppen worden gebruikt. Let er wel op dat PAr 141, 142, 160 en 161 dan geen functie meer hebben. Ketelsturing De keteluitgang geldt onafhankelijk per basisstation. Bij energievraag van een van de thermostaten van ieder basisstation zal de keteluitgang van het betreffende basisstation geactiveerd worden. Indien het basisstation via de draadloze of bedraade SystemBUS gepaird worden gedraagt de keteluitgang op het MASTER basisstation zich automatisch als centrale aansturing. Change-Over Pilot De boileruitgang op het als MASTER geprogrameerde basisstation wordt geactiveerd wanneer op de hoofdthermostaat koelbedrijf wordt geactiveerd. Het basisstation zal zijn externe CO-ingang volledig negeren. 0 = Ketelsturing (fabrieksinstelling) 1 = Change-Over Pilot instelling geldt voor geheel systeem 141 Vertragingstijd boileruitgang Alleen indien 140=0 142 Nadraaitijd boileruitgang Er kan een vertragingstijd worden ingesteld ten behoeve van de keteluitgang. De vertragingstijd is de tijd tussen een energievraag van een thermostaat, en de daadwerkelijke activering van de keteluitgang. Indien de energievraag ongedaan wordt gemaakt voordat de vertragingstijd verstreken is blijft de uitgang inactief. De vertragingstijd is handig om een rustige regeling te verkrijgen, en voorkomt dat de ketel inschakelt wanneer ventielen nog (grotendeels) dicht zijn. 00* t/m 60 minuten vertragingstijd (00 min = fabrieksinstelling) [ ] [ ] * waarbij 00 = geen vertraging, functie uitgeschakeld Er kan een nadraaitijd worden ingesteld ten behoeve van de keteluitgang. De nadraaitijd is de tijd tussen het wegvallen van een energievraag van een thermostaat, en de daadwerkelijke deactivering van de keteluitgang. Alleen indien 140=0 143 Werkrichting boileruitgang zowel indien 140=0 en indien 140=1 Indien er een nieuwe energievraag is voordat de nadraaitijd is verstreken blijft de uitgang actief. De nadraaitijd is handig om een rustige regeling te verkrijgen, en voorkomt dat de ketel uitschakelt wanneer ventielen nog (grotendeels) open zijn. 00* t/m 60 minuten nadraaitijd (00 min = fabrieksinstelling) [ ] [ ] * waarbij 00 = geen nadraaitijd, functie uitgeschakeld Er kan worden gekozen of de keteluitgang normally open (NO) of normally closed (NC) moet werken. 0 = open indien niet actief, normally open NO (fabrieksinstelling) 1 = gesloten indien niet actief, normally closed NC Uitgave van JOCO Benelux B.V. te Assen, versie 1.0 d.d. 01-10-2015 blz. 38 / 50

