profiel Asfaltafwerker SBW O&R04/7/052/tk/11-05-2005
Inhoudsopgave Algemene informatie 2 Kerntaken van het beroep 4 Kernopgaven van het beroep 8 Competentiematrix 9 s met succescriteria 10 1
profiel asfaltafwerker Algemene informatie datum: 11-05-2005 versie: 03 Onder regie van kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven Ontwikkeld door: SBW SBW, afdeling O&T Brondocument(en) Legitimering beroepscompetentieprofiel door: - op format vereisten - op de inhoud Mogelijke functiebenamingen afwerker asfalt asfaltwerker asfaltmedewerker 1. Beroepsprofielen in de gww, eindrapport van de beroepanalyse voor civieltechnische vakopleidingen, 1999 (IO9908/011/tk) 2. gesprekken met deskundigen SBW, d.d. 11-05-2005 VBW asfalt d.d. 27 mei 2005 Bouw- en Houtbond CNV d.d. 18 mei 2005 FNV Bouw d.d. 14 mei 2005 HZC d.d. 17 mei 2005. 2
Beroepsbeschrijving Beroepscontext/ werkzaamheden Sector en bedrijf De asfaltafwerker verricht zijn werkzaamheden in de sector grond-, water- en wegenbouw. Deze sector is onderdeel van de bedrijfstak bouw. De asfaltafwerker is werkzaam in middelgrote of grote bedrijven. De bedrijven hebben als voornaamste activiteiten de aanleg van wegen. De opdrachtgevers zijn overheidsinstellingen, particulieren en particulier bedrijfsleven. Werkomgeving De asfaltafwerker is lid van een asfaltploeg. Hij verricht allerlei werkzaamheden rond de asfaltafwerkmachine. De asfaltafwerker verricht zijn werkzaamheden op bouwterreinen, wegen, in steden, in een buitengebied of op een vaste locatie. Bij zijn werkzaamheden heeft hij te maken met collega s, omwonenden, voorbijgangers en verkeer. Bij de uitvoering van de werkzaamheden is hij vaak afhankelijk van de weersomstandigheden. Werkzaamheden De belangrijkste werkzaamheden van de asfaltafwerker zijn: asfaltwerk voorbereiden asfaltwerk uitvoeren asfalt afwerken. Materiaal/materieel De asfaltafwerker werkt bij een asfaltafwerkmachine en de bijbehorende walsen. De asfaltafwerker bedient een sproeiwagen en een splitstrooier. daarnaast gebruikt hij schop, bezem en hark. Relaties en contacten De asfaltafwerker werkt altijd samen met anderen van een asfaltploeg. Een asfaltploeg is als volgt samengesteld: machinist asfaltafwerkmachine balkman walsmachinist(en) asfaltafwerker(s) chauffeur kleefauto (sproeiwagen) asfaltuitvoerder. Persoonskenmerken Er zijn geen specifieke persoonskenmerken te onderscheiden voor de asfaltafwerker. Rol en verantwoordelijkheden Complexiteit Wettelijke vereisten De asfaltafwerker is veelal VCA gecertificeerd en voert zijn werk uit volgens wetgeving op het gebied van arbo, milieu en veiligheid. De asfaltafwerker is verantwoordelijk voor: kwaliteit van het eigen werk milieu en veiligheid op het werk. De asfaltafwerker werkt onder leiding van een asfaltuitvoerder. Deze asfaltuitvoerder is vrijwel altijd op het werk aanwezig en aanspreekbaar. De asfaltafwerker werkt routinematig. 3
Typerende beroepshouding De asfaltafwerker kan snel reageren op onvoorziene omstandigheden waarbij hij oog heeft voor de veiligheid van zichzelf, de ploeg en omstanders. Trends/innovaties Marktontwikkelingen Door de verwachte uitstroom van oudere werknemers zal de vraag naar nieuw, gemotiveerd, vakbekwaam, zelfstandig personeel toenemen. Bedrijven vragen hun werknemers om vaker in de weekenden, in de avonduren of in het buitenland werkzaam te zijn. Dit vraagt een grotere flexibiliteit van de werknemers. Wetgeving/ De kwaliteits-, veiligheids-, arbo- en milieueisen nemen toe. overheidsregulering Technologische ontwikkelingen Bedrijfsorganisatorische ontwikkelingen Internationale ontwikkelingen Loopbaanmogelijkheden De machines met hulp- en uitrustingsstukken worden steeds groter, complexer, geavanceerder