Acute verwardheid / Delier
In deze folder vindt u informatie over acute verwardheid / delier. Daarnaast staat beschreven wat u voor uw naaste kan doen. Waar "hij" staat, kunt u uiteraard ook "zij" lezen. Wat is een acuut optredende verwardheid/ delier en wanneer komt het voor? Uw naaste ligt in het ziekenhuis. Hij is opgenomen vanwege ziekte, een ongeval en/of een operatie. Zoals u waarschijnlijk gemerkt hebt, reageert hij niet zoals u van hem verwacht. U bent mogelijk geschrokken van de toestand waarin u hem aantrof. Degene die u in zijn normale doen kent is nu onrustig en het is moeilijk om een gesprek te voeren. Hij begrijpt u niet en denkt op een andere plaats te zijn. Mogelijk heeft de arts of de verpleegkundige u verteld dat er sprake is van verwardheid. Deze vorm van verwardheid wordt ook wel delier of delirium genoemd. Een delier kan overal optreden, thuis, in het ziekenhuis en het verpleeghuis en kan worden veroorzaakt door bijvoorbeeld een ontsteking of na een operatie. Hoe lang duurt deze verwardheid? Deze toestand van verwardheid is meestal van tijdelijke aard. Verbetert de lichamelijke situatie? Dan neemt de verwardheid af. De periode van verwardheid kan variëren van enige uren tot dagen. De duur is afhankelijk van de volgende factoren: ernst van de lichamelijke aandoening; de leeftijd van de patiënt; de conditie van de patiënt. 2
Wat zijn de oorzaken? Een delier of acute verwardheid kan vele oorzaken hebben. Bij een delier denken mensen vaak aan alcohol, maar het ontstaat bijna altijd door een lichamelijk probleem, zoals een longontsteking, een blaasontsteking of een botbreuk ten gevolge van een val. Patiënten die ouder zijn dan 70 jaar hebben een hoger risico om acuut verward te raken. Ook wanneer er tevoren al geheugenstoornissen aanwezig waren, is er een grotere kans op een delier. Wat zijn de verschijnselen van een delier? Een verminderd besef van de omgeving. Niet goed kunnen concentreren of de aandacht naar iets anders verplaatsen. Onlogisch en onsamenhangend denken. Onsamenhangend spreken, of nauwelijks of niet meer praten. Wisselende geheugenstoornissen. Gedesoriënteerd zijn, niet weten welke dag het is of waar men is. Dingen zien die er niet zijn. Bekenden niet meer herkennen. Onrustig of juist apathisch zijn. Snelle en onvoorspelbare stemmingswisselingen hebben. Er is altijd sprake van een verstoord slaap -waakritme. Wat kunt u doen? De volgende punten zijn voor u belangrijk. U kunt hiermee uw naaste in deze situatie steunen en het contact kan worden verbeterd. Als u op bezoek komt zeg dan wie u bent, waarom u komt en herhaal dit zo nodig. Spreek rustig en in korte duidelijke zinnen. Stel eenvoudige vragen. Bijvoorbeeld "Heeft u lekker gegeten" en niet van "Wat heeft u gegeten of heeft u niet gegeten?". 3
Vertel uw naaste dat hij ziek is en in het ziekenhuis ligt. Bezoek is heel belangrijk maar teveel personen of een te lange bezoektijd in een keer werkt vermoeiend en verwarrend. Komt u op bezoek komt. Ga dan zoveel mogelijk aan één kant van het bed of stoel zitten zodat uw naaste zich op één punt kan richten. Let erop dat uw familielid zijn bril en/of gehoorapparaat gebruikt. Het is beter voor uw naaste wanneer u niet meegaat in de "vreemde" waanideeën of met dingen die de patiënt ziet of hoort maar die er niet zijn. Probeer uw naaste niet tegen te spreken maar maak zo mogelijk wel duidelijk dat uw waarneming anders is. Heeft dit geen effect, beëindig dan uw pogingen. Maak er geen ruzie over. Praat met uw naaste over bestaande personen en echte gebeurtenissen. Probeer uw naaste in het hier en nu te betrekken door de (buurt/ stads) krant mee te nemen en er stukjes uit voor te lezen. Neem een foto mee waarop belangrijke personen/familieleden staan afgebeeld. Praat niet over uw naaste heen. Hij hoort alles nog wel. Probeer een steun te zijn door uw aanwezigheid en of door simpelweg zijn hand vast te houden. Waaruit bestaat de behandeling van een delier? De arts zal proberen zo snel mogelijk de oorzaken van het delier vast te stellen en deze behandelen. Daarnaast kan het zinvol zijn om medicijnen te geven om verschijnselen van het delier (zoals de onrust) te verminderen. Iemand met een delier kan onrustig zijn, plukt aan lakens en probeert uit bed te stappen. Als uw naaste erg onrustig is kan fixeren met speciale materialen (onrustband, trippelhoes) noodzakelijk zijn. Dit om te voorkomen dat uw naaste uit bed valt of zich zelf bezeert of bijvoorbeeld het infuus lostrekt. Het fixeren gebeurt in overleg met eerste contactpersoon/ 4
familie. De eerste contactpersoon, de verpleegkundige en de arts tekenen dan volgens de wettelijke richtlijnen het fixatieformulier. In overleg met de verpleging kan u buiten de bezoektijden bij uw familielid blijven. Laat iemand zo min mogelijk alleen; zeker als hij angstig is. U kunt als naaste vaak een erg goede invloed hebben op de onrust. Het is dan erg prettig dat u zoveel mogelijk bij hem bent en zoveel mogelijk aanwezig kan zijn bij behandelingen en/of onderzoeken tijdens de opname. Dit heet rooming-in. U kunt als het nodig is ook s nachts bij uw naaste blijven slapen. Uw aanwezigheid kan de noodzaak om te fixeren overbodig maken. Meer informatie hierover vindt u in de folder Rooming-in bij oudere patiënten. Tot slot Voor meer mondelinge of telefonische informatie kunt u terecht bij de verpleegkundigen van de afdeling waar uw naaste is opgenomen. 5
6
7
8 TRIP092 121115