Elektriciteit. Elektriciteit



Vergelijkbare documenten
Alles om je heen is opgebouwd uit atomen. En elk atoom is weer bestaat uit protonen, elektronen en neutronen.

Elektriciteit, wat is dat eigenlijk?

Hfd 3 Stroomkringen. Isolator heeft geen vrije elektronen. Molecuul. Geleider heeft wel vrije elektronen. Molecuul.

Uitwerkingen VWO deel 1 H2 (t/m par. 2.5)

VWO 4 kernboek B hoofdstuk 8

inkijkexemplaar Energie voor de lamp Techniek 1

POWER LINE. Lesmateriaal plus proeven over elektriciteit. Een lespakket van Zoleerjemeer

Om een lampje te laten branden moet je er een elektrische stroom door laten lopen. Dat lukt alleen, als je een gesloten stroomkring maakt.

2 Elektriciteit Elektriciteit. 1 A De aal heeft ca 4000 elektrische cellen van 0,15 volt, die in serie geschakeld zijn.

Geleider: (metaal) hierin kunnen elektronen bewegen, omdat de buitenste elektronen maar zwak aangetrokken worden tot de kern (vrije elektronen)

Energie : elektriciteit : stroomkringen

VWO 4 kernboek B hoofdstuk 8

hoofdstuk 1 Elektriciteit.

Theorie: Energieomzettingen (Herhaling klas 2)

Elektriciteit. Wat is elektriciteit

1 ENERGIE Inleiding Het omzetten van energie Fossiele brandstoffen Duurzame energiebronnen

Samenvatting Scheikunde H3 Door: Immanuel Bendahan

hoofdstuk 1 Elektriciteit.

Elektriciteit. Hoofdstuk 2

Opgave 1 Er zijn twee soorten lading namelijk positieve en negatieve lading.

Windmolenpark Houten. Project nask & techniek Leerjaar 2 havo/atheneum College de Heemlanden, Houten. Namen: Klas:

Werkstuk elektriciteit Mees Kleefmann Groep 7a Oktober Elektriciteit

Wist je, dat jij zelf bestaat uit vele miljoenen atomen en dus evenzo veel miljoenen batterijtjes?

Elektrische energie en elektrisch vermogen

jaar: 1989 nummer: 10

Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 1 + 2

4,1. Samenvatting door L. 836 woorden 21 november keer beoordeeld. Natuurkunde. Natuurkunde samenvattingen Havo 4 periode 2.

Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 1 en 2

Samenvatting Natuurkunde Hoofdstuk 1 t/m 3

Glas en barnsteen hebben een tegengestelde lading als ze opgewreven zijn, de lading van gewreven glas noem je positief.

Diktaat Spanning en Stroom

Samenvatting Natuurkunde Hoofdstuk 2 (elektriciteit)

H7+8 kort les.notebook June 05, 2018

Scheikunde Samenvatting H4+H5

Werkstuk Natuurkunde Elektriciteit

07 MOLECUULFORMULES & CHEMISCHE BINDINGEN PROCESTECHNIEK

Wat is elektrische stroom? Geleiden samengestelde stoffen in vaste toestand de elektrische stroom wel of niet?

Samenvatting Natuurkunde Hoofdstuk 4

Stoffen, structuur en bindingen

Signalen stroom, spanning, weerstand, vermogen AC, DC, effectieve waarde

Hoofdstuk 7 Stoffen en materialen. Gemaakt als toevoeging op methode Natuurkunde Overal

Hoofdstuk 3. en energieomzetting

Hoofdstuk 1. Elektrische weerstand

Spanning en sensatie!!! Wat een weerstand!! Elektriciteit. 3HV H3 elektriciteit les.notebook February 13, Elektriciteit 3HV

Elektriciteit en stroom, wat is het? Proefjes met stroom en electriciteit

Flevo Rondstraler juni 2014

OPDRACHT 1 Vul zelf de juiste fase in.

Thema 1 Natuurlijke verschijnselen

Eindexamen scheikunde havo 2001-II

INLEIDING. Veel succes

Elektrische energie. Naam: Klas: Leerkracht: Mr. Verlinden INLEIDING

De wet van Ohm. Student booklet

Samenvatting Scheikunde Scheikunde Chemie overal H1 3 vwo

Hfdst 1' Massa en rustenergie (Toevoeging hiervan nodig om begeleid zelfstandig opzoekwerk i.v.m. het Standaardmodel mogelijk te maken.

4VMBO H2 warmte samenvatting.notebook September 02, Warmte. Hoofdstuk 2. samenvatting. Vaak zetten we Chemische energie om in Warmte

1) Stoffen, moleculen en atomen

7.1 Het deeltjesmodel

Atoommodel van Rutherford

Hoofdstuk 7 Stoffen en materialen. Gemaakt als toevoeging op methode Natuurkunde Overal

Later heeft men ook nog een ongeladen deeltje met praktisch dezelfde massa als een proton ontdekt (1932). Dit deeltje heeft de naam neutron gekregen.

