Bevolking per 1-1-2011 Inleiding In deze notitie wordt nader ingegaan op de informatie die afkomstig is uit de basisset bevolkingsgegevens per 1-1-2011, ontleend aan de Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente Emmen (afd. Burgerzaken). De gegevens uit de GBA zijn door afd. Informatievoorziening van de Dienst Ondersteuning verwerkt en de gegevens worden opgenomen in het onderdeel Emmen in Cijfers op de gemeentelijke website. Ook zullen de gegevens deel uitmaken van de zogenaamde MMmeter die eveneens bij het onderdeel Emmen in Cijfers op de gemeentelijke website te vinden is, dan wel via de rechtstreekse url www.emmen.nl/emmenincijfers. De MMmeter is sinds juli 2011 beschikbaar en stelt gebruikers in staat zelf tabellen en/of grafieken samen te stellen. De gemeente sluit daarmee aan bij een presentatiemethode die door meerdere grote steden, maar ook ministeries gebruikt wordt. Ook de website www.waarstaatjegemeente.nl (waarop prestaties van gemeenten vergeleken kunnen worden) maakt van deze methode gebruik. De MMmeter is bovendien van belang nu het boekje Emmen in Cijfers vanwege bezuinigingen niet meer uitgegeven zal worden. In deze notitie zal achtereenvolgens worden ingegaan op de totale bevolkingsomvang van Emmen, de natuurlijke groei, de externe migratie en de verschuiving in de leeftijdsopbouw. Verder wordt een beknopt inzicht geboden in de migratiegegevens over de periode 2001-2010. Op de ontwikkeling van woonwijk de Delftlanden wordt in een apart onderdeel ingegaan. Ook wordt aandacht besteed aan het actuele thema groei en krimp van de bevolking en de mogelijke ontwikkeling van de bevolking van Emmen volgens een tweetal scenario s. Daarbij zal worden getracht de bevolkingsontwikkeling in een breder kader te plaatsen. Cijfers die door gemeenten gepresenteerd worden kunnen over het algemeen kleine afwijkingen vertonen ten opzichte van door het CBS gehanteerde aantallen. Deze verschillen laten zich niet volledig oplossen aangezien de basisgegevens van het CBS tot half februari worden aangepast op mutaties die nog betrekking hebben op het afgesloten jaar. Hoewel de gemeente de GBA-gegevens in dezelfde periode aan het systeem onttrekt blijven kleine verschillen desondanks mogelijk. Totale bevolkingsomvang De totale bevolking van de gemeente Emmen is het afgelopen jaar, na een aantal jaren met lichte groei, afgenomen van 109.493 personen op 1 januari 2010 naar 109.253 personen op 1 januari 2011. Dit is een totale afname met 240 personen. In het voorafgaande jaar 2009 kende de gemeente een bevolkingstoename met 54 personen. Het overzicht op blz. 2 laat zien hoe de afname in de gemeente tot stand is gekomen. Uit het overzicht blijkt dat de afname zich niet in gelijke mate heeft voorgedaan in de 1
verschillende kernen van de gemeente. Het groeipercentage voor de hele gemeente komt uit op -0,2%. (in 2009 0,0%). De kern Emmen komt een fractie hoger uit (-0,1%). In een viertal kernen was sprake van geringe bevolkingsgroei (0,3% - 0,4%). Het gaat om de kernen Nieuw-Weerdinge, Erica, Klazienaveen en Nieuw-Schoonebeek. De kern die relatief gezien (d.w.z. in verhouding tot de bevolkingsomvang van de betreffende kern) de grootste afname laat zien is Schoonebeek (-2,9%). Omvangrijke herstructureringsplannen (o.a. sloop van woningen) zijn hier mede debet aan. Ook Barger-Compascuum (-1,4%) laat een relatief grote afname zien. Opvallend, aangezien deze kern in 2009 nog verantwoordelijk was voor de relatief grootste groei. Binnen de kern Emmen (niet opgenomen in de tabel) laat vooral de wijk Delftlanden relatief gezien een aanzienlijke groei zien. Ook Emmen-Centrum vertoont een lichte groei. In de overige wijken is sprake van kleine veranderingen. Op de ontwikkelingen in de wijk Delftlanden wordt verderop in deze notitie nader ingegaan. toename/afname toename/afname Kern 01-01-10 01-01-11 absoluut relatief Emmen 57.452 57.420-32 -0,1 Nieuw-Weerdinge 3.655 3.665 10 0,3 Roswinkel 832 814-18 -2,2 Emmer-Compascuum 8.003 7.979-24 -0,3 Barger-Compascuum 2.003 1.975-28 -1,4 Nieuw-Dordrecht 2.101 2.094-7 -0,3 Nieuw- Amsterdam/Veenoord 7.181 7.162-19 -0,3 Erica 4.864 4.879 15 0,3 Klazienaveen 12.036 12.079 43 0,4 Zwartemeer 3.118 3.082-36 -1,2 Schoonebeek 5.177 5.029-148 -2,9 Nieuw-Schoonebeek 1.311 1.316 5 0,4 Weiteveen 1.760 1.759-1 -0,1 Totaal 109.493 109.253-240 -0,2 Bijlage 1 toont de bevolkingsomvang in alle wijken en buurten van de gemeente. Natuurlijke groei De natuurlijke groei wordt bepaald door het saldo van geboorte (aantal levend geborenen) en sterfte binnen de gemeente. In 2010 bedroeg het aantal geboorten in de gemeente 1.053. Het aantal geboorten vertoont daarmee een forse daling ten opzichte van 2009 toen er 1.145 geboorten genoteerd werden. Wel moet daarbij opgemerkt worden dat het aantal geboorten in 2009 ruim boven het gemiddelde van de voorafgaande jaren lag. 2
