REGLEMENT VAN WEDSTRIJDEN JEUGD Versie 3 april 2008
REGLEMENT VAN WEDSTRIJDEN JEUGD Ter bevordering van de leesbaarheid is het gehele jeugdreglement geschreven in de manlijke vorm. Bij hij wordt dus ook bedoeld zij en bij speler tevens speelster. HONKBAL ALGEMEEN Artikel 1 a. Er wordt gespeeld overeenkomstig de laatst vastgestelde officiële spelregels en volgens de bepalingen van het reglement van wedstrijden voor zover hieronder niet wordt afgeweken. b. De organisatie van de wedstrijden in de jeugdcompetities wordt opgedragen aan het BB. c. Er wordt gespeeld in drie leeftijdscategorieën, te weten pupillen, aspiranten en junioren. d. Verenigingen mogen met meer dan één team inschrijven voor een bepaalde leeftijdscategorie. Deze teams moeten dan herkenbaar zijn door nummering 1, 2, enz. e. Voor een speler wordt in een jaar als leeftijd aangehouden de leeftijd die hij in dat jaar bereikt. f. De bepalingen vermeld in artikel 4.7 van het reglement van wedstrijden breedtesport (negentalopgave e.d.) gelden, met uitzondering van die teams die op het hoogste competitieniveau spelen, niet in de pupillen-, aspiranten- en de juniorencompetities. LEEFTIJDEN Artikel 2 In de in artikel 1, lid c, genoemde leeftijdscategorieën wordt gespeeld in de navolgende klassen: a. Pupillen-D, met teams van spelers tot en met 10 jaar. b. overige pupillen met teams van spelers tot en met 12 jaar. c. Aspiranten met teams van spelers tot en met 15 jaar. d. Junioren met teams van spelers tot en met 21 jaar. DISPENSATIE Artikel 3 Met inachtneming van dit artikel kan dispensatie worden verleend ten aanzien van het bepaalde in artikel 2. a. Dispensatie naar een jongere leeftijdscategorie kan worden verkregen wanneer deze schriftelijk en gemotiveerd door de betrokken aangesloten vereniging wordt aangevraagd bij het BB. b. Er kan per leeftijdscategorie voor maximaal drie leden dispensatie worden verleend van een hogere naar een lagere leeftijdscategorie. c. Een verleende dispensatie wordt pas van kracht na bevestiging van het BB. Tenzij anders bepaald, geldt een verleende dispensatie slechts voor één bepaald team en één speelseizoen. In teams spelend voor het landskampioenschap zijn spelers met dispensatie niet speelgerechtigd. d. Een speler met dispensatie mag niet optreden als werper of achtervanger. SPEELVELD Artikel 4 a. Pupillencompetitie: Het binnenveld moet een vierkant zijn met zijden van 18.30 meter. De afstand tussen de achterzijde (punt) van de thuisplaat en de naar het thuishonk gekeerde zijde van de werpplaat is voor de Pupillen-A en Pupillen B competities 14 meter, voor de Pupillen-C competities 13,00 meter. b. Aspirantencompetitie: het binnenveld moet een vierkant zijn met zijden van 23.00 meter. De afstand van de achterzijde (punt) van de thuisplaat en de naar het thuishonk gekeerde zijde van de werpplaat is 16.45 meter. c. Junioren het speelveld in deze competities is gelijk aan het speelveld in de seniorencompetities. SLAGHOUTEN Artikel 5 a. Pupillen: rond en niet meer dan 57 mm. in diameter. Lengte niet meer dan 33 inches en het gewicht van maximaal 27 ounce. afmeting b. Aspiranten: rond en niet meer dan 70 mm. in diameter. Lengte niet meer dan 33 inches. c. Junioren en gelijk aan die in de seniorencompetities. SPEELBALLEN Artikel 6 a. In een wedstrijd moet altijd een en dezelfde soort bal worden gebruikt. b. In de A-pupillen-, B-pupillen, C1-pupillen, aspiranten-, juniorencompetities