U2 S2 S2 Swing HANDLEIDING S2 Swing
Inhoudsopgave Voorwoord 4 Instellingen en verstellingen 5 Veiligheidvoorschriften 12 Onderhoud 15 Transport 17 Garantie 20 NL3 02-2009 872000
Voorwoord De U2, S2 en S2 Swing zijn ontworpen voor mensen die dagelijks een rolstoel nodig hebben die gemakkelijk rijdt en een comfortabele en ergonomische zit biedt. De rolstoelen zijn zo ontworpen dat deze gemakkelijk in en uit een auto gaan. Het chassis heeft geringe buitenafmetingen en het gewicht is laag. De buizen van het frame zijn zo ontworpen dat als de rolstoel in een auto geplaatst wordt of er weer uitgehaald, de handeling altijd gebalanceerd en ergonomisch is. Om optimaal gebruik te maken van uw U2, S2 of S2 Swing is aan te raden dat u, of de dealer, de stoel zo aanpast dat u er goed in zit, met maximale mobiliteit en balans in overeenstem-ming met uw mogelijkheden. Daarom is het van belang dat u deze instructies leest voor het afstellen van uw U2, S2 of S2 Swing. Dit geldt met name voor de pagina s 12 en 13 van deze instructies, omdat u hier informatie vindt met betrekking tot uw veiligheid. NL4
Instellingen en verstellingen Controleer of u de stoel goed heeft ontvangen: n Controleer de breedte van de stoel. Meet de zitbreedte. Afhankelijk van uw bestelling moet deze 30, 33, 36, 39, 42, 45 of 50 cm zijn. n Controleer de hoogte van de rugleuning. Meet de hoogte van de verticale achterbuizen. Deze moet 0,5 cm lager uitkomen dan de hoogte van de bestelde rugleuning. Voorbeeld: als u een rugleuning van 30 cm besteld hebt, dan moet de hoogte van de buizen 29,5 cm zijn. Controleer of u de accessoires hebt ontvangen die u besteld hebt. Voer een technische inspectie uit: n De assen van de achterwielen moeten soepel in en uit het frame bewegen. n De knop in het midden van de naaf moet naar buiten springen als de achterwielen zijn geplaatst. n Alle vier de wielen moeten de grond raken. Het zwenkwiel draait moeiteloos rond. n De rugleuning is gemakkelijk neer te klappen. Als aan een van bovenstaande punten niet wordt voldaan, neemt u voordat u de stoel gaat gebruiken contact op met uw dealer. Montage en demontage: Als u de stoel transporteert, kunt u de achterwielen verwijderen en de rugleuning neerklappen. U verwijdert de achterwielen door de knop in het midden van de naaf in te drukken, zoals wordt getoond in afbeelding 1. Trek vervolgens het wiel helemaal uit. Afb. 1. Knop voor snelle ontgrendeling naaf. NL5
Instellingen en verstellingen Als u de wielen wilt plaatsen, drukt u de knop in en duwt u de as in de uitsparing in het frame. Duw vervolgens het wiel helemaal naar binnen, laat de knop los en trek aan het wiel om te controleren of het stevig op zijn plaats zit en of de knop weer naar buiten springt. Voor het neerklappen van de rugleuning trekt u eerst met de kabel de vergrendeling los (zie afb. 2). Vervolgens kunt u de rugleuning naar voren en omlaag vouwen. Als u de rugleuning weer omhoog klapt, klikt de vergrendeling automatisch weer vast zodra de rugleuning helemaal rechtop staat. Afstellen: Wanneer u de stoel aanpast aan uw zitpositie zodat deze de gewenste mobiliteit biedt, is het belangrijk dat u de volgende afstellingen in de juiste volgorde uitvoert. Stel eerst de zitpositie af en daarna de stoelbalans, overeenkomstig uw mobiliteitsbehoefte. De volgorde is belangrijk omdat door het verstellen van