Pagina 1 van 28 INHOUD Wijzigingsblad voor dit deel van het certificatieschema 4.1 Algemeen...3 4.1.1 Inleiding...3 4.1.2 Commissie van Deskundigen LPS 1233...3 4.1.3 Toepassingsgebied...3 4.1.4 Voorwaarden voor certificatie...3 4.2 Certificatie van het blusgasinstallatiebedrijf...4 4.2.1 Vestigingseisen...4 4.2.2 Kwaliteits- en VGM eisen...4 4.2.3 Personeel...5 4.2.4 Tijdelijk personeel...6 4.2.5 Uitbesteding van werkzaamheden...6 4.2.6 Werkplaatsen en bedrijfsmiddelen...6 4.2.7 Documentatie, normen en standaards...6 4.2.8 Productkwalificaties...6 4.2.9 Aanmeldprocedure...7 4.2.10 Sanctieprocedure...7 4.3 Certificatie van de installatie...8 4.3.1 Aanmelding...8 4.3.2 Installatieontwerp...9 4.3.3 Beheer- en onderhoudspecificatie...11 4.3.4 Ontwerpverificatie...12 4.3.5 Realisatie / installatie...12 4.3.6 Ontwerpvalidatie...12 4.3.7 Rapport van oplevering en conformiteitsverklaring...13 4.3.8 Certificatiebeoordeling...13 4.3.9 Procedures ten aanzien van afwijkingen en afgifte productcertificaat...14 4.3.10 Richtlijnen voor het uitvoeren van wijzigingen...14 Bijlage A Stroomschema certificatieprocedure installatie...16 Bijlage B Model Contractspecificatie...17 Bijlage C Model Rapport van Oplevering...20 Bijlage D Model rapport certificatiebeoordeling...22 Bijlage E Voorbeeld Productcertificaat...25 Bijlage F Procedure productcertificaat in combinatie met inspectiecertificaat...26 Bijlage G Definities van Deel 4 van het LPS 1233-certificatieschema...28
Pagina 2 van 28 Wijzigingsblad voor dit deel van het certificatieschema Referentie wijziging Versie nr. Clausule Implementatie datum Details Juli 2009 3.1 Volledige revisie van dit deel van het certificatieschema 3.2 Geen wijzigingen in dit deel van het schema
Pagina 3 van 28 4.1 Algemeen 4.1.1 Inleiding Het LPS 1233 certificatieschema deel 4 wordt uitgevoerd door The Loss Prevention Certification Board, een afdeling van BRE Certification Ltd, gevestigd in het Verenigd Koninkrijk, in samenwerking met VEBON (Vereniging van BeveiligingsOndernemingen in Nederland). De dagelijkse uitvoering van dit schema is ondergebracht bij LPCB Nederland B.V. Dit deel van het schema behandelt de eisen t.a.v. de realisatie, het beheer en onderhoud van blusgasinstallaties teneinde een productcertificaat te kunnen afgeven voor levering van de installatie (deel 4) en een extra productcertificaat voor het onderhoudscontract (deel 4-O). Eisende partijen kunnen naast het productcertificaat tevens een inspectiecertificaat verlangen. Dit inspectiecertificaat kan dan een uitgebreidere omvang hebben, bijvoorbeeld ook bouwkundige en organisatorische zaken, interactie met andere installaties, e.d. Dit valt echter niet onder dit LPS 1233 schema, zie hiervoor bijlage F. 4.1.2 Commissie van Deskundigen LPS 1233 Het beheer en onderhoud van dit schema berust bij de Commissie van Deskundigen (CvD) LPS 1233, waarin de marktpartijen zijn vertegenwoordigd. De CvD heeft de volgende bevoegdheden: Het doen van uitspraken inzake interpretatie van ontwerpvoorschriften in het kader van dit certificatieschema; Het doen van uitspraken inzake de voorwaarden voor en procedure van erkenning van bedrijven in situaties waarin dit certificatieschema niet voorziet. 4.1.3 Toepassingsgebied Dit schema heeft betrekking op stationaire blusgasinstallaties. Erkende LPS 1233 blusgasinstallatiebedrijven leveren in Nederland als standaard met een LPS 1233 productcertificaat, tenzij dit op grond van (norm-) technische overwegingen of contractuele eisen niet mogelijk is. 4.1.4 Voorwaarden voor certificatie Het LPS 1233 productcertificaat omvat de kwaliteit van het product blusgasinstallatie. Het product moet een complete, geïnstalleerde, gedocumenteerde en opgeleverde blusgasinstallatie betreffen, bestaande uit minimaal de volgende onderdelen: a) Het blusgasleidingnet. b) De blusgascilinders. c) De blusgascommandocentrale incl. brandmelding, alarmeringen en sturingen. d) De bepaling van de volgens het installatievoorschrift benodigde drukontlastopeningen (levering en montage kunnen in de contractspecificatie zijn uitgesloten). e) De beoordeling van de ruimtedichtheid (ook als er geen ruimtedichtheidstest wordt gehouden). f) Alle verdere noodzakelijke voorzieningen en diensten die volgens het installatievoorschrift door het blusgasinstallatiebedrijf moeten worden geleverd (zoals tekeningen, bedieningsvoorschriften, beproevingen en instructies).