gelden voor wat betreft de speelballen de in de officiële spelregels opgenomen bepalingen. In afwijking tot de officiële spelregels, en alleen bij vochtige weersomstandigheden, mag in A--, B- en C1-Pupillenwedstrijden en B- Aspirantenwedstrijden ook worden gespeeld met een vinylbal met opgestikte naad. c. In de C2 en D-pupillencompetities wordt gespeeld met een zogenaamde "Soft-Touchbal". Omschrijving Soft-Touchbal: Dit is een leren of vinylbal met opgestikte naad met een omvang van 9 inch en een gewicht tussen 135 en 145 gram. 2
WEDSTRIJDEN, WEDSTRIJDDUUR Artikel 7 a. Pupillen: 1. In de A-klassen worden "dubbels" gespeeld. Dit zijn twee wedstrijden achter elkaar, met een pauze van 15 minuten en een duur van 60 minuten per wedstrijd, terwijl de lopende inning wordt afgemaakt, tenzij de thuisspelende vereniging reeds heeft gewonnen. 2. In B-klassen worden enkele wedstrijden gespeeld van zeven innings met een maximale duur van 90 minuten; de lopende inning wordt afgemaakt, tenzij de thuisspelende vereniging reeds heeft gewonnen. 3. In de C en D-klassen worden enkele wedstrijden van zeven innings gespeeld met een maximale duur van 75 minuten; de lopende inning wordt afgemaakt, tenzij de thuisspelende vereniging al heeft gewonnen. 4. In alle klassen is het bepaalde in artikel 5.10 lid 3 van het reglement van wedstrijden op de volgende wijze van overeenkomstige toepassing: a. bij enkele wedstrijden na vier innings (bij tien punten verschil); b. bij twee wedstrijden na drie innings (bij tien punten verschil); b. Aspiranten: 1. In de A-klassen worden "dubbels" gespeeld. Dit zijn twee wedstrijden achter elkaar, met een pauze van 15 minuten en een duur van 75 minuten per wedstrijd; de lopende inning wordt afgemaakt, tenzij de thuisspelende vereniging reeds heeft gewonnen. 2. In alle overige klassen worden enkele wedstrijden van zeven innings gespeeld met een maximale duur van 90 minuten; de lopende inning wordt afgemaakt, tenzij de thuisspelende vereniging reeds heeft gewonnen. c. Junioren: In alle juniorenklassen worden wedstrijden gespeeld van negen innings met een maximale tijdsduur van 120 minuten; de lopende inning wordt afgemaakt, tenzij de thuisspelende vereniging reeds heeft gewonnen. Het bepaalde in artikel 5.10, lid 3, Reglement van Wedstrijden is van overeenkomstige toepassing (10-punten-regel). d. Bij "meerkampen op één dag" gelden met betrekking tot de wedstrijdduur de bepalingen als bij "dubbels". BEPALINGEN VOOR WERPERS EN ACHTERVANGERS Artikel 8 a. Spelers tot en met 12 jaar: 1. Een werper mag nooit meer dan zes innings werpen op één dag en hij moet tenminste twee x 24 uur volle rust hebben, wanneer hij op een dag als werper minimaal drie innings heeft geworpen. Voor een werper geldt dat het werpen van slechts één bal telt voor een volledige inning. 4. Indien een oorspronkelijk als dubbel of driekamp vastgestelde wedstrijd door omstandigheden als enkele wedstrijd wordt verspeeld, blijven de bepalingen zoals vermeld in 8.a.2 en 8.a.3 onverminderd van kracht. b. Spelers van 13 tot en met 15 jaar: 1. Een werper mag nooit meer dan zeven innings werpen op één dag en hij moet tenminste twee x 24 uur volle rust hebben, wanneer hij op een dag als werper minimaal vier innings heeft geworpen. Voor een werper geldt dat het werpen van slechts één bal telt voor een volledige inning. 4. Indien een oorspronkelijk als dubbel of driekamp vastgestelde wedstrijd door omstandigheden als enkele wedstrijd wordt verspeeld, blijven de bepalingen zoals vermeld in 8.b.2 en 8.b.3 onverminderd van kracht. c. Spelers van 16 jaar en ouder: geen beperkingen. 3
