Moduleboek Oude Testament Leerjaar 1 2011-2012
Module Oude Testament - basisprogramma - leerjaar 1 - drs. B. van Ojen ORIËNTATIE 1. Titel collegeserie 'Geschriften en geschiedenis van Israël' 2. Introductie a. In deze module gaat het eerst over de taal, de tekstoverlevering en de literatuurvormen van het Oude Testament. Vervolgens om de geografie, de archeologie en de bijbelse instellingen. Het derde onderwerp betreft de geschiedenis van Israël. De stof wordt aangeboden in vijf contacturen. Er wordt gebruik gemaakt van gevarieerde werkvormen. Van groot belang is de literatuurstudie. b. Deze module biedt basisstof voor de omgang met het Oude Testament in situaties van overdracht en gesprek. De onderwerpen van deze module zijn impliciet en expliciet onderdelen van het curriculum godsdienst in de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Bovendien dragen zij bij aan het ontwikkelen van de competenties van de godsdienstdocent en de pastorale werker. Onder punt 11 wordt dit verder gespecificeerd. Er wordt gebruik gemaakt van werkvormen die in het godsdienstonderwijs van de onderbouw gehanteerd kunnen worden en tevens relevant zijn binnen diverse terreinen van het pastorale werk. c. Voor de toekomstige leerlingen en een aantal belanghebbenden bij het pastorale werk is het belangrijk van de genoemde onderwerpen kennis te hebben. Deze kennis dient hun verstaan van en omgaan met het Oude Testament. Als zodanig is deze kennis voorwaarde voor een leven uit en bij de Bijbel. 3. Opbouw module a. Er zijn vijf contacturen. Alle genoemde onderdelen komen in deze contacturen aan de orde. De preciese weergave is te vinden in de onderstaande tabel van planning en studielast. b. Van de student wordt een aantal activiteiten verwacht. In elk contactuur wordt een activerende werkvorm gebruikt die dienstbaar is aan kennisverwerving en vaardigheidsbevordering. Literatuurstudie vormt een belangrijk onderdeel van de taak van de student. De student dient op zijn/haar activiteiten te reflecteren. 4. Moduledoelen en vereiste competenties a. Moduledoelen De student: - heeft kennis van taalaspecten, tekstoverlevering en literatuurvormen van het Oude Testament en van de geschiedenis, de geografie, de archeologie en de bijbelse instellingen van Israël; - kent en beheerst een aantal vaardigheden die nodig zijn om met behulp van variërende, functionele en activerende werkvormen deze kennis over te dragen; - heeft inzicht in de relevantie van deze stof voor het toekomstig beroepsveld.
Competenties GL-variant Deze module draagt met name bij aan de vakinhoudelijke en didactische competentie. Er wordt indirect bijgedragen aan de interpersoonlijke, de pedagogische en de organisatorische competentie. PW-variant Deze module draagt bij aan de leiderschapscompetentie en aan de educatieve, hermeneutische, pastorale, liturgische en missionaire competentie. Onder punt 11 wordt de informatie over de competenties gespecificeerd. Er is aandacht voor samenwerking met het vak Nieuwe Testament. De student wordt aangezet tot versterking van het vermogen tot reflectie en ontwikkeling. b. Voor het realiseren van de genoemde competenties en de daarbij behorende moduledoelen is het nodig dat de student volgens een goede planning de literatuurstudie bijhoudt, met name die onderdelen die in een volgend contactuur worden behandeld. Het is ook van belang zich tijdens de contacturen interactief op te stellen. Noodzakelijk is ook reflectie op het leerproces en een op deze reflectie gebaseerde planmatige aanpak van de ontwikkeling van kennis en vaardigheden. c. Aan het einde van deze module heeft de student: - kennis van taalaspecten en tekstoverlevering en vaardigheid in het hanteren ervan met het oog het godsdienstonderwijs en sommige werkvelden van het pastorale werk; - begrip van de bijzonderheden van verschillende teksten dusdanig dat hij in staat is leerlingen en belanghebbenden bij het pastorale werk de eigen boodschap van deze schriftgedeelten te laten ontdekken; - kennis van Israëls geschiedenis, zodanig dat schriftgedeelten aan leerlingen en belanghebbenden bij het pastorale werk kunnen worden toegelicht vanuit de specifieke setting in de geschiedenis van Israël; - kennis van de geografie, de archeologie en de profane en sacrale instellingen van Israël, zodanig dat de toekomstige docent en pastorale werker vanuit deze achtergronden van het Oude Testament de boodschap scherper omlijnd aan leerlingen en belanghebbenden bij het pastorale werk kan toelichten. 5. Beginvereisten De student heeft in het algemeen een voldoende vooropleiding. Hij heeft basale kennis van de Bijbel. 6. Planning en studielast De studielast voor literatuurstudie geldt het collegeonderwerp en de toetsvoorbereiding. Jaar College Activiteit Omschrijving Studielast in uren 2011-2012 1 college klassengesprek introductie 2
