HOOFDSTUK 3 : CONCESSIES.



Vergelijkbare documenten
HUISHOUDELIJK REGLEMENT BETREFFENDE DE GEMEENTELIJKE BEGRAAFPLAATSEN

Huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen

Artikel 1. Het huishoudelijk reglement op gemeentelijke begraafplaatsen, zoals hieronder weergegeven, goed te keuren.

Reglement op de begraafplaatsen en lijkbezorging

Op de begraafplaatsen

HUISHOUDELIJK REGLEMENT BEGRAAFPLAATSEN

Goedkeuren huishoudelijk reglement begraafplaatsen

HUISHOUDELIJK REGLEMENT OP DE BEGRAAFPLAATSEN (goedgekeurd in zitting van de gemeenteraad van 7 mei 2010)

reglement begraafplaatsen aanpassing Gelet op het reglement op de begraafplaatsen dd ; Gelet op het bericht dd. 16 februari 2015 van dhr.

HUISHOUDELIJK REGLEMENT GEMEENTELIJKE BEGRAAFPLAATS

BEGRAAFPLAATS WESTLEDE ALGEMEEN REGLEMENT

Reglement begraafplaats

HUISHOUDELIJK REGLEMENT

Zitting van 25 februari Gelet op het gemeentedecreet, inzonderheid op de artikelen 42 en 64;

Huishoudelijk reglement op de gemeentelijke begraafplaatsen

GEMEENTE DILBEEK. Gemeentelijk reglement op de begraafplaatsen

De categorieën vermeld onder de nrs. 4 en 5 worden wat de retributie betreft gelijkgesteld met de inwoners.

Reglement Huishoudelijk reglement gemeentelijke begraafplaatsen

Begraafplaatsen. GEMEENTEBESTUUR OPPERSTRAAT LIEDEKERKE TEL FAX LIEDEKERKE.

POLITIEREGLEMENT BETREFFENDE DE GEMEENTELIJKE BEGRAAFPLAATSEN HERENT

Gelet op het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging;

Zitting van 26 oktober 2015

Infobrochure begraafplaatsen

HST 3 Begraafplaatsen en lijkbezorging

HUISHOUDELIJK REGLEMENT BEGRAAFPLAATSEN

Begraafplaats Leopoldsburg Diestersteenweg (ingang Diestersteenweg en Kerkhofstraat)

GOEDKEURING VAN HET HUISHOUDELIJK REGLEMENT VOOR DE BEGRAAFPLAATSEN BESLUIT: 1. Algemene bepalingen

HUISHOUDELIJK REGLEMENT OP DE BEGRAAFPLAATSEN Gemeenteraad 24/05/2012

reglement op de begraafplaatsen Goedkeuring

Artikel 5 De graven worden onmiddellijk na het zinken van de kist met aarde gevuld en aangedamd.

Pagina 20 van 20 INFOBROCHURE BEGRAAFPLAATSEN DIEST

Gemeente Zoersel Reglement Begraafplaatsen

REGLEMENT BEGRAAFPLAATSEN. HOOFDSTUK 6: BEGRAAFPLAATSEN Begraafplaatsreglement goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van

Model van politieverordening op de begraafplaats(en) Gelet op de nieuwe gemeentewet, inzonderheid op de artikelen 119, 119bis, 133 en 135, 2;

Huishoudelijk reglement op de gemeentelijke begraafplaatsen

POLTIEVERORDENING OP DE BEGRAAFPLAATSEN EN LIJKBEZORGING

Politiereglement op de begraafplaatsen

POLITIEVERORDENING OP DE BEGRAAFPLAATSEN

POLITIEVERORDENING. Begraafplaatsen

Gemeentelijk reglement voor de parkbegraafplaats en de oude begraafplaatsen

Er worden geen begravingen verricht zonder toelating van de burgemeester.

