Pensioenjurisprudentie 2015 I. Uitleg van de uitvoeringsovereenkomst II. Verjaring Petra van Straten 30 maart 2016
I. Uitvoeringsovereenkomst Overeenkomst werkgever pensioenuitvoerder Artikel 23 Pensioenwet Onderbrengingsplicht Artikel 25 Pensioenwet Inhoud van de overeenkomst 2
Inhoud uitvoeringsovereenkomst (artikel 25 PW) Verplichte onderdelen, zoals: wijze waarop verschuldigde premie wordt vastgesteld; wijze waarop en termijnen waarin verschuldigde premie moet worden gedaan; info welke door werkgever aan pensioenuitvoerder wordt verstrekt; procedures bij niet nakomen premiebetalingsverplichting door werkgever; procedures bij opstellen en wijzigen pensioenreglement i.v.m. sluiten en wijzigen pensioenovereenkomst; maatstaven voor en voorwaarden waaronder toeslagverlening plaatsvindt; voorwaarden bij beëindiging van/met verzekeraar, PPI of APF gesloten uitvoeringsovereenkomst. 3
Inhoud uitvoeringsovereenkomst (artikel 25 PW) Indien pensioenuitvoerder en werkgever afspraken maken over de hierna te noemen zaken, moet dit in de uitvoeringsovereenkomst worden opgenomen; betalingsvoorbehoud werkgever; bijstortingsverplichting werkgever inclusief voorwaarden en de hoogte; vrijwillige voortzetting na beëindiging dienstverband; aansluitingscriteria voor vrijwillige aansluiting bij Bpf. 4
Uitleg van overeenkomsten (I) Ermes c.s./haviltex, NJ 1981,635: Het komt aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de overeenkomsten mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien van elkaar mochten verwachten. CAO-norm NJ 2000,473, NJ 2003,110/111: objectieve uitleg, de bewoording gelezen in het licht van de gehele cao en bijbehorende toelichting. Pensioenfonds DSM Chemie/Fox NJ 2005,493: geobjectiveerde uitleg: alle omstandigheden van het geval (m.u.v. niet kenbare bedoelingen) gewaardeerd naar wat maatstaven van redelijkheid en billijkheid meebrengen. 5
Uitleg van overeenkomsten (II) Chubb/Dagenstaed NJ 2008, 284: uitleg polisvoorwaarden waarover niet onderhandeld pleegt te worden, verwachting van partijen en objectieve uitleg Valschermzweeftoestel NJ 2006,326: verzekeraar is vrij in het bepalen van de dekkingsomvang (inclusief voorwaarden en tarieven) Meyer Europe/Pontmeyer NJ 2007,575: bij gecompliceerde overeenkomst staat taalkundige uitleg voorop Lundiform/Mexx NJ 2013/214: Nuancering Meyer Europe/Pontmeyer; Haviltex bij commerciële contracten 6
Einde uitvoeringsovereenkomst Pensioenfonds Media PNO/KPN (Nozema) Hoge Raad 6 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3242 Artikel 10 lid 3 Na einde uitvoeringsovereenkomst is de aangesloten werkgever verplicht het pensioenfonds schadeloos te stellen door een vergoeding te betalen voor het verzekeringstechnisch nadeel. De actuaris van het pensioenfonds stelt het nadeel vast. Rechtbank: schadeloos stellen = alle schade gesteld door het pensioenfonds. Hof: omstandigheden van het geval. Indien een ruime uitleg de bedoeling was had het Pensioenfonds dit moeten communiceren (contra proferentem). HR: te missen herstelpremies als onderdeel van het VTN. Uitleg is in ieder geval niet ruimer dan Rekenregels verzekeringstechnisch nadeel voorschrijven. Uitleg begrip onderdekking aan de hand van pensioenfondsenrichtlijn (2003/41/EG) als dekkingstekort (105%) ipv vermogenstekort (125%). 7
Financiering verplichtingen na einde uitvoeringsovereenkomst Hof Den Haag 11 augustus 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:2120 Pensioenovereenkomst geeft recht op onvoorwaardelijke indexatie. Uitvoeringsovereenkomst (t/m 2004) voorziet niet in betalingsverplichtingen werkgever na einde. Reaal indexeert ook t/m 2006 en stuurt rekening aan werkgever. Werkgever weigert betaling en Reaal stopt indexatie. Gewezen deelnemers en gepensioneerden stappen naar Ombudsman Pensioenen en worden in het gelijk gesteld. Reaal indexeert alsnog en kantonrechter verplicht werkgever tot betaling koopsommen. Hof: werkgever blijft verplicht tot nakomen indexatie maar blijft vrij om de pensioenuitvoerder te kiezen. 8
Uitleg verzekeringsovereenkomst pensioenfonds-verzekeraar Rb R dam 8 juli 2015, ECLI:NL:RBOT:2015:5184 Verzekeringsovereenkomst tussen Stichting Bouwcentrum Pensioenfonds (i.l.) en Nationale-Nederlanden. Uitvoeringsovereenkomst (2008-2011) regelt aanwending reguliere premie voor pensioenaanspraken. Tarieven 2008. Pensioenfonds liquideert en draagt waarde over naar NN eind 2011. Overdrachtsovereenkomst gesloten. Toepasselijk tarief op aankoop extra pensioen uit liquidatieoverschot in 2012? 9
