Handleiding en montageinstructie Vervanging 90 eindschakelunit RW24 Motorreductor -fase\230v\50hz Ridder Drive Systems Lorentzstraat 36-38 3846 X Harderwijk P.O. ox 360 3840 J Harderwijk The Netherlands T +3 (0)34 46 854 F +3 (0)34 46 6 E info@ridder.com I www.ridder.com 265097NL - V0-2002
Inhoudsopgave Toepassingsgebied RW- handleiding en montageinstructie... 2 Waarschuwingen in deze handleiding en montageinstructie............................... 2 Voorwaarden intern schakelen voedingsspanning RW24 motorreductoren.... 3 lgemene waarschuwing.... 3 Symbolen aansluitschema s... 3 ansluitschema RW24 motorreductor: 230V\50Hz\~\RC... 4 Uitwisselingsinstructie eindschakelsysteem.... 5 fstelling eindschakelsysteem... 9 Draairichtingen RW45 motorreductoren... 0 Toepassingsgebied RW- handleiding en montageinstructie Deze handleiding en montageinstructie bevat belangrijke informatie voor installateurs voor het uitwisselen en inbedrijfstellen van een eindschakelunit van een -fase Ridder RW24 motorreductor. Lees deze handleiding en instructies eerst voor het uitwisselen van de eindschakelunit. lle werkzaamheden moeten onder verantwoorde en veilige omstandigheden worden uitgevoerd door gekwalificeerde en vakbekwame mechanisch en/of electrisch installateurs. Waarschuwingen in deze handleiding en montageinstructie Deze handleiding bevat tips, opmerkingen en waarschuwingen, onderverdeeld in verschillende gradaties. Hieronder volgt een overzicht en beschrijving van de betekenis van een tip, opmerkingen of waarschuwing. TIP Een suggestie of advies bij het uitvoeren van een handeling. LET OP VOORZICHTIG Opmerking met extra informatie welke wijst op mogelijke problemen bij het onjuist uitvoeren van een handeling. Het product of systeem kan gevaar lopen bij het onjuist uitvoeren van een handeling. GEVR De gebruiker of installateur kan lichamelijk letsel oplopen of (levens-)gevaar lopen bij het onjuist uitvoeren van een handeling. 2
Voorwaarden intern schakelen voedingsspanning Ridder RW45 motorreductoren Het eindschakelsysteem van een -fase Ridder RW24 motorreductor mag, wanneer aan de hierna beschreven voorwaarden is voldaan, worden gebruikt voor het schakelen van de voedingsspanning van de -fase elektromotor. De volgende voorwaarden zijn van toepassing: Toepassen van eindschakelaarunit 5002 (230V, -fase, >60m); Voedingsspanning -fase 220-230V; Maximaal opgenomen motorstroom,2; ij de bedrijfschakelaars moeten RC-kringen worden toegepast (250V, 0,033μF-0,μF, 00Ω); De nulleider (N) van de voedingspanning moet via de beveiligingschakelaars van de eindschakelunit worden aangesloten. GEVR Niet voldoen aan de voorwaarden bij het schakelen van de voedingsspanning over het eindschakelsysteem, kan leiden tot defecten aan het eindschakelsysteem. Dit kan systeemschade en/of het ontstaan van gevaarlijke situaties tot gevolg hebben. lgemene waarschuwingen GEVR Koppel de voedingsspanning af bij (onderhouds)werkzaamheden aan een RW24 motorreductor of aan het aangedreven systeem VOORZICHTIG VOORZICHTIG Het gelijktijdig parallel aansluiten van RW motorreductoren met -fase elektromotoren is niet toegestaan! Wacht 2 seconden na een aansturing van een RW motorreductor voor het aansturen in de tegenovergestelde draairichting. Symbolen aansluitschema Symbool eschrijving EM Elektromotor ES, ES2 Werkschakelaars eindschakelsysteem ES2, ES22 eveiligingschakelaars eindschakelsysteem K, K2 Relais omkeerschakeling L, N, PE Fase, Nul, arde Q Motorbeveilgingsschakelaar RC RC Kring 3
ansluitschema RW24 motorreductor: 230V\50Hz\~\RC Voor het schakelen van de voedingsspanning van een RW24 motorreductor over het eindschakelsysteem moeten de aansluitingen van de bedrading overeenkomen met onderstaand aansluitschema. Hierbij moeten de RC kringen worden aangesloten over de contacten van de werkschakelaars van het eindschakelsysteem (zoals weergegeven in kader ). ansluiten van de bekabeling op het eindschakelsysteem zoals weergegeven in de kaders 2, 3 en 4 is niet toegestaan. PE N L Q K22 K2 EM PE RC RC PE W U V 2 0 9 8 7 6 5 4 3 2 L2 L M ~ C ES22 ES2 ES2 ES PE N PE PE 2 N 3 4 2 0 9 8 7 6 5 4 3 2 2 0 9 8 7 6 5 4 3 2 2 0 9 8 7 6 5 4 3 2 ES22 ES2 ES2 ES ES22 ES2 ES2 ES ES22 ES2 ES2 ES 4
