HOOFDSTUK II TARZAN IN DE WOESTIJN. Aan de uiteinden van Tarzan's jungle strekt zich een grote woestijn uit, waar de oude Sheik Hassan, verblijvende te Bir-Herari, en Sheik Ameer, te El-Ecebra, regeren. Te Bir-Herari verblijft insgelijks, onder de deknaam van Paul Hendrix, een zekere Heinrich, geheim agent van de Nazis, en zijn handlanger Carl Strader. De doeningen van de twee Duitsers hebben voor doel onenigheid te verwekken tussen de twee Sheiks en onlusten te doen ontstaan. Tot dusverre zijn zij er in gelukt al de brieven te onderscheppen en de boden te doden welke Sheik Ameer, die het spel van de Nazi-agenten doorzien had, naar zijn vriend en gebuur zond. Jane, door de oorlog verrast toen zij zich in Engeland bevond, neemt dienst als verpleegster in een veldhospitaal, waar de soldaten verzorgd worden die uit Burma terugkeren en aangetast zijn door tropische koortsen. Jane die een inlands medicijn kent om het reeds in de jungle gebruikt te hebben, geneesmiddel getrokken uit planten welke in de Afrikaanse wildernis groeien, zendt een vliegtuig naar Tarzan om hem een boodschap te parachuteren, hem vragend haar dit geneesmiddel te doen geworden. Tarzan, Boy en Cheeta zetten zich onmiddellijk op weg om de geneeskrachtige planten te zoeken. Om er toe te komen, moeten zij de woestijn doortrekken. Onderweg horen zij van achter een zandduin kreten en gehinnik opstijgen. Het zijn Carl Strader en zijn
mannen die een prachtig wild paard gevangen hebben. Carl Strader, woedend om de weerstand welke het wilde paard biedt, gaat er nijdig met de zweep op los. Tarzan schiet een pijl juist voor de voeten van Strader. Deze trekt zijn pistool doch Tarzan met een tweede goed gerichte pijl schiet het uit zijn handen. Hij verplicht hem het paard de vrijheid te geven en er met zijn mannen van door te trekken. Tarzan, Boy en Cheeta zetten hun weg voort, gevolgd door het wilde paard, dat hen niet verlaat. Onderwijl heeft Ameer weer een bode naar de oude Sheik Hassan gezonden, om eens te meer te trachten hem op zijn hoede te stellen tegen de doeningen van Heinrich. De bode is een jonge Amerikaanse, Connie Bryce, die vermomd als goochelaar, hoopt tot bij Prins Selim, zoon van de oude Sheik, te komen zonder de aandacht van Heinrich en zijn handlangers te trekken, en hem de brief te overhandigen welke zij in een holle armband bij zich heeft. Op een avond, om de leden van haar karavaan wat ontspanning te geven, voert zij voor hen een goochelaarsnummer uit, gedurende hetwelk zij, in een koffer opgesloten, blijkbaar doorgezaagd wordt. Tarzan die ter plaatse komt, meent dat zij werkelijk ter dood gaat gesteld worden, en verjaagt al de mannen van de karavaan welke met hun rijbeesten de vlucht nemen, Connie midden in de woestijn achterlatend. Tarzan, om zijn dwaling goed te maken, zal zelf Connie naar haar bestemming, Bir-Herari, brengen. Wanneer zij daar toekomen, beschuldigt Strader Tarzan van zijn paard gestolen te hebben, misdrijf dat in
dit land zwaar gestraft wordt, en laat hem opsluiten. Het paard wordt insgelijks weggevoerd en in een omheining opgesloten. In afwachting dat Tarzan vrij komt, neemt Connie zorg van Boy en Cheeta, en neemt haar intrek in de stad. Zij komt tot bij Prins Selim, doch daar zij zich bespied ziet door Heinrich en Strader, kan zij de brief van Ameer niet overhandigen. Zij komt met Selim overeen dat deze haar in de avond een bode zou zenden om haar naar zijn paleis te brengen. Wanneer Boy ingeslapen is, komt een dienstbode Connie halen en leidt haar naar zijn meester. Heinrich en Strader, die Connie verdenken, volgen haar en bespieden haar wanneer zij aan Selim de boodschap van Ameer overhandigt. Zodra Connie het paleis verlaten heeft, werpt Strader door het raam een mes in de rug van Selim, die, dodelijk getroffen, neerstort. Alvorens te sterven, steekt Selim de brief van Ameer terug in de armband en Cheeta, die in de nabijheid rondzwerft, neemt de armband weg en draagt hem naar Boy. Boy steekt hem in zijn gordel en vergeet hem aan Connie terug te geven. Connie, die de persoon is die het laatst bij Prins Selim gezien werd, wordt van de moord beschuldigd en veroordeeld om opgehangen te worden. Wanneer Boy dit verneemt, gaat hij naar de gevangenis om Tarzan van het gebeurde op de hoogte te brengen. Met de hulp van Cheeta, lukken zij er in te ontsnappen. Tarzan roept het wilde paard tot hem, dat, wanneer het de stem van zijn meester hoort, wild tegen de omheining oploopt en het omrukt, aldus al de
opgesloten paarden bevrijdend. Tarzan springt op de rug van zijn ruin, en met de andere paarden achter zich rent hij op de menigte toe geschaard rond de galg waar Connie ging opgehangen worden. De woeste stormloop der paarden jaagt de menigte en de wachten op de vlucht. Tarzan neemt Connie achter zich te paard, en met Boy en Cheeta, insgelijks te paard, vlucht hij in de woestijn. Verrast door een zandstorm, komen zij na een uitputtende tocht in een oase waar zij een hut vinden om te schuilen en een welverdiende rust te nemen. In de nacht bedaart de storm, en in de morgen zetten de reizigers hun weg naar de jungle voort om er de medicinale planten voor Jane te zoeken. Aan de grenzen van de woestijn gekomen, wil Tarzan Connie en Boy niet nutteloos aan de gevaren van de jungle blootstellen die daar krioelt van crocodillen, reuzehagedissen en monsterachtige spinnen, en slechts vergezeld van Cheeta trekt hij de wildernis in. Heinrich en zijn handlangers, die Tarzan Connie zien bevrijden hebben en in de woestijn vluchten, hebben het spoor van de vluchtelingen gevolgd. Zij verrassen Connie en Boy en nemen ze gevangen. Heinrich verlangt zich insgelijks meester te maken van Tarzan en, met Strader en enkele mannen, gaat hij op zoek naar hem in de jungle. Doch daar sterft Heinrich gevangen in het web van een reusachtig grote spin, terwijl Strader door een leeuw verscheurd wordt. Hun volgelingen, van hun leiders beroofd, trekken zich terug. Tarzan en de zijnen, met hun oogst van kruiden, keren terug naar Bir-Herari om aan de oude Sheik de brief van Ameer welke Connie in haar armband terugvond, te overhandigen. Deze boodschap, welke de
dubbelhartigheid van Heinrich bloot legt, pleit insgelijks Connie vrij van de moord op Prins Selim. De oude Sheik, die Connie dankbaar is voor de hem bewezen diensten, laadt haar met geschenken en doet haar onder geleide naar de haven brengen waar zij naar Engeland inscheept, de geneesmiddelen voor Jane meenemend.