uw zitpositie ook de balans van de rolstoel verandert. Probeer een paar dagen lang verschillende afstellingen uit om de beste zitpositie en rijeigenschappen te vinden. Afb. 2. Vergrendeling rugleuning. U moet onderstaande instellingen in de aangegeven volgorde uitvoeren: 1. De spanning van de zitbekleding 2. De hoogte van de voetensteun 3. De spanning van de kuitband 4. De rughoekinstelling 5. De spanning van de bekleding van de rugleuning 6. De rijeigenschappen van de rolstoel 7. De positie van de remmen NL6
Instellingen en verstellingen Afb. 3. Band voor het aanspannen van de zitbekleding. Afb. 4. Schroef voor de voetensteun. 1. Spanning van de zitbekleding De achterkant van de zitbekleding kan strakker of losser worden gesteld met de klittenbandbevestiging onder de zitting, zoals te zien in afbeelding 3. Hiermee kunt u uw zithoogte ongeveer 2 cm omhoog of omlaag brengen. In- en verstellingen 2. Hoogte van de voetensteun De voetensteun kan hoger of lager worden gesteld. Gebruik een 3 mm inbussleutel om de twee bouten los te draaien (zie afbeelding 4) waarmee de voetensteun aan de voorkant van het frame vast zit. Klop de eindplug omlaag door aan de bovenkant sleutel 19 rond de buis te plaatsen, en er met een hamer op te tikken. Nu kunt u de voetensteun op en neer bewegen en een van de vijf mogelijke hoogte-instellingen kiezen. De juiste hoogte is zodanig dat uw bovenbenen gesteund worden door de zitting, terwijl uw voeten op de voetensteun rusten. 3. Spanning van de kuitband De spanning van de kuitband is verstelbaar. Zie afbeelding 5. Deze spanning bepaalt hoe ver naar voren uw voeten op de voetensteun staan. De juiste spanning hangt er vooral van af hoe lang of kort uw benen zijn. Afb. 5. De spanning van de kuitband NL7
Instellingen en verstellingen 4. Rughoekinstelling De rughoek van de rugleuning is te verstellen door eerst te zorgen dat het vergrendelexcentriek niet meer in de weg kan zitten en daarna de schroeven af te stellen. De werkwijze is als volgt. Zie afbeelding 6: 1. Trek aan de kabel (1) van het vergrendelmechanisme en vouw de rugleuning voorover. 2. Draai de borgingen (2) enkele slagen los met behulp van de 5 mm inbussleutel. 3. Draai het excentriek (3) van de rugleuningvergrendeling omlaag zodat dit de rugleuning niet vasthoudt. Gebruik een sleutel van 19 mm. Doe dit aan beide zijden van de rolstoel. 4. Stel nu de hoek van de rugleuning af door eerst de borgmoeren (4) met een sleutel van 13 mm los te draaien. Daarna kunt de stelschroef (5) met de inbussleutel van 5 mm iets in- of uitdraaien. Door verder uitdraaien zal de rugleuning meer voorover komen te staan. Door verder indraaien gaat de rugleuning juist meer achterover staan. Het is belangrijk om dit aan beide kanten van de rolstoel gelijkmatig in te stellen, omdat anders de rugleuning scheef trekt. Controleer dit door de rugleuning weer rechtop te stellen. Beide stelschroeven moeten dan tegen het frame komen. Probeer verschillende standen van de rugleuning uit. Is de optimale stand eenmaal gevonden, dan draait u de borgmoeren weer vast om de instelling te vergrendelen. 5. Om de blokkering van de rugleuning weer te activeren zet u de leuning rechtop en verdraait u het excentriek, zodat de blokkering weer in de baan springt. Draai daarna de borgingen (2) weer vast. Doe dit aan beide zijden. Afb. 6. Vergrendeling rugleuning. NL8
