RC 7 Dämmerung ( Dämm rung senkte sich von oben )

Vergelijkbare documenten
RC 87 Auf dem See ( Und frische Nahrung, neues Blut )

RC 10 Vijftiende- eeuwsch bruyloftslied ( Heer Jezus in der bruyloft quam )

RC 56 Den uil 24 juni 1903 Eerste uitvoering van Den uil in het Grand Hotel te Vlissingen door het Zalsman- Kwartet. Ook het Vijftiende- eeuwsch bruyl

Oude Kerk, zondag 1 juli 2018 Veertigjarig jubileum en afscheid Con Spirito ds. Johan Meijer

Een muziekles over Haydns Schöpfung (voorbeeldles basisschool)

Baalderdienst Zondag 25 juni 2017

Liturgie voor de ochtenddienst op zondag 5 maart 2017, met de Spoorzoekers, aanvang: uur.

Maar, - ik heb mij niet duidelijk uitgesproken; of wel, gij zegt bij u zelf: raden in die zaak doe ik ongaarne.

Amsterdam, Concertgebouw, eerste uitvoering van Voor, - tusschen en naspelen uit Marsyas of De Betooverde Bron: CO o.l.v.

Impressionisme. Wanneer? Kenmerken van muziek uit het impressionisme

Binnenkomst in stilte in de donkere kerk. We zingen:

Jongerendienst in de Ontmoetingskerk op zondag 22 maart 2015 Zo stil

Looft de Heer, looft de Heer, looft de Heer, elk moet Hem eren. Looft de Heer, looft de Heer, looft de Heer, elk moet Hem eren.

God is mijn Herder, die mij weidt in groene velden vind ik rust Hij gaat mij voor naar stille wateren. Zijn goedheid verkwikt mijn ziel.

Pg Roodeschool Pg Uithuizen Pg Uithuizermeeden

Dankdag voor gewas en arbeid. woensdag 1 november 2017

thema 1 Nederland en het water topografie

Toon Uw heerlijkheid Opwekking 505

Liturgie voor Goede Vrijdag. ~ vrijdag 25 maart 2016 ~

Opwekking 346: Opwekking 167:

Onderwerp: Een andere

Ik heb u vrienden genoemd ( Joh. 15:15)

Orde van dienst voor 14 oktober in de Witte kerk in Lochem. In deze dienst zal het Heilig avondmaal gevierd worden.

Enthousiasme, passie, gedrevenheid, inzet en veel energie blijkt de sleutel tot succes te zijn.

Orde van dienst voor de 3 de zondag van de herfst op 2 oktober 2016 om 9.30 uur. thema: Gods belofte

Wij zingen voor de dienst: Gezang 172 : 1 en 2 NLB 538

De heilige Geest. De heilige Geest. Wie is Hij?

de zon schijnt altijd

Wat er in de Bijbel staat.en andere liederen

DE PHOHI IN DE WEST DOOR L. H. MOERHEUVEL

Heer, ik verlang heel dicht bij U te zijn. Alles in mij smacht naar U Mijn ziel is onrustig, mijn hart vol verdriet Mijn God- verlaat mij niet.

Welkom in deze dienst Voorganger is ds. K. Timmerman

Nach dir Herr Nach dir Herr, dir nach dir nach dir Herr, dir Heer, verlanget mich. nach dir nach dir nach dir nach dir, Herr, dir Herr verlanget mich

Vertel me toch je geheim! Gezinsdienst over Simson en Delilah

Zondag 26 november 2017 Licht in de nacht

Orde van dienst Protestantse Gemeente Heemskerk Morgensterkerk. Zondag 24 juni Anders dan Anders Dienst Over de Tien Woorden. What s in a Name?

Tjimmie van der Wal: Zodra iedereen binnen is beginnen we met:

Er zit muziek in de kerk! STARTZONDAG. 15 september 2013 Kerkgemeente Edam. Grote Kerk

Een nieuw lied, op de wonderlijke lotgevallen van een Haarlemsch weesmeisje in de Oost-Indiën.

Genieten van het echte leven

NIEUWSBRIEF oktober 2004

Impressionisme. Wanneer? Kenmerken van muziek uit het impressionisme

Philadelphiadienst Zondag 8 november 2015 Dorpskerk Bodegraven Aanvang: uur

BLIJF IN DE HERE! Liturgie:

RC 28 Rey van Burchtsaeten

Wij belijden één geloof en één Heer ; zijn geroepen tot één hoop, tot Uw eer. Heer, geef vrede die ons samenbindt. Vader, maak ons één!

Als een herder draagt Hij ons in zijn armen waar Hij ons barmhartig zijn liefde geeft

De symfonie. Welke symfonie hoor je? Schrijf de juiste volgorde in de kaders bij de cd-hoezen.

