Orthopedie Cervicale Spondylodese Operatief vastzetten van de nekwervels Inleiding U heeft in overleg met uw behandelend arts besloten dat bij u een cervicale spondylodese gaat plaatsvinden. Dit is een operatie aan de nekwervels. Uw arts en de orthopedie-consulent hebben u al informatie gegeven. In deze folder kunt u het allemaal nog eens rustig nalezen. Wat is een cervicale spondylodese? Cervicale spondylodese is het operatief vastzetten van nekwervels. Deze operatie kan via de voorzijde (ventraal) en achterzijde (dorsaal) van de hals/nek plaatsvinden. De arts heeft met u besproken wat bij u van toepassing is. Waarom een operatie? Er zijn 7 nekwervels die met behulp van tussenwervelschijven en bandstructuren met elkaar verbonden zijn. Tussen de wervellichamen en de doornvormige uitsteeksels loopt het ruggenmerg. Vanuit het ruggenmerg lopen zenuwen naar de armen. Wanneer er sprake is van slijtage van een of meerdere tussenwervelschijven kan de stand van de wervels iets veranderd zijn of kunnen de tussenwervelschijven uitpuilen waardoor de zenuwen of het ruggenmerg tussen de wervels in de knel komen te zitten. Oorzaken In de meeste gevallen is er sprake van artrose (slijtage), maar ook een trauma (ongeval) of reuma behoort tot een van de oorzaken. Klachten De meest voorkomende klacht is pijn in de nek, die soms ook uitstraalt in de armen en soms gepaard gaat met krachtverlies en/of tintelingen in armen en/of handen. 1
Voorbereiding op de ingreep Het preoperatief bureau Vanuit de polikliniek en voor de opname in het ziekenhuis wordt u doorverwezen naar het preoperatief bureau. Het is belangrijk om u als patiënt zo goed en veilig mogelijk voor te bereiden op de aanstaande ingreep en de anesthesie die nodig is. Hiervoor is preoperatief onderzoek nodig. Door dit onderzoek is de kans op problemen tijdens en na de ingreep zo klein mogelijk. Meer informatie vindt u in de folder Preoperatief onderzoek. Anesthesie De ingreep geschiedt onder algehele anesthesie (narcose). Bij het preoperatief bureau kunt u uw vragen over de anesthesie met de anesthesist bespreken. Meer informatie over de gang van zaken vóór, tijdens en na de anesthesie krijgt u via het preoperatief bureau. Bloedverdunnende medicijnen Het gebruik van bloedverdunnende medicijnen moet u, uitsluitend in overleg met uw arts, voor de ingreep stoppen. Als u onder begeleiding staat van de trombosedienst informeer deze dan over de ingreep. De trombosedienst stemt dan het beleid met u af. Aanmeten halskraag De halskraag wordt voor de ingreep door de gipsverbandmeester aangemeten. Opnameduur De opnameduur bedraagt 2 tot 3 dagen. De ingreep Om bij de wervels van de nek te komen wordt aan de linkerzijde van de hals, naast het strottenhoofd, een snede gemaakt. De halswervelkolom wordt vrij gelegd op de plaats waar de tussenwervelschijf versleten is. Vervolgens wordt de versleten tussenwervelschijf verwijderd en wordt een cage (dit is een kleine open constructie in de vorm van een blokje) gevuld met kunstbot, tussen de wervels geplaatst. Vervolgens wordt een slangetje (wonddrain) aangelegd om overtollig bloed en wondvocht af te kunnen voeren. Tot slot wordt de wond in de hals gesloten. Meestal met oplosbare hechtingen. 2
Figuur 1. Schematische weergave Cage De cage die gevuld wordt met een schijfje kunstbot en die in de tussenwervelruimte cervicaal geplaats wordt (ware grootte:1 bij 1 cm en 6 mm dik). Duur van ingreep De duur van de ingreep bedraagt ongeveer 2 uur. Na de ingreep Na de ingreep gaat u naar de uitslaapruimte, waar gedurende de eerste uren intensieve bewaking en controle plaatsvinden. Soms treedt na de ingreep misselijkheid op. Na de ingreep heeft u een infuus in de arm. Als u voldoende hersteld bent gaat u terug naar uw eigen afdeling. Het kan voorkomen dat de arts het noodzakelijk vindt dat u naar de medium care of intensive care gaat. Dit is afhankelijk van uw toestand. Wondverzorging Het drukverband wordt doorgaans de tweede dag