/ Rapport cijfers BMI BIJ SCHOOLKINDEREN Vlaams Gewest 2012-2013 / 1.02.2016 1.02.2016 BMI bij schoolkinderen 1/10
Gepubliceerd op: http://www.zorg-en-gezondheid.be/cijfers op juli 2015 door: Lien Braeckevelt, Heidi Cloots, Herwin De Kind, Erik Hendrickx Afdeling Informatie en Zorgberoepen Hoe refereren naar dit document? Zorg en Gezondheid BMI bij schoolkinderen -2012-2013 [Online publicatie]. Brussel: Agentschap Zorg en Gezondheid, afdeling Informatie en Zorgberoepen, 2016 [geraadpleegd op../../..], Beschikbaar op: http://www.zorg-en-gezondheid.be/cijfers/ GI2013_BMIschoolkinderen.pdf 1.02.2016 BMI bij schoolkinderen 2/10
Inhoudstafel 1 Jongens versus meisjes 4 1.1 Gemiddelde gewicht 4 1.2 Gemiddelde lengte 4 1.3 Gemiddelde BMI 4 2 BMI-groepen 5 2.1 BMI-groepen naar leerjaar 6 2.2 Steden versus landelijke gemeenten 6 3 Over deze cijfers 8 3.1 Algemeen 8 3.2 Leeftijd: berekening en selectie per klas 8 3.3 BMI: berekeningen en indeling in groepen 9 3.4 Regio en graad van verstedelijking 9 Gebruikte afkortingen 10 1.02.2016 BMI bij schoolkinderen 3/10
1 Jongens versus meisjes Normaal gewicht voor lengte en leeftijd 73% van de schoolkinderen heeft een normaal BMI. Meisjes hebben vaker een te hoog BMI: 18,9% versus 14,6 % bij de jongens. 1.1 GEMIDDELDE GEWICHT Meisjes wegen gemiddeld iets meer dan jongens gedurende de eerste jaren van hun pubertijd (11-12 jaar): Vanaf 14 jaar wegen jongens gemiddeld meer dan meisjes. We zien geen verschillen tussen de drie schooljaren. 1.2 GEMIDDELDE LENGTE Jongens worden gemiddeld groter dan meisjes. De afnemende lengte bij oudere meisjes heeft wellicht te maken met het kleinere aantal leerlingen: vanaf de leeftijd van 16 jaar zien we dat er minder leerlingen opgenomen zijn in de gegevens wat resulteert in een vertekend beeld. 1.3 GEMIDDELDE BMI Het BMI bij meisjes ligt gemiddeld hoger dan bij jongens. Vooral in de tienerjaren wordt dat verschil duidelijker. Op de leeftijd van 17-18 jaar ligt de gemiddelde BMI 1 punt hoger bij meisjes dan bij jongens. GEMIDDELD BMI: JONGENS VERSUS MEISJES, SCHOOLJAAR 2012-2013 Bron: LARS-databank 2012-2013 1.02.2016 BMI bij schoolkinderen 4/10
2 BMI-groepen In het schooljaar 2012-2013 had 73% van de kinderen een normaal BMI. Jongens hebben vaker een normaal BMI dan meisjes: 75,5 % versus 70,4%. 17,7% van de kinderen heeft een te hoog BMI (12,89% overgewicht en 3,8% obesitas) en 10,3% heeft een te laag BMI (9,94% ondergewicht en 0,36% extreem ondergewicht) We zien geen noemenswaardige trend over de drie schooljaren heen. Jongens hebben vaker een normaal BMI dan meisjes: 75,5 % van de jongens versus 70,4% van de meisjes heeft een normaal BMI. Dit verschil wordt bijna volledig verklaard door de hogere graad overgewicht en obesitas bij de meisjes: respectievelijk 14,1% en 4,8% bij de meisjes tegenover slechts 11,9% en 2,8% bij de jongens. Meisjes hebben ook iets meer ondergewicht dan jongens: 10,2% versus 9,7%. Wat is overgewicht, normaal gewicht...? EVOLUTIE BMI-GROEPEN: JONGENS VERSUS MEISJES, SCHOOLJAREN 2010-2013 Bron: LARS-databank 2012-2013 1.02.2016 BMI bij schoolkinderen 5/10
