Tweede Kamer der Staten-Generaal



Vergelijkbare documenten
Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Centraal Informatiepunt

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Centraal Informatiepunt

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

6 juni Onderzoek: Aanpak vluchtelingenproblematiek

6 juni Onderzoek: Aanpak vluchtelingenproblematiek

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag

Datum 14 november 2017 Onderwerp Antwoorden Kamervragen over de opvang van vluchtelingen in Turkije op basis van de Turkijedeal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Praktische opdracht Maatschappijleer Asielbeleid

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal

58ste vergadering Woensdag 15 maart 1995

Migratieradar april Ontwikkeling en verwachting van asielmigratie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal

member states member states member states member states Measure of EU member states

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie De heer dr. K.H.D.M. Dijkhoff Postbus EH Den Haag

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nederland kan instemmen met de bepalingen betreffende kwetsbare personen, inclusief de in artikel 11 aangebrachte wijziging.

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Centraal Informatiepunt

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

7,7. Werkstuk door een scholier 2122 woorden 23 maart keer beoordeeld. Maatschappijleer. Wat is het probleem?

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten Generaal

Transcriptie:

Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1997 1998 19 637 Vluchtelingenbeleid 23 490 Ontwerpbesluiten Unie-Verdrag Nr. 323 1 Samenstelling: Leden: V.A.M. van der Burg (CDA), voorzitter, Schutte (GPV), Korthals (VVD), Janmaat (CD), Soutendijk-van Appeldoorn (CDA), Van de Camp (CDA), Swildens-Rozendaal (PvdA), ondervoorzitter, M.M. van der Burg (PvdA), Scheltema-de Nie (D66), Kalsbeek-Jasperse (PvdA), Zijlstra (PvdA), Van Heemst (PvdA), Aiking-van Wageningen (groep-nijpels), Rabbae (GroenLinks), Koekkoek (CDA), J.M. de Vries (VVD), Van Oven (PvdA), Van der Stoel (VVD), Dittrich (D66), Verhagen (CDA), Rouvoet (RPF), B.M. de Vries (VVD), Van Boxtel (D66), O.P.G. Vos (VVD) en Van Vliet (D66). Plv. leden: Smits (CDA), Van den Berg (SGP), Van Blerck-Woerdman (VVD), Marijnissen (SP), Bremmer (CDA), Doelman-Pel (CDA), Wagenaar (PvdA), Feenstra (PvdA), Bijleveld- Schouten (CDA), Rehwinkel (PvdA), Noorman-den Uyl (PvdA), Apostolou (PvdA), Meyer (groep-nijpels), Sipkes (GroenLinks), Biesheuvel (CDA), Rijpstra (VVD), Middel (PvdA), Passtoors (VVD), Wessels (D66), Van der Heijden (CDA), Leerkes (Unie 55+), Van den Doel (VVD), Roethof (D66), Weisglas (VVD) en De Koning (D66). 2 Samenstelling: Leden: Beinema (CDA), Van der Linden (CDA), ondervoorzitter, Blaauw (VVD), Weisglas (VVD), Van Heemskerck Pillis-Duvekot (VVD), H. Vos (PvdA), Verspaget (PvdA), Ybema (D66), Apostolou (PvdA), Van Middelkoop (GPV), Valk (PvdA), Sipkes (GroenLinks), Woltjer (PvdA), voorzitter, Hessing (VVD), Van den Bos (D66), VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG Vastgesteld 16 maart 1998 De vaste commissies voor Justitie 1 en Buitenlandse Zaken 2 hebben op 12 februari 1998 overleg gevoerd met staatssecretaris Schmitz van Justitie over: de brief van de staatssecretaris van Justitie d.d. 12 januari 1998 over de stand van zaken rond getroffen maatregelen instroom asielzoekers uit Irak (19 637, nr. 309); de brief van de minister van Justitie d.d. 7 januari 1998 over de resultaten van de JBZ-raad inzake een terugnameregeling tussen de lidstaten van de Europese Unie en Turkije (23 940, nr. 88); de brief van de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken d.d. 4 februari 1998 over het ontwerpbesluit illegale immigratie (19 326, nr. 193). Van het overleg brengen de commissies bijgaand beknopt verslag uit. Vragen en opmerkingen uit de commissies De heer Rijpstra (VVD) vond dat de staatssecretarissen van Justitie en Buitenlandse Zaken op de juiste wijze geanticipeerd hebben op de ontwikkelingen die de huidige verhoogde instroom van asielzoekers hebben veroorzaakt. Deze instroom behelst behalve Iraakse Koerden, sinds het begin van dit jaar, ook een groot aantal Afghanen. De staatssecretarissen hebben de analyse kunnen en durven maken dat er een stroom Koerden naar Nederland op komst was. Hij juichte dit beleid dat voorkomt dat er achter de feiten aan gelopen wordt toe omdat het de enige manier is waarop aan deze problemen het hoofd kan worden geboden. Hoekema (D66), Marijnissen (SP), Verhagen (CDA), Roethof (D66), Rouvoet (RPF), Van den Doel (VVD), Meyer (groep-nijpels), De Haan (CDA), Visser-van Doorn (CDA) en Koenders (PvdA). Plv. leden: Leers (CDA), Bremmer (CDA), Korthals (VVD), Van der Stoel (VVD), Voûte- Droste (VVD), Van Nieuwenhoven (PvdA), Lilipaly (PvdA), De Graaf (D66), Van Gijzel (PvdA), Van den Berg (SGP), Rosenmöller (GroenLinks), Van Oven (PvdA), Hoogervorst (VVD), Dittrich (D66), Hillen (CDA), Van Ardenne-van der Hoeven (CDA), Van Waning (D66), Leerkes (Unie 55+), Bolkestein (VVD), Hendriks, Bukman (CDA), Gabor (CDA) en Dijksma (PvdA). KST28474 ISSN 0921-7371 Sdu Uitgevers s-gravenhage 1998 Tweede Kamer, vergaderjaar 1997 1998, 19 637 en 23 490, nr. 323 1