Warmte. Hoofdstuk 2. Vaak zetten we Chemische energie om in Warmte

Ar(C) = 12,0 u / 1 u = 12,0 Voor berekeningen ronden we de atoommassa s meestal eerst af tot op 1 decimaal. Voorbeelden. H 1,0 u 1,0.

1 Uit welke deeltjes is de kern van een atoom opgebouwd? Protonen en neutronen.

Antwoorden deel 1. Scheikunde Chemie overal

Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 1, 2, 3

NASK1 SAMENVATTING ELEKTRICITEIT. Wanneer loopt er stroom? Schakelingen

10 Materie en warmte. Onderwerpen. 3.2 Temperatuur en warmte.

14 DE ATOOMTHEORIE VAN DALTON PROCESTECHNIEK

T2: Verbranden en Ontleden, De snelheid van een reactie en Verbindingen en elementen

H2 les par2+4+3.notebook November 11, Elektriciteit in huis. Na de verbruiksmeter zit er een hoofdschakelaar en daarna

Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 1 + 2

1.8 Stroomsterkte; geleiding.

Elektrische techniek

Een elektrische schakeling is tot op zekere hoogte te vergelijken met een verwarmingsinstallatie.

Radioactiviteit werd ontdekt in 1898 door de Franse natuurkundige Henri Becquerel.

1 ENERGIE Inleiding Het omzetten van energie - Opdrachten Fossiele brandstoffen - Opdrachten

Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal. Reader. Weerstand. J. Kuiper. Transfer Database

EXAMEN MIDDELBAAR ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS IN Dit examen bestaat voor iedere kandidaat uit 5 OPGAVEN

Stroom, spanning en weerstand. Student booklet

toelatingsexamen-geneeskunde.be

6.2 Elektrische energie en vermogen; rendement

6,9. Samenvatting door een scholier 833 woorden 13 december keer beoordeeld. Natuurkunde 1.1

Samenvatting Chemie Overal 3 havo

Samenvatting Natuurkunde Hoofdstuk 4

Energie en milieu. Klas : Naam : Datum: OPDRACHT Nr : TE 30. Zoekopdracht milieuproblemen

Elementen; atomen en moleculen

Chemie 4: Atoommodellen

Wisselspanningen. Maximale en effectieve waarde. We gaan de wisselspanning aansluiten op een weerstand. U R. In deze situatie geldt de wet van Ohm:

Grootheden, eenheden, voorvoegsels, symbolen

12 Elektrische schakelingen

Niet-metalen + metalen. Uit welk soort atomen is een ionbinding opgebouwd? Geef de chemische formule van gedemineraliseerd water.

Fosfor kan met waterstof reageren. d Geef de vergelijking van de reactie van fosfor met waterstof.

Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 2 stoffen en reacties

Elektriciteit. B 11 a I = Q / t of Q = I t Na 10 s is Q = = 0,65 C b 2 zo veel: 1,30 C c I = Q / t I = 1,2/30 = 0,040 A

R Verklaar alle antwoorden zo goed mogelijk

Basiskennis. Student booklet

4. Van twee stoffen is hieronder de structuurformule weergegeven.

Transcriptie:

Elektriciteit Alles wat we kunnen zien en alles wat we niet kunnen zien bestaat uit kleine deeltjes. Zo is een blok staal gemaakt van staaldeeltjes, bestaat water uit waterdeeltjes en hout uit houtdeeltjes. Je kunt een blokje van een stof (staal, water, plastic) steeds weer halveren en dan blijft nog steeds elk deeltje - hoe klein het ook is - van dezelfde stof. Totdat je op een punt komt dat je het deeltje niet meer kunt opdelen in kleinere stukjes van dezelfde stof. Het kleinste deeltje van een stof noemen we een molecuul. Moleculen zijn microscopisch klein. Een molecuul is ongeveer 0,0000000001 m (0,1 x 10-9 ) lang. Een menselijk oog kan dingen die kleiner zijn dan 0,1 mm niet meer zien. Een molecuul is dus veel te klein om te kunnen zien. Maar dat molecuul kunnen we nog verder uit elkaar halen. Een molecuul bestaat uit meerdere atomen. Die atomen zijn gemaakt van de basisstoffen (elementen) uit de scheikunde. Er bestaan maar zo n 100 verschillende elementen. Elke molecuul dat wij kennen is opgebouwd uit combinaties van die 100 elementen. Met die 100 elementen maken we miljoenen verschillende stoffen. Er zijn maar ongeveer 100 elementen in de scheikunde. Bekende elementen zijn bijvoorbeeld: Zuurstof O Waterstof H IJzer Fe Calcium Ca Koolstof C 1