Toonkunstkoor Schiedam - Concertlijst vanaf Datum Repertoire Locatie Rossini: Petite Messe Solennelle Korenbeurs, Schiedam

Welkom in deze dienst Voorganger is ds. L.P. Blom

De Rivier - Opwekking 459

Welkom in deze dienst Voorganger is ds. L.W. Smelt (Voorthuizen)

Opwekkingsdienst 2 juli 2017 om Voorganger: Ds. Timmer M.m.v.: de Opwekkingsband. Thema: Hoop!

Liturgie Pinksterzangdienst Tweede Pinksterdag 2019

Doctrine van de Heilige Geest. Wie is de Heilige Geest?

IN MEMORIAM W. H. VAN OORDT H. W. A.ZN. DOOR MR. ABM. VAN DER HOEVEN.

HERVORMDE KERK HOOGBLOKLAND

Uitwisseling 2009 Solidariteit vanuit je eigen huis Door: Victoria Schreuder-Dobrescu en Haaije Schreuder

Een en ander over Cornelis Schuyt en teleiden

Brief aan Francois Haverschmidt van 28 januari Universiteitsbibliotheek Leiden LTK > Mijn waarde Haverschmidt,

Om 9.55 uur zingen we samen met de muziekgroep: U bent heilig

Een MultiCulti kinderkoor voor Leeuwarden: Help mee!

Openluchtdienst! speelruimte om te leven!

Zondag 7 februari 2016

jij ontdekt... jouw passie voor Luistercursussen Klassiek cursusaanbod muziek Centrum voor de Kunsten

Geniet van een stijlvol kunststuk in uw woonkamer!

leren omgaan met Diversiteit In je gemeente

Initiatiefgroep Roze Vieringen Rotterdam

NIEUWSBRIEF 2 - MEI 2013

Uitleg van het thema. De Bijbel wereldwijd

Lezen : Deuteronomium 6: 4-18 Zondag 47 Opwekking 25 Opwekking 277 Opwekking 354 Psalm 86 : 2, 3 en 4 (NPB) Geloofsbelijdenis Onze Vader Opwekking 708

Welkom in deze dienst Voorganger is ds. P.J. Visser (Amsterdam)

JUBILEUM CONCERT. 26 oktober 2013 Gereformeerde Kerk Andel

RC 33 Rey van edelingen

GETUIGENIS BOAZ VAN LUIJK

Zaterdag 19 en zondag 20 juni 2010 Cd-opname Vocaal Ensemble Kerkrade

A. God, wij bidden U voor alle mensen die onzeker zijn over zichzelf: dat zij het vertrouwen in zichzelf hervinden.

Datum Tijd Podiumactiviteit Locatieactiviteit Dankbaarheidsactiviteiten Meer informatie

Liturgie voor de dankdag op woensdag 7 november 2018

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

Voorbeeld voordat de kinderen van groep 4 en 5 naar KBC gaan: Jongens en meisjes, wie van jullie puzzelt wel eens? En dan bedoel ik zo n puzzel.

1. Waaruit vloeit de roeping voort? 2. Gaat de wedergeboorte niet vóór de roeping?

Eredienst 18 juni uur Voorganger: br. Jaap van Eijsden

Cornelis Dopper Schitterend op de tweede rang

Jeugddienst 1 oktober 9.30 uur Vrouw met de kruik

Het huizenblok aan de Zuidziide der voormaliqe Haqensteeq, thans Hagenkade. te Kampen.

Welkom in deze dienst Voorganger is ds. T.C. Verhoef (Nijkerk)

Wat een prachtige dag! Who s the king of the jungle? Samen zingen. Gezang 21 couplet 1 en 7. Gezang 21. Hoera voor God in de gloria!

Liturgie kinderdienst Dankdag

21 april 2019 PASEN uur J Boersma piano: Piet Noort schriftlezing: Jaap Wolters

Glorie, glorie, glorie aan het Lam Glorie, glorie, glorie aan het Lam

Liturgie voor de ochtenddienst van zondag 26 november

Sterker dan de dood Paasprogramma 2016 Groep 1 t/m 4 Joh. Bogermanschool Houten

DE DIENST VAN 6 MEI 2018 IN DE HOEKSTEEN. - Lied voor de dienst, Johannes de Heer, 446: 1,3,5

Waarom zou ik geloven?

RC 48 Hymne voor Orchest

De steen die verhalen vertelt.

