Urologie Operatie voor inspanningsurineverlies (stress- incontinentie) bij de vrouw Deze vorm van urineverlies treedt op bij lichamelij ke inspanning zoals tillen, sporten, springen en is het gevolg van een verzwakte bekkenbodem dan wel een onvoldoende functionerende sluitspier. Fig 1 en 2 Voordat u op de polikliniek komt, heeft u al bloed en urine onderzoek laten doen en heeft u thuis al een aantal lij sten ingevuld. Bij het eerste poliklinische bezoek worden de uitslagen en de vragenlij sten met u doorgenomen. Daarna volgt er een lichamelij k onderzoek, onder meer bestaand uit een vaginaal toucher (= inwendig onderzoek) en meestal ook een kij konderzoek van de blaas (= cystoscopie, in dat geval heeft u thuis al een informatiefolder over dit onderzoek ontvangen) en een echografie van uw nieren en blaas. Bij een vaginaal toucher beoordeeld de arts de ligging van de blaas, baarmoeder en de dikke darm en kan bij persen of aanspannen van de bekkenbodem de kwaliteit van de bekkenbodemspieren worden beoordeeld en getest worden of er sprake is van een verzakking. 153906 10112016
Soms is het noodzakelijk om dan ook een rectaal toucher (= inwendig onderzoek van de endeldarm) uit te voeren. Bij een deel van de vrouwen met urineverlies moet de blaas tijdens een extra polikliniek bezoek nog verder onderzocht worden door middel van een urodynamisch onderzoek. Hiervoor verwijzen we u naar de informatie folder over dit onderzoek, die te vinden is op de website van het ziekenhuis (www.zrt.nl). Bij de meerderheid van de vrouwen wordt eerst bekkenbodem fysiotherapie gegeven om de klachten te verhelpen zonder een operatie. Indien noodzakelijk kan deze operatie worden gecombineerd met een verzakkingsoperatie door de gynaecoloog. Operatieve Behandeling De operatie voor stress incontinentie is door de komst van kunststof bandjes minder zwaar geworden. Voor de operatie Voordat u wordt opgenomen vindt er eerst nog een preoperatieve onderzoek plaats. Tijdens dit onderzoek krijgt u uitleg over de methode van verdoven (meestal een ruggenprik, soms algehele of plaatselijke verdoving) en er wordt u nog gevraagd naar bijzondere aandoeningen en medicijngebruik. U dient zich de avond voor de operatie of de ochtend van de operatie te scheren. Wat te doen als u bloedverdunnende medicijnen neemt Het is belangrijk dat u vermeld of u bloedverdunners gebruikt. Uw arts bespreekt dan met u wat u moet doen met uw antistollingsmedicatie (bloedverdunners). Opname De opname duurt 1 tot 2 dagen. Tenzij speciale voorbereiding nodig is wordt u de dag van de operatie opgenomen. U heeft van de afdeling opname te horen gekregen of u nuchter moet komen, of dat u een licht ontbijt mag gebruiken en welke medicijnen u wel of niet moet innemen. Op de afgesproken tijd meldt u zich bij de TVO balie in de centrale hal van het ziekenhuis. De gastvrouw brengt u dan naar de verpleegafdeling. Voor de operatie 2
krijgt u medicijnen toegediend op voorschrift van de anesthesioloog (premedicatie) en operateur (antibiotica). Op de afdeling plast u nog even uit en krijgt u operatiekleding aan. Sieraden mogen niet mee naar de operatie afdeling. Daarna brengt de verpleegkundige u met uw bed naar de voorbereidingsruimte van de operatieafdeling. Hier krijgt u een infuus in de arm aangelegd voor het toedienen van vocht en medicijnen tijdens de operatie. Daarna wordt u naar de operatiekamer gereden. U stapt dan over op de operatietafel en krijgt een bloeddrukmeter om en ook een knijper op uw vinger om de zuurstof in uw lichaam tijdens de ingreep te controleren. Ook krijgt u een aantal plakkers op de borstkas geplaatst om de hartfunctie constant te controleren tijdens de ingreep. De dokter die u opereert zal dan een vragenlijst met u doornemen om er zeker van te zijn dat u de juiste ingreep ondergaat en dat alle noodzakelijke voorbereidingen zijn getroffen. Dan krijgt u zoals met u afgesproken een ruggenprik, een plaatselijke of algehele verdoving toegediend. De operatie zelf Kunststofbandjes voor urineverlies zijn sinds de jaren 90 al bij miljoenen vrouwen geplaatst. Nog steeds vinden technische verbeteringen plaats, maar het principe blijft hetzelfde: Een kunststof bandje wordt spanningsloos als een hangmat net onder de plasbuis geplaatst en wordt aan beide kanten in het kleine bekken vastgezet. 3
Meestal volstaat hierbij een klein sneetje van enkele centimeters net onder de plasbuis in de voorkant van de schede, soms worden ook nog een tweetal kleine sneetjes in de lies gemaakt om het bandje naar opzij te leiden. De blaas wordt tijdelijk leeggehouden door het plaatsen van een catheter en in de schede wordt vaak een tampon gesplaatst ter voorkoming van een bloeding. De catheter wordt aan het eind van de ingreep verwijderd en de tampon een uur later. 4