Instellingen en verstellingen 5. Spanning van de rugbekleding De rugbekleding kan strakker of losser worden gesteld met de klittenbandbevestiging aan de achterkant. De rugbekleding heeft ook een flap die onder de zitbekleding met klittenband is vastgemaakt. Deze kan naar achteren of naar voren worden geschoven om de gewenste spanning te krijgen in het laagste deel van de rugbekleding. Door dit aan te passen, kunt u het laagste deel van de rugbekleding zo vormen dat dit aansluit op de vorm van uw rug en uw onderrug goed steunt. Maak de band eerst los en ga zover mogelijk naar achteren zitten in de stoel. Trek de band vervolgens aan, zodat u goed wordt gesteund. Als het voelt alsof u niet ver genoeg naar achteren zit in de stoel, kan dat komen doordat de flap van de rugbekleding te ver naar voren is vastgemaakt onder de zitting. Maak de flap wat losser en schuif deze naar achteren. 6. Balanceren De balans van de rolstoel kan worden aangepast door de achterwielen naar achteren of naar voren te schuiven. Door het naar achteren plaatsen van de rugleuning komt er meer gewicht op de achterwielen. Dit maakt de rolstoel gemakkelijker manoeuvreerbaar. De voorwielen wippen beter op, zodat u beter een stoep op komt of over een drempel rijdt. Maar een te lichte achterbalans is ook weer niet goed omdat dan het risico op achterover kantelen te groot wordt. Het is belangrijk dat u de tijd neemt om de juiste balans te vinden die geschikt is voor zowel het lichaam als de besturingstechniek. U moet de stoel zodanig aanpassen dat deze zo eenvoudig mogelijk te besturen is, maar zonder het gevaar van achterover kantelen. Zorg dat er altijd iemand achter u staat als u bezig bent de juiste balans uit te proberen. Voelt u zich na uitgebreid uitproberen toch nog onzeker over de balans van uw rolstoel, dan zijn de antikiepsteunen aan te raden (accessoire). NL9
Instellingen en verstellingen De antikiepsteunen elimineren het gevaar van achterover kantelen. Ze zijn ook weer makkelijk te verwijderen als ze niet meer nodig zijn. Het verschuiven van de achterwielen gaat als volgt: 1. Verwijder eerst de achterwielen. 2. Draai met de 22 mm sleutel de moer (6) los en met de 15 mm sleutel de moer (7) van de wielbevestiging. 3. Nu kunt u de wielbevestiging (8) naar voren en naar achteren schuiven langs de horizontale buis van het frame. Het is belangrijk dat de wielen aan beide zijden van de stoel op dezelfde positie staan. U kunt dit controleren door met een meetlint of liniaal de afstand te meten tussen het voorste deel van de verticale buis en het achterste deel van de wielbevestiging. Zie afbeelding 7. Zorg ervoor dat de afstand aan beide zijden gelijk is. 4. Zet de wielbevestigingen weer vast. Hierbij moet u aan beide zijden eerst de moeren (6) vastdraaien, en pas daarna aan beide zijden de M10 moeren (7). Deze volgorde is belangrijk om te bereiken dat de wielbevestigingen goed komen te zitten. Afb. 7. Balanceren. 7. Plaats van de remmen Zie afbeelding 8. De remmen moeten zo afgesteld staan dat ze de band ongeveer 4 mm indrukken als ze vast staan. Dit is af te stellen door de voorste klembout los te draaien met sleutel 10 en de 4 mm inbussleutel. U kunt dan de rem naar voren duwen langs de zittingbuis van het frame. Probeer de juiste stand uit en zet als u tevreden bent de klembout weer vast. NL10 Afb. 8. Remmen.