Welkom in deze dienst Voorganger is ds. L.P. Blom

Liturgie. zondag 11 juni :30 uur Ds H D Bondt. 14:15 uur Ds R Prins

JEZUS VERGEEFT EN GENEEST

Transcriptie:

RC 7 Dämmerung ( Dämm rung senkte sich von oben ) 5 sep 1897 Eerste uitvoering van Dämmerung en het Vijftiende- eeuwsch bruyloftslied (RC 10) door het Amsterdamsch Vocaal Kwartet in de Waalsche Kerk te Delft. Hier begint dit vocaal ensemble zijn tweede concerttournee met een programma dat verder bevat: Adoramus te (Jacopo Corsi), Madrigale (Palestrina), Der Greis en Beredsamkeit (Haydn), Sandmännchen (volkslied), Die Liebe als Rezensentin (Gustav Schreck), Ständchen en Madrigal (Orlando di Lasso), O Elslein (Ludwig Senfl), In der Marienkirche en Im Frühling (Loewe), Twee Oud- Nederlandsche Volksliederen (Jul. Röntgen, naar Adrianus Valerius). Na Delft optredens in de volgende plaatsen: Schiedam (6 september), Dordrecht (9), Utrecht (27), Haarlem (28), Den Haag (1 oktober), Eindhoven (3), Arnhem (4), Rotterdam (6), Middelburg (7), s- Hertogenbosch (8), Amsterdam (9), Hoorn (10), Groningen (11), Veendam (12), Leeuwarden (13), Apeldoorn (15), Hilversum (16), Deventer (17), Amersfoort (20), Nijmegen (22), Breda (27), Wageningen (28), Zaandam (31), Assen (2 november), Sneek (3). Diepenbrock hoort in Dordrecht voor 't eerst zijn Dämmerung en Vijftiende- eeuwsch bruyloftslied uitvoeren. Weekblad voor Muziek (M.), 18 september 1897: Als een bijzonderheid mag vermeld worden dat van den heer Diepenbrock, die in de zaal aanwezig was, werden uitgevoerd (en wel voor de eerste maal) Vijftiende- eeuwsch bruiloftslied en Dämmerung. Het laatste vooral is een diep- gevoelde 'sinnige' compositie, volkomen waardig uitgevoerd te worden door zangers als van het vocaalkwartet. 27 sep 1897 Optreden van het Amsterdamsch Vocaal Kwartet te Utrecht. Weekblad voor Muziek (Hugo Nolthenius), 2 oktober 1897: De werken van mijn hoogvereerden vriend Diepenbrock staan wellicht nergens beter in het programma; maar toch... ze hebben zoo'n bizonder cachet, dat ik ze liever geheel aan het eind van den avond had gehoord. Deze meester denkt zoo veelstemmig, dat het bij een eerste hooren buitengewoon veel inspanning kost het contrapuntische weefsel, dat van een kunstig spinweb gelijk, te volgen en dat wil de intelligente hoorder toch, of liever hij kan het niet laten. Voor zoo'n eerste maal beperkt dit echter zeker het genot van het ensemble. Hier en daar brak een zonnetje door de zware nevels verkwikkend heen. Niet wil ik verzwijgen dat mij de grenzen aan de uitvoerbaarheid van vocale muziek gesteld, betreden, zoo niet hier en daar overschreden voorkomen. Waar mag men zich betere krachten dan van dit ensemble voorstellen, hier beneden natuurlijk? En we schrijven nu toch geen van allen voor uitvoeringen op de Hallelujah- weide! Welnu het klankgenot, bij Dämmerung speciaal, en niet waar dit bedreigd wordt door eenige nog al ongegeneerde gangen in de vier partijen, is eenige malen in gevaar geweest. Doch later meer over het werk van dezen in elk geval genialen componist, hij moge dan wellicht wat te onbekommerd zijn voorbeeldeloozen contrapuntischen aanleg volgen. Zeer karakteristiek was de regel Alles schwankt in's Ongewisse.