Gemeentelijk reglement betreffende begraafplaatsen TERNAT

BEGRAAFPLAATSEN IN BEELD

REGLEMENT BETREFFENDE GEMEENTELIJKE BEGRAAFPLAATSEN EN LIJKBEZORGING 1. Begraafplaatsen

POLITIEREGLEMENT OP DE BEGRAAFPLAATSEN

Gemeentelijk reglement voor de begraafplaatsen

Decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging (Belgisch Staatsblad van 10 februari 2004), gewijzigd bij de decreten van:

Reglement op de begraafplaatsen

POLITIEREGLEMENT OP DE BEGRAAFPLAATSEN EN CREMATORIA

Politieverordening op de begraafplaatsen

POLITIEVERORDENING OP DE GEMEENTELIJKE BEGRAAFPLAATSEN

GEMEENTE ROOSDAAL BEGRAAFPLAATSREGLEMENT

Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaats

GEMEENTELIJK POLITIEREGLEMENT OP DE BEGRAAFPLAATSEN EN DE LIJKBEZORGING

Politiereglement op de gemeentelijke begraafplaatsen en de lijkbezorging (gemeenteraad van 26 oktober 2016)

RICHTLIJNEN GEMEENTELIJKE BEGRAAFPLAATSEN TE KAPELLEN

FORMULIER: OVERGANGSREGELING ARTIKEL 37 REGLEMENT OP GEMEENTELIJKE BEGRAAF PLAATSEN

Voorstel tot goedkeuring van de wijziging van het tariefreglement van 20 december 2007 op de begraafplaatsen

HET ALGEMEEN POLITIEREGLEMENT VAN DE STAD LOKEREN INHOUDSTAFEL

Transcriptie:

Huishoudelijk reglement betreffende de gemeentelijke begraafplaatsen 1 (uittreksel uit de notelen van de gemeenteraad van 28/06/2007, aangepast op 09/10/2008 en op 05/05/2015) HOOFDSTUK 1 : ALGEMEENHEDEN Artikel 1 De teraardebestelling van stoffelijke overschotten is mogelijk op de werkdagen van 09.00 uur tot 16.00 uur, en op zaterdagen van 09.00 uur tot 14.00 uur, behalve op de volgende feestdagen : Nieuwjaar Paasmaandag Feest van de arbeid O.H.Hemelvaart Pinkstermaandag Feest van de Vlaamse gemeenschap Nationale Feestdag O.L.V.Hemelvaart Allerheiligen Allerzielen Wapenstilstand Feest van de Dynastie Kerstmis Tweede kerstdag. De burgemeester kan afwijkingen toestaan. Voor de plaats en het tijdstip moeten de betrokkenen zich schikken naar de beslissingen van de burgemeester of zijn aangestelde. HOOFDSTUK 2 : NIET-GECONCEDEERDE PERCELEN. Artikel 2 Zonder concessie kunnen op de begraafplaatsen begraven worden of geplaatst in een columbarium of urnenveld : - personen welke op datum van hun overlijden ingeschreven waren in het bevolkingsregister, vreemdelingenregister of wachtregister van Brecht; - personen overleden of dood aangetroffen op het grondgebied van Brecht; - personen die de gemeente effectief bewonen, doch krachtens wettelijke bepalingen of internationale overeenkomsten vrijgesteld zijn van inschrijving in één van de bevolkingsregisters van Brecht. - personen die volgens de bevolkingsregisters van de gemeente Brecht minstens 2 jaar inwoner van de gemeente Brecht geweest zijn gedurende de laatste 10 jaar voorafgaand aan het overlijden, doch verbleven hebben, omwille van hun gezondheid, handicap of ouderdom in een instelling of bij andere personen, buiten de gemeente. De nodige bewijsstukken dienen door de aanvrager(s) te worden voorgelegd. Artikel 3 De niet-geconcedeerde graven en nissen moeten minstens 20 jaar bewaard worden. Wanneer niet-geconcedeerde gronden of nissen worden ontruimd, dan zal een afschrift van de beslissing tot ontruiming gedurende 1 jaar bekendgemaakt worden : - aan het betrokken graf of aan het columbarium of het urnenveld; - aan de ingang van de begraafplaats; - aan de ingang van het gemeentehuis en van het administratief centrum. In het gemeentelijk informatieblad zal een artikel betreffende de ontruiming van de nietgeconcedeerde percelen verschijnen. De belanghebbenden zullen, te rekenen vanaf de datum van de bekendmaking aan het graf, beschikken over een termijn van 1 jaar om de graftekens weg te nemen, na afspraak met de burgemeester of diens gemachtigde.