Pagina 4 van 28 Bij de aanleg van de blusgasinstallatie kunnen meerdere partijen betrokken zijn, bijvoorbeeld doordat de brandmeldinstallatie onderdeel is van de totaalbeveiliging. In dat geval moet voor de brandmeldinstallatie de conformiteit met de geldende voorschriften zijn aangetoond en verwerkt het erkende blusgasinstallatiebedrijf de validatie van de ingangssignalen (eerste en tweede brandmelding) vanuit de brandmeldinstallatie in het Rapport van Oplevering. Voor het goed functioneren van de blusgasinstallatie zijn altijd randvoorwaarden van toepassing welke in de contractspecificatie zijn vastgelegd, maar welke niet tot de levering c.q. verantwoordelijkheid van het blusgasinstallatiebedrijf behoren. Dit kunnen o.a. zijn: de luchtdichtheid van de beveiligde ruimte de aard en omvang van het brandrisico (bijvoorbeeld de opgeslagen goederen) de functionele werking van gestuurde apparatuur (bijvoorbeeld luchtbehandeling en brandkleppen) De (voortdurende) kwaliteit van deze randvoorwaarden valt niet onder het productcertificaat. Eventuele afwijkingen moeten op het productcertificaat worden vermeld. Indien ook over deze aspecten middels certificatie een uitspraak wordt verlangd, kan als aanvulling op het productcertificaat een inspectiecertificaat op basis van een onafhankelijke inspectie worden verlangd. Zie bijlage F. 4.2 Certificatie van het blusgasinstallatiebedrijf 4.2.1 Vestigingseisen 4.2.1.1 Elke (neven-) vestiging van een blusgasinstallatiebedrijf welke een compleet contract uitvoert dient LPS 1233 gecertificeerd te zijn. 4.2.1.2 Een inschrijving in het handelsregister in het vestigingsland voor de betreffende werkzaamheden. 4.2.1.3 Een verzekering Aansprakelijkheid voor Bedrijven (AVB) van min. 2.000.000. 4.2.2 Kwaliteits- en VGM eisen 4.2.2.1 Een door een geaccrediteerde instelling afgegeven geldig certificaat voor het kwaliteitszorgsysteem, minimaal conform NEN-EN-ISO 9001, specifiek voor het ontwerp, de levering, installatie en onderhoud van brandblusinstallaties, waarbij blusgasinstallaties aantoonbaar in de procedures zijn opgenomen. 4.2.2.2 Een door een geaccrediteerde instelling afgegeven geldig certificaat voor het veiligheidszorgsysteem, minimaal conform VCA*, specifiek voor het installeren en onderhouden van brandblusinstallaties. 4.2.2.3 Indien de aansturing door de brandmeldinstallatie tevens onderdeel van het contract vormt en in eigen beheer wordt uitgevoerd is een erkenning als branddetectiebedrijf vereist.
Pagina 5 van 28 4.2.3 Personeel 4.2.3.1 Personeel in vaste dienst Voldoende technici in vaste dienst, inzetbaar op basis van een in het ISO 9001 systeem opgenomen competentiematrix, onderverdeeld naar: Projectleider / systeemontwerper Tekenaar / constructeur Leidinggevend Monteur Monteur nieuwbouw E/W Inbedrijfsteller bluscommandocentrale. 4.2.3.2 Kwalificaties Projectleider/systeemontwerper Een HBO opleiding, dan wel een door ervaring verkregen HBO werk- en denkniveau. Een goede kennis van de gevoerde fabrikaten blusgasinstallaties, aantoonbaar* verkregen door opleiding in het blusgasinstallatiebedrijf of bij de fabrikant. Deze kennis dient te omvatten: ontwerp, installatie, onderhoud en de veiligheidsaspecten bij het functioneren. Een VVA-2 certificaat. 4.2.3.3 Kwalificaties Tekenaar Een MBO opleiding, dan wel een door ervaring verkregen MBO werk- en denkniveau. Basiskennis van blusgasinstallaties, aantoonbaar* verkregen. 4.2.3.4 Kwalificaties Leidinggevend monteur Een MBO opleiding, dan wel een door ervaring verkregen MBO werk- en denkniveau. Een diploma Blusgastechniek 1 of gelijkwaardig. Een goede kennis van de gevoerde fabrikaten blusgasinstallaties, aantoonbaar* verkregen door opleiding in het blusgasinstallatiebedrijf of bij de fabrikant. Deze kennis dient te omvatten: installatie, onderhoud en de veiligheidsaspecten bij het functioneren. Een VVA-2 certificaat. 4.2.3.5 Kwalificaties inbedrijfsteller bluscommandocentrale Een MBO opleiding, dan wel een door ervaring verkregen MBO werk- en denkniveau. Kennis van NEN 2535. Een goede kennis van de gevoerde fabrikaten bluscommandocentrales, aantoonbaar* verkregen door opleiding in het blusgasinstallatiebedrijf of bij de fabrikant. Deze kennis dient te omvatten: installatie, onderhoud en de veiligheidsaspecten bij het functioneren. Een VVA-1 certificaat. 4.2.3.6 Kwalificaties Monteur nieuwbouw - E/W Een LBO opleiding Elektrotechniek en/of mechanische techniek, aangevuld met een opleiding tot pijpfitter.(w-monteur). Kennis van NEN 2535 installatiedeel (E-monteur). Een VVA-1 certificaat.
Pagina 6 van 28 4.2.3.7 Kwalificaties Monteur onderhoud - E/W Voor de kwalificaties wordt verwezen naar deel 4-O van het LPS 1233 certificatieschema. 4.2.4 Tijdelijk personeel 4.2.4.1 Tijdelijk ingeleend personeel dient over de vereiste vaardigheden volgens 4.2.3 te beschikken. 4.2.4.2 Tijdelijk ingeleend personeel is slechts bevoegd werkzaamheden uit te voeren onder voortdurend toezicht van gekwalificeerd personeel van het blusgasinstallatiebedrijf. 4.2.5 Uitbesteding van werkzaamheden 4.2.5.1 Het uitbesteden van contractdelen geschiedt onder volledige verantwoordelijkheid van het blusgasinstallatiebedrijf. 4.2.5.2 De selectie, evaluatie en toezicht van subcontractors (onderaannemers) zullen door de blusgasinstallateur worden uitgevoerd overeenkomstig hun NEN-EN- ISO 9001 kwaliteitsprocedure en de in deze regeling aanvullende relevante eisen. 4.2.6 Werkplaatsen en bedrijfsmiddelen 4.2.6.1 Het blusgasinstallatiebedrijf of de (neven-) vestiging beschikt over de benodigde faciliteiten om de verschillende onderdelen van een contract uit te voeren. 4.2.6.2 De bedrijfsmiddelen zijn conform ISO/VCA opgenomen in een schema van onderhoud en kalibratie. 4.2.7 Documentatie, normen en standaards Het blusgasinstallatiebedrijf beschikt over/heeft toegang tot beheerste productdocumentatie, handboeken, c.q. berekeningsprogramma's alsmede relevante normen en technische standaards voor het ontwerp, installatie en onderhoud van blusgasinstallaties. 4.2.8 Productkwalificaties Voor elk type blusgas waarvoor de certificering geldt, bezit het blusgasinstallatiebedrijf: 4.2.8.1 Een aantoonbare ervaring in de betreffende werkzaamheden op basis van een te realiseren aantal blusgasinstallaties van minimaal 5 stuks per jaar over een periode van 3 jaar. 4.2.8.2 Een overeenkomst met de fabrikant of diens vertegenwoordiger voor de wederverkoop van het betreffende product waarin opgenomen de ondersteuning bij het ontwerp, levering, onderhoud en garantieaanspraken. 4.2.8.3 Aantoonbare opleiding door de fabrikant met betrekking tot het ontwerp, de installatie en het onderhoud van het betreffende product.
