Frituurolie Omschrijving Afval van frituuroliën en -vetten komt voornamelijk vrij in: De horeca (restaurants, frituren, enz ) ; De containerparken (inzameling van vetten van particuliere huishoudens); De voedingsindustrie (producenten van chips, diepgevroren frieten, snacks, enz...). Bijna alle frituuroliën en -vetten zijn tegenwoordig plantaardig, hoewel in de horeca nog frituurvet wordt gebruikt van dierlijke oorsprong. Specifiek toepasselijke wetgeving Vlaams gewest Het decreet betreffende de voorkoming en het beheer van afvalstoffen van 2 juli 1981, zoals gewijzigd op 20 april 1994 en 19 april 1995 (het Afvalstoffendecreet). Het uitvoeringsbesluit van het Afvalstoffendecreet, namelijk het Besluit van de Vlaamse Regering van 17 december 1997 houdende het Vlaams Reglement inzake afvalvoorkoming en beheer (VLAREA), dat in werking trad 1 juni 1998: Plantaardige en dierlijke oliën/vetten afkomstig van huishoudens worden volgens onderafdeling 5.5.2 beschouwd als Klein Gevaarlijk Afval (KGA). Federale wetgeving Het KB van 8 februari 1999 betreffende de handel en het gebruik van stoffen bestemd voor dierlijke voeding: Art. 4 van dit KB bepaalt dat het verboden is om de ingrediënten die zijn opgenomen onder punt 8 van Hoofdstuk V van de bijlage, in het verkeer te brengen of te gebruiken als voedermiddel of ze te vermengen in mengvoeders of voormengsels. De lijst onder punt 8 is een Europese lijst en bevat onder meer het volgende ingrediënt: onbehandeld afval van eetgelegenheden, uitgezonderd de voedingsmiddelen van plantaardige oorsprong die, in verband met de versheid, ongeschikt worden geacht voor menselijke consumptie. Als bijlage bij het KB is ook een lijst opgenomen van grondstoffen voor voedermiddelen. Het gaat om een Europese lijst van grondstoffen die in Europa courant worden gebruikt. 1
Deze lijst bestaat uit 2 delen: een deel B met namen van courante voedermiddelen, opgedeeld in 12 categorieën, en een deel C met courante bestanddelen. Frituurolie maakt deel uit van de lijst. Deze moet vooral een basis bieden voor een ondubbelzinnige naamgeving van de in verkeer gebrachte voedermiddelen. Op te merken valt dat een voorstel tot wijziging van het KB is ingediend. Organischbiologisch afval dat producten van dierlijke oorsprong bevat, zou volgens dit voorstel in de toekomst niet meer aangewend kunnen worden in de aanmaak van veevoeding. Het Ministerieel Besluit van 12 februari 1999: Het MB stelt bijkomende eisen aan de bestanddelen van voedermiddelen. Voor een aantal ongewenste stoffen en producten worden maximumgehaltes vastgelegd. De toegelaten additieven zijn eveneens in het ministerieel besluit opgenomen. Het Koninklijk Besluit van 3 juni 1999 tot vaststelling van beschermende maatregelen met betrekking tot dioxineverontreiniging van voor dierlijke voeding bestemde dierlijke producten: Dit KB is uitgevaardigd naar aanleiding van de dioxinecrisis. Art. 1 bepaalt dat het verboden is om vetten die niet afkomstig zijn van dierlijk afval of niet direct afkomstig zijn van de voedingsmiddelenindustrie in het verkeer te brengen, uit te voeren of te gebruiken met het oog op dierlijke voeding. Dit artikel sluit met andere woorden de afzet van frituurolie en vet afkomstig van de horeca en particulieren naar de veevoedersector af. Europese Unie Richtlijn 95/53/EG: Deze legt de principes vast inzake overheidsinspectie inzake dierlijke voeding. Richtlijn 96/25 van 29 april 1996 betreffende het verkeer van voedermiddelen: De term voedermiddelen dient hierin verstaan te worden als grondstoffen voor de dierlijke voeding. Richtlijn 99/29/EG betreffende ongewenste ingrediënten en producten in dierenvoeding. Beschikking 1999/363/EG van 3 juni 1999 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen tot vaststelling van beschermende maatregelen met betrekking tot dioxineverontreiniging van voor menselijke consumptie of vervoedering bestemde dierlijke producten. 2