BIJZONDERE BEPALINGEN TEN BEHOEVE VAN DE PUPILLENCOMPETITIE Artikel 9 a. Met uitzondering van de A-klasse is de slagman uit wanneer hij drie-slag krijgt. De achtervanger behoeft de 3e slagbal niet te vangen. Het spel is echter niet dood en de honklopers mogen op eigen risico één of meer honken verder gaan. b. De binnenhoogregel en de regel voor opzettelijk laten vallen van een vangbal zijn niet van toepassing. c. In alle pupillencompetities geldt dat, wanneer de werper op de werpplaat staat met de bal in zijn bezit en de achtervanger in zijn vangersperk gereed is, de honklopers hun honk pas weer mogen verlaten wanneer de geworpen bal de thuisplaat passeert. Sanctie: Een honkloper die het honk te vroeg verlaat, krijgt een waarschuwing en moet terug naar het honk. Wanneer dezelfde loper in dezelfde inning nogmaals deze regel overtreedt, wordt hij uitgegeven. d. In de pupillen-c1, C2 en D klassen gelden de navolgende afwijkende regels: 1. Beschikt een team over minder dan negen spelers dan wordt aan slag niet gewerkt met de zgn. "automatische nul". De slagvolgorde blijft altijd gehandhaafd. Bij het begin van een nieuwe inning is de eerstvolgende slagman diegene die volgt op de laatste reglementaire slagman. 2. Bij de onder "1" genoemde situatie is het toegestaan dat een team (een) speler(s) "leent" van de tegenpartij 3. Er wordt gewisseld als: a. drie spelers zijn uitgemaakt; b. er maximaal tien spelers in een inning aan slag zijn geweest, waarbij de tiende slagman zelf niet kan scoren. Er komt alleen een tiende slagman als er nog honklopers zijn nadat de negende slagman zijn slagbeurt heeft voltooid. De slagbeurt eindigt in dit geval: 1. wanneer de derde nul gemaakt wordt. Honklopers scoren alleen in overeenstemming met spelregel 5.07; of, 2. wanneer een speler van de veldpartij met de bal in zijn bezit de thuisplaat aanraakt. 4. Er wordt gespeeld met de zogenaamde "coach-pitch"-regel en wel als volgt: Bij 4-wijd krijgt de slagman maximaal drie slagpogingen op een door zijn coach aan te pitchen bal. Van het aantal slagpogingen wordt het oorspronkelijke aantal (op moment van 4 wijd al gekregen) slag afgetrokken. Honklopers mogen hun honk pas verlaten, nadat de bal in contact is geweest met het slaghout. De coach dient de bal te werpen vanaf een veilige afstand op een plaats op de lijn tussen thuisplaat en tweede honk, waarbij de wijze van werpen vrij is. Toelichting: e. In de pupillen D -klasse gelden, naast de al onder d. vernoemde regels ook nog de volgende afwijkende regels: 1. Iedere slagman krijgt maximaal drie slagpogingen op een door zijn coach aan te pitchen bal. Honklopers mogen hun honk pas verlaten, nadat de bal in contact is geweest met het slaghout. De coach dient de bal te werpen vanaf een veilige afstand op een plaats op de lijn tussen thuisplaat en tweede honk, waarbij de wijze van werpen vrij is. Toelichting 1: Toelichting 2: Bij de derde slagpoging tellen uiteraard de gebruikelijke regels t.a.v. foutslagen. Een fout geslagen bal resulteert in dit geval dus in een hernieuwde derde slagpoging! 