DOEL VAN DE FICHE Aangeven hoe men op een georganiseerde en risicobeheersende manier interventies kan doen met gaspakdragers. WAT Organisatie van de inzet van gaspakdragers. WANNEER Inzetten van de gaspakdrager Alle activiteiten waarbij er een blootstelling kan zijn aan gevaarlijke concentraties gassen, dampen, nevels en productuitstromen van gevaarlijke (toxisch, corrosief, bijtend, straling, biologisch) stoffen en die een interventie vereisen in een volledig gasdicht pak. GASPAKDRAGER WIE Opgeleide gaspakdragers. GASPAKDRAGER INTERVENTIE MET GASPAKKEN Taakverdeling Voor een interventie met gaspakken is het belangrijk dat vooraf bepaald is: hoe het gaspakinterventieteam is samengesteld wat de verantwoordelijkheden zijn van elk lid van het interventieteam De hieronder beschreven samenstelling van het gaspakteam is enkel van toepassing voor in noodsituaties. Een ideaal gaspakinterventieteam bestaat dan uit: minimaal 4 gaspakdragers gezien de beperkte inzettijd van een gaspakdrager 1 decontaminatieteam bestaande uit minimaal 3 personen 1 materiaalverantwoordelijke 1 specialist in gevaarlijke stoffen 1 assistent-interventieploegleider 1 interventieploegleider GASPAKDECONTAMINATIE De minimale bezetting om een gaspakinterventie uit te voeren is: 4 gaspakdragers: 1 uitruk/verkenningsteam (2 gaspakdragers) en 1 stand-byteam (2 gaspakdragers) 1 decontaminatieteam bestaande uit minimaal 3 personen GASPAKDECONTAMINATIE 1 interventieploegleider Van deze minimale bezetting kan afgeweken worden als uit de risicoanalyse blijkt dat een volledige inzet niet noodzakelijk is. Dit is vooral van toepassing voor routinewerkzaamheden. Voor een routine-inzet moet steeds een risicoanalyse gemaakt worden om te bepalen hoeveel leden het gaspakteam moet tellen.te allen tijde moeten er voor een gaspakinzet twee gaspakdragers inzetbaar zijn. Tenzij anders vermeld zijn alle hierna beschreven acties en richtlijnen van toepassing voor noodsituaties. Safety Data - Afl. 35 (2004)/10
Inzetten van de gaspakdrager (2) NOODSITUATIE: WIE Het uitruk-/verkenningsteam: verkent het gevarengebied brengt de situatie in kaart voert gas- en explosiemetingen uit dit team komt in principe niet in de gevarenzone. Er zijn twee uitzonderingen: indien er zich slachtoffers in de gevarenzone bevinden die kunnen worden geëvacueerd zonder het verkenningsteam in gevaar te brengen indien door eenvoudige ingrepen de situatie onder controle kan gebracht worden (b.v. het rechtzetten van een lekkend vat) mag niet in actie treden alvorens het stand-byteam en het decontaminatieteam klaar zijn met hun taken Het stand-byteam: dit team houdt zich klaar om: het uitruk-/verkenningsteam af te lossen als de maximale inzettijd bereikt is in te grijpen als het uitruk-/verkenningsteam in moeilijkheden dreigt te geraken Het is aan te bevelen elk team een roepnaam te geven (b.v. team 1, 2, 3) en geen gebruik te maken van de naam van de gaspakdrager om eventuele naamsverwarring te vermijden. De volgende gegevens moeten worden genoteerd op het inzetformulier telkens als een team zich in de gevarenzone begeeft: roepnaam team namen teamleden tijdstip van uitrukken (datum, uur, minuten) type van bescherming (gaspak, ademhalingsbescherming) meegenomen materiaal hartslag, bloeddruk van de teamleden (voor en na inzet) producten waaraan het team blootgesteld wordt enz. Deze informatie moet men overhandigen aan het decontaminatieteam. GASPAKDECONTAMINATIE De materiaalverantwoordelijke De materiaalverantwoordelijke moet ervoor zorgen dat het nodige materiaal ter beschikking staat van de gaspakinterventieteams en de decontaminatieteams: reserveademluchttoestellen droge kledij voor gaspakdragers lekdichtingsmateriaal opvang (drums, plastic zakken) voor eventueel gecontamineerde kledij en materiaal meetapparatuur enz. De specialist gevaarlijke stoffen De gevaarlijkestoffenspecialist adviseert de leden van het interventieteam over de maatregelen om de noodsituatie onder controle te brengen, rekening houdend met de aanwezige gevaarlijke producten. De assistent-ploegleider De assistent-ploegleider noteert nauwgezet het verloop van de interventie en rapporteert, indien gevraagd, aan de interventieleider: observaties interventieteams aard van de producten genomen acties enz. Safety Data - Afl. 35 (2004)/11
