Studentenstatuut 2014-2015



Vergelijkbare documenten
Studiegids Studentenstatuut Onderwijs- en ExamenReglement

BEOORDELINGSFORMULIER BEROEPSPRODUCTEN MASTER SEN. Claudia Maria Willemsen

INHOUDSOPGAVE ALGEMEEN Aard van dit document Informatie en communicatie Inwerkingtreding en duur

Studentenstatuut

1. Leerwerkplekovereenkomst Master Educational Needs (Master EN) Seminarium voor Orthopedagogiek HU

Onderwijs- en Examenregeling Opleidingsdeel

Specialisatie jonge kinderen

Alle competenties moeten met voldoende zijn beoordeeld

WINDESHEIM IN ZWOLLE: UNIEKE MASTER VOOR HET BEROEPS- ONDERWIJS. Inspirators voor de toekomst

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING Bijlage, Bachelor Opleiding Docent Muziek

Bijlage 3 BEOORDELINGSFORMULIER EINDPRODUCT PDG

Studentenstatuut (opleidingsspecifiek deel)

NIEUW LEADERSHIP IN EDUCATION MASTER

Onderwijs- en examenregeling Hoofdstuk 4 Opleidingsdeel hbo-pedagogiek

Opleiding jonge kind specialist (Post HBO)

Wendbaar en waarde(n)vol onderwijs!

Informatie werkplekleren

Onderwijs- en examenregeling Hoofdstuk 3 Opleidingsdeel LVO

Competentiemeter docent beroepsonderwijs

Studentenstatuut

Studentenstatuut (opleidingsspecifiek deel)

HOGESCHOOL WINDESHEIM

Onderwijs- en examenregeling Hoofdstuk 3 Opleidingsdeel LVO

Specialisatie VO/MBO. Beschrijving van de onderwijseenheden

Leerwerkplekgids (Voltijdtraject Master Special Educational Needs)

Bijlage 1 BEOORDELINGSFORMULIER EINDPRODCUCT PDG

Onderwijs- en examenregeling Hoofdstuk 3 Opleidingsdeel LVO

TOEGEPASTE PSYCHOLOGIE Praktijk 8 Deeltijd

5,5. Betoog door S woorden 10 juli keer beoordeeld. Nederlands

ASSESSMENTS VAN DE BACHELOR LGL en GPW

Overzicht curriculum VU

Onderwijs- en Examenregeling 2010/2011

ECTS-fiche. Opleiding. Geïntegreerde competentieverwerving 2. Lestijden. Ingeschatte totale studiebelasting (in uren) 1 Mogelijkheid tot

Media Outlook 2 HOGESCHOOL ROTTERDAM / CMI CDMMOU02-2. Aantal studiepunten:2 Modulebeheerder: Ayman van Bregt. Goedgekeurd door:

De 6 Friesland College-competenties.

Piter Jelles Strategisch Perspectief

Kadernotitie Platform #Onderwijs 2032 SLO, versie 13 januari 2015

Bekwaamheidseisen of competenties docenten LD

Master Healthy Ageing Professional (MHAP)

Op weg naar de (academische) opleidingsschool

Onderwijs- en Examenregeling 2012/2013

Competenties directeur Nije Gaast

1. Interpersoonlijk competent

Algemene informatie afstudeerfase

Op expeditie naar waarde(n)

Coördinator Wetenschap en Techniek

Beoordelingsformulier leerkracht Meerkring

Programma van toetsing

Master Innovation & Leadership in Education

Kopopleiding Leraar Omgangskunde. Bachelor of Teacher Education in Social Skills - Voltijd

Rapport Docent i360. Test Kandidaat

[60738] Onderwijs- en examenregeling Masteropleiding Islam in de moderne wereld. Paragraaf 1 Algemene bepalingen

SWOT-ANALYSE. 1 Interpersoonlijk competent. 1.1 Eisen. 1.2 Mijn ontwikkelpunten. 1.3 Mijn leerdoelen

me nse nkennis Competentiegericht opleiden in de BIG opleidingen Getting started

Beroepsproduct (aankruisen) Datum: UITSTEKEND GOED x VOLDOENDE NOG NIET VOLDOENDE

COMPETENTIE 1: INTERPERSOONLIJK COMPETENT

ONZE AGENDA OPLEIDEN IN ROTTERDAM VOOR DE WERELD VAN MORGEN STRATEGISCHE AGENDA

Besluit strekkende tot het verlenen van accreditatie aan de opleiding hbo-bachelor Bewegingstechnologie van De Haagse Hogeschool

Competentievenster 2015

Master Expertleerkracht PO (MEPO)

POST HBO OPLEIDING GEDRAGSSPECIALIST

Specifiek deel Onderwijs- en examenregeling. College voor Toerisme

Bekwaamheidseisen leraar primair onderwijs

MASTER LEIDERSCHAP EN INNOVATIE KIND EN EDUCATIE

Kopopleiding Leraar Omgangskunde. Bachelor of Teacher Education in Social Skills - Voltijd

Pedagogisch Didactisch Getuigschrift

MASTER PEDAGOGIEK MASTEROPLEIDING DEELTIJD

Studentenstatuut (opleidingsspecifiek deel)

RAPPORT VAN BEVINDINGEN NADERONDERZOEK. IJburgcollege

Een flexibele deeltijdopleiding die inspeelt op de actualiteit van het sociaal werk

Competenties en bekwaamheden van een Daltonleerkracht

Opleidingsstatuut Bacheloropleiding Automotive Studiejaar Regeling Externe toezichthouders bij examens

middelbaar beroepsonderwijs Brainport regio Eindhoven Onderwijsvisie Onze kijk op onderwijs

Nieuw! : Kies je eigen programma

De student kan vanuit een eigen idee en artistieke visie een concept ontwikkelen voor een ontwerp en dat concept tot realisatie brengen.

MANIFEST BEROEPSONDERWIJS: ONDERWIJS VOOR HET LEVEN!

De ontwikkeling van de Mondriaan methode VISIE OP PROFESSIONALISEREN

GROEI LOOPBAAN ONTWIKKELING EIGEN REGIE TALENT INNOVATIEKRACHT BEWUST PERSONEEL FLEXIBILITEIT ZELFSTURING EMPLOYMENT NETWERKEN TOEKOMST WERKNEMER

Competenties en Gedragsindicatoren

Faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING FFTR

Ontwerpkaders: Leeruitkomsten. Versie 1.0/ november Ontwerpkaders: Leeruitkomsten/versie 1.0/november

Klik op een van onderstaande linken om direct naar het betreffende onderdeel te gaan:

Persoonlijk Leiderschap in het Onderwijs. "Van reactief naar creatief"

COMPETENTIETOETSEN DOMEIN APPLIED SCIENCE ANTOINETTE VAN BERKEL HOGESCHOOL VAN AMSTERDAM 23 MAART 2017

' Dit is de tijd die niet verloren gaat: iedre minuut zet zich in toekomst om.' M. Vasalis

