Handleiding Openbaar Meld Systeem - OMS

Vergelijkbare documenten
Nodeloze brandmeldingen

Gebruikershandleiding Openbaar Meldsysteem

Beëindiging directe doormelding naar Regionale Alarmcentrale

Brandmeldinstallaties. met aansluiting op het Openbaar Meldsysteem

Informatie over het voorkomen van loos alarm door automatischebrandmeldinstallaties

Alle storingen die niet kunnen worden opgeheven, moeten direct worden gemeld aan de onderhouder. telefoonnummer

Logboek. Alle storingen die niet kunnen worden opgeheven moeten direct worden gemeld aan het branddetectiebedrijf / onderhouder.

Ontwikkelingen automatische brandmeldingen

Rapport van Onderhoud

Brandmeldcentrale BMC-V

Eenduidigheid t.a.v. het resetten van de doormelding c.q. brandmeldinstallatie

Brandmeldcentrale BMC M12

Programma van Eisen Brandmeldinstallatie conform NEN C1-2010

VEILIGHEIDSREGIO HAAGLANDEN RAPPORT VAN OPLEVERING BRANDMELDINSTALLATIE

Bedieningshandleiding FC 10/4 1zone

Bedieningshandleiding FC 1004 E

BRANDMELDCENTRALE TYPE BMC 80

VEBON. VEBON-NOVB Eind- en toetstermen Onderhoudsdeskundige Brandmeldinstallaties

BLUSCENTRALE TYPE BMC 8010

Van de brandmeldinstallatie weet u het volgende: De installatie is voorgeschreven door de brandweer.

Bedieningshandleiding FC10 FC10-02 A FC10-04 A FC10-08 A FC10-12 A. Fire & Security Products. Siemens Building Technologies

Al-Beveiliging Service B.V. Buitenhaven 7a 5211 TP s-hertogenbosch Telefoon : info@al-beveiliging.nl. Logboek Brandmeldsysteem

LOGBOEK BRANDMELDINSTALLATIE

Programma van Eisen Brandmeldinstallatie Conform NEN 2535:2009 en correctie C1:2010

VERKORTE HANDLEIDING FPA5000

Certificatie bestaande brandmeldinstallaties. LPCB Nederland B.V. R.B.J. (René) Leijzer 26 oktober 2011

Logboek Brandmeldinstallatie

1 Inleiding

Programma van Eisen Brandmeldinstallatie Conform NEN 2535:2009 en correctie C1:2010

Bedieningshandleiding FC 1008 E

Formulier Brandgevaarlijke werkzaamheden

Servicebedrijf HR. Brandveiligheid II UMC St Radboud

ADVIES. Pagina 1 van 5. Adviescommissie praktijktoepassing brandveiligheidsvoorschriften. Secretariaat info@adviescommissiebrandveiligheid.

Kosten en opbrengst OMS. Resultaten onderzoek naar de kosten en opbrengst van het OMS in de regio Twente

PROGRAMMA VAN EISEN BRANDMELDINSTALLATIE

1. Inleiding Kwaliteit van brandmeldinstallaties Vertragingstijd 8

Ontruimingsplan. Volgens NEN 8112

Welkom bij SecuritasHome - Slim en veilig wonen

Enquête Onderhoud brandmeldinstallaties Vereniging van BeveiligingsOndernemingen in Nederland

2006 Ajax Brandbeveiliging B.V.

BRANDMELDCENTRALE TYPE 8000X

BEDIENINGSINSTRUCTIE BLUSCENTRALE TYPE 8010

Koppeling van systemen

Hoe brandveilig is uw bedrijf?

