Docentenhandleiding Oogfunctiemodel 300132 De mogelijkheden van het oogfunctiemodel zijn: - beeldvorming, met een positieve lens - gekleurde voorwerpen zien - accommoderen; werking van de ooglens - oogafwijkingen (ver- en bijziend) corrigeren met een positieve en negatieve lens - een oogafwijking in oogvorm laten zien (ver- en bijziend) - een beeld op de blinde vlek laten vallen Opbouw en benodigdheden: Het oogfunctiemodel is gemaakt van kunststof en is gemonteerd op een houten plank. Een injectiespuit zit met een slangetje verbonden aan de siliconen ooglens. Bij het oogfunctiemodel wordt een plaatje van plexiglas met daarop letters geleverd en twee lenzen +2,0 D en -2,0 D. Montage en onderhoud: Het vullen van de ooglens. Maak de lens met de slangetjes en injectiespuiten los. Dit is mogelijk door de aan de lens verbonden siliconen dopjes uit de 'cornea' te trekken. Maak de lens los van de slangetjes. Laat de injectiespuiten aan de slangetjes zitten. Vul de spuiten met gedestilleerd water (evt. gekookt water). Verwijder luchtbellen in de spuit en zorg ervoor dat er nu nog minimaal 20 ml water in de injectiespuiten zit. Zorg ervoor dat er geen lucht in de lens zit of in de lens komt door met je vingers het verbindingsslangetje dicht te knijpen. Doe de slangetjes weer aan de lens zonder er lucht bij te laten. Komt er wel lucht bij of zat er nog wat lucht in de lens, vul dan de lens voorzichtig met het water uit de injectiespuit en ontlucht de lens door de slangetjes even los te maken. Plaats alle delen weer waar ze horen. De lens is nu klaar voor gebruik.
Het schoonmaken. De delen van het oogfunctiemodel kunnen worden schoongemaakt met een vochtige doek. De lens kunt u het best met zachte zeep en stromend warm water schoonmaken. Droog de lens voorzichtig met krasvrij papier. (Voorkom krassen!) Technische mogelijkheden Het variëren van de lengte van de oogas De lengte van de oogas kan variëren, zodat je een kort oog (verziendheid), normaal oog en lang oog (bijziendheid) krijgt. Het variëren van de dikte van de ooglens De lens is van siliconen gemaakt, waardoor je - m.b.v. de injectiespuit gevuld met water - de dikte van de lens kunt variëren. De beelden op het netvlies De afbeeldingen van de voorwerpen kunnen worden afgebeeld op het 'netvlies'; het schermpje met de gele en de blinde vlek. Het schermpje kan bij elke lengte van de oogas op gelijke hoogte met de ooglens worden gezet. De lenzen (+2,0 D en -2,0 D) Deze lenzen kunnen worden gebruikt bij het demonstreren van ver- en bijziendheid.
Practica met het oogfunctiemodel Proef 1 Hoe ziet een beeld op het netvlies eruit? - Oogfunctiemodel - Twee gekleurde ledlampjes (of twee kaarsen) Je gebruikt bij deze proef het oogfunctiemodel. Dit model heeft een positieve ooglens (wanneer er water in zit). Op het netvlies van dit oogfunctiemodel kun je zien hoe het beeld van een voorwerp voor een positieve lens eruit ziet. 1.1 Ledlampjes 15 cm 35 cm Zorg voor een verduisterd lokaal. Zet de ledlampjes (of kaarsen) - vlak naast elkaar - ca. 15 cm voor de lens van het oogfunctiemodel. Zet het beeld scherp m.b.v. de injectiespuit (door de lens dikker of dunner te maken). Zorg ervoor dat de lens bol blijft. Vergelijk het beeld op het netvlies met de ledlampjes. Vraag 1. Hoe ziet het beeld van de vlammen eruit op het netvlies? Beeld staat op zijn kop Zet de linker led uit Vraag 2. Van welke led verdwijnt het beeld op het netvlies? Van de linker led Opdracht Teken met potlood de (variabele) lens in de oogbol. Teken hierna de weg van het licht van de ledlampen tot op het netvlies. Bovenaanzicht