Medical Imaging/ Radiation Oncology Masteropleiding Haarlem

Ontwerpkaders: Onderwijs. Versie 1.0/november 2016

Begrippenkader Studieloopbaanbegeleiding en Reflectie

Eindbeoordeling van het assessment Startbekwaam (op grond van portfolio, presentatie en criterium gericht interview)

Programma van toetsing

Aantekenformulier van het assessment PDG

Onderwijs- en Examenregeling (OER) Bachelorprogramma Academische Opleiding Leraar Basisonderwijs. Faculteit der Gedrags- en Maatschappijwetenschappen

Bekwaamheidseisen of competenties docenten LC

De kunst van het lesgeven

Toetsvormen. Onderwijsmiddag 14 februari 2012 Ferdi Engels & Gerrit Heil toetsadviescommissie

Beroepsproduct (aankruisen) Datum: UITSTEKEND GOED x VOLDOENDE NOG NIET VOLDOENDE

Onderwijs- en Examenregeling GMW. Bijlage 1a

Omschrijving eisen en bevoegdheden

Transcriptie:

Studentenstatuut 2014-2015 Christelijke Hogeschool Windesheim Master Special Educational Needs, croho-nr. 44103 voltijd / deeltijd / e-learning De MSEN is geaccrediteerd tot en met 9 oktober 2018. Waar student en hij staat kan ook gelezen worden de studente en zij. De links in dit document werken alleen bij raadpleging van dit document op het intranet van Windesheim.

VOORWOORD 5 1. ONDERWIJS EN EXAMENREGELING - BESCHRIJVING VAN DE OPLEIDING 6 A OMSCHRIJVING VAN HET ONDERWIJS VAN DE OPLEIDING 6 1. De onderwijsvisie van Windesheim 6 2. OnderwijsleeractiviteitenStudiebegeleiding 8 3. Studiebegeleiding 8 4. Kwaliteit en studeerbaarheid 9 5. Vorm van de opleiding 9 B DE RELATIE VAN DE OPLEIDING MET HET BEROEPSVELD 11 1. Doelstelling van de opleiding 11 2. De eindtermen c.q. eindcompetenties van de opleiding 11 3. Inhoud van de opleiding 11 4. De relatie tussen de opleiding en het beroepsveld 13 C - INRICHTING VAN HET ONDERWIJS 15 1. Inrichting van de opleiding 15 2. Overzicht informatie van het curriculum 18 3. Beschrijving onderwijseenheden 56 4. Accreditatie 57 2. ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING RECHTEN EN PLICHTEN 58 Hoofdstuk 1 BEGRIPSBEPALINGEN 58 Artikel 1.1.- begripsbepalingen 58 Hoofdstuk 2 TOEGANG EN TOELATING 62 Artikel 2.1 - Toelatingseisen 62 Artikel 2.2 -Toelatingsbewijs en inschrijving 62 Artikel 2.3 - EVC (WHW art. 7.13 lid 2 sub r) 62 Artikel 2.4 - Ontzegging toegang onderwijs - beëindiging inschrijving (art. 7.42a WHW) 63 Hoofdstuk 3 - INRICHTING VAN DE OPLEIDING 64 Artikel 3.1 - Vraaggestuurd en Competentiegericht onderwijs 64 Artikel 3.2 - Inrichting van de opleiding 64 Artikel 3.3 - Examens en graden van de opleiding 64 Artikel 3.4 - Studiepunten onderwijseenheid 64 Artikel 3.5 - Onderwijsperioden per studiejaar 64 Artikel 3.6 - Gedragscode Nederlandse taal 64 Hoofdstuk 4 STUDIEBEGELEIDING (art. 7.13 lid 2 sub u WHW) 65 Artikel 4.1 - Studiebegeleiding 65 Artikel 4.2 - Studiecoaching 65 Artikel 4.3 - Algemene studiebegeleiding 65 Artikel 4.4 - Bijzondere studiebegeleiding 65 Studentenstatuut 2014-2015 Master Special Education Needs 2

Hoofdstuk 5 - TENTAMENS EN EXAMENS 67 Artikel 5.1 - Vorm van de tentamens 67 Artikel 5.2 - Schriftelijk toets 67 Artikel 5.3 - Portfolio of werkstuk als toets 67 Artikel 5.5 - Vrijstelling voor tentamens 68 Artikel 5.6 - Afleggen van tentamens 68 Artikel 5.7 - Cijfers 69 Artikel 5.8 - Tentamenuitslag 70 Artikel 5.9 - Inzage beoordeeld werk 70 Artikel 5.10 - Geldigheidsduur tentamens 70 Artikel 5.11 - Examen 70 Artikel 5.12 - Cum laude 71 Hoofdstuk 6 - EXAMENCOMMISSIE 72 Artikel 6.1 - Instelling en taken examencommissie 72 Artikel 6.2 - Benoeming en samenstelling examencommissie 72 Artikel 6.3 - Subcommissies 73 Artikel 6.4 - Examinatoren 73 Artikel 6.5 - Getuigschriften en verklaringen 73 Hoofdstuk 7 SLOT- EN OVERGANGSBEPALINGEN 74 Artikel 7.1 - Bezwaar en beroep 74 Artikel 7.2 - Wijziging van de regeling 74 Artikel 7.3 - Bijlagen bij onderwijs- en examenregeling 74 Artikel 7.4 - Slot- en overgangsbepalingen 74 Artikel 7.5 - Inwerkingtreding 84 3. REGELS EXAMENCOMMISSIE 85 Artikel 1 - Afnemen van tentamens 85 Artikel 2 - Verhindering bij tentamens 85 Artikel 3 - Bekendmaking uitslag tentamens 85 Artikel 4 - Fraude 86 Artikel 5 - Procedure vaststelling fraude 86 Artikel 6 - Sancties bij fraude 86 Artikel 7 - Vrijstelling voor tentamens 87 Artikel 8 - Deadline inleveren verplichte beroepsproducten (toetsopdrachten) 87 Artikel 9 - Inlevering tentamens/beroepsproducten 88 Artikel 10 - Beoordelingsvoorwaarden: de Quickscan 88 Artikel 11 - Herkansing 88 Artikel 12 - Uitstel 88 Artikel 13 - Actuele versies van toetsopdrachten, beoordelingsformulier en leerplannen 89 Artikel 14 - Legitimatie 89 Artikel 15 - Beëindigen studie na competentie-examen 1 89 Artikel 16 - Voorwaarden deelname tentamens e-learning 89 Artikel 17 - Eisen portfolio voor deelname aan competentie-examens 89 Artikel 18 - Voorwaarden deelname competentie-examens 90 Artikel 19a - De masterkennistoets cohort 2012 en eerder 91 Artikel 19b - De masterkennistoetsen cohort 2013 92 Artikel 20 - Praktijkgericht onderzoek: fases en planning 93 Artikel 21 Stappenplan afstuderen 2015 94 Artikel 22 Herinschrijven als student na periode van uitgeschreven te zijn geweest. 95 Artikel 23 - Eisen aan gezamenlijk onderzoek Master SEN 96 Studentenstatuut 2014-2015 Master Special Education Needs 3