Als je atomen zuurstof en waterstof samenvoegt, krijg je water (H 2 O). Dat kan vloeibaar zijn, maar ook een vaste stof (ijs) of gasvormig (stoom). Een stof kan er dus op verschillende manieren uitzien. Scheikundigen lijken daardoor wel eens tovenaars: alles kan veranderen als je stoffen samenvoegt: de kleur, de vorm, de giftigheid, van alles. De atomen van de elementen zijn natuurlijk veel kleiner dan de moleculen die je ermee kunt maken. Atomen zijn dan ook nog kleiner dan microscopisch klein. De atomen bestaan op hun beurt ook weer uit deeltjes: protonen, neutronen en elektronen. Elk atoom bestaat uit een kern met protonen en neutronen. Daaromheen draaien elektronen. De protonen en elektronen zijn geladen deeltjes. Deze deeltjes zijn ontzettend klein. Zo heeft een elektron zelfs een onmeetbare kleine doorsnede. molecuul water atomen waterstof atoom zuurstof elektron bestaat uit H O H bestaat uit proton atoom zuurstof neutron 2

Stroom = Ampère De protonen krijgen we niet verplaatst. Die zitten aan de neutronen vast in de kern. De zwevende elektronen kunnen we wel opzij duwen. Dat kan bijvoorbeeld met een magneet. Als er een heleboel elektronen tegelijk één kant op bewegen dan heet dat: een elektrische stroom. Daar zijn wel een heleboel elektronen voor nodig. Als er 6 x 10 18 elektronen langskomen in één seconde, dan noemen we dat 1 Ampère. Spanning = Volt Een grote groep elektronen die door een draad stroomt wordt stroom genoemd. De stroom geven we aan in Ampère. De elektronen hebben pas zin om door een draad te gaan stromen als een kracht ze die kant op stuurt. Er moet tegen de deeltjes worden geduwd. Dat kan met een magneet, maar het kan ook door een chemische reactie. In een generator of dynamo zorgt een magneet dat er tegen de deeltjes wordt geduwd. In een batterij, accu, zonnepaneel of brandstofcel is er een chemische reactie die zorgt voor een kracht op de elektronen. De kracht wordt spanning genoemd. De spanning wordt aangegeven met Volt. Weerstand = Ohm = Ω In woonhuizen duwt het elektriciteitsnet met een spanning (kracht) van 230 V tegen de stopcontacten. Toch neemt niet elk apparaat evenveel stroom op uit het elektriciteitsnet. Het ene apparaat biedt meer weerstand tegen de kracht, dan het andere apparaat. Een apparaat met veel weerstand krijgt daardoor maar een kleine stroom en een apparaat met een lage weerstand krijgt daardoor een grote stroom. De weerstand van een apparaat wordt aangegeven in de eenheid Ohm (Ω). 3

Belangrijk: Als er veel deeltjes tegelijk door een draad moeten stromen, dan moet de draad wel dik genoeg zijn. Door een dunne draad kan maar een kleine stroom lopen. Als er op een draad een hoge spanning staat, moet de isolatie wel in staat zijn dat tegen te houden. dikte isolatie bepaalt max. spanning dikte geleider bepaalt max. stroom Elektriciteit wordt vaak vergeleken met water. De druk op het waterleidingnet is vergelijkbaar met de spanning. De dikte van de waterstraal is vergelijkbaar met de stroom. De kraan is de weerstand. Hoe meer weerstand de kraan biedt tegen het water, hoe minder water er uit de kraan komt. Hoe schrijven we het op? Stel dat we van een apparaat de volgende gegevens weten: Spanning is 230 volt Stroom is 2 ampère Weerstand is 115 ohm Dat is dan best veel schrijfwerk. We proberen alles zo kort en helder mogelijk aan te geven en daarom gebruiken we letters om dingen aan te geven: Het woord spanning vervangen we door de letter U Het woord stroom vervangen we door de letter I Het woord weerstand vervangen we door de letter R Het woord volt vervangen we door de letter V Het woord ampère vervangen we door de letter A Het woord ohm vervangen we door de Griekse letter Ω 4

De zin Spanning is 230 volt wordt dan veel korter opgeschreven als: U = 230 V De zin Stroom is 1 ampère wordt dan veel korter opgeschreven als: I = 2 A De zin Weerstand is 230 ohm wordt dan veel korter opgeschreven als: R = 115 Ω De letters U, I en R noemen we grootheden. De letters V, A en Ω noemen we eenheden. Door in formules eenheden en grootheden te gebruiken kunnen we efficiënt rekenen en een berekening makkelijk controleren. 5