en specialistischer. Hierdoor verschuift het onderhoud steeds meer naar de werkplaats. De bediening van de balk gebeurt steeds vaker met behulp van elektronica en laserapparatuur. Hierbij neemt het gebruik van drempelbalken toe. Er worden hoge eisen gesteld aan de communicatieve vaardigheden en het zelfstandig werken van de asfaltafwerker. Ook krijgt hij steeds meer verantwoordelijkheden; met als gevolg meer eisen aan kwaliteitsbewustzijn, kostenbewustzijn en bewust zijn van afbreukrisico s, bijvoorbeeld van het niet nakomen van de milieuvoorschriften. Vanwege de hoge risico s besteden de bedrijven steeds meer aandacht aan de werkvoorbereiding. Hiervoor worden specialisten op allerlei disciplines ingezet. Bij grote complexe werken werken aannemingsbedrijven samen in bouwcombinaties. Aannemingsbedrijven werken hierdoor in wisselende samenstellingen. Dit vereist een flexibele opstelling in werkmethodieken en samenwerken met collega s. Door het internationale karakter van de vooral grotere bedrijven komt het regelmatig voor dat asfaltafwerkers in het buitenland moeten werken, bijvoorbeeld Europa en het Midden-Oosten. Voor de machines wordt de regelgeving minder nationaal en meer Europees of internationaal, bijvoorbeeld CE-keurmerk voor machines. De asfaltafwerker kan doorgroeien naar de functie van balkman. Kerntaken van het beroep 1 Asfaltwerk voorbereiden. 2 Asfaltwerk uitvoeren. 3 Asfalt afwerken. 4
Kerntaak 1 asfaltwerk voorbereiden Rol/verantwoordelijkheden Complexiteit Betrokkenen (Hulp)middelen Kwaliteit van proces en resultaat Keuzes en dilemma s De asfaltafwerker ontvangt zijn opdrachten van de asfaltuitvoerder. Daarbij stelt hij zich op de hoogte van zijn taken en overlegt bij onduidelijkheden. Hij werkt mee aan het inrichten van het werkterrein en plaatst daartoe afzettingen en neemt verkeersmaatregelen. Hij controleert materiaal en materieel. De werkzaamheden bestaan uit: relevante gegevens verzamelen rekening houden met het verplaatsen van het materieel putten en kolken afdekken. De asfaltafwerker werkt zelfstandig onder aansturing van de asfaltuitvoerder of balkman/voorman. Hij werkt sterk samen met de balkman van de asfaltafwerkmachine. Bij problemen op het werk overlegt hij met de asfaltuitvoerder of balkman/voorman. Het werk bestaat uit standaard routines. De betrokkenen zijn: asfaltuitvoerder overige leden asfaltploeg omstanders. De asfaltafwerker gebruikt handgereedschap zoals een schop en een hamer. Daarnaast gebruikt hij afzetmiddelen en verkeersmiddelen. Voor de verkeersmaatregelen gebruikt hij de vigerende richtlijnen van CROW. De asfaltafwerker moet bij het voorbereiden van de werkzaamheden volgens de geldende veiligheids-, arbo- en milieueisen en de verkeersrichtlijnen werken en zo efficiënt mogelijk omgaan met materieel, materialen en hulpmiddelen. Keuzes en dilemma s zijn: veiligheid versus snelheid kwaliteit versus snelheid zelf beslissen versus leidinggevende raadplegen. 5
Kerntaak 2 asfaltwerk uitvoeren De asfaltafwerker zorgt voor alle werkzaamheden rond de asfaltafwerkmachine zoals randen bijwerken en asfalt egaliseren met de hark. De werkzaamheden bestaan uit: asfalt egaliseren met handgereedschap randen bijwerken asfaltwapening aanbrengen kleeflaag aanbrengen naden afwerken gemorst asfalt verwijderen aanwijzingen geven aan chauffeurs van asfaltwagens. Rol/verantwoordelijkheden Complexiteit Betrokkenen (Hulp)middelen Kwaliteit van proces en resultaat Keuzes en dilemma s Hij rapporteert aan en overlegt met de asfaltuitvoerder of balkman/voorman. De asfaltafwerker werkt zelfstandig onder aansturing van de asfaltuitvoerder of balkman/voorman. Bij problemen op het werk overlegt hij met de asfaltuitvoerder of