Instellingen en verstellingen Afb. 9. Eénhandig remsysteem 8. Eénhandig remsysteem (accessoire) Deze rem is gemonteerd onder de buizen van de zitting en kan op dezelfde wijze worden afgesteld als de standaardremmen. Het is belangrijk om te controleren dat de remmen aan beide zijden van het frame op dezelfde afstand zitten. Zie afbeelding 9. Let op: Bij een lagere bandenspanning, door slijtage van de banden of als andere banden gemonteerd zijn, zal het effect van de remmen veranderen. Controleer in die gevallen dus steeds de remmen. Afb. 10. Antikiepsteunen. 9. Antikiepsteunen (accessoire) Als de antikiepsteunen uitgeklapt zijn, kunt u de afstand tot de grond bijstellen door de buizen in een van de vier standen te zetten. Zie afbeelding 10. De antikiepsteunen zijn weg te draaien onder het frame door ze omlaag te duwen en ze onder de zitting te draaien. Als u ze weer terugdraait, moet u goed opletten dat de vergrendeling weer goed vastklikt. De antikiepsteunen moeten in elk geval uitgeklapt zijn terwijl u oefent om zodanig te balanceren dat u alleen op de achterwielen rijdt. NL11
Veiligheidsvoorschriften De U2, S2 en S2 Swing zijn gemaakt voor een zo eenvoudig mogelijke bediening en reageren daarom snel op de handelingen die u uitvoert. Als u de verkeerde handelingen uitvoert, kan de stoel achterover vallen als u geen antikiepsteunen hebt. De stoel kan omvallen. Het is onmogelijk een waarschuwing te geven voor alle omstandigheden waaronder dit kan gebeuren. De belangrijkste veiligheidsmaatregelen die u kunt treffen, zijn onder meer het zorgvuldig testen van de stoel en het voldoende oefenen van uw rolstoeltechniek. Als u vragen hebt over rolstoeltechniek, kunt u contact opnemen met de persoon die de stoel heeft aangemeten. Als zij u niet kunnen helpen, aarzel dan niet om contact op te nemen met uw dealer. Hieronder volgen een aantal punten ter bevordering van uw veiligheid: Balans en de kans op kantelen n De positie van de achterwielen, en de zithoek en afstelling van de rugleuning zijn de belangrijkste factoren voor de neiging van de rolstoel om achterover te kantelen. Nadat de rolstoel is afgesteld moet u goed controleren of u zich veilig voelt bij het balanceren van de stoel. Voelt u zich onzeker, gebruik dan de antikiepsteunen of schuif de wielen verder naar achteren. n De kans op kantelen van de stoel wordt ook beïnvloed door: aan de rugleuning gehangen tassen, achterover leunen of hangen, versleten banden, slecht opgepompte banden en onverwachte veranderingen in de bodem waarop u rijdt. Let op!: Op een helling kan de rolstoel in bepaalde situaties achterover kantelen. Gebruik dus antikiepsteunen of stel de achterwielen verder naar achteren, als u zich onzeker voelt over de stabiliteit. NL12
Veiligheidsvoorschriften Remmen n Pas bij het gebruik van de standaardremmen op dat u niet met uw handen tegen de remmen stoot bij het hoepelen. n Als u de verlengde remmen gebruikt en u wilt zijdelings in of uit de S2, U2 of S2 Swing stappen, is het van belang of u in staat bent uzelf over de rem te tillen zonder op de rem te komen of eraan te blijven hangen. n Als u het éénhandig remsysteem gebruikt en u bent in staat om op te staan, pas dan op dat u de rem niet per ongeluk vrij zet met de achterkant van uw been. n Denk eraan dat de remmen minder goed werken op versleten banden of banden die te zacht opgepompt zijn. n Als de rolstoel net nieuwe banden heeft gekregen, moet u altijd de remmen opnieuw controleren, omdat het kan zijn dat de afmetingen iets afwijken. n De remmen zijn bedoeld als parkeerremmen, niet om af te remmen tijdens het rijden. Zithouding n Door een onjuiste zithouding kunnen