WITBOEK. Het Europese vervoersbeleid tot het jaar 2010: tijd om te kiezen. WITBOEK Het Europese vervoersbeleid tot het jaar 2010: tijd om te kiezen



Vergelijkbare documenten
JIV JOINT EUROPEAN VENTURE EEN PROGRAMMA VOOR JOINT VENTURES BINNEN DE EUROPESE UNIE. ^ DHHBHHHHBHBHHHl EUROPESE COMMISSIE

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 17 september 2001 (13.11) (OR. fr) 11932/01 TRANS 131 AVIATION 70 MAR 76

Milieusignalen 2002 De millennium benchmark. Samenvatting

Bibliografische gegevens bevinden zich aan het einde van deze publicatie.

Krachtlijnen van het EU-beleid inzake kustgebieden. Europese Commissie

EUROPEES PARLEMENT. Commissie regionaal beleid, vervoer en toerisme. van de Commissie regionaal beleid, vervoer en toerisme

EUROPESE UNIE HET EUROPEES PARLEMENT TRANS 134 CODEC 408

EUROPEES PARLEMENT. Commissie regionaal beleid, vervoer en toerisme. Voorstel voor een besluit (COM(2001) 94 C5-0087/ /0053(COD))

Samenvatting... Figuur S.1 De groei van de personenmobiliteit verklaard. Groei aantal reizigerskilometers. 60% bevolkingsgroei 40% overig.

NL In verscheidenheid verenigd NL A8-0341/45. Amendement. Roger Helmer, David Coburn namens de EFDD-Fractie

C 126 E/354 Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen

BIJLAGE EEN CONCEPT VOOR DUURZAME STEDELIJKE MOBILITEITSPLANNING. bij de

1.4 Factoren die bepalend zijn voor reële convergentie

Inspiratie- en referentieprojecten ontwerpopdracht transporttechniek-ecostad

Grensoverschrijdende territoriale samenwerking: België Duitsland Ierland Frankrijk Luxemburg Nederland Verenigd Koninkrijk Zwitserland

Verkeersveiligheid: aantal verkeersdoden in de EU nog nooit zo laag - Europa maakt nu ook werk van een strategie voor gewonden in het verkeer

Woon-werkverkeer drijvende kracht achter groei mobiliteit

BIJLAGEN. bij het VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

Buitenlandse handel. Europese Schoolagenda De volgende pagina s zijn afkomstig uit de Europese Schoolagenda 2009/2010.

Eindexamen aardrijkskunde vwo 2008-II

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT. overeenkomstig artikel 294, lid 6, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, namens de secretarisgeneraal van de Europese Commissie

Voorstel voor een RICHTLIJN VAN DE RAAD

$FFLMQV&RPPLVVLHVWHOWKDUPRQLVDWLHYDQEHODVWLQJ RSGLHVHOYRRUEHURHSVYHUYRHUYRRU

Tweede Kamer der Staten-Generaal

ENERGIEPRIORITEITEN VOOR EUROPA

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD. van [...]

Factsheet 1 WAAROM EEN INVESTERINGSPLAN VOOR DE EU?

vooruitgang met financieringsinstrumenten vanuit ESI-fondsen Het Cohesie Fonds Financieringsinstrumenten

SAMENVATTING REEKS MILIEUVRAAGSTUKKEN NR. 1. MILIEUHEFFINGEN Invoering en milieu-effectiviteit

RICHTLIJN VAN DE RAAD van 29 juli 1991 betreffende de ontwikkeling van de spoorwegen in de Gemeenschap (91/440/EEG) (PB L 237 van , blz.

NOTA "A"-PUNT het Comité van permanente vertegenwoordigers

ADMINISTRATIEVE OVEREENKOMST BETREFFENDE EEN SAMENWERKINGSKADER TUSSEN. het secretariaat van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart

BIJLAGEN. bij het VERSLAG VAN DE COMMISSIE

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT. overeenkomstig artikel 294, lid 6, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

IenM begroting 2015: inzetten op betere verbindingen in een schonere leefomgeving

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Commissie interne markt en consumentenbescherming. van de Commissie interne markt en consumentenbescherming

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

Praktische opdracht Aardrijkskunde Betuweroute

Reconnecting Rotterdam Port Samenvatting

Kunstlaan 47-49, 1000 BRUSSEL Eric AERDEN Vooruitgangsstraat 56, 1210 BRUSSEL T GSM Persbericht

STAND VAN ZAKEN EURO PLUS-PACT

gezien de mededeling van de Commissie (COM(2002) 431 C5-0573/2002),

Economie, innovatie en duurzaamheid zijn van

Eindexamen economie 1-2 vwo 2005-II

Commissie industrie, onderzoek en energie. van de Commissie industrie, onderzoek en energie

EUROPEES PARLEMENT. Commissie interne markt en consumentenbescherming. Commissie interne markt en consumentenbescherming

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT. overeenkomstig artikel 294, lid 6, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

WAAR WIJ VOOR STAAN. Socialisten & Democraten in het Europees Parlement. Fractie van de Progressieve Alliantie van

Workshop Afstemmen van ruimte en mobiliteit 23/11/15. Technologische innovatie

Een simpel en robuust spoorsysteem. Naar een koersvaste ontwikkeling op het spoor

INSCHATTING VAN DE IMPACT VAN DE KILOMETERHEFFING VOOR VRACHTVERVOER OP DE VOEDINGSINDUSTRIE. Studie in opdracht van Fevia

Commissie werkgelegenheid en sociale zaken. van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken. aan de Commissie vervoer en toerisme

Prioriteiten op energiegebied voor Europa Presentatie door de heer J.M. Barroso,

MODULE I EUROPA: NOOIT MEER OORLOG!

VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

TRANS-EUROPESE NETWERKEN RICHTSNOEREN

Wat wordt de Randstad er beter van?

Geachte commissarissen, leden van het Europees Parlement, collega s,

Commissie publiceert Groenboek over aanvullende pensioenen in de interne markt

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN MEDEDELING AAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN AAN DE RAAD

EVALUATIE VAN DE AANGENOMEN PARTNERSCHAPSOVEREENKOMSTEN

NAAR EEN EUROPA VOOR ALLE LEEFTIJDEN

12722/01 HD/nj DG G NL

Samenvatting Tabel 1 Kwalitatieve typering van de varianten

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN

Het Europees Milieuagentschap

Een blik op het toekomstige Europese vervoerbeleid van de EU met inachtneming van het taxibeleid

BIJLAGE. bij MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S

1. Algemene gegevens a) Titel voorstel De internemarktagenda voor banen, groei en investeringen uitvoeren

WERKDOCUMENT VAN DE DIENSTEN VAN DE COMMISSIE SAMENVATTING VAN DE EFFECTBEOORDELING. bij

EUROPESE UNIE HET EUROPEES PARLEMENT

bron : Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen PB C 259 van 18/08/98

Procedure voor de benoeming van de leden van het CvdR. De procedures in de verschillende lidstaten

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 21 november 2012 (27.11) (OR. en) 16320/12 ENFOCUSTOM 127 COSI 117

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT. overeenkomstig artikel 294, lid 6, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

AEG deel 3 Naam:. Klas:.

HET SCHENGEN-ACQUIS EN DE INTEGRATIE ERVAN IN DE UNIE

verkeer veilige veiligheid verbindingen BIJLAGE 6: TAG CLOUDS MOBILITEIT staat stad stiptheid stress tijd tram trein treinen uur veilig

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een RICHTLIJN VAN DE RAAD

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 15 januari 2002 (OR. en) 14759/01 JEUN 67 SOC 510

EUROPEES PARLEMENT WERKDOCUMENT. Commissie cultuur en onderwijs

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 28 mei 2004 (03.06) (OR. en) 9919/04. Interinstitutioneel dossier: 2004/0109 (COD) 2004/0110 (COD)

Fiche 4: Mededeling Normalisatiepakket Europese normen voor de 21e eeuw

Fijn stof in Vlaanderen; gezondheidseffecten, oorsprong en reductiemaatregelen

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Hieronder vindt u een samenvatting van de onderwerpen van de Transportraad van 6 oktober 2011.

Samenvatting van de partnerschapsovereenkomst voor Nederland,

VERSLAG VAN DE COMMISSIE

De nieuwe energie-efficiëntierichtlijn - Uitdagingen & oplossingen -

Een eenvoudig, robuust en duurzaam spoorsysteem. Jan Koning, 6 november 2013, KIVI NIRIA Jaarcongres, TU Eindhoven

WAAROM IS FRANKRIJK AANTREKKELIJK VOOR NEDERLANDSE INVESTEERDERS?