2.1 BMI-GROEPEN NAAR LEERJAAR Normaal gewicht neemt af volgens leerjaar: Overgewicht en ondergewicht nemen toe over de leerjaren heen. Aanvankelijk hebben meisjes meer ondergewicht dan jongens, maar naarmate ze ouder worden hebben jongens meer kans op ondergewicht. BMI-GROEPEN VOLGENS LEERJAAR, SCHOOLJAAR 2012-2013 Bron: LARS-databank 2010-2013 Opgelet: 17-jarigen geven afwijkend beeld t.o.v. de andere leerjaren: is slechts gebaseerd op 1.000 metingen, andere leerjaren hebben er meer dan 63.000. Daarom is deze waarneming niet mee opgenomen in de cijfers. 2.2 REGIONALE SPREIDING Steden versus landelijke gemeenten De kans op een te hoog BMI is het hoogst in de centrumgemeenten (steden) en het laagst in de woongemeenten. Hoe groter de graad van verstedelijking, hoe hoger de kans op overgewicht en obesitas en hoe kleiner de kans op een normaal BMI. Centrumgemeenten hebben het laagste percentage kinderen met een normaal gewicht: 71,2%. Woongemeenten daarentegen scoren dan weer erg goed: maar liefst 75,7% van de kinderen heeft er een normaal gewicht. Landelijke gemeenten en gemeenten met een concentratie van economische activiteit scoren beter dan het Vlaams gemiddelde voor normaal gewicht: 73,9% en 74,7% versus 73,1% voor Vlaanderen. Agglomeratiegemeenten (72,1%) en toeristische gemeenten (72,7%) doen het dan weer minder goed. Kinderen uit centrumgemeenten hebben de laagste kans op (extreem) ondergewicht (9,5%) maar scoren dan weer het hoogst op overgewicht: maar liefst 19,3% heeft er kans op overgewicht of obesitas t.o.v. 16,5% voor Vlaanderen. In woongemeenten heeft slechts 13% van de kinderen overgewicht of obesitas. 1.02.2016 BMI bij schoolkinderen 6/10
In woongemeenten is de kans op (extreem) ondergewicht dan weer het grootst: 11,2% t.o.v. 10,4% in Vlaanderen. Enkel in centrumgemeenten (9,5%) is de kans op ondergewicht lager dan het Vlaams gemiddelde. Men zou dus kunnen stellen: hoe hoger de graad van verstedelijking, hoe kleiner de kans op een normaal BMI en hoe groter de kans op overgewicht en obesitas. BMI-groepen naar verstedelijkingsgraad, schooljaar 2012-2013 Indeling gemeenten Extreem ondergewicht Normaal gewicht Ondergewicht Overgewicht Obesitas Centrumgemeenten 0,3% 9,1% 71,2% 14,4% 4,9% 164.724 Agglomeratiegemeenten 0,4% 10,3% 72,1% 13,3% 4,0% 66.566 Toeristische gemeenten 0,4% 10,3% 72,7% 13,0% 3,4% ;7.336 Landelijke gemeenten 0,4% 10,4% 73,9% 12,2% 3,1% 76.928 Gemeenten met een concentratie 0,4% 10,5% 74,7% 11,6% 2,8% 49.589 van economische activiteit Woongemeenten 0,4% 10,9% 75,7% 10,5% 2,5% 90.548 Vlaanderen 0,4% 10,0% 73,1% 12,8% 3,7% 238.626 Bron: LARS-databank 2012-2013 N Cijfers provincies In Limburg is de kans op overgewicht en obesitas het hoogst (17,93%), gevolgd door Antwerpen (17,35%). In Vlaams-Brabant (14,85%) en West-Vlaanderen (15,25%) hebben kinderen het minst kans op overgewicht. Voor heel Vlaanderen is dat 16,49%. Cijfers centrumsteden Binnen de centrumgemeenten is er wel verscheidenheid. Enkele steden uit West-Vlaanderen (Kortrijk, Roeselare en Brugge) en Leuven hebben meer kinderen in een normale gewichtsklasse dan het Vlaamse gemiddelde. Genk (23,3%) en Antwerpen (23,6%) hebben de hoogste graad van kinderen met overgewicht en obesitas. Roeselare (11,8%) en Hasselt (11,1%) hebben het hoogste graad van kinderen met (extreem) ondergewicht. 1.02.2016 BMI bij schoolkinderen 7/10