balkman/voorman. Het werk bestaat uit standaard routines. De betrokkenen zijn: asfaltuitvoerder overige leden asfaltploeg omstanders chauffeurs asfaltwagens. De asfaltafwerker gebruikt voornamelijk handgereedschap zoals schop, hark en bezem. Hij gebruikt incidenteel een brander om asfalt te verwarmen. Van de asfaltafwerker wordt verwacht dat hij de werkzaamheden conform de opdracht en wensen van de opdrachtgever uitvoert en dat hij zorgvuldig met de machines en hulp- en uitrustingsstukken omgaat, zodat onnodige storingen en reparaties worden voorkomen. Hij moet de wegenbouwwerkzaamheden volgens de geldende veiligheids-, arbo- en milieueisen uitvoeren. Het resultaat is een asfaltverharding volgens de specificaties van de opdrachtgever. Keuzes en dilemma s zijn: veiligheid versus snelheid kwaliteit versus snelheid zelf beslissen versus leidinggevende raadplegen. 6
Kerntaak 3 asfalt afwerken Rol/verantwoordelijkheden Complexiteit Betrokkenen (Hulp)middelen Kwaliteit van proces en resultaat Keuzes en dilemma s Nadat de asfaltlaag is gelegd, zorgt de asfaltafwerker ervoor dat de weg er netjes bijligt. De werkzaamheden zijn: gemorst asfalt verwijderen putten vrijscheppen naden kleven asfaltgereedschap schoonmaken asfalt afstrooien. Verder ruimt hij het werkterrein op voor zover dat nodig is. De asfaltafwerker werkt zelfstandig onder aansturing van de asfaltuitvoerder of balkman/voorman. Hij werkt sterk samen met de andere leden van de asfaltploeg. Bij problemen op het werk overlegt hij met de asfaltuitvoerder of balkman/voorman. Het werk bestaat uit standaard routines. De betrokkenen zijn: asfaltuitvoerder overige leden asfaltploeg omstanders. De asfaltafwerker gebruikt allerlei handgereedschappen zoals een schop en een bezem. Verder werkt hij met een splitstrooier. Van de asfaltafwerker wordt verwacht dat hij het werk netjes achterlaat. Keuzes en dilemma s zijn: veiligheid versus snelheid kwaliteit versus snelheid zelf beslissen versus leidinggevende raadplegen. 7
Kernopgaven van het beroep Kernopgave 1 veiligheid versus snelheid De asfaltafwerker staat voor de opgave om het werk op tijd af te hebben maar tevens voor de veiligheid van zichzelf, medewerkers en derden te zorgen. Hij heeft te maken met hoge temperaturen en draaiende en schuivende onderdelen met grote krachten. Vooral werken bij verkeer brengt risico s met zich mee. Kernopgave 2 kwaliteit versus snelheid De asfaltafwerker staat voor de opgave om te kiezen voor kwaliteit en het werk op tijd klaar te hebben. Bij kwaliteit zijn zoveel het comfort en de veiligheid van de weggebruiker aan de orde alsmede de onderhoudstermijn van de weg. Kernopgave 3 zelf beslissen versus asfaltuitvoerder raadplegen De asfaltafwerker staat voor de opgave om zelf beslissingen te nemen of de asfaltuitvoerder als direct leidinggevende te raadplegen. Ook als hij zelf een beslissing neemt, rapporteert hij aan de asfaltuitvoerder (verantwoording achteraf). 8
Competentiematrix s Kerntaken Kernopgaven 1 2 3 1 2 3 1 eigen werkzaamheden voorbereiden X X 2 volgens tekeningen, plannen en X X X X X X (bedrijfs-)voorschriften werken 3 voortgang werkzaamheden bewaken X X X X X X 4 werkplek onderhouden X X X X 5 maatvoeren X X X X 6 asfalteren X X X X X X 7 handgereedschappen hanteren X X X X 8 kleinmaterieel bedienen X X X X 9 werkplek afwerken X X X 10 communiceren tijdens werkzaamheden X X X X 11 omgaan met problemen X X X X X X 12 samenwerken X X X X 13 werken volgens veiligheids- arbo- en X X X X X milieueisen 14 klantgericht handelen X X X X X 15 beroepscompetenties ontwikkelen X X X 16 zorgdragen voor kwaliteit X X X X Kerntaken 1 asfaltwerk voorbereiden 2 asfaltwerk uitvoeren 3 asfalt afwerken Kernopgaven 1 veiligheid versus snelheid 2 kwaliteit versus snelheid 3 zelf beslissen versus leidinggevende raadplegen 9