2 Na die termijn worden zij van ambtswege verwijderd, en worden ze eigendom van de gemeente. Het college van burgemeester en schepenen beslist over de bestemming van deze materialen. Het college van burgemeester en schepenen beslist welke bestemming dient gegeven te worden aan de binnen de omheining van de begraafplaats opgegraven stoffelijke resten. Voor de ontruiming van de niet-geconcedeerde percelen wordt een draaiboek opgemaakt. HOOFDSTUK 3 : CONCESSIES. Artikel 4 Zolang de omvang van de begraafplaatsen dit mogelijk maakt worden concessies verleend voor het begraven van stoffelijke overschotten en voor het begraven of bijzetten van urnen, volgens de tarieven opgenomen in het gemeentelijk tariefreglement betreffende de gemeentelijke begraafplaatsen. Artikel 5 Door het verlenen van een concessie vervreemdt het gemeentebestuur de grond of de nis niet. Zij verleent slechts een genot en gebruiksrecht met een speciale, tijdelijke en nominatieve bestemming. Artikel 6 Het college van burgemeester en schepenen wordt gemachtigd om de concessies te verlenen conform de modaliteiten van het huishoudelijk reglement en de tarieven voorzien in het tariefreglement betreffende de gemeentelijke begraafplaatsen, zoals vastgesteld door de gemeenteraad. De concessie wordt aangevraagd bij het college van burgemeester en schepenen. Zij vermeldt de identiteit van de aanvrager(s) en van de begunstigde(n). Het college van burgemeester en schepenen wordt tevens gemachtigd om de concessies te beëindigen bij toepassing van een procedure van verwaarlozing. Artikel 7 Op schriftelijk verzoek van de concessiehouder of zijn erfgenamen, of bij ontstentenis hiervan, iedere belanghebbende, kan het college van burgemeester en schepenen een concessie voortijdig beëindigen. Bij beëindiging op verzoek, kan de betaalde concessieprijs noch geheel, noch gedeeltelijk teruggevorderd worden. Vooraleer het college van burgemeester en schepenen tot beëindiging overgaat, zal de vraag tot beëindiging worden aangeplakt gedurende 1 jaar aan de ingang van de begraafplaats en aan de betrokken concessie, en zal, indien mogelijk, de concessiehouder schriftelijk in kennis worden gesteld. Bezwaren tegen een voortijdige beëindiging moeten schriftelijk worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen. Artikel 8 Er kunnen geen concessies verleend worden vóór het overlijden, behoudens in het kader van een meervoudige concessie waarbij de eerste onmiddellijk benut wordt voor een overleden persoon en de volgende voorbehouden wordt/worden aan : - de overblijvende echtgenoot/echtgenote van de overledene; - de bloed- en aanverwanten van de overledene; - een persoon die, op het ogenblik van het overlijden, met de overledene een feitelijk gezin vormde. Op het ogenblik van het eerste overlijden worden de begunstigden nominatief toegewezen. Het aantal begravingen per concessie is beperkt tot maximaal vier personen. Artikel 9 Wanneer een concessie om welke reden ook een einde neemt, worden de niet weggenomen graftekens en de nog bestaande ondergrondse constructies, na het verstrijken van de door

