De Antwerpse Haven natuurlijker Via het project 'de Antwerpse haven natuurlijker' werken Natuurpunt en het Gemeentelijk Havenbedrijf samen om de natuur zo optimaal mogelijk te ontwikkelen binnen het havengebied, rekening houdend met de economische belangen van de haven. De Antwerpse Haven natuurlijker: is een project dat tot stand kwam via een overeenkomst tussen het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen en Natuurpunt vzw. Het doel: concrete afbakening van een ecologische infrastructuur binnen het havengebied opmaak van inrichtings- en beheersplannen voor deze infrastructuur Het ontstaan: Het project werd in 2001 opgestart en liep over een periode van één jaar. resultaat: een inventarisatie van de actuele en potentiële natuurwaarden binnen het Antwerps havengebied de inhoudelijke onderbouwing voor de uitbouw van een ecologische infrastructuur binnen het havengebied. In augustus van 2002 werd de samenwerkingsovereenkomst met drie jaar verlengd. 2 projectmedewerkers werden in dienst aangenomen. Dit project toont aan dat natuur en haven, mits de nodige inspanningen, kunnen samengaan. Tot op heden werd namelijk praktisch geen rekening gehouden met 'de natuur' bij de uitbouw van de vele economische activiteiten in het Antwerps havengebied. De natuur trachtte dan ook enkel te overleven in de vele restgebieden, veiligheidsbuffers, wegbermen en ongebruikte terreinreserves. Een netwerk voor de natuur.
Natuurpunt en het Gemeentelijk Havenbedrijf willen de natuur binnen het havengebied zo optimaal mogelijk ontwikkelen, rekening houdend met de economische belangen van de haven. Hiervoor zal binnen het havengebied 5% ecologische infrastructuur gerealiseerd worden. Dit betekent dat binnen de huidige grenzen van het 'havengebied' ongeveer 650 ha als natuur zal ingericht en/of beheerd worden. Deze doelstelling is deels terug te vinden in het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen. Dit plan voorziet dat 5% van alle zeehavengebied gevrijwaard wordt als ecologische infrastructuur. Die 5%-doelstelling wordt echter niet per zeehavengebied vooropgesteld, maar voor alle zeehavengebieden samen. Het Gemeentelijk Havenbedrijf wil echter samen met Natuurpunt, ongeacht de plannen van andere havens, 5% ecologische infrastructuur voorzien in het Antwerps havengebied. De ecologische infrastructuur De ecologische infrastructuur zal bestaan uit - kerngebieden, - corridors, - stapstenen en moet een verbindingsnetwerk vormen tussen - de natuurgebieden (de Oude Landen, het Groot Rietveld, de Kuifeend, ) en - de natuurcompensatiegebieden (enkel op Linkeroever) in en omheen het havengebied. Het netwerk zal bestaan uit zowel - permanente infrastructuur als - semi-permanente infrastructuur afhankelijk van het gewenste habitattype en de vooropgestelde ontwikkeling van haven- en industriële activiteiten. De semi-permanente infrastructuur zal in principe gesitueerd zijn op terreinen die op termijn ingenomen worden door nieuwe haveninfrastructuur en zal voornamelijk habitats omvatten die gemakkelijk vervangbaar zijn. Bij het verdwijnen van een terrein omwille nieuwe haveninfrastructuur, dient wel een alternatieve locatie gezocht te worden om het desbetreffende terrein te vervangen en de netwerkfunctie van de ecologische infrastructuur zo goed mogelijk te