Studentenstatuut 2014-2015 Master Special Education Needs 4

Voorwoord Welkom bij Windesheim Opleidingen Speciale Onderwijszorg (OSO): Master Special Educational Needs (M SEN). U bent toegelaten tot de masteropleiding. De opleiding heeft als missie dat we onderwijs willen verzorgen speciaal voor iedereen. De persoonlijke kwaliteiten van studenten worden ingezet om pedagogische kwaliteit te ontwikkelen onder het motto elk talent telt. Het curriculum is met name vormgegeven vanuit competentieleren, met veel aandacht voor (vak)kennis, een goede verhouding tussen theorie en praktijk en actuele thema s. We verbeteren voortdurend de kwaliteit van onze opleiding door afstemming met wetenschap, werkveld, en u als student. Dit doen we omdat onderwijs steeds verandert en we zo de actualiteit van de kennis willen toetsen en het niveau van onze opleiding willen verhogen en borgen. Goed onderwijs is: het beste halen uit iedereen. Wees nieuwsgierig, vraag, onderzoek, ontwikkel uzelf en daag uw docenten uit. Wij dagen u uit om te excelleren. In deze Studiegids, Studentenstatuut en Onderwijs- en examenreglement vindt u inhoudelijke, praktische en organisatorische informatie over uw studie en de formele regels rondom het programma. U mag van ons verwachten dat wij het onderwijs vormgeven zoals in deze Studiegids staat beschreven. Wij verwachten van u, dat u een actieve lerende houding heeft, dat u verantwoordelijkheid neemt voor uw eigen leerproces en dat u de studie goed plant en organiseert. Deze studiegids helpt u aan de informatie die u daarvoor nodig hebt. Maak gebruik van deze gids! Wij staan open voor uw vragen of opmerkingen over dit document. Wij wensen u een actieve, uitdagende, inspirerende en succesvolle studie toe. Namens het docententeam, Jan Doelman, Directeur Marie-Jeanne Meijer, Hogeschoolhoofddocent Kees Dijkstra, voorzitter examencommissie Studentenstatuut 2014-2015 Master Special Education Needs 5

1. ONDERWIJS EN EXAMENREGELING - BESCHRIJVING VAN DE OPLEIDING A OMSCHRIJVING VAN HET ONDERWIJS VAN DE OPLEIDING 1. De onderwijsvisie van Windesheim In haar missie heeft Hogeschool Windesheim beschreven wat het betekent om een innovatief kennis- en expertisecentrum te zijn. Kernbegrippen daarin zijn dat de hogeschool individuen uitdaagt om maatschappelijk relevante kennis en competenties te verwerven en op hoger professioneel niveau te functioneren. Innovatie krijgt niet alleen gestalte in de persoonlijke groei waartoe de hogeschool mensen stimuleert, maar ook in de bijdragen die zij levert aan de ontwikkeling, verbetering en vernieuwing van bedrijven en instellingen. Om deze algemene doelen te bereiken heeft de hogeschool een aantal keuzes gemaakt voor de inrichting van het onderwijs, die in de onderwijsvisie zijn vastgelegd. Samenvattend kan de visie van Windesheim op het onderwijs als volgt worden verwoord: het onderwijs is gericht op de ontwikkeling van zelfbewuste professionals die in staat zijn regie te voeren over hun loopbaan en die over de grenzen van hun eigen studie of specialisatie heen kunnen kijken. Ook is afstemming met de wensen van het beroepsveld een kenmerkend deel van het onderwijs. Daartoe behoort ook het streven kenniscirculatie op gang te brengen tussen onderwijs, onderzoek en maatschappelijke dienstverlening. Concreet betekent dit dat het onderwijs op Windesheim: competentiegericht is: kenmerkende beroepssituaties en beroepstaken vormen de katalysator voor het leren; kennisintensief is: niet alleen kennisverwerving, maar ook toepassing in realistische context, theoretische en methodische verantwoording en transfer staan centraal; vraaggestuurd is: de student is (mede)verantwoordelijk voor de inrichting en uitvoering van leerroutes en leerprocessen, en aandacht heeft voor de ontwikkeling van het vermogen van de student tot zelfsturing op de eigen opleiding en loopbaan. De opleiding geeft invulling aan deze uitgangspunten door middel van hun onderwijs didactische werkvormen, studie- en leeractiviteiten, studieloopbaanbegeleiding, en stage- en afstudeerperiodes. Missie van Windesheim OSO: onderwijs speciaal voor iedereen In samenspraak en samenwerking met het werkveld ondersteunt de opleiding docenten en scholen bij het vormgeven en uitvoeren van onderwijs dat speciaal is voor elk kind, elke jongere en elke student, zodat ieder op zijn of haar eigen niveau kan excelleren. In ons onderwijs staat de ontwikkeling tot burger in deze samenleving centraal, terwijl het tevens een rijke voedingsbodem vormt voor de ontwikkeling van de eigen identiteit. De opleiding draagt bij aan landelijke, regionale en plaatselijke expertise- en beleidsontwikkeling op dit gebied. Studentenstatuut 2014-2015 Master Special Education Needs 6

De onderwijsvisie van Windesheim OSO binnen de opleiding De opleiding is gestoeld op een expliciete visie welke in een zevental begrippen is uitgewerkt. 1. Lerende organisatie Onderwijskundig houden we een organisatie voor lerend wanneer die er in slaagt onderwijs een permanente kwaliteitsontwikkeling (PDCA) te laten ondergaan waarbij emancipatie van de leerling het doel is. Het management stimuleert en inspireert. 2. Laten excelleren Onder laten excelleren verstaan we: de lerende in staat stellen om te presteren in de zone van de eigen naaste ontwikkeling en zichzelf daarmee te overtreffen. 3. Passend onderwijs De kern van Passend Onderwijs is dat voor alle leerlingen de kansen op de beste ontwikkeling centraal staan, voor gewone leerlingen maar ook voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben om het onderwijs te volgen. 4. Verantwoorde inclusie De opleiding leidt op voor onderwijs dat vanzelfsprekend uitgaat van verschillen. Scholen in Nederland worden in toenemende mate uitgedaagd in het uitgaan van diversiteit Landelijk wordt de discussie gevoerd over inclusie, exclusie, integratie en segregatie. Inclusief onderwijs zien wij als een stip aan de horizon, als een wenkend perspectief; passend onderwijs is de politieke realiteit. In dit kader hanteert de opleiding het begrip verantwoorde inclusie. Dit betekent: de ontwikkeling van het kind en diens behoefte aan ondersteuning staan centraal. Verantwoorde inclusie betekent ook: samen naar school waar het kan, apart waar het (nog) moet; niet alleen omgaan met verschillen, maar vooral uitgaan van verschillen. 5. Onderzoekende houding Onder onderzoekende houding verstaat de opleiding een lerende houding die zich kenmerkt door een gerichtheid op het vergroten van inzicht over zichzelf en de context waarbinnen men functioneert. Sleutelwoorden hierbij zijn nieuwsgierigheid, actief waarnemen en een positief vragende houding ten opzichte van zichzelf en de context waarin men verkeert. De onderzoekende houding wordt gezien als de basis voor de professionele ontwikkeling die is gestoeld op (systematisch) praktijkgericht educatief onderzoek met als doel de (eigen) onderwijspraktijk te verbeteren. 6. Burgerschap Burgerschap gaat over begrippen als participatie, diversiteit, acceptatie en tolerantie. Voor de leraar is het van belang dat hij zich realiseert dat het niet alleen gaat om de leerling in het hier-en-nu, maar om perspectief op het volwaardig functioneren als burger. De leraar speelt voor zijn leerlingen hierin een belangrijke en stimulerende rol. De leraar is uiteindelijk gericht op empowerment van de leerling, op ondersteuning van de leerling om het uiteindelijk zo veel mogelijk zelf te kunnen doen. Studentenstatuut 2014-2015 Master Special Education Needs 7