het college van burgemeester en schepenen vastgestelde termijn, eigendom van de gemeente. 3 Artikel 10 De mogelijkheid tot verlenging van een concessie wordt door middel van een akte van de burgemeester of zijn gemachtigde gedurende 1 jaar voor de definitieve vervaldatum van de concessie bekend gemaakt aan het betrokken graf, aan de ingang van de begraafplaats en aan de ingang van het gemeentehuis en van het administratief centrum. De mogelijkheid tot verlenging van een concessie wordt eveneens bekendgemaakt in het gemeentelijk informatieblad. Artikel 11 De enkelvoudige concessies die verleend werden vóór 01.02.2000 nemen een aanvang op datum van de beslissing van het schepencollege. Op schriftelijk verzoek en voor het verstrijken van de concessietermijn kan door enige belanghebbende een hernieuwing van de concessie aangevraagd worden. Als er geen aanvraag tot hernieuwing ingediend is voor de vervaldatum, vervalt de concessie op de einddatum. De concessiehernieuwing wordt toegestaan door het college van burgemeester en schepenen onder de voorwaarden vastgesteld in het desbetreffend tariefreglement dat geldt op het ogenblik van de aanvraag tot hernieuwing. De meervoudige concessies die verleend werden vóór 01.02.2000 nemen een aanvang op datum van de beslissing van het schepencollege. De concessietermijn begint van ambtswege te lopen vanaf de laatste bijzetting of bijbegraving. Op schriftelijk verzoek en voor het verstrijken van de concessietermijn kan door enige belanghebbende een hernieuwing van de concessie aangevraagd worden. Als er geen aanvraag tot hernieuwing ingediend is voor de vervaldatum, vervalt de concessie op de einddatum. Na het vervallen van de concessie wordt geen bijbegraving/bijplaatsing meer toegestaan. De concessiehernieuwing wordt toegestaan door het college van burgemeester en schepenen onder de voorwaarden vastgesteld in het desbetreffend tariefreglement dat geldt op het ogenblik van de aanvraag tot hernieuwing. Artikel 12 Voor wat de enkelvoudige concessies verleend vanaf 01.02.2000 betreft, neemt de concessietermijn een aanvang op de datum van de beslissing van het schepencollege. Op schriftelijk verzoek en voor het verstrijken van de concessietermijn kan door enige belanghebbende een hernieuwing van de concessie aangevraagd worden. Als er geen aanvraag tot hernieuwing ingediend is voor de vervaldatum, vervalt de concessie op de einddatum. De concessiehernieuwing wordt toegestaan door het college van burgemeester en schepenen onder de voorwaarden vastgesteld in het desbetreffend tariefreglement dat geldt op het ogenblik van de aanvraag tot hernieuwing. Voor wat de meervoudige concessies verleend vanaf 01.02.2000 betreft, neemt de concessietermijn een aanvang op de datum van de beslissing van het schepencollege. Op het ogenblik van de bijbegraving en alleszins voor het verstrijken van de oorspronkelijke toegekende concessietermijn kan op schriftelijk verzoek door enige belanghebbende een hernieuwing van de concessietermijn aangevraagd worden. Als er geen aanvraag tot hernieuwing gedaan wordt, vervalt de concessie op de einddatum, behalve indien een bijbegraving/bijzetting zich voordoet minder dan 10 jaar voor het verstrijken van de toegekende concessie, dan blijft het graf nog bestaan gedurende een periode van 10 jaar vanaf deze bijbegraving/bijzetting. Na het vervallen van de concessie wordt geen bijbegraving/bijplaatsing meer toegestaan. De concessiehernieuwing wordt toegestaan door het college van burgemeester en schepenen onder de voorwaarden vastgesteld in het desbetreffend tariefreglement dat geldt op het ogenblik van de aanvraag tot hernieuwing. Artikel 13 De voorafgaande beschikkingen omtrent de duur van de concessies doen geen afbreuk aan het recht op kosteloze hernieuwing van de vroeger verleende eeuwigdurende concessies, zoals voorzien in de wet van 20 juli 1971.