vervolg In 2003 is besproken dat extra pensioen (middels indexatie) niet op basis van tarieven uitvoeringsovereenkomst geschiedt. Uitvoeringsovereenkomst (2008) regelt niets. Overdrachtsovereenkomst (uit 2011) regelt niets. Pensioenfonds verplicht tot aanwending liquidatiesaldo jegens werkgever/deelnemers/slapers/ gepensioneerden. NN geen partij bij afspraken Pensioenfonds-deelnemers en heeft ook geen verwachtingen gewekt. Haviltex-uitleg 10
Uitleg uitvoeringsreglement Hof Den Bosch 26 mei 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:1856 Sociale partners stellen het uitvoeringsreglement van het bedrijfstakpensioenfonds op Reglement: premie wordt vastgesteld aan hand van opgave werkgever 15% boete op achterstallige premies Werkgever geeft onjuiste gegevens premienota te hoog werkgever betaalt niet(s) Uitleg aan de hand van CAO-norm 11
Ondernemingsraad en uitvoeringsovereenkomst (Aon) [Vindplaats Aon vs. Ondernemingsraad (23 december 2015)] Aon zegt uitvoeringsovereenkomst met pensioenfonds op (26 juni 2013) Aon vraagt (en ontvangt) instemming OR onderbrenging regeling bij Delta Lloyd Aon wijzigt uitvoeringsovereenkomst met pensioenfonds per 1 januari 2014 (vervallen bijstortverplichting) Aon verzoekt om instemming OR onderbrengen pensioenovereenkomst bij Pensioenfonds Aon in België OR stelt nietigheid van besluit wijzigen uitvoeringsovereenkomst met pensioenfonds en vervallen bijstortverplichting. Ten onrechte? 12
Vervolg procedure OR stelt primair: vervallen bijstortverplichting raakt arbeidsvoorwaarde pensioen. OR stelt subsidiair: bovenwettelijk instemmingsrecht vanwege verzochte instemming bij onderbrenging Delta Lloyd (artikel 32 WOR; ondernemersovereenkomst). Rechtbank: pensioenovereenkomst en uitvoeringsovereenkomst zijn twee verschillende overeenkomsten. De WOR is duidelijk: OR gaat over de pensioenovereenkomst bij pensioenfonds en niet over de uitvoeringsovereenkomst. Voor toekenning bovenwettelijk instemmingsrecht ontbreekt medewerking Aon. NB: wetsvoorstel wijziging Wet op de ondernemingsraden (kamerstuk 34 378). Informatieplicht wijzigen uitvoeringsovereenkomst zodat OR kan vaststellen of dit de pensioenovereenkomst raakt. 13
Verjaring
II. Verjaring Verjaring van de rechtsvordering Stuiting van de verjaring Na verjaring rechtsvordering blijft natuurlijke verbintenis over, niet afdwingbaar Verval van het recht indien niet binnen bekwame tijd geprotesteerd (6:89 BW) 15
Algemene verjaringstermijnen Nakoming verbintenis uit overeenkomst vijf jaar na opeisbaarheid (3:307 BW). Betaling van premies met betalingstermijn van maximaal 1 jaar vijf jaar na opeisbaarheid (3:308 BW). Vergoeding van schade vijf jaar na bekendheid met schade en aansprakelijk persoon doch in ieder geval twintig jaar na de schadegebeurtenis (3:310 BW). Indien de wet niet anders bepaalt verjaringstermijn twintig jaar (3:306 BW). Regelend recht; maar nooit minder dan een jaar (6:236 aanhef en onder g BW, zwarte lijst ). 3:322 BW geen ambtshalve toepassing door rechter. 16
Bijzondere verjaringstermijnen Vordering tot doen van uitkering jegens pensioenuitvoerder verjaart niet bij leven pensioengerechtigde (59 PW) Verzekeringsrecht 7:985 BW -> vijf jaar (levensverzekering, maar regelend recht) 7:942 BW -> een vordering tegen verzekeraar tot het doen van een uitkering verjaart door verloop van drie jaar na bekendheid met opeisbaarheid MvT (30 413): verval van opeisbare termijnen van uitkering pas na 10 jaar en na actief optreden pensioenuitvoerder (invulling 6:89 BW) 17
Nakoming (van de financiering) van een pensioenovereenkomst Hof Arnhem-Leeuwarden, 10 februari 2015, GHARL:2015:848 Procedure werknemer werkgever. Pensioentoezegging slechts opgenomen in arbeidsovereenkomst (1990). In 2000 is pensioentoezegging afhankelijk gemaakt van verkoop bedrijfspand (2010). Ktr: vordering toewijsbaar, niet prematuur Hof: vordering toewijsbaar: geen verjaring tijdens leven conform 59 PW?! HR 3 februari 2012, HR:2012:BT8462. 18
Premievordering verplicht bpf voor het Schoonmaak- en glazenwassersbedrijf Rechtbank Midden-Nederland, 5 oktober 2015, RBMNE:2015:7254 Werkgever ten onrechte niet aangesloten vanaf 2004 Bekendheid met werkgever in 2013 Periode 2004-2008 verjaard? Rb: Nee, (subjectieve) bekendheid = moment opeisbaarheid 3:308 BW anders: Rb Limburg 23 juli 2014, ECLI:NL:RBLIM:2014:6684 19
Amsterdam Arnhem Aruba Brussel Curaçao Dubai Eindhoven Genève Hong Kong Londen Luxemburg New York Parijs Rotterdam Singapore Tokio Zürich www.loyensloeff.com