7. Kwaliteit van leren en kennis De kwaliteit van het leerproces van de student wordt in sterke mate bepaald door de vaardigheden en kennisbasis van de docent. Uit onderzoek (Hattie, 2003) komt naar voren dat de excellente docenten zich onderscheiden van de ervaren docenten doordat zij de studenten meer en effectiever uitdagen, zij meer en specifieke gerichte feedback geven en zij gefocust zijn op diepe representatie van (sleutel)concepten. Met betrekking tot kennis richt de opleiding zich op de volgende drie gebieden: actuele kennis met betrekking tot de leerling, bijvoorbeeld: hoe is de onderwijsgeschiedenis van de leerling? hoe is de thuissituatie? wat is de relatie tussen de culturele achtergrond van een leerling en zijn functioneren op school? actuele kennis met betrekking tot het leren, bijvoorbeeld: hoe leren leerlingen van een bepaalde leeftijdsgroep? hoe leert deze leerling? hoe weet ik of het leerproces stagneert? actuele kennis met betrekking tot het vakgebied: vakinhoud. Opleiden van onderzoekende docenten De opleiding leert en stimuleert studenten om hun onderzoekende houding te ontwikkelen. Daarvoor stimuleert de opleiding haar studenten om op hoog niveau te reflecteren op zichzelf als wel op theorie. Studenten leren hun beroepservaring te verbinden met theorie en hun opvattingen over hun eigen professionaliateit. Zij worden uitgedaagd om hun praktijk te problematiseren en vanuit praktijkvragen systematisch op zoek te gaan naar zowel praktijk- en expertkennis als wetenschappelijke theorieën. Vanuit deze onderzoekende houding leren studenten gericht en systematisch hun eigen praktijk te onderzoeken. Zo kunnen zij hun ontwikkeling verder zelf ter hand nemen en gefundeerd hun onderwijspraktijk verbeteren. Alle studenten studeren af door middel van een praktijkgericht onderzoek. Waarden van Windesheim OSO De docenten van Windesheim OSO zijn professionals die op hun beurt professionals opleiden; professioneel werken staat dan ook hoog in ons vaandel. Windesheim OSO wil mens- en resultaatgericht werken. De docenten van Windesheim OSO hebben plezier in hun werk en stralen dit ook uit. 2. OnderwijsleeractiviteitenStudiebegeleiding Vanuit de eerder beschreven onderwijskundige opvattingen worden onderwijsleeractiviteiten georganiseerd in diverse werkvormen en groepssamenstellingen die gericht zijn op: zelfsturen (zelfstandig leerteam, ZLT); samenwerkend leren; onderzoeken en ontwerpen; reflecteren; stimuleren van kennisconstructie en kenniscirculatie. 3. Studiebegeleiding Studieloopbaanbegeleiding (SLB) heeft in een masteropleiding een ander karakter dan in de bacheloropleiding. Veruit de meeste studenten (deeltijd en voltijd) zetten met het volgen van deze masteropleiding een stap in hun loopbaanontwikkeling. Tijdens een integrale leerlijn staat de ontwikkeling van de (vernieuwde) beroepsidentiteit centraal. Daarbij ziet de opleiding de onderzoekende houding als het voertuig voor de persoonlijke ontwikkeling en als basis onder een levenslange bekwaamheid om zich als Master SEN (M SEN) te blijven ontwikkelen. Binnen de opleiding spreken wij over de studiecoach als begeleider van dit proces, maar verwachten wij van de studenten dat zij als critical friends elkaars leerproces coachen en van en met elkaar leren. Tijdens de daarvoor ontwikkelde leerlijn staat de integrale competentieontwikkeling van de student centraal. Deze leerlijn wordt gekenmerkt door een dialoog naar aanleiding van persoonlijke dilemma s. De studiecoach begeleidt dit proces vanuit een metapositie. Studentenstatuut 2014-2015 Master Special Education Needs 8

Deze leerlijn is de rode draad tussen de verschillende opleidingsonderdelen en is ondersteunend voor het opbouwen van het portfolio ten behoeve van het competentie-examen. In de e-learningvariant vervullen studenten in de discussies voortdurend en intensief de rol van critical friend van elkaars leerproces. In de startbijeenkomst wordt geoefend in het elkaar online coachen en geven van feedback. Daarnaast monitort de studiecoach de studievoortgang en ontwikkeling van de student gedurende de looptijd van elke module. De studiecoach communiceert met de student over de professionele ontwikkeling en zo nodig is er telefonisch contact. Persoonlijk professioneel leerverhaal Studenten schrijven een persoonlijk, professioneel ontwikkelingsplan. De studiecoaches monitoren de integrale competentieontwikkeling van de studenten. Dit doen zij door het voeren van ontwikkelingsgerichte gesprekken waarin feedback en vooral feedforward met betrekking tot de persoonlijke ontwikkeling gegeven wordt. In de persoonlijke praktijktheorie beschrijven studenten op welke wijze zij vorm geven aan hun beroep en reflecteren zij op de rol die praktijkkennis, wetenschappelijke theorie, werkervaring en persoonlijke overtuigingen/constructen speelt in hun ontwikkeling. Het portfolio Een portfolio is samengesteld volgens de handleiding competentie-examens, zie N@Tschool. 4. Kwaliteit en studeerbaarheid Voorwaarde voor het kunnen uitvoeren van de opdrachten is dat de student een baan of leerwerkplek (stage) heeft in het onderwijs. Om de studie succesvol te kunnen doorlopen is het van belang dat de leerwerkplek voldoende mogelijkheden biedt om de opdrachten op masterniveau uit te kunnen voeren. Studiebelasting De opleiding Master SEN omvat volgens de Wet op het Hoger Onderwijs 60 European credits (EC). Eén EC staat voor een studiebelasting van 28 uur. De opleiding kan worden afgerond wanneer 60 EC behaald zijn. Het aantal EC per module is afhankelijk van het aantal contacturen en het begrote aantal uren voor zelfstudie. 5. Vorm van de opleiding Het onderwijs in de opleiding wordt in voltijd en deeltijd verzorgd. Een aantal leerroutes kunnen via e- learning worden gevolgd. Structuur onderwijsprogramma Windesheim OSO biedt een professionele masteropleiding. Het onderwijs is geclusterd in zes profielen. Binnen de profielen kennen we leerroutes. De programma s in deze leerroutes worden beschreven in hoofdstuk 3. Studentenstatuut 2014-2015 Master Special Education Needs 9

