6 Bloedafnamesystemen 6.1 Vacutainersysteem 6.1.1 Becton Dickinson ( BD ) buizen BD heeft 2 materiaalsoorten voor de afnamebuizen, namelijk glazen en plastic buizen. Beide soorten buizen zijn binnen de organisatie in gebruik, omdat het bloed voor sommige bepalingen beslist in een bepaald soort buis moet worden afgenomen. Volgorde van afname Kleur dop Code Soort buis 1 lbl2,7 Plastic 2 lbl4,5 Glas Inhoud gebufferd natriumcitraat gebufferd natriumcitraat Volume in ml Minimaal aantal keren mengen 2,7 4 x 4.5 4 x 3 rood Plastic stollingsactivator 6.0 5-6 x 4 geel Plastic 5 geel Plastic gel + Stollingsactivator gel + Stollingsactivator alleen kinderen 5.0 5-6 x 2.5 5-6 x 6 dgr Plastic lithiumheparine 6.0 8-10 x 7 lgr Plastic lithiumheparine/ gel 4.5 8-10 x 8 prs4 Plastic EDTA 4.0 8-10 x 9 prs6 Plastic EDTA 6.0 8-10 x 10 prs10 Plastic EDTA 10.0 8-10 x 11 lila Plastic EDTA 3.0 8-10 x 12 grijs Plastic natriumfluoride/ K-OX 4.0 8-10 x 13 dbl Plastic EDTA 6.0 8-10 x Tabel 1. Nadruk verboden Code: 00938 1/8
de buizen moeten gevuld worden tot het vacuüm is opgeheven. De bloedstroom stopt dan vanzelf. Er zijn buizen waarop de vulgraad door een indicatiestreepje wordt aangegeven. Minimale vulgraad lbl2.7 en lbl4.5 als door omstandigheden de buizen niet volledig gevuld worden, direct het nog aanwezige restvacuüm verwijderen. Het restvacuüm kan worden verwijderd via een nieuwe naald, door deze in de buis te prikken, of door de dop van de buis even te verwijderen. Houd tijdens het verwijderen van het restvacuüm de buis van je af. Restvacuüm kan hemolyse veroorzaken. een buis met een vloeibaar antistollingsmiddel (blauwe dop) moet volledig gevuld zijn. Bij onvolledige vulling moet er een nieuwe buis afgenomen worden. bij moeilijk te prikken patiënten en kinderen kan er gebruik worden gemaakt van kleine BD buisjes. is een venapunctie in het geheel niet mogelijk, dan microtainer-buisjes gebruiken m.u.v. citraat (daar is geen micro-buisje voor) reeds tijdens de bloedafname worden de gevulde buizen gemengd. De buis wordt daartoe tussen duim en wijsvinger genomen, en 180 gedraaid en daarna teruggedraaid. Niet goed mengen kan tot onjuiste resultaten leiden gebruik geen verlopen afnamemateriaal, controleer de houdbaarheidsdatum N.B. Inhoud van buizen mag nooit bij elkaar worden gevoegd, ook al zijn de buizen van gelijke kleur dop! Indien een afname moeizaam verlopen is, lever dan alle buizen bij het laboratorium in ook al is de vulgraad (te) laag. De materiedeskundige of teamleider van het laboratorium kan vervolgens besluiten welke mogelijkheden er zijn t.b.v. de analyse. 6.2 Venapunctie Veneus bloed wordt verkregen d.m.v. een venapunctie. De venapunctie wordt meestal verricht in één van de elleboogvenen. Nadruk verboden Code: 00938 2/8
6.2.1 Benodigdheden desinfectiemiddel, 0.5% chloorhexidine in 70% alcohol of jodium watten/deppers stuwband naald prikhuls afnamebui(s)(zen) 6.2.2 Gebruik van de stuwband Breng de stuwband een handbreedte boven de punctieplaats aan. De arteriële bloedstroom mag door de stuwband niet onderbroken worden (polsslag moet nog voelbaar zijn), de veneuze bloedstroom moet volledig geblokkeerd zijn. Een te sterke stuwing wordt gekenmerkt door het blauw worden van de arm. De stuwband moet in dat geval onmiddellijk los gemaakt worden! Bij patiënten waarbij het moeilijk is om een vene te vinden: trek de stuwband strak aan bepaal de vene en de prikplaats stuw niet langer dan 1 minuut is het niet mogelijk om binnen deze tijd een punctie uit te voeren dan wordt de stuwband gedurende 2-3 minuten losgemaakt. Na deze periode kan men opnieuw stuwen en een punctie uitvoeren 6.2.3 Opzoeken van een bloedvat draai of klik de naald op de naaldhouder, zonder de beschermkap te verwijderen