28 sep 1897 Optreden van het Amsterdamsch Vocaal Kwartet in de concertzaal der Sociëteit Vereeniging te Haarlem. Haarlemsch Dagblad (Philip Loots), 29 september 1897: Opmerkelijk door opvatting en behandeling (een enkele maal niet geheel vrij te pleiten van iets gewilds en te geraffineerds) waren twee composities van den Amsterdamschen toondichter Alphons Diepenbrock. In menig onderdeel legt deze scherpzinnige en fijngevoelige kunstenaar getuigenis af van zijn diep inleven in zijn stof en van zijne in het antiek- mysterieuze gewortelde hooge, mime opvatting. Technisch levert zijn werk, dunkt mij, te veel en te groote moeilijkheden op, dan dat het door middelmatige vertolkers met succes zou kunnen worden uitgevoerd. Hier echter kwamen ook de bezwaarlijkste intonaties nooit in het nadeel van kleur en uitdrukking wat meer gezegd is dan dat de moeilijkheden eenvoudig werden overwonnen. 9 0kt 1897 Optreden van het Amsterdamsch Vokaal Kwartet in Amsterdam. Het Nieuws van den Dag (Dan. de Lange), 10 oktober 1897: In het bijzonder wensch ik de aandacht te vestigen op de twee liederen van onzen componist (onder de jongeren ontegenzeggelijk de eerste) Alphonse Diepenbrock. Het eerste, een Vijftiende- eeuwsch bruiloftslied, is op uiterst naïeve wijze in muziek gezet. [ ] Het tweede, Dämmerung, van Goethe, roept den componist op geheel andere wegen. Het woord wordt door den toon op den voet gevolgd. De samenklanken, ontstaan uit de melodieën der verschillende stemmen, zijn modern, zoodat men overgangen van bijzonderen aard te over in dit vierstemmig lied vindt. Eigenlijk zou men niet van overgangen moeten spreken, want het zijn veeleer toevallig samenklinkende tonen, die, wilde men ze als akkoord beschouwen, in een of anderen toonaard thuis zouden behooren, maar in werkelijkheid alleen als voorbijgaande samenklanken in verband met de algemeene tonaliteit een beteekenis hebben. Ik heb hierbij b.v. op het oog de muzikale bewerking der woorden: Alles schwankt in 's Ungewisse, Nebel schleichen in die Höh! enz. Het slot van dit gedeelte op het woord: See, in verband met de daarop volgende herhaling van den aanvang op de woorden: Dort am östlichen, enz. schijnt mij niet geheel juist gevoeld, wijl ik aan de afsluiting op See (gr. drieklank van C) dominantsbeteekenis moet hechten en het vernieuwde optreden van hetzelfde akkoord niet als Tonika door den hoorder kan worden opgevat. Het daarna volgende gedeelte is wederom rijk aan verrassende wendingen, gedacht vol poëzie in verband met den tekst. Eenigszins verwonder ik er mij over, dat de laatste woorden van Goethe's gedicht den componist er niet toe hebben geleid het aanvangsmotief ongeveer in dezelfde ligging van het begin op nieuw te doen optreden. Mij dunkt daarvoor was wel reden in den gedachtengang van den tekst. Het geheel is een stuk muziek vol poëzie. Dat vele grootere of kleinere koren of quartetten dit laatste nummer zullen durven zingen, mag men, wegens de groote moeilijkheid er van, betwijfelen. Des te aangenamer is 't, dat het voortreffelijke vocaal- quartet deze liederen op zijn repertoire gebracht heeft. 't Was mij niet mogelijk den geheelen avond aanwezig te zijn, maar wat ik van de liederen van Diepenbrock in de partitie zag, gaf mij het bovenstaande in de pen.