2. Het spel is dood als de honklopers géén poging meer doen om verder te komen en de bal in het bezit van de werper is. (zie regel 5.02) Als het spel dood is kan de bal worden overgedragen aan de coach van de aanvallende partij. In afwijking op regel 3.03. mogen veldspelers onbeperkt gewisseld worden. De slagvolgorde blijft echter te allen tijde gehandhaafd. Een reglementaire slagvolgorde kan in deze competitie dus bestaan uit meer dan negen spelers. 3. In afwijking op regel 3.03. mogen veldspelers onbeperkt gewisseld worden. De slagvolgorde blijft echter te allen tijde gehandhaafd. Een reglementaire slagvolgorde kan in deze competitie dus bestaan uit meer dan negen spelers! AFGELASTEN VAN WEDSTRIJDEN Artikel 10 Buiten het afgelasten van jeugdwedstrijden volgens de daarvoor bestemde regels moet men er voor waken jeugdhonkbalwedstrijden te laten plaatsvinden bij extreme koude. Als richtlijn wordt een temperatuur lager dan + 10 graden Celsius aangehouden, echter afhankelijk van de andere weerbepalers zoals zon en wind. BESCHERMING VAN SPELERS Artikel 11 a. Het is een slagman c.q. honkloper verboden zonder helm met oorbeschermers of helm met oorkleppen aan het spel deel te nemen. b. Het is een achtervanger verboden zonder masker, bodyprotector, legguards, keelbeschermer, catcherhelm (pupillen en aspiranten met oorbeschermers) en cup aan het spel deel te nemen. Dit geldt ook bij de voorbereidingen tot het spel, voor aanvang van de wedstrijd en tussen de innings. c. In de pupillencompetitie en de aspirantencompetitie zijn schoenen met metalen spikes of metalen noppen verboden. d. Het is spelers in de pupillen-, aspiranten- en juniorencompetities verboden aan het spel deel te nemen zonder cup. PROTESTEN Artikel 12 In jeugdwedstrijden zijn protesten niet toegestaan. TOERNOOIEN Artikel 13 Toernooireglementen dienen in overeenstemming te zijn met dit jeugdreglement. ONTHEFFING Artikel 14 Het BB kan, zij het telkens voor een termijn van niet meer dan één jaar, ontheffing verlenen van hetgeen in dit reglement bepaald is. 4
ONVOORZIENE GEVALLEN Artikel 15 In gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het BB. Een beslissing op grond van dit artikel genomen is slechts geldig tot de eerstvolgende vergadering van de bondsraad. SOFTBAL ALGEMEEN Artikel 1 a. Er wordt gespeeld overeenkomstig de laatst vastgestelde officiële spelregels en volgens de bepalingen van het reglement van wedstrijden voor zover hieronder niet wordt afgeweken. b. De organisatie van de wedstrijden in de jeugdcompetitie wordt opgedragen aan het BB. c. Er wordt gespeeld in drie leeftijdscategorieën, te weten pupillen, aspiranten en junioren. d. Verenigingen mogen, met meer dan één team inschrijven voor een bepaalde leeftijdscategorie. Deze teams moeten dan herkenbaar zijn door nummering, te weten 1, 2, enz. e. Voor een speler wordt in een jaar als leeftijd aangehouden de leeftijd die hij in dat jaar bereikt. f. De bepalingen vermeld in artikel 4.7 van het reglement van wedstrijden (negentalopgave) gelden, met uitzondering van de hoogste klassen, niet in de pupillen, aspiranten en juniorencompetities. g. Aan de meisjescompetities mag, tenzij uitdrukkelijk anders bepaald, niet deelgenomen worden door jongens. Uitzondering zijn de pupillencompetities, waarin maximaal drie jongens mogen deelnemen die aan de eisen van de leeftijdscategorie pupillen voldoen. Zij mogen niet optreden als werper of achtervanger. LEEFTIJDEN Artikel 2 In de in artikel 1, lid c, genoemde categorieën kan worden gespeeld in de navolgende klassen: a. pupillen D met teams van spelers tot en