Wat is INTERREG? www.vrom.nl
0 INTERREG is een Europese subsidieregeling, waarbinnen partijen uit meerdere landen samenwerken in projecten op het terrein van de ruimtelijke en regionale ontwikkeling. Projecten kunnen klein of groot zijn, worden uitgevoerd door partners uit minstens twee verschillende landen (een project kan dus nooit alleen Nederlands zijn), en krijgen, als ze aan alle voorwaardenvoldoen, de helft van de kosten vergoed door de Europese Unie. Het Europese geld voor INTERREG komt uit het Europees Fonds voor de Regionale Ontwikkeling (EFRO), dat gevuld wordt door de lidstaten. Het geld wordt besteed aan de kwalitatief beste projecten, onafhankelijk vanuit welk land zo n project wordt opgestart. Hierdoor staat niet van tevoren vast hoeveel geld naar welke lidstaat terugvloeit. Nederland doet mee aan drie INTERREG programma s: INTERREG A: grensoverschrijdende samenwerking, gecoördineerd door het ministerie van EZ; INTERREG B: Noordwest Europa en Noordzee: transnationale samenwerking, gecoördineerd door het ministerie van VROM; INTERREG C: interregionale samenwerking binnen Europa gecoördineerd door het ministerie van VROM. Voorwaarden om in aanmerking te komen voor een subsidie zijn: Er moet sprake zijn van een gezamenlijk belang; De samenwerking rond een thema of onderwerp moet een meerwaarde bieden aan alle betrokken partijen; Het project moet een concrete impact hebben in de betreffende gebieden; Investeringen in de verschillende regio s zouden zonder elkaar niet mogelijk zijn; Het project past binnen de voorwaarden van de betreffende indieningsronde Het NWE-programma Het gebied dat onder INTERREG IIIB NWE valt, omvat het meest dynamische en welvarende deel van Europa. Toch hebben regio s en steden in dit gebied veel gemeenschappelijke sociale en economische problemen die hun concurrentiepositie dreigen te ondermijnen. Voor Nederland vallen alle provincies, behalve Drenthe, Friesland en Groningen, binnen het NWE-gebied. Andere regio s binnen het NWE-gebied liggen in België, Grensoverschrijdende samenwerking betreft projecten, waarbij partners aan beide zijden van een gemeenschappelijke landsgrens met elkaar samenwerken. Onder transnationale samenwerking wordt verstaan de samenwerking tussen projectpartners uit tenminste twee verschillende landen van het betreffende programmagebied, waarbij iedere partner zowel financieel als inhoudelijk bijdraagt aan het project. Het gaat hier om onderwerpen diemoeten spelen in een gebied dat nationale grenzen overstijgt en waar transnationale samenwerking nodig is om projecten tot goede uitvoering te brengen. Voorbeelden zijn het creëren van condities voor de aansluiting van steden op HSL-lijnen en het aanpakken van overstromingsgevaar, waarbij maatregelen genomen in het ene land ook effect hebben in het andere. De programmagebieden waar Nederland aan deelneemt zijn het Noordzee en Noordwest Europa programmagebied. Projecten die ingediend worden dienen te passen binnen de prioriteiten van het programma. Deze zijn voor de huidige en nieuwe periode terug te vinden op de websites van de programma s.
03 Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Zwitserland, Ierland, Luxemburg en Frankrijk.In totaal was er in de periode 2002-2006 voor projecten binnenhet NWE-gebied 330 miljoen Europees geld beschikbaar. 99 projecten zijn opgestart, waarvan 61 met Nederlandse deelname. Voor de nieuwe periode zal ongeveer 350 miljoen Europees geld beschikbaar zijn. Voor meer informatie kunt u terecht bij de contactpersoon Noordwest Europa, zie www.minvrom.nl/interreg of op de website van het Internationale programmasecretariaat: http://www.nweurope.org/ Het Noordzee-programma De gebieden rond de Noordzee kennen een grote verscheidenheid. Er zijn dunbevolkte perifeer gelegen gebieden en dichtbevolkte concentraties van economische activiteit. De Noordzee vormt een belangrijke schakel die deze gebieden verbindt. Binnen het Noordzeegebied vallen voor Nederland de provincies Noord- en Zuid-Holland, Zeeland, Flevoland, Overijssel, Drenthe, Friesland en Groningen. Andere regio s binnen het Noordzeeprogramma liggen in Denemarken, Duitsland, Noorwegen, Verenigd Koninkrijk, België en Zweden. In totaal was er in de periode 2002-2006 voor het Noordzee programma 134,6 miljoen Europees geld beschikbaar. 70 projecten zijn opgestart, waarvan 55 met Nederlandse deelname. Voor de nieuwe periode zal ongeveer 150 miljoen Europees geld beschikbaar zijn. Voor meer informatie kunt u terecht bij de contactpersoon Noordzee, zie www.minvrom.nl/interreg of op de website van het internationale programmasecretariaat: http://www.interregnorthsea.org] opgestart, waarvan 51 met Nederlandse deelname. Voor de nieuwe periode zal ongeveer 285 miljoen Europees geld beschikbaar zijn. Voor meer informatie kunt u terecht bij de website van het internationale programmasecretariaat: http://www.interreg3c.net of van VROM: www.minvrom.nl/interreg INTERREG-projecten De INTERREG III projecten zijn momenteel (2007) volop in uitvoering. Er komen geen nieuwe meer bij. Kenmerkend voor de INTERREG projecten is dat ze