In relatieve zin is het geboortecijfer (het aantal levend geborenen per 1.000 van de gemiddelde bevolking) gedaald van 10,5 in 2009 naar 9,6 in 2010 (vergelijkbaar met het cijfer over 2008). Voor de komende jaren mag verwacht worden dat het geboortecijfer zich zal stabiliseren op een gemiddeld aantal tussen de 1.000 en 1.100 geboorten. (Het aantal vrouwen in de leeftijdsklasse van 25 34 gaat zich de komende jaren namelijk stabiliseren.) De relatieve verschillen tussen de dorpen en wijken met betrekking tot het geboortecijfer zijn niet groot te noemen. Ten opzichte van het gemeentelijk gemiddelde (toename 1,0%) kent de Delftlanden (incl. azc.) relatief gezien het hoogste geboortecijfer. Nieuw- Schoonebeek en Nieuw-Weerdinge kenden ook een bovengemiddeld geboortecijfer. In Emmen-Centrum worden relatief gezien de minste kinderen geboren. Het aantal sterfgevallen in de gemeente is in 2010 iets afgenomen. In totaal zijn in de gemeente Emmen 1.123 personen overleden tegenover 1.142 personen in 2009. Verwachting is dat het sterftecijfer geleidelijk zal gaan stijgen. Het sterftecijfer (het aantal sterfgevallen per 1.000 van de gemiddelde bevolking) bedroeg in 2010 10,3. In 2009 lag het nog op 10,4. Het sterftecijfer is daarmee voor het eerst boven het geboortecijfer gekomen. In 2010 zijn er in de gemeente dus voor het eerst meer mensen gestorven dan dat er geboren werden (ofwel er is een sterfteoverschot). Verwacht mag worden dat het sterftecijfer vanaf 2010 vele jaren boven het geboortecijfer zal blijven liggen. In Emmen-Centrum, Emmen-Centrum Oost, Bargeres en Weiteveen lagen de sterftecijfers aanmerkelijk hoger dan het gemeentelijk gemiddelde. De aanwezigheid daar van specifieke woonvoorzieningen voor ouderen (en dus concentratie van ouderen) kan hiervoor als verklaring gelden. Wijken en kernen met een relatief laag sterftecijfer zijn: Parc Sandur, Delftlanden en Nieuw Schoonebeek. De natuurlijke groei van de gemeente is het verschil tussen het aantal geboorten en het aantal sterfgevallen. Bezien over de hele gemeente betekent dat voor het jaar 2010 een sterfteoverschot van 70 personen. (In 2009 kende Emmen een geboorteoverschot van 3 personen.) Niet eerder was er sprake van een sterfteoverschot. In feite is de natuurlijke groei in de gemeente Emmen, jarenlang een groeifactor van betekenis, in negatieve zin omgebogen. In bijlage 2a is een grafiek opgenomen waarin de ontwikkeling van geboorte en sterfte vanaf 1998 is weergegeven. De afstand tussen geboorte- en sterftelijn is de afgelopen jaren steeds kleiner geworden. Het jaar 2010 heeft gezorgd voor een omslagpunt. Het geboorteoverschot is veranderd in een sterfteoverschot. Natuurlijke groei is natuurlijke afname geworden. Een situatie die langdurig als een gegeven zal moeten worden beschouwd. 3
Externe migratie Onder externe migratie wordt het geheel van vestiging in en vertrek uit een gemeente verstaan. Het verschil tussen beide ontwikkelingen levert een vestigings- of vertrekoverschot op. (De interne migratie, de verhuizingen binnen de gemeente, is in dit kader niet in beschouwing genomen.) In 2010 hebben zich 3.351 personen in de gemeente gevestigd (een groei van 3,1% t.o.v. een groei van 3,4% in 2009). In verhouding tot de bevolkingsomvang hebben zich de meeste mensen gevestigd in Delftlanden (incl. azc). Daarnaast is vestiging in Parc Sandur en Bargeres boven gemiddeld. In de kernen Barger-Compascuum, Zwartemeer en Weiteveen is de vestiging onder het gemiddelde gebleven. Tegenover de vestiging in de gemeente staat het vertrek van in totaal 3.521 personen uit de gemeente (3,2% tegenover 3,3% in 2009). Kernen van waaruit meer dan gemiddeld (d.w.z. ten opzichte van het totaal van de gemeente) vertrokken is zijn Delftlanden (incl. azc.), Parc Sandur, Angelslo en Bargeres. Zowel Delftlanden, Parc Sandur als Bargeres scoren zowel hoog bij vestiging als bij vertrek. In de kernen Klazienaveen en Zwartemeer is het vertrek ruim onder het gemeentelijk gemiddelde gebleven. Een vestiging van 3.351 personen tegenover een vertrek van 3.521 personen resulteert in een vertrekoverschot voor de hele gemeente van 170 voor het jaar 2010. In 2009 was sprake van een