Proef 2 Hoe ziet een beeld op het netvlies eruit? - Oogfunctiemodel - Letter - Lichtkastje met snoeren en voeding - Afwasbare stiften (groen en rood) Plaats de letter vlak voor het oogfunctiemodel. Plaats de lamp op ongeveer 50 cm van het oogfunctiemodel en stel het beeld scherp m.b.v. de injectiespuit (door de lens dikker of dunner te maken). Vraag 1. Wat is er veranderd aan de letter als je naar het beeld kijkt? Beeld staat op zijn kop Zet m.b.v. water-afwasbare stiften een groene (links) en een rode stip (rechts) van de letter op het plexiglas. Vraag 2. Hoe zien de stippen op het netvlies eruit? De stippen zijn links en rechts in het beeld verwisseld En welke kleur hebben ze? De kleuren van het beeld zijn gelijk aan die van het voorwerp Opdracht Teken met de kleuren groen en rood de weg van het licht van de stippen tot het netvlies. (bovenaanzicht) Conclusie: Wanneer je m.b.v. een positieve lens een beeld maakt, dan a. staat het beeld op z'n kop b. zijn links en rechts in het beeld verwisseld c. zijn de kleuren van het beeld gelijk aan die van het voorwerp d. hoeven het beeld en het voorwerp niet even groot te zijn
Proef 3 Hoe komt het dat wij met onze ogen ver en dichtbij scherp kunnen zien? - Oogfunctiemodel - Letter - Lichtkastje met snoeren en voeding Je maakt gebruik van een oogfunctiemodel, waarbij de ooglens te variëren is m.b.v. de injectiespuiten. Controleer dit! 3.1 Afstanden variëren Plaats een lamp ongeveer 50 cm voor het oogfunctiemodel en zet de letter vlak voor het oogfunctiemodel. Verander de vorm van de lens m.b.v. de infectiespuiten (door de lens dikker of dunner te maken), totdat je een scherp beeld hebt. Verplaats de letter ongeveer 10 cm richting de lamp. 1) Hoe zie je het beeld nu? Beeld is niet scherp meer Stel het beeld weer scherp. 2) Wat moet je doen om het beeld weer scherp te krijgen? Lens platter maken Doe dit nogmaals bij andere afstanden. 3) Hoe ziet de lens (bij een scherp beeld) eruit wanneer de letter dichtbij het oogfunctiemodel staat? Bolle lens En als de letter ver weg staat? Platte lens
3.2 Het nabijheidspunt - Zet de letter voor de lamp. - Maak de lens zo bol mogelijk en verschuif de letter richting het oogfunctiemodel richting tot die scherp wordt afgebeeld. 1) Wat is de afstand van de letter tot het oogfunctiemodel? 14 cm Schuif het oogfunctiemodel nog dichter bij de letter. 2) Wat zie je nu met het beeld gebeuren? Beeld wordt onscherp (algemene opmerking: Dit is best moeilijk te beoordelen. Het beeld blijft dichtbij heel lang scherp.) CONCLUSIE: Door de lens van het oogfunctiemodel boller te maken kun je voorwerpen van dichtbij nog scherp zien. De kleinste afstand waarbij je nog scherp ziet noemt men het nabijheidspunt. Het platter en boller worden van de ooglens noemt men accommoderen Zelf in laten vullen!
Proef 4 Waarom draagt iemand een bril met positieve lenzen? - Oogfunctiemodel met lens f = +2 - Letter - Lichtkastje met snoeren en voeding Bij deze proef gebruikt je een oogfunctiemodel, waarbij je de ooglens en de lengte van de oogas (drie standen) kunt variëren. Controleer dat! De achterwand is het netvlies van een oog. 4.1 VERZIEND - Plaats de letter op ongeveer 10 cm voor het oogfunctiemodel (normale lengte oogas; middelste rondje). - Zet de lamp ongeveer 50 tot 100 cm van de letter. - Stel het beeld scherp door de lens van vorm te veranderen m.b.v. de injectiespuiten. - Maak de lengte van de oogas korter door het schroefje gelijk te zetten met het achterste rondje. Je hebt een verziend oog. 1) Wat verandert er aan het beeld op het netvlies? Beeld wordt minder scherp 2) Waar ligt het scherpe beeld t.o.v. het netvlies Het scherpe beeld ligt achter het netvlies Verschuif de letter (verander de ooglens niet), zodat je weer een scherp beeld krijgt. 3) Is de afstand tussen de letter en het oogfunctiemodel groter of kleiner dan bij een normaal oog? Afstand is groter - Zet de letter weer op 10cm afstand van het oogfunctiemodel. - Zet de lens (+2,0 D) in lenshouder. 4) Wat is er veranderd aan het beeld? Beeld is weer scherp CONCLUSIE: Bij een verziend oog kun je corrigeren door: a) De letter verder van het oog te houden b) Een positieve lens voor het oog te plaatsen
