1 De Bijbel open 2013 48 (07-12) Stel je voor, bovenop een kerktoren zie je een zwaard, geen haan of een kruis, maar een zwaard. Dat zouden we wel vreemd vinden. Want wat heeft de kerk en het christelijk geloof met een zwaard te maken? Inderdaad, maar even vreemd vindt iemand van de luisteraars het dat er in Lukas 22 wel over een zwaard, zelfs over twee zwaarden gesproken wordt en dat Jezus zegt dat de discipelen een zwaard moeten kopen. Dat past toch helemaal niet bij Jezus. Laten we zien. We lezen dit bijbelgedeelte bij Lukas vlak voordat Jezus naar Gethsemane gaat. Het moment dat direct aan zijn gevangenneming en zijn lijden vooraf gaat. Jezus heeft het laatste avondmaal met zijn discipelen gevierd. Daarna heeft hij Petrus gewaarschuwd dat hij Hem zal verloochenen. En dan komen de dingen die we vanmorgen overdenken. Ze vinden dus plaats op een heel kritiek moment in het leven van Jezus. Wat is er aan de hand? Jezus kijkt met zijn discipelen terug naar een moment in het verleden. Dat is het moment dat Hij zijn discipelen uitzond om aan het volk Israël het evangelie van het koninkrijk van God te verkondigen. We vinden die geschiedenis onder andere in Lukas 10. Wat was dat een gezegende tijd. De discipelen waren toen vol vertrouwen op weg gegaan. Ze hadden niet eens geld meegenomen. Het was allemaal niet nodig. Tot hun verrassing werden ze toen door de meeste mensen welwillend ontvangen. Ze kregen volop te eten en te drinken, ze kregen onderdak en ze hadden het goed. Ze kwamen dan ook enthousiast terug om te vertellen dat het evangelie zo welkom was. Dat moet toch wel een mooie ervaring geweest zijn. Maar dat is nu in Lukas 22 allemaal verleden tijd. Jezus gaat zijn discipelen duidelijk maken dat alles voor hen radicaal zal veranderen. De welwillendheid van de mensen slaat om in vijandschap tegen Jezus. Dat zullen de discipelen straks aan de lijve ervaren. Allereerst zal Jezus het zelf gaan merken. In vers 37 van dit gedeelte spreekt Hij over zijn eigen lijden. Hij doet dat met een aanhaling van de profetie uit Jesaja 53. Het zal met Hem gaan als met de lijdende Knecht. Van Hem staat geschreven: En Hij is tot de misdadigers gerekend. Zo zullen ze straks
2 dus met Jezus omgaan. Dat zal allemaal moeten worden vervuld zegt Jezus. Maar niet alleen Jezus zal gaan lijden, ook zijn discipelen zullen dat meemaken. Dat staat nu te gebeuren. De aanduiding: nu wordt sterk benadrukt door Jezus. In verband daarmee zegt Hij tegen zijn discipelen: jullie moeten er nu voor zorgen dat je wel geld op zak hebt, en andere benodigdheden. Want jullie zullen nu niet meer door de mensen vriendelijk worden ontvangen. Integendeel de sfeer zal grimmig en vijandig tegen jullie worden. Daarom: als je een bovenkleed hebt, kun je die maar beter verkopen en van dat geld een zwaard kopen. Nou, dat zijn toch wel heftige woorden van Jezus. Het gaat om de vraag wat Jezus bedoelt als Hij zegt dat de discipelen beter hun bovenkleed kunnen verkopen, dus de koude van de nacht maar voor lief moeten nemen en een zwaard moeten kopen. Betekent dit dat Jezus inderdaad zijn discipelen aanzet om geweld te gebruiken? Dat kan toch niet zo zijn. Toch staat het er: die geen zwaard heeft, laat die zijn bovenkleed verkopen en een zwaard kopen. En later, als Jezus twee zwaarden bij zijn discipelen ziet, dan zegt Hij: het is genoeg. Laten we eerst eens zien wat dit woord van Jezus volgens mij niet betekent. Het betekent niet dat Jezus zijn discipelen aanzet om geweld te gebruiken om daarmee de komst van het koninkrijk van God te bewerkstelligen. Ook al kwam een van zijn discipelen, Simon uit de partij van de Zeloten, die zich met geweld tegen de Romeinen verzetten, daar heeft Jezus altijd afstand van genomen. Ten tweede betekent dit volgens mij ook niet dat Jezus zijn discipelen oproept om straks wanneer men Hem gevangen gaat nemen, Hem dan met het zwaard te verdedigen. Integendeel, als Petrus dat straks wel doet, en de slaaf van de hogepriester het rechteroor afslaat, dan zal Jezus dat streng afkeuren en het oor van de slaaf genezen. Jezus zegt dan ook tegen de soldaten straks: bent u er op uitgegaan met zwaarden en stokken als tegen een misdadiger? In de derde plaats betekent dit woord van Jezus volgens mij ook niet dat Hij wil dat de discipelen straks als apostelen de wereld met het zwaard zullen veroveren voor Hem. Als een soort heilige oorlog van de radicale Islam of zoals in de kruistochten van de kerk helaas is gebeurd toen men het heilige land met het zwaard heeft willen veroveren. Dat alles ligt ver, heel ver van Jezus bedoeling. En het betekent ook niet dat de kerk van de Middeleeuwen zich op deze