BESCHIKKING van het Comité van Ministers van de Benelux Economische Unie met betrekking tot het grensoverschrijdend spoedeisend ambulancevervoer

EUROPESE U IE HET EUROPEES PARLEME T

München. Gewestelijk mobilteitsplan -Dec. 2017

Raad van de Europese Unie Brussel, 2 maart 2015 (OR. en)

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG

Transcriptie:

7 14 12 KO-33-00-009-NL-C WITBOEK Het Europese vervoersbeleid tot het jaar 2010: tijd om te kiezen WITBOEK Het Europese vervoersbeleid tot het jaar 2010: tijd om te kiezen BUREAU VOOR OFFICIËLE PUBLICATIES DER EUROPESE GEMEENSCHAPPEN L-2985 Luxembourg ISBN 92-894-0344-6 9 789289 403443 EUROPESE COMMISSIE

Venta Salg Verkauf Pvlèseiw Sales Vente Vendita Verkoop Venda Myynti Försäljning http://eur-op.eu.int/general/en/s-ad.htm BELGIQUE/BELGIË Jean De Lannoy Avenue du Roi 202/Koningslaan 202 B-1190 Bruxelles/Brussel Tél. (32-2) 538 43 08 Fax (32-2) 538 08 41 E-mail: jean.de.lannoy@infoboard.be URL: http://www.jean-de-lannoy.be La librairie européenne/ De Europese Boekhandel Rue de la Loi 244/Wetstraat 244 B-1040 Bruxelles/Brussel Tél. (32-2) 295 26 39 Fax (32-2) 735 08 60 E-mail: mail@libeurop.be URL: http://www.libeurop.be Moniteur belge/belgisch Staatsblad Rue de Louvain 40-42/Leuvenseweg 40-42 B-1000 Bruxelles/Brussel Tél. (32-2) 552 22 11 Fax (32-2) 511 01 84 E-mail: eusales@just.fgov.be DANMARK J. H. Schultz Information A/S Herstedvang 12 DK-2620 Albertslund Tlf. (45) 43 63 23 00 Fax (45) 43 63 19 69 E-mail: schultz@schultz.dk URL: http://www.schultz.dk DEUTSCHLAND Bundesanzeiger Verlag GmbH Vertriebsabteilung Amsterdamer Straße 192 D-50735 Köln Tel. (49-221) 97 66 80 Fax (49-221) 97 66 82 78 E-Mail: vertrieb@bundesanzeiger.de URL: http://www.bundesanzeiger.de ELLADA/GREECE G. C. Eleftheroudakis SA International Bookstore Panepistimiou 17 GR-10564 Athina Tel. (30-1) 331 41 80/1/2/3/4/5 Fax (30-1) 323 98 21 E-mail: elebooks@netor.gr URL: elebooks@hellasnet.gr ESPAÑA Boletín Oficial del Estado Trafalgar, 27 E-28071 Madrid Tel. (34) 915 38 21 11 (libros) Tel. (34) 913 84 17 15 (suscripción) Fax (34) 915 38 21 21 (libros), Fax (34) 913 84 17 14 (suscripción) E-mail: clientes@com.boe.es URL: http://www.boe.es Mundi Prensa Libros, SA Castelló, 37 E-28001 Madrid Tel. (34) 914 36 37 00 Fax (34) 915 75 39 98 E-mail: libreria@mundiprensa.es URL: http://www.mundiprensa.com FRANCE Journal officiel Service des publications des CE 26, rue Desaix F-75727 Paris Cedex 15 Tél. (33) 140 58 77 31 Fax (33) 140 58 77 00 E-mail: europublications@journal-officiel.gouv.fr URL: http://www.journal-officiel.gouv.fr IRELAND Alan Hanna s Bookshop 270 Lower Rathmines Road Dublin 6 Tel. (353-1) 496 73 98 Fax (353-1) 496 02 28 E-mail: hannas@iol.ie ITALIA Licosa SpA Via Duca di Calabria, 1/1 Casella postale 552 I-50125 Firenze Tel. (39) 055 64 83 1 Fax (39) 055 64 12 57 E-mail: licosa@licosa.com URL: http://www.licosa.com LUXEMBOURG Messageries du livre SARL 5, rue Raiffeisen L-2411 Luxembourg Tél. (352) 40 10 20 Fax (352) 49 06 61 E-mail: mail@mdl.lu URL: http://www.mdl.lu NEDERLAND SDU Servicecentrum Uitgevers Christoffel Plantijnstraat 2 Postbus 20014 2500 EA Den Haag Tel. (31-70) 378 98 80 Fax (31-70) 378 97 83 E-mail: sdu@sdu.nl URL: http://www.sdu.nl ÖSTERREICH Manz sche Verlags- und Universitätsbuchhandlung GmbH Kohlmarkt 16 A-1014 Wien Tel. (43-1) 53 16 11 00 Fax (43-1) 53 16 11 67 E-Mail: manz@schwinge.at URL: http://www.manz.at PORTUGAL Distribuidora de Livros Bertrand Ld.ª Grupo Bertrand, SA Rua das Terras dos Vales, 4-A Apartado 60037 P-2700 Amadora Tel. (351) 214 95 87 87 Fax (351) 214 96 02 55 E-mail: dlb@ip.pt Imprensa Nacional-Casa da Moeda, SA Sector de Publicações Oficiais Rua da Escola Politécnica, 135 P-1250-100 Lisboa Codex Tel. (351) 213 94 57 00 Fax (351) 213 94 57 50 E-mail: spoce@incm.pt URL: http://www.incm.pt SUOMI/FINLAND Akateeminen Kirjakauppa/ Akademiska Bokhandeln Keskuskatu 1/Centralgatan 1 PL/PB 128 FIN-00101 Helsinki/Helsingfors P./tfn (358-9) 121 44 18 F./fax (358-9) 121 44 35 Sähköposti: sps@akateeminen.com URL: http://www.akateeminen.com SVERIGE BTJ AB Traktorvägen 11-13 S-221 82 Lund Tlf. (46-46) 18 00 00 Fax (46-46) 30 79 47 E-post: btjeu-pub@btj.se URL: http://www.btj.se UNITED KINGDOM The Stationery Office Ltd Customer Services PO Box 29 Norwich NR3 1GN Tel. (44) 870 60 05-522 Fax (44) 870 60 05-533 E-mail: book.orders@theso.co.uk URL: http://www.itsofficial.net ÍSLAND Bokabud Larusar Blöndal Skólavördustig, 2 IS-101 Reykjavik Tel. (354) 552 55 40 Fax (354) 552 55 60 E-mail: bokabud@simnet.is NORGE Swets Blackwell AS Østenjoveien 18 Boks 6512 Etterstad N-0606 Oslo Tel. (47) 22 97 45 00 Fax (47) 22 97 45 45 E-mail: info@no.swetsblackwell.com SCHWEIZ/SUISSE/SVIZZERA Euro Info Center Schweiz c/o OSEC Stampfenbachstraße 85 PF 492 CH-8035 Zürich Tel. (41-1) 365 53 15 Fax (41-1) 365 54 11 E-mail: eics@osec.ch URL: http://www.osec.ch/eics B@LGARIJA Europress Euromedia Ltd 59, blvd Vitosha BG-1000 Sofia Tel. (359-2) 980 37 66 Fax (359-2) 980 42 30 E-mail: Milena@mbox.cit.bg URL: http://www.europress.bg ESKÁ REPUBLIKA ÚVIS odd. Publikaci Havelkova 22 CZ-130 00 Praha 3 Tel. (420-2) 22 72 07 34 Fax (420-2) 22 71 57 38 URL: http://www.uvis.cz CYPRUS Cyprus Chamber of Commerce and Industry PO Box 21455 CY-1509 Nicosia Tel. (357-2) 88 97 52 Fax (357-2) 66 10 44 E-mail: demetrap@ccci.org.cy EESTI Eesti Kaubandus-Tööstuskoda (Estonian Chamber of Commerce and Industry) Toom-Kooli 17 EE-10130 Tallinn Tel. (372) 646 02 44 Fax (372) 646 02 45 E-mail: einfo@koda.ee URL: http://www.koda.ee HRVATSKA Mediatrade Ltd Pavla Hatza 1 HR-10000 Zagreb Tel. (385-1) 481 94 11 Fax (385-1) 481 94 11 MAGYARORSZÁG Euro Info Service Szt. István krt.12 II emelet 1/A PO Box 1039 H-1137 Budapest Tel. (36-1) 329 21 70 Fax (36-1) 349 20 53 E-mail: euroinfo@euroinfo.hu URL: http://www.euroinfo.hu MALTA Miller Distributors Ltd Malta International Airport PO Box 25 Luqa LQA 05 Tel. (356) 66 44 88 Fax (356) 67 67 99 E-mail: gwirth@usa.net POLSKA Ars Polona Krakowskie Przedmiescie 7 Skr. pocztowa 1001 PL-00-950 Warszawa Tel. (48-22) 826 12 01 Fax (48-22) 826 62 40 E-mail: books119@arspolona.com.pl ROMÂNIA Euromedia Str.Dionisie Lupu nr. 65, sector 1 RO-70184 Bucuresti Tel. (40-1) 315 44 03 Fax (40-1) 312 96 46 E-mail: euromedia@mailcity.com SLOVAKIA Centrum VTI SR Nám. Slobody, 19 SK-81223 Bratislava Tel. (421-7) 54 41 83 64 Fax (421-7) 54 41 83 64 E-mail: europ@tbb1.sltk.stuba.sk URL: http://www.sltk.stuba.sk SLOVENIJA Gospodarski Vestnik Dunajska cesta 5 SLO-1000 Ljubljana Tel. (386) 613 09 16 40 Fax (386) 613 09 16 45 E-mail: europ@gvestnik.si URL: http://www.gvestnik.si TÜRKIYE Dünya Infotel AS 100, Yil Mahallessi 34440 TR-80050 Bagcilar-Istanbul Tel. (90-212) 629 46 89 Fax (90-212) 629 46 27 E-mail: infotel@dunya-gazete.com.tr ARGENTINA World Publications SA Av. Cordoba 1877 C1120 AAA Buenos Aires Tel. (54-11) 48 15 81 56 Fax (54-11) 48 15 81 56 E-mail: wpbooks@infovia.com.ar URL: http://www.wpbooks.com.ar AUSTRALIA Hunter Publications PO Box 404 Abbotsford, Victoria 3067 Tel. (61-3) 94 17 53 61 Fax (61-3) 94 19 71 54 E-mail: jpdavies@ozemail.com.au BRESIL Livraria Camões Rua Bittencourt da Silva, 12 C CEP 20043-900 Rio de Janeiro Tel. (55-21) 262 47 76 Fax (55-21) 262 47 76 E-mail: livraria.camoes@incm.com.br URL: http://www.incm.com.br CANADA Les éditions La Liberté Inc. 3020, chemin Sainte-Foy Sainte-Foy, Québec G1X 3V6 Tel. (1-418) 658 37 63 Fax (1-800) 567 54 49 E-mail: liberte@mediom.qc.ca Renouf Publishing Co. Ltd 5369 Chemin Canotek Road, Unit 1 Ottawa, Ontario K1J 9J3 Tel. (1-613) 745 26 65 Fax (1-613) 745 76 60 E-mail: order.dept@renoufbooks.com URL: http://www.renoufbooks.com EGYPT The Middle East Observer 41 Sherif Street Cairo Tel. (20-2) 392 69 19 Fax (20-2) 393 97 32 E-mail: inquiry@meobserver.com URL: http://www.meobserver.com.eg INDIA EBIC India 3rd Floor, Y. B. Chavan Centre Gen. J. Bhosale Marg. Mumbai 400 021 Tel. (91-22) 282 60 64 Fax (91-22) 285 45 64 E-mail: ebicindia@vsnl.com URL: http://www.ebicindia.com JAPAN PSI-Japan Asahi Sanbancho Plaza #206 7-1 Sanbancho, Chiyoda-ku Tokyo 102 Tel. (81-3) 32 34 69 21 Fax (81-3) 32 34 69 15 E-mail: books@psi-japan.co.jp URL: http://www.psi-japan.co.jp MALAYSIA EBIC Malaysia Suite 45.02, Level 45 Plaza MBf (Letter Box 45) 8 Jalan Yap Kwan Seng 50450 Kuala Lumpur Tel. (60-3) 21 62 92 98 Fax (60-3) 21 62 61 98 E-mail: ebic@tm.net.my MÉXICO Mundi Prensa México, SA de CV Río Pánuco, 141 Colonia Cuauhtémoc MX-06500 México, DF Tel. (52-5) 533 56 58 Fax (52-5) 514 67 99 E-mail: 101545.2361@compuserve.com PHILIPPINES EBIC Philippines 19th Floor, PS Bank Tower Sen. Gil J. Puyat Ave. cor. Tindalo St. Makati City Metro Manilla Tel. (63-2) 759 66 80 Fax (63-2) 759 66 90 E-mail: eccpcom@globe.com.ph URL: http://www.eccp.com SOUTH AFRICA Eurochamber of Commerce in South Africa PO Box 781738 2146 Sandton Tel. (27-11) 884 39 52 Fax (27-11) 883 55 73 E-mail: info@eurochamber.co.za SOUTH KOREA The European Union Chamber of Commerce in Korea 5th FI, The Shilla Hotel 202, Jangchung-dong 2 Ga, Chung-ku Seoul 100-392 Tel. (82-2) 22 53-5631/4 Fax (82-2) 22 53-5635/6 E-mail: eucck@eucck.org URL: http://www.eucck.org SRI LANKA EBIC Sri Lanka Trans Asia Hotel 115 Sir Chittampalam A. Gardiner Mawatha Colombo 2 Tel. (94-1) 074 71 50 78 Fax (94-1) 44 87 79 E-mail: ebicsl@slnet.ik UNITED STATES OF AMERICA Bernan Associates 4611-F Assembly Drive Lanham MD 20706-4391 Tel. (1-800) 274 44 47 (toll free telephone) Fax (1-800) 865 34 50 (toll free fax) E-mail: query@bernan.com URL: http://www.bernan.com ANDERE LÄNDER/OTHER COUNTRIES/ AUTRES PAYS Bitte wenden Sie sich an ein Büro Ihrer Wahl/Please contact the sales office of your choice/veuillez vous adresser au bureau de vente de votre choix Office for Official Publications of the European Communities 2, rue Mercier L-2985 Luxembourg Tel. (352) 29 29-42455 Fax (352) 29 29-42758 E-mail: info-info-opoce@cec.eu.int URL: http://eur-op.eu.int 1/2001