Volgens cijfers van de UNHCR kan 20% van de vluchtelingen in Turkije als politiek vluchteling aangemerkt worden en zijn de overigen economische migranten. Met het oog op deze cijfers zei de heer Rijpstra het eens te zijn met de extra maatregelen die genomen zijn om de instroom te beperken. Hij noemde in dit verband de intensivering van het mobiel toezicht vreemdelingen, de immigratiemedewerkers in Turkije die zorgen voor coördinatie van het beleid en de internationale contacten om de internationale mensensmokkel te bestrijden. Samenwerking met Turkije is nodig om te voorkomen dat de Koerdische vluchtelingen illegaal Europa binnenkomen. Om illegale grensoverschrijdingen te bestrijden moet Nederland samen met andere Europese landen, en met name Duitsland, het vertrouwen van Turkije winnen. Men zou dit vertrouwen kunnen winnen door in samenwerking met de UNHCR de Turkse regering hulp te bieden bij de opvang van de circa 2 miljoen gevluchte Koerden die momenteel in Turkije verblijven. Het geld voor deze steun zou o.a. uit het Sociaal fonds van de Raad van Europa kunnen komen. Opvang in de eigen regio is niet altijd een reële optie maar is in dit geval beter dan ooit te realiseren. Samen met de regering van Turkije en wellicht ook met de regeringen van doorstroomlanden als Italië en Bulgarije moet geprobeerd worden om de stroom Koerden tot staan te brengen en hen in de regio opvang te bieden. Hoe verlopen de contacten met de Turkse overheid en is zij bereid om samen met Nederland en Duitsland te werken aan regionale opvang? De heer Rijpstra gaf ten slotte in overweging ook op Schiphol een vorm van mobiel toezicht op vreemdelingen te situeren. Het is immers zeer wel denkbaar, ook al zijn er geen precieze gegevens over dit soort illegale grensoverschrijdingen, dat mensen via andere Schengenlanden illegaal doorreizen naar Nederland. De heer Van den Berg (SGP) was door zijn bezoek aan Griekenland en Turkije met een delegatie uit de commissie Buitenlandse Zaken niet optimistischer geworden over de mogelijkheid om het vluchtelingenprobleem in Turkije op korte termijn op te lossen. Hij constateerde dat Turkije een doorstroomland is geworden voor vluchtelingen uit het gehele Midden-Oosten en delen van Azië. Deze problematiek kan alleen worden opgelost door een internationale inspanning in samenwerking met Turkije. Verder vond hij het significant dat zowel in Turkije als in Griekenland klachten over de vele vluchtelingen, die doorreizen naar West-Europese landen, nogal eens afgedaan worden met de opmerking dat deze landen dit aan hun veel te royale opvang te danken hebben. Aan zijn bezoek aan Turkije had de heer Van den Berg de indruk overgehouden dat de Turkse autoriteiten bereid zijn de samenwerking met de landen van de EU te verbeteren. Hij vroeg de staatssecretaris om informatie over de recente contacten op Europees niveau met Turkije. De heer Van den Berg zag voor de Nederlandse ambtenaren die zich in Turkije zelf met deze problematiek bezighouden, vooral een rol weggelegd bij het vergaren van informatie over de motieven van de asielzoekers en de kanalen die zij gebruiken om naar Europa te komen en verder bij de verbetering van de samenwerking met de lokale autoriteiten. Hij vond dit een goede lijn, maar vroeg zich wel of dit ook op korte termijn resultaten oplevert. Er zijn duidelijke aanwijzingen dat mensensmokkel in deze regio een groot probleem is geworden. Deze mensensmokkel, die georganiseerd wordt door grote misdaadsyndicaten, leidt tot corruptie die inmiddels zelfs overheidskringen bereikt zou hebben. Verder wordt er beweerd dat de PKK een deel van haar inkomsten met deze handel verwerft. De beveiliging van de buitengrenzen van de EU blijft een groot probleem. De grenzen van Italië en Griekenland zijn onmogelijk volledig af te sluiten, hetgeen in het verleden een reden voor de fractie van de SGP is geweest Tweede Kamer, vergaderjaar 1997 1998, 19 637 en 23 490, nr. 323 2