met 10 jaar. b. overige pupillen met teams van spelers tot en met 12 jaar. c. aspiranten zijn teams met spelers tot en met 15 jaar. d. junioren zijn teams met spelers tot en met 18 jaar. DISPENSATIE Artikel 3 Met inachtneming van dit artikel kan dispensatie worden verleend ten aanzien van het bepaalde in artikel 2. a. Dispensatie naar een jongere leeftijdscategorie kan worden verkregen wanneer deze schriftelijk en gemotiveerd door de betrokken aangesloten vereniging wordt aangevraagd bij het BB. b. Er kan per leeftijdscategorie voor maximaal drie leden dispensatie worden verleend van een hogere naar een lagere leeftijdscategorie. c. Een verleende dispensatie wordt pas van kracht na bevestiging van het BB. Tenzij anders bepaald, geldt een verleende dispensatie slechts voor één bepaald team en één speelseizoen. In teams spelend voor het landskampioenschap zijn spelers met dispensatie niet speelgerechtigd. d. Een speler met dispensatie mag niet optreden als werper of achtervanger. SPEELVELD Artikel 4 a. Pupillencompetitie: Het binnenveld moet een vierkant zijn met zijden van 16.50 meter. De afstand tussen de achterzijde (punt) van de thuisplaat en de naar het thuishonk gekeerde rugzijde van de werpplaat bedraagt 10 meter. b. Aspirantencompetitie: Het binnenveld moet een vierkant zijn met zijden van 17.50 meter. De afstand van de achterzijde (punt) van de thuisplaat en de naar het thuishonk gekeerde zijde van de werpplaat bedraagt 11.50 meter. c. Juniorencompetitie: Het binnenveld moet een vierkant zijn met zijden van 18.30 meter. De afstand van de achterzijde (punt) van de thuisplaat en de naar het thuishonk gekeerde zijde van de werpplaat bedraagt 12.20 meter. SLAGHOUTEN Artikel 5 a. Pupillencompetitie: De slaghouten mogen maximaal 73 cm. (29 inch) lang zijn en moeten verder voldoen aan het gestelde in de officiële spelregels softbal. b. Aspirantencompetitie: De slaghouten mogen maximaal 83 cm. (33 inch) lang zijn en moeten verder voldoen aan het gestelde in de officiële spelregels softbal. c. Juniorencompetitie: Afmetingen gelijk aan die in de seniorencompetities. SPEELBALLEN Artikel 6 a. In een wedstrijd moet altijd een en dezelfde soort bal worden gebruikt. b. In de aspiranten- en, juniorencompetities gelden voor wat betreft de speelballen de in de officiële spelregels opgenomen bepalingen. In afwijking tot de officiële spelregels, en alleen bij vochtige weersomstandigheden, mag in aspirantenwedstrijden ook worden gespeeld met een vinylbal met opgestikte naad. c. In de A-pupillen-, B-pupillen, C1-pupillen competites wordt gespeeld met een 11 inch pupillenbal van leder of vinyl, die verder moet voldoen aan de gestelde eisen in de officiële spelregels opgenomen bepalingen. d. In de C2 -pupillencompetities wordt gespeeld met een zogenaamde "Soft-Touchbal". Omschrijving Soft-Touchbal: Dit is een vinylbal met opgestikte naad met een omvang van 11 inch en een gewicht tussen 155 en 165 gram. e. In de D-pupillencompetities wordt gespeeld met een 9 inch Soft-Touchbal. Dit is een leren bal of vinylbal met opgestikte naad en een gewicht tussen de 135 en 145 gram. 5