WITBOEK Het Europese vervoersbeleid tot het jaar 2010: tijd om te kiezen EUROPESE COMMISSIE

Meer gegevens over de Europese Unie vindt u op Internet via de Europaserver (http://europa.eu.int). Bibliografische gegevens bevinden zich aan het einde van deze publicatie. Luxemburg: Bureau voor officiële publicaties der Europese Gemeenschappen, 2001 ISBN 92-894-0344-6 Europese Gemeenschappen, 2001 Overneming met bronvermelding toegestaan. Printed in Italy

HET EUROPESE VERVOERSBELEID VOORWOORD H et vervoer is van vitaal belang voor het concurrentievermogen van onze economie, alsook voor het handelsverkeer en de economische en culturele contacten. Deze economische sector vertegenwoordigt een waarde van ongeveer 1000 miljard euro, hetgeen neerkomt op ongeveer 10 % van het bruto binnenlands product van de Unie, en biedt werk aan 10 miljoen mensen. Het vervoer helpt ook de Europese burgers nader tot elkaar te brengen en het vervoersbeleid is een van de hoekstenen van de Europese eenwording. Er komen echter steeds meer signalen dat de machine vastloopt. De congestie, milieuhinder en ongevallen die met het vervoer gepaard gaan worden met de dag erger en zijn een last voor zowel de gebruikers als de economie. Indien niets wordt ondernomen zullen de verliezen door congestie alleen in 2010 oplopen tot 1 % van het bruto binnenlands product van de Unie, maar paradoxaal genoeg blijven de verbindingen tussen de perifere regio s en de centrale markten slecht. Europa moet nu eindelijk een radicaal andere koers inslaan met het gemeenschappelijk vervoersbeleid. Het moment is gekomen voor nieuwe beleidsdoelstellingen: een duurzaam herstel van het evenwicht in de verdeling over de vervoersmodaliteiten, ontwikkeling van het intermodaal vervoer, slagvaardige bestrijding van congestie en het treffen van fundamentele maatregelen die in het teken staan van veiligheid en kwaliteit van de dienstverlening, zij het met handhaving van het recht op mobiliteit. Een van de kernpunten is de vaststelling van gemeenschappelijke principes voor een rechtvaardiger systeem van heffingen ten laste van de verschillende vervoersmodaliteiten. Dit nieuwe kader voor de inning van heffingen zou ertoe moeten bijdragen dat gebruik wordt gemaakt van de minst vervuilende modaliteiten of de netwerken die het minst last hebben van congestie en zou tevens de weg moeten vrijmaken voor nieuwe financieringsvormen ten behoeve van de infrastructuur. Het op 12 september 2001 door de Europese Commissie goedgekeurde witboek over het vervoer geeft een onopgesmukt beeld van de huidige vervoerssituatie en omvat een ambitieus actieprogramma van een zestigtal in de periode tot 2010 uit te voeren maatregelen. Dit witboek is echter slechts een eerste stap en aanpassing van het vervoersbeleid is slechts een deel van het antwoord. Voor een succesvolle afloop zijn ook aanvullende maatregelen vereist op andere gebieden zoals het begrotingsbeleid, het industriebeleid, ruimtelijke ordening, het sociale beleid en aanpassing van de werktijden. Loyola de Palacio 2 3