om zich kritisch op te stellen tegenover toetreding van deze landen tot het Schengenverdrag. De samenwerking met deze landen moet desalniettemin worden versterkt en de heer Van den Berg vroeg de staatssecretaris dan ook naar de stand van zaken op dit punt. Het kabinet heeft de Kamer toegezegd om de bewaking van de nationale grenzen te versterken. Zijn de benodigde middelen voor personele versterking inmiddels beschikbaar gesteld? En wat is de huidige situatie op knelpunten als Schiphol? Tot slot benadrukte de heer Van den Berg dat de opvang zo veel mogelijk in de regio moet plaatsvinden. De UNHCR is hiervoor de eerstverantwoordelijke instantie; op de internationale gemeenschap rust de taak om de voorwaarden te scheppen die dit soort opvang mogelijk maken. Een actief mensenrechtenbeleid in heel de regio is daarbij een essentieel onderdeel. De heer Middel (PvdA) vond dat er al te gemakkelijk aan voorbijgegaan wordt dat de huidige instroom van asielzoekers in de eerste plaats een gevolg is van de slechte mensenrechtensituatie en niet van mensensmokkel. In de discussie over de maatregelen die tegen deze instroom genomen moeten worden, moet voorop blijven staan dat het voor bonafide asielzoekers mogelijk moet zijn en blijven om Nederland binnen te komen en een asielverzoek in te dienen. Er zijn nu ad-hocmaatregelen getroffen die de ambassade in Ankara een rol geven in de gezinshereniging. In hoeverre stroken deze maatregelen met het beleid dat in andere regio s gevoerd wordt? De afwezigheid van de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken werd door de heer Middel ernstig betreurd omdat de problematiek die in dit algemeen overleg aan de orde is een duidelijke buitenlands politieke context heeft. Door Italië is terecht geopperd dat er een betere analyse van de oorzaken van de vluchtelingenstroom moet komen. Nederland zou hierin voor een deel kunnen voorzien met de ambtelijke missie die naar Noord-Irak is gestuurd. De rapportage van deze missie, die voor begin februari was toegezegd, is echter nog niet gereed. De heer Middel betreurde dit omdat het nieuwe of bijgestelde ambtsbericht heel goed bij dit algemeen overleg betrokken had kunnen worden. Verder vond de heer Middel het een misvatting te menen dat het voor de UNHCR mogelijk is om in Turkije zelf voor een oplossing te zorgen van de Koerdenproblematiek. Zowel voor Koerden uit Turkije maar vooral ook voor Koerden uit Irak is Turkije op dit moment geen veilig land en zij zullen dan ook blijven vluchten. Deze situatie wordt nog moeilijker en diffuser door de huidige oorlogsdreiging in Irak en de ontwikkelingen in Turkije. Nederland moet zich bij het zoeken naar oplossingen voor het Koerdische vluchtelingenprobleem niet verschuilen achter internationale organisaties en landen die, zo blijkt in de praktijk, nauwelijks bereid zijn tot het nemen van constructieve maatregelen. De heer Middel voegde hieraan toe het onterecht te vinden dat Koerdische asielzoekers bij voorbaat worden bestempeld als illegale immigranten die louter en alleen geleid worden door economische motieven. De heer Middel vroeg ten slotte of mensen die door het mobiel vreemdelingentoezicht opgespoord worden en die geen geldige papieren kunnen tonen toch de gelegenheid krijgen om een asielverzoek in te dienen. De heer Verhagen (CDA) hechtte aan een asielverzoek dat door de UNHCR is behandeld evenveel waarde als aan een verzoek dat in een van de Schengenlanden is ingediend. Koerden die in Turkije bij de UNHCR een verzoek indienen voor politiek asiel en daar worden afgewezen, moeten, indien zij doorreizen naar Nederland, behandeld worden als mensen die in een van de Schengenlanden om politiek asiel vragen en daar worden Tweede Kamer, vergaderjaar 1997 1998, 19 637 en 23 490, nr. 323 3