Het Witboek voor Voedselveiligheid van de Europese Commissie [1]: Het Witboek bevat onder meer regels voor de samenstelling van veevoeder. Hoeveelheden Geproduceerde hoeveelheid Als de hoeveelheid frituuroliën en -vetten die op de markt wordt gebracht als basis genomen wordt, dient er rekening mee te worden gehouden dat minimaal 40 tot 60 % wordt opgeslorpt door de voedingswaren die worden gefrituurd. In de voedingsector kan de fractie die als afval afgevoerd dient te worden, zelfs lager zijn dan 10%. De OVAM schat dat in Vlaanderen jaarlijks meer dan 30.000 ton gebruikte frituuroliën en -vetten vrijkomen, afkomstig van de voedingsindustrie, de horeca (frituren/snackbars/ restaurants) en particulieren. Het Nationaal Verbond van Frituuruitbaters schat dat er in België, alleen al bij frituren, jaarlijks ongeveer 25.000 ton gebruikte frituuroliën en vetten ontstaan [4]. Ingezamelde hoeveelheid Sinds de dioxinecrisis dient de horeca te betalen voor de ophaling van hun gebruikte oliën/vetten. Als gevolg hiervan zou de hoeveelheid die wordt opgehaald, gevoelig zijn gedaald [2]. Het vermoeden bestaat dat een belangrijke hoeveelheid op niet-wettelijke wijze wordt verwijderd. Inzameling Er kunnen 5 soorten bedrijven/organisaties worden onderscheiden die frituurolie inzamelen en/of be- en verwerken [9]: Gespecialiseerde vetophalers: Deze bedrijven haalden tot 1999 frituuroliën en vetten op bij de horeca en op containerparken. Een negental bedrijven zijn bij OVAM bekend en opgenomen in de databank van ophalers/verwerkers onder de rubriek plantaardige en dierlijke oliën en vetten [3]. De vetophalers leverden deze vetten vervolgens aan vetrecyclagebedrijven. Verschillende vetrecyclagebedrijven halen zelf ook op. Sinds de dioxinecrisis moet de horeca betalen voor de ophaling van frituurolie. Er lijkt sindsdien een illegaal ophaalcircuit ontstaan te zijn, waarin niet moet worden betaald door de frituuruitbaters. Vermeld dient te worden dat voor ophaling bij containerparken een erkenning voor KGA noodzakelijk is; 3
Vetrecyclagebedrijven: smelten en zuiveren frituuroliën en vetten afkomstig (rechtstreeks of via gespecialiseerde vetophalers) van de voedingsindustrie, de horeca of containerparken om tot een secundair product. Dit secundair product werd voor de dioxinecrisis grotendeels aan de veevoederindustrie en in beperktere mate aan de oleochemie verkocht. Aangezien momenteel enkel de oliën/vetten uit de voedingssector nog in veevoeder mogen worden toegepast, moeten ze alternatieve afzetkanalen zoeken. Het grootste deel van de ingezamelde frituurolie wordt geëxporteerd naar Nederland, dat in Europa de draaischijf is van de handel in vetten en oliën. De federatie BREVO (Belgische Vereniging van Vetrecyclagebedrijven) is voorstander van het weren van de vetten van de containerparken uit dit circuit [3]. Voor de frituuroliën en -vetten van de voedingsindustrie en de horeca, werkt BREVO aan de implementatie van een kwaliteitscontrolesysteem; Afvalophalers die een erkenning hebben of ook vergund en erkend zijn voor de ophaling van KGA van containerparken. Deze zijn terug te vinden in de databank ophalers/verwerkers van OVAM; Veevoederproducenten halen rechtstreeks frituuroliën en vetten op bij de voedingsindustrie. Enkel frituurolie/vet dat rechtstreeks afkomstig is van de voedingsindustrie mag immers nog in veevoeder worden gebruikt. Tussenpersonen, zoals vetrecyclagebedrijven, zijn uitgeschakeld door het KB, dat is uitgevaardigd naar aanleiding van de dioxinecrisis; Gemeenten zijn verplicht om het KGA op regelmatige wijze gescheiden in te zamelen. De inzameling dient, naar keuze, ten minste te gebeuren door bij de containerparken een inrichting te voorzien voor de aanvoer en aanvaarding van KGA of door het KGA regelmatig te laten ophalen door daartoe erkende ophalers. De gemeenten kunnen ook een combinatie