Pagina 7 van 28 4.2.9 Aanmeldprocedure 4.2.9.1 Uitsluitend LPS 1233 gecertificeerde blusgasinstallatiebedrijven (BIN) mogen installaties leveren onder LPS 1233 certificaat. 4.2.9.2 LPS 1233 certificatie kan door een blusgasinstallatiebedrijf als volgt worden verkregen: a) Aanmelding door middel van het verstrekken van de per applicatieformulier F468 LPS 1233 en bijlagen vereiste documenten. b) Akkoordverklaring met de in LPS 1233 1.3 gestelde regels t.a.v. vestigingseisen, procedures, handhavings- en sanctiebeleid. c) Akkoordverklaring met de door de certificatie-instelling te declareren vergoedingen voor de, ten behoeve van de handhaving en toetsing, te verrichten diensten. d) Na acceptatie door de certificatie-instelling van de ingediende documenten wordt een voorlopig evaluatie-onderzoek uitgevoerd. Na de aanbeveling van de assessor om de voorlopige toelating toe te kennen en onder voorwaarde van uitsluitsel over alle afwijkingen die tijdens de audit zijn geconstateerd, zal de voorlopige toelating worden toegekend en zullen de gegevens worden opgenomen in de lijst van voorlopig toegelaten blusgasinstallatiebedrijven. e) Zolang het bedrijf een voorlopige toelating heeft, wordt elke installatie die onder dit schema wordt gerealiseerd, door middel van een volledige beoordeling van het ontwerp en de bedienings- en onderhoudsinstructies alsmede een volledige (eind-/tussen-) inspectie beoordeeld. f) Zodra drie representatieve* installaties conform dit certificatieschema zijn aangelegd waarbij tijdens inspecties geen primaire afwijkingen zijn geconstateerd en de secundaire afwijkingen zijn opgelost, wordt een volledige erkenning afgegeven. g) De installaties die onder de voorlopige toelating worden gerealiseerd en waarover na afloop van de inspectie een inspectierapport zonder afwijkingen wordt afgegeven, kunnen conform dit certificatieschema worden gecertificeerd. h) De periode van voorlopige toelating kan maximaal 18 maanden duren. In de periode van voorlopige toelating moeten alle tijdens de inspecties geconstateerde afwijkingen zijn opgelost, voor zover deze afwijkingen redelijkerwijs (ter beoordeling van LPCB) aan het blusgasinstallatiebedrijf kunnen worden toegerekend. i) In de periode van voorlopige toelating wordt in de zesde en de twaalfde maand door LPCB een controle-onderzoek uitgevoerd. Dit controleonderzoek neemt normaal gesproken één dag in beslag. j) Aan het eind van de periode van voorlopige toelating wordt door LPCB een volledig evaluatie-onderzoek uitgevoerd. 4.2.10 Sanctieprocedure In aanvulling op het sanctiebeleid zoals omschreven in deel 1 (art. 1.11) van het LPS 1233 certificatieschema geldt het volgende. 4.2.10.1 Secundaire afwijkingen Bij het constateren van een secundaire afwijking tijdens een audit of een inspectie moet het blusgasinstallatiebedrijf binnen maximaal 4 weken aangeven welke
Pagina 8 van 28 corrigerende maatregelen worden getroffen. Indien uit de rapportages een trend blijkt in aantal en aard van afwijkingen, kan door LPCB een plan van aanpak worden verlangd zoals hierna bij primaire afwijkingen omschreven. 4.2.10.2 Primaire afwijkingen Bij het constateren van een primaire afwijking tijdens een audit of een inspectie moet het blusgasinstallatiebedrijf binnen maximaal 7 werkdagen een plan van aanpak in te dienen bij LPCB. In dit plan van aanpak dienen de volgende zaken te worden behandeld: Een analyse gericht op de grondoorzaak (root cause); Een analyse gericht op omvang van de installaties die sinds de voorlopige toelating van het blusgasinstallatiebedrijf mogelijk ook afwijkingen bezitten die het gevolg zijn van de geconstateerde grondoorzaak; De maatregelen die nodig zijn om de opgetreden afwijkingen te herstellen; Maatregelen die nodig zijn om afwijkingen in de toekomst te voorkomen; Een beoordeling die door het bedrijf zelf moet worden gedaan (bijvoorbeeld een interne audit) van de doeltreffendheid van de genomen maatregelen. 4.2.10.3 LPCB zal uiterlijk binnen 7 werkdagen na ontvangst het plan van aanpak beoordelen en het blusgasinstallatiebedrijf hierover informeren. Ook zal LPCB aangeven op welke wijze de implementatie van de maatregelen door LPCB worden geverifieerd. 4.2.10.4 Na overeenstemming over het plan van aanpak dient het blusgasinstallatiebedrijf het te implementeren. LPCB zal uiterlijk binnen drie maanden na constatering van de afwijking de implementatie van de maatregelen beoordelen. Er kan slechts éénmalig een verlenging van twee maanden worden toegekend na het beoordelen van de corrigerende maatregelen. Corrigerende maatregelen moeten voldoende worden gedocumenteerd zodat deze door LPCB afdoende kunnen worden geverifieerd. De verificatie zal bij herhaaldelijk voorkomende afwijkingen of afwijkingen met een structureel karakter worden uitgevoerd in de vorm van een extra controle-onderzoek op locatie of bij het blusgasinstallatiebedrijf. Ook kan sprake zijn van een verhoging van de frequentie van het reguliere controle-onderzoek. 4.2.10.5 Het niet voldoen aan de voorgaande artikelen of het onvoldoende implementeren van corrigerende maatregelen wordt beschouwd als een onacceptabele prestatie (zie art. 1.11 van deel 1 van het LPS 1233 certificatieschema). 4.3 Certificatie van de installatie 4.3.1 Aanmelding 4.3.1.1 De blusgasinstallateur (de BIN) maakt voor ieder te certificeren blusgasproject een uniek projectnummer. Op alle correspondentie dient dit projectnummer vervolgens te worden vermeld.