VEBON Sectie Branddetectie en Alarmering. Bepaling maximum aantal ongewenste en onechte brandmeldingen NEN 2535:2009

Bijlage A. Programma van Eisen (PvE)

Protocol Automatische Branddoormelding. via PAC naar RAC

Handleiding Bepaling maximum aantal ongewenste en onechte brandmeldingen. Bepaling maximum aantal ongewenste en onechte brandmeldingen NEN 2535:2009

Gebruikershandleiding Brandmeld-/ontruimingscentrale

1. MUTATIES INLEIDING EN TOELICHTING GEBOUW-, INSTALLATIE- EN ORGANISATIEGEGEVENS... 5

VEBON. VEBON-NOVB Eind- en toetstermen Projecteringsdeskundige Brandmeldsinstallaties

Protocol Automatische Branddoormelding. via PAC naar RAC

Bedrijfshulpverleningsplan

CERTIFICEREN IN GEBRUIK STELLEN SERVICE EN ONDERHOUD VERVANGINGSADVIES

Brandveiligheid volgens plan

Datum: 08 december Ontruimingsplan voor BEACH HOTEL V.O.F. Duinweg EC Zoutelande

Uw kenmerk : Ons kenmerk : Uw datum : Aantal bijlagen : 2 Behandeld door : Johan Hofhuis Telefoonnummer : Datum :

Brandmelding en Ontruimingsalarm Productbrochure

Het Bouwbesluit 2012 en uw brandmeldinstallatie OMS nummer

Ontruimingsplan. Volgens NEN 8112

Rapport van onderhoud brandmeld- en ontruimingsinstallatie

Naam: Adres: Hoog. Midden. Laag n.v.t. Adres: Newtonstraat 1. Telefoon: Brandweer. Verzekeraar. Eigenaar / Gebruiker

STOOM en certificering

Logboek Brandmeldinstallatie

Service en onderhoud. Wat ons betreft begint service en onderhoud al bij het nadenken over de techniek.

Waarom naar een nieuwe aanpak? René Hagen, Lector Brandpreventie (Uitvoerder project Nodeloze uitrukken terugdringen )

ONTRUIMINGSPLAN. Scouting Sweder van Voorst. Adres : Torenallee 2. : (Eigenaar gebouw, Fam. Zadelhoff) Fax : :

Alles onder controle. Gebruikershandleiding Alarmcentrale. Alarmcentrale: Meer informatie vindt u op alarmcontrol.nl.

Bedieningshandleiding FC10 FC1002 A FC1004 A FC1008 A FC1012 A

Conformiteitslijst behorende bij het Informatieblad OMS-leveranciers d.d. 21 november 2018

Eind- en toetstermen BMI

Enquête Onderhoud brandmeldinstallaties 2008

Programma van Eisen. Handleiding

Inhoud Beheer Brandmeldinstallaties Hardware Brandmeldinstallatie 3 Beheerdersfunctie

Hierbij zenden wij u het antwoord op de door u gestelde vragen op grond van artikel 32 reglement van orde van de gemeenteraad.

Zeister aanpak loze meldingen. Frank Slob

Ontruimingsplan MFC Onder de pannen te Melderslo. Ontruimingsplan GOEDGEKEURD. Voorzitter: Piet van Lipzig. Datum: januari 2017

Brandmeld en Ontruiming Regelgeving en certificering

BIJLAGEN Lijst bedrijfshulpverleners Ontruimingsplan stroomschema Ontruimingsplan stroomschema H- BHV Ontruimingsplan stroomschema BO

Adres : Postcode : Plaats : Telefoon :

Technische Verificatie. Erwin Schoemaker Directeur VEBON-NOVB

Registratie van gebeurtenissen

De effectieve schakel naar brandbeveiliging

Gebruikershandleiding. Brandmeldcentrale JUNO-NET EN54

Programma van Eisen Brandmeldinstallaties (BMI) Volgens NEN 2535:2017

Logboek. Naam bedrijf. Startdatum logboek

Brandveilig met Solar. Raymond Cremer Adviseur brandbeveiliging

Programma van Eisen. Het Programma van Eisen is onderverdeeld in een drietal blokken, te weten: 1. Gegevens 2. Eisen 3.

VEILIGHEIDSREGIO HAAGLANDEN. RAPPORT VAN OPLEVERING Rook- en warmteafvoerinstallaties (RWA)en Rookbeheersingsinstallaties in parkeergarages

Programma van Eisen Brandmeldinstallatie

WAAR BLIJFT HET ONDERHOUDSPLAN?