leg de stuwband aan de naald mag niet aangeraakt worden nadat het veiligheidskapje naar achteren is gehaald en de beschermkap verwijderd laat de patiënt een vuist maken, zodat de venen beter te zien zijn houd de arm gestrekt naar beneden stel de ligging van de elleboogvene vast door palpatie (het voelen van de vene) plaats de wijsvinger en de duim van de hand waarmee niet geprikt wordt, onder lichte druk naast het bloedvat op de huid, waardoor de huid en het bloedvat gefixeerd worden Bij een rollende ader wordt met de duim en wijsvinger op de ader gedrukt resp. boven en onder de punctieplaats, zodat deze goed gefixeerd wordt. Het prikken: desinfecteer de huid, prik nooit in een natte huid, eventueel nadrogen met een schone depper raak de punctieplaats vervolgens niet meer aan Nadruk verboden Code: 00938 3/8
prik met de naald -opening van de bek naar boven, punt dus naar beneden- onder een hoek van ±15 door de huid van de patiënt schuif de naald in de vene op geleide van de wijsvinger van de andere hand dan waarmee geprikt wordt. Let op; prik niet in een slagader. maak de stuwband los zodra de naald in de vene zit en laat de patiënt de vuist ontspannen fixeer de naaldhouder (met naald) op de arm van de patiënt zodat bij het doordrukken en wisselen van buizen de houder niet te veel heen en weer schuift plaats een watje of een depper op de insteekwond en trek de naald langzaam terug uit de arm als alle buizen geprikt zijn sluit het veilheidskapje direct over de naald druk stevig op het watje/depper zodra de naald uit de insteekwond is Let altijd op mogelijk nabloeden; zo nodig een drukverbandje aanleggen. De patiënt mag de arm niet buigen. Geen natte depper of watje op de wond leggen. tijdens bloedafname moeten gevulde buizen direct gemengd worden, zie tabel 1 voor het minimaal aantal keren mengen 6.3 Bijzonderheden bij een venapunctie Neem nooit bloed af uit: shunt-arm zijde mamma amputatie waaknaald arterielijn paretische arm tijdens trombolyse Als er een zwelling ontstaat omdat het bloed onderhuids uit de vene stroomt, moet de stuwband direct worden losgemaakt en een drukverband worden aangelegd. Is er een arterie aangeprikt of bloed de punctieplaats lang na, druk de plek af en leg een drukverband aan. Bij langdurig flauwvallen, ernstig bewustzijnsverlies of andere ernstige klachten na bloedafname, dan kan de spoedtelefoon gebeld worden, telefoonnummer 06-20362025. Hier is altijd een arts van de trombosedienst op te bereiken. Indien een patiënt bij voorbaat aangeeft te zullen flauwvallen bij de bloedafname en er is geen behandelbank of speciale bloedafname-stoel aanwezig, dan de patiënt niet prikken doch (indien bekend) naar een spreekuur sturen die wel een behandelbank of bloedafname-stoel heeft. Ook kan de patiënt worden aangeboden; hem of haar thuis te bezoeken voor de bloedafname. 6.4 Afname niet (volledig) gelukt De punctie is na 2 keer prikken nog niet gelukt: vraag de patiënt of er een derde keer geprikt mag worden vraag een collega de patiënt te prikken Let op: als de venapunctie niet lukt moet capillair bloed worden afgenomen. Nadruk verboden Code: 00938 4/8
Laboratorium: gooi geen afnamemateriaal weg, lever zo nodig in op het laboratorium overleg met de aanvrager adviseer een ander spreekuur of zet desgewenst op route Trombosedienst: adviseer een ander spreekuur of zet op route gebruik eventueel de Coaguchek overleg eventueel met doseerarts 6.5 Microafname 6.5.1 Microtainer buisjes In de onderstaande tabel staat aangegeven welke microtainer buisjes overeenkomen met BD buizen en in welke volgorde de cupjes afgenomen moeten worden, zie ook afbeelding 1. In de laatste kolom staat hoeveel bloed per microtainer buisje moet worden afgenomen. Voor het gele cupje wordt de afname uitgevoerd met de capillair die op het cupje is bevestigd. BD-buis (kleur dop) Volg orde prs4/lila 1 lila Microtainer buisje Benodigde hoeveelheid Zie Bepalingenlijst: bepaling op alfabet voor VBO* lichtgroen 2 groen grijs 3 grijs geel 4 amber/geel Altijd zoveel mogelijk materiaal. Voor minimale rood 5 rood * VBO: volledig bloedonderzoek Microtainer buisjes controleren op de houdbaarheidsdatum. hoeveelheid vooraf contact opnemen met het laboratorium. Nadruk verboden Code: 00938 5/8