Pagina 9 van 28 4.3.1.2 De uitgangspunten voor de blusgasinstallatie moeten door de BIN worden vastgelegd in een Contract Specificatie (CS), conform bijlage B, en aan LPCB worden voorgelegd. 4.3.1.3 De uitvoering van het blusgasproject moet worden gerealiseerd door een BIN. 4.3.1.4 De procedure die gevolgd moet worden om tot een gecertificeerd blusgasinstallatie te komen is weergegeven in het LPS 1233-4 - Stroomschema certificatieprocedure. 4.3.1.5 De hiernavolgende tekst is ter ondersteuning van het genoemde stroomschema. 4.3.2 Installatieontwerp 4.3.2.1 Algemeen Het ontwerpen van blusgasinstallaties vereist kennis, vaardigheden en praktische ervaring. De complexiteit van blusgasinstallaties en het belang van een goede brandveiligheid vereist dat de installateur directe verantwoordelijkheid neemt voor dit gedeelte van het productieproces. De BIN realiseert het ontwerp van het systeem, gebaseerd op de uitgangspunten zoals opgenomen in de CS. 4.3.2.2 Ontwerpaanpassingen Alle ontwerpaanpassingen moeten door de BIN worden verwerkt en vastgelegd in het ontwerp en het opleveringsrapport. Alle primaire afwijkingen die niet zijn omschreven in het CS moeten schriftelijk worden overeengekomen tussen het blusgasinstallatiebedrijf, de opsteller van de CS, LPCB en andere belanghebbenden zoals de klant, de verzekeraar of de brandweer. 4.3.2.3 Ontwerpvoorschrift Alle blusgasinstallaties moeten worden ontworpen in overeenstemming met de voorschriften als vastgelegd in de contractspecificatie (CS) en de normen of standards vermeld in de CS. Iedere incomplete, onduidelijke of conflicterende eis moet met LPCB worden opgelost. Blusgasinstallaties moeten worden ontworpen volgens de laatste versies (ten tijde van het opstellen van de CS) van één van de volgende norm of voorschriften: NEN-EN 15004 NFPA 2001 NFPA 12 VdS 2093 VdS 2380 VdS 2381 CEA 4007 CEA 4008 CEA 4045
Pagina 10 van 28 Toelichting NEN-EN 15004 wordt bij voorkeur toegepast als geen ander voorschrift is gespecificeerd. 4.3.2.4 Keuringen Installatieonderdelen volgens EN 12094 moeten een CE markering bezitten en bovendien goedgekeurd zijn door een geaccrediteerd keuringslaboratorium. Toelichting Geaccrediteerd houdt in dat het keuringslaboratorium geaccrediteerd is door een nationale accreditatie-organisatie die een Multilateral Agreement (MLA) heeft met de European Co-operation for Accrditation dan wel een Multilateral Recognition Agreement (MRA) heeft met de International Laboratory Accreditation Cooperation of het International Accreditation Forum. Vooralsnog wordt FM Global eveneens geaccepteerd als keuringslaboratorium. Bovendien moet het type blusgassysteem als geheel, met inbegrip van het ontwerphandboek en het berekeningsprogramma, positief beoordeeld zijn op compatibiliteit door een geaccrediteerd keuringslaboratorium. Als alternatief kan een volledige afblaasbeproeving van de blusgasinstallatie worden uitgevoerd, zoals ook conform voorschriften voor bepaalde blusgassen is vereist. 4.3.2.5 Ontwerpconcentratie De vereiste ontwerpconcentratie moet als volgt worden vastgesteld: NFPA 12, VdS 2093, VdS 2380, VdS 2381, CEA 4007, CEA 4008 en CEA 4045 Het ontwerpvoorschrift geeft de vereiste ontwerpconcentratie aan. NEN-EN 15004 en NFPA 2001 De ontwerpconcentratie moet overeenkomen met de concentratie zoals voor het specifieke risico is vermeld in het keuringsrapport van een geaccrediteerd keuringslaboratorium. De keuring moet gebaseerd zijn op de in de norm vastgelegde testmethode. 4.3.2.6 Tekeningen, berekeningen en gegevens Bij elk blusgasinstallatiecontract moeten de volgende tekeningen, berekeningen en gegevens worden verstrekt: Een lay-outtekening van een beveiligde ruimte waarop aangegeven de in de norm / het voorschrift vereiste informatie; Een isometrische tekening met leidinggegevens en afblaasmonden, referentiepunten ten behoeve van uitstroomberekeningen; Uitstroomberekening van het systeem alsmede bepaling van de grootte van een eventuele drukreduceerinrichting en de grootte van de boringen van de afblaasmonden inclusief de verwijzing naar de referentiepunten op de leidinglooptekening of standaardgegevens en limieten van het leidingnet en gegevens van boringen van afblaas-monden in geval van zogenaamde pre-engineered systems ; specificatie van de toegepaste (pijp)materialen en conformatie aan de montagevoorschriften; de gegevens van de brandmeldinstallatie c.q. stuurinstallatie conform NEN 2535 (bijlage E) en de NEN-EN 12094-1.
Pagina 11 van 28 4.3.3 Beheer- en onderhoudspecificatie 4.3.3.1 Het blusgasinstallatiebedrijf moet een op de betreffende blusgasinstallatie afgestemde beheer- en onderhoudspecificatie vervaardigen, die gebaseerd is op de CS en de daarin vermelde onderhoudsvoorschriften. De beheer- en onderhoudspecificatie maakt deel uit van de leveringsomvang van het blusgasinstallatiebedrijf. 4.3.3.2 Beheer- en onderhoudhandleiding De beheer- en onderhoudspecificatie moet een beheer en onderhoud handleiding bevatten die ten minste moet bestaan uit het volgende: de datasheets van alle onderdelen en subsystemen van de blusgasinstallatie; een beschrijving van de werking van de blusgasinstallatie; alle tekeningen, berekeningen en overige relevante documenten; aanwijzingen voor het buiten bedrijf stellen van de blusgasinstallatie; informatie betreffende de veiligheidsaspecten, waaronder het veiligheidsinformatieblad van het toegepaste blusgas; aanwijzingen voor de noodzakelijke handelingen bij brand, storing, ongewenste melding of ongewenst in werking treden; een logboek met een chronologische lijst waarin uitgevoerde tests, onderhoud en storingen kunnen worden geregistreerd en waarin registratieformulieren van uitgevoerde inspecties, tests en onderhoud kunnen worden opgeborgen. 4.3.3.3 Inspectie- test- en onderhoudsprogramma De beheer en onderhoud specificatie moet een programma bevatten met instructies omtrent de conform de voorschriften en de instructies van de fabrikant of leverancier vereiste periodieke test-, inspectie- en onderhoudshandelingen. Het programma moet formulieren bevatten waarop de handelingen kunnen worden geregistreerd. De formulieren moeten worden afgestemd op de betreffende installatie en het betreffende object, maar tenminste de volgende onderdelen bevatten: de ingestelde waarden; een plaats om de gemeten waarden te noteren; de goed- en afkeurcriteria; aanwijzingen wanneer het noodzakelijk is dat degene die de test uitvoert contact opneemt met het blusgasinstallatiebedrijf teneinde de blusgasinstallatie in de nominale staat te herstellen; een mogelijkheid om reparaties of aanpassingen te noteren, inclusief de benodigde reserve-onderdelen. Het programma moet ook de zaken betreffen die geen onderdeel van de leveringsomvang van het blusgasinstallatiebedrijf maar die essentieel zijn voor de goede werking van de blusgasinstallatie, zoals vastgelegd in de contractspecificatie. Het programma moet de bovengenoemde test-, inspectie- en onderhoudswerkzaamheden opsplitsen in werkzaamheden die door een gekwalificeerd onderhoudsmonteur moeten worden uitgevoerd en werkzaamheden die door een beheerder kunnen worden uitgevoerd.