HET EUROPESE VERVOERSBELEID INHOUDSOPGAVE HOOFDLIJNEN VAN HET WITBOEK 11 Deel 1 Naar een nieuw evenwicht tussen vervoersmodaliteiten 25 I GEREGULEERDE CONCURRENTIE 26 A. Verhoging van de kwaliteit van het wegtransport 26 1. Noodzakelijke herstructurering 27 2. Te ontwikkelen regelgeving 28 3. Verscherping van controles en sancties 29 B. Impuls voor het spoor 30 1. Integratie van het railvervoer in de interne markt 30 2. Optimalisering van het gebruik van de infrastructuur 36 3. Modernisering van diensten 37 C. Beheersing van de groei van de luchtvaart 40 1. Bestrijding van de verzadiging van het luchtruim 40 2. Aanpassing van de capaciteit van luchthavens en het gebruik daarvan 42 3. Een groeiende luchtvaart binnen aanvaardbare milieugrenzen 44 4. Handhaving van het veiligheidsniveau 45 II GEZAMENLIJKE TOEKOMST VOOR DE VERSCHILLENDE VERVOERSMODALITEITEN 46 A. Aansluiting van zee, vaarwegen en spoor 46 1. Ontwikkeling van snelwegen op zee 47 2. Aanbieden van vernieuwende diensten 51 B. Ondersteuning bij het opzetten van gecombineerd vervoer: het nieuwe Marco Polo-programma 52 C. Tot stand brengen van gunstige technische omstandigheden 53 1. Bevorderen van de komst van planners voor geïntegreerd vrachtvervoer 53 2. Standaardiseren van containers en wissellaadbakken 54 Deel 2 Knelpunten opheffen 55 I HOOFDVERBINDINGEN ONTLASTEN 57 A. Naar multimodale corridors met voorrang voor goederenverkeer 57 B. Netwerk voor snel reizigersvervoer 58 C. Verbetering van verkeersomstandigheden 59 D. Grote infrastructuurprojecten 60 1. Voltooien van de verbindingen door de Alpen 60 2. Bevorderen van de doorstroming door de Pyreneeën 61 4 5

3. Nieuwe voorrangsprojecten starten 62 4. Vergroting van de veiligheid in tunnels 63 II DE FINANCIËLE PUZZEL 63 A. Beperkte publieke budgetten 66 B. Geruststellen van particuliere investeerders 67 C. Een vernieuwende weg: gecombineerde publieke en private financiering 67 Deel 3 De reiziger centraal in het vervoersbeleid 73 I ONVEILIGHEID IN HET VERKEER 73 A. Dag in dag uit doden: 40 000 verkeersslachtoffers per jaar 74 B. Halvering van het aantal verkeersdoden 75 1. Harmonisatie van sancties 75 2. Nieuwe technologie ten dienste van de verkeersveiligheid 77 II DE ECHTE KOSTEN VOOR DE GEBRUIKER 80 A. Naar geleidelijke invoering van heffingen op het gebruik van infrastructuurvoorzieningen 81 1. Een prijsopbouw die een afspiegeling is van de kosten voor de gemeenschap 81 2. Lappendeken van voorschriften 83 3. Noodzakelijk communautair kader 85 B. Noodzakelijke harmonisatie van belastingen op brandstoffen 86 III VERVOER MET EEN MENSELIJK GEZICHT 88 A. Intermodaal personenvervoer 88 1. Ontwikkeling van geïntegreerde plaatskaartsystemen 88 2. Denken aan bagage 89 3. Reisonderbrekingen voorkomen 89 B. Rechten en plichten van reizigers 90 1. Rechten van gebruikers 90 2. Plichten van gebruikers 91 3. Hoogwaardige openbare dienstverlening 91 IV RATIONALISATIE VAN HET STADSVERVOER 93 A. Diversificatie van energiebronnen voor het vervoer 94 1. Opstellen van een nieuw wettelijk kader voor alternatieve brandstoffen 94 2. Stimuleren van de vraag door experimenten 95 B. Bekendmaken van goede praktijkvoorbeelden 96 Deel 4 Beheersing van de mondialisering van het vervoer 99 I ANDERE INZET DOOR UITBREIDING 99 A. De uitdaging van de infrastructuur 100 B. De kansen van een ontwikkeld spoorwegnet 101 C. Een nieuwe dimensie voor de veiligheid op zee 102 II HET UITGEBREIDE EUROPA OP DE WERELDKAART ZETTEN 105 A. Eén stem voor de Europese Unie in internationale organisaties 105 B. Noodzakelijke buitenlandse dimensie voor de luchtvaart 106 C. Noodzakelijk wereldomspannend programma: Galileo 107

HET EUROPESE VERVOERSBELEID Conclusies Tijd om te kiezen 111 Bijlagen 113 Bijlage I Actieprogramma 115 Bijlagen II IV 121 6 7

HET EUROPESE VERVOERSBELEID LIJST VAN TABELLEN EN GRAFIEKEN Tabel 1 Toegestane maximumsnelheden en maximale alcoholpromillages in de Unie 77 Tabel 2 Externe kosten en kosten voor infrastructuur (in euro) voor een rit van 100 km met een vrachtauto op een rustige autosnelweg 82 Tabel 3 Kosten en lasten (in euro) voor een rit van 100 km met een vrachtauto op een rustige autosnelweg met tolheffing 82 Grafiek 1 Reizigersvervoer: evolutie van het verkeer per vervoersvorm, EU-15 (1970-1999) 25 Grafiek 2 Goederenvervoer: evolutie van het verkeer per vervoersvorm, EU-15 (1970-1999) 26 Grafiek 3 Containerschepen en konvooien 50 Grafiek 4 Evolutie van het verkeer tussen Madrid en Sevilla 59 Grafiek 5 Vermindering van de vervuiling door het wegverkeer als resultaat van het Auto-oilprogramma 95 Grafiek 6 Kosten per kilometer van het internationale goederenvervoer over de weg (1998) 102 8 9

LIJST VAN KAARTEN Kaart van de belangrijkste elektrificatiesystemen bij de Europese spoorwegen 35 Kaart van het trans-europese spoorwegnetwerk voor goederenvervoer 38 Kaart van de belangrijkste Europese goederenhavens 48 Kaart van het Europese netwerk van vaarwegen 49 Kaart van de in 1996 vastgestelde specifieke projecten (de zogenoemde lijst van Essen) 64 Kaart van de potentiële specifieke projecten 65