vestigingsoverschot van 51 personen. In bijlage 2b is de ontwikkeling van vestiging en vertrek sinds 1998 in een grafiek weergegeven. Het levert een enigszins grillig beeld op. De totale bevolkingsafname in Emmen komt voor 2010 uit op 240 personen, bestaande uit een sterfteoverschot van 70 personen en een vertrekoverschot van 170 personen. In bijlage 3 is de ontwikkeling van het saldo van natuurlijke groei en migratie vanaf 1998 in een grafiek opgenomen. Naast Emmen hadden ook de buurgemeenten Borger-Odoorn en Coevorden in 2010 zowel met een sterfte- als een vertrekoverschot te maken. Binnen Drenthe vertoonden twee gemeenten in 2010, zowel qua natuurlijke groei als migratie, een positief beeld: Assen en Meppel. De (verschuivingen in de) leeftijdsopbouw Ook in het afgelopen jaar is er een verdere verschuiving in de leeftijdsopbouw van de gemeente Emmen te constateren in de richting van de hogere leeftijdscategorieën. De gemiddelde leeftijd van de bevolking is per 1-1-2011 gestegen van 41,2 (1-1-2010) naar 41,4 jaar. (Het betreft de gemiddelde leeftijd van hele jaren. Strikt genomen dient hier 0,5 jaar bijgeteld te worden omdat men feitelijk ouder is dan de in hele jaren uitgedrukte leeftijd.) 4
Het gemiddelde in de wijken en dorpen beweegt zich over het algemeen dicht rond het gemeentelijk gemiddelde. Een uitzondering wordt gevormd door Emmen-Centrum. Daar ligt, mede door de aanwezigheid van woonvoorzieningen voor ouderen, de gemiddelde leeftijd op 62 jaar. In de Rietlanden en Parc Sandur ligt de gemiddelde leeftijd ruim vier jaar onder het cijfer voor de totale gemeente. In de Delftlanden ligt de gemiddelde leeftijd tussen de 26 en 27 jaar. Het aantal inwoners van 65 jaar en ouder neemt verder toe, zowel absoluut als relatief. In bijlage 4(a, b en c) is een overzicht opgenomen van de bevolking per kern en wijk, uitgesplitst naar drie leeftijdsgroepen. Bij de geïndexeerde gegevens is de situatie in 1998 op 100 gesteld en is per leeftijdsklasse de ontwikkeling ten opzichte van 1998 in beeld gebracht, onafhankelijk van de andere leeftijdsklassen. Bij de relatieve cijfers zijn de drie leeftijdsklassen samen op 100% gesteld. Ook hieruit wordt duidelijk dat de oudere leeftijdsgroep een steeds groter aandeel van de bevolking uitmaakt. Het proces van vergrijzing gaat langzaam, maar zeker verder. Vooral de kernen Emmen (wijken Emmen- Centrum, Emmen-Centrum Oost, Angelslo, Emmermeer en Emmerhout), Klazienaveen en Nieuw-Amsterdam/Veenoord kennen een vrij grote groep inwoners van 65 jaar en ouder. Het feit dat in deze kernen meer woon- en zorgvoorzieningen voor ouderen aanwezig zijn vormt hiervoor een verklaring. Aan de andere kant lijkt de ontgroening van de bevolking zich ook verder door te zetten. De groep inwoners van 0 19 jaar loopt namelijk relatief gezien licht terug. In Nieuw- Weerdinge, Erica, Nieuw-Dordrecht, Nieuw-Schoonebeek en de wijken Rietlanden, Parc Sandur en Delftlanden is het aandeel van deze groep in de bevolking groter dan in de andere kernen. In Emmen-Centrum is deze leeftijdsgroep zeer sterk ondervertegenwoordigd. De cijfers over de gemeente als totaal laten een verdergaande ontgroening en vergrijzing zien. De grote groep 20-64 jaar blijft nog redelijk stabiel. In bijlage 5 is de bevolkings piramide van de gemeente Emmen weergegeven. Om de verschuivingen die zich in relatief korte tijd voordoen duidelijk te maken is de bevolkingssamenstelling per 1 januari 2001 en 1 januari 2011 in één grafiek opgenomen. In deze periode is de bevolking met ruim 1.900 personen toegenomen. Een deel van de verschillen in de grafiek laat zich daardoor verklaren. Desondanks valt een aantal ontwikkelingen op: De oudere bevolkingsgroepen (65 jaar en ouder) groeien gestaag. Vooral de leeftijdsgroep 80-89 jaar maakte in deze periode een behoorlijke groei door. Deze ontwikkeling zal zich de komende jaren gaan vertalen in het sterftecijfer. Het aantal vrouwen binnen de groep 70 jaar en ouder is aanzienlijk groter dan het aantal mannen. Vanaf 2011 krijgt het begrip vergrijzing een extra dimensie. De mensen die in 1946 en later geboren zijn (de babyboomgeneratie) bereiken van 2011 de leeftijd van 65 jaar. Vanaf dat jaar komt er jaarlijks een grote(re) instroom in de groep 65 jaar en ouder. De instroom is ongeveer 300-400 personen per jaar (ofwel gemiddeld 25% 30%) groter dan tot nu toe het geval was. Dat proces zal zich gedurende 25 jaar voordoen. Vanaf 2025 zullen de effecten hiervan ook in de 5