Proef 5 Wie gebruikt een bril met negatieve lenzen? - Oogfunctiemodel met lens f = -2 - Letter - Lichtkastje met snoeren en voeding Bij deze proef gebruik je een oogfunctiemodel waarbij de ooglens en de lengte van de oogas (drie standen) kunt variëren. Controleer dit! De achterwand stelt het netvlies voor. BIJZIEND. - Zet het oogfunctiemodel (normale lengte oogas; middelste rondje) 50 cm van de lamp. - Zet de letter 10 cm voor het oogfunctiemodel. - Zorg ervoor dat het beeld scherp is. - Maak het oog langer (bijziend). Zet hiervoor de schroef gelijk met het voorste rondje. 1) Schrijf op wat er aan het beeld is veranderd. Beeld is onscherp 2) Waar ligt het scherpe beeld t.o.v. het netvlies? Het scherpe beeld ligt voor het netvlies Verplaats de letter, zodat je weer een scherp beeld op het netvlies hebt. (Verander de lens dus niet!) 3) Heb je de letter nu dichterbij of verder weg gezet? Letter dichterbij gezet - Zet de letter weer op 10cm voor het oogfunctiemodel. - Plaats de lens (-2,0 D) voor het oogfunctiemodel in de lenshouder. 4) Wat is er veranderd aan het beeld? Beeld is weer scherp CONCLUSIE: Bij een bijziend oog kun je corrigeren door: a) De letter dichter bij het oog te plaatsen b) Een negatieve lens voor het oog te plaatsen
Proef 6: Ontdek je eigen blinde vlek. - Oogfunctiemodel - twee lichtkastjes Hou dit blad met gestrekte armen voor je uit. Kijk alleen met je rechteroog naar het kruis. Het beeld van het kruis valt op de gele vlek van je rechteroog. Daarom zie je het kruis heel scherp. De stip zie je ook zitten. Wanneer je nu blijft kijken naar het kruis en het kruis steeds dichter naar je gezicht brengen dan merk je dat je op een bepaald punt de stip niet meer ziet. Als je nu het kruis nog verder naar je gezicht toe brengt dan komt de stip weer tevoorschijn. Het punt waarop je de stip niet meer kunt zien is de blinde vlek. Je kunt dit ook demonstreren aan de hand van het oogfunctiemodel. Maak de opstelling zoals je hier onder aangegeven ziet staan. Lamp A en lamp B staan ongeveer 15 cm van elkaar af. B Ca. 15 cm A Ca. 1 m Door je hand voor lamp A te houden zie je alleen het beeld van B nog op het netvlies. 1) Waar ligt het beeld van lamp B t.o.v. de blinde vlek en de gele vlek? Beeld ligt tussen de gele en blinde vlek in Verplaats het oogfunctiemodel richting lamp A, zodat het beeld van lamp A op de gele vlek blijft. 2) Wat gebeurt er met het beeld van lamp B? Het beeld van lamp B valt op een bepaald moment op de blinde vlek 3) Bij welke afstand, tussen de lampen en het oogfunctiemodel, valt het beeld van lamp B op de blinde vlek? Op ongeveer 70 cm CONCLUSIE: Soms kan een beeld op de blinde vlek van je netvlies vallen, zodat je het niet ziet.
Proef 7 Waarom is je pupil soms zo klein? - Oogfunctiemodel - Letter - Lichtkastje - irisdiafragma (112328) Je eigen iris kan er voor zorgen dat je pupil groter of kleiner wordt. Bij deze proef maak je gebruik van het oogfunctiemodel, maar hierbij kan je het irisdiafragma (de pupil) niet variëren. We gebruiken daarom een los irisdiafragma en plaatsen dat voor het oogfunctiemodel. - Zorg er voor dat het oogfunctiemodel in het donker staat! Doe de lampen van het lokaal uit. - Zet het oogfunctiemodel ca. 50 cm vanaf de lamp en stel het beeld scherp. - Plaats een irisdiafragma met een zo groot mogelijke opening tegen de voorkant van het oogfunctiemodel. Nu moet je nog de hele letter kunnen zien! - Maak het irisdiafragma iets kleiner. 1) Wat verandert er aan de grootte van het beeld? De grootte van het beeld blijft hetzelfde 2) Is de lichtsterkte nu groter of kleiner? De lichtsterkte is kleiner geworden - Maak het diafragma nog kleiner en kijk wat er met het beeld gebeurt. Het beeld verdwijnt gedeeltelijk - Haal het diafragma weg en maak het beeld iets minder scherp door de lens boller te maken. - Zet het diafragma met de grote opening weer voor het oogfunctiemodel en maak de opening weer kleiner. 3) Wat verandert er nog meer aan het beeld dan alleen de lichtsterkte? Beeld wordt weer scherper CONCLUSIE: De iris zorgt dus voor de hoeveelheid licht dat in het oog valt. Het beeld zal lichtzwakker worden wanneer het diafragma kleiner wordt en de lichtbron gelijk blijft. Het beeld zal echter niet kleiner worden. Wanneer je het beeld van te voren niet helemaal scherp hebt gesteld, zul je ook duidelijk zien dat het beeld scherper wordt als je het diafragma kleiner maakt.
4) Je kan hiervan gebruik maken als je iets niet goed kunt lezen. Hoe doe je dit zonder de afstand tussen oog en beeld te veranderen? Door met je hand voor je oog de lichtinval heel klein te maken. Door een klein gaatje te kijken kan je nu woord voor woord lezen