afgewezen. Om te voorkomen dat asielprocedures tweemaal worden doorlopen, toonde hij zich een voorstander van informatie-uitwisseling met de afdeling van de UNHCR die in Turkije voor de Turkse overheid de asielverzoeken behandelt. Wanneer verwacht de staatssecretaris dat de Eurodact-overeenkomst volledig ingevoerd zal zijn en op basis van welke bilaterale overeenkomsten kan Nederland nu al gebruik maken van informatie uit andere Schengenlanden? De heer Verhagen dacht hierbij aan de uitwisseling van vingerafdrukken die het mogelijk maakt te achterhalen of mensen al eerder in één van de andere Schengenlanden een asielverzoek ingediend hebben. Hij vroeg verder of de afspraken die politie- en IND-functionarissen bij de bijeenkomst in Rome gemaakt hebben afdoende nagekomen zijn. Kan de staatssecretaris informatie verschaffen over de missie naar Irak en het ambtsbericht dat voorzien was voor begin februari? De heer Verhagen kon zich vinden in de opvatting dat het noodzakelijk is om te anticiperen op de dreigende situatie in Irak. Om ondanks deze dreigende situatie opvang in de regio mogelijk te maken, vond hij het gewenst dat de internationale gemeenschap zich solidair toont met Turkije. Hij zag voor Nederland de taak om in Europees verband het initiatief te nemen om te komen tot een financiële ondersteuning van beleid dat gericht is op opvang in de regio. Dit is des temeer nodig omdat te voorzien valt dat er andere stromen vluchtelingen naar Europa zullen komen. Tot slot vroeg hij of bij vakantiegangers de verblijfsvergunning ingetrokken wordt of dat zij een andere vergunning tot verblijf krijgen. Kan de staatssecretaris de tussentijdse evaluatie over de kopieerplicht aan de Kamer doen toekomen? De heer Hoekema (D66) vroeg allereerst naar de actuele stand van zaken met betrekking tot de instroom van Iraakse asielzoekers. Is er al iets meer te zeggen over de routes die deze asielzoekers volgen en zijn er contacten met de Italiaanse regering om de Italiëroute beter af te dekken? Verder vroeg de heer Hoekema of al iets meer gezegd kan worden over het land van herkomst van Koerdische asielzoekers. Het EU-actieplan is zonder meer indrukwekkend, maar heeft voor het overgrote deel nog een papieren karakter. Opvang in de regio is inderdaad een nastrevenswaardig uitgangspunt, maar het is nog maar de vraag of dat ook geldt voor de situatie waarin de Koerden zich bevinden. Turkije is niet het meest gastvrije land voor Koerden, terwijl Irak een geval apart is. Andere landen in het Midden-Oosten lenen zich ook niet bepaald voor een menswaardige opvang. De nationale inspanningen van Nederland (versterking van de posten in Ankara en Istanboel e.d.) hebben de hartelijke instemming van de D66-fractie. Het gezinsherenigingsbeleid wordt terecht verscherpt, maar waarom is de samenwerking met het IOM opgezegd? Is al een werkgroep bezig om DNA-tests te ontwikkelen die kunnen worden toegepast bij verzoeken om gezinshereniging en is het waar dat er in Duitsland een speekseltest is ingevoerd? Ook de heer Hoekema drong aan op spoed bij de totstandbrenging van het ambtsbericht over Irak. Ten slotte sloot hij zich aan bij de heer Middel die het betreurde dat staatssecretaris Patijn niet bij dit algemeen overleg aanwezig is. Ook mevrouw Sipkes (GroenLinks) vond het jammer dat staatssecretaris Patijn niet aanwezig is. Positief vond zij het dat de staatssecretaris benadrukt dat Nederland overeenkomstig de internationale verdragen en de Vreemdelingenwet vluchtelingen zal opvangen. In het verslag van de JBZ-raad staat dat gewapende conflicten tussen Koerdische facties de Tweede Kamer, vergaderjaar 1997 1998, 19 637 en 23 490, nr. 323 4