leeftijdsgroepen van 80 jaar en ouder zichtbaar worden. Verwacht mag worden dat de vraag naar zorgvoorzieningen zich parallel aan het vergrijzingsproces zal gaan ontwikkelen. In de grote middengroep is vooral de ontwikkeling van de leeftijdsgroepen 55-59 en 60-64 jaar opmerkelijk. Deze groepen (babyboomers) vervangen in de situatie per 1-1-2011 groepen die op 1-1-2001 nog veel geringer in omvang waren. Dit effect zal ook in de toekomst zeer duidelijk zichtbaar blijven in de bevolkingspiramide van Emmen. Waar het proces van vergrijzing over het algemeen een geleidelijke ontwikkeling laat zien zullen de genoemde leeftijdsgroepen in de toekomst voor grote verschuivingen gaan zorgen in een steeds hogere leeftijdsgroep. Bovendien heeft de opbouw van de middengroep grote gevolgen voor de omvang van de potentiële beroepsbevolking. De potentieële beroepsbevolking zal met het ouder worden van deze groepen in de komende tien jaar flink krimpen. De mensen met een baan in de huidige grote groep 60-64 jarigen zullen (onder de huidige pensioenregeling) over 5 jaar het arbeidsproces verlaten hebben. Het gaat in totaal vanuit deze leeftijdsgroep om een uitstroom van bijna 8.000 personen (10 jaar geleden waren dat er bijna 5.600). Uiteraard wordt de potentiële beroepsbevolking van onderop weer aangevuld. De instroom in de potentiële beroepsbevolking is in de komende vijf jaren echter 1.700 personen kleiner dan de uitstroom. Daarbij is nog geen rekening gehouden met een verminderde instroom van jongeren in de potentiële beroepsbevolking vanwege studie elders. Overigens blijft de instroom ook in de daarop volgende periode nog lange tijd kleiner dan de uitstroom. Een gegeven waarvan de effecten op de arbeidsmarkt zeer duidelijk merkbaar zullen zijn. Dit ook in relatie tot de hiervoor aangegeven verwachte toename van de vraag naar arbeidskrachten vanuit de zorgsector. In de leeftijdsgroepen van 25-29, 30-34 en 35-39 jarigen is van een omgekeerd beeld sprake. Deze leeftijdsgroepen zijn in de afgelopen jaren sterk afgenomen. De geconstateerde ontwikkeling is van groot belang voor het aantal geboorten in de gemeente Emmen. Aangezien het merendeel van de geboorten plaats vindt binnen de groep vrouwen van 25 34 jaar is het een logisch gevolg dat het geboortecijfer van Emmen een dalende lijn laat zien. (Het aantal geboorten in 2009 vormde daarop overigens een onverwachte uitzondering.) Op grond van de bevolkingssamenstelling van Emmen zal het aantal geboorten zich naar verwachting gaan stabiliseren op een niveau tussen de 1.000 en 1.100 per jaar. In de leeftijdsgroepen van 0-24 jaar is geen duidelijke lijn te ontdekken. Deze groepen lijken zich redelijk te stabiliseren. Wel is in de laagste groep (0-4 jaar) de terugloop van het geboortecijfers in de afgelopen jaren duidelijk waarneembaar. Dit zal in de komende jaren ook duidelijk merkbaar worden bij de instroom in het basisonderwijs. Vanuit het basisonderwijs is er de komende vier jaren nog wel een grote instroom in het voortgezet onderwijs. De grote uitstroom uit het basisonderwijs wordt niet gecompenseerd door de instroom. Voor de komende periode van 4 jaar moet rekening gehouden worden met een verschil van ongeveer 1.050 leerlingen (instroom ± 4.350, uitstroom ± 5.400). 6
Externe migratiestromen gemeente Emmen 2001-2010 Over de periode 2001-2010 is een analyse gemaakt van de externe migratiestromen. Onder externe migratiestromen wordt de vestiging in of het vertrek uit de gemeente verstaan. Verhuizingen binnen de gemeente zijn daarbij niet meegenomen. Bij de analyse is onderscheid gemaakt tussen diverse leeftijdsgroepen. Een aantal bevindingen is binnen het kader van deze bevolkingsnotitie van belang. In bijlage 6 is de externe migratie m.b.t. de gemeente Emmen voor de periode 2001-2010 weergegeven. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen de gemeente, de kern Emmen en het geheel van de overige kernen. Uit het overzicht blijkt dat de migratie in het eerste jaar positief is geweest. De komst van asielzoekers in 2001 is duidelijk uit de grafiek af te lezen. In 2002 is in de hele gemeente sprake van een vertrekoverschot, maar met name de kern Emmen levert hieraan de grootste bijdrage. In 2003 is het negatieve migratiesaldo in het totaal van de overige kernen verder toegenomen, terwijl in de kern Emmen een herstel waarneembaar is. In 2004 was sprake van een licht herstel, maar dit werd in 2005 teniet gedaan door de sluiting van het asielzoekerscentrum in Klazienaveen, waardoor ca. 300 personen uitstroomden. De negatieve ontwikkeling is af te lezen uit de kolom voor