s met succescriteria eigen werkzaamheden voorbereiden 1. VM De asfaltafwerker is in staat om op adequate wijze de eigen werkzaamheden voor te bereiden, zodat deze efficiënt kunnen worden uitgevoerd. Ontvangt de werkopdracht. Verzamelt alle relevante informatie. Interpreteert de relevante informatie. Beoordeelt de werksituatie. Houdt rekening met mogelijke knelpunten. Verdeelt de werkzaamheden onderling. Stemt de werkmethodiek af met de leidinggevende en ploegleden. Verzamelt de juiste gereedschappen en materieel. Maakt materieel klaar voor gebruik. Een goed voorbereide werkopdracht zodat het werk efficiënt verloopt. volgens tekeningen, plannen en (bedrijfs-)voorschriften werken 2. VM voortgang werkzaamheden bewaken De asfaltafwerker is in staat om op adequate wijze met tekeningen en voorschriften te werken, zodat het gewenste product of doel gerealiseerd kan worden. Neemt initiatief om ontbrekende gegevens kenbaar te maken en denkt mee over een oplossing. Overlegt met de direct leidinggevende over onduidelijkheden. Overlegt met de direct leidingegevende over werkmethodiek, werkvolgorde en planning. Tekeningen en voorschriften zijn juist geïnterpreteerd, eventuele problemen zijn opgelost en de werkmethodiek, werkvolgorde en planning zijn vastgesteld, zodat uiteindelijk het juiste product of doel wordt gerealiseerd. 3. VM De asfaltafwerker is in staat om op adequate wijze de voortgang van de werkzaamheden te bewaken door volgens planning en de juiste methodiek te werken, zodat het werk op tijd klaar is. Maakt aan de hand van de werkopdracht een inschatting van de uit te voeren werkzaamheden. Bepaalt de eigen werkaanpak binnen de werkopdracht. Informeert tijdig de leidinggevende met betrekking tot behoefte aan materiaal en materieel. Geeft tips en instructies aan collega s waardoor het werk sneller en efficiënter kan worden uitgevoerd. De werkzaamheden verlopen volgens planning. Het werk is op tijd klaar. 10
werkplek onderhouden 4. VM maatvoeren 5. VM asfalteren 6. VM De asfaltafwerker is in staat om op adequate wijze de werkplek te onderhouden, zodat hij zijn werkzaamheden kan uitvoeren. Zorgt ervoor dat de werkvloer vrij is van belemmeringen. Zet materiaal en materieel op een veilige plaats weg of slaat deze op. Ruimt, na het uitvoeren van de werkzaamheden (volgens richtlijnen), de werkplek op en maakt de werkplek wanneer nodig schoon. Voert afval (gesorteerd) met regelmaat af volgens de richtlijnen. Treft verkeersmaatregelen. Plaatst afzettingen. Voorkomt beschadigingen aan gemaakt werk. De werkzaamheden zijn veilig, milieuvriendelijk en efficiënt uit te voeren. De asfaltafwerker is in staat om op adequate wijze aan de hand van bestekstekeningen en werktekeningen de maatvoering over te brengen naar de werkelijkheid, zodat de vorm en afmeting van het product overeenkomen met de eisen. Controleert gereedschappen op afwijkingen en zuiverheid. Zet de maten uit. Markeert de maten. Een kwalitiatief goede maatvoering van het product. De asfaltafwerker is in staat om op adequate wijze alle voorkomende asfalteerwerkzaamheden uit te voeren, zodat het uitgevoerde werk voldoet aan de normen gesteld in de werkopdracht. Controleert hulpgereedschappen, machines en hulp- en uitrustingsstukken op inzetbaarheid. Maakt werkafspraken met de overige leden van de asfaltploeg, in het bijzonder met de balkman. Voert de asfalteerwerkzaamheden uit. Gebruikt het materieel op een correcte wijze. Controleert het gemaakte werk. Werkt volgens de geldende regels van arbo, milieu, veiligheid en kwaliteit. Het gemaakte werk voldoet aan de normen gesteld in de werkopdracht. 11