4 HOOFDSTUK 4 : SLUITING VAN EEN BEGRAAFPLAATS Artikel 14 In geval van terugneming van een geconcedeerd perceel of van een geconcedeerde nis wegens openbaar belang of dienstnoodwendigheden kunnen de concessiehouders geen aanspraak maken op enige vergoeding. Zij hebben slechts recht op het kosteloos bekomen van een perceel of nis van dezelfde afmetingen op dezelfde of op een andere begraafplaats, tot het einde van de concessietermijn. De eventuele kosten voor het overbrengen van de stoffelijke overschotten en van de graftekens zijn ten laste van het gemeentebestuur. In geval van sluiting en/of wijziging van de bestemming van de begraafplaats kunnen de concessiehouders geen aanspraak maken op enige vergoeding. Zij hebben slechts recht op het bekomen van een perceel of nis van dezelfde afmetingen op een andere gemeentelijke begraafplaats, tot het einde van de concessietermijn. De eventuele kosten voor het overbrengen van de stoffelijke overschotten zijn ten laste van het gemeentebestuur. De kosten voor het overbrengen van de graftekens zijn ten laste van diegenen die de overbrenging hebben aangevraagd. HOOFDSTUK 5 : LIJKBEZORGING. Artikel 15 Een stoffelijk overschot wordt begraven in een kist of in een lijkwade. Een kist moet beantwoorden aan de voorwaarden bepaald in het uitvoeringsbesluit van 21oktober 2005. Een lijkwade is een lijkomhulsel dat in de plaats van een doodskist wordt gebruikt bij de lijkbezorging. Een lijkwade moet beantwoorden aan de voorwaarden bepaald in het uitvoeringsbesluit van 21oktober 2005. Artikel 16 De rouwenden kunnen bij het gehele verloop van de begrafenis aanwezig zijn. Een aanvraag terzake wordt minimum 1 dag voor de begraving bij de dienst burgerlijke stand ingediend. Artikel 17 Het college van burgemeester en schepenen bepaalt, per begraafplaats, op welke plaatsen en in welke volgorde de begravingen en de bijzettingen in het columbarium/urnenveld moeten gebeuren. HOOFDSTUK 6 : PERCELEN EN GRAFMONUMENTEN. Artikel 18 Op het perceel, waarin een stoffelijk overschot of een asurne begraven werd in geconcedeerde grond, moet uiterlijk één jaar na de aanvang van de concessie, aanwezig zijn : - een afzoming, in duurzame materialen, van de grenslijnen van de grafconcessie; - een grafzerk waarop aangebracht worden de naam, voornaam en de datum of het jaartal van geboorte en van overlijden van de aldaar begraven personen. Ingeval van bijbegraving moet na de begrafenis het perceel onverwijld in een ordentelijke staat gebracht worden en dienen de afzoming of de graftekens geplaatst binnen hogervermelde termijn.

5 Indien binnen de voorziene termijn de plaatsing van de afzoming of de grafzerk niet is uitgevoerd, of indien tijdens de verdere duur van de concessie niet langer aan die voorwaarden voldaan is, kan zulks aanleiding geven tot het treffen van dezelfde maatregelen als deze die ingevolge het decreet op de begraafplaatsen en de lijkbezorging zijn voorzien bij verwaarlozing van graven. Percelen Artikel 19 De percelen voor het begraven van één enkel lichaam of één enkel asurne hebben de hiernavolgende afmetingen in centimeter : Lengte Breedte Voor kinderen t.e.m. 7 jaar 150 100 Voor een persoon van tenminste 8 jaar 200 100 Artikel 20 De percelen voor het begraven van max. 2 lichamen, of één lichaam en een asurne, of 2 asurnen hebben de hiernavolgende afmetingen in centimeter : Voor personen van tenminste 8 jaar Lengte Breedte 200 200 Artikel 21 De percelen bestemd voor het begraven van 3 of 4 lichamen of asurnen hebben de hiernavolgende afmetingen in centimeter : Lengte Breedte Voor 3 personen en/of asurnen 200 300 Voor 4 personen en/of asurnen 200 400 Graven in volle grond - Graftekens Artikel 22 Met het oog op de openbare orde, veiligheid en esthetiek worden volgende maximale afmetingen vastgelegd voor de grafmonumenten of kruisen op alle gemeentelijke begraafplaatsen, uitgezonderd de nieuwe begraafplaats te Sint-Lenaarts en Overbroek : a) KRUISJES IN HOUT OF ANDERE MATERIALEN: Hoogte : Breedte: 90 cm 50 cm b) GRAFMONUMENT ENKEL GRAF GRAFMONUMENT - MEERVOUDIG GRAF Hoogte : 90 cm Hoogte: 90 cm Breedte: 80 cm Breedte: 1.80 m (*) Lengte: 1.80m Lengte: 1.80 m (*) 1.80 m voor een dubbel graf, en 90 cm in plus voor elke bijkomende begraving.