Inzetten van de gaspakdrager (3) De interventieploegleider De interventieploegleider leidt de gaspakinterventie. Het is belangrijk dat alle communicatie via de interventieleider gaat en dat er geen enkele actie ondernomen wordt zonder zijn toestemming. Het is belangrijk dat alle deelnemers aan een gaspakinterventie dezelfde taal spreken. Onderstaande gebarentaal wordt universeel gebruikt tijdens gaspakinterventies: Lage ademluchtdruk Geen ademlucht meer Hulp nodig Ja Neen Hulp nodig voor Geen zicht Vraag toestemming Interventie tot noodterugkeer NOODSITUATIE: AAN-UITKLEEDPROCEDURE Om te vermijden dat de gaspakdrager blootgesteld wordt aan gevaarlijke producten, is het belangrijk dat de gaspakdrager zich volgens een standaardprocedure aankleedt. Het aan- en uitkleden vergt oefening. Het is daarom van belang deze handelingen regelmatig in te oefenen, bij voorkeur met steeds dezelfde gaspakdrager-helpercombinatie. Hiervoor kan men gebruik maken van oefenpakken. (afbeeldingen komen uit Cursusboek Gaspakdrager NIBRA ) Aankleedprocedure Materiaal klaarleggen Uurwerk en ander sier- Materiaal checken Gaspak instapklaar raden uitdoen maken Safety Data - Afl. 35 (2004)/12
Inzetten van de gaspakdrager (4) In het gaspak stappen In het gaspak stappen Gaspak tot heuphoogte Buikriem vastmaken Externe ademlucht aan- Radio klaarmaken Veiligheidshelm en sluiten (indien toepasselijk) volgelaatsmasker opzetten Klaar voor inzet Klaar maken voor stand-by Klaar in stand-by Inzetklaar maken Inzet klaar Safety Data - Afl. 35 (2004)/13
Uitkleedprocedure Inzetten van de gaspakdrager (5) Gaspakdrager klaar Arm uit mouw Beide armen uit mouwen Rits openen Pak uitdoen (helper raakt enkel buitenzijde aan) Gaspakdrager raakt enkel de binnenkant aan Gaspakdrager gaat Gaspakdrager stapt niet Ademluchttoestel afzetten op het grondzeil. NOODSITUATIE: VERKENNING Elke gaspakinterventie begint met een verkenning van de gevarenzone. De belangrijkste taak van het verkenningsteam is het verzamelen van zoveel mogelijk gegevens betreffende het incident: omvang: hoeveelheid verpakking grootte van het lek aard van de producten (gevaarssymbool, UN nummer, gevarendiamant): vast gas vloeibaar meetresultaten: altijd een LEL-meting uitvoeren. In geval van uitwijking van de explosiemeter MOET het verkenningsteam onmiddellijk terugkeren EXPLOSIEMETER Safety Data - Afl. 35 (2004)/14
Inzetten van de gaspakdrager (6) omgevingsfactoren: ontstekingsbronnen riolen, putten (milieuverontreiniging) eventuele slachtoffers en hun toestand Alle informatie die het verkenningsteam doorgeeft, moet nauwgezet genoteerd worden (bij voorkeur door telkens dezelfde persoon). Het verkenningsteam (maar ook de andere gaspakdragers) moeten het contact met de gevaarlijke stof zoveel mogelijk vermijden (niet op knieën gaan zitten, geen besmeurd materieel of materiaal aanraken) Tenzij de interventieleider anders beslist, onderneemt het interventieteam geen acties. NOODSITUATIE/INZET Op basis van de informatie verstrekt door het verkenningsteam, beslist de interventieleider wat de volgende stappen zijn in de bestrijding van het incident. De taak van een gaspakteam is om de noodsituatie te omschrijven en te stabiliseren (dichten of indammen van het lek, sluiten van afsluiters). Het opruimen van de vrijgekomen gevaarlijke producten behoort niet tot de taak van het gaspakinterventieteam, maar gebeurt door een gespecialiseerd bedrijf. (Geraadpleegde documentatie: Opleidingsgids Gaspakdrager, Instructeur Gaspakdrager NIBRA HAZMAT training course Texas A&M University) Patrick Slootmans Safety Data - Afl. 35 (2004)/15