Ontruimingsplan Molen Kyck over den Dyck. Instructie voor vrijwilligers

Sjaak Taal VEBON Branddetectie

BEDIENINGSINSTRUCTIE. BRANDMELDCENTRALE TYPE FlexES control. Inhoudsopgave: Hfst Onderwerp Blz. 1 Inleiding 2

CERTIFICEREN BMI / OAI IN DE PRAKTIJK

Tot slot is het belangrijk het plan te bewaren op een plek waar iedereen bij kan en te zorgen voor reserveexemplaren.

FAQ en HANDLEIDINGEN. MEER HANDLEIDINGEN: kijk op faq.koba-groep.com

Aanpak terugdringen ongewenste en onechte OMS-meldingen Brandweer Fryslân. Aanpak terugdringen ongewenste en onechte OMS-meldingen Brandweer Fryslân

Bedieningshandleiding FC 1004 E

Transcriptie:

Handleiding Openbaar Meld Systeem - OMS

Doel van deze handleiding Voorkomen van nodeloze brandmeldingen Uw gebouw is voorzien van een Brandmeldinstallatie (BMI) met een automatische doormelding naar de Gemeenschappelijke Meld Centrale (GMC) van de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid (VRZHZ). Aan de automatische doormelding naar de GMC zijn wettelijke regels verbonden: U mag het gebouw niet in gebruik hebben als de BMI niet voldoet aan de eisen uit het gebruiksbesluit. U moet zich houden aan de aansluitvoorwaarden. Deze zijn bij het contract voor de aansluiting op de GMC gevoegd. U mag de automatische doormelding naar de GMC alleen onder strikte voorwaarden uitschakelen. Als u de doormelding naar de GMC uitschakelt, moet u altijd een gelijkwaardige brandveiligheid garanderen. Schakelt u de doormelding langer dan 24 uur uit, dan moet u de gelijkwaardige brandveiligheid laten toetsen door een brandpreventiemedewerker van uw gemeente. Het Openbaar Meld Systeem Als gevolg van vernieuwde normen voor brandmelding (EN 54-21 en NEN 2535) heeft de VRZHZ besloten de infrastructuur van het Openbaar Meld Systeem (OMS) te vernieuwen. De vernieuwing en het beheer van het nieuwe OMS wordt uitgevoerd door KPN. Met de vernieuwing van het OMS waarborgt de VRZHZ de kwaliteit voor de komende jaren en voldoet het systeem volledig aan de laatste Europese en Nederlandse normen. Samen werken aan brandveiligheid Als eigenaar of beheerder van een of meerdere gebouwen draagt u de verantwoordelijkheid over de brandveiligheid van uzelf en anderen die in het gebouw verblijven. Er moet een interne hulpverleningsorganisatie actief zijn om de brandveiligheid op het wettelijk geëiste niveau te waarborgen. Tevens werkt u samen met externe partijen, zoals uw branddetectiebedrijf en de brandweer. De VRZHZ, waarvan de brandweer onderdeel is, heeft deze handleiding opgesteld om u te helpen om op de juiste wijze samen te werken met alle betrokken partners op het gebied van brandveiligheid. In de handleiding vindt u alle informatie om uw BMI volgens de wettelijke voorschriften te gebruiken en nodeloze brandmeldingen te voorkomen. Lees