De Telegraaf (Joh. Brugman), 10 oktober 1897: Behalve de werken van beroemde meesters van andere nationaliteit en uit vroegere tijden was er ook gezorgd voor een onzer tijd- en stadgenooten, Alph. Diepenbrock. [ ] Van geheel ander makelei is Dämmerung van denzelfden, op woorden van Goethe. Dat behoort tot de echt moderne richting, biedt enorme moeilijkheden aan de uitvoerenden, wat betreft intonatie en aan den hoorder niet minder. Stemming kan men dit opus niet ontzeggen, maar evenals bij de impressionisten, in dienst van Pictura, is de teekening minder gemakkelijk te onderkennen. Of het gejuich na dit nummer ten doel had den componist op het podium te doen verschijnen of dat het publiek misschien er beter in geslaagd was om ten volle de schoonheden der muzikale illustratie van Goethe's gedachte te smaken dan schrijver dezes, kan ik niet beslissen; een beleefdheid aan het adres van dr. Diepenbrock voor zijn doorwrochte contrapunctische arbeid (het Vijftiende- eeuwsch bruiloftslied) komt mij het meest waarschijnlijk voor. Toch maakt dit lied indruk; misschien wel dien welke de componist wenscht, want ondanks alle inspanning bleef deze compositie voor mij in nevelen gehuld, 't bleef mij schemeren. Ik betreurde het alleen maar, niet in de gelegenheid te zijn geweest vooraf kennis te hebben kunnen nemen van deze hoogst moeilijke, maar niet minder interessante compositie. Algemeen Handelsblad (v.m. [= S. van Milligen]), 10 oktober 1897: Na de pauze werden het Vijftiende- eeuwsch bruyloftslied en Dämmerung van onzen stadgenoot A. Diepenbrock gezongen. [ ] Dämmerung van Goethe zal mij, zoodra ik gelegenheid heb het door te lezen, ongetwijfeld nog veel meer boeien dan het bij het aanhooren reeds deed. Hier deed zich op den verkregen indruk af gaande weer hetzelfde verschijnsel voor. Toch gevoelde ik de diepte van uitdrukking en de mystieke stemming van deze muzikale poëzie in tonen, doch ik gevoelde tevens voortdurend de ontzettende bezwaren die aan de uitvoering van dit koor verbonden zijn. Dat heeft mij vooral doen hopen en verwachten, nog meer van de lezing te zullen genieten wanneer ik dit nieuw opus eens onder de oogen krijg. Met groote ingenomenheid heeft men deze nieuwe werkjes van een zoo aesthetisch ontwikkeld toonkunstenaar en toonzetter als dr. Diepenbrock begroet en aan de uitvoerenden zij groote dank gebracht voor de gelegenheid tot kennismaking met werkjes van zoo edelen huize. [...] Het was een interessante avond. De Kroniek (A.v.Br.[eull = J.C. Hol]), 17 oktober 1897: Dämmerung zou naar het karakter der compositie en chronologisch het juiste slotnummer voor dezen avond geweest zijn. De twee volgende werkjes van Lasso deden ons gevoelen, dat de uitvoering van Dämmerung waarin vooral de middelstemmen uiterst lastig liggen, nog voor meerdere zekerheid en reinheid vatbaar was. Hollandia (Joh. Hol), 13 november 1897: Onder de avonden die superieur kunstgenot beloofden bevond zich in de eerste plaats die, waarop het Amsterdamsche Vocaal- Kwartet zich zou doen hooren. Het ensemble dezer vier kunstenaars, mevr. Noordewier- Reddingius, mej. Cato Loman en de heer Rogmans onder leiding van den graag als meester erkenden Messchaert, is en blijft onvolprezen. [...] Onder de weinige nummers, die terecht op dit program voorkwamen, bevonden zich twee composities van een onzer meest begaafde jongere componisten, van Alphons Diepenbrock. Het Vijftiende- eeuwsch bruiloftslied, geeft op hoogst belangrijke wijze het naïef- religieuse van den tekst weer. Behalve door zijn absolute waarde is Dämmerung merkwaardig, omdat in dit vierstemmig

werkje de voorname sereniteit der klassieke werken op dit gebied vereenigbaar is gebleken met de modern expressieve schildering, zooals men die van een zoon der 19e eeuw kan verwachten. Propria Cures (C.D. Salomonson, jur. stud.), 18 oktober 1897: Een heel enkele keer verneemt men eens iets van eene opvoering van andere werken, zooals onlangs bij het jubileum van dr. Cuypers, zoo als voor twee jaren (naar ik meen) van zijne Rey uit Gijsbrecht, zooals gisterenavond van het Vijftiende- eeuwsch bruiloftslied en van Göthes Dämmerung. Maar geen enkel maal hoorde men dan iets van een enthousiast publiek, dat luide om den componist riep, geen muziekcriticus wijdde een artikel aan dezen nieuwen Hollandschen toondichter. En dan denkt men wel eens bij zich zelf, zou dat in het buitenland ook zoo gebeuren? Ook gisterenavond weer een beleefd applaus, dat den vier executanten gold (en hoe verdiend), niet den componist. Nu moet ik er dadelijk bij zeggen, dat ik niets houd van dergelijke rumoerige huldebetuigingen. Weinig dingen zijn mij antipathieker, dan zoodra een slotakkoord is weggestorven, een woest geratel en geklapper te hooren van handen, die op elkaar slaan. Men kan beter zijne hulde brengen door eene eerbiedige stilte. Maar de gewoonte is er nu eenmaal, en zoolang men ook, als de Koningin voorbijrijdt een onwelluidend gebrul onder het volk zal hooren opstijgen, zal ook het applaus wel niet uit de concertzaal verdwijnen. Maar het applaus, dat wij gisterenavond hoorden na het Vijftiende- eeuwsch bruiloftslied en Dämmerung, was hetzelfde dat wij reeds gehoord hadden na de Madrigale van Palestrina en na der Greis van Haydn. Dat applaus wilde zeggen: Wij danken U, Zangers van Gods genade, dat gij ook deze composities zoo heerlijk schoon gezongen hebt. Maar het beduidde niet: Wij danken U, dat ge uwe talenten hebt aangewend om ons deze werken te doen hooren, om ons weer te doen beseffen, dat de tijd voorbij is, waarin wij, als men over Hollandsche toondichters sprak, altijd weer op Sweelinck, Di Lasso, von Ockeghem moesten wijzen, want we hebben nu Diepenbrock. Onze groote stad, die wereldberoemd is om wat ze op muziekgebied praesteert, waar een orkest is, dat de grootste dirigenten voor volmaakt verklaren, waar zangeressen en zangers wonen, die het muzikale Weenen in verrukking en extaze brengen, in ons Amsterdam woont ook een jonge, groote componist, waarop wij trotsch zijn en fier, en in wiens werken wij de doorbrekende zon begroeten van de wedergeboorte der Nederlandsche Muziek! Toen het laatste akkoord van Dämmerung was weggezweefd, riep iemand, die juist vóór dit nummer was binnengekomen en vlak voor mij was gaan zitten: bravo, en begon enthousiast te applaudisseeren. Die man was echter geen Hollander, maar een vreemdeling, het was de groote componist Richard Strauss. Of zijne blijken van bewondering de compositie of den zangers golden weet ik natuurlijk niet, maar onwillekeurig kwam de gedachte bij mij op, hoe het dezen genialen man, die ons twee dagen geleden met zijne machtige instrumentatie en zijne reuzenideeën, waarin wij hem slechts op grooten afstand buiten adem konden volgen, had overdonderd; hoe het hem moest treffen, dat in ons kleine land een man leeft, even oud als hij, die met vier stemmen zulk een hoog, machtig geheel opbouwt. En als hij eerlijk is, dacht ik bij me zelf, dan zal hij zich minstens verwonderen over het Amsterdamsche publiek, dat Donderdagavond zijn Tod und Verklärung toejuichte en toebrulde met een enthousiasme, dat ik niet aarzel voor 7/8 voor huichelarij te verklaren, omdat het mij onmogelijk schijnt, hoe groot vriend men ook is van het genre Symfonische Dichtung (eene vriendschap, die ik niet deelen kan), bij eerste hooring Strauss' werk zelfs met het verklarende gedicht, zóó in alle opzichten te begrijpen en er zóó door bekoord te worden, als het publiek van Donderdagavond wel voorgaf; datzelfde Amsterdamsche publiek, dat koud bleef bij de machtige, indrukwekkende en zooveel gemakkelijker te begrijpen (voor mij althans) schepping van hun land- en stadgenoot. Dämmerung is een werk, dat naar mijne meening eeuwen zal trotseeren, zooals de werken