Voor alle leerroutes geldt: er vindt voor aanvang van de opleiding een intake plaats; de student is verantwoordelijk voor een passende (leer)werkplek die aan de eisen van de opleiding voldoet; tijdens de opleiding worden modules gevolgd; praktijkopdrachten worden deels geïntegreerd uitgevoerd op de (leer)werkplek; de opleiding omvat keuzeruimte en biedt masterclasses aan; de opleiding stelt internationalisering verplicht; er is een doorlopende lijn praktijkgericht onderzoek (PGO); er is een doorlopende lijn studieloopbaanbegeleiding ; studenten werken samen in (virtuele) zelfstandige leerteams; de zelfsturing van de student wordt groter naarmate het programma vordert; er worden twee competentie-examens afgenomen; de opleiding wordt afgesloten met een praktijkgericht onderzoek binnen de context van de leerroute. Specifieke informatie deeltijd Deeltijdstudenten besteden gemiddeld 6 uur per week aan colleges, zelfstandige leerteams en leerlijnen. Zij zijn ten minste een dag per week werkzaam in het onderwijs of hebben een overeenkomst met een school waarin wordt vastgelegd op welke wijze praktijkopdrachten kunnen worden uitgevoerd. Masterclasses, internationalisering, competentie-examens, masterkennistoets (MKT) en supervisie /begeleide intervisie kunnen op andere dagen dan de reguliere lesdag worden aangeboden. Specifieke informatie voltijd Voltijdstudenten besteden gemiddeld twee dagen per week aan colleges, zelfstandige leerteams en leerlijnen. Daarnaast zijn voltijdstudenten twee dagen per week werkzaam op een school op basis van een leerwerkplekcontract om daar de praktijkopdrachten uit te voeren. Een dag per week is bestemd voor zelfstudie en het verwerken van opdrachten. Masterclasses, internationalisering, competentie-examens en de masterkennistoets kunnen op andere dagen dan de reguliere lesdagen worden aangeboden. Programmaontwikkeling Programmaontwikkeling vindt op vier niveaus plaats: moduleniveau; leerrouteniveau; uitstroomprofielniveau; curriculumniveau. Actuele ontwikkelingen en input vanuit het veld leiden voortdurend tot programmaverbetering. Programmaverbetering vindt ook plaats op basis van systematische dataverzameling onder studenten, docenten, alumni en werkgevers. Daarnaast spelen ook de leden van de veldadviesraden een belangrijke rol bij innovaties in het programma. Tot slot worden ook de bij de opleiding betrokken lectoraten bij de programmaontwikkeling betrokken. Studentenstatuut 2014-2015 Master Special Education Needs 10

B DE RELATIE VAN DE OPLEIDING MET HET BEROEPSVELD 1. Doelstelling van de opleiding Windesheim OSO biedt opleidingen op het gebied van speciale onderwijszorg voor individuele studenten, schoolteams, specialistenteams en samenwerkingsverbanden. De opleiding is gericht op het verwerven van de vereiste algemene en specifieke competenties die de student empowert om iedere leerling op elk niveau uitdagend en passend onderwijs te bieden. De te behalen competenties zijn vastgelegd in een generiek Master SEN competentieprofiel voor speciale onderwijszorg, dat in januari 2005 aan de Minister van Onderwijs is aangeboden. Dit competentieprofiel is geoperationaliseerd in een opleidingseigen competentie- en beoordelingsinstrument. 2. De eindtermen c.q. eindcompetenties van de opleiding Het generiek Master SEN competentieprofiel -en beroepsprofiel is vertaald in opleidingsdoelen. De Dublin-descriptoren vormen de basis onder het opleidingseigen competentie- en beoordelingsinstrument. Om te kwalificeren is in de bewijslast ten minste het niveau van startbekwaam master in alle competenties aangetoond. Bij het beoordelen wordt uitgegaan van situationele redelijkheid waarbij de bewijskracht van de beroepsproducten afhankelijk is van de complexiteit van de uitgevoerde beroepstaak. Daarvoor worden er in de opleiding 4 ontwikkelingsniveaus onderscheiden. Deze ontwikkelingsniveaus bevatten de handelingscomponent, de inhoudscomponent en de onderwijskundige context. De student wordt als startbekwaam master gekwalificeerd als alle competenties op ten minste niveau 3 beoordeeld zijn en de beroepsproducten ten minste op voldoende niveau beoordeeld zijn, zie hoofdstuk 5 artikel 5.7 voor de uitwerking van de niveaus. 3. Inhoud van de opleiding Complexe situaties in de dagelijkse onderwijspraktijk vragen om probleemoplossend vermogen en om specifieke competenties; een geïntegreerde inzet van kennis, attitudes en vaardigheden. In alle leerroutes worden de studenten toegerust om in deze complexe situaties adequaat te kunnen handelen. De inhoud van de opleiding draait om het professionaliseren van leraren met een onderzoekende houding die hun professionele handelen duurzaam vernieuwen. Zij vergroten hun praktijkkennis systematisch door het benutten van praktijkervaringen in relatie tot (wetenschappelijke) theorie. Zij reflecteren diepgaand op de betekenis hiervan voor het bieden van zo uitdagend mogelijk onderwijs, passend bij de leerling en of student met als doel hen de best mogelijke kansen te bieden binnen het hele onderwijs. Het uitgaan van verschillen is een leidend thema binnen de opleiding. De inhoud van de opleiding krijgt vorm vanuit de hieronder beschreven visie. De onderwijskundige visie op opleiden De onderwijskundige visie op opleiden kan worden gedefinieerd als competentiegericht. Daarbij wordt een goede afstemming tussen leren, instructie en toetsen als een hefboom voor het leren van de student gezien. Competententiegericht onderwijs betreft alle aspecten van de opleiding. Gedurende de opleiding wordt de competentiegroei van de student een aantal keren gemeten. De focus ligt op een ontwikkelingsgerichte benadering waarbij het toetsen het leren ondersteunt en het leren het toetsen ondersteunt. Studentenstatuut 2014-2015 Master Special Education Needs 11