HET EUROPESE VERVOERSBELEID HOOFDLIJNEN VAN HET WITBOEK H et vervoer is van wezenlijk belang voor het functioneren van moderne economieën en heeft te maken met een permanente tegenstelling tussen een samenleving met een steeds grotere vraag naar mobiliteit en een publieke opinie die steeds meer moeite heeft met de voortdurende vertragingen en de middelmatige prestaties van een aantal diensten. Bij een nog steeds toenemende vervoersvraag kan het antwoord van de Gemeenschap niet alleen bestaan uit het aanleggen van nieuwe infrastructuur en de openstelling van markten. De noodzaak van uitbreiding van de Unie enerzijds en duurzame ontwikkeling anderzijds, zoals omschreven in de conclusies van de Europese Raad van Göteborg vereist optimalisatie van de vervoerssector. Een modern vervoerssysteem moet duurzaam zijn vanuit economisch, sociaal en milieuoogpunt. Bij het uitzetten van lijnen voor de toekomst van deze sector moet men zich bewust zijn van zijn belang voor de economie. In totaal gaat er circa 1 000 miljard euro in om, en dat is meer dan 10 % van het bruto binnenlands product. Er werken meer dan 10 miljoen mensen. Over de maatschappelijke kosten voor infrastructuur en technologie die voor deze sector worden gemaakt, mogen geen misverstanden bestaan. Met name vanwege de hoogte van de investeringen in het vervoer en hun sleutelrol in de economische groei hebben de ondertekenaars van het Verdrag van Rome de invoering voorzien van een gemeenschappelijk vervoersbeleid met specifieke voorschriften. I De tegenstrijdige balans van het gemeenschappelijke vervoersbeleid Jarenlang kon of wilde de Gemeenschap geen uitvoering geven aan het gemeenschappelijk vervoersbeleid dat was omschreven in het Verdrag van Rome. De Raad van ministers was bijna dertig jaar lang niet in staat om de voorstellen van de Commissie te vertalen in concrete maatregelen. Uiteindelijk constateerde het Hof van Justitie in 1985 dat de Raad tekort was geschoten, waarna de lidstaten instemden met wetgeving door de Gemeenschap. Later versterkte het Verdrag van Maastricht de politieke, institutionele en budgettaire grondslagen van het vervoersbeleid. Enerzijds konden besluiten voortaan in principe met een gekwalificeerde meerderheid worden genomen, en was er geen unanimiteit meer nodig, hoewel dat in de praktijk nog wel het geval is bij de instanties van de Raad van ministers. Door zijn medebeslissingsrecht is het Europees Parlement een onmisbare schakel in de besluitvorming. Dat bleek in december 2000 bij het historische besluit om de markt voor het goederenvervoer per spoor in 2008 geheel open te stellen. Anderzijds werd in het Verdrag van Maastricht het concept van het trans-europese netwerk ingevoerd, waardoor een structuurschema kon worden ontwikkeld voor een Europese vervoersinfrastructuur met financiële steun van de Gemeenschap. Op basis van het bovenstaande werd het eerste witboek van de Commissie over de toekomstige ontwikkeling van het gemeenschappelijke vervoersbeleid in december 1992 gepubliceerd. Het belangrijkste thema van dit document was de openstelling van de vervoersmarkt. In een tijdsbestek van circa tien jaar is deze doelstelling in grote lijnen gerealiseerd, behalve in de spoorwegsector. Tegenwoordig hoeft een vrachtauto na een rit naar het buitenland niet meer leeg terug te rijden. Hij kan ook buiten zijn eigen lidstaat goederen laden en vervoeren. De vrije verrichting van vervoersdiensten over de weg is realiteit geworden. De luchtvaart is 10 11

opengesteld voor concurrentie, die niet meer ter discussie staat, ook omdat deze openstelling gepaard ging met het hoogste veiligheidsniveau ter wereld. Deze openstelling is met name ten goede gekomen aan de industrie en vormt de verklaring voor het feit dat het verkeer in Europa sterker is gegroeid dan de economie. De eerste beslissende stap vooruit van het gemeenschappelijke vervoersbeleid kreeg concreet gestalte in de vorm van een aanzienlijke daling van de consumentenprijzen, die samenging met een betere dienstverlening en een uitbreiding van de keuzemogelijkheden. Dat had uiteindelijk zelfs gevolgen voor de levenswijze en het consumptiepatroon van de Europese burgers. De persoonlijke mobiliteit nam toe van 17 kilometer per dag in 1970 tot 35 kilometer in 1998, en wordt beschouwd als een verworvenheid of zelfs als een recht. In de tweede plaats werden dankzij dit beleid op basis van de resultaten van kaderprogramma s voor onderzoek de modernste technieken ontwikkeld in een Europees kader van interoperabiliteit. De projecten die eind jaren tachtig van start gingen, werpen momenteel hun vruchten af, hetgeen wordt gesymboliseerd door de totstandkoming van een trans-europees netwerk van hogesnelheidstreinen en de start van het satellietnavigatieprogramma Galileo. Helaas gingen de moderne technieken en infrastructuurvoorzieningen niet altijd gepaard met een modernisering van het management van met name spoorwegmaatschappijen. Hoewel de vervoersmarkten in de afgelopen tien jaar met succes zijn opengesteld, mag niet worden vergeten dat de totstandkoming van de interne markt op gespannen voet staat met concurrentievervalsing door een gebrek aan fiscale en sociale harmonisatie. Het ontbreken van een harmonieuze ontwikkeling van het gemeenschappelijke vervoersbeleid verklaart waarom het Europese vervoerssysteem momenteel kampt met een aantal grote problemen, te weten: de ongelijke groei van de verschillende vervoersmodaliteiten. Hoewel hieruit blijkt dat sommige vervoersmodaliteiten zich beter aanpassen aan de eisen van de moderne economie, betekent het ook dat er met name in het wegtransport in de vervoerprijzen onvoldoende rekening wordt gehouden met alle externe kosten en dat sociale wetgeving en veiligheidsvoorschriften onvoldoende worden nageleefd. Het gevolg hiervan is dat het wegtransport op dit moment 44 % van het totale goederenvervoer voor zijn rekening neemt, tegen 41 % voor de scheepvaart over korte afstanden, 8 % voor het spoor en 4 % voor de binnenvaart. De weg heeft in het reizigersvervoer met een marktaandeel van 79 % een nog dominantere positie, terwijl de luchtvaart met een marktaandeel van 5 % de 6 % van het spoor nagenoeg heeft ingehaald; de congestie op een aantal hoofdroutes van de weg en het spoor, in steden of op luchthavens; de schadelijke effecten voor het milieu of de volksgezondheid, en uiteraard de zware last van de onveiligheid op de weg. II Congestie: gevolg van een gebrek aan evenwicht tussen vervoersmodaliteiten In de jaren negentig zagen we in Europa een toename van congestieverschijnselen in een aantal regio s en op een aantal routes; deze aanhoudende congestie vormt tegenwoordig een bedreiging voor het concurrentievermogen van de economie. Paradoxaal genoeg gaat deze congestie in het centrum gepaard met een te grote isolatie van perifere regio s, die in het kader van de verbetering van de territoriale samenhang van de Unie nog steeds een reële behoefte hebben aan betere verbindingen met de centrale markten. Om een bekende uitspraak over centralisering aan te halen: de Unie wordt bedreigd door verstikking in het centrum en verlamming aan de uiteinden. Deze verontrustende en waarschuwende constatering viel al te lezen in het witboek Groei, concurrentievermogen en werkgelegenheid uit 1993: Het is duidelijk dat files niet alleen de zenuwen op de proef stellen, maar dat zij ook de productiviteit in Europa nadelig beïnvloeden. Er bestaan knelpunten en ontbrekende schakels in de infrastructuur, evenals een gebrek aan interoperabiliteit tussen vervoersmodaliteiten en -systemen. De netwerken zijn de levensaders van de grote markt. Lacunes in die netwerken tasten de concurrentiepositie aan en ondermijnen de