hoofdoorzaak vormt van de vluchtelingenproblematiek. Met dit gegeven moet rekening worden gehouden bij het ontwikkelen van pushfactoren. Helaas gebeurt dat niet in de brief van staatssecretaris Patijn d.d. 4 februari 1998 en wordt de nadruk gelegd op restrictieve maatregelen. Het leek mevrouw Sipkes niet realistisch om bij opvang in de regio te denken aan Turkije, Iran en Syrië. Hetzelfde geldt voor het gestelde omtrent binnenlandse vluchtalternatieven. De situatie in vluchtelingenkampen in Noord-Irak is met geen pen te beschrijven. Er is daar sprake van een oorlogssituatie, want vanuit Turkije worden bombardementsvluchten uitgevoerd. Hoe denkt men dan met Turkije een terugnameovereenkomst af te sluiten? Turkije wil bovendien niet alleen vluchtelingen opnemen maar weigert ook om Koerden te erkennen als vluchtelingen. Hoe verhoudt de taskforce (in de vorm van een vijfde IND-district) zich tot het overlegmodel, dat nog steeds onderwerp van discussie is? Het antwoord van de staatssecretaris De staatssecretaris deelde mee dat in januari 647 Iraakse en 676 Afghaanse asielzoekers Nederland zijn binnengekomen. De Kamer zal uiteraard op de hoogte worden gehouden van de invulling van de in de brief van 12 januari jl. aangekondigde maatregelen. Ook in EU-verband staat de problematiek van de Iraakse asielzoekers met een zekere regelmaat op de agenda, uitmondend in een actieplan. In de JBZ-raad van maart zal een rapportage hierover ter tafel liggen. De staatssecretaris zei veel waardering te hebben voor het werk van de UNHCR die soms het onmogelijke realiseert. Zij dacht hierbij aan de opvang van Afghaanse vluchtelingen in onder andere Iran. Aan dergelijke opvangprojecten dienen de EU en ook Nederland uitdrukkelijk steun te verlenen. Het Engelse voorzitterschap heeft wat betreft de steun aan de UNHCR enkele initiatieven genomen waar Nederland zich geheel in kan vinden. De oorzaken van het schrijnende Koerdische probleem liggen zo diep dat niet verwacht kan worden dat er zodanige maatregelen kunnen worden genomen dat de instroom spectaculair zal dalen. Het is veeleer een kwestie van beheersbaar houden dan van oplossen. De heer Middel heeft volstrekt gelijk dat het in de eerste plaats de slechte mensenrechtensituatie is waarom mensen überhaupt vluchten. Of men nu een echte politieke vluchteling is of enkel de vrees heeft dat het zo ver zal komen, men heeft natuurlijk best aanleiding om zich onveilig te voelen en te trachten elders betere perspectieven te krijgen. Ook op dit punt zal uiteraard een zorgvuldig beleid worden gevoerd door de Nederlandse autoriteiten. Het is zeker niet de bedoeling om Koerdische asielzoekers bij voorbaat te bestempelen als illegale immigranten. Het inzetten van extra controlerend personeel op de ambassade in Ankara in het kader van de gezinshereniging past heel wel in het meer algemene beleid om wat dit betreft meer verantwoordelijkheid te leggen in ambassades in landen van herkomst. Het ambtsbericht over Irak zal hoogstwaarschijnlijk nog in februari worden uitgebracht. Het zal daarna, vergezeld van een standpunt van het kabinet, naar de Kamer worden gestuurd. Als het MTV iemand staande houdt, kan de desbetreffende asielzoeker inderdaad een asielverzoek indienen, waarna de gebruikelijke procedure volgt. De eerste optie is dat, als volstrekt duidelijk is dat een asielzoeker uit België of Duitsland komt, hij of zij naar dat land teruggaat. Hopelijk zal het Eurodac-verdrag in de zomer van 1998 rond zijn. Structurele opslag en uitwisseling van vingerafdrukken maakt een dergelijk verdrag uitdrukkelijk nodig. Incidentele uitwisseling is mogelijk op basis van de Dublinafspraken. Het komt inderdaad voor dat verblijfsvergunningen van «vakantiegangers» worden ingetrokken. Het gaat niet om grote aantallen en bovendien Tweede Kamer, vergaderjaar 1997 1998, 19 637 en 23 490, nr. 323 5