Windesheim OSO heeft haar opleidingsvisie ontwikkeld vanuit de brede opleidingsvisie van Windesheim, waarin vier elementen centraal staan: reflectie: de student verbetert zijn professionele functioneren door diepgaande reflectie; zelfsturing: de student stuurt zijn studie/werkzaamheden zelfstandig en doelbewust; beroepsrelevantie: de student leert beroepsrelevante vraagstukken op te lossen; praktijkgericht onderzoek: de student verbetert zijn praktijksituatie op onderzoeksmatige manier. Voor de opleiding betekent dit positionering in scenario 4 van onderstaand model. student stuurt, opleider faciliteert 3 4 schoolvakken centraal scenario's beroepscontext centraal 1 2 opleider stuurt, student volgt Figuur 1: Scenariomodel: sturing en beroepsrelevantie Windesheim OSO wil studenten leren theoretische en methodische concepten toe te passen in uitdagende opvoedings- en onderwijssituaties. Daarbij is het reflecteren op eigen handelen onmisbaar. De opleiding kiest voor ontwikkelingsgericht en onderzoeksmatig opleiden. Studenten worden gestimuleerd een onderzoekende houding te ontwikkelen en hun handelen te funderen met behulp van betrouwbare bronnen. De beroepspraktijk is leidend voor de opleiding. Opdrachten worden zoveel mogelijk in de praktijk uitgevoerd. Er wordt tijdens de opleiding veel belang gehecht aan literatuurstudie en het verwerven van een masterkennisbasis. Didactisch wordt dit vertaald in een sociaal-constructivistische benadering waarbij leren als volgt wordt gezien: Leren wordt gezien als een actief constructief proces waarbij de lerende nieuwe informatie interpreteert op basis van zijn bestaande kennisstructuur. Nieuwe informatie wordt ingepast in de bestaande kennisstructuren. Dit actieve proces van constructie en reconstructie wordt gedefinieerd als leren. Van de lerende wordt verwacht dat hij in staat is te reflecteren op zijn eigen denken en handelen, en dit zelf te sturen. Het blijkt dat een goed georganiseerd kennisbestand een voorwaarde is voor succesvol probleem oplossen. Studentenstatuut 2014-2015 Master Special Education Needs 12

Leren is context gebonden. Het betekenissen toekennen aan fenomenen wordt bepaald door individuele ervaringen. Daarbij wordt leren gezien als een sociaal proces dat plaatsvindt in een sociale context. De interactie met anderen bepaalt de manier waarop de student aankijkt tegen de wereld. Interactie met anderen bepaalt de wijze waarop individuen kijken naar fenomenen. Leeruitkomsten zijn daarom altijd persoonlijk. Leren is niet enkel een cognitief proces. Motivationele, emotionele en sociale aspecten spelen een cruciale rol in het leerproces. Voorbeelden zijn: de doeloriëntatie van de lerende, zijn verwachtingen, de waarde die hij toekent aan de leertaak, de interacties met anderen en hoe de lerende zich voelt in het leerproces. Leren betreft dan ook niet alleen de cognitieve ontwikkeling, maar impliceert ook de ontwikkeling van deze aspecten. De manier waarop de student het opleidingsprogramma beleeft, heeft invloed op de kwaliteit van leren. Dit heeft implicaties voor de manier waarop het onderwijs ontwikkeld en vormgegeven kan worden. De beroepscontext waarbinnen de student functioneert, is een van de leidende uitgangspunten van ons onderwijs. 4. De relatie tussen de opleiding en het beroepsveld Windesheim OSO maakt deel uit van de het domein Bewegen en Educatie van Windesheim en heeft twee veldadviesraden (één raad voor het noorden en oosten van Nederland, gesitueerd in Zwolle en één raad voor het westen en midden van Nederland, gesitueerd in Utrecht). Deze raden dienen de opleidingen van advies bij het opereren op de markt, het ontwikkelen van leerroutes en het inspelen op vragen uit de onderwijsmarkt. In de veldadviesraden hebben directeuren en bestuurders van scholen en samenwerkingsverbanden zitting. Onderstaande ontwikkelingen in het werkveld zijn op dit moment onderwerp van gesprek in de veldadviesraden. Actuele ontwikkelingen in het beroepsveld Tot nu toe wordt door middel van veldinitiatieven en experimenten uitvoering gegeven aan het overheidsbeleid inzake Passend Onderwijs. Passend Onderwijs is meer dan wat structurele aanpassingen en wat extra aandacht voor rekenproblemen en taalachterstanden. Wanneer er moet worden afgestemd op de behoeften, competenties en het niveau van de leerling, dan kan de leraar niet alleen afgaan op methoden. De leraar zal veel meer een pedagogisch-didactisch kenniswerker en onderzoeker moeten zijn, een ontwerper en uitvoerder van (eigen) onderwijs en een verbindende schakel met ouders en professionals in en buiten de school. De huidige leraar is niet voldoende opgeleid om adequaat om te gaan met verschillen. De brieven van de staatsecretaris aan de Tweede Kamer (25 juni 2009 en januari 2010) geven aan dat een forse kwaliteitsverbetering en extra ondersteuning in de klas gerealiseerd moet worden. Uitgaande van de, mede door Nederland ondertekende, Salamanca verklaring van 2009 1 lijkt Passend Onderwijs te moeten leiden tot inclusief onderwijs 2 : 1 In 1994 heeft de Unesco in Salamanca een wereldconferentie gehouden over special needs education: access and quality, waaraan 92 landen, waaronder Nederland, participeerden. 2 UNESCO maakt zich sterk voor Education for all en heeft inclusie als ideaal. Inclusie wordt door UNESCO opgevat als: a process of addressing and responding to the diversity of needs of all learners through increasing participation in learning, cultures and communities, and reducing exclusion within and from education (Booth, 1996). It involves changes and modifications in content, approaches, structures and strategies, with a common vision, which covers all children of the appropriate age range and a conviction that it is the responsibility of the regular system to educate all children. (UNESCO, 1994, p. 13). Studentenstatuut 2014-2015 Master Special Education Needs 13

Concreet betekent het dat onderwijsinstellingen moeten samenwerken met partners uit de jeugdzorg zoals instellingen voor jeugdgezondheid, bureaus jeugdzorg, jeugdhulpverlening, ouders en beroepsopleiders (bijvoorbeeld brede scholen ). Deze gemeenschappelijke (maatschappelijke) opdracht wordt door alle partijen onderkend, wat echter nog niet wil zeggen dat deze opdracht ook door alle betrokken instanties en personen op dezelfde wijze wordt geïnterpreteerd. Vanuit verschillende belangen, visies, mogelijkheden, tradities, wettelijke kaders, etcetera, werken niet alle krachten dezelfde kant op en soms zelf tegengesteld aan elkaar. Windesheim leidt professionals op voor die complexe praktijk. Meer autonomie voor scholen Van oudsher verlopen vernieuwingen in het onderwijs top-down. Deze sturingsfilosofie is de laatste jaren onder druk komen te staan. Scholen ervoeren de voorgestelde vernieuwingen veelal als te generiek, en hadden onvoldoende vrijheid om in te spelen op lokale behoeften en randvoorwaarden. In haar eindrapport Tijd voor onderwijs komt de commissie Dijsselbloem (2008) tot de conclusie dat de overheid zich in te veel detail bemoeid heeft met de inrichting van het onderwijs. De commissie beveelt aan dat het onderwijs, en niet de overheid, verantwoordelijk moet zijn voor de inrichting van het onderwijs en het pedagogisch klimaat. Scholen worden autonomer, hetgeen ruimte biedt voor de ontwikkeling en adoptie van noodzakelijke innovatie. Anderzijds moet de leraar een deel van zijn individuele autonomie prijsgeven om innovaties in de organisatie te kunnen initiëren, implementeren en evalueren. Immers, naarmate een organisatie haar kaders helderder formuleert, betekent dit concreet dat docenten zich eraan zullen moeten conformeren. Leven Lang Leren (kortweg LLL) In de samenleving veroudert kennis in hoog tempo en werkwijzen en technieken veranderen voortdurend. In de Lissabon Strategie (2000, 2010) is beschreven dat de EU de meest concurrerende en dynamische kenniseconomie van de wereld moet worden, die in staat is tot duurzame groei met meer en betere banen en een hechtere sociale samenhang. Alle met het onderwijs belaste instanties moeten zich toeleggen op de organisatie van permanent onderwijs. Ook OCW ziet leren als een blijvend onderdeel van leven en werken (employability). We maken onderscheid tussen: De primaire focus: LLL gericht op verhoging van de kwaliteit van de leraar in zijn primaire taak (lesgeven, begeleiden). De secundaire focus: LLL als professionele ontwikkeling, gericht op samenwerken, innoveren, structurele feedback vragen en geven, en de leraar als onderzoeker. Studentenstatuut 2014-2015 Master Special Education Needs 14