c) 6 KINDERGRAVEN KRUISJES OF MONUMENT Hoogte : Breedte: Lengte : 70 cm 50 cm 1.30 m Als materiaal voor de gedenktekens wordt alleen natuursteen toegelaten. Voor het gebruik van andere materialen dient een afzonderlijke toelating van het College van burgemeester en schepenen bekomen worden. Om verzakkingen te vermijden, mag de grafsteen ten vroegste 3 maanden na de begraving geplaatst worden. Artikel 23 Met het oog op de openbare orde, veiligheid en esthetiek worden volgende maximale afmetingen vastgesteld voor de grafmonumenten of kruisen op de nieuwe begraafplaats te Sint-Lenaarts en Overbroek : a) AFMETINGEN GEDENKSTENEN 1. Rechtopstaande stenen of kruisen op voet : ENKEL GRAF MEERVOUDIG GRAF Steen of kruis Hoogte : 0.90 m 0.90 m Breedte: 0.70 m 1.30 m (*) Dikte: 0.10 m 0.10 m Voet Lengte: 1 m 2 m (**) Breedte: Sint-Lenaarts: 0.45 m 0.45 m Overbroek : 0.55 m 0.55 m Dikte: 0.10 m 0.10 m (*) 1.30 m voor een dubbel graf, en 1 m in plus voor elke bijkomende begraving. (**) 2 m voor een dubbel graf, en 1 m in plus voor elke bijkomende begraving. 2. Kinderpark (kinderen t.e.m. 7 jaar) : rechtopstaande stenen of kruisen op voet: Steen of kruis Hoogte : 0.70 m Breedte: 0.50 m Dikte: 0.10 m Voet Lengte: 1 m Breedte: Sint-Lenaarts: 0.45 m Overbroek : 0.55 m Dikte: 0.10 m b) PLAATSING GEDENKSTENEN De parken zullen door de zorgen van het gemeentebestuur bezaaid worden en onderhouden. Vanaf de achterkant van het graf wordt een strook van 0.45 m diepte te Sint-Lenaarts en 0.55 m diepte te Overbroek en over de breedte van het graf (1 m voor een enkel graf, 2 m voor een dubbel graf) gereserveerd. In deze strook dient het gedenkteken symmetrisch t.o.v. de as van het graf en op 0.05 m vanaf de achterzijde van het graf (en het voetstuk) geplaatst. Het voorste gedeelte van voormelde strook is ter beschikking van de nabestaanden voor het aanbrengen van seizoenbloemen of rouwkransen. De bedekking (het voetstuk) mag niet boven het maaiveld en de voetpaden uitsteken. In geen geval is losse grond toegelaten. c) MATERIALEN Als materiaal voor de gedenksteen en voet wordt alleen natuursteen toegelaten. De achterzijde van de steen dient gepolierd te zijn en de zijkanten en bovenzijde dienen afgeschuind te zijn (max. 5cm x 5cm).