behouden. Permanente ecologische infrastructuur worden in principe niet ingenomen door havenactiviteiten. De permanente ecologische infrastructuur mag echter de normale exploitatie en de (niet altijd voorspelbare) ontwikkeling van de haven niet in de weg staan. Zodoende kan het in bepaalde gevallen en mits voldoende alternatieven onderzocht zijn, toch gebeuren dat een deel van de permanente ecologische infrastructuur een economische invulling krijgt en dient vervangen te worden. In de context van ecologische infrastructuur blijft de term 'permanent' dus een relatief begrip. Samenwerking Naast het Gemeentelijk Havenbedrijf zijn er nog verschillende andere openbare instanties (de Administratie Water- en Zeewegen of kortweg AWZ, de NMBS, de maatschappij voor Gronden Industrialisatiebeleid van het Linkerscheldeoevergebied, ) en overheden (gemeente Beveren, stad Antwerpen) binnen het havengebied aanwezig die er bepaalde bevoegdheden uitoefenen of terreinen bezitten. De ecologische infrastructuur zal in de eerste plaats worden gerealiseerd op gronden van deze openbare instanties. Aangezien het belangrijk is te komen tot een functioneel netwerk zullen
echter interessante terreinen die een andere eigendomstructuur (privé-terrein en concessies) hebben niet zomaar genegeerd worden, maar zal met de betrokken actoren overlegd worden. Dit gebeurt op vrijwillige basis en vertrekt vanuit de cohabitatie tussen natuur en economie in plaats van de vroegere tegenstelling ertussen. In een latere fase is het de bedoeling dat privé-bedrijven op eigen initiatief aansluiten bij de uitbouw van het ecologisch netwerk. Om dit mogelijk te maken dient er voldoende vertrouwen te groeien tussen beide partijen. pilootprojecten Gelijktijdig met de uitbouw van een ecologische infrastructuur omvat de samenwerkingsovereenkomst ook het opstarten van soortgebonden proefprojecten. Sinds 2001 lopen reeds twee pilootprojecten: Plan Oeverzwaluw (link) en Plan Wit Bosvogeltje. In de loop van 2003 werden enkele nieuwe projecten opgestart: Plan visdief Dit project voorziet de aanleg van een visdieveneiland ter hoogte van de ingang van het Waaslandkanaal op Linkeroever en wil op die manier een alternatief bieden aan de huidige kolonie visdieven in het Industriegebied van Zwijndrecht. Deze kolonie broedt namelijk op privé-terreinen die op termijn kunnen ingevuld worden als industriegebied. De bouwvergunning voor dit project wordt momenteel afgewerkt. vispaaiplaats Dit project is gesitueerd ter hoogte van de Frans Tijsmanstunnel op Rechteroever en voorziet de aanleg van een vispaaiplaats die in verbinding staat met het Kanaaldok. Ecologisch bermbeheer Een aanzienlijke oppervlakte binnen het havengebied wordt ingenomen door wegbermen en leidingstroken. Deze infrastructuur vormt niet allen voor tal van dieren en planten een geschikt leefgebied maar speelt ook voor tal van soorten een belangrijke rol als corridor/verbinding tussen grotere natuureenheden. Via een aangepast ecologisch bermbeheer kan de habitat- en verbindingsfunctie van bermen en leidingstroken versterkt worden. Bovendien kan via een dergelijk beheer de esthetisch kwaliteit van deze infrastructuur aanzienlijk verbeterd worden. o In eerst fase zijn in samenspraak met AWZ enkel aanpassingen opgenomen in het algemene onderhoudsbestek voor 2004.