na de ingreep verwijderd. De wond wordt daarna verbonden met een pleister. Het slangetje (wonddrain) wordt verwijderd als de lekkage voldoende is afgenomen. Mobilisatie De halskraag,die op de operatiekamer is aangelegd, dient u zes weken dag en nacht te dragen. Deze halskraag geeft u ondersteuning. U mag op geleide van de pijnklachten mobiliseren. Dit gebeurt de eerste dagen onder begeleiding van de fysiotherapeut en verpleegkundige. De verpleegkundige zal u instructies geven over het dragen van de halskraag, het eten en drinken, het douchen en de wondverzorging. De zaalarts zal u informeren over de operatie. De fysiotherapeut begeleidt u tijdens de opname en geeft u verdere instructies. Pijnbestrijding Er wordt pijnbestrijding afgesproken om de pijn na de ingreep zoveel mogelijk te verminderen. Indien dit onvoldoende werkt, kunt u dit melden bij de verpleging. 3
Mogelijke complicaties Ondanks alle zorg die besteed wordt aan de ingreep, kunnen er soms toch nog complicaties optreden zoals: Infectie van het wondgebied Nabloeding Het slikken kan in het begin moeilijk gaan, het is daarom belangrijk dat u kleine hapjes neemt en daarbij drinkt, dit maakt de kans op verslikken minder. Tevens kunt u het gevoel hebben dat u het plaatje voelt. Dit is normaal en gaat over als het wondgebied na enkele weken geslonken is. Uitstralingspijn in de armen. Deze pijn in de armen is veelal de pijn van voor de operatie en wordt door zwelling in het operatiegebied verergerd. De klachten zullen na verloop van tijd afnemen, dit kan variëren van een maand tot een jaar. Heesheid. Meestal verdwijnt de heesheid binnen enkele weken na de ingreep. Weer thuis Mobilisatie Het is belangrijk dat u de leefregels die u meekrijgt van de fysiotherapeut goed naleeft. Het lopen binnen en buitenshuis is onbeperkt toegestaan. Vermijdt lopen op oneffen en heuvelachtig terrein en gladde oppervlakken. Het is verstandig geen zware voorwerpen te tillen, te sporten of te zwemmen tot de eerste poliklinische controle (6 weken na de operatie). Ook wordt gedurende die periode het besturen van de auto afgeraden. Lichamelijke verzorging U mag douchen zodra de wond droog en gesloten is. Dan hoeft er ook geen pleister meer op de wond geplakt te worden. Tijdens het douchen mag de halskraag af. Pijnbestrijding Pijnstillers zijn soms nodig. Een eenvoudige pijnstiller als paracetamol (500 mg) is vaak voldoende. Indien nodig zal de verpleegkundige van de afdeling verdere pijnbestrijding met u bespreken. Poliklinische afspraak Ongeveer twee weken en zes weken na de ingreep komt u terug bij uw orthopedisch chirurg. Een afspraak hiervoor krijgt u via de verpleegafdeling. Werk en sporthervatting Het moment waarop u weer kunt werken of sporten is afhankelijk van het soort werk of sport dat u doet. U kunt dit overleggen met uw orthopedisch chirurg tijdens de controle. 4
Vragen Indien u vragen heeft, na het lezen van deze folder, of bij klachten na de behandeling kunt u tijdens kantooruren contact opnemen met de orthopedie-consulent. Indien nodig zal de orthopedie-consulent overleggen met de orthopedisch chirurg. Orthopedie-consulent routenummer 74 routenummer 11 (077) 3206425 (0478) 522803 ortho-consul-venlo@viecuri.nl ortho-consul-venray@viecuri.nl De orthopedieconsulenten zijn bereikbaar: Ma t/m do van 8.30 tot 12.30 uur en van 13.15 tot 17.00 uur Vrijdags van 8.30 tot 12.30 uur Polikliniek Orthopedie routenummer 74 routenummer 11 (077) 320 68 70 (0478) 52 24 46 Bereikbaar tijdens kantooruren Na de ingreep, buiten kantoortijden, kunt u voor dringende vragen contact opnemen met: Afdeling Orthopedie routenummer 90 laag 3 routenummer 84, laag 3 (077) 320 60 78 (0478) 52 21 30 De is gesloten in het weekend (za en zo). U kunt dan contact opnemen met de. VieCuri Medisch Centrum Tegelseweg 210 Merseloseweg 130 5912 BL Venlo 5801 CE Venray (077) 320 55 55 (0478) 52 22 22 internet: www.viecuri.nl VieCuri Patiëntenservicebureau januari 2016 bestelnummer 9996 5