Uitwisselingsinstructies eindschakelsysteem In deze instructies wordt beschreven hoe een eindschakelsysteem van een RW24 motorreductor moet worden vervangen. Hierbij wordt ook beschreven hoe het eindschakelsysteem moet worden aangesloten voor het schakelen van de voedingsspanning van een -fase elektromotor van een RW24 motorreductor. GEVR Schakel eerst de voedingsspanning uit bij het vervangen van een eindschakelsysteem van een Ridder RW motorreductor! 2 Voor het uitwisselen van de eindschakelsysteem zijn de volgende gereedschappen benodigd: - Schroevendraaier - Schroevendraaier - Ster - Zijkniptang Voor het uitwisselen van het eindschakelsysteem is de volgende uitwisselset benodigd: 3-5007 90-230\\>60m\RC SET Deze set bevat een handleiding, een eindschakelsysteem, 2 RC-kringen en een verbindingsdraad. 4 Het eindschakelsysteem is te vinden onder het eindschakelaardeksel van een RW24 motorreductor (wit omkaderd). 5 Demonteer het eindschakelaardeksel van de RW24 motorreductor door de 4 schroeven waarmee deze bevestigd is los te draaien. 5
6 Positioneer het nieuwe eindschakelsysteem nabij het te vervangen eindschakelsysteem. 7 U W L2 N V L RC RC 2 0 9 8 7 6 5 4 3 2 W L2 V L 2 2 0 9 8 7 6 5 4 3 2 W L2 V L 3 2 0 9 8 7 6 5 4 3 2 U W L2 N V L 4 2 0 9 8 7 6 5 4 3 2 De bedrading moet nu worden overgezet van het te vervangen eindschakelsysteem naar het nieuwe. Hierbij moet de bedrading op de worden aangesloten zoals weergegeven in schema. Wanneer in de oorspronkelijke situatie sprake is van aansluiting van de bedrading zoals weergegeven in de schema s 2 of 3, dan moet de bedradingsaansluiting in overeenstemming worden gebracht met de aansluitingen in schema. Wanneer in de oorspronkelijke situatie sprake is van aansluiting van de bedrading zoals in schema 4, dan is geen wijziging in het bedradingsschema noodzakelijk. fhankelijk van de voorkomende situatie moeten de instructies worden opgevolgd zoals beschreven in 7 voor situtatie 2, instructies in 7 voor situatie 3 en instructies 7C voor situatie 4. De bedrading moet op de volgende manier worden overgezet en aangesloten: 7 2 L van naar ( bestaand naar nieuw); L2 van 7 naar 7; V van 3 naar 3 (of W van 3 naar 3, afhankelijk draairichting elektromotor); W van 9 naar 9 (of V van 9 naar 9); N aansluiten op klem 4 ( nieuw); U aansluiten op klem 2; Overbruggingsdraad (meegeleverd) aansluiten op klemmen 6 en 0. Ga verder met stap 8. 6
De bedrading moet op de volgende manier worden overgezet en aangesloten: 7 3 L van naar ( bestaand naar nieuw); L2 van 7 naar 7; V van 6 naar 3 (of W van 6 naar 3, afhankelijk draairichting elektromotor); W van 2 naar 9 (of V van 2 naar 9); N aansluiten op klem 4 ( nieuw); U aansluiten op klem 2; Overbruggingsdraad (meegeleverd) aansluiten op klemmen 6 en 0. (ruggen tussen 3-4 en 9-0 komen te vervallen.) Ga verder met stap 8. De bedrading moet op de volgende manier worden overgezet en aangesloten: 7C 4 L van naar ( bestaand naar nieuw); L2 van 7 naar 7; V van 3 naar 3 (of W van 3 naar 3, afhankelijk draairichting elektromotor); W van 9 naar 9 (of V van 9 naar 9); N van 4 naar 4; U van 2 naar 2; Overbruggingsdraad (meegeleverd) aansluiten op klemmen 6 en 0. Ga verder met stap 8. 8 Demonteer het bestaande schakelsysteem door de twee bevestigingsschroeven los te draaien (schroeven bevinden zich onder opening in bovenzijde behuizing schakelsysteem). 9 VOORZICHTIG Monteer het nieuwe, bekabelde eindschakelsysteem op de RW motorreductor. Let op! Zorg bij het plaatsen van het eindschakelsysteem dat de lange stelschroeven van het eindschakelsysteem zich vrij tussen de schakelveerarmen van microschakelaars en eindschakelsysteem bevinden. Zet het eindschakelsysteem hierna vast op het reductorhuis door de bevestigingsschroeven vast te draaaien. 7