deze handleiding daarom zorgvuldig door. Nodeloze brandmeldingen zijn een serieus probleem voor uw organisatie en de brandweer. Als beheerder van de BMI bent u wettelijk verantwoordelijk voor het voorkomen hiervan. Ruim 85% van de automatische brandmeldingen blijkt loos alarm te zijn. De brandweer onderscheidt twee soorten nodeloze brandmeldingen, namelijk ongewenste en onechte brandmeldingen. Bij een ongewenste brandmelding werkt de melder goed, maar is er geen brand. De melder reageert dan op hitte of rook als gevolg van bijvoorbeeld een bedieningsfout, koken of roken onder een rookmelder of door laswerkzaamheden. Bij een onechte brandmelding werkt de melder niet goed. Dit kan het gevolg zijn van bijvoorbeeld stoomvorming (douchen), onweer en beïnvloeding door andere installaties. Gevolgen van een nodeloze brandmelding Wanneer de brandweer wordt gealarmeerd door een BMI heeft dit grote consequenties: De brandweer rukt met spoed uit naar het meldadres, wat verkeersrisico s met zich meebrengt. De brandweer is op dat moment niet beschikbaar voor andere, wel noodzakelijke, hulpverlening. Het merendeel van de brandweerzorg in de regio wordt verzorgd door vrijwilligers, die voor een nodeloze brandmelding onnodig hun werkplek verlaten. Het uitrukken van de brandweer is kostbaar. Bij uw werknemers kan een laconieke houding ontstaan door nodeloze brandmeldingen. De kans is daarmee groot dat zij niet meer alert reageren bij een echte brandmelding. Help de brandweer daarom om nodeloze brandmeldingen te voorkomen! Voorschriften om nodeloze brandmeldingen te voorkomen Het voorkomen van nodeloze brandmeldingen is uw wettelijke verantwoordelijkheid. Breng onderstaande voorschriften in praktijk en voorkom zo sancties. Instrueer uw medewerkers over het gebruik van de BMI. Zorg dat uw medewerkers weten wat ze moeten doen bij een brandmelding. Maak uw medewerkers bewust dat bepaalde activiteiten nodeloze brandmeldingen kunnen veroorzaken. Neem maatregelen om dit zo veel mogelijk te voorkomen Beheer de BMI conform de geldende voorschriften. Zorg dat uw installatie gecertificeerd is en beheer de installatie volgens de NEN 2651-1. Noteer een nodeloos alarm altijd in het logboek. Vermeld alle (nodeloze) meldingen en storingen van en handelingen aan de BMI in het logboek. Noteer bij een nodeloos alarm de melder, de datum en tijdstip en de vermoedelijke oorzaak. Hiermee geeft u het branddetectiebedrijf en de brandweer de noodzakelijke informatie om het probleem samen met u op te lossen. Zorg voor adequaat onderhoud en controle van uw BMI. Vervuiling van melders en defecten zijn vaak de oorzaak van nodeloze brandmeldingen. Regelmatig en adequaat onderhoud, volgens de NEN 2651-1 kan dit voorkomen. U bent hier als beheerder van de BMI voor verantwoordelijk.

