Docentenhandleiding Oogfunctiemodel



Vergelijkbare documenten
Handleiding Oogfunctiemodel

Thema 7Oog, oogafwijkingen en oogcorrecties

1.1 Het oog Beschermende delen van het oog. Deel 1 Hoe verkrijgen organismen informatie over hun omgeving?

Samenvatting Natuurkunde Hoofdstuk 2 Licht. Wat moet je leren/ kunnen voor het PW H2 Licht?

Het oog (H2) Harro Reeders. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Gebruik module 1 bij het beantwoorden van de vragen. Indien je het antwoord hierin niet kunt vinden dan mag je andere bronnen gebruiken.

3hv h2 kortst.notebook January 08, H2 Licht

Repetitie Lenzen 3 Havo Naam: Klas: Leerstof: 1 t/m 7

Oog. Netvlies: Ooglens: Voor de stralengang in het oog van lichtstralen zijn de volgende drie onderdelen belangrijk.

3HAVO Totaaloverzicht Licht

Handleiding bij geometrische optiekset

Waarneming zintuig adequate prikkel fysiek of chemisch zien oog licht fysiek ruiken neus gasvormige

1 Lichtbreking. Hoofdstuk 2. Licht. Leerstof. Toepassing. 3 a Zie figuur 2. b Zie figuur 2. c Zie figuur t a bij B b bij A

2. Bekijk de voorbeelden bij Ziet u wat er staat? Welke conclusie kun je hier uit trekken?

Samenvatting Natuurkunde H3 optica

Spreekbeurten.info Spreekbeurten en Werkstukken

Basic Creative Engineering Skills

Samenvatting Natuurkunde Hoofdstuk 3 Licht en Lenzen

Zintuigelijke waarneming

Basic Creative Engineering Skills

Docent: A. Sewsahai Thema: Zintuigelijke waarneming

refractie-afwijking patiënteninformatie

Handleiding Optiekset met bank

Speurtocht Wandelen met Licht. Naam leerling:...

Lees- en/of focusproblemen

hoofdstuk 5 Lenzen (inleiding).

hoofdstuk 5 Lenzen (inleiding).

Oogheelkunde. Patiënteninformatie. Brilsterkte bij kinderen. Slingeland Ziekenhuis

Opgave 3 De hoofdas is de lijn door het midden van de lens en loodrecht op de lens.

het oog > bijziendheid > verziendheid > leeftijdverziendheid > astigmatisme

Kernvraag: Hoe verplaatst licht zich en hoe zien we dat?

Contactlenzen (Algemeen)

Theorie beeldvorming - gevorderd

Een bril bij kinderen. Oogheelkunde

a) Bepaal door middel van een constructie de plaats van het beeld van de scherf en bepaal daaruit hoe groot Arno de scherf door de loep ziet.

Lens plat of lens bol?

Samenvatting Hoofdstuk 5. Licht 3VMBO

Oogheelkunde. adviezen. refractieafwijking. na een hernia-operatie. (bril, contactlens of operatie) ZorgSaam

Niet scherp zien door een refractieafwijking

Waarom zien veel mensen onscherp?

Samenvatting Natuurkunde Hoofdstuk 5 en 6

Oefen-vt vwo4 B h6/7 licht 2007/2008. Opgaven en uitwerkingen vind je op

PARENTERALE THUISVOEDING VIA EEN PICC EN DE BIONECTEUR. Protocol C: het afkoppelen van de perifeer ingebrachte PICC

Golflengte: licht is een (elektromagnetische) golf met een golflengte en een frequentie

> Lees Niels heeft een bril.

Deze toets bestaat uit 4 opgaven (31 punten). Gebruik eigen grafische rekenmachine en BINAS toegestaan. Veel succes! ZET JE NAAM OP DEZE

Science+ leerjaar 1 4 x 45 min, werk allen of in duo s. module 1: het oog

Uitwerkingen Hoofdstuk 2 Licht

Proefbeschrijving optiekset met bank

3.0 Licht Camera 3.2 Lens 3.3 Drie stralen 3.4 Drie formules 3.5 Oog

Lichtbreking en weerkaatsing

Exact periode 3.2. Recht evenredig Omgekeerd evenredig Lambert Beer Lenzen en toepassingen

Brilafwijkingen. Afdeling Oogheelkunde

De werking van het oog

3.0 Licht Breking 3.3 a Vergroting b Lenzenformule c Lenzenformule (simulatie) 3.5 Oog en bril (Crocodile)

Nadelen multifocale kunstlens 8 Voordelen van een multifocale kunstlens 9 Verzekering, eigen bijdrage 9

Overal Natuurkunde 3V Uitwerkingen Hoofdstuk 6 Licht

Hoofdstuk 4: Licht. Natuurkunde Havo 2011/2012.

Niet scherp zien door een refractieafwijking.

Opgave 1: Constructies (6p) In figuur 1 op de bijlage staat een voorwerp (doorgetrokken pijl) links van de lens.

Een bril. Oogheelkunde. alle aandacht

Niet scherp zien Als gevolg van een refractieafwijking. Poli Oogheelkunde

Refractie afwijkingen. Niet scherp zien ten gevolge van refractie afwijkingen

uitleg proefje 1 spiegelbeeld schrijven

Refractie-afwijking. Deze folder biedt in informatie over niet-scherp zien ten gevolge van een refractie-afwijking en de mogelijke correctiemiddelen.