van Lassus, Sweelinck en Palestrina dat hebben gedaan. In majestueuze ernst volgen de klanken elkaar op, akkoord voegt zich aan akkoord, en alles vereenigt zicht tot een geheel van magistrale schoonheid, dat zich over ons heenwelft als een cathedraal. [...] Naschrift. Het bovenstaande was al geschreven, toen ik in de ochtendbladen van Zondag 10 Oct. '97 de beoordeeling van het concert las. Zoowel Handelsblad als Telegraaf wijdden nu enkele regels aan Diepenbrock, het Handelsblad (de heer van Millingen) zelfs eenige waardeerende! Zijne bewering, dat Dämmerung wat onbeholpen is geschreven en meer instrumentaal dan vocaal gedacht, kan ik niet beoordeelen, maar... ook niet geloven. Iemand als Diepenbrock, die zich zóó in vocale muziek heeft ingewerkt, schrijft niet onbeholpen voor zang, wat hij dan ook in het Vijftiende- eeuwsch bruiloftslied, dunkt mij, voldoende bewijst. Wat de Telegraaf (de heer Brugman) over D. schrijft is niet veel zaaks. Voornamelijk, dat hij er niet veel van begrepen heeft, wat ten minste eerlijk is. Jammer, dat hij den schuld hiervan aan den componist geeft. Maar bij beiden weer mist men de erkenning, dat Diepenbrock niet maar de eerste de beste musicus is, die ook eens wat gecomponeerd heeft, zooals van Milligen, van 't Kruys enz., maar dat hij is geheel nieuw en eenig als componist in de laatste eeuwen van de Nederlandsche Muziekhistorie. 8 nov 1915 Uitvoering van Auf dem See (RC 87), Dämmerung en Den uil (RC 56) in de Kleine Zaal van het Concertgebouw te Amsterdam door de Madrigaal- Vereeniging onder leiding van Sem Dresden tijdens het eerste optreden van dit koor. De drie werken vormen de slotnummers van het programma, voorafgegaan door twee koren van Ingenhoven; voor de pauze zestiende- eeuwse werken. De Telegraaf (Matthijs Vermeulen), 9 november 1915: Ook Diepenbrock had een goeden avond met zijn Uil, [ ] en zijn twee andere koortjes Auf dem See en Dämmerung, een beetje eclectisch van stijl, maar in ieder geval even meesterlijk als alle buitenlandsch werk van deze soort en met zeldzame opvlammingen van schoonheid, vooral in Auf dem See. Deze zijn onze bewonderenswaardige landgenooten en het toeval wil dat zij direct afstammen, zoowel Ingenhoven als Diepenbrock, van de nevelige verten der zestiende en zeventiende eeuwen, die het Italië der Renaissance beheerscht hebben. Deze oude muziek doorschrijdt de tegenwoordige wereld zonder twijfel zeer schimmig, maar hoe reëel voelen wij haar als een onontkomelijke traditie en hoe snel leven wij op in dezen klank als in klanken van ons. Er ontbreekt hier slechts een Maurice Barrès, om ons te waarschuwen tegen eene langere deracineering der muziek. Algemeen Handelsblad (Ks [= Mr H.W.J.M. Keuls]), 9 november 1915: Diepenbrock heeft treffender muziek geschreven dan de twee gisteravond uitgevoerde liederen op gedichten van Goethe, al waardeert men altijd de beschaafde bewerking. Van het volksliedje Den uil heb ik echter genoten, veel meer dan bij een vroegere uitvoering, wat waarschijnlijk lag aan de ditmaal zoo smakelijke voordracht, die den humor deed leven. Nieuwe Rotterdamsche Courant ([S.A.M. Bottenheim]), 9 november 1915: Ter afwisseling werd na de pauze de sprong tot het hedendaagsche gewaagd en wel naar muziek van een paar landgenooten: Jan Ingenhoven en Alfons Diepenbrock. Van Ingenhoven betrof het zelfs de eerste uitvoering van een tweetal gezangen, een geestelijk O bone Jesu! en een wereldlijk Nous n'irons