C - INRICHTING VAN HET ONDERWIJS 1. Inrichting van de opleiding De opleiding heeft leerroutes met een omvang van 60 EC. Een leerroute bestaat uit een startmodule, vier leerroute specifieke modulen, een generieke masterkennistoets, een internationaliseringcomponent en vrije ruimte. Het praktijkgericht onderzoek is als leerlijn verweven door de gehele opleiding en kent een verdichting in het laatste deel van de opleiding. Modules worden enerzijds afgesloten met beroepsproducten anderzijds wordt een deel van de modulestudiepunten tijdens de competentie-examens getoetst. Tijdens een competentie-examen wordt de mate van transfer en integratie van de opgedane kennis in het handelingsrepertoire en de beroepsidentiteit getoetst. Deze examens worden door twee onafhankelijke assessoren afgenomen. Het betreft een assessor van de opleiding en een assessor uit het werkveld. Internationalisering Internationalisering is een verplicht opleidingsonderdeel met een omvang van 3 EC (84 studiebelastingsuren). Internationalisering wordt tijdens het competentie-examen aangetoond. De internationale verdieping is een onderdeel van de opleiding en valt dus binnen de 60 EC van de opleiding. Er zijn twee manieren waarop de internationaliseringcomponent kan worden vormgegeven: de zogenaamde georganiseerde - en de zogenaamde vrije variant. Bij de georganiseerde variant kan de student deelnemen aan een door de Master SEN opleiding georganiseerde reis. Voor de vrije variant gelden de volgende uitgangspunten: - internationalisering is een verdiepende dimensie bij een door de student gekozen thema dat zelfstandig in een internationale context wordt bestudeerd; - het moment waarop de student deze extra verdieping toepast, wordt door de student zelf bepaald; - de verdieping heeft een omvang van 3 EC. 1a Het curriculum In alle opleidingsmodellen is er steeds sprake van horizontale en verticale verbinding tussen de opleidingselementen, weergegeven in onderstaand schema. on der zoeks leer lijn SLB module 1 module 2 module 3 module 4 module 5 Masterkennistoets Figuur 2: Schematisch overzicht horizontale en verticale verbindingen in het programma. Studentenstatuut 2014-2015 Master Special Education Needs 15

Binnen-/buitenschoolscurriculum Het binnen- en buitenschools curriculum van de opleiding SEN zijn sterk met elkaar verweven en verlopen cyclisch. Doel van de opleiding is namelijk om de student in staat te stellen de praktijksituatie in onderwijskundige zin te verbeteren. De opleiding faciliteert dit leren door casuïstiek uit de praktijk van de student in de opleiding te brengen en daar te confronteren met de theorie. De student neemt het geleerde (de verrijkte casuïstiek) in de vorm van een praktijkopdracht weer mee naar zijn werksituatie. De ervaringen in de werksituatie komen weer terug in de opleiding waar de student zijn keuzes voor zijn handelingswijzen (toegepaste theorieën, methodieken) verantwoordt. Figuur 3: weergave cyclische verbinding binnen- en buitenschoolcurriculum 1b - Toetsvormen Om de betrouwbaarheid van de toetsing te vergroten wordt er naast het inzetten van verschillende beoordelaars ook gestreefd naar verschillende en gevarieerde toetsing. In de onderstaande tabel is af te lezen welke toetsvormen gebruikt worden. De student moet zich zowel voorafgaand aan de masterkennistoets als voorafgaand aan de competentieexamens kunnen legitimeren. Studentenstatuut 2014-2015 Master Special Education Needs 16

Toetsvormen Competentie-examens Competentie examen 1 met presentatie en criteriumgericht interview Competentie examen 2 met proeve van bekwaamheid (is indien nodig de herkansing van competentie-examen 1) In een competentie-examen worden diverse resultaten van een student integraal en in samenhang gewaardeerd en ontwikkelingsgericht beoordeeld. Praktijkgericht onderzoek De onderzoekscompetenties hebben primair betrekking op toepassingsgericht onderzoek, dat wil zeggen onderzoek dat gericht is op het ontwikkelen van kennis voor het ontwerpen van oplossingen van (typen van) veldproblemen. Voor de deadlines van de verschillende beoordelingsonderdelen van praktijkgericht onderzoek (PGO), wordt verwezen naar informatie op N@TSCHOOL. Masterkennistoetsing Kennistoetsing vindt plaats op 2 manieren: In de beroepsproducten die behoren bij onderwijseenheden; Masterkennistoets (MC-toets) orthodidactiek (lezen en rekenen) en orthopedagogiek. Beroepsproduct Dit is een opdracht in de beroepspraktijk, uitgevoerd door een student. Het gaat om een product ten behoeve van de (leer)werkplek van de student zelf of een medestudent. Het is gericht op specifieke, vooraf vastgestelde beoordelingscriteria. Het ontwerpen en uitvoeren van een handelings/ groepsplan is bijvoorbeeld een beroepsproduct. Variëteit binnen beroepsproducten: Verslag Rapport Simulatie Beeld- en/of geluidsbewijs Literatuuronderzoek Reflectie Minipraktijkonderzoek Portfolio Het portfolio is een uitermate geschikt instrument om alle mogelijke prestaties van een student in de beoordeling mee te wegen. Het is geschikt binnen de opleiding, in de beroepspraktijk en bij een combinatie van beide. Het kan gedefinieerd worden als een verzameling van materialen, documenten en/of bestanden die bewijsmateriaal geeft voor de competentieontwikkeling van de student. De verantwoordelijkheid voor het verzamelen hiervan ligt volledig bij de student. Het portfolio is daarmee een instrument waarin de student een weergave van resultaten van zijn leerproces geeft. Het biedt de student mogelijkheden en kansen voor zelfsturing. Het portfolio heeft een lange termijn functie: er wordt zicht gehouden op de continuïteit in de ontwikkeling van de student. De student selecteert bewijsstukken, verantwoordt deze selectie, ordent het bewijsmateriaal en legt het voor ter beoordeling tijdens het competentie-examen. Portfoliopresentatie De student presenteert aan een opleidings- en een werkveldassessor (hands-on) de kritische leermomenten en betekenisvolle leerervaringen, waarbij de praktijktheorie tevens aandacht krijgt. Voorts presenteert de student beeldopnames voor de interpersoonlijke competentie. De student laat in deze presentatie zien hoe de competenties op meerdere manieren in verschillende situaties ontwikkeld zijn en hoe de student daarop reflecteert. Studentenstatuut 2014-2015 Master Special Education Needs 17