HET EUROPESE VERVOERSBELEID mogelijkheden om nieuwe markten te creëren, hetgeen ertoe leidt dat er in Europa minder banen bij komen dan mogelijk is. Hoewel de congestie zich hoofdzakelijk voordoet in stedelijke gebieden, heeft ook het trans-europese vervoersnetwerk in toenemende mate te kampen met chronische congestie: op 7 500 kilometer weg, wat overeenkomt met 10 % van het wegennet, staan dagelijks files. 16 000 kilometer spoorweg kunnen worden beschouwd als knelpunten, en dat komt overeen met 20 % van het netwerk. Zestien vooraanstaande luchthavens in de Unie noteerden bij meer dan 30 % van hun vluchten vertragingen van meer dan een kwartier. Al deze vertragingen in de luchtvaart leiden tot een extra verbruik van 1,9 miljard liter kerosine, wat overeenkomt met circa 6 % van het totale jaarlijkse verbruik van dit type brandstof. Door de congestie ontstaat het ernstige gevaar van verslechtering van het concurrentievermogen van de Europese economie. Volgens de meest recente studie naar dit onderwerp vormen de externe kosten van de congestie ten gevolge van alleen het wegverkeer circa 0,5 % van het bruto binnenlands product van de Gemeenschap. De groeiverwachtingen voor het verkeer in de periode tot 2010 gaan bij ongewijzigd beleid uit van een significante toename van de congestie op de weg. De kosten van de congestie zullen daarbij met 142 % toenemen tot 80 miljard euro per jaar, hetgeen overeenkomt met circa 1 % van het BBP van de Gemeenschap. Deze chronische congestie is voor een deel te verklaren door het feit dat de gebruikers van het vervoer niet altijd en overal betalen voor de door hen gemaakte kosten. In de prijsopbouw zijn namelijk doorgaans niet alle kosten voor infrastructuur, congestie, milieuschade en ongevallen zichtbaar. Dit is ook het gevolg van een slechte organisatie van het Europese mobiliteitssysteem in combinatie met een niet optimaal gebruik van vervoermiddelen en nieuwe technologieën. De dichtslibbing van een aantal hoofdroutes houdt voor een deel verband met vertragingen bij de bouw van infrastructuurvoorzieningen in het trans-europese netwerk. In gebieden waar de verkeersstromen daarentegen te klein zijn om de infrastructuur rendabel te maken, zorgen deze zelfde vertragingen ervoor dat perifere en geïsoleerde regio s onvoldoende bereikbaar zijn. De Europese Raad van Essen heeft in 1994 een reeks grote voorrangsprojecten vastgesteld. Deze lijst is later aangevuld met door het Europees Parlement en de Raad goedgekeurde structuurschema s die in de Europese Unie als uitgangspunt dienen voor medefinanciering van het trans-europese vervoersnetwerk. Destijds werden de totale kosten daarvoor geschat op circa 400 miljoen euro. De methode voor ontwikkeling van een trans-europees netwerk die in het Verdrag van Maastricht werd ingevoerd, heeft nog niet al zijn vruchten afgeworpen. Slechts eenvijfde deel van de infrastructuurvoorzieningen uit de door de Raad en het Parlement vastgestelde communautaire beleidslijnen is gerealiseerd. Een aantal belangrijke projecten is voltooid, waaronder de luchthaven van Spata, de hogesnelheidstrein Brussel-Marseille of de gecombineerde brug/tunnel over de Øresund tussen Denemarken en Zweden. Te vaak werd echter bij de bouw van nationale delen van de netwerken volstaan met ze te bouwen naast de delen van buurlanden. Hierdoor kan hun trans-europese dimensie pas op middellange termijn gestalte krijgen. Nu de Unie binnenkort zal worden uitgebreid, rijst ook de vraag van de aansluiting op de prioritaire infrastructuurvoorzieningen die in de kandidaat-landen zijn aangegeven (de zogenoemde corridors ), waarvan de kosten in Agenda 2000 werden geraamd op bijna 100 miljard euro. Aan deze grote investeringsvraag kon niet worden voldaan door leningen op communautair niveau, zoals de Commissie in 1993 voorstelde. Het gebrek aan openbaar en privaat kapitaal moet worden opgeheven door innovatief beleid op het gebied van tarieven en financiering van infrastructuur. Publieke financiering moet selectiever zijn. Deze vorm van financiering moet worden ingezet voor de grote projecten die noodzakelijk zijn voor het versterken van de territoriale samenhang van de Unie en voor investeringen waarmee de capaciteit van infrastructuurvoorzieningen wordt geoptimaliseerd en wordt bijgedragen aan het opheffen van knelpunten. Het budget voor het trans-europese netwerk bedraagt maximaal circa 500 miljoen euro per jaar. In dit budget is altijd duidelijk voorrang gegeven aan het spoor. Wanneer we dit budget niet meerekenen, moet worden opgemerkt dat meer dan de helft van de structurele uitgaven voor vervoersinfrastructuur, inclusief het Cohesiefonds en de leningen van de Europese 12 13

Investeringsbank op verzoek van de lidstaten werd gebruikt voor de weg, en niet voor het spoor. Benadrukt moet echter worden dat de dichtheid van het autosnelwegennet in landen als Griekenland of Ierland in 1998 nog ver beneden het gemiddelde in de Gemeenschap lag. In de nieuwe context van duurzame ontwikkeling moeten deze medefinancieringen door de Gemeenschap worden heroverwogen, om voorrang te geven aan het spoor en de scheepvaart op zee en op de rivieren. III De toenemende vervoersvraag in de uitgebreide Europese Unie Een sterke economische groei, waardoor werkgelegenheid en welvaart ontstaan, is moeilijk voorstelbaar zonder een efficiënt vervoerssysteem waarmee optimaal kan worden geprofiteerd van de interne markt en het effect van de mondialisering van het handelsverkeer. Hoewel wij aan het begin van de 21e eeuw het tijdperk van de informatiemaatschappij en van de virtuele handel binnengaan, is de behoefte aan mobiliteit bepaald niet afgenomen. Dankzij Internet kan iedereen tegenwoordig met anderen communiceren en een product op afstand bestellen, maar ook nog net als vroeger ergens heen gaan om producten te bekijken en te kiezen, of om anderen te ontmoeten. Maar de informatietechnologie heeft ook laten zien dat zij in bepaalde gevallen de vraag naar fysiek vervoer kan doen afnemen door de mogelijkheden die zij biedt voor telewerken en teleservices. Twee factoren vormen de verklaring voor de nog steeds toenemende vervoersvraag. In het reizigersverkeer hebben we te maken met een spectaculaire groei van de autodichtheid. In dertig jaar tijd is het wagenpark verdrievoudigd. Het groeit met drie miljoen auto s per jaar. Waar de motorisatiegraad van huishoudens zich in de meeste landen van de Unie zal stabiliseren, ligt dat geheel anders in de kandidaat-landen, waar het bezit van een auto wordt beschouwd als een symbool van vrijheid. De uitgebreide Unie zal in de periode tot 2010 te maken hebben met een aanzienlijke uitbreiding van het wagenpark. In het goederenvervoer is de groei grotendeels het gevolg van veranderingen in de Europese economie en in zijn productiesysteem. In de afgelopen twintig jaar heeft een overgang plaatsgevonden van een voorraad -economie naar een economie van goederenstromen.dit verschijnsel wordt nog versterkt door de verplaatsing van een aantal industrieën met name voor goederen met hoge loonkosten die zoeken naar de laagste productiekosten, zelfs wanneer goederen worden geproduceerd op honderden of zelfs duizenden kilometers afstand van de plaats waar de eindassemblage plaatsvindt of waar zij aan de eindverbruiker worden geleverd. Het wegvallen van de grenzen binnen de Gemeenschap heeft bijgedragen aan de invoering van een just in time productiesysteem en een systeem van rijdende voorraden. Wanneer in de periode tot 2010 in de Unie van de vijftien lidstaten geen ingrijpende maatregelen worden genomen om de voordelen van elke vervoersvorm rationeler te gebruiken, zal de groei van alleen al het vrachtverkeer over de weg met bijna 50 % toenemen ten opzichte van 1998. Dat betekent dat de nu al overvolle doorgangsgebieden en -routes te maken zullen krijgen met een nog grotere verkeersdruk. De sterke economische groei die wordt verwacht in de kandidaatlanden en een betere ontsluiting van perifere regio s zullen met name in het wegtransport leiden tot groeiende vervoersstromen. In 1998 exporteerden de kandidaat-landen al meer dan twee keer het volume van 1990 en was hun import in vergelijking met dat jaar meer dan vervijfvoudigd. Hoewel de kandidaat-landen uit de periode van de planeconomie een vervoersorganisatie hebben geërfd waarin het spoor een vooraanstaande rol speelde, moet worden geconstateerd dat de verdeling over de vervoersmodaliteiten sinds de jaren negentig is verslechterd en dat er steeds meer over de weg wordt vervoerd. Het wegtransport is zo tussen 1990 en 1998 met 19,4 % gegroeid, terwijl tegelijkertijd het vervoer per spoor met 43,5 % afnam, hoewel het gemiddeld en dat is een geluk voor de uitgebreide Unie nog een veel groter marktaandeel heeft dan in de Gemeenschap. Bij drastisch ingrijpen in de verdeling over de diverse vervoersmodaliteiten als dat al mogelijk zou zijn zou het gevaar ontstaan van destabilisering van het gehele transportsysteem. Dat zou negatieve gevolgen hebben voor de economieën van de kandidaatlanden. De integratie van de vervoerssystemen van deze landen is in dit opzicht een enorme