vaak bottom up tot stand komen. Hoewel ook het Rijk in principe het initiatief tot een project kan nemen, ligt het voortouw in de regel bij de lagere overheden. INTERREG sluit daarmee goed aan op de sturingsfilosofie van de Nota Ruimte: centraal wat moet, decentraal wat kan. De INTERREG-projecten bedienen vaak meerdere operationele doelstellingen van de Nota Ruimte. Dit is een van de aspecten die deze projecten zo interessant maakt. Het zijn veelal integrale projecten die de samenhang tussen de verschillende ruimtelijke aspecten van een thema in kaart brengen. Het INTERREG IIIC-programma Met interregionale samenwerking wordt bedoeld de samenwerking op het gebied van regionale ontwikkeling binnen Europa. De nadruk ligt daarbij op onderzoek, uitwisseling van kennis en informatie, en het delen van ervaringen. De thema s binnen het IIIC-programma zijn gericht op regionale ontwikkeling en dus breder dan ruimtelijke ordening. De thema s voor de huidige en nieuwe periode zijn terug te vinden op de websites van de interregionale programma s. In totaal was er in de periode 2002-2006 voor het IIIC programma 315 miljoen Europees geld beschikbaar. 264 projecten zijn
04 Organisatie van de INTERREG-programma s Ieder INTERREG-programma heeft een Comité van Toezicht dat er op toeziet dat het programma volgens de afgesproken spelregels wordt uitgevoerd. Het comité bestaat uit vertegenwoordigersuit alle deelnemende landen, inclusief deelname van de regionale overheid. Daarnaast is er een Stuurgroep, die als taak heeft te beslissen welke projectaanvragen worden goedgekeurd. Ook dit comité is samengesteld uit vertegenwoordigers van de deelnemende landen, in samenwerking met de regionale overheid en de grote steden. Het voorzitterschap rouleert tussen de deelnemende landen, en beslissingen worden bij consensus genomen. Het dagelijks beheer is uitbesteed aan het internationale programmasecretariaat. Voor het Noordzeeprogramma zit dat in Viborg (Denemarken), voor NWE en IIIC WEST in Lille (Frankrijk). De internationale programmasecretariaten houden onder andere een website bij voor hun programma, organiseren bijeenkomsten waar potentiële projectpartners elkaar kunnen vinden, en monitoren de lopende projecten. De rol van VROM bij INTERREG VROM participeert. VROM neemt zelf ook deel aan INTERREG projecten; als partner en ook als observer. INTERREG IV (2007-2013) Het Europees Fonds INTERREG valt in de nieuwe periode 2007-2013 onder een van de Doelstellingen van het Cohesiefonds (doelstelling 3). Hierdoor heeft het ook een naamsverandering ondergaan: in de toekomst spreken we over Europese Territoriale Samenwerking (ETS). Gelukkig heeft de Europese Commissie wel laten weten dat we INTERREG als nickname mogen blijven hanteren. Opnieuw komen er grensoverschrijdende, transnationale en interregionale programma s waarvoor provincies, gemeenten, waterschappen, private partijen maar ook rijksinstellingen vanaf 2007 projectaanvragen kunnen indienen. De Operationele Programma s worden begin 2007 ingediend bij de Commissie. We hopen dat we dan de eerste calls kunnen starten voor de zomer van 2007. VROM faciliteert. Een belangrijke rol is daarbij weggelegd voor de contactpersonen binnen VROM. Betaald uit het INTERREG programmabudget, richten deze zich met name op projectmatige ondersteuning in het voortraject van het indienen van een INTERREG-projectvoorstel. Ook na goedkeuring van het project spelen de contactpersonen een rol in de begeleiding van lopende projecten en bij de verspreiding van de resultaten. VROM controleert. Voor de huidige periode is VROM formeel verantwoordelijk tegenover de Europese Commissie voor alle door Nederlandse projecttrekkers ( LeadPartners ) geleide projecten binnen INTERREG IIIB, en voor alle Nederlandse partners binnen het INTERREG IIC-programma. Voor de toekomstige periode zal VROM voor alle Nederlandse partners binnen INTERREG IVB en IVC de verantwoordelijkheid dragen tegenover de Europese Commissie. VROM stimuleert. De projecten die meer dan gemiddeld uitvoering geven aan de Nota Ruimte kunnen financieel ondersteund worden door middel van cofinanciering.
05 Nieuw is dat de programma s nadrukkelijk in het teken zullen staan van het versterken van de Europese concurrentiepositie. Daarnaast wordt actief ingezet op het betrekken van nieuwe partnerschappen en het uittesten van innovatieve oplossingen. Naast de bekende bottom-up aanpak wordt ook een top-down regie ontwikkelt voor onderwerpen die van dusdanig strategisch belang zijn dat ze extra ondersteuning behoeven. Op de VROM website kunt u meer informatie over de stand van zaken van de nieuwe programma s vinden (www.minvrom.nl/interreg). Op het Ruimte Forum(www.ruimteforum.vrom.nl) van VROM kunt u terecht voor de meest actuele informatie op het gebied van de nationale en internationale ruimtelijke ontwikkeling.
Dit is een publicatie van: Ministerie van VROM > Rijnstraat 8 > 2515 XP Den Haag > www.vrom.nl VROM 7067 / 01 2007 Ministerie van VROM > staat voor ruimte, wonen, milieu en rijksgebouwen. Beleid maken, uitvoeren en handhaven. Nederland is klein. Denk groot.