o o Daarnaast zullen in 2004 enkele leidingstroken zal ook een gedetailleerd beheer uitgewerkt worden. In een latere fase is het de bedoeling dat voor alle bermen en leidingstroken een ecologisch beheer wordt toegepast. Meeuwenbroedplaats Dit jaar diende de broedplaats voor zwarkop- en kokmeeuwen aan de loswallen aan de Zandvliestsluis (Rechteroever) plaats te maken voor een nieuwe containerterminal. Voor volgend jaar dient dus gezocht te worden naar ten minste een nieuwe locatie waar deze vogels ongestoord kunnen broeden. Deze zoektocht vindt zowel plaats op Rechter- als Linkeroever. Communicatie : folders, draaiboek en een fietsnetwerk. Naast de uitbouw van de ecologische infrastructuur op het terrein vormen ook communicatie en het creëren van een draagvlak een essentieel onderdeel van het project. Overheden, openbare instanties actief in het havengebied en bedrijven willen we meer vertrouwd maken met de ecologische infrastructuur via: Uitgebreide berichtgeving via folders en persberichten, goede afspraken zichtbare realisaties op het terrein (via pilootprojecten) Specifiek naar bedrijven toe zal een draaiboek verspreid worden waarin verschillende soorten en habitats die typisch zijn voor het havengebied, besproken worden. Het draaiboek bestaat uit soortenfiches, gebundeld per habitat. Het draaiboek bestaat uit soortenfiches, gebundeld per habitat. Alle habitats krijgen hierbij een eigen kleur en herkenbare vlaggesoort. Elke soortenfiche omvat: - een beschrijving - een foto en - informatie over het voorkomen en de bedrijgingen van de soort - praktische tips waarop bedrijven gemakkelijk kunnen inspelen Dit moet bedrijven aanzetten om op termijn concreet en op eigen initiatief mee te werken. Het draaiboek zal eveneens een leidraad vormen voor het inrichten, ontwikkelen en goed beheren van de verschillende habitats. Het samengaan van natuur en infrastructuur in de Antwerpse haven dichter bij het grote publiek brengen. Momenteel gebeurt dit ondermeer door middel van de pilootprojecten die via persberichten en andere acties bekend gemaakt worden. Op termijn is het dan de bedoeling om via een fietsnetwerk : de ecologische infrastructuur en de grote natuurgebieden (en de compensatiegebieden op Linkeroever) in en omheen het havengebied met elkaar te verbinden. Infoborden gebaseerd op het draaiboek, lichten de projecten toe.
De concrete uitwerking van de ecologische infrastructuur Inventarisatie In 2001 en 2002 inventariseerden vrijwilligers van Natuurpunt (Natuurpunt Wase Linkerscheldeoever en Natuurpunt Antwerpen Noord) het Antwerps havengebied op zijn natuurwaarden (broedvogels, vlinders, planten, ). Deze inventarisatiegegevens werden allemaal ingevoerd in een GIS-systeem en verwerkt tot verschillende inventarisatiekaarten. Via deze kaarten werd duidelijk waar er nog leemten bestaan in verband met de natuurwaarden in het havengebied. Op basis daarvan werden dit jaar enkele aanvullende inventarisaties uitgevoerd. Potentiekaart In het najaar van 2002 werd gestart met de opmaak van een kaart die alle gebieden aanduidt die in hun huidige toestand in aanmerking komen om opgenomen te worden in de ecologische infrastructuur. Deze kaart kreeg de werktitel 'potentiekaart'. Concreet staan op deze kaart alle onbebouwde, onverharde terreinen (restgronden, wegbermen, vrije concessies, ) binnen het studiegebied. De potentiekaart werd in een volgende fase aangevuld met de eigendomsstructuur van deze terreinen. Deze voorstelling is handig als basis voor de opmaak van een afbakeningsvoorstel voor de EIS. Afbakeningsvoorstel In 2003 werd gestart met het uitwerken van een concreet afbakeningsvoorstel voor de ecologische infrastructuur. Als basis voor dit afbakeningsvoorstel werd de potentiekaart gehanteerd. Aan de hand van de inventarisatiekaarten, de ligging van de bestaande natuurlijke structuur in en omheen het havengebied en ecologische prioriteiten werd een afbakeningsvoorstel voor de ecologische infrastructuur uitgetekend. Na overleg met de verschillende openbare instanties die binnen het havengebied actief zijn, werd dit voorstel herhaaldelijk aangepast. Nu het afbakeningsvoorstel voor de ecologische infrastructuur grotendeels vastligt zal gestart worden met de opmaak van een globaal beheers- en inrichtingsplan voor de ecologische infrastructuur. Voor de meeste habitats zullen deze plannen geen dure noch ingewikkelde ingrepen vergen. Een reeks aanpassingen inzake waterhuishouding en maairegime en het voorkomen van allerhande verstoringen zal meestal volstaan