RAADSVOORSTEL Rv. nr.: 13.0014 B&W-besluit d.d.: 5-2-2013 B&W-besluit nr.: 13.0048 Naam programma +onderdeel: Jeugd en onderwijs Onderwerp: Transitie zorg voor de jeugd: visie jeugdhulp en informatie Aanleiding: Gemeenten worden per 2015 verantwoordelijk voor alle vormen van jeugdhulp. Dit betekent, gekoppeld aan andere ontwikkelingen (wijzigingen in de WMO, op het gebied van werk en inkomen en Passend Onderwijs), grote veranderingen in het Sociale domein. Op Holland Rijnland niveau is een projectorganisatie ingericht die de 3 decentralisaties voorbereidt, zowel per kolom als per overkoepelend thema. Binnen de jeugdkolom zijn bijgaande documenten, Iedereen doet mee (visie jeugdhulp Holland Rijnland) en Hart voor de jeugd (de gemeenten in Holland Rijnland op weg naar de transitie van de jeugdzorg) regionaal opgesteld en de documenten zijn vervolgens in het PHO Sociale Agenda vastgesteld. Nu is het zaak dat iedere gemeente de visie vaststelt als basis voor verdere uitwerking, en dat alle gemeenteraden (en andere betrokkenen) geïnformeerd zijn over de nieuwe taken en het proces waarbinnen de komende tijd gewerkt wordt aan de transitie. Doel: Brede instemming met de regionale visie op Jeugdhulp, en informatie verschaffen over de transitie van de jeugdzorg. Kader: Belangrijkste kader wordt gevormd door het conceptwetsvoorstel jeugdwet van 18 juli 2012, welke momenteel wordt aangepast op basis van de consultatieronde. Het uiteindelijk wetsvoorstel moet uiterlijk 1 juli 2013 bij de Tweede Kamer zijn. Het regionale convenant jeugdbeleid-jeugdzorg 2009-2012 (met de bijbehorende samenwerkingsconvenanten Model zorgcoördinatie en het werken met 1 gezin 1 plan en Verwijsindex risico s jeugdigen JeugdMATCH Zuid-Holland Noord ) (BW 09.1098) gaat voor een groot deel al uit van de principes die in de visie op jeugdhulp verwoord staan. De visie jeugdhulp bouwt eveneens voort op de nota integraal jeugdbeleid 2007-2011 de Leidse Jeugdfactor (RV 07.0153) Ook de kaders van de Sociaal Maatschappelijke Structuurvisie (RV 12.006) zijn herkenbare elementen in de visie jeugdhulp Iedereen doet mee. Tenslotte moet genoemd worden de Strategische Visie die in Holland Rijnland verband is opgesteld in het kader van de drie decentralisaties Werk, Wmo en Jeugd: Op eigen Kracht. Overwegingen: 1
Vanwege het belang van / de noodzaak tot regionale samenwerking bij de transitie van de jeugdzorg is een gedeelde en breed gedragen visie extra belangrijk. Deze dient als richtsnoer voor alle verdere uitwerkingen. Daarnaast is het goed wanneer alle raden een gedeeld kennisniveau hebben over de omvang van de operatie, de manier waarop hiermee aan de slag wordt gegaan, de relatie met de 3d (3 decentralisaties) en een grove planning. De transitie van de zorg voor jeugd, en in groter verband de transformatie van het sociaal domein, is een proces dat vraagt om duidelijke richting, maar ook om voldoende flexibiliteit om in te kunnen spelen op de landelijke, regionale en lokale actualiteit. Planning Alle acties dit jaar zijn er op gericht om eind 2013 een concept beleidsplan gereed te hebben, dat de visie op de totale jeugdhulp omvat en grondslagen voor de uitvoering van afzonderlijke onderdelen. In 2014 zal dit plan concreter worden uitgewerkt in een uitvoeringsplan 2015 en verordeningen en beleidsregels. Niet alleen een krappe tijdsplanning, maar ook één die om flexibiliteit vraagt, omdat ook meer specifieke richting vanuit de overheid het proces zal beïnvloeden. Het gaat dan om zowel aanpassingen aan de concept wet als uitwerking in Algemene maatregelen van Bestuur. Regionaal en lokaal De regionale samenwerking, die op onderdelen verplicht is, is in de regio Holland Rijnland een voortzetting van een bestaande samenwerking binnen de ketenaanpak jeugd, zowel in partners als op inhoud. De uitvoering van de zorg voor jeugd zal zo dicht mogelijk bij het kind georganiseerd worden. Daarnaast zal bij het beantwoorden van de vraag wat lokaal en wat regionaal georganiseerd moet worden vooral de inhoud leidend zijn, een goede zorg voor jeugd, binnen de financiële kaders. De bestuurlijke organisatie sluit daar vervolgens op aan. Interactief proces Duidelijk is dat de opgave complex is. Er kan niet worden gewacht tot alles helder is, er moet voortdurend bijgesteld