WEDSTRIJDEN, WEDSTRIJDDUUR Artikel 7 a. Pupillen: 1. In de A-klassen worden "dubbels" gespeeld. Dit zijn twee wedstrijden achter elkaar, met minimaal 15 minuten pauze en een duur van 60 minuten per wedstrijd, terwijl de lopende inning wordt afgemaakt, tenzij de thuisspelende vereniging reeds heeft gewonnen. 2. In B-klassen worden enkele wedstrijden gespeeld van zeven innings met een maximale duur van 90 minuten; de lopende inning wordt afgemaakt, tenzij de thuisspelende vereniging reeds heeft gewonnen. 3. In de C en D -klassen worden enkele wedstrijden van zeven innings gespeeld met een maximale duur van 75 minuten; de lopende inning wordt afgemaakt, tenzij de thuisspelende vereniging al heeft gewonnen. 4. In alle klassen is het bepaalde in artikel 5.10 lid 3 van het reglement van wedstrijden op de volgende wijze van overeenkomstige toepassing: a. bij enkele wedstrijden na vier innings (bij tien punten verschil); b. bij twee wedstrijden na drie innings (bij tien punten verschil); 5. In de C en D -klassen bij twintig punten verschil, ongeacht het aantal gespeelde innings, is de wedstrijd direct beëindigd. b. Aspiranten: 1. In de A-klassen worden "dubbels" gespeeld. Dit zijn twee wedstrijden achter elkaar, met minimaal 15 minuten pauze en een duur van 60 minuten per wedstrijd, terwijl de lopende inning wordt afgemaakt, tenzij de thuisspelende vereniging reeds heeft gewonnen. 2. In alle overige klassen worden enkele wedstrijden, van zeven innings gespeeld met een maximale duur van 90 minuten; de lopende inning wordt afgemaakt, tenzij de thuisspelende vereniging reeds heeft gewonnen. 3. Het bepaalde in artikel 5.10 lid 3 van het reglement van wedstrijden is op de volgende wijze van overeenkomstige toepassing: a. bij enkele wedstrijden na vijf innings (bij tien punten verschil); b. bij twee wedstrijden na vier innings (bij tien punten verschil); c. Junioren: 1. In alle juniorenklassen worden wedstrijden gespeeld van zeven innings met een maximale tijdsduur van 90 minuten; de lopende inning wordt afgemaakt, tenzij de thuisspelende vereniging reeds heeft gewonnen. 2. Het bepaalde in artikel 5.10, lid 3, Reglement van Wedstrijden is van overeenkomstige toepassing (10-punten-regel). d. Bij "meerkampen op één dag" gelden met betrekking tot de wedstrijdduur de bepalingen als bij "dubbels". BEPALINGEN VOOR WERPERS EN ACHTERVANGERS Artikel 8 a. Spelers tot en met 12 jaar: 1. Een werper mag nooit meer dan acht innings werpen op één dag. b. Spelers van 13 tot en met 15 jaar: 1. Een werper mag nooit meer dan acht innings werpen op één dag. c. Spelers van 16 jaar en ouder: geen beperkingen. 6
BIJZONDERE BEPALINGEN TEN BEHOEVE VAN DE PUPILLENCOMPETITIE Artikel 9 a. Met uitzondering van de A-klasse is de slagman uit wanneer hij drieslag krijgt. De achtervanger behoeft de 3e slagbal niet te vangen. Het spel is echter niet dood en de honklopers mogen op eigen risico één of meer honken verder gaan. b. De binnenhoogregel en de regel voor opzettelijk laten vallen van een vangbal zijn niet van toepassing. c. Met uizondering van de A-klasse mag de werper uit een zogenaamde oefenstand (90 graden stand) werpen, waarbij de achterste voet in contact met de werpplaat moet zijn totdat hij de bal loslaat. d. In de pupillen-c1, C2 en D klassen gelden de navolgende afwijkende regels: 1. Beschikt een team over minder dan negen spelers dan wordt aan slag niet gewerkt met de zgn. "automatische nul". De slagvolgorde blijft altijd gehandhaafd. Bij het begin van een nieuwe inning is de eerstvolgende slagman diegene die volgt op de laatste reglementaire slagman. 