Controleplan voertuig VIN: Nr: 20 Regelgeving: UNECE R48-06 Onderwerp: In voege: Montage verlichtingsinrichtingen voertuigen cat. N, achteraan en zijkant 18 november 2012 Testvoorschriften en instructies Voertuig in onbeladen staat op vlakke vloer gestationeerd, banden op normale druk Metingen gebeuren steeds tot een rand van het desbetreffend licht, Minimale hoogtes tot onderzijde van het lichtcompartiment, Maximale hoogtes tot bovenzijde van het lichtcompartiment, Horizontale afmetingen tussen zijkanten van het lichtcompartiment Voorschriften: Afstand tussen alle lichtpunten L & R minimaal 600. Meetwaarden / procedure OK NOK NVT Conform? Afstand zijkant voertuig max. 400 tot achterlicht stoplicht richtingaanwijzer retroflector Afstand elk stoplicht tot mistachterlicht minimaal 100 Derde stoplicht (verplicht N1 *) midden of max. 150 van midden gemeten op referentiepunt (midden) Uitzondering: 2 stuks derde stoplichten zo dicht mogelijk bij het midden, max. 150 Minimale hoogte 250 tot onderzijde Minimale hoogte 350 tot onderzijde Minimale hoogte 500 tot onderzijde achteruitrijlicht mistachterlicht achterreflector richtingaanwijzer(n1) stoplicht achterlicht richtingaanw(n2,n3) Derde stoplicht (verplicht N1*) minimale hoogte 850 en boven gewone stoplichten Maximale hoogte 1000 tot bovenzijde Maximale hoogte 1200 tot bovenzijde Maximale hoogte 1500 tot bovenzijde mistachterlicht achteruitrijlicht achterreflector achterlicht richtingaanwijzer stoplicht Markeringslichten: Vooraan boven voorruit - max 400 van zijkant Achteraan zo hoog mogelijk, max 400 van zijkant Alle lichtpunten bestaan verplicht uit minimaal 2 stuks, behalve derde stoplicht Uitzondering: achteruitrijlichten op voertuigen < 6000 (1 stuk minimaal), en mistachterlicht (minimaal 1 stuk aan linkerzijde) 8/04/2013 Pagina 1 / 6
Controleplan voertuig VIN: Nr: 20 Regelgeving: UNECE R48-06 Onderwerp: In voege: Montage verlichtingsinrichtingen voertuigen cat. N, achteraan en zijkant 18 november 2012 Alle elementen voorzien van een Europees goedkeuringsnuer? Bij voertuigen langer dan 6000. Montage zijmarkeringslichten en -reflectoren Afstand achterzijde tot eerste zijmarkeringslicht maximaal 1000. Minimum één op het middelste derde deel van het voertuig. Afstand tussen zijmarkeringslichten maximaal 3000. Afstand lichtje vooraan tot voorzijde voertuig max. 3000. Gegroepeerd: Hoogte min. 250 hoogte max. 1200 1 2 3 4 5 Reflecterende platen op zware en lange voertuigen (UNECE nr 70) (art. 28) Op voertuigen N2 en N3: montage Class 1 of 3 reflecterende platen (1,2 of 4 stuks) Montage op vertikaal vlak en geometrische zichtbaarheid gecheckt. Maximale hoogte gemeten op bovenzijde 2100 Minimale hoogte gemeten op onderzijde 250 Contour en lijnmarkeringen (UNECE nr 104) - opvallende markering VERPLICHT op voertuigen N2 > 7,5 ton en N3 (niet op trekkers en incomplete) Indien breedte > 2100 volledige contourmarkering op achterzijde aangebracht breedte <2100 contourmarkering: facultatief Eventuele onderbrekingen max 50 % van aangrenzend deel. Afstand contourmarkering en stoplichten minimaal 200. Indien lengte > 6000 minimaal gedeeltelijke markering op zijkant aangebracht Zichtbaarheid: lengte van het voertuig dient over 80 % gemarkeerd te zi Maximum afstand markering tot ieder uiteinde: 600 (**) Bovenhoeken 90 - lengte benen min. 250 gemeten op buitenhoek. (**) voor trekkers tot het uiteinde van de cabine! Hoogte onderste markering minimaal 250 Hoogte onderste markering maximaal 1500 Hoogte bovenste markering max 400 onder bovenrand voertuig Kleur markering zijkant: wit of geel Kleur markering achterzijde: geel, rood en wit (B) 8/04/2013 Pagina 2 / 6
Controleplan voertuig VIN: Nr: 20 Regelgeving: UNECE R48-06 Onderwerp: In voege: Montage verlichtingsinrichtingen voertuigen cat. N, achteraan en zijkant 18 november 2012 Oriëntatie zijkant: zo mogelijk met middenlangsvlak (of anders buitencontour volgen) Oriëntatie achterkant: zo mogelijk met dwarsvlak (of ander buitencontour volgen) Alle elementen voorzien van een Europees goedkeuringsnuer? Opmerkingen: Geometrische zichtbaarheid zie appendix 1. Markeringsplaten UN/ECE R70: Indien achteraan achtermarkeringsplaten zijn geïnstalleerd, mogen deze als deel van de opvallende markering a de achterkant worden beschouwd voor de berekening van de lengte van de opvallende markering en de nabijheid de zijkant van het voertuig. Opgemaakt door: Handtekening Datum: Evtl. verklarende foto's. 8/04/2013 Pagina 3 / 6
8/04/2013 Pagina 4 / 6
8/04/2013 Pagina 5 / 6
aan d tot 8/04/2013 Pagina 6 / 6