vergt het intrekken van een verblijfsvergunning een ingewikkelde juridische procedure. Thans is een zeventigtal zaken in onderzoek. De resultaten van de tussentijdse evaluatie van de kopieerplicht worden eind maart verwacht. Aan het adres van de heer Hoekema merkte de staatssecretaris op geen specifieke informatie te hebben over de diverse routes die de Iraakse asielzoekers volgen. Wel is duidelijk wat de voornaamste transitroutes zijn, maar niet alle routes zijn al in kaart gebracht. De samenwerking met het IOM in het kader van het gezinsherenigingsbeleid is opgezegd omdat het de overheid is die moet nagaan of inderdaad sprake is van een gezin. Ten slotte merkte de staatssecretaris aan het adres van mevrouw Sipkes op dat het uitdrukkelijk de bedoeling is om belangrijke elementen van het overlegmodel te integreren in de IND-districten. Op dit moment wordt met de rechtshulp overlegd over de verdere toekomst van het overlegmodel. Tweede termijn De heer Middel (PvdA) wilde nog graag weten hoe de extra controle in het kader van het gezinsherenigingsbeleid op de ambassade in Ankara zal worden uitgevoerd. Verder vroeg hij zich nog af of de veiligheid van iemand, waarvan op de ambassade de gezinsrelatie wordt vastgesteld, is gegarandeerd. De heer Verhagen (CDA) wilde graag nadere informatie over de informatie-uitwisseling in meer brede zin, dus niet alleen vingerafdrukken. Dergelijke informatie is nodig om te kunnen beoordelen of het beleid effectief is. De heer Hoekema (D66) stelde vast dat in EU-verband gestreefd wordt naar een adequate aanpak van het vluchtelingenvraagstuk. De UNHCR vindt dat 80% van de Iraakse asielzoekers niet kan worden beschouwd als een politieke vluchteling. Hoe wordt over die bevinding gecommuniceerd met het hoofdkantoor in Genève en de lidstaten. Is bekend wat er met de 80% afgewezen asielzoekers gebeurt? Mevrouw Sipkes (GroenLinks) vroeg of de staatssecretaris nader kan ingaan op het werk van de UNHCR in de Turks-Iraakse regio omdat de situatie aldaar nogal verschilt van andere regio s. De JBZ-raad buigt zich steeds vaker over aspecten van asielbeleid. Is de staatssecretaris op enigerlei manier betrokken bij dat overleg? De staatssecretaris zei dat het de bedoeling is om, als de «experimenten» in Ankara en Istanboel goed uitpakken, ook andere ambassades in landen van herkomst waar gezinsherenigingsproblemen spelen te versterken. In die zin is er sprake van een meer algemeen beleid. De extra controle behelst een eerste check van de juistheid van de gegevens die asielzoekers in het kader van de gezinshereniging aanvoeren. De staatssecretaris zegde toe contact op te zullen nemen met staatssecretaris Patijn over het vraagstuk van de informatie-uitwisseling en de Kamer hierover nader te informeren. In het actieplan van de EU staat ook het nodige over de informatie-uitwisseling. Ook zal nadere informatie worden verstrekt over de positie en de handelwijze van de UNHCR in de regio. Ten slotte merkte de staatssecretaris op dat de ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie doorgaans de JBZ-raden bezoeken. Zij vond echter dat er veel voor te zeggen is dat de staatssecretaris van Justitie voortaan meer betrokken wordt bij die raden. Tweede Kamer, vergaderjaar 1997 1998, 19 637 en 23 490, nr. 323 6

De heer Van der Burg (voorzitter) stelde vast dat de commissie met uitzondering van mevrouw Sipkes instemt met het ontwerpbesluit over illegale immigratie (19 326, nr. 193) De voorzitter van de vaste commissie voor Justitie, V. A. M. van der Burg De voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Woltjer De griffier van de vaste commissie voor Justitie, Pe Tweede Kamer, vergaderjaar 1997 1998, 19 637 en 23 490, nr. 323 7