plus au bois, op den bekenden tekst van Théodore de Banville. In beide is ter wille van een moeilijke en streng volgehouden chromatiek wel wat aan de klankschoonheid opgeofferd, maar de stijging in het laatste is van dien aard, dat men zich aan die bezwaren ontworstelt en zonder eenigen twijfel in opgetogenheid en geestdrift wordt meegesleept. Dit is ook steeds het geval met Diepenbrocks satirieke compositie op het oud- Vlaamsche volkslied Den uil. De beide voorafgaande Duitsche gezangen, op teksten van Goethe, vermoedelijk dagteekenend uit een vroegere periode van den toondichter, zijn nu en dan van ietwat dweeperige en conventioneele romantiek. De stemming in het eerste, een zee- gedicht, was echter bijzonder fraai en welgetroffen. Het publiek, dat in grooten getale was opgekomen, gaf herhaaldelijk van zijn ingenomenheid blijk; het bracht den zangers en den onvermoeiden leider tenslotte een ovatie. Ook Diepenbrock moest op het podium verschijnen. Caecilia (v.m. [= S. van Milligen]), 15 december 1915: Van de werken na de pauze, die heel wat meer van de intonatie en den samenzang eischen, heeft vooral Den uil van Diepenbrock, door de geestige, vrije voordracht den grootsten indruk gemaakt. [...] Auf dem See en Dämmerung, op gedichten van Goethe, waren interessante werkjes, doch in Den Uyl heeft hij toch iets gegeven dat sterker spreekt tot den hoorder, vooral nu het zoo geestig werd voorgedragen. 30 dec 1915 Uitvoering van Auf dem See, Dämmerung en Den uil in de zaal van het Gebouw van Kunsten en Wetenschappen te Utrecht door de Madrigaal- Vereeniging onder leiding van Sem Dresden. De drie werken vormen de slotnummers van het programma, voorafgegaan door twee koren van Ingenhoven; voor de pauze zestiende- eeuwse werken. Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad (J.S.B.B.[= J.S. Brandts Buys]), 31 december 1915: [ ] het typische oud- Hollandsche element, dat der grovere boert maar weinig kunnende gebruiken (zijn Uyl is veel meer Latijnsch Renaissancistisch van geestigheid), heeft hij in zich zelf dat eclecticisme nooit kunnen overwinnen. Zoodat zijn werken, de koren van gisteren, maar bijvoorbeeld ook zijn Vondels vaart naar Agrippine in de waardeering der toehoorders ook weer uiteenvallen in bewondering voor het schoone détail, voor de schoone componenten. (In Auf dem See en Dämmerung bemerkt men zelfs naklanken der vroege Duitsche muziek- romantiek, die Diepenbrock, fel in verweer tegen de slap- Duitsch- romantische geest der in zijn jeugd Holland beheerschende musici, anders toch zeer verstond. Scheen Diepenbrock ons dus de kenmerkend eclectische Hollander, maar met het brandende hart, het vurige gemoed, dat al zijn werk schoon en hartelijk doorschijnt, bij Jan Ingenhoven [...] lijkt de zaak nog anders te liggen. 23 jan 1916 Uitvoering van Auf dem See, Dämmerung en Den uil in de Grote Zaal van het Concertgebouw te Amsterdam door de Madrigaal- Vereeniging onder leiding van Sem Dresden, als laatste nummers van het programma, dat verder bestaat uit werken van Palestrina, Sweelinck, Waelrant en Verdi.