Nr. Parameter Beschrijving X 160 Vorstbeveiliging De keteluitgang boiler kan indien gewenst worden voorzien van een vorstbeveiliging. Deze functie zorgt er voor dat wanneer op een thermostaat de bij PAr 161 ingestelde minimumtemperatuur bereikt wordt automatisch de ketel wordt aangestuurd. (let op dat de functie ook op de thermostaat actief moet zijn zodat de ventielen ook daadwerkelijk open staan) Alleen indien 140=0 161 Vorstbeveiligingstemperatuur Alleen indien 140=0 0 = geen vorstbeveiligingsfunctie keteluitgang 1 = actieve vorstbeveiligingsfunctie keteluitgang (fabrieksinstelling) Hier kan de ruimtetemperatuur worden ingesteld waarbij/waaronder de vorstbeveiliging van de keteluitgang (PAr 160) geactiveerd moet worden. 05 t/m 10 C ruimtetemperatuur (08 C = fabrieksinstelling) [ ] [ ] instelling geldt voor geheel systeem 170 Smart-Start Indien er gebruik wordt gemaakt van de interne komfortprogramma s (PAr 070) kan er gebruik worden gemaakt van een zogenaamde Smart-Start functie. geen Smart-Start Wanneer in het komfortprogramma een komforttijd wordt geprogrammeerd begint de regeling vanaf dan naar de komforttemperatuur te regelen, zonder rekening te houden met de opwarmtijd van het systeem. wel Smart-Start De regeling berekent hoe lang het duurt voordat de Heating-Zones op de komforttemperatuur zijn, en zorgt ervoor dat de regeling eerder begint zodat de komforttemperatuur op de komforttijd bereikt is. 0 = geen Smart-Start (fabrieksinstelling) 1 = wel Smart-Start 180 Noodbedrijf, duur tot activering Indien de verbinding met een thermostaat wordt verbroken kan hier worden ingesteld na hoeveel tijd noodbedrijf in werking moet gaan treden. Noodbedrijf is bedoeld als extra beveiliging, bijvoorbeeld wanneer een gebouw langer leegstaat, of men vergeet de batterijen van de thermostaten te vervangen. Let op, noodbedrijf geld voor zowel verwarming- als koelbedrijf. Onder PAr 181 t/m 183 kunnen de verdere variabelen voor het noodbedrijf worden ingesteld. 030 t/m 600 minuten* (180 min = fabrieksinstelling) [ ] [ ] [ ] * in stappen van 30 minuten Uitgave van JOCO Benelux B.V. te Assen, versie 1.0 d.d. 01-10-2015 blz. 39 / 50

Nr. Parameter Beschrijving X 181 Noodbedrijf, duur PWM cyclus De duur van een PulsWeidteModulatie cyclus kan voor het noodbedrijf worden aangepast. In combinatie met de aansturingsduur (PAr 182 en 183) bepaald dit hoeveel minuten de Heating-Zones tijdens noodbedrijf aangestuurd gaan worden. In principe hoeft deze instelling nooit te worden aangepast. 10 t/m 30 minuten (15 minuten = fabrieksinstelling) [ ] [ ] 182 Noodbedrijf, % PWM verwarmen Het percentage van een PWM cyclus dat de stelmotoren tijdens noodbedrijf moeten worden aangestuurd, als het basisstation in verwarmingsbedrijf is. Voorbeeld resultaat Cyclus (PAr 181) = 15 minuten %PWM = 25% Dan zal tijdens noodbedrijf de Heating-Zone telkens (25% van 15 minuten) 3,75 minuten aangestuurd worden, en vervolgens (15-3,75 minuten) 11,25 minuten niet. instelling geldt voor geheel systeem 183 Noodbedrijf, % PWM koelen 000 t/m 100 % (25 % = fabrieksinstelling) [ ] [ ] [ ] Het percentage van een PWM cyclus dat de stelmotoren tijdens noodbedrijf moeten worden aangestuurd, als het basisstation in verwarmingsbedrijf is. Voorbeeld resultaat Cyclus (PAr 181) = 15 minuten %PWM = 25% Dan zal tijdens noodbedrijf de Heating-Zone telkens (25% van 15 minuten) 3,75 minuten aangestuurd worden, en vervolgens (15-3,75 minuten) 11,25 minuten niet. 000 t/m 100 % (0 % = fabrieksinstelling) [ ] [ ] [ ] 190 Ventielbeveiliging, duur tot activering Indien gewenst kan er een ventielbeveiliging worden ingesteld. Een ventielbeveiliging is raadzaam in installaties waar het risico bestaat dat installatie-onderdelen voor langere tijd niet gebruikt worden, bijvoorbeeld installaties welke alleen voor verwarming dienen tijdens de zomerperiode. De ventielbeveiligingsfunctie zorgt ervoor dat de stelmotoren na een x-aantal dagen ongebruikt te zijn voor een instelbare tijdsduur (PAr 191) te worden aangestuurd, om te voorkomen dat deze ventielen vast gaan zitten. Let op, indien gebruik van deze functie niet wenselijk is dient de instelbare tijdsduur bij PAr 191 op 00 te worden gezet. 01 t/m 28 dagen (14 dagen = fabrieksinstelling) [ ] [ ] Uitgave van JOCO Benelux B.V. te Assen, versie 1.0 d.d. 01-10-2015 blz. 40 / 50