Op de afdeling Na de operatie verblijft u een korte tijd op de uitslaapkamer. Zo snel als dit verantwoord is wordt u weer teruggebracht naar de verpleegafdeling. U zult dan zelf gaan proberen te plassen. Na het uitplassen wordt er een echo gemaakt om te controleren of er niet teveel urine in de blaas achter is gebleven. Is dit het geval, of kunt u helemaal niet zelf plassen, dan wordt er opnieuw een catheter geplaatst. Lukt het plassen de dag van de operatie niet, dan is dit niet ongewoon, de volgende dag lukt het vrijwel altijd, soms met behulp van medicijnen. De hechtingen van het wondje (net achter het plasgaatje in de schede) lossen in een aantal weken vanzelf op en hoeven niet te worden verwijderd. Het wondje in de schede zorgt vaak voor een kleine hoeveelheid bloedverlies. Op de afdeling krijgt u pijnmedicijnen toegediend op voorschrift van de anesthesioloog. Uitzonderingen daargelaten kunt u de dag van de operatie alweer naar huis. Weer thuis Het plassen De blaas en plasbuis moeten vaak wennen aan de aanwezigheid van het bandje. Dit kan zich uiten door het snel optreden van de drang om te plassen en vaak kleine beetjes plassen. Ook gaat het plassen vaak langzamer dan voorheen. Probeer niet te persen bij het plassen. Hoewel het bandje losjes ligt en niet kan doorscheuren of losscheuren, is ons advies om in de eerste zes weken zo min mogelijk zwaar te tillen (maximaal 10 á 12.5 kg) of te sporten. In deze tijd kan het bandje met het lichaam vergroeien. Wanneer u thuis bent mag u gewoon gaan douchen. De eerste 2 weken mag u alleen niet in bad en ook geen tampon gebruiken. Geslachtsgemeenschap wordt de eerste twee tot vier weken ontraden. Fietsen mag al weer na 4 weken. Complicaties De kans hierop is klein. Blaasontsteking U krijgt de dag van de ingreep een antibioticum toegediend. De kans dat u daarna een blaasontsteking krijgt is hierdoor erg klein. 5
Als bijwerking van het gebruik van antibiotica treedt een enkele keer een vaginale schimmelinfectie op. U merkt dit door jeuk en toegenomen vaginale afscheiding. Dit kan eenvoudig door uw (huis) arts worden behandeld. Bloeding Bij het plaatsen van het bandje kan een bloeding optreden, dit is meestal zeer beperkt. Niet kunnen plassen Op de dag van de operatie is het niet ongewoon dat het plassen niet goed lukt. De volgende dag lukt het dan in vrijwel alle gevallen wel. Zo niet, dan gaat u met een tijdelijke catheter naar huis of wordt u in het ziekenhuis aangeleerd de blaas zelf te legen met een catheter. Slechts bij uitzondering (1%) moet het bandje later worden gekliefd, soms, maar niet altijd, leidt dit dan tot hernieuwde incontinentie. Een beschadiging van de plasbuis Dit komt vrijwel nooit voor. Maar gebeurt dit toch, dan wordt de plasbuis gerepareerd en houdt u de catheter enige dagen langer. Drang (= urge) incontinentie Door de ingreep kan bij een enkele patient de blaas zo verkrampen dat de sluitspier de urine niet tegen kan houden. Hiertegen helpen medicijnen goed. Veel vaker ontstaat een gevoel van aandrang zonder dat hierbij urine wordt verloren. Deze klachten verdwijnen praktisch altijd binnen een aantal weken. Wondgenezingsstoornis Het slijmvlies over het bandje gaat een enkele keer stuk, het bandje komt dan bloot te liggen. Dit laat zich goed behandelen door behandeling met hormoonzalf en indien succes achterwege blijft kan dat stukje van het bandje verwijderd worden. 6
Na de operatie volgen nog poliklinische controles. De eerste controle is na twee weken bij de verpleegkundige. Na 6 weken heeft u een controle bij de uroloog. Na een jaar wordt er een blaasonderzoek gedaan (cystoscopie) ter controle van de ligging van het bandje. Uw behandelend arts dan wel de incontinentie verpleegkundige stelt het op prijs om van u te horen hoe uw ervaringen in het ziekenhuis en na ontslag zijn geweest. Andere folders: Fysiotherapie Pessarium Hormonale behandeling Botox Overactieve blaas Gynaecologische folders Vragen Uw behandelend uroloog bespreekt met u de verdere gang van zaken na de operatie. Als u nog vragen hebt over de operatie en de gevolgen ervan, dan kunt u deze samen met uw partner/ directe naaste bespreken met uw behandelend arts of de verpleegkundige van de polikliniek. Bericht van verhindering Bent u op het afgesproken tijdstip voor poliklinisch onderzoek of opname verhinderd, bel dan zo snel mogelijk de polikliniek urologie. Er kan dan nog een andere patiënt in uw plaats komen. Deze patiëntenvoorlichtingsfolder is gebaseerd op informatie, verstrekt door de Nederlandse Vereniging voor Urologie (NVU). 7
Polikliniek Urologie Tel. 0344 67 40 40 Verpleegafdeling Urologie M3 of M4 Tel. 0344 67 45 86 Verpleegafdeling Urologie A3 dagverpleging Tel. 0344 67 44 88 Ziekenhuis Rivierenland Tiel Pres. Kennedylaan 1 4002 WP Tiel Postbus 6024 4000 HA Tiel Tel. 0344 67 49 11 Fax 0344 67 44 19 Internetsite: www.zrt.nl