De Telegraaf (Matthijs Vermeulen), 24 januari 1916: Ongeveer hetzelfde programma, dat Sem Dresden met zijn Madrigaal- vereeniging eenigen tijd geleden uitvoerde in de kleine zaal van het Concertgebouw, werd gisteren herhaald in de groote zaal. De dag was mooi van vochtig zonlicht en het publiek zat dus schraal tegenover het groote en leege podium, welks ruimte de acht zangers verzwolg. Maar de weg des roems is nog langer en moeilijker dan de weg der deugd en ik hoop, dat de Madrigaal- vereeniging haar teleurstelling te boven komt. Want ik hoorde zelden een zoo gecristalliseerde muziek als gisteren. De leegte en de holle stilte der zaal verstrooiden den klank en verminderden hem tot een wonderlijk broos, klaar en stralend geluid, waarvan de harmonie geheel nieuwe en ongekende schoonheid kreeg. Een gewone drieklank had iets verrukkelijks. Er werd gezongen van Palestrina (fragmenten uit de Missa brevis), van Sweelinck, Gastoldi, Waelrant, Ingenhoven (O bone Jesu en het uiterst moeilijke Nous n'irons plus au bois), Diepenbrock (Auf dem See, Dämmerung en Den Uil), met verschillende onverwachte successen. De Tijd (Theo v.d. B.[ijl]), 25 januari 1916: Van Diepenbrock gingen drie nummers. Auf dem See met een mooie rhythmische uitbeelding van: Die Welle wieget unsern Kahn, Dämmerung, waarin de componist op wondervolle wijze met zijn vier zangstemmen orkestraal kleurt en Den uil. Het Volk (A. [= J.F. Ankersmit]), 24 januari 1916: Dit nieuw opgerichte a- cappella- koor gaf gistermiddag zijn eerste concert met een matige toegangsprijs en had daarmee een goed gevulde zaal getrokken. Het ensemble heeft in den korten tijd van zijn bestaan reeds een hoogte bereikt, die het verheft boven wat tot dusver op dit gebied in ons land bestond. [...] Na de pauze waren de moderne Hollanders Ingenhoven en Diepenbrock aan het woord. [...] Van Diepenbrock werden twee van natuurliefde doorgloeide stemmingstukjes op teksten van Goethe gegeven en het geestige Uilen- lied in den volks- toon. 22 mrt 1920 Uitvoering van Wanderers Nachtlied, Dämmerung en Auf dem See in het Concertgebouw te Amsterdam door de Madrigaal- Vereeniging onder leiding van Sem Dresden. Voorts werken van Da Vittoria, Vecchi, Du Caurroy, Lasso, Janequin, Dresden, Debussy, Bonheur en Ravel. Algemeen Handelsblad (H.R. [= Herman Rutters]), 23 maart 1920: Ik roemde de Bataille de Marignan. Maar in alles was het koor, dat dezen avond bijzonder gelukkig gedisponeerd leek, superieur. En zoowel in de meer virtuoze stukken als van Jannequin, Debussy en Ravel, als in het geven van gevoelige accenten. De vertolkingen der prachtige koortjes van Diepenbrock (speciaal Wanderers Nachtlied en Dämmerung) en Dresden's Wachterlied troffen door de subtiele klanknuanceeringen even diep als de bekoorlijke uitvoeringen van Vecchi's werkjes met hun fijne wendingen en ranke melismen. En in het bijzonder denk ik aan de zeer gevoelige verklanking van het Miserere uit da Vittoria's Agnus Dei hier roerde een innig- levend accent.

Het Nieuws van den Dag (J.W. Kersbergen), 23 maart 1920: Dresden's prachtkoortje heeft aan een uitverkochte zaal weer een avond van exquis genot geschonken. Met goed overleg en fijnen smaak was het programma samengesteld en op de meest voortreffelijke wijze zijn de nummers ten gehoore gebracht. [...] Van een serie liederen van Diepenbrock op teksten van Goethe trof Wandrers Nachtlied door mooie klankontwikkeling en goed gevoelde voordracht; in de beide anderen werden we er nog al eens aan herinnerd, hoe moeilijk Diepenbrock hier voor de koorstem schrijft. Nieuwe Rotterdamsche Courant ([S.A.M. Bottenheim]), 23 maart 1920: Het indrukwekkendst van den avond zijn ongetwijfeld de drie gevoelige stukken van Alphons Diepenbrock geweest. De verklankingen van Goethe's Wandrers Nachtlied, Dämmerung en Auf dem See gaven zeldzame ontroeringen van schoonheid.