de overige kernen. In het jaar 2006 is, overeenkomstig de situatie in 2004, sprake van een licht herstel. In 2007 heeft deze ontwikkeling zich verder doorgezet. In 2008 stabiliseerde het beeld zich op het niveau van 2007. In 2009 was er nog slechts van een zeer klein positief migratiesaldo sprake, waarbij nauwelijks verschillen waren waar te nemen tussen de kern Emmen en het totaal van de overige kernen. Het jaar 2010 laat een negatief beeld zien. Zowel in de kern Emmen als in de overige kernen is het jaar afgesloten met een vertrekoverschot. In bijlage 7 is de externe migratie uitgesplitst naar diverse leeftijdsgroepen. Door het opdelen van de totale migratie in de periode 2001 2010 in 6 leeftijdsgroepen valt onmiddellijk op dat de onderscheiden leeftijdsgroepen zeer verschillend hebben bijgedragen aan de migratie in de gemeente. Zeer in het oog springt de leeftijdsgroep 15-24 jarigen. In de analyseperiode laat deze groep als enige een volledig negatief saldo zien. Daarbij zijn verschillen te zien tussen de kern Emmen en de overige kernen van de gemeente. Studie elders zal een belangrijke reden zijn waarom deze groep Emmen verlaat. Het vertrek van deze groep heeft effect op de bevolkingsopbouw van de gemeente. Door het vertrekoverschot in deze leeftijdsgroep loopt namelijk ook de instroom in hogere leeftijdsgroepen terug. Dit heeft directe gevolgen voor de omvang van de leeftijdsgroepen van 25 29 en 30 34 jaar, de groepen die voor het grootste deel verantwoordelijk zijn voor het onderdeel geboortes in de natuurlijke groei van de bevolking. Een tweede opvallend punt is het vertrek uit de gemeente vanuit de groep bewoners van 75 jaar en ouder, afkomstig uit de overige kernen van de gemeente. Eerder is al gebleken dat het vertrek van deze groep voor een belangrijk deel veroorzaakt wordt door de kern Schoonebeek. Een verklaring voor dit verschijnsel zou kunnen zijn dat er aantrekkelijke woon- en zorgvoorzieningen voor ouderen aanwezig zijn in de nabije plaats Coevorden. 7
De persoonskenmerken, samenstelling en herkomst/bestemming van de totale groep migranten zijn redelijk in beeld te brengen. Over de redenen van vertrek uit of vestiging in de gemeente Emmen kunnen voornamelijk aannames geformuleerd worden. De werkelijke redenen kunnen uitsluitend achterhaald worden door een doorlopend migratiemotievenonderzoek te starten. Ontwikkelingen in de Delftlanden Vanaf 2007 zijn de ontwikkelingen in de Delftlanden duidelijk waarneembaar geworden. Na de vestiging van de eerste inwoners in 2006 maakt de wijk een geleidelijke groei door. Reden voor een nadere analyse. Een complicerende factor in het gebied Delftlanden is de aanwezigheid van het azc aan de Wilhelmsweg. Het betreffende deel van de Wilhelmsweg wordt gerekend tot de Delftlanden. In de huidige bevolkingsomvang van de Delftlanden heeft het azc een groot aandeel. Om de ontwikkeling van het gedeelte met woningbouw goed te kunnen volgen worden in deze notitie binnen de Delftlanden twee onderdelen onderscheiden. Naast het azc is dat het onderdeel woonwijk. inwoners 2007 2007 2008 2008 2009 2009 2010 2010 2011 01-jan (+/-) 01-jan (+/-) 01-jan (+/-) 01-jan (+/-) 01-jan woonwijk Delftlanden 16 174 190 208 398 107 505 39 544 azc Delftlanden 338-87 251-8 243 124 367 73 440 totaal Delftlanden 354 87 441 200 641 231 872 112 984 Zoals uit het overzicht blijkt is het aandeel van het azc in de totale wijk Delftlanden in 2009 en 2010, na een aanvankelijke terugloop, weer aanzienlijk toegenomen. Het aantal inwoners van het azc steeg in deze jaren meer dan het aantal inwoners van de woonwijk. In 2010 is de bevolking van de woonwijk gegroeid met 39 personen terwijl het azc 73 personen meer telde dan aan het begin van het jaar. De groei (d.w.z. het saldo van natuurlijke groei en migratie) van de woonwijk is in 2010 voor bijna 40% (in 2009 nog bijna 80%) te danken aan zogenaamde binnenverhuizingen, d.w.z. een verhuizing binnen de gemeente Emmen. (Binnen-verhuizingen leiden niet tot toename van het gemeentelijk inwonertal.) Overigens is het mogelijk dat men voorafgaande aan de verhuizing naar de Delftlanden gebruik heeft gemaakt van een tijdelijke woning elders in de gemeente. Bij de definitieve verhuizing naar de Delftlanden is de oorspronkelijke herkomst (buiten de gemeente Emmen) dan niet meer in beeld. In totaal 35% van de nieuwe inwoners van de woonwijk Delftlanden is afkomstig van buiten de gemeentegrenzen. Daarnaast is de groei van de woonwijk in 2010 voor 25% te danken aan geboortes. In bijlage 8 is een overzicht van de migratie en natuurlijke groei m.b.t. de Delftlanden opgenomen. 8