Nr. Parameter Beschrijving X 191 Ventielbeveiliging, activeringsduur De duur van activering van de Heating-Zones tijdens de ventielbeveiliging is instelbaar. Let op, indien gebruik van deze functie niet wenselijk is dient de instelbare tijdsduur op 00 te worden gezet. 200 Pompbeveiliging, duur tot activering 00 t/m 10 minuten (5 minuten = fabrieksinstelling) [ ] [ ] * waarbij 00 = geen activeringsduur, functie uitgeschakeld Indien gewenst kan er een pompbeveiliging worden ingesteld. Een pompbeveiliging is raadzaam in installaties waar het risico bestaat dat installatieonderdelen voor langere tijd niet gebruikt worden, bijvoorbeeld installaties welke alleen voor verwarming dienen tijdens de zomerperiode. instelling geldt voor geheel systeem 201 Pompbeveiliging, activeringsduur De pompbeveiligingsfunctie zorgt ervoor dat de pompuitgang na een x-aantal dagen ongebruikt te zijn voor een instelbare tijdsduur (PAr 201) te wordt aangestuurd, om te voorkomen dat de pompschoepen vast gaan zitten. Let op, indien gebruik van deze functie niet wenselijk is dient de instelbare tijdsduur bij PAr 201 op 00 te worden gezet. 01 t/m 28 dagen (03 dagen = fabrieksinstelling) [ ] [ ] De duur van activering van de pompuitgang tijdens de pompbeveiliging is instelbaar. Let op, indien gebruik van deze functie niet wenselijk is dient de instelbare tijdsduur op 00 te worden gezet. 210 First-Open functie 00 t/m 10 minuten (5 minuten = fabrieksinstelling) [ ] [ ] * waarbij 00 = geen activeringsduur, functie uitgeschakeld Ieder keer als een basisstation wordt herstart (bijvoorbeeld nadat de voedingsspanning weg is geweest) wordt de fi rst-open-functie geactiveerd. De werking hiervan wordt beschreven op bladzijde 31. 00*t/m 10 minuten (10 minuten = fabrieksinstelling) [ ] [ ] * waarbij 00 = fgeen activeringsduur, functie uitgeschakeld Uitgave van JOCO Benelux B.V. te Assen, versie 1.0 d.d. 01-10-2015 blz. 41 / 50

Nr. Parameter Beschrijving X 220 Automatische zomer- / wintertijd Er kan worden ingesteld of de interne tijdklok automatisch tussen zomer- & wintertijd moet schakelen of niet. 0 = niet automatisch omschakelen 1 = automatisch schakelen tussen zomer- & wintertijd (fabrieksinstelling) 230 Dalingsverschil temperatuur Indien bij PAr 070 is gekozen voor 1 externe ECO-ingang van systeem gebruiken kan hier de dalingsverschiltemperatuur worden ingesteld. instelling geldt voor geheel systeem Dit is het gewenste temperatuursverschil met de ingestelde temperatuur op de thermostaat, tijdens actieve ECO ingang. Voorbeeld verwarmingsbedrijf De thermostaat staan normaal op 20,0 C ingesteld. De dalingsverschiltemperatuur is hier op 2,0 K geprogrammeerd. Tijdens actieve ECO ingang regelt deze thermostaat naar 20,0-2,0 = 18 C ruimtetemperatuur. Voorbeeld koelbedrijf De thermostaat staan normaal op 20,0 C ingesteld. De dalingsverschiltemperatuur is hier op 2,0 K geprogrammeerd. Tijdens actieve ECO ingang regelt deze thermostaat naar 20,0+2,0 = 22 C ruimtetemperatuur. Belangrijke informatie indien gebruik wordt gemaakt van deze functie Bij PAr 70 kan worden gekozen of de interne komfortprogramma s of ECO ingang moet wordt gebruikt voor deze dalingsfunctie. Bij deze ECO functie met dalingsverschiltemperatuur kan de gebruiker geen absolute dag- en nachttemperatuur instellen. Wij adviseren de functie met komfortprogramma s te gebruiken zodat de gebruiker zelf meer invloed heeft over het energieverbuik van haar systeem. Zie ook de gebruikershandleiding voor meer informatie over dit onderwerp. 2,0 t/m 6,0 K (2,0 K = fabrieksinstelling) [ ],[ ] Uitgave van JOCO Benelux B.V. te Assen, versie 1.0 d.d. 01-10-2015 blz. 42 / 50