Aanvullende tips om nodeloze brandmeldingen te voorkomen Zorg voor voldoende ventilatie. Met voldoende ventilatie kunt u voorkomen dat rook, damp, hitte en andere op brand lijkende verschijnselen tot een nodeloze brandmelding leiden. Verplaats melders of storende bronnen. Een nodeloze brandmelding wordt vaak veroorzaakt doordat automatische melders te dicht bij storende bronnen zijn geplaatst. Storende bronnen zijn bijvoorbeeld ovens, vaatwasser, fornuizen en douches. Uw branddetectiebedrijf kan de melders meestal zo verplaatsen dat ze minder gevoelig zijn voor deze storende bronnen. Controleer of juiste meldertype is toegepast. Automatische melders moeten geschikt zijn voor plaatselijke omstandigheden. Overleg met uw branddetectiebedrijf en de brandweer of de toepassing van een ander meldertype in een bepaalde voorkomen. ruimte uitkomst kan bieden. Hoe te handelen bij een brandmelding 1 Handel bij brandalarm conform de procedure uit uw ontruimingsplan. 2 Schakel indien gewenst het akoestische signaal op de BMI uit. 3 Breng de situatie zo snel mogelijk in beeld en neem dan direct contact op met de centralist van de GMC, telefoon 078-648 10 01. Is dit nummer in gesprek, dan kunt u ook bellen met 112. Tref maatregelen bij werkzaamheden in het gebouw. Stof en rook als gevolg van werkzaamheden in uw gebouw kan een nodeloos alarm veroorzaken. Neem maatregelen zoals het uitschakelen van een lus of het afdekken van een melder om dit voorkomen. Zorg er wel voor dat de brandveiligheid gegarandeerd is. Bespreek wijzigingen in indeling en gebruik van de BMI met uw branddetectiebedrijf. Door gewijzigd gebruik van een ruimte of bouwkundige aanpassing kan de projectering van de melders en/of het toegepaste meldertype niet meer geschikt zijn voor die lokale omstandigheden. Evalueer elke nodeloze brandmeldingen. Evaluatie van een nodeloze brandmelding helpt u om maatregelen te nemen die een volgende nodeloze brandmelding kunnen 4 Verstrek de centralist relevante informatie zoals: aard van de brandmelding nodeloos of echt exacte locatie en omvang van de brand aantal personen aanwezig in het gebouw eventuele gewonden of vermisten status van de ontruiming (wel of niet gestart) aanwezigheid van gevaarlijke stoffen bij de brand 5 De brandweer komt ter plaatse en bestrijdt de brand of stelt vast dat het om een nodeloze brandmelding gaat. 6 Bij een nodeloze brandmelding vult de bevelvoerder een meldingsformulier in. U krijgt een kopie van dit formulier. 7 Na toestemming van de bevelvoerder mag de BMI worden hersteld. 8 Evalueer de oorzaak van de brandmelding. 9 Vul het logboek in. Hoe te handelen bij storing van de BMI 1 Bij een storing van de BMI moet u als beheerder onmiddellijk gewaarschuwd worden. 2 Stel een onderzoek in om de storing zo snel mogelijk te verhelpen. 3 LET OP: tijdens de storing is er vaak geen directe brandmelding naar de brandweer. Zorg voor een gelijkwaardige brandveiligheid in uw pand. Handel in overeenstemming met de procedure uit het ontruimingsplan. 4 Overleg met het branddetectiebedrijf over: mogelijke oorzaak en aard van de storing U bent verantwoordelijk voor het juiste onderhoud van de BMI volgens de NEN2654-1. Hiervoor is onderstaande procedure opgesteld die door u of het branddetectiebedrijf wordt uitgevoerd: 1 Voordat met de onderhoudswerkzaamheden aan de BMI wordt begonnen, moet u een gelijkwaardige brandveiligheid in het gebouw waarborgen. 2 Voor onderhoud-kort (<24 uur) neemt u rechtstreeks contact op met KPN (Europak), telefoonnummer 0412-654530 (op werkdagen, tijdens kantooruren). Geef naam, adres, woonplaats en OMS-nummer door evenals het verwachte tijdstip waarop het onderhoud afgerond is. 3 Voor onderhoud-lang (>24 uur) geldt dezelfde procedure als voor onderhoud-kort, maar u moet dan wel vooraf goedkeuring aanvragen bij de preventiemedewerker van de plaatselijke brandweer (op werkdagen, tijdens kantooruren). Zonder toestemming van de preventiemedewerker mag de BMI niet in onderhoud-lang worden gezet. 4 Na beëindiging van het onderhoud meldt u of het branddetectiebedrijf dit direct bij KPN (Europak). Die activeert vervolgens de automatische doormelding van de BMI. vermoedelijke locatie van de storing vermoedelijke tijdsduur van de storing werking van andere installaties en brandveiligheidsvoorzieningen 5 Duurt de storing langer dan 24 uur, dan moet u dit melden bij de brandpreventiemedewerker van de plaatselijke brandweer. 6 Na het verhelpen van de storing activeert u, eventueel in overleg met het branddetectiebedrijf, de BMI weer. Hierbij is de gebruikelijke testprocedure van toepassing. 7 Evalueer de oorzaak van de storing. 8 Vul het logboek in. Procedure tijdens onderhoudswerkzaamheden 5 Als de toegestane einddatum/eindtijd is verstreken en het einde van het onderhoud is niet gemeld, dan neemt KPN contact met u op. Kan u niet bereikt worden, dan wordt de BMI toch geactiveerd zodat de GMC adequaat kan reageren op alarmmeldingen. 6 Noteer de onderhoudswerkzaamheden in het logboek. Brandmeldingen als gevolg van het niet-naleven van deze voorschriften worden als ongewenste brandmeldingen aangeduid.