Afb. 1. 6.6 Capillaire bloedafname Capillair bloed wordt bij volwassenen meestal verkregen uit de vingertop, eventueel uit de oorlel. Voor een juiste monsterafname is een goede doorbloeding van de te puncteren plaats belangrijk. Niet stuwen omdat stuwen ( melken ) de samenstelling van het bloed verandert door bijmenging van weefselvocht, waardoor ernstige fouten in de uitkomsten van de analyses ontstaan. Meestal is een lichte massage voor het uitvoeren van de punctie voldoende voor het activeren van de bloedsomloop. Let op: Bij patiënten met het fenomeen van Raynaud, dode witte vingers, geen vingerprik uitvoeren. Let op: geen kalium bepaling uit capillaire afname Let op: aan de kant van een mamma amputatie geen vingerprik uitvoeren, tenzij overlegd met de aanvrager. Nadruk verboden Code: 00938 6/8
6.6.1 Capillaire bloedafname uit de vinger Wanneer de patiënt koude vingers heeft: laat de patiënt zijn/haar handen eerst warmen en de circulatie stimuleren, indien dit niet helpt de handen van de patiënt enkele minuten in warm water houden Prikken: desinfecteer de vinger (liefst middelvinger of ringvinger) van de patiënt met een watje of depper met desinfectiemiddel wacht tot de vinger droog is Prik nooit in een natte vinger, en laat het watje/depper met desinfectans nooit voor langere tijd op de huid liggen. geef de vingerprik naast het nagelbed met de prikpen. De prik moet niet dichtbij, of in het nagelbed worden gegeven. veeg de eerste spontane druppel weg Let op: bij capillaire afname voor de Coaguchek de vinger niet desinfecteren, maar de patiënt de handen laten wassen. Gebruik altijd de eerste druppel. 6.6.2 Capillaire bloedafname uit de hiel Voor het prikken in de hiel bij pasgeborene geldt: verwarm de hiel voor afname d.m.v. een handwarm badje voer de punctie uit aan de binnen- of buitenzijde van de hiel en niet aan de achterkant van de hiel klem de hiel met een min of meer stevige greep tussen duim en wijsvinger oefen druk uit met de duim over de hele hiel, met verzwakken en verstevigen, naargelang een bloeddruppel zich vormt. Vermijdt melken, of masseren van de punctieplaats, teneinde hemolyse en menging met weefselvocht te vermijden. prik opnieuw wanneer er te weinig bloed komt, in plaats van het hieltje blauw te knijpen veeg de eerste druppel bloed weg 6.6.3 Capillaire bloedafname uit de oorlel desinfecteer de oorlel van de patiënt met een watje of depper met desinfectiemiddel wacht tot de oorlel droog is, prik nooit in een natte oorlel. vermijdt melken, of masseren van de punctieplaats, teneinde hemolyse en menging met weefselvocht te vermijden. veeg de eerste spontane druppel weg Let op: bij capillaire afname voor de Coaguchek de oorlel niet desinfecteren. Gebruik altijd de eerste druppel. 6.7 Gebruik van microtainer buisjes Na het prikken de eerste druppel bloed wegvegen. Het microtainer-buisje vullen tot de benodigde hoeveelheid. Nadruk verboden Code: 00938 7/8
Als het slecht loopt, tussentijds ook mengen door met de vinger tegen het buisje te tikken. Werkwijze: het dopje op de onderkant van het buisje bevestigen het dopje op het buisje bevestigen het buisje voorzichtig mengen, zie afb. 1 voor minimaal aantal keren mengen * * * Nadruk verboden Code: 00938 8/8