4.2.2 Systeemparameters instellen met de thermostaat Systeemparameters zijn noodzakelijk voor de goede werking van het systeem. Wijzigingen in de systeemparameters kunnen grote gevolgen hebben voor de juiste werking alsmede de beveiliging van systeemcomponenten. De hieronder beschreven procedure laat zien hoe het servicemenu kan worden geopend, en hoe een parameter kan worden geselecteerd. Op de voorgaande pagina s kunt u per parameter zien wat de invoerwaarde kan/moet zijn die u hier in kunt vullen. beginscherm 1 2 3 4 5 6 PIN 1234 PIN 1234 PIN 1234 7 8 PIN 1234 9 PAr 010 10 11 PAr 010 12 PAr 010 13 14 15 16 volgende 17 EINDE 18 PAr (stap 9) Uitgave van JOCO Benelux B.V. te Assen, versie 1.0 d.d. 01-10-2015 blz. 43 / 50

4.2.3 Systeemparameters instellen met een SD-kaart Systeemparameters zijn noodzakelijk voor de goede werking van het systeem. Wijzigingen in de systeemparameters kunnen grote gevolgen hebben voor de juiste werking alsmede de beveiliging van systeemcomponenten. De hieronder beschreven procedure laat zien hoe het programma van het basisstation op een lege SD-kaart kan worden geladen. Zodra een SD-kaart met een programma in het basisstation wordt gedaan wordt het programma in het basisstation altijd overschreven. De correcte procedure is dus; >> SD-kaart formatteren (op PC of laptop) >> programma basisstation schrijven op SD-kaart >> programma op PC of laptop vanaf SD-kaart uploaden naar de webinterface >> programma aanpassen in webinterface >> programma opslaan op SD-kaart >> programma vanaf SD-kaart op basisstation schrijven Indien deze procedures/termen vragen bij u oproepen of onduidelijk is wat er bedoeld wordt adviseren wij met klem een andere methode te proberen omdat het systeem anders mogelijk geheel opnieuw geprogrammeerd moet gaan worden als u een fout/vergissing maakt. SD-kaart formatteren (op PC of laptop) * Gebruik alleen SD-kaarten met 2GB of MINDER opslagvolume. * Steek de SD-kaart in de SD-slot op uw PC of laptop. * Formatteer de SD-kaart in FAT16 (of gewoon FAT) bestandsindeling. (GEEN FAT32 of NTFS) Programma basisstation schrijven op SD-kaart * Steek de SD-kaart in het basisstation * De orange indicator-led SyBUS knippert een paar keer * Haal de SD-kaart uit het basisstation Programma op PC of laptop vanaf SD-kaart uploaden naar de webinterface * Steek de SD-kaart in de SD-slot op uw PC of laptop. * Maak een reservekopie van het op de SD kaart aanwezige bestand params_ezr.bin op uw PC, zodat u later de confi guratie van het basisstation kunt herstellen als dit nodig is * Ga met uw browser naar http://www.ezr-home.de/ezrmanagersdcard/public/ * Klik op Home, en zet de taal rechtsbovenin op Nederlands * Bij parameterbestand klikt u op bladeren * Zoek het bestand params_ezr.bin op, welke op de SD kaart staat, en klik op open. * Klik op bestand import * Zet wederom de taal rechtsbovenin op Nederlands Uitgave van JOCO Benelux B.V. te Assen, versie 1.0 d.d. 01-10-2015 blz. 44 / 50