THEMA 6. Microscopie

kaarsen de zon olielampen petroleumlampen gloeilampen fakkel maan en sterren brandend hout TL buizen gaslantaarns de zon vuur

Spiegel. Herhaling klas 2: Spiegeling. Spiegel wet: i=t Spiegelen met spiegelbeelden. NOVA 3HV - H2 (Licht) November 15, NOVA 3HV - H2 (Licht)

De traditionele microscopen onderscheiden we de gewone of biologische microscoop en de stereo microscope.

Voor deze les heb je nodig: een computer met internet verbinding

Brilafwijkingen. Afdeling Oogheelkunde. Locatie Purmerend/Volendam

Academisch Centrum voor Refractiechirurgie

7.1 Beeldvorming en beeldconstructie

m a t e r i a a l z e n d i n g

luchtdruk opdrachtkaart Onderdeel A - Rond de aanwezigheid van de lucht les 6.6 Opdracht 1 - Slaan op de liniaal Opdracht 2 - Stromend water?

Deze toets bestaat uit 4 opgaven (33 punten). Gebruik eigen grafische rekenmachine en BINAS toegestaan. Veel succes! ZET JE NAAM OP DEZE

Slechter zien door een refractieafwijking

Zintuigen. Expertgroep 5: Sterretjes zien. Naam leerling:... Leden expertgroep:...

Refractie-afwijking. Afdeling Oogheelkunde. Locatie Purmerend/Volendam

6.1 Voortplanting en weerkaatsing van licht 6.2 Spiegel en spiegelbeeld

Lesmateriaal bovenbouw

Een bril Naar het ziekenhuis? Lees eerst de informatie op

Uitwerkingen. Hoofdstuk 2 Licht. Verkennen

Er bestaan verschillende soorten refractie-afwijkingen: Myopie Hypermetropie Astigmatisme Anisometropie

Convergentiezwakte van de ogen

3 Licht en lenzen. 1 Lichtbreking. Nova. Leerstof. Toepassing

6.1 Voortplanting en weerkaatsing van licht 6.2 Spiegel en spiegelbeeld

Scheelzien, luie ogen en brillen bij kinderen

Het is belangrijk dat een oog met een netvlies-

Een aandoening van de oogzenuw

Een zorgvrager helpen bij het verzorgen van een bril, contactlenzen of kunstoog

Maatschap Oogheelkunde/orthoptie. Verschillende brilsterktes (kinderen)

Technologische Opvoeding Electro Junior Pagina 1

Samenvatting Natuurkunde Hoofdstuk 1 t/m 3

ORTHOPTISCHE OEFENINGEN FRANCISCUS VLIETLAND

Hoofdstuk 3: Licht. Natuurkunde VWO 2011/

Een aandoening van de oogzenuw Glaucoom

Transcriptie:

Docentenhandleiding Oogfunctiemodel 300132 De mogelijkheden van het oogfunctiemodel zijn: - beeldvorming, met een positieve lens - gekleurde voorwerpen zien - accommoderen; werking van de ooglens - oogafwijkingen (ver- en bijziend) corrigeren met een positieve en negatieve lens - een oogafwijking in oogvorm laten zien (ver- en bijziend) - een beeld op de blinde vlek laten vallen Opbouw en benodigdheden: Het oogfunctiemodel is gemaakt van kunststof en is gemonteerd op een houten plank. Een injectiespuit zit met een slangetje verbonden aan de siliconen ooglens. Bij het oogfunctiemodel wordt een plaatje van plexiglas met daarop letters geleverd en twee lenzen +2,0 D en -2,0 D. Montage en onderhoud: Het vullen van de ooglens. Maak de lens met de slangetjes en injectiespuiten los. Dit is mogelijk door de aan de lens verbonden siliconen dopjes uit de 'cornea' te trekken. Maak de lens los van de slangetjes. Laat de injectiespuiten aan de slangetjes zitten. Vul de spuiten met gedestilleerd water (evt. gekookt water). Verwijder luchtbellen in de spuit en zorg ervoor dat er nu nog minimaal 20 ml water in de injectiespuiten zit. Zorg ervoor dat er geen lucht in de lens zit of in de lens komt door met je vingers het verbindingsslangetje dicht te knijpen. Doe de slangetjes weer aan de lens zonder er lucht bij te laten. Komt er wel lucht bij of zat er nog wat lucht in de lens, vul dan de lens voorzichtig met het water uit de injectiespuit en ontlucht de lens door de slangetjes even los te maken. Plaats alle delen weer waar ze horen. De lens is nu klaar voor gebruik.

Het schoonmaken. De delen van het oogfunctiemodel kunnen worden schoongemaakt met een vochtige doek. De lens kunt u het best met zachte zeep en stromend warm water schoonmaken. Droog de lens voorzichtig met krasvrij papier. (Voorkom krassen!) Technische mogelijkheden Het variëren van de lengte van de oogas De lengte van de oogas kan variëren, zodat je een kort oog (verziendheid), normaal oog en lang oog (bijziendheid) krijgt. Het variëren van de dikte van de ooglens De lens is