literatuurstudie 26 2 college expertgroepen literatuurstudie 3 college interview literatuurstudie 4 college denken-delenuitwisselen literatuurstudie 5 college caroussel literatuurstudie taal en tekst overlevering literatuurvormen geschiedenis van de uittocht bijbelse instellingen en heilswoorden 2 26 2 26 2 26 2 26 STUDIEHANDLEIDING 7. Collegedoelstellingen Aan het einde van het eerste contactuur heeft de student: - inzicht in de verwachtingspatronen aangaande de invulling van de contacturen, de studie van het Oude Testament, de te oefenen vaardigheden en de relatie met het toekomstige beroepsveld; - kennis van de vakinhoudelijke doelstelling en de aan te leren vaardigheden met betrekking tot het functioneren als docent godsdienstonderwijs en als pastoraal werker (missionaire competentie); - kennis van de stofkeuze in de verschillende leerjaren; - oriëntatie in de te bestuderen literatuur; - kennis van de principiële basishouding ten opzichte van de studie van het Oude Testament; - oriëntatie en vaardigheid in het gebruik van de werkvorm klassengesprek; Aan het einde van het tweede contactuur heeft de student: - inzicht in het belang van kennis van de grondtalen van het Oude Testament; - kennis van de kenmerken en de spreiding van de semitische talen; - kennis van de oorsprong, de taalperioden en sommige typische problemen van het Hebreeuws; - oriëntatie in de voornaamste problemen van de tekstoverlevering en de waarde van de Masoretische tekst; - kennis van de voornaamste tekstgetuigen; - kennis van de regels voor het tekstonderzoek;
- oriëntatie en vaardigheid met betrekking tot de wijze waarop de bovengenoemde kennisaspecten dienstbaar gemaakt kunnen worden aan het godsdienstonderwijs en een aantal werkvelden van het pastorale werk; - vaardigheid in het begrijpend en kritisch lezen van studieliteratuur; - oriëntatie en vaardigheid in het gebruik van de werkvorm expertgroepen; Aan het einde van het derde contactuur heeft de student: - inzicht in de variëteit aan literaire vormen van het Oude Testament; - kennis van de kenmerken en het voorkomen van de verhalen in het Oude Testament; - kennis van de kenmerken en het voorkomen van de poëzie in het Oude Testament; - inzicht in de wijze waarop literaire vormen de boodschap van het Oude Testament bepalen en het kunnen hanteren van dit inzicht in de omgang met de teksten; - oriëntatie en vaardigheid met betrekking tot de wijze waarop de bovengenoemde kennisaspecten dienstbaar gemaakt kunnen worden aan het godsdienstonderwijs en een aantal werkvelden van het pastorale werk (hermeneutische en pastorale competentie); - oriëntatie en vaardigheid in het gebruik van de werkvorm interview; Aan het einde van het vierde contactuur heeft de student: - oriëntatie in de problematiek van de relatie tussen bijbelse gegevens en de stand van het historisch-archeologisch onderzoek; - vaardigheid in het opzoeken van historisch-archeologische gegevens en het betrekken van deze gegevens bij de bijbeltekst; - kennis van het exempel van de datering van de uittocht en de verschillende meningen over de reisroute van Israël; - oriëntatie en vaardigheid met betrekking tot de wijze waarop in het godsdienstonderwijs en een aantal werkvelden van het pastorale werk (pastorale en missionaire competentie) de relatie tussen bijbelse en wetenschappelijke gegevens dienstbaar kan worden gemaakt aan de boodschap van de Bijbel; - oriëntatie en vaardigheid in het gebruik van de werkvorm denken-delenuitwisselen; Aan het einde van het vijfde contactuur heeft de student: - kennis van enkele religieuze instellingen; - inzicht in de wijze waarop deze instellingen achtergrond zijn van bijbelse kernwoorden en vaardigheid in het hanteren van dit inzicht in de omgang met de teksten; - oriëntatie en vaardigheid met betrekking tot de wijze waarop het verband tussen bijbelse instellingen en de boodschap van de Bijbel dienstbaar kan worden gemaakt aan het godsdienstonderwijs en aan bepaalde werkvelden van het pastorale werk (pastorale competentie); - oriëntatie en vaardigheid in het gebruik van de werkvorm caroussel;