Pagina 12 van 28 4.3.4 Ontwerpverificatie 4.3.4.1 De verificatie van het blusgasinstallatieontwerp moet worden uitgevoerd door een daartoe gekwalificeerd projectleider/systeemontwerper die niet direct betrokken is geweest bij het ontwerp. 4.3.4.2 Alle afwijkingen van de contractspecificatie (CS) en de normen of standards vermeld in de CS moeten naar behoren worden opgelost voordat het ontwerp voor gebruik wordt vrijgegeven. De verificatie van het ontwerp moet worden gedocumenteerd en voor inzage door LPCB worden opgeslagen. 4.3.5 Realisatie / installatie Op basis van het (intern) goedgekeurde ontwerp wordt de blusgasinstallatie geïnstalleerd. Als onderdeel van deze realisatie worden beproevingen uitgevoerd zoals: Het tijdens montage inwendig controleren en zonodig reinigen van de leidingen; Het afpersen van blusgas en stuurleidingen; Het uitvoeren van een pufftest; Het testen en inbedrijfstellen van de apparatuur conform de installatiehandleiding; Het uitvoeren van een ruimtedichtheidsmeting (voor zover in de contractspecificatie overeengekomen). De resultaten van deze beproevingen worden in een projectgebonden document vastgelegd. 4.3.6 Ontwerpvalidatie 4.3.6.1 De validatie van het aangelegde blusgasinstallatieontwerp moet door middel van locatie-inspecties aantoonbaar worden uitgevoerd op basis van het geverifieerde ontwerp door een daartoe gekwalificeerd projectleider/systeemontwerper, leidinggevend monteur of monteur onderhoud. 4.3.6.2 Alle afwijkingen van het ontwerp moeten naar behoren worden opgelost voordat de blusgasinstallatie voor gebruik wordt vrijgegeven. De validatie van het ontwerp moet worden gedocumenteerd en voor inzage door LPCB worden opgeslagen. De documentatie moet tenminste de volgende details van de validatie bevatten: de beoordeling van het leidingnet, bestaande uit leidingen, verbindingen, nozzles, restrictors, appendages en cilinders op de volgende aspecten: Lay-out conform ontwerp; Starre bevestiging; Uitstroom nozzles; Veilige positionering componenten en uitstroomrichting gas; Inhoud, reserve-inhoud, lekkagebeoordeling blusgasvoorraad; de beoordeling van de elektrische voorzieningen, bestaande uit bekabeling, verbindingen, melders, panelen, restrictors, appendages en cilinders op de volgende aspecten: Lay-out conform ontwerp; Isolatie en aardfouten bekabeling; Dimensionering en uitvoering primaire en secundaire stroomvoorziening;
Pagina 13 van 28 Functionele werking installatie, detectors, bedieningen en sturingen conform ontwerp; De verificatie van het ruimtevolume; De verificatie van de ruimtedichtheid, incl. het sluiten van brandkleppen en de aansturing van interne en externe ventilatie en het resultaat van de ruimtedichtheidsmeting; Instructie omtrent bediening en veiligheid gegegeven. 4.3.6.3 Er moet ook een validatie worden uitgevoerd van de onderdelen/subsystemen die door derden zijn uitgevoerd en die noodzakelijk zijn voor een goede werking van de blusgasinstallatie. 4.3.7 Rapport van oplevering en conformiteitsverklaring 4.3.7.1 In het Rapport van Oplevering dienen de installatietechnische, bouwkundige en organisatorische aanbevelingen te worden vermeld die betrekking hebben op de leveringsomvang van de BIN. Aanbevelingen die geen betrekking op de leveringsomvang van de BIN hebben moeten wel worden vermeld maar kunnen geen invloed hebben op de conclusie van het Rapport van Oplevering. 4.3.7.2 Een conformiteitsverklaring ter afsluiting van het Rapport van Oplevering mag niet door de BIN worden afgegeven voordat voldaan is aan de volgende voorwaarden: a) Alle afwijkingen die tijdens de interne verificatie en validatie van het ontwerp zijn geconstateerd moeten door de BIN zijn verholpen; b) Alle vereiste inspecties, metingen en controles moeten door de BIN zijn uitgevoerd; c) De instructie aan de beheerder moet door de BIN zijn uitgevoerd; d) De bedienings- en onderhoudsinstructies inclusief alle As built documenten moeten door de BIN zijn overhandigd aan de klant of zijn vertegenwoordiger. e) Het Rapport van Oplevering is door de BIN opgesteld, heeft een positieve conclusie en ondertekend. 4.3.7.3 Het Rapport van Oplevering moet door de BIN worden verzonden naar de klant en LPCB. 4.3.8 Certificatiebeoordeling 4.3.8.1 Een certificatiebeoordeling door de Inspectie Organisatie (IO) dient plaats te vinden zo spoedig mogelijk, doch niet later dan twee maanden na oplevering van de installatie. 4.3.8.2 Een certificatiebeoordeling dient in overleg met de BIN te worden uitgevoerd. Tussen BIN en IO moeten afspraken worden gemaakt of het noodzakelijk is dat de BIN aanwezig is voor het beproeven of bedienen van de blusgasinstallatie. 4.3.8.3 Een certificatiebeoordeling kan pas worden uitgevoerd als de volgende bescheiden beschikbaar zijn en tijdens de certificatiebeoordeling kunnen worden overhandigd: a) Definitieve As-Built documenten zoals genoemd in hoofdstuk 4.3.2.6 van