HET EUROPESE VERVOERSBELEID uitdaging waarop de voorgestelde maatregelen een antwoord moeten bieden. IV De noodzakelijke integratie van het vervoer in de duurzame ontwikkeling Nu de Unie gaat uitbreiden moet de nieuwe eis van duurzame ontwikkeling een goed middel (om maar niet te zeggen een drukmiddel) worden om het gemeenschappelijke vervoersbeleid aan te passen. Dit doel is voor het eerst opgenomen in het Verdrag van Amsterdam en moet met name worden bereikt door de opname ( 1 ) van milieuoverwegingen in het beleid van de Gemeenschap. De Europese Raad van Göteborg heeft het nieuwe evenwicht tussen vervoersmodaliteiten een centrale plaats gegeven in de strategie voor duurzame ontwikkeling. Het is duidelijk dat deze ambitieuze doelstelling in de komende tien jaar niet volledig zal kunnen worden gerealiseerd. De maatregelen uit het witboek vormen echter een wezenlijke eerste stap op weg naar een duurzaam vervoerssysteem dat naar verwachting over 30 jaar zal zijn gerealiseerd. Zoals in november 2000 ook benadrukt door de Commissie in haar groenboek over de continuïteit van de energievoorziening, vormde het energieverbruik van het vervoer in 1998 28 % van de uitstoot van CO 2, het belangrijkste broeikasgas. Wanneer niets wordt gedaan om de groeitrend van het verkeer om te buigen, zal volgens de laatste schattingen de uitstoot van CO 2 ten gevolge van het vervoer in de periode 1990-2010 met circa 50 % toenemen tot 1,113 miljard ton, tegen 739 miljoen ton in 1990. Ook hier is het wegtransport de belangrijkste verantwoordelijke voor deze situatie, omdat het goed is voor 84 % van de uitstoot van CO 2 die aan het verkeer kan worden toegerekend. Het is algemeen bekend dat de verbrandingsmotor een laag energierendement heeft, vooral omdat ( 1 ) Dit proces is van start gegaan tijdens de Europese Raad van Cardiff van juni 1998, toen een aantal sectorraden het verzoek kreeg om concrete integratiestrategieën te gaan ontwikkelen. De Raad van ministers van Verkeer heeft zijn strategie in oktober 1999 nader uiteengezet en vijf sectoren aangegeven waarin maatregelen moesten worden genomen, te weten i) de toename van de uitstoot van CO 2 in het vervoer, ii) vervuilende uitstoot en de effecten daarvan op de gezondheid, iii) de verwachte groei van het vervoer, met name vanwege de uitbreiding, iv) de verdeling over vervoersmodaliteiten en de ontwikkeling daarvan en v) geluidsoverlast te gevolge van het vervoer. slechts een deel van de verbranding wordt gebruikt om het voertuig voort te bewegen. Vermindering van de afhankelijkheid van aardolie (deze bedraagt momenteel 98 %) door gebruik van alternatieve brandstoffen, en verbetering van het energierendement van de vervoersmodaliteiten zijn vanuit milieuoogpunt noodzakelijk en bovendien een uitdaging op technologisch gebied. In dit verband moeten de inspanningen die met name op het gebied van het wegtransport al zijn gedaan om de kwaliteit van de lucht te verbeteren en om geluidshinder tegen te gaan worden voortgezet, om het milieu te beschermen en de zorgen van de burgers weg te nemen zonder de concurrentiepositie van het vervoer en de economie aan te tasten. De uitbreiding zal aanzienlijke gevolgen hebben voor de mobiliteitsvraag. Dat betekent dat er nog meer zal moeten worden gedaan om de vervoersgroei geleidelijk los te koppelen van de economische groei en om te komen tot het door de Europese Raad van Göteborg gewenste nieuwe evenwicht tussen vervoersmodaliteiten. Een dergelijk nieuw evenwicht is er niet van de ene dag op de andere, des te meer omdat de ongewenste verschuiving naar het wegtransport al meer dan een halve eeuw valt waar te nemen en het spoor op dit moment met een marktaandeel van 8 % nog slechts een marginale rol speelt en internationale treinen in Europa met moeite een gemiddelde snelheid van 18 km/u halen. Een dergelijk bescheiden marktaandeel is overigens geen vanzelfsprekendheid in een moderne economie: in de Verenigde Staten wordt 40 % van de goederen per spoor vervoerd. Voor het afremmen van de vervoersvraag moet een gecompliceerde vergelijking worden opgelost: de economische groei zal zich nagenoeg automatisch vertalen in een toename van de behoefte aan mobiliteit, die voor het goederenvervoer wordt geschat op 38 % en voor het reizigersvervoer op 24 %; de uitbreiding zal met name in de grensgebieden een explosie van vervoersstromen teweegbrengen in de nieuwe lidstaten; de dichtslibbing van de grote verkeersaders, de bereikbaarheid van perifere en nog 14 15

verder gelegen regio s en de aanpassing van de infrastructuur in de kandidaat-landen zullen grote investeringen noodzakelijk maken. Tegen deze achtergrond moet worden gekeken naar de strategie van geleidelijke ontkoppeling van economische groei en groei van het vervoer waarop het witboek is gebaseerd. Het zou het eenvoudigste zijn om te besluiten tot een drastische vermindering van de mobiliteit van personen en goederen en om een nieuwe verdeling over vervoersmodaliteiten gewoonweg op te leggen. Een dergelijke aanpak is echter niet realistisch omdat de Gemeenschap beschikt over de bevoegdheden noch over de middelen om verkeersbeperkingen in steden of op het wegennet op te leggen of om gecombineerd goederenvervoer voor te schrijven. Een goed voorbeeld van de problemen op het gebied van de subsidiariteit is het feit dat een aantal lidstaten zich verzet tegen uitbreiding tot de hele Gemeenschap van het verbod op vrachtverkeer in de weekenden. Verder zou voor dergelijke dirigistische maatregelen met spoed een unaniem aanvaarde harmonisatie moeten worden doorgevoerd van de belastingheffing op brandstoffen, terwijl nog maar een paar maanden geleden de lidstaten in de belastingensfeer zeer uiteenlopend reageerden op de sterke stijging van de olieprijzen. In economische zin zou de Europese Unie op basis van haar bevoegdheden de volgende drie mogelijkheden hebben. De eerste benadering (A) ( 2 ) zou bestaan uit op het wegvervoer geconcentreerde maatregelen in de vorm van heffingen. Bij deze optie zouden geen aanvullende maatregelen worden genomen ten aanzien van de andere vervoersmodaliteiten. Op korte termijn zou daardoor de groei van het wegverkeer kunnen afnemen, met name vanwege de verwachte toename van de beladingsgraad van vrachtauto s en personenauto s die het gevolg zou zijn van de hogere vervoerskosten. Maar door het ontbreken van maatregelen voor revitalisatie van andere vervoersmodaliteiten en met name door de geringe productiviteitsstijging ( 2 ) Zie de tabellen in bijlage II. van het spoor en de ontoereikende capaciteit van de infrastructuur, zou het terrein dat door het wegvervoer wordt prijsgegeven niet worden ingenomen door schonere vervoersmodaliteiten. De tweede benadering (B) concentreert zich eveneens op heffingen op het wegverkeer maar voorziet daarnaast in maatregelen ter vergroting van de doelmatigheid van de andere vervoersmodaliteiten (verhoging van de kwaliteit van dienstverlening en logistiek, technologische maatregelen). Deze benadering voorziet echter niet in investeringen in nieuwe infrastructuur, omvat geen specifieke maatregelen om een nieuw evenwicht tussen vervoersmodaliteiten tot stand te brengen, en kan bovendien de territoriale samenhang niet vergroten. Met deze optie zou een verdergaande ontkoppeling tot stand kunnen worden gebracht dan met de eerste benadering, maar het wegtransport zou nog steeds het grootste marktaandeel houden en zich blijven concentreren op dichtgeslibde corridors en kwetsbare gebieden, terwijl het daarnaast de meest vervuilende vorm van vervoer blijft. Deze aanpak is dus niet toereikend om de benodigde verschuiving te bewerkstelligen en vormt geen werkelijke bijdrage aan duurzame ontwikkeling, zoals aanbevolen door de Europese Raad van Göteborg. De derde benadering (C), waarop het witboek is gebaseerd, bestaat uit een reeks van maatregelen die heffingen, revitalisering van alternatieven voor de weg en gerichte investeringen in het trans-europese netwerk combineren. Met deze geïntegreerde benadering kunnen de marktaandelen van de diverse vervoersmodaliteiten worden teruggebracht op hun niveau van 1998, waarna in de periode tot 2010 kan worden gewerkt aan een nieuw evenwicht. Het is een veel ambitieuzere benadering dan het op het eerste gezicht lijkt, gelet op het historische gebrek aan evenwicht waarvan het wegtransport al vijftig jaar profiteert. Verder is dit de benadering waarvoor de Commissie heeft gekozen in haar bijdrage aan de Europese Raad van Göteborg, waarin wordt gepleit voor herziening van het evenwicht tussen vervoersmodaliteiten, met name door middel van een beleid van investeringen in infrastructuurvoorzieningen voor het railvervoer, de binnenvaart, het