Programma aanpassen in webinterface * Standaard heeft u nu alleen toegang tot het Komfortprogramma. Als u alleen het komfortprogramma wenst te wijzigen kunt u hiermee aan de slag. Om de overige parameters vrij te geven dient u naar Home te gaan, en vervolgens de servicecode in te geven. Dit is 1234. * U kunt nu de parameters instellen zoals gewenst. Programma opslaan op SD-kaart * Ga naar Home. * Klik bij bestand export op starten * Sla het bestand params_usr.bin op op uw SD kaart note: het params_ezr.bin bestand mag op de SD kaart blijven staan Programma vanaf SD-kaart op basisstation schrijven * Steek de SD kaart in het basisstation. * Het programma wordt automatisch geschreven, er volgen geen verdere indicatoren. Controleer handmatig of de gewenste parameters zijn ingesteld, zie vorige hoofdstuk. Uitgave van JOCO Benelux B.V. te Assen, versie 1.0 d.d. 01-10-2015 blz. 45 / 50

4.2.4 Systeemparameters instellen via de Ethernet-poort Systeemparameters zijn noodzakelijk voor de goede werking van het systeem. Wijzigingen in de systeemparameters kunnen grote gevolgen hebben voor de juiste werking alsmede de beveiliging van systeemcomponenten. Voor het verbinden van het basisstation via ethernet verwijzen wij u naar de voorschriften en handleidingen van de fabrikant. Deze zijn te downloaden op ww.ezr-home.de. JOCO Benelux B.V. geeft geen ondersteuning op toepassingen waar ethernet gebruikt gaat worden. Voor technische support op dit vlak kunt u contact opnemen met service@moehlenhoff.de 4.2.5 XML parameters en koppeling met andere systemen Voor het verbinden van het basisstation via XML verwijzen wij u naar de voorschriften en handleidingen van de fabrikant. Deze zijn te downloaden op ww.ezr-home.de. JOCO Benelux B.V. geeft geen ondersteuning op toepassingen waar XML gebruikt gaat worden. Voor technische support op dit vlak kunt u contact opnemen met service@moehlenhoff.de Uitgave van JOCO Benelux B.V. te Assen, versie 1.0 d.d. 01-10-2015 blz. 46 / 50

5. TESTEN & STORINGSWEERGAVE 5.1 SYSTEEMTEST 5.1.1 Verbindingstest thermostaten Het is een goede gewoonte om onmiddelijk na het pairen van de thermostaten een verbindingstest uit te voeren. Zo weet je zeker dat de toewijzing en communicatie functioneert zoals verwacht, en je niet onverhoopt terug moet komen voor een storing die eenvoudig te vermijden was geweest. Zet voor de test alle thermostaten op de minimum instelwaarde; 5 graden. Een veelgemaakte fout is de thermostaat slechts een graad omhoog zetten om te testen, wat vanwege de pulsweidtemodulatie een onnauwkeurige manier van testen is! 1 2 3 Controleer nu eerst of alle HZ-indicatoren op het basisstation uit zijn. Indien dit het geval is kan nu de toewijzingstest uitgevoerd worden zoals hieronder beschreven. 1 2 3 >3s De aan de thermostaat toegekende HZ s lichten nu op op het basisstation. Dit duurt 1 minuut, daarna gaan ze vanzelf weer uit, en kan de volgende thermostaat worden getest. Vergeet niet na het testen de thermostaten weer op de normale dagtemperatuur te zetten! Dit gaat eenvoudig door te draaien en te bevestigen. 1 2 3 Uitgave van JOCO Benelux B.V. te Assen, versie 1.0 d.d. 01-10-2015 blz. 47 / 50