2. Bij de onder "1" genoemde situatie is het toegestaan dat een team (een) speler(s) "leent" van de tegenpartij 3. Er wordt gewisseld als: a. drie spelers zijn uitgemaakt; b. er maximaal tien spelers in een inning aan slag zijn geweest, waarbij de tiende slagman zelf niet kan scoren. Er komt alleen een tiende slagman als er nog honklopers zijn nadat de negende slagman zijn slagbeurt heeft voltooid. De slagbeurt eindigt in dit geval: 1. wanneer de derde nul gemaakt wordt. Honklopers scoren alleen in overeenstemming met spelregel 5.07; of, 2. wanneer een speler van de veldpartij met de bal in zijn bezit de thuisplaat aanraakt. 4. Er wordt gespeeld met de zogenaamde "coach-pitch"-regel en wel als volgt: Bij 4-wijd krijgt de slagman maximaal drie slagpogingen op een door zijn coach aan te pitchen bal. Van het aantal slagpogingen wordt het oorspronkelijke aantal (op moment van 4 wijd al gekregen) slag afgetrokken. Honklopers mogen hun honk pas verlaten, nadat de bal in contact is geweest met het slaghout. De coach dient de bal te werpen vanaf een veilige afstand op een plaats op de lijn tussen thuisplaat en tweede honk, waarbij de wijze van werpen vrij is. Toelichting: e. In de pupillen D -klasse gelden, naast de al onder d. vernoemde regels ook nog de volgende afwijkende regels: 1. Iedere slagman krijgt maximaal drie slagpogingen op een door zijn coach aan te pitchen bal. Honklopers mogen hun honk pas verlaten, nadat de bal in contact is geweest met het slaghout. De coach dient de bal te werpen vanaf een veilige afstand op een plaats op de lijn tussen thuisplaat en tweede honk, waarbij de wijze van werpen vrij is. Toelichting 1: Toelichting 2: Bij de derde slagpoging tellen uiteraard de gebruikelijke regels t.a.v. foutslagen. Een fout geslagen bal resulteert in dit geval dus in een hernieuwde derde slagpoging! 2. Het spel is dood als de honklopers géén poging meer doen om verder te komen en de bal in het bezit van de werper is. (zie regel 5.02) Als het spel dood is kan de bal worden overgedragen aan de coach van de aanvallende partij. 3. In afwijking op regel 3.03. mogen veldspelers onbeperkt gewisseld worden. De slagvolgorde blijft echter te allen tijde gehandhaafd. Een reglementaire slagvolgorde kan in deze competitie dus bestaan uit meer dan negen spelers! AFGELASTEN VAN WEDSTRIJDEN Artikel 10 Buiten het afgelasten van jeugdwedstrijden volgens de daarvoor bestemde regels moet men er voor waken jeugdhonkbalwedstrijden te laten plaatsvinden bij extreme koude. Als richtlijn wordt een temperatuur lager dan + 10 graden Celsius aangehouden, echter afhankelijk van de andere weerbepalers zoals zon en wind. Het vorenstaande is niet van toepassing op wedstrijden in de topsportcompetitie. BESCHERMING VAN SPELERS Artikel 11 a. In de pupillencompetitie en de aspirantencompetitie zijn schoenen met metalen spikes of metalen noppen verboden. b. Het is jongens verboden aan het spel deel te nemen zonder cup. PROTESTEN Artikel 12 In jeugdwedstrijden zijn protesten niet toegestaan. TOERNOOIEN Artikel 13 Toernooireglementen dienen in overeenstemming te zijn met dit jeugdreglement. ONTHEFFING Artikel 14 Het BB kan, zij het telkens voor een termijn van niet meer dan één jaar, ontheffing verlenen van hetgeen in dit reglement bepaald is. ONVOORZIENE GEVALLEN Artikel 15 In gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het BB. Een beslissing op grond van dit artikel genomen is slechts geldig tot de eerstvolgende vergadering van de bondsraad. Aldus gewijzigd en opnieuw vastgesteld door de bondsraad van 2 april 2008. 7