van beide methoden toepassen. De meeste gemeenten vragen aan de gezinnen om hun frituurvet af te geven in een plasticfles. Verwerking Materiaalrecyclage Houtindustrie: Er blijkt in Europa een houtverwerkend bedrijf te bestaan, dat frituurolie/vet in zijn productieproces gebruikt. De coördinaten en details over het proces zijn niet bekend. Dit bedrijf aanvaardt oliën/vetten van een Vlaams vetrecyclagebedrijf [5]. Gebruik in veevoeder: Enkel oliën/vetten die afkomstig zijn van dierlijk afval of die direct afkomstig zijn van de voedingsmiddelenindustrie mogen nog worden gebruikt voor dierlijke voeding. De veevoederproducenten halen de frituuroliën en vetten veelal zelf op bij de betrokken 4
bedrijven. Zoals reeds aangegeven is de hoeveelheid af te voeren frituurolie in de voedingsmiddelenindustrie relatief gering. Grondstofrecyclage Frituurolie/vet kan gebruikt worden als grondstof in de oleochemie, voor de productie van vetzuren en vetalcoholen. In Europa zijn er momenteel 3 oleochemische bedrijven die gebruikte frituuroliën en vetten in relevante hoeveelheden aanvaarden, met name een bedrijf in Frankrijk met beperkte capaciteit (coördinaten niet bekend) en twee grote in Duitsland (Henkel en Unichema). Oleon, het vroegere Oleofina, in Evergem aanvaardt momenteel slechts beperkte hoeveelheden frituuroliën en -vetten [6]. Het bedrijf is echter door verschillende vetrecyclagebedrijven benaderd met de vraag om de acceptatie te verhogen. Oleon overweegt om een aparte productielijn op te zetten voor de verwerking van recuperatiefracties, waarin de vereiste voorbehandeling en kwaliteitscontrole wordt voorzien. De oleochemische sector ziet zichzelf als de meest geschikte verwerkingsoptie voor gebruikte frituuroliën. Thermische verwerking Co-verbranding in cementovens: De frituuroliën en -vetten die op containerparken en bij de horeca ingezameld worden, worden grotendeels verwerkt door coverbranding in de cementindustrie. De oliën/vetten worden voorbehandeld door middel van menging met zagemeel, uitgevoerd door Recyfuel en Scoribel. Verbranding in verbrandingsovens voor huishoudelijke afvalstoffen: Na de dioxinecrisis is door de minister van Leefmilieu een bijzondere toestemming verleend voor de verwerking van frituuroliën en -vetten, ingezameld op containerparken, in de verbrandingsovens voor huishoudelijk afval. In de praktijk blijken echter weinig of geen intercommunales gebruik gemaakt te hebben van deze mogelijkheid. Wellicht is dit toe te schrijven aan de praktische moeilijkheden bij de verbranding van frituuroliën in roosterovens. Evolutie Bedrijven die actief zijn in de inzameling en verwerking van frituuroliën en vetten worden sinds de dioxinecrisis geconfronteerd met een turbulente periode. Het voornaamste afzetkanaal, de productie van veevoeder, is grotendeels weggevallen. 5
Hierdoor werden de horeca en de containerparken plots geconfronteerd met een kost, in plaats van een opbrengst. Dit heeft een duidelijk effect gehad op de ingezamelde hoeveelheid. Momenteel wordt door verschillende partijen gezocht naar alternatieve verwerkingsopties. Referenties 1. White paper on food safety, European Commission, COM(1999), 719 final, januari 2000; 2. Wouter Declerck, BREVO, Roeselare, tel. 051 25.01.82, 2000; 3. www.ovam.be; 4. Dhr. Decraeye, Nationaal Verbond van Frituuruitbaters (NAVEFRI), Saint-Saveur, tel. 069 76.90.55, 2000; 5. Freddy De Vlieger, SAF, tel. 050 71.43.91, 2000; 6. Dhr. Van Der Looveren, Oleon, Evergem, tel. 09 341.10.57, 2001; 7. Marc Leemans, Ministerie van Middenstand en Landbouw, Bestuur voor de kwaliteit van de grondstoffen en de plantaardige sector, Dienst kwaliteit van de Grondstoffen en Analyses, tel. 02 208.38.75, 2000; 8. Peter De Bruyne, OVAM, 2000; 9. Ann Nachtergaele, Federatie Voedingsindustrie (FEVIA), Brussel, tel. 02 743.08.56, 2000; 10. Joëlle Pollentier, FEBEM, Zaventem, tel. 02 757.91.70. 6