8. Didactische route Vier dingen zijn belangrijk: - voorbereiding van het contactuur: een deel van de toetsstof moet door de studenten worden doorgenomen. - organisatie van het contactuur: de docent geeft een overzicht van de collegedoelen, de indeling van het contactuur, de werkvorm en de erbij behorende opdracht, de collegestof en de reflectiemogelijkheid. De organisatorische component wordt hier getoond. - interactie: hiertoe dient het gebruik van een aantal werkvormen. Deze werkvormen zijn in de tabel aangegeven en dienen ook als voorbeelden voor het onderwijs in de onderbouw en het functioneren binnen bepaalde werkvelden van het pastorale werk. In de interactie spelen de interpersoonlijke, de pedagogische en de vakinhoudelijke en didactische component een rol. - reflectie: aan het einde van elk contactuur wordt er gereflecteerd of wordt een opdracht tot reflectie meegegeven. Hierin blijkt de competentie tot reflectie en ontwikkeling. De reflectie heeft betrekking op inhoud, werkvorm, getoonde competenties en relevantie voor het toekomstig werkveld. 9. Leertaak Het gaat om een viervoudige taak: - het voorbereiden van de toets: gezien de omvang van de stof is een goede planning en daarnaast samenwerking met andere studenten nodig. Bij punt 15 wordt de toetsstof weergegeven; - het voorbereiden van de contacturen: dit gebeurt door gedeelten van de toets te bestuderen. Hieronder staan deze gedeelten per contactuur aangegeven: * contactuur 2: Van der Woude e.a., a.w., blz. 29-51, 87 101; * contactuur 3: Dillard, Longman, a.w., blz. 31 41; * contactuur 4: Jagersma, a.w., blz. 56 73; * contactuur 5: Kole e.a., blz. 99-102, 124-125, 136 137; - het oefenen van de werkvorm; - de reflectie op het geheel van het contactuur. Deze reflectie heeft betrekking op de variëteit, de functionaliteit en het activerend vermogen van de werkvorm. Daarnaast heeft de reflectie, zoals reeds vermeld, betrekking op de inhoud van de stof van het contactuur. De collegedoelen zijn hiervoor belangrijk. In de derde plaats gaat de reflectie over de relevantie van de stof voor het toekomstig werkveld en in de vierde plaats over de getoonde competenties. ORGANISATIE 10. Docent van deze module De module wordt verzorgd door drs. B. van Ojen. 11. Relatie met SBL-competenties, PW-competenties en kennisbasis - SBL-competenties:
Deze komen tijdens de colleges aan de orde volgens de onderstaande tabel en wat de vakinhoudelijke competentie betreft ook in de tentamenliteratuur. college competentie 1 interpersoonlijk 2 organisatorisch 3 pedagogisch 4 vakinhoudelijk/didactisch 5 reflectie en ontwikkeling - Kennisbasis nummer omschrijving aandachtsveld opleiding 1 - gericht op bronnen - kennis van christelijke bronteksten - basiskennis inhoud, genres - college 3 (literatuurvormen) - college 4 (geschiedenis) - college 5 (instellingen en kernwoorden) - Jagersma: passim - Kole e.a.: passim - Van der Woude: 87-101 - Dillard, Longman: 31-41 1 - gericht op bronnen - kennis van christelijke bronteksten - elementaire kennis van Hebreeuws en Grieks schrift 1 - gericht op bronnen - basiskennis van jodendom - kennis van ontstaan, inhoud, heilige boeken - college 2 (taal en tekst) - Van der Woude: 29-51 - Van der Woude: 87-101 1 - gericht op bronnen - basiskennis van jodendom - kennis van geschiedenis, - feesten, rituelen - Kole e.a.: passim - Jagersma: passim - PW-competenties De leiderschapscompetentie en de educatieve competentie komen in alle colleges aan de orde. Wat de overige vier aangaat, geeft de tabel inzicht: competentie hermeneutische competentie aandachtsveld opleiding college 3 (literatuurvormen) e.a.: H 6-13, 15 (maatschappelijk, politiek en godsdienstig leven) Dillard, Longman: blz. 31-41 (verhalen)
pastorale competentie liturgische competentie missionaire competentie college 3 (literatuurvormen) college 4 (invloed van heilsdaden) college 5 (functie van bijbelse kernwoorden) Dillard, Longman: blz. 31-41 Kole e.a.: H 12, 13, 15 (heilige handelingen, tijden) college 1 (doel studie) college 4 (uitstraling heilsdaden) Kole e.a.: H 4 (Israël en de volkeren), 15.3 (diaspora en missie) 12. Leermaterialen Naast de onder punt 15 aangegeven literatuur zijn voor studie en beroepsuitoefening in het algemeen nodig: - een atlas van de Bijbel; - een bijbelse encyclopedie; - een beknopt bijbelcommentaar; - een theologisch woordenboek. 13. Beoordeling Er is een tweevoudige beoordeling: - via procesbegeleiding en reflectie; - via een toets met een afdoend resultaat, zoals omschreven in het examenreglement. In de toets krijgen kennis, inzicht, vaardigheden en relatie met het toekomstig beroep een plaats. 14. European Credit Transfer System Dit onderdeel levert 5 credits op. 15. Literatuurlijst Hier volgt de toetsstof: * Taal en tekstoverlevering Woude, A.S. van der, e.a., Inleiding tot de studie van het Oude Testament, Kampen 1986, ISBN 90-242-2776-3, blz. 29-51, 87 101 * Literatuurvormen Dillard, R.B., Longman, T., Inleiding op het Oude Testament, Heerenveen 2000, ISBN 90-5030-994-1, blz. 31 41 * Geografie, archeologie en bijbelse instellingen Kole, I.A., e.a., Oriëntatie in de bijbelse oudheidkunde, Zoetermeer 1999, ISBN: 90-239-0798-1, gehele boek, behalve hoofdstuk 5 en 14 * Geschiedenis van Israël Jagersma, H., Geschiedenis van Israël in het oudtestamentische tijdvak, Kampen 1990, ISBN 90-242-3351-8, gehele boek
* Collegestof college 1-5