Groei en krimp Een actueel thema op demografisch gebied wordt gevormd door het gegeven dat in steeds meer delen van Nederland zogenaamde krimpgebieden gaan ontstaan. Krimp heeft daarbij betrekking op teruglopende bevolkingsaantallen. In delen van Limburg, Zeeland en Groningen zijn al meerdere gebieden aan te wijzen die met krimp van de bevolking te maken hebben. In landelijke beleidsplannen wordt daar inmiddels op ingespeeld. Ook in de provincie Drenthe valt het verschijnsel krimp waar te nemen. Volgens (voorlopige) cijfers van het CBS hadden aan het eind van 2010 vier Drentse gemeenten een lager inwonertal dan aan het begin van dat jaar (in 2009 was dat bij 3 gemeenten het geval). Het betrof naast de gemeente Noordenveld de drie zuidoost Drentse gemeenten. Negatieve natuurlijke groei (ofwel een sterfteoverschot) is binnen Drenthe in toenemende mate van invloed op de bevolkingsgroei. Uitsluitend de gemeenten Assen, Hoogeveen, Meppel en Midden Drenthe laten in 2010 een geboorteoverschot zien. De drie zuidoost Drentse gemeenten hebben over 2010 als enige gemeenten zowel een sterfteoverschot als een vertrekoverschot. De provincie als totaal laat op beide onderdelen nog groei zien. Emmen behoort tot de gemeenten die over 2010 krimp laten zien. Dit kan niet als een onverwachte ontwikkeling worden gezien, al hoeft het ook niet te betekenen dat Emmen blijvend met een neergaande lijn te maken zal krijgen. Een aantal ontwikkelingen is daarbij van belang: De leeftijdsverdeling van de Emmense bevolking leidt tot de verwachting dat de gemeente vanaf 2010 met een jaarlijks sterfteoverschot rekening moet houden. Dat wil zeggen dat het inwoneraantal op basis van alleen natuurlijke groei af zal nemen. Om tot groei te komen zal de gemeente migranten van buiten aan moeten trekken. Dat aantal zal groter moeten zijn dan het aantal vertrekkende migranten. Het migratiesaldo zal bovendien een negatief saldo van de natuurlijke groei moeten compenseren. Pas dan zal het inwoneraantal groeien. Daarbij moet worden aangetekend dat het sterfteoverschot in de loop der jaren een geleidelijke toename te zien zal geven. Migratie daarentegen laat zich moeilijker voorspellen. Het grillige karakter van het migratiesaldo in de afgelopen jaren laat dat ook zien. De basis voor groei is in Emmen minder sterk dan die in de gemeenten met een aanzienlijk geboorteoverschot (Assen, Hoogeveen, Meppel). De gemeente als totaal laat in 2010 krimp zien. Binnen de gemeente zijn echter verschillen aanwezig. Zoals uit bijlage 4 blijkt heeft een aantal kernen, gezien over de periode vanaf 1998, met lichte krimp van de bevolking te maken. Het betreft vooral de kernen gesitueerd aan de grens met Duitsland. Hoewel de kern Emmen als totaal in genoemde periode nog groei laat zien, blijkt een aantal wijken ook met terugloop van de bevolking te maken te hebben. Zo vertonen de wijken Angelslo, Emmerhout, Emmerschans en Bargeres t.o.v. 1998 een krimpend inwoneraantal. Ook de wijk Rietlanden lijkt qua inwoneraantal duidelijk over het hoogtepunt heen te zijn en laat sinds 2002 een licht dalende lijn zien. Overigens is bevolkingskrimp een proces dat zich zeer geleidelijk, maar wel gedurende een lange periode gaat voltrekken. Bevolkingsprognoses van verschillende instanties (zoals het CBS) lieten voor Emmen tot voor kort nog een aanzienlijke groei zien. Veel prognosemethoden 9
namen bij het opstellen van prognoses de gemeentelijke woningbouwprogramma s als input mee, los van de realisatie van de plannen. Prognoses kwamen daardoor vaak veel te hoog uit. De provincie Drenthe houdt bij haar prognoses al wel geruime tijd rekening met de daadwerkelijk gerealiseerde woningaantallen. Dat is de belangrijkste reden waarom de provinciale prognoses veelal lager uit kwamen dan door andere instanties opgestelde bevolkingsprognoses. Inmiddels wordt, mede onder invloed van de economische crisis, in meer prognoses rekening gehouden met het verschil tussen woningbouwprogramma s en woningbouwrealisatie. Prognoses komen daardoor lager uit en brengen bevolkingskrimp voor meer gemeenten nadrukkelijker onder de aandacht. Hoewel het bevolkingsaantal van de gemeente Emmen tot 2010 jaarlijks nog steeds groei liet zien voorspelt het CBS in haar in 2009 verschenen prognose een bevolkingsaantal voor Emmen dat niet meer boven de 110.000 inwoners uitkomt. Emmen balanceert daarmee op de grens van groei en krimp. In 2009 was er nog een geringe groei, in 2010 een krimp met 240 personen. Reden om in deze notitie meer aandacht te besteden aan prognoses en scenario s m.b.t. bevolkingsontwikkeling. Bevolkingsontwikkeling volgens prognoses en scenario s De gemeente Emmen heeft in de Strategienota de koers naar 2020 uitgestippeld. Halverwege het traject naar 2020 kan geconstateerd worden dat het ambitieniveau van 120.000 inwoners in 2020 niet haalbaar zal zijn. Inmiddels is dan ook besloten om de Strategienota tussentijds te actualiseren. Als algemene richtlijn voor beleidsvorming zal daarbij de prognose van de provincie Drenthe (op basis van het IPB-PRIMOS model) gehanteerd worden. In deze prognose werd in het verleden, meer dan bij andere modellen, rekening gehouden met het verschil tussen de voorgenomen - en de gerealiseerde woningbouw. De prognose kwam daardoor veel lager uit dan andere prognoses en bleef relatief dicht bij de werkelijke ontwikkeling van de bevolkingsomvang. De provinciale prognose van 2009 komt voor Emmen uit op een bevolkingsomvang van 111.200 in het jaar 2020. Daarnaast is er voor gekozen een aantal scenario s voor bevolkingsontwikkeling te gebruiken. Terwijl een prognose de meest waarschijnlijke ontwikkeling op een bepaald moment laat zien, levert een scenario de mogelijke ontwikkeling bij bepaalde veronderstellingen. Door middel van het gebruik van een prognose en een aantal scenario s ontstaat een zekere bandbreedte waarbinnen de werkelijke situatie zich zal ontwikkelen. Door bovendien jaarlijks de werkelijke ontwikkelingen van het afgesloten jaar in de scenario s te verwerken vindt geregeld een aanpassing van de marges plaats. Naast de te gebruiken provinciale prognose vanuit het IPB-PRIMOS model zullen de volgende scenario s worden uitgewerkt: 10
a. een scenario gebaseerd op het op dat moment actuele woningbouwprogramma (wbp) b. een scenario gebaseerd op de aanname dat het saldo van migratie gelijk is aan 0 (mig=0). Ad a. Deze methode sluit aan bij de werkwijze die in Emmen jarenlang is gebruikt voor de bepaling van de actuele leerlingenprognose t.b.v. het onderwijs. Dit scenario brengt jaarlijks in beeld welke bevolkingsomvang verwacht mag worden op basis van het actuele woningbouwprogramma. Op grond van het woningbouwprogramma augustus 2010 leidt dit scenario tot een bevolkingsomvang van 112.000 inwoners in 2020. Ad b. Dit scenario laat zien hoe de aanwezige bevolking zich ontwikkelt op basis van natuurlijke groei. Binnen dit scenario vindt wel inkomende en uitgaande migratie plaats, maar het migratiesaldo wordt op 0 gesteld. (De effecten van inkomende en uitgaande migratie worden wel via de jaarlijkse actualisering in het scenario verwerkt). Dit min of meer neutrale scenario schakelt de invloed van de moelijk voorspelbare factor migratie in feite uit. Afhankelijk van het werkelijke migratiesaldo kan dit scenario te positief (bij een migratietekort) dan wel te negatief (bij een migratieoverschot) zijn. Op grond van de beschikbare gegevens in 2010 komt dit scenario uit op een bevolkingsomvang van 107.250 in 2020. In bijlage 9 zijn de uitkomsten van de provinciale prognose, de CBS-prognose en de 2 genoemde scenario s in een grafiek verwerkt. De beide scenario s kunnen uitgesplitst worden naar dorpen en wijken. De onderverdeling maakt bij het scenario wbp vanzelfsprekend gebruik van het ingebrachte woningbouwprogramma. Hoewel het woningbouwprogramma bij het scenario mig=0 geen deel uitmaakt van de input, maakt het scenario hiervan wel gebruik bij het uitsplitsen van de gemeentelijke uitkomsten naar de kernen en wijken. Toekomstige wijziging van het woningbouwprogramma kan op deze wijze leiden tot kleine aanpassingen van het naar dorpen en wijken uitgesplitste mig=0 scenario. Ook de migratie in het voorafgaande jaar kan leiden tot verdere aanpassingen van de uitkomsten van het mig=0 scenario. Jaarlijkse aanpassing/herberekening van de scenario s moet leiden tot verdere verfijning van de voorspellingen. In het scenario wbp (augustus 2010) wordt voor 2020 geringe groei gezien voor de kern Emmen. De groei vindt vooral plaats in de Delftlanden, maar ook in Emmen-Centrum en de wijken Emmermeer, Angelslo en Emmerhout. In de meeste overige kernen is sprake van een zeer lichte krimp. In het scenario mig=0 is er voor 2020 uitsluitend groei voorzien voor Emmen-Centrum en de Delftlanden. De overige wijken en kernen zullen met krimp te maken krijgen. Zoals eerder in deze notitie al is aangegeven, is er sprake van een tweetal belangrijke ontwikkelingen op demografisch gebied: 11
Ontwikkeling van de bevolkingsomvang (van groei naar krimp) Ontwikkeling van de samenstelling van de bevolking (zoals de leeftijdsopbouw) De groei of afname van de bevolking wordt, zoals al is aangegeven, bepaald door het saldo van de natuurlijke groei (geboorte sterfte) en externe migratie (vestiging vertrek). Gezien de bevolkingsopbouw en de ontwikkeling daarin zal de gemeente Emmen het niet moeten hebben van de natuurlijke groei. Het geboortecijfer zal zich gaan stabiliseren. Het sterftecijfer zal licht stijgen. Het sterftecijfer zal naar verwachting vanaf 2010 jarenlang boven het geboortecijfer uit blijven komen. De natuurlijke groei zal negatief zijn. Groei van de gemeentelijke bevolking zal in de komende periode moeten komen van een positief migratiesaldo. Er zullen zich dus meer mensen in Emmen moeten vestigen dan dat er vertrekken. Goede vestigingsfactoren (woningen, werkgelegenheid en voorzieningen) spelen daarbij een belangrijke rol. Bezien vanuit de leeftijdsopbouw van Emmen is vooral vestiging van de leeftijdgroepen tot 40 jaar zeer gewenst (zie bijlage 5). Juist binnen deze groep verliest de gemeente echter veel inwoners (van 15 24 jaar) doordat elders een studie wordt gevolgd. In bijlage 10 is de externe migratie sinds 2007 weergegeven naar provincie van herkomst en bestemming. Hieruit blijkt dat de grootste groep zich vestigende personen afkomstig is uit Drentse gemeenten; echter ook de grootste groep uit Emmen vertrekkende personen vestigt zich in Drentse gemeenten. Er resteert een klein positief saldo. De provincie Groningen staat op de tweede plaats voor wat betreft migratie in relatie tot de gemeente Emmen. Hier is sprake van een licht negatief saldo; er vertrekken meer mensen naar de provincie Groningen dan dat zich vanuit deze provincie in Emmen vestigen. De provincies Overijssel en Zuid-Holland nemen de derde en vierde positie in wat betreft vestiging en vertrek. Ten opzichte van Overijssel is sprake van een klein vertrekoverschot, t.o.v. Zuid-Holland is er een klein vestigingsoverschot. Een kwart van het aantal migraties (zowel vestiging als vertrek) heeft betrekking op het buitenland. Het gaat hier vooral om (tijdelijke) bewoners van het asielzoekerscentrum en om buitenlandse studenten aan de Stenden Hogeschool. Voor de korte termijn, het jaar 2011, moet net als in 2010 rekening gehouden worden met een lichte afname van het inwoneraantal. Het sterftecijfer zal vrijwel zeker boven het geboortecijfer liggen, terwijl met betrekking tot het migratiesaldo, mede ten gevolge van de kredietcrisis, geen spectaculaire ontwikkelingen verwacht mogen worden. 12
Samenvatting De bevolking van de gemeente Emmen is in 2010 afgenomen met 240 personen tot 109.253 inwoners. Voor het eerst kreeg de gemeente Emmen te maken met een sterfteoverschot (70). Bovendien was er op het gebied van migratie sprake van een vertrekoverschot (170). Natuurlijke groei van Emmen (saldo van geboorte en sterfte) is in Emmen omgebogen van groei naar krimp en zal nu een lange periode in de min blijven. Emmen zal alleen kunnen groeien door een migratieoverschot. De gemeente als totaal groeit niet meer. Binnen de gemeente zijn er kernen die met geringe krimp te kampen hebben. Deze kernen bevinden zich vooral aan de grens met Duitsland. Ook binnen de kern Emmen heeft een aantal wijken met een teruggang van het aantal inwoners te maken. De leeftijdsopbouw van Emmen veroorzaakt gevolgen op wisselende beleidsterreinen. Vanaf 2011 wordt de uitstroom uit de potentiële beroepsbevolking aanzienlijk groter. Het aantal 65+ers neemt toe. Het aantal vrouwen in de leeftijdsgroep 25 34 gaat zich stabiliseren. De terugloop van het geboortecijfer (2009 uitgezonderd) lijkt daarmee tot stilstand te komen. Het basisonderwijs krijgt de komende 4 jaar te maken met een aanzienlijk kleinere instroom van leerlingen in vergelijking tot de uitstroom naar het voortgezet onderwijs. Van uitgaande migratie is vooral sprake in de leeftijdsgroep van 15 t/m 24 jaar. Studie elders kan als verklarende factor gelden. De nieuwe wijk Delftlanden is in 2010, net als in 2009, vooral gegroeid door extra inwoners van het azc. In het woonwijkgedeelte Delftlanden is sprake van een geringe toename. Daarvan is 35% afkomstig van buiten de gemeente Emmen. De groei van het inwonertal van de gemeente lijkt over de top te zijn. Het inwoneraantal van 110.000 inwoners lijkt vooralsnog niet bereikt te worden. Volgens het scenario migratiesaldo = 0 zakt het inwoneraantal zelfs tot 107.250 inwoners in 2020. 13