3 woorden van Jezus mocht beroepen toen zij zei dat de kerk twee zwaarden mag gebruiken, een geestelijk zwaard en als het nodig is ook een wereldlijk zwaard. Maar wat betekent dit woord van Jezus over de zwaarden dan wel? Eerlijk gezegd bestaat er over de uitleg heel wat verschil van mening. Ik neig er zelf toe om te denken dat Jezus met het woord zwaard niet letterlijk een zwaard heeft bedoeld. Een zwaard dat de discipelen om zo te zeggen, net als in Amerika, vrij in een winkel kunnen kopen waarmee zij zich dan kunnen wapenen. Dat hebben ze trouwens ook nooit gedaan, want we lezen nergens dat de apostelen later een zwaard bij zich droegen. Net zo min als we van hen horen dat zij geen bovenkleed meer hadden omdat zij dat verkocht zouden hebben voor een zwaard. Ik denk dat we het beste kunnen uitgaan van een uitdrukking van Jezus in Mattheus 10:34. Daar zegt Jezus: Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard. Toen bedoelde Jezus dit niet zo dat Hij gekomen was om te prediken dat mensen letterlijk een zwaard op moesten nemen om te gaan vechten. Hij bedoelde er mee dat door zijn komst een bepaalde levenshouding openbaar zou worden, namelijk vijandschap tegen Hem en tegen zijn volgelingen, verdeeldheid en zelfs vervolging. In Lukas 12 gaat het daar ook over en dan gebruikt Jezus hiervoor het woord zwaard niet eens. Als Jezus tegen zijn discipelen zegt: laat men een zwaard kopen dan moeten we dat dan ook zo lezen dat Jezus bedoelt dat zijn discipelen zich moeten voorbereiden op heftige strijd. Het zwaard staat dus voor strijd en lijden. Omdat de mensen zich zullen verzetten tegen het evangelie van Jezus Christus dat zijn volgelingen brengen en het in de kiem willen smoren. De toekomst zal dus als het hier om gaat heel anders zijn dan het verleden. We zien hoe dit woord van Jezus in vervulling is gegaan in het boek Handelingen. Wat heeft men zich te vuur en te zwaard verzet tegen het optreden van Jezus volgelingen. Stefanus wordt gestenigd, Jakobus wordt onthoofd, inderdaad met het zwaard. Petrus wordt gevangengenomen en veel volgelingen van Jezus hebben moeten lijden om zijn naam. Zo is het ook in de Vroege kerk. Als we de woorden van Jezus zo opvatten ontstaat er ook geen verschil met de afkeurende woorden van Jezus aan het adres van Petrus als die het zwaard wel opneemt. En ook komt het overeen
4 met dat andere woord van Jezus: Allen die naar het zwaard grijpen zullen door het zwaard omkomen (Matth. 26:52). Maar nu kijken we nog in het bijzonder naar vers 38 van Lukas 22. Daar lezen we weer over het zwaard. Daar zeggen de discipelen tegen Jezus, die zojuist over zijn lijden sprak: Here, zie hier zijn twee zwaarden. En dan zegt Jezus: het is genoeg. Je zou dan zeggen dat Jezus het dan toch gewoon goed vindt dat zijn discipelen twee zwaarden laten zien. Al zijn het er dan wel geen elf, voor iedere discipel één, maar in elk geval twee. Jezus zegt toch duidelijk: het is genoeg. Maar daar zit nu precies het misverstand. Jezus zegt namelijk niet: die twee zwaarden zijn wel genoeg. Maar het is genoeg. Anders gezegd: nu is het genoeg, of zo is het wel genoeg. Dat doet me denken aan wat de Here ooit tegen Mozes zei: die het beloofde land wilde binnengaan in Deut. 3. Dan zegt de Here op een gegeven moment: Nu is het genoeg. Nu houden we er over op. Zo is het ook hier. We moeten dit zo opvatten dat Jezus niet bedoelt dat het prima is dat er twee zwaarden zijn. En dat die wel genoeg zijn. Maar we moeten het zo zien, dat de discipelen niet veel van het woord van Jezus over het zwaard begrepen hebben. Dat blijkt nu ze met die twee zwaarden komen aanzetten. Daarom zegt Jezus: nu is het genoeg. Jezus gaat dat hen nu niet verder uitleggen. Ze begrijpen het nu toch nog niet. Ze zullen het pas na dezen verstaan. Zo eindigt dit gesprek met het onbegrip van de discipelen van Jezus. Dit moet zijn lijden hebben verzwaard. De vraag blijft nu wel over of deze uitleg betekent dat elk gebruik van het zwaard door Jezus verboden is. Is het onjuist dat een christen zich inlaat met wapens? Dat is een ingewikkelde kwestie. Want wat bedoel je met wapens? Ik denk dat het beter is om ons nu hiervan maar niet met een oneliner af te maken. Wat in elk geval wel duidelijk moet zijn, is dat de kerk geen heilige oorlog kent. We zullen daarom bijvoorbeeld het geweld van de kruistochten nooit goed mogen keuren. Geen aardse macht begeren wij, zong Luther. Vaak heeft de kerk dit niet verstaan. De voorbeelden liggen voor het grijpen. Dit is het dus niet wat Jezus heeft bedoeld. Niet door kracht, noch door geweld, maar door mijn Geest zal het geschieden, zegt God. Maar hoe zit het dan in de wereld? Daar zou het ook niet nodig moeten zijn, maar sinds Genesis 3 leven we wel in bezet gebied en daarom is het daar helaas soms wel nodig. Paulus zegt
5 in Romeinen 13 dat de overheid precies daarom het zwaard niet tevergeefs draagt. Maar de kerk. als het er op aan komt, kent de kerk maar één heel bijzonder zwaard. Dat is het zwaard van de Geest, namelijk van het Woord van God, zoals Paulus daarover schrijft in Efeze 6 als hij het heeft over de geestelijke wapenrusting. Dat zwaard is niet bedoeld om te doden, maar om mensen te behouden. Welnu, dat is het wat Jezus ten diepste heeft bedoeld in dit laatste onderwijs over het zwaard, vlak voor zijn lijden en sterven.