Artikel 24 De percelen voor het begraven van één of meerdere asurnen hebben dezelfde afmetingen als voor het begraven van één of meerdere lichamen. 7 Artikel 25 Het college van burgemeester en schepenen wordt gemachtigd om, indien het vereist is voor de aanleg en inrichting van de begraafplaatsen, individueel afwijkingen aan de buitenafmetingen van grafzerken te behandelen en toe te staan. Artikel 26 De aanplantingen moeten derwijze aangelegd en onderhouden worden dat zij zich niet uitbreiden buiten de afmetingen toegewezen aan het graf, noch het zicht op de identificatiegegevens op het grafteken belemmeren. De hoogte moet beperkt worden tot 1 meter. Columbarium Artikel 27 De urne met de as van de gecremeerde kan worden bijgezet in een gesloten nis van het columbarium. Nadat de asurne in de nis is geplaatst wordt deze laatste door de zorgen van de aangestelde van de gemeente afgesloten. Naar aanleiding van de bijplaatsing van de tweede asurne wordt de verwijdering en de herplaatsing van de afdekplaat van het columbarium geregeld door de aangestelde van de gemeente. Artikel 28 De granieten afdekplaten van de nissen van het columbarium op de begraafplaats van Brechtcentrum worden geleverd door het gemeentebestuur, tegen betaling van de op dat ogenblik gangbare retributie. Op de begraafplaats van Sint-Job-in- t-goor, Overbroek en Sint-Lenaarts wordt op de afdeksteen van de nis van het columbarium een zeshoekige koperkleurige aluminium sierplaat bevestigd. Deze plaat wordt geleverd door het gemeentebestuur tegen betaling van de op dat ogenblik gangbare retributie. De gravering van de personalia gebeurt door en is ten laste van de aanvrager. Volgende personalia worden op de afdekplaat gegraveerd : naam van de overledene, eventueel de geboorte- en overlijdensdatum, eventueel de naam van de partner. Artikel 29 Het is niet toegelaten om op of aan de nissen van het columbarium, op eigen initiatief, bloemen, foto s, sierstukken, constructies of andere versierselen te plaatsen of te hangen. Urnenveld Artikel 30 De urne met de as van de gecremeerde kan worden bijgezet in een gesloten nis van het urnenveld. Nadat de asurne in de nis is geplaatst wordt deze laatste door de zorgen van de aangestelde van de gemeente afgesloten. Naar aanleiding van de bijplaatsing van een volgende asurne wordt de verwijdering en de herplaatsing van de afdekplaat van het urnenveld geregeld door het gemeentebestuur. Artikel 31 De granieten afdekplaten van de nissen op het nieuw aangelegde urnenveld van Brechtcentrum, in gebruik genomen vanaf 15/06/2008, worden geleverd door het gemeentebestuur tegen betaling van de op dat ogenblik gangbare retributie. De granieten afdekplaten van de nissen van het urnenveld op de begraafplaats van Sint-Job-in- t-goor, Overbroek en Sint-Lenaarts worden geleverd door het gemeentebestuur tegen betaling van de op dat ogenblik gangbare retributie.

8 De gravering van de personalia gebeurt door en is ten laste van de aanvrager. Volgende personalia worden op de afdekplaat gegraveerd : naam van de overledene, eventueel de geboorte- en overlijdensdatum, eventueel de naam van de partner. Artikel 32 Het is niet toegelaten op de afdekplaat van het urnenveld enige constructie van hoger dan 50 cm te plaatsen. De ruimte tussen de afdekplaten moet vrij gehouden worden, er mag geen beplanting, bedekkingsmateriaal of enig ander voorwerp geplaatst worden. Strooiweide Artikel 32bis Op aanvraag van de nabestaanden en mits betaling van de op dat ogenblik gangbare retributie kan een naamplaatje geplaatst worden op de herdenkingsmuur aan de strooiweide. Het naamplaatje vermeldt naam, voornaam, geboorte- en overlijdensjaar van de overledene wiens asse werd verstrooid op de strooiweide. De plaatsing en het onderhoud van de naamplaatjes gebeurt door het gemeentebestuur. De aanvraag dient schriftelijk te gebeuren op de dienst burgerlijke stand. Kinderperk Sterretjesweide Artikel 32ter Op elke begraafplaats is een kinderperk voorzien voor de lijkbezorging van levenloos geboren of overleden kinderen tot 7 jaar. Op een apart gedeelte naast het kinderperk, waar de kinderboom staat, kunnen foetussen tot 26 weken zwangerschap op verzoek van de ouders begraven of, na crematie, verstrooid worden. Op deze foetusweide mogen geen graftekens of andere versieringen geplaatst worden. In de kinderboom kunnen tekeningen en knuffels gehangen worden. Artikel 33 Het College van burgemeester en schepenen bepaalt autonoom welke graven van historisch belang zijn. Deze grafmonumenten worden gedurende 50 jaar bewaard. De termijn is verlengbaar. Het onderhoud is ten laste van het gemeentebestuur. Artikel 34 Alle niet in dit reglement voorziene gevallen worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen, in zoverre zij niet door een wet, besluit of decreet aan een andere overheid worden toegewezen.