Pagina 14 van 28 dit deel van de LPS 1233; b) Resultaten van vooraf uitgevoerde tests zoals in 4.3.5 omschreven; c) Het Rapport van Oplevering van de BIN met een conformiteitsverklaring (zie bijlage C). 4.3.8.4 Alle in 4.3.8.3 genoemde documenten worden door de IO tijdens de certificatiebeoordeling geverifieerd en getoetst aan het gestelde in de CS en aan de hierin vastgelegde voorschriften. 4.3.8.5 De resultaten van de certificatiebeoordeling worden vastgelegd in een beoordelingsrapport volgens bijlage D. 4.3.8.6 Het beoordelingsrapport wordt verzonden aan de BIN en LPCB. 4.3.8.7 Indien tijdens de certificatiebeoordeling blijkt dat de BIN ten onrechte een conformiteitsverklaring heeft afgegeven, dan dient de BIN correctieve maatregelen te treffen. De correctieve maatregelen worden door de IO beoordeeld. 4.3.9 Procedures ten aanzien van afwijkingen en afgifte productcertificaat 4.3.9.1 Geconstateerde afwijkingen ten opzichte van voorschriften, de CS, de certificeringregeling en bijbehorende procedures, moeten zoals omschreven in 4.2.10 worden gecorrigeerd door de BIN, voorzover deze binnen de in de CS omschreven leveringsomvang vallen. 4.3.9.2 Primaire afwijkingen die vallen binnen de leveringsomvang conform de CS, kunnen niet leiden tot afgeven van een LPS 1233 productcertificaat door LPCB. 4.3.9.3 Op grond van belang en aantal (in de regel meer dan zes, afhankelijk van het belang) van de secundaire afwijkingen kan door LPCB worden besloten dat eerst corrigerende maatregelen moeten worden getroffen voordat een LPS 1233 productcertificaat kan worden afgegeven door LPCB. 4.3.10 Richtlijnen voor het uitvoeren van wijzigingen 4.3.10.1 Wijzigingen/aanvullingen op de CS Zodra de situatie in een beveiligd object niet meer overeenkomt met de in de CS omschreven uitgangspunten van het ontwerp is de conformiteitsverklaring in het Rapport van Oplevering niet meer van toepassing en moet het ontwerp worden gewijzigd. Voor de uitvoering van wijzigingen is er overleg over de te volgen procedure met alle betrokken partijen vereist. Dit kan leiden tot een aanvulling op of een wijziging van de CS. 4.3.10.2 Certificatieprocedures ten aanzien van wijzigingen Indien sprake is van een aanvulling op of wijziging van de CS dan moet het LPS 1233-4 - stroomschema worden gevolgd.
Pagina 15 van 28 Indien sprake is van een wijziging die binnen het kader van de bestaande CS kan worden uitgevoerd, dan dient de wijziging te worden gedocumenteerd en gecontroleerd alsmede te worden opgetekend in een aangepast Rapport van Oplevering en een aangepaste conformiteitsverklaring in het Rapport van Oplevering.
Pagina 16 van 28 Bijlage A Stroomschema certificatieprocedure installatie Gebruikte afkortingen: IO = Inspectie Organisatie (zie deel 1 van LPS 1233) BIN = een voorlopig erkend of gecertificeerd blusgasinstallatiebedrijf
Pagina 17 van 28 Bijlage B Model Contractspecificatie Deze specificatie vormt het uitgangspuntendocument voor aanmelding ten behoeve van productcertificatie van de blusgasinstallatie conform het LPS 1233 certificatieschema. Na realisatie van de installatie vormt het Rapport van Oplevering de basis voor aanvraag van het LPCB Productcertificaat. 1. Projectgegevens 1.1. Projectnummer Installatienummer 1.2. Bouwwerk 1.3. Blusgasinstallateur Naam Adres Postcode en Plaats Contactpersoon Telefoon Naam Adres Postcode en Plaats Contactpersoon Telefoon 2. Leveringsomvang Ja Nee Nvt. 2.1. Brandmeldinstallatie 2.2. Blusgasinstallatie 2.3. Bekabeling 2.4. Drukontlastvoorzieningen 2.5. Ruimtedichtheidsmeting 3. Meegevalideerde systemen 3.1. Aansturing bestaande ventilatieluiken 3.2. 3.3. 3.4. 3.5. 3.6. 4. Eisende partijen 4.1. 4.2. 4.3. 5. Aanvullende eisen opdrachtgever/eisende partijen 5.1. 5.2.
Pagina 18 van 28 5.3. 6. Afwijkingen/interpretaties van blusgasinstallatievoorschriften 6.1. 6.2. 6.3. 7. Aanvullende inspectiecertificering blusgasinstallatie, bouwkundige en organisatorische voorzieningen? 7.1. Vereist? Ja Nee 8. Te beveiligen ruimte/object 8.1. Type / naam : 8.2. Bruto volume ca. : m 3 8.3. Normale temperatuur : o C 8.4. Brandrisico : 8.5. Indeling brandklasse : A / A hoog / Bxxxx 8.6. Minimale beschermingshoogte : 8.7. Vereiste standtijd : Min. 9. Te realiseren blusgasinstallaties 9.1. Fabrikaat / merk : 9.2. Toe te passen blusgas : 9.3. Ontwerpnorm : NEN-EN 15004:2008 / NFPA 12:2008 / 9.4. Min. blusgasconcentratie : % 9.5. Indeling brandklasse : 9.6. Aantal blusgasflessen : 9.7. Opstelling flessen : 10. Te realiseren brandmeldinstallatie blussturingen 10.1. Fabrikaat / merk brandmeldpaneel : 10.2. Fabrikaat / merk bluscommandopaneel : 10.3. Ontwerpnorm : NEN 2535:1996/A1:2002 / NEN-EN 12094:2003 / 10.4. Type melders : 10.5. Bewakingsoppervlak per melder : m 2 10.6. Brandgrootte : 10.7. Prestatie-eis voor ongewenste en Intern: A/B/C Extern: A/B/C onechte brandmeldingen 10.8. Prestatie-eis voor de systeembeschikbaarheid afwijkingen op de norm in bijzondere situaties 10.9. Indeling detectiezones 10.10. Aansturing blussing : 1 / 2 - melder afhankelijk
Pagina 19 van 28 10.11. Aanvullende detectie : Aspiratie rookmelders 10.12. Sturingen : Luchtbehandeling, recirculatie, elektrische voeding apparatuur 10.13. Doormeldingen : Brand, blussing, storing naar BAC, PAC, BMI, GBS 11. Persoonlijke veiligheidsvoorzieningen 11.1. Gevarenklasse volgens SVI : 1 / 2 / 3 11.2. Toe te passen voorzieningen : Ja Nee Optisch en akoestische : alarmering Vertraging op blusactivering :. seconden Handblusknop bij toegangsdeur : Blusvertragingsknop bij : uitgangen Hand / automatisch schakelaar : Blokkeerschakelaar : Blokkeerinrichting : Mechanisch alarm met extra vertraging : 12. Overdruk voorzieningen 12.1. Toelaatbare overdruk in de : Pa. beveiligde ruimte 12.2. Toe te passen drukontlastklep : nvt / gestuurd (el./druk) / veer -/ gewichtbelast 12.3. Ventilerend naar : Datum contractspecificatie: Ondertekening:
Pagina 20 van 28 Bijlage C Model Rapport van Oplevering Het Rapport van Oplevering vormt de basis voor aanvraag van het LPCB Productcertificaat conform het LPS 1233 schema. In dit rapport wordt vastgelegd of de installatie voldoet aan de specificatie (het uitgangspuntendocument), de daarin vastgelegde normen en voorschriften en de, voor zover dit betrekking heeft op de omschreven leveringsomvang. Randvoorwaarden voor het goed functioneren van de installatie, echter niet tot de leveringsomvang behorend, dienen te worden vermeld. 1. Projectgegevens 1.1. Projectnummer Installatienummer 1.2. Bouwwerk 1.3. Blusgasinstallateur Naam Adres Postcode en Plaats Contactpersoon Telefoon Naam Adres Postcode en Plaats Contactpersoon Telefoon 1.4. Referentiedocumenten Documentnummer / revisie 1.4.1. Contractspecificatie 1.4.2. Tekeningen en berekeningen 1.4.3. Verklaringen reinigen leidingwerk, afpersen en pufftest 1.4.4. Inbedrijfstelrapport 1.4.5. Rapportage ruimtedichtheidsmeting (indien uitgevoerd) 1.4.6. Systeemhandleiding 2. Validatie Ja Nee Nvt. 2.1. Zijn de ontwerpdocumenten gecontroleerd en in overeenstemming gebracht met de gebouwde situatie? 2.2. Zijn de verklaringen Reiniging leidingnet, afpersen en pufftest in orde? 2.3. Is het inbedrijfstelrapport volledig? 2.4. Is de ruimtedichtheid beoordeeld? 2.5. Is de systeemhandleiding aan de beheerder ter beschikking gesteld? 2.6. Is de beheerder geïnstrueerd omtrent de werking en het onderhoud? 2.7. Is de beheerder op de hoogte gesteld van door hem of derden te verzorgen acties?
Pagina 21 van 28 3. Opmerkingen 3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.5. 3.6. 4. Door de beheerder of derden te verzorgen acties: Teneinde een goede beveiliging te realiseren zijn de volgende acties noodzakelijk: 4.1. 4.2. 4.3. 4.4. 5. Conformiteitsverklaring 5.1. Voldoet de installatie aan de contractspecificatie? JA NEE 5.2. Datum oplevering: 5.3. Ondertekening:
Pagina 22 van 28 Bijlage D Model rapport certificatiebeoordeling 1. Projectgegevens 1.1. Projectnummer LPCB 1.2. Bouwwerk 1.3. Blusgasinstallateur 1.4. Inspectie-instelling Naam Adres Postcode en Plaats Contactpersoon Telefoon Naam Adres Postcode en Plaats Contactpersoon Telefoon Naam Adres Postcode en Plaats Contactpersoon Telefoon 1.5. Referentiedocumenten Documentnummer / revisie Contractspecificatie 2. Beveiligde ruimte/object Ja Nee Nvt. 2.1. Stemt het volume overeen met de ontwerpdocumenten? 2.2. Stemt de temperatuur overeen met de ontwerpdocumenten? 2.3. Stemt het brandrisico en de bandklasse overeen met de contractspecificatie? 2.4. Is de effectieve blusgasconcentratie minimaal gelijk aan de contractspecificatie? 2.5. Is de standtijd aangetoond door een luchtdichtheidsmeting? 2.6. Is de ruimte naar eigen waarneming voldoende luchtdicht? (indien geen luchtdichteidsmeting is uitgevoerd) 3. Blusgasinstallatie Ja Nee Nvt. 3.1. Is de installatie aangelegd conform de ontwerpdocumenten? 3.2. Zijn de voorgeschreven beproevingen door de installateur uitgevoerd? 3.3. Is de installatie bedrijfsvaardig?
Pagina 23 van 28 4. Brandmeldinstallatie/sturingen Ja Nee Nvt. 4.1. Is de installatie aangelegd conform de ontwerpdocumenten? 4.2. Zijn de voorgeschreven beproevingen door de installateur uitgevoerd? 4.3. Is de installatie bedrijfsvaardig? 5. Persoonlijke veiligheidsvoorzieningen Ja Nee Nvt. 5.1. Zijn de voorzieningen conform de contractspecificatie aanwezig? 5.2. Zijn de instructies en waarschuwingsplaten voldoende duidelijk? 6. Persoonlijke veiligheidsvoorzieningen Ja Nee Nvt. 6.1. Is de constructie van de ruimte naar inschatting in overeenstemming met de contractspecificatie? 6.2. Is de doorlaat van de overdrukklep in overeenstemming met de contractspecificatie? 6.3. Is de doorlaat van de overdrukklep in overeenstemming met de ontwerpdocumenten? 6.4. Kan de overdrukklep voldoende vrij openen? 6.5. Ventileert de overdrukklep naar een voldoende grote ruimte? 7. Documenten Ja Nee Nvt. 7.1. Is de systeemhandleiding aanwezig en compleet met: 7.2. As-Built bijgewerkte ontwerpdocumenten 7.3. Test- en inspectierapporten 7.4. Bedieningsinstructies 7.5. Onderhoudsschema 7.6. Logboek 8. Beheer en onderhoud Ja Nee Nvt. 8.1. Is de beheerder aantoonbaar geïnstrueerd omtrent de bediening en onderhoud van de installatie? 8.2. Is er een onderhoudscontract met de installateur afgesloten? 9. Functionele test Ja Nee Nvt. 9.1. Is de tweemelder afhankelijke aansturing getest (geblokkeerde installatie)? 9.2. Zijn de alarmen en veiligheidsvoorzieningen getest? 9.3. Zijn de storingsmeldingen getest? 9.4. Is de doormelding getest? 10. Opmerkingen (Prim=primaire afwijking: certificering niet mogelijk) (Sec=secundaire afwijking: certificering mogelijk maar moet binnen drie maanden zijn verholpen) Ov=opmerkingen of verbeterpunt: geen afwijking van de norm, het verdient wel aanbeveling om verbeterpunten op te volgen) 10.1. 10.2. 10.3. 10.4. Prim Sec Ov
Pagina 24 van 28 10.5. 10.6. 11. Verklaring certificatiebeoordeling 11.1. Voldoet de installatie aan de contractspecificatie? JA NEE 11.2. Datum certificatiebeoordeling: 11.3. Datum rapport: 11.4. Ondertekening:
Pagina 25 van 28 Bijlage E Voorbeeld certificaat bedrijfserkenning