handgereedschappen hanteren 7. VM De asfaltafwerker is in staat om op adequate wijze handgereedschappen te hanteren, zodat de werkzaamheden uitgevoerd kunnen worden. Stemt het handgereedschap af op het materiaal en de werksituatie. Controleert het gereedschap op keuring. Bedient het handgereedschap volgens de bedieningsinstructie en veiligheidsvoorschriften en past de juiste lichaamshouding toe. Signaleert gebreken en voert onderhoud uit aan het gereedschap. Monteert de benodigde hulpstukken en beveiligingen aan of op de gereedschappen en verwisselt indien nodig de hulpstukken. Probeert diefstal of ongevraagd lenen te voorkomen en/of daar aanleiding toe te geven. Controleert het werk met de juiste hulpmiddelen en stelt zonodig instellingen bij. Het werk wordt op de juiste wijze en met de juiste gereedschappen gemaakt. kleinmaterieel bedienen 8. VM De asfaltafwerker is in staat om op adequate wijze kleinmaterieel te bedienen, zodat de werkzaamheden efficiënt en veilig uitgevoerd kunnen worden. Verwisselt indien nodig hulpmiddelen en bewerkingsmiddelen. Stelt het kleinmaterieel op. Stelt het kleinmaterieel in. Bedient het kleinmaterieel volgens de bedieningsinstructie en veiligheidsvoorschriften en past de juiste lichaamshouding toe. Signaleert gebreken aan kleinmaterieel en overlegt indien nodig met zijn direct leidinggevende over de oplossing. Pleegt onderhoud aan kleinmaterieel. Controleert het resultaat en laat dit indien nodig controleren door zijn direct leidinggevende. Houdt rekening met de krachten die optreden. Brengt beveiligingen aan. Laat aan het eind van de werkzaamheden elke dag het kleinmaterieel veilig achter. Bedient het kleinmaterieel op een efficiënte en veilige manier. 12
werkplek afwerken 9. VM De asfaltafwerker is in staat om op adequate wijze de werkplek af te werken, zodat het terrein weer veilig en comfortabel kan worden betreden. Werkt de werkplek af met oog op arboregels, milieuregels en de bedrijfsregels die hiervoor gelden. Zorgt ervoor dat het terrein vrij is van belemmeringen. Controleert materieel op beschadigingen en meldt deze. Voert afval (gesorteerd) af volgens de richtlijnen. Vult ontgravingen aan en verdicht deze zodat geen verzakking optreden. Herstelt beschadigingen aan het terrein. Ruimt afzettingen en verkeersmaatregelen op. Het werkterrein is in goede staat volgens de afspraken met opdrachtgever, eigenaar en vergunningverleners. communiceren tijdens werkzaamheden 10. SC De asfaltafwerker is in staat om op adequate wijze met alle betrokkenen in het werkproces te communiceren, zodat de werkzaamheden vlot verlopen. Hanteert correcte omgangsvormen. Stemt de communicatie af op de ander en op de situatie. Luistert aandachtig en toont geduld. Spreekt helder en duidelijk Houdt rekening met wat door de ander wordt gezegd. Stelt gerichte vragen om relevante informatie te achterhalen. Vraagt zonodig door om de noodzakelijke informatie helder te krijgen. Brengt een boodschap kort en duidelijk over. Legt op een duidelijke en begrijpelijke manier een onderwerp uit. Geeft na een ontvangen opdracht aan wat hij gaat doen. Toont aan de boodschap van de ander begrepen te hebben. Deelt relevante informatie tijdig mee, stemt deze waar nodig af met anderen en zorgt voor een goede overdracht van het werk. Legt een probleem op duidelijke wijze voor aan de leidinggevende Een vlot lopend werkproces. Adequaat geïnformeerde betrokkenen. De onderling werkverhoudingen worden niet verstoord. 13
omgaan met problemen 11. BOS samenwerken 12. SC De asfaltafwerker is in staat om op adequate wijze met problemen om te gaan, zodat deze verholpen en indien mogelijk in de toekomst voorkomen worden. Signaleert het probleem. Onderzoekt mogelijke oorzaken. Raadpleegt zo nodig collega s, leidinggevende(n) en/of deskundige(n). Verwijst zonodig door naar collega s, leidinggevende(n) en/of deskundige(n). Meldt problemen en mogelijke oplossingen bij leidinggevende. Past de gekozen oplossing toe. Neemt maatregelen ter voorkoming van het problemen. Het probleem is verminderd, beheersbaar gemaakt of opgelost. Indien mogelijk zijn maatregelen ter preventie van verdere problemen genomen. De asfaltafwerker is in staat om op adequate wijze samen te werken, zodat het werk zo goed mogelijk kan worden uitgevoerd. Past zich aan de bedrijfscultuur aan. Maakt werkafspraken met collega s. Houdt zich aan de afspraken. Stelt gerichte vragen aan collega s om alle relevante informatie boven water te krijgen. Luistert naar collega s en houdt rekening met wat door hen gezegd wordt. Wijzigt werkwijze indien nodig naar aanleiding van gekregen feedback. Verstrekt relevante informatie aan andere ploegleden Stimuleert en helpt collega s als de situatie daarom vraagt en het werk het toelaat. Zoekt, als eigen taken afgerond zijn, naar een andere klus/project of vraagt hiernaar bij zijn collega s of leidinggevende. Neemt actief deel aan werkbesprekingen. Houdt rekening met gevolgen van acties van hemzelf voor anderen. Kent en handelt naar de eigen verantwoordelijkheden. Informeert anderen tijdig als het werk niet op tijd gereed zal komen. Communiceert in begrijpelijke taal met anderen. Heeft inzicht in de werkzaamheden van collega s. Gaat in goede harmonie om met collega s en leidinggevende. Gaat respectvol om met mensen van andere disciplines, houdt rekening met de werkzaamheden van derden en overlegt bij eventuele problemen. Zorgt voor een duidelijke werkoverdracht naar collega s De asfaltafwerker functioneert effectief en efficiënt binnen een team. De asfaltafwerker levert in een prettige werksfeer met anderen een gezamenlijke prestatie om doelen te realiseren. 14
werken volgens veiligheids-, arbo- en milieueisen 13. BOS/SC De asfaltafwerker is in staat om op adequate wijze volgens voorschriften voor veiligheid, arbo en milieu te werken, zodat het werk verantwoord wordt uitgevoerd. Handelt conform de richtlijnen/relevante voorschriften op het gebied van veiligheid, milieu en arbeidsomstandigheden. Ziet erop toe, dat gewerkt wordt volgens de relevante voorschriften op het gebied van veiligheid, milieu en arbeidsomstandigheden. Doet voorstellen voor het op- en bijstellen van richtlijnen/voorschriften op het gebied van veiligheid, milieu en arbeidsomstandigheden. Reageert alert en actief op (het ontstaan van) onveilige situaties. Wijst collega s op risico s van onveilige situaties. Gaat efficiënt om met het materiaal. Blijft rustig in moeilijke situaties. Meldt/doet suggesties bij niet-milieubewust handelen. Meldt onveilige situaties aan bij de verantwoordelijke persoon. Brengt voorzieningen aan ter voorkoming van onveilige situaties op de werkplek. Houdt de eigen werkplek overzichtelijk. Gebruikt materialen, gereedschappen, materieel en persoonlijke beschermingsmiddelen op de juiste wijze. Ziet er op toe, dat materialen, gereedschappen, materieel en persoonlijke beschermingsmiddelen op de juiste wijze gebruikt worden. Verzamelt afval en restmateriaal, sorteert dit en voert dit af volgens voorschriften. Ziet er op toe, dat afval en restmateriaal wordt verzameld, gesorteerd en afgevoerd volgens de voorschriften. Het werk wordt conform de voorschriften voor veiligheid, arbo en milieu uitgevoerd. 15
klantgericht handelen 14. SC beroepscompetenties ontwikkelen De asfaltafwerker is in staat om op adequate wijze klantgericht te handelen, zodat de werkzaamheden naar tevredenheid van de klant worden uitgevoerd. Vraagt naar wensen en behoeften van de klant. Toont een geïnteresseerde houding en luistert actief. Informeert de klant over de werkzaamheden. Speelt in op de veranderde situatie en past werkwijze hierop aan. Is de klant van dienst, ook bij ongeplande werkzaamheden, maar houdt het bedrijfsbelang in de gaten. Verwijst zo nodig door naar (gespecialiseerde) collega s. Geeft advies als daarom gevraagd wordt. Denkt mee, geeft ook ongevraagd advies. Beperkt hinder tengevolge van de werkzaamheden tot een minimum. Zorgt na afloop van de werkzaamheden voor een opgeruimde werkplek. Voorkomt aanleidingen voor klachten zoveel mogelijk. Neemt elke klacht serieus. Stemt zijn manier van communiceren af op de klant. Past verschillende gesprekstechnieken en gedragsstijlen toe, afgestemd op de situatie en de klant. Komt afspraken na. De klant is tevreden over: de gegeven adviezen de wijze waarop hij behandeld is de manier waarop de werkzaamheden zijn uitgevoerd het eindresultaat. 15. ON De asfaltafwerker is in staat om op adequate wijze zijn beroepscompetenties te ontwikkelen om goed te blijven functioneren in zijn beroep. Reflecteert zelf op het beroepsmatig handelen. Reflecteert met de leidinggevende op het beroepsmatig handelen. Brengt zelf in kaart wat goed en nog niet goed gaat. Brengt met de leidinggevende in kaart wat goed en nog niet goed gaat. Bepaalt welke beroepscompetenties hij verder moet ontwikkelen. Bepaalt met de leidinggevende welke beroepscompetenties hij verder moet ontwikkelen. Bepaalt welke activiteiten hij daartoe moet ondernemen. Bepaalt met de leidinggevende welke activiteiten hij daartoe moet ondernemen. Onderneemt met de leidinggevende afgesproken activiteiten. Informeert regelmatig in- en extern naar nieuwe ontwikkelingen. Leest regelmatig vakliteratuur. Bezoekt vakbeurzen, trainingen, cursussen en seminars Constante ontwikkeling van de eigen beroepscompetenties. 16
zorgdragen voor kwaliteit 16. BOS De asfaltafwerker is in staat om op adequate wijze zorg te dragen voor een goede werkuitvoering en een goede kwaliteit van het af te leveren werk, zodat zowel aan de belangen van de klant als die van het eigen bedrijf tegemoet gekomen wordt. Werkt volgens de verstrekte opdracht. Werkt volgens het kwaliteitssysteem van de werkgever. Past zich aan de bedrijfscultuur aan. Komt gemaakte afspraken na. Gaat efficiënt en kostenbewust om met materialen, gereedschappen, materieel, tijd en energie. Stelt zichzelf de eis om, binnen de gegeven mogelijkheden, kwalitatief goed werk af te leveren. Werkt volgens de kwaliteitsvoorschriften van de fabrikant/leverancier. Praat mee over verbetering van de kwaliteit van het werk. Doet voorstellen voor verbetering van de kwaliteit van het werk. Werkt nauwkeurig, geconcentreerd en met oog voor detail. Signaleert fouten, verstoringen en afwijkingen in het eigen werkproces en dat van anderen en onderneemt actie binnen het eigen werkproces en dat van anderen. Anticipeert op mogelijke verstoringen van de voortgang van het werk door tijdig in te grijpen of voorzorgsmaatregelen te treffen. Controleert tijdens de uitvoering van het werk de juistheid van de door hem en anderen gehanteerde werkwijze. Controleert na afloop het resultaat van het werk. Evalueert het werkproces. Benoemt het gewenste resultaat van de werkzaamheden. Werkt volgens vastgestelde procedures in checklists, werkorders en bedrijfsregels. Houdt zich, in overleg met collega s, voortdurend bezig met het verbeteren van de werkprocessen. Stelt op het einde van de werkdag het geleverde werk veilig. Laat de werkplek achter volgens de bedrijfsvoorschriften. Een goede kwaliteit van het afgeleverde werk. Kwalitatief goed verlopende werkprocessen en projecten. 17