kunnen worden op basis van nieuwe, of meer uitgewerkte, regels of inzichten. Dit vraagt van alle partijen naast betrokkenheid ook flexibiliteit. We hechten daarom ook aan goede afstemming en communicatie met betrokkenen, inwoners, zorg- en onderwijspartijen. Deze zijn zich bewust van de opgave en bereiden zich hier elk op hun wijze op voor. Partijen weten dat hun toekomst niet zeker is, en dat de transitie(s) ook voor hen gevolgen zullen hebben. Het is een proces, voortbouwend op gezamenlijk ontwikkelde methodieken als 1gezin1plan, waarbij werkzame elementen en opbrengsten uit pilots zo snel mogelijk breed worden ingevoerd, ook onder de huidige regelgeving. Een dergelijk proces, de transformatie van het sociaal domein, vraagt ook veel van onze gemeentelijke organisatie, en u als raad. Het college zal zijn uiterste best doen om u goed en tijdig te blijven informeren en scherp te letten op uw betrokkenheid bij het proces. Zowel vanuit onze eigen gemeente als ook in gezamenlijkheid met gemeenten van Holland Rijnland. Financiën: Er komen middelen beschikbaar voor de in- en uitvoering van de nieuwe taken. Dit gaat gepaard met een korting van zo n 15%. Naast inhoudelijke argumenten de zorg voor jeugd anders te willen organiseren is er dus ook een financieel argument om dit te willen doen. 2
De vraag wat de financiële gevolgen voor Leiden zijn is op dit moment nog niet te beantwoorden. Er vindt in het wetgevingstraject nog op verschillende onderdelen discussie plaats over aard en omvang van taken en er wordt gewerkt aan een verdeelmodel, gebaseerd op criteria gerelateerd aan de bevolkingssamenstelling. De landelijke korting op het macrobudget kan daardoor voor individuele gemeenten afwijken van de 15%, zowel in positieve als negatieve zin. In het jaar 2015 krijgen gemeenten een budget waarin rekening wordt gehouden met afgegeven indicaties in 2014, zodat gemeenten aangegane verplichtingen kunnen overnemen. Ondertussen worden in de regio zoveel mogelijk kengetallen verzameld, en samen met provincie en het zorgkantoor een schatting gemaakt van de huidige kosten. Hoewel dit niet volledig betrouwbaar zal zijn, biedt dit de mogelijkheid het budget dat in mei bekend wordt ergens aan te relateren. Leiden staat niet alleen in haar wens tot meer inzicht in over te dragen middelen, en in relatie daarmee, in de benodigde beleidsruimte die gegeven wordt om taken niet alleen over te nemen maar ook anders te organiseren. Zo heeft de VNG onlangs gevraagd om onderzoek naar financiële, wettelijke en maatschappelijk voorwaarden waaronder de decentralisaties een succes kunnen worden. Verwacht wordt dat een goede vertaling van de visie op de jeugdhulp niet alleen bijdraagt aan een betere zorg voor jeugd, maar ook leidt tot besparing op uitgaven, zoals minder dubbelingen in diagnostiek en niet te veel hulpverleners tegelijk, die nu (soms jarenlang) aan tegenstrijdige doelen werken. Dit geldt in belangrijke mate voor de langere termijn. Een sterke basis, preventie, goede signalering en tijdig de juiste ondersteuning, met het gezin en eigen netwerk als spil, is ook gunstig voor andere beleidsterreinen: minder schooluitval, passende arbeid, minder overlast en criminaliteit. Evaluatie: nvt Bijgevoegde informatie: 1. Iedereen doet mee : visie jeugdhulp Holland Rijnland 2. Hart voor de jeugd : de gemeenten in Holland Rijnland op weg naar de transitie van de jeugdzorg 3
RAADSBESLUIT De raad van de gemeente Leiden: Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders (rv.nr. het advies van de commissie. van 2011), mede gezien BESLUIT 1. De Visie Jeugdhulp Iedereen doet mee vast te stellen, en daarmee o.a. in te stemmen met de volgende uitgangspunten: a. Wanneer ouders hulp vragen en krijgen bij het opvoeden hebben ze zoveel als mogelijk zelf de regie en wordt aangesloten bij wat het kind/gezin nodig heeft. Conform de uitgangspunten van de werkwijze 1gezin1plan is ondersteuning gericht op herstel van het dagelijks leven, op het hele gezin en alle leefdomeinen, wordt het sociale netwerk betrokken en is er één centraal aanspreekpunt die de ondersteuning en hulp waar nodig coördineert. b. Wanneer specialistische hulp nodig is, wordt deze zo dicht mogelijk in de eigen leefomgeving georganiseerd, waarbij ook het onderwijs gezien wordt