drukplekken ontstaan. Als u hier onzeker over bent, neem dan direct contact op met uw arts of therapeut. n Controleer of de zijschilden niet te veel druk uitoefenen op uw heupen, omdat anders drukplekken kunnen ontstaan. Als de zijschilden te veel druk uitoefenen is de rolstoel te smal of moeten de zijschilden beter afgesteld worden. n De zitmat moet worden gebruikt met een kussen. Rijden n Als de afstand tussen de onderkant van de voetensteun en de bodem klein is (minder dan 40 mm) kan de voetensteun klem komen tegen een oneffenheid in de bodem, waardoor u voorover zou kunnen vallen. NL13
Veiligheidsvoorschriften n Als u van een trottoir afrijdt of eraf geholpen wordt, terwijl de antikiepsteunen uitgeklapt zijn, kunnen deze tegen de stoeprand komen waardoor u voorover zou kunnen vallen. Als u hier onzeker over bent, draai dan de antikiepsteunen weg onder de stoel en vraag om hulp. Vervoer van stoel en gebruiker n Als de rolstoel opgetild wordt terwijl u erin zit, moet dit altijd gebeuren aan het frame en niet aan de rugleuning, de duwstangen, de wielen of andere onderdelen. Zie afbeelding 11. Afb. 11. Optilpunten. NL14
Onderhoud De U2, S2 en S2 Swing zijn praktisch onderhoudsvrij. Een aantal onderdelen moet u echter regelmatig controleren. Voer eens per maand de volgende handelingen uit: n Veeg het stoelframe af met autoshampoo of afwasmiddel en een vochtige doek. Als het frame erg vuil is, kunt u een ontvetter gebruiken. Smeer na het schoonmaken alle beweegbare delen met een universeel smeermiddel. n Maak de zwenkwielbehuizing schoon (tussen het wiel en de voorvork). Haar en stof hopen zich hier op en kunnen het lager beschadigen. Draai de moer los met sleutel maat 10 terwijl u de bout vasthoudt met een andere sleutel 10. Verwijder de bout en vervolgens het wiel. Maak de sluitringen tussen het wiel en de voorvork schoon en veeg de buitenkant van het wiellager af met een doek. Druppel wat olie in elke lager. Zet de onderdelen weer in elkaar. n Smeer de assen van de achterwielen. Verwijder de wielen en verdeel wat druppels olie over de as. U moet dit vaker doen, als u de wielen zelden verwijdert, of als u wel eens in de regen, in zand of in modder rijdt. n Pomp de banden op. De banden kunnen worden opgepompt door de dop van het ventiel te schroeven en met een geschikte ventieladapter lucht toe te voegen. Zie band voor de maximale hoeveelheid bar. n Controleer of alle bouten en moeren goed vast zitten. n Controleer of de rolstoel niet beschadigd is. Als er schade is, neem dan meteen contact op met uw dealer. NL15
Onderhoud Voer twee maal per jaar de volgende handelingen uit: n Smeer de kogellagers van de remmen met een paar druppels olie. n Smeer de lagers van de verbindingen van de rugleuning. Draai de moer los met sleutel maat 10 terwijl u de bout tegenhoudt met een andere sleutel 10. Smeer de lagers met een paar druppels olie. n Was de zitbekleding, de rugbekleding en de kussenhoes zo nodig in de wasmachine op 40 graden. NL16
Transport Wij willen u erop wijzen dat de beste wijze van vervoer in een motorvoertuig is om uit de rolstoel te gaan en in een normale passagiersstoel te zitten met een veiligheidsgordel om. Soms is dit niet mogelijk en is het enige alternatief om in de rolstoel te blijven zitten terwijl deze met een goedgekeurd vierpuntsvastzetsysteem vastgezet is en de gebruiker een driepuntsgordel draagt. Afb. 12 en 13. Vastzetpunt rond vork van zwenkwiel. Afb. 14. Vastzetpunt rond achteras. De rolstoel vastzetten in het voertuig n Als de gebruiker tijdens het vervoer in de rolstoel blijft zitten, moet deze altijd in de rijrichting staan. n De rolstoel moet altijd in het