AANDEEL KINDEREN MET NORMAAL GEWICHT IN DE VLAAMSE CENTRUMSTEDEN Bron: LARS-databank 2010-2013 3 Over deze cijfers 3.1 ALGEMEEN De data zijn gebaseerd uit de gegevens die de CLB verzamelen in de toepassing LARS (Leerling Administratie en Registratie Systeem). De gegevens zijn gebaseerd op drie schooljaren: 2010-2011, 2011-2012 en 2012-2013. Enkel kinderen met een officiële woonplaats in het Vlaamse Gewest worden hier opgenomen. Dus kinderen die in een Nederlandstalige Brusselse school zitten en in het Brusselse Gewest wonen worden hier dus uitgesloten. Ervoor werden gegevens verzameld in een ander registratiesysteem: NICO. Omwille van de andere opzet houden we de data tussen NICO en LARS hier gescheiden. De resultaten van voorgaande jaren zijn beschikbaar op aanvraag. 3.2 LEEFTIJD: BEREKENING EN SELECTIE PER KLAS De leeftijd van een leerling is hier het verschil tussen geboortedatum en datum van het consult. Aan het begin en aan het einde van de leeftijdsas (-3 jaar en 16 jaar +) zijn er minder leerlingen, waardoor de resultaten aan het begin en aan het eind soms wat vertekend kunnen zijn. Deze 1.02.2016 BMI bij schoolkinderen 8/10
gegevens moeten dus met de nodige voorzichtigheid geïnterpreteerd worden. We laten die gegevens dan ook vaak weg. De klassieke metingen gebeuren bij 1e en 2e kleuterklas (kl), 1e, 3e en 5e leerjaar lager onderwijs (lj) en 1e en 3e leerjaar secundair onderwijs (SO). Voor de leeftijden 2, 17 en 18 jaar zijn er te weinig waarnemingen in vergelijking met de rest. Ze geven een te afwijkend beeld, daarom worden ze meestal hier niet mee opgenomen. Per leerjaar [en per leeftijd]: bv. [7-jarigen /]1e leerjaar: leerlingen uit het 1e leerjaar van de lagere school krijgen volgens het programma een medisch CLB consult. De meeste van deze leerlingen zullen dan rond de 7 jaar zijn. Leerlingen die op het moment nog maar 6 jaar zijn of al 8 jaar zijn worden toch ook in deze cijfers opgenomen onder de noemer 1e leerjaar. 3.3 BMI: BEREKENINGEN EN INDELING IN GROEPEN Hoe bepalen we (extreem) ondergewicht, normaal, overgewicht, obesitas? BMI (Body Mass Index) vormt een eenvoudige methode om na te gaan of men te weinig of te veel weegt in verhouding tot de lichaamslengte. BMI= gewicht/lengte 2. Bij volwassenen (of jongvolwassenen vanaf 18 jaar) wordt een BMI van 25 of méér beschouwd als 'overgewicht', en een BMI vanaf 30 als 'zwaarlijvig' (obesitas) (WGO criteria). Omdat kinderen nog volop aan het groeien zijn, mag men de BMI-categorieën voor volwassenen niet zomaar op kinderen toepassen. Voor kinderen zijn er dus speciale tabellen, waarbij ook rekening wordt gehouden met het geslacht en de leeftijd. De indeling in groepen die wij gebruiken is gebaseerd op de Vlaamse Groeicurven 1. 3.4 REGIO EN GRAAD VAN VERSTEDELIJKING Indien er gesproken wordt over de regio (bij provincie, gemeente en Belfius-indeling), gaat het over de gemeente waar de leerling woont, niet waar hij/zij school loopt. De Belfius-indeling is een sociaaleconomische typologie van gemeenten. Welke gemeenten vallen onder welke titel vind je bij de Studiedienst van de Vlaamse Regering gebiedsindelingen 2. 1 http://www.vub.ac.be/groeicurven/ 2 http://aps.vlaanderen.be/lokaal/gebiedsindelingen.html 1.02.2016 BMI bij schoolkinderen 9/10
Gebruikte afkortingen BMI: Body Mass Index: BMI vormt een eenvoudige methode om na te gaan of u te weinig of te zwaar weegt (kg) in verhouding tot uw lichaamslengte (m²). CLB: centrum voor leerlingenbegeleiding kl: kleuterklas LARS: Leerling Administratie en Registratie Systeem lj:leerjaar lager onderwijs NICO: Netoverschrijdend ICT-project van de CLB's in samenwerking met departement Onderwijs SO: secundair onderwijs t.o.v.: ten opzicht van 1.02.2016 BMI bij schoolkinderen 10/10