HET EUROPESE VERVOERSBELEID zeevervoer over korte afstanden en intermodale vervoersactiviteiten (COM(2001) 264 def.). Door uitvoering van de 60 maatregelen uit het witboek zullen mobiliteitsgroei en economische groei in de periode tot 2010 inderdaad in aanzienlijke mate worden ontkoppeld, zonder dat het echter noodzakelijk zal zijn om de mobiliteit van personen en goederen te beperken. Zo zal de groei van het goederenvervoer over de weg door een beter gebruik van andere transportmiddelen aanzienlijk worden beperkt (38 % groei in plaats van 50 % tussen 1998 en 2010). Deze ontkoppeling zal nog sterker zijn in het personenvervoer per auto (toename van het verkeer met 21 %, tegen een stijging van het BBP met 43 %). V De noodzaak van een totaalstrategie die verder gaat dan het Europese vervoersbeleid Het streven naar een nieuw evenwicht in het vervoer, dat nog nooit kon worden verwezenlijkt, gaat niet alleen uit van de uitvoering, in het kader van het gemeenschappelijke vervoersbeleid, van het ambitieuze pakket van maatregelen dat voor de periode tot 2010 is omschreven in het witboek. Het veronderstelt ook dat op lokaal of nationaal niveau samenhangende maatregelen worden genomen in het kader van ander beleid. Bij de ontwikkeling van het economische beleid moet rekening worden gehouden met een aantal factoren waarmee een toename van de vervoersvraag gepaard gaat, en met name van factoren die verband houden met productiemodellen op basis van just in time en rijdende voorraden. Het beleid op het gebied van stedenbouw en ruimtelijke ordening moet voorkomen dat de mobiliteitsvraag onnodig toeneemt door onevenwichtige planning van afstanden tussen woon- en werkgebieden. Het sociale en onderwijsbeleid moet zijn gericht op een betere vaststelling van werken schooltijden om overvolle wegen te voorkomen, met name aan het begin en het eind van weekenden waarin zich het grootste aantal verkeersongevallen voordoet. Het stadsvervoersbeleid in de grote agglomeraties moet zijn gericht op modernisering van de publieke dienst en een verstandiger gebruik van de eigen auto. Internationale verplichtingen ter vermindering van de uitstoot van CO 2 moeten zowel in de steden als op de wegen worden nagekomen. Het begrotings- en belastingbeleid moet erop gericht zijn dat een eventuele werkelijke doorberekening van externe kosten met name milieukosten samengaat gaat met voltooiing van een trans-europees netwerk dat die naam waardig is. Het concurrentiebeleid zou met name in de spoorwegsector moeten garanderen dat de openstelling van de markt niet wordt afgeremd door dominante spoorwegmaatschappijen die al op de markt aanwezig zijn en zich niet vertaalt in aantasting van de kwaliteit van de openbare dienstverlening. Het onderzoeksbeleid op het gebied van vervoer in Europa zou zich moeten richten op aansluiting bij het concept van de Europese onderzoeksruimte van het werk dat op verschillende plaatsen en op verschillende niveaus in de Gemeenschap, op nationaal niveau en in de particuliere sector wordt gedaan. Het moet duidelijk zijn dat niet op communautair, maar op nationaal of regionaal niveau keuzes moeten worden gemaakt voor een aantal maatregelen uit het witboek, waaronder maatregelen die betrekking hebben op de positie van de eigen auto, de verbetering van de openbare dienstverlening of de verplichting om goederen per spoor te vervoeren in plaats van over de weg. VI De belangrijkste maatregelen uit het witboek Het witboek bevat zestig nauwkeurig omschreven voorstellen voor maatregelen die op communautair niveau moeten worden genomen in het kader van het vervoersbeleid. Het omvat een actieprogramma bestaande uit maatregelen voor de periode tot 2010 met een aantal ijkpunten, en voorziet met name in een systeem voor monitoring en een tussenbalans in 16 17

2005, om na te gaan of de nauwkeurige cijfermatige doelstellingen (bv. op het gebied van marktaandelen van vervoersmodaliteiten of verkeersveiligheid) zijn gerealiseerd en of aanpassingen noodzakelijk zijn. Gedetailleerde voorstellen die door de Commissie moeten worden goedgekeurd, zullen zijn gebaseerd op de volgende hoofdlijnen. IMPULS VOOR HET SPOOR Het vervoer per spoor is een strategische sector in de letterlijke zin des woords die met name voor het goederenvervoer van wezenlijk belang is voor het bereiken van een nieuw evenwicht. Voor de revitalisering van deze sector is concurrentie tussen spoorwegmaatschappijen zelfs noodzakelijk. De komst van nieuwe spoorwegondernemingen kan een bijdrage leveren aan de versterking van het concurrentievermogen van deze sector en moet vergezeld gaan van maatregelen ter bevordering van de herstructurering van de maatschappijen, waarbij rekening moet worden gehouden met sociale aspecten en arbeidsomstandigheden. Het openstellen van de markten geniet prioriteit, niet alleen voor het internationale goederenvervoer, hetgeen in december 2000 is besloten, maar ook voor het cabotagevervoer op de nationale markten (voorkomen dat treinen leeg rijden) en geleidelijk ook voor het internationale reizigersvervoer. Deze openstelling van de markten moet gepaard gaan met de ontwikkeling van harmonisatie op het gebied van interoperabiliteit en veiligheid. Volgend jaar zal de Commissie in deze zin met een pakket maatregelen komen, waardoor deze vorm van vervoer met name in het vrachtvervoer zijn geloofwaardigheid terug kan winnen, vooral waar het gaat om geregeldheid en punctualiteit bij de ondernemingen. Geleidelijk moet een netwerk van spoorlijnen uitsluitend worden bestemd voor het goederenvervoer, zodat de maatschappijen commercieel gezien aan het goederenvervoer evenveel belang toekennen als aan het reizigersvervoer. KWALITEITSIMPULS VOOR HET WEGVERVOER De belangrijkste troef van het wegvervoer is zijn vermogen om goederen met een ongeëvenaarde flexibiliteit en tegen lage kosten naar elke plaats in Europa te vervoeren. Deze sector vervult een onvervangbare functie maar is economisch gezien kwetsbaarder dan het lijkt. In het wegtransport zijn de marges laag, vanwege het grote aantal kleine transportondernemingen en de druk van verladers en industrie op de tarieven. Sommige transportondernemingen komen daardoor in de verleiding om prijsdumping te gaan toepassen en om de sociale wetgeving en de veiligheidsvoorschriften te omzeilen om hun lage tarieven te compenseren. De Commissie zal een voorstel doen voor wetgeving waarmee een aantal bepalingen uit overeenkomsten kan worden geharmoniseerd, om vervoerders te beschermen tegen verladers en hen het recht te geven om hun tarieven te verhogen bij plotselinge stijgingen van de brandstofprijzen. Om deze verandering te kunnen bewerkstelligen, moeten ook maatregelen worden genomen om het functioneren van het wegtransport te moderniseren, met inachtneming van de sociale wetgeving en de rechten van werknemers. Tegelijkertijd moeten de controleprocedures worden geharmoniseerd en versterkt, om een eind te maken aan praktijken die een gezonde en eerlijke concurrentie belemmeren. BEVORDEREN VAN ZEE- EN RIVIERSCHEEPVAART Het zeevervoer over korte afstanden en het riviertransport zijn twee vervoersmodaliteiten die op een aantal plaatsen een rol kunnen spelen bij het aanpakken van de congestie van de wegeninfrastructuur en van het gebrek aan spoorweginfrastructuur. Van deze twee vervoersmodaliteiten wordt momenteel onvoldoende gebruik gemaakt. Voor een opleving van het zeevervoer over korte afstanden is de totstandkoming van werkelijke snelwegen op zee nodig in het kader van het structuurschema voor het trans-europese netwerk. Daarbij wordt uitgegaan van een betere verbinding van havens met het spoorwegnet en de rivieren en van verbetering van de kwaliteit van havendiensten. Een aantal zeeverbindingen (met name de routes waarmee huidige knelpunten als de Alpen, de Pyreneeën, de Benelux en in de toekomst de Duits-Poolse grens) worden omzeild, zal net als wegen of spoorlijnen deel uitmaken van het trans-europese netwerk. De Europese Unie zal strengere voorschriften voor de veiligheid van de scheepvaart