Testprocedure BMI Definities Er bestaan twee soorten tests voor de BMI: de test ten bate van de certificering en de periodieke test. Hierbij gelden onderstaande procedures. Eenmalige test t.b.v. certificering BMI 1 Voor het aanvragen van een testmelding voor de certificering neemt het inspectiebureau contact op met KPN, telefoonnummer 088-3650323. Het inspectiebureau dient onder vermelding van het OMS-nummer het verzoek in om de doormelding te mogen testen. 2 De inspecteur geeft zijn mobiele telefoonnummer door aan KPN, die het nummer vervolgens doorgeeft aan de centralist van de GMC. 3 De centralist van de GMC neemt contact op met de inspecteur en neemt de testmelding in ontvangst. De testmelding moet vervolgens binnen vijf minuten plaats vinden. 4 Na de testmelding neemt de centralist van de GMC contact op met inspecteur en sluit de testmelding formeel af. 5 U als beheerder noteert de test vervolgens in het logboek. Periodieke test van de BMI 1 U of het branddetectiebedrijf neemt (op werkdagen, tijdens kantooruren) telefonisch contact op met KPN op telefoonnummer 088-365 03 23. Onder vermelding van het OMS-nummer dient u het verzoek in om een periodieke test van de doormelding uit te voeren. 2 Na toestemming van KPN zorgt u als beheerder binnen vijf minuten voor een brandmelding. Dit testalarm is alleen zichtbaar in het systeem van KPN. 3 Tijdens de test (die maximaal vijf minuten mag duren) moet er een open telefonische verbinding zijn tussen u en KPN. Wordt de verbinding tijdens de test verbroken, dan beëindigt KPN de test onmiddellijk. 4 Na vijf minuten eindigt de testprocedure automatisch. 5 Noteer de test in het logboek. Brandmeldingen als gevolg van het nietnaleven van deze voorschriften worden als ongewenste brandmeldingen geclassificeerd. Brandmeldinstallatie (BMI) Samenstel van op elkaar afgestemde dan wel aan elkaar gekoppelde apparatuur, leidingen en toebehoren van leidingen welke nodig zijn voor het ontdekken van brand, het melden van de brand en het geven van stuursignalen ten behoeve van andere installaties. Beheerder BMI De beheerder BMI, belast met bediening, periodieke controle en het preventief onderhoud van de BMI, zoals omschreven in de NEN 2654-1. GMC Gemeenschappelijke Meldcentrale van de VRZHZ. KPN Organisatie die het OMS in opdracht van de VRZHZ exploiteert. OMS Openbaar Meld Systeem waarmee een brandmelding automatisch wordt doorgestuurd naar de GMC van de VRZHZ. OMS-nummer Het nummer waaronder uw BMI is aangesloten op het OMS van de VRZHZ. Nodeloze brandmelding Een onechte of ongewenste brandmelding volgens de NEN 2535 Onechte brandmelding Een brandmelding die niet het gevolg is van een brand, of op brand lijkende verschijnselen. Deze melding heeft een technische oorzaak, bijvoorbeeld een vervuilde melder of beschadiging aan de installatie. Ongewenste brandmelding Een brandmelding door de aanwezigheid van op brand lijkende verschijnselen, die niet het gevolg zijn van brand. Deze zijn het gevolg van bijvoorbeeld laswerkzaamheden bij of roken onder een automatische melder. Prestatie-eis Eenduidig geformuleerde uitgangspunten waaraan de BMI moet voldoen. VRZHZ Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid waarvan de brandweer onderdeel is. Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid, 2011

Postbus 350 3300 AJ Dordrecht T 078-635 53 55 E mail@vrzhz.nl