als belangrijk tweede leefmilieu. Waar nodig is langdurige stut en steun beschikbaar. c. Het belang van preventie en vroegsignalering wordt onderkend; we versterken de beschermende factoren die bijdragen aan opvoeden en opgroeien, we stimuleren het stellen van opvoedvragen en we proberen zware problemen te voorkomen door dichtbij en vroegtijdig te signaleren. Het onderwijs is een belangrijke partner bij preventie en vroegsignalering. d. De Centra voor Jeugd en Gezin zijn belangrijke basisvoorzieningen e. Gemeente als regisseur stuurt op vraag en behoefte van ouders en jeugdigen en op kwaliteit, en zoekt passende financieringsvorm. Schotten in financiering en organisaties mogen goede zorg niet in de weg staan. f. We organiseren lokaal wat lokaal kan en regionaal wat regionaal moet. 2. Kennis te nemen van het document Hart voor de jeugd: de gemeenten in Holland Rijnland op weg naar de transitie van de jeugdzorg, waarmee inzicht gegeven wordt in de inhoud van de nieuwe taken en de wijze waarop gemeenten zich daar op voorbereiden. Gedaan in de openbare raadsvergadering van, de Griffier, de Voorzitter, 4
TECHNISCHE INFORMATIE Opsteller: Gerda Visser Organisatieonderdeel: Sociaal en economisch beleid Telefoon: 5323 E-mail: g.h.visser@leiden.nl Portefeuillehouder: 5
Jeugd, Welzijn & ZorgB en W. nr. 13.0048 d.d 5-2-2013 Onderwerp Transitie zorg voor de jeugd: visie jeugdhulp en informatie besluiten:van de commissie 1. De Raad voor te stellen de Visie Jeugdhulp Iedereen doet mee vast te stellen, en daarmee o.a. in te stemmen met de volgende uitgangspunten: 1. Wanneer ouders hulp vragen en krijgen bij het opvoeden hebben ze zoveel als mogelijk zelf de regie en wordt aangesloten bij wat het kind/gezin nodig heeft. Conform de uitgangspunten van de werkwijze 1gezin1plan is ondersteuning gericht op herstel van het dagelijks leven, op het hele gezin en alle leefdomeinen, wordt het sociale netwerk betrokken en is er één centraal aanspreekpunt die de ondersteuning en hulp waar nodig coördineert. 2. Wanneer specialistische hulp nodig is, wordt deze zo dicht mogelijk in de eigen leefomgeving georganiseerd, waarbij het onderwijs gezien wordt als belangrijk tweede leefmilieu, waarop goed moet worden aangesloten. Waar nodig is langdurige stut en steun beschikbaar. 3. Het belang van preventie en vroegsignalering wordt onderkend; we versterken de beschermende factoren die bijdragen aan opvoeden en opgroeien, we stimuleren het stellen van opvoedvragen en we proberen zware problemen te voorkomen door dichtbij en vroegtijdig te signaleren. Het onderwijs is een belangrijke partner bij preventie en vroegsignalering. 4. De Centra voor Jeugd en Gezin zijn belangrijke basisvoorzieningen 5. Gemeente als regisseur stuurt op vraag en behoefte van ouders en jeugdigen en op kwaliteit, en zoekt passende financieringsvorm. Schotten in financiering en organisaties mogen goede zorg niet in de weg staan. 6. We organiseren lokaal wat lokaal kan en regionaal wat regionaal moet. 2. Het document Hart voor de jeugd: de gemeenten in Holland Rijnland op weg naar de transitie van de jeugdzorg ter kennisname te brengen van de Raad. Pers samenvatting: Gemeenten worden per 2015 verantwoordelijk voor alle vormen van jeugdhulp, en gemeenten binnen Holland Rijnland hebben er voor gekozen deze transitie gezamenlijk voor te bereiden, voortbouwend op al langer bestaande samenwerking op het terrein van jeugd. We verwachten daarmee meer kwaliteit te behalen en geld te besparen. Een belangrijke stap is dat in alle 15 Holland Rijnland gemeenten de visie, die als uitgangspunt gaat dienen voor verdere uitwerking, wordt vastgesteld; met dit besluit wordt de Raad voorgesteld de visie vast te stellen. Belangrijke elementen hierin zijn het centraal stellen van de vraag van het kind/gezin, de regie zoveel mogelijk bij de ouders laten, ondersteuning op meerdere leefdomeinen en het hele gezin, zo dicht mogelijk in de eigen leefomgeving en een belangrijke rol voor het sociale netwerk. Belangrijk uitgangspunt voor de organisatie van de nieuw taken: lokaal wat lokaal kan en regionaal wat regionaal moet. Met dit besluit wordt tevens informatie op hoofdlijnen verstrekt over de inhoud van de nieuwe taken en de manier waarop in Holland Rijnland de transitie wordt voorbereid. 6