Criteriumgericht interview Dit is een interview tussen twee onafhankelijke assessoren en een student en gaat over concrete ervaringen van een student. Het wordt afgenomen nadat de inhoud van een portfolio, de ontvangen 360 graden feedback en de beroepsproducten bestudeerd zijn. Er wordt onderzocht of het resultaat naar wens was en het toegepaste gedrag adequaat. Het doel is informatie van de student te krijgen. Het is gericht op specifieke, door de assessoren vooraf bepaalde, onderwerpen. Na het interview bepalen de assessoren het waardeoordeel. Dit oordeel wordt in een eindgesprek door de assessoren toegelicht voor de student, voorzien van concrete feedback en/of adviezen voor verdere ontwikkeling. Daarna ontvangt de student een schriftelijke rapportage. Proeve van bekwaamheid Aan de hand van het portfolio wordt toegewerkt naar een eindcompetentie-examen in een reële situatie (hands-on): de aanvullende proeve van bekwaamheid met betrekking tot de interpersoonlijke competentie in de omgang met collega s. In deze proeve vormen studenten een forum, waarin gediscussieerd wordt over inhoudelijke onderwerpen. Ze worden geobserveerd en beoordeeld door onafhankelijke opleidings- en werkveldassessoren. 1c - Bijzondere leerwegen n.v.t. 2. Overzicht informatie van het curriculum Hierna volgt een overzicht van het curriculum: 2a Leerplannen leerlijnen Cohort 2014, alle leerroutes 2b Leerplannen leerlijnen Cohort 2013, alle leerroutes Voor andere cohorten en voor de groep studenten die in 2012-2013 gestart zijn met het Master SEN traject bij Fontys Hogescholen en die in 2013-2014 zijn ingeschreven bij Windesheim voor de Master SEN staat informatie over de leerroutes in de overgangsbepalingen (Hoofdstuk 2 artikel 7.4). 2a - Cohort 2014 Leerlijnenmodel Alle leerplannen Cohort 2014 zijn door de examencommissie goedgekeurd op 22-04-2014. Voor al deze plannen gelden de volgende notes: x = alle deelcompetenties gedekt. Indien anders alle deelcompetenties aangeven * Studenten maken een keuze uit interpersoonlijk met de leerling, collega of omgeving. COMPEX 1 / COMPEX 1S 6 EC on the job ( beroepsproducten), 2 EC keuzeproducten (s=supervisie/intervisie), 2 EC praktijkgericht onderzoekprofilering. COMPEX 2 4 EC on the job ( beroepsproducten), 5 EC keuzeproducten, 3 EC internationalisering Voor e-learning en de voltijd kunnen er afwijkingen in de planning zijn i.v.m. het karakter van deze opleidingsvariant. Studentenstatuut 2014-2015 Master Special Education Needs 18

Relatie lectoraat Praktijkgericht onderzoek Planmatig reflecteren Ortho didactisch Ortho Pedagogisch PGO leerling Comp.examen Pr bekwaamheid Handson/video Kennistoets Presentatie Verslag Omgeving Collega Leerling Rapporter en Reflectere n Handelen Ontwerpen Leer- en toetsplan Leerroute: leraar speciale onderwijsbehoeften primair onderwijs cohort 2014 9MLSPO ec Onderwijseenheid Periode Kwaliteitscriteria Toetsvormen Competenties Standaard code: ENSO-C Inter Persoonlijk Beoordeling 1 2 3 4 Aanvullende code: SLB x x x x x x x x x x x x x 4 DIALOG.xx.13 x x x x x x x x x* x* x* ac a x x x o/v/g/u 4 REKEN.xx.13 x x x x x x x x x a x x x o/v/g/u 4 ORTINT.xx.13 x x x x x x x x ab x x x o/v/g/u 3 MKTP14.xx.14 x x x x x x o/v/g/u 3 MKTD14.xx.14 x x x x x x o/v/g/u 2 PGOP.xx.13 x x x x x x x voldaan/niet voldaan 10 COMPEX1.xx.13 x x x x x x x x x x x x x x Per competentie aangeven: COMPEX 1/1S :cesuur niveau 2. 4 VLOLEZ.xx.13 x x x x x x x ab x x x o/v/g/u 4 BVLL.xx.13 x x x x x x x x x o/v/g/u 10 PGO.xx.13 x x x x x x x x x x x x o/v/g/u Theoretisch kader x x x x x x x x voldaan/niet voldaan Instrumenten x x x x x x x x x voldaan/niet voldaan Rapportage x x x x x x x x o/v/g/u 12 COMPEX2.xx.13 x x x x x x x x x x x x x x x Per competentie aangeven: COMPEX 2: cesuur niveau 3. 60 Totaal 50 EC Profiel leerroute 8 10 10 7 15 10 EC Keuze bewijs Studentenstatuut 2014-2015 Master Special Education Needs 19

Relatie lectoraat Praktijkgericht onderzoek Planmatig reflecteren Ortho didactisch Ortho Pedagogisch PGO leerling Comp.examen Pr bekwaamheid Handson/video Kennistoets Presentatie Verslag Omgeving Collega Leerling Rapporter en Reflectere n Handelen Ontwerpen Leer- en toetsplan Leerroute: leraar speciale onderwijsbehoeften primair onderwijs e-learning cohort 2014 9MLSPOE ec Onderwijseenheid Periode kwaliteitscriter Toetsvormen Competenties ia Standaard code: ENSO-C Inter Persoonlijk Beoordeling 1 2 3 4 Aanvullende code: SLB x x x x x x x x x x x x x 4 DIALOG.E.13 x x x x x x x x x* x* x* ac a x x x o/v/g/u 4 REKEN.E.13 x x x x x x x x x x a x x x o/v/g/u 4 ORTINT.E.13 x x x x x x x x ab x x x o/v/g/u 3 MKTP14.xx.14 x x x X x x o/v/g/u 3 MKTD14.xx.14 x x x x x x o/v/g/u 2 PGOP.xx.13 x x x x x x x voldaan/niet voldaan 10 COMPEX1.xx.13 x x x x x x x x x x x x x x Per competentie aangeven: COMPEX 1/1S :cesuur niveau 2. 4 VLOLEZ.E.13 x x x x x x x ab x x x o/v/g/u 4 BVLL.E.13 x x x x x x x x x o/v/g/u 10 PGO.xx.13 x x x x x x x x x x x x o/v/g/u Theoretisch kader x x x x x x x x voldaan/niet voldaan Instrumenten x x x x x x x x x voldaan/niet voldaan Rapportage x x x x x x x x o/v/g/u 12 COMPEX2.xx.13 x x x x x x x x x x x x x x x Per competentie aangeven: COMPEX 2: cesuur niveau 3. 60 Totaal 50 EC Profiel leerroute 8 10 10 7 15 10 EC Keuze bewijs Studentenstatuut 2014-2015 Master Special Education Needs 20