5.2 AANDUIDINGEN & STORINGSWEERGAVE 5.2.1 Aanduiding en storingsweergave op het basisstation Hieronder ziet u de verschillende aanduidingen met hun betekenis. Deze weergaven zijn voor alle typen (4-, 8- & 12-zone) gelijk. Heating Zones Constant aan Constant uit Regelmatig knipperend HZ actief (stelmotor aan) HZ inactief (stelmotor uit) Noodbedrijf actief. Controleer de thermostaat, haar accu, en voer een verbindingstest uit. Pump Boiler Cool Master NO Power Constant uit Constant aan Constant uit Constant aan Regelmatig knipperend Constant aan Regelmatig knipperend Constant uit Constant aan Constant uit Constant aan Regelmatig knipperend Constant uit Constant aan Systeem geconfi gureerd voor Normally Closed stelmotoren Systeem geconfi gureerd voor Normally Open stelmotoren Basisstation is niet gepaird met andere basisstations Basisstation is gepaird, en functioneert als MASTER Basisstation is gepaird, en functioneert als SLAVE Koelbedrijf actief (handmatig, of via CO-ingang) Dauwpuntsensor-ingang actief (tijdens koelbedrijf) Ketel (Boiler)-uitgang inactief Ketel (Boiler)-uitgang actief Pump-uitgang inactief Pump-uitgang actief Temperatuurbegrenzer TB ingang actief (+ERROR brand) Geen spanning op het basisstation 24VAC spanning op het basisstation Error Constant aan Temperatuurbegrenzer TB ingang actief (+Pump knippert) sybus Wordt alleen gebruikt voor het pairen van basisstations, en laden van SD-data. Fuse Constant aan Zekering defect, vervang de zekering. Uitgave van JOCO Benelux B.V. te Assen, versie 1.0 d.d. 01-10-2015 blz. 48 / 50

5.2.2 Aanduiding en storingsweergave op de thermostaten Verbinding gestoord. Voer een verbindingstest uit, controleer of het basisstation ingeschakeld is. Interne temperatuurssensor defect. De thermostaat dient vervangen te worden. Externe temperatuurssensor defect. De thermostaat en/of de externe sensor zelf dient vervangen te worden. Let op, thermostaten met externe temperatuurssensor worden enkel op speciaal verzoek geleverd. Infraroodsensor defect. De thermostaat dient vervangen te worden. Let op, thermostaten met infraroodsensor worden enkel op speciaal verzoek geleverd. Basisstation ondanks succesvolle pairing niet gevonden. Controleer of er spanning op het basisstation staat. (de zekering of voeding van het basisstation is hoogstwaarschijnlijk uitgevallen) Als het probleem blijft bestaan dient de thermostaat opnieuw aan het basisstation te worden gepaird. Communicatie tussen de basisstations gestoord. Controleer of er spanning op het basisstation staat. (de zekering of voeding van het basisstation is hoogstwaarschijnlijk uitgevallen) Als het probleem blijft bestaan dienen de basisstations opnieuw aan elkaar te worden gepaird. Uitgave van JOCO Benelux B.V. te Assen, versie 1.0 d.d. 01-10-2015 blz. 49 / 50

6. ONDERHOUD 6.1 ONDERHOUD 6.1.1 Systeemtijd en datum instellen De systeemtijd hoeft slechts op 1 thermostaat per basisstation te worden uitgevoerd. De overige regelaars nemen deze tijd na c.a. 15 minuten automatisch over. Bij gepairde basisstations nemen de thermostaten van andere basisstations deze tijd eveneens over. beginscherm 1 2 3 4 5 6 jaar 7 8 9 maand 11 12 dag 13 14 uur 15 16 minuut 17 18 19 terug naar begin Uitgave van JOCO Benelux B.V. te Assen, versie 1.0 d.d. 01-10-2015 blz. 50 / 50