Pagina 26 van 28 Bijlage F Procedure productcertificaat in combinatie met inspectiecertificaat 4-F.4 Inleiding Dit deel 4 van de LPS 1233 betreft een productcertificatieschema. Het productcertificatieschema is er op gebaseerd dat een specifiek op het blusgasinstallatiebedrijf toegesneden kwaliteitsmanagementsysteem in werking is, waardoor met een beperkte externe controle al een aanzienlijk vertrouwen bestaat dat de blusgasinstallatie aan de voorschriften voldoet. Hierdoor is het productcertificatieschema ook economisch verantwoord toepasbaar voor minder omvangrijke installaties. Op deze wijze wordt er naar gestreefd om voor alle installaties die aan de voorschriften voldoen een productcertificaat af te kunnen geven. Een aantal zaken vallen niet binnen het productcertificatieschema. Dit zijn voorzieningen die niet in de leveringsomvang van het blusgasinstallatiebedrijf zijn inbegrepen. Het betreft dan met name bouwkundige en organisatietechnische voorzieningen, maar ook installatietechniek voor zover die niet in de levering van het blusgasinstallatiebedrijf is inbegrepen. Een blusgasinstallatiebedrijf zal deze voorzieningen wel behoren te valideren, maar deze voorzieningen vallen niet onder zijn verantwoordelijkheid en het productcertificaat. 4-F.5 Volledige inspectie bij hogere risico s Blusgasinstallaties worden ook toegepast voor hoge risico s, waar eigenaren en eisende partijen een uitgebreidere externe controle door middel van een volledige inspectie eisen. De inspectie dient dan een volledig, gedetailleerd en onafhankelijk oordeel te geven over de blusgasinstallatie, inclusief alle bouwkundige, organisatorische en installatietechnische voorzieningen die nodig zijn voor de goede werking van de blusgasinstallatie. Deze inspectie zal door een inspectie-instelling op basis van een inspectieschema kunnen worden uitgevoerd. Ook bij een dergelijke inspectie is dit productcertificatieschema van grote waarde. Het productcertificaat waarborgt immers dat alle procedures conform LPS 1233 zijn gevolgd. Op deze wijze zijn bovendien zaken die bij een inmiddels ontworpen en opgeleverde installatie achteraf niet meer traceerbaar zijn, toch middels kwaliteitsborging aantoonbaar. Dit resulteert in een eenvoudiger inspectiemethodiek. 4-F.6 Integratie van productcertificatie en inspectiecertificatie Om te voorkomen dat externe controles bij toepassing van productcertificatie en inspectiecertificatie elkaar overlappen en op die wijze onnodig kostbaar worden, is het mogelijk om de certificatiebeoordelingen die nodig zijn voor productcertificatie te integreren met de inspecties die nodig zijn in het kader van de uitvoering van een inspectieschema. Dit is mogelijk op de volgende wijze. a) De opdrachtgever of eisende partij laat in de contractspecificatie opnemen dat een volledige inspectie volgens een inspectieschema moet worden uitgevoerd. b) De inspectie-organisatie die de certificatie-beoordelingen in het kader van de LPS 1233 uitvoert, maakt een voorstel voor uitvoering van een gecombineerde certificatiebeoordeling en inspectie. De uitvoering van de controles en de rapportages moeten voldoen aan de eisen van de LPS 1233 én het van toepassing zijnde inspectieschema. c) Op basis van een positieve rapportage van de inspectie-organisatie kan een productcertificaat worden afgegeven. Het productcertificaat vormt voor de inspectieorganisatie een ingangsdocument dat nodig is in het kader van de afgifte van het inspectiecertificaat.
Pagina 27 van 28 Indien een inspectiecertificaat wordt verlangd door de eisende partij en dit niet door het blusgasinstallatiebedrijf wordt geregeld, dan stelt de inspectie-organisatie een exemplaar van het inspectierapport ter beschikking aan het blusgasinstallatiebedrijf in het kader van de certificatiebeoordeling voor het productcertificaat. Dit is toegestaan onder voorwaarde dat de inspectie-organisatie een licentie voor deze werkzaamheden heeft van LPCB en dat de inspectierapporten voldoen aan de eisen zoals vermeld in de
Pagina 28 van 28 Bijlage G Definities van Deel 4 van het LPS 1233-certificatieschema Aantoonbaar verkegen kennis Kennis is aantoonbaar verkregen als het volgende kan worden overgelegd: documenten waaruit het gevolgd hebben van een lesprogramma blijkt, bestaande uit: een gedetailleerde omschrijving van de lesstof; een opgave van de data en tijd waarop de lesstof is onderwezen, waarbij de tijdsduur van de opleiding in overeenstemming is met de hoeveelheid lesstof; een aanwezigheidsregistratie; documenten waaruit het gehaald hebben van een examen blijkt, bestaande uit: een gedetailleerde omschrijving van de examenstof; een opgave van de data en tijd waarop het examen is afgenomen, waarbij de tijdsduur van het examen in overeenstemming is met de hoeveelheid examenstof; een diploma of certificaat Wanneer het lesprogramma is gevolgd bij of het examen is afgenomen door de fabrikant van de betreffende apparatuur, is uitsluitend een bewijs van deelname aan het lesprogramma dan wel een diploma of certificaat benodigd. Afwijking (primair) Een primaire afwijking is een afwijking van de installatievoorschriften van een dusdanige aard dat het een negatief effect heeft of kan hebben op de werking van een geïnstalleerd systeem, zoals het blussen van een brand. Afwijking (secundiar) Een secundaire afwijking is een afwijking van de installatievoorschriften van een dusdanige aard dat het geen negatief effect zal hebben op de werking van een geïnstalleerd systeem, zoals het blussen van een brand. Representatieve installaties De installaties zijn representatief als de groep installaties een afspiegeling vormt van de door het blusgasinstallatiebedrijf te leveren installaties.