2 mm 0 Na het aansluiten en monteren van het nieuwe eindschakelsysteem moeten de RC kringen worden aangesloten. Hiervoor moeten de aansluitdraden van de RC kringen eerste worden ingekort tot ca. 2 mm. Monteer de eerste RC kring op de klemmenstrook van het eindschakelsysteem op de klemmen en 3. 2 Monteer de tweede RC kring op de klemmenstrook van het eindschakelsysteem op de klemmen 7 en 9. Het omzetten van het eindschakelsysteem is nu gereed. 3 LET OP Controleer nu of het eindschakelsysteem naar behoren werkt door te RW motorreductor aan te sturen tot in de beide eindpositities. Wanneer het eindschakelsysteem opnieuw moet worden ingesteld kan de instructie fstellen eindschakelsysteem worden toegepast. 4 Monteer het eindschakelaardeksel van de RW24 motorreductor door de 4 schroeven waarmee deze bevestigd moet worden vast te draaien. 8
fstellen eindschakelsysteem ES ES2 a b 7 3 2 4 6 6 4 2 3 b a 7 2 0 9 C 8 7 6 5 4 ES2 3 2 NC NO C NC NO C NC NO C NC NO ES22 ES2 ES ES2 ES22 Installatie eindschakelsysteem In onderstaande stappen worden de handelingen beschreven om een eindschakelsysteem van een RW motorreductor af te stellen. Stroom- en spanningsbereik De contacten in de schakelaars van het Ridder eindschakelsysteem zijn geschikt voor het schakelen van de volgende stromen: 24V-C, stromen van 60 m tot 30 m; 230V, stromen tot,2. Ridder eindschakelsysteem Het Ridder eindschakelsysteem is een lineair schakelsysteem, dat ontwikkeld is voor en zijn toepassing vindt in de RW motorreductoren. Het eindschakelsysteem wordt, door middel van een overbrenging, door de uitgaande as van de motorreductor aangedreven. Het aantal omwentelingen van de uitgaande as is tussen een begin- en eindstand in te stellen. Het maximale bereik is 86 omwentelingen van de uitgaande as. Levering ij levering is het eindschakelsysteem niet afgesteld. De stelringen (3) zijn vrij beweegbaar rond de kartelmoeren (2). Daarmee is het bereik van de aandrijving in beide draairichtingen onbeperkt en wordt voorkomen dat het schakelsysteem defect raakt bij bediening van buitenaf. Werking De hoofdas van een motorreductor drijft de draadas () van het eindschakelsysteem via een overbrenging aan. Tijdens het roteren van de draadas bewegen schakelmoeren (4) lineair langs de draadas. Door de wrijving tussen draadas en schakelmoer drukt stelschroef (a) licht tegen één van de beide schakelveren (welke hangt af van de draairichting). ereikt een schakelmoer het einde van de draadas, dan verandert de lineaire beweging van de schakelmoer in een rotatie (met de draadas mee). De stelschroef (a) drukt hierdoor tegen de schakelveer zodat deze verplaatst en daarmee een bedrijfsschakelaar (ES of ES2) bedient. Het hierdoor verkregen signaal stuurt een relais, waardoor de motorreductor stopt. Mocht de bedrijfsschakelaar of het relais dienst weigeren en de motorreductor doorlopen, dan bedient de schakelveer vervolgens een beveiligingsschakelaar (ES2 of ES22). Het hierdoor verkregen signaal stuurt een beveiligingsrelais dat de besturing uitschakelt en daarmee de motorreductor. Dit voorkomt gevolgschade aan het systeem. 9
ansluiting Raadpleeg voor aansluiting van het Ridder eindschakelsysteem de hiervoor beschikbare elektrische schema s. fstellen De eindstanden worden als volgt afgesteld: reng, door de hoofdas van de motorreductor te (laten) draaien, het systeem in een eindstand (volledig open of volledig gesloten) en stel vast welke bedrijfsschakelaar (ES of ES2) met die eindstand correspondeert. De kartelmoer (2) is eenvoudig met de hand op de draadas () te verdraaien. De schakelmoer (4) verplaatst zich hierbij lineair langs de draadas. Draai aan de corresponderende zijde de kartelmoer handvast tegen de aanslag (7). Verdraai nu stelring (3) over de kartelmoer zóver dat de bedrijfschakelaar nèt wordt geschakeld. org de stelring in deze stand op de kartelmoer met de stelschroeven (a) en (b). De stelring is nu niet meer ten opzichte van de kartelmoer te verdraaien. Herhaal bovenstaande punten voor het afstellen van de tegenoverliggende eindstand. LET OP VOORZICHTIG Controleer altijd de werking van het eindschakelsysteem na het instellen van de beide eindposities! Voorkom dat met handmatig aandrijven de motorreductor (via het zeskant in de elektromotor), ingestelde eindstanden overschreden worden. Dit resulteert in een onjuist werkend eindschakelsysteem. Draairichtingen RW24 motorreductor 0