voertuig zijn vastgezet met een goedgekeurd vierpunts vastzetsysteem. n De voorkant van de rolstoel wordt vastgezet met de banden om het frame, bij het lagerhuis van de zwenkwielen. Zie afbeelding 12 en 13. n De achterkant van de rolstoel wordt vastgezet om de achteras. Zie afbeelding 14 en 15. n Trek de rolstoel naar achteren en sjor de banden van de haak strak, zodat rolstoel goed vast staat en niet meer naar voren of achteren kan rollen. n Staat de rolstoel eenmaal goed vastgesjord, zet dan ook de remmen vast. n Wij raden ook aan om tijdens het vervoer de antikiepsteunen uit te klappen (voorzover de rolstoel hiervan voorzien is). n Zorg dat alle spanbanden en haken goed vastzitten aan de profielrail op de vloer van het voertuig en dat alle banden goed strakgetrokken zijn. Afb. 15. Vastzetpunt rond achteras. NL17
Transport Instructies voor het vastmaken van taxihaken en spanbanden aan de rolstoel: n Op onze rolstoelen zitten 4 stickers met symbolen, zoals afgebeeld in afbeelding 16. Deze symbolen geven aan wat de bevestigingspunten zijn bij het vastzetten van de rolstoel bij vervoer in een busje of ander voertuig. n Twee stickers zitten op de voorvorken bij de lagers van de zwenkwielen, aan de voorkant van de rolstoel. De stoel moet hier worden vastgezet met spanbanden. Zie de figuren 12, 13 en 17. n Twee stickers zitten bij de achteras van de rolstoel. Hier moet de stoel worden vastgezet met taxihaken. Zie afbeelding 15 en 16. Gebruiksinstructies n Wij raden aan dat de rolstoelgebruiker zoveel mogelijk in een normale passagiersstoel zit met de autogordel om. n Als de gebruiker toch tijdens het vervoer in de rolstoel blijft zitten, is het aan te raden dat de rugleuning van de rolstoel minstens tot de schouders van de gebruiker reikt, of zelfs hoger. n De gebruiker dient met een driepunts veiligheidsgordel vastgezet te worden. Hierdoor wordt de kans op hoofd- of borstletsel beperkt, dat anders zou kunnen ontstaan bij een botsing of bij plotseling remmen. n De veiligheidsgordel van het voertuig moet tegen het lichaam aan zitten en mag er niet vanaf gehouden worden door delen van de rolstoel. Zie afbeelding 18 en 19. n Losse onderdelen of accessoires van de stoel moeten worden verwijderd, om de kans op letsel te verminderen. Afb. 16. Symbool voor de vastzetpunten in voertuigen voor gehandicaptenvervoer. Afb. 17. Vastzetpunten. NL18
Transport Let op! Als er nog iets onduidelijk is of u hebt vragen over het vervoer van de rolstoel in een busje of ander voertuig, neem dan gerust contact op met uw dealer. De veiligheidsgordel van het voertuig mag niet van het lichaam worden gehouden door onderdelen of toebehoren van de rolstoel, zoals een achterwiel of een armlegger. Afb. 18. 3-puntsgordel onjuist aangebracht. Afb.19. 3-puntsgordel correct aangebracht. NL19
Garantie Panthera garandeert zeven jaar garantie op het frame. Voor andere onderdelen hanteert Panthera een garantietermijn van 12 maanden. Buiten de garantie vallen in ieder geval gebreken ontstaan ten gevolge van: niet in acht nemen van bedienings- en onderhoudsvoorschriften, anders dan normaal gebruik, slijtage, onachtzaamheid, overbelasting, ongeval door derden, toegepaste niet originele onderdelen en gebreken waarvan de oorzaak is gelegen buiten het product. Met deze garantie vervalt elke andere garantie: in de wet bepaald, of mondeling meegedeeld, behoudens dat wat door Panthera schriftelijk wordt gegarandeerd. Garanties gelden uitsluitend binnen de EU. NL20
Uw dealeradres:
S2 U2 S2 Swing P.O. Box 304, NL - 7000 AH Doetinchem Logistiekweg 7, 7007 CJ Doetinchem T +31 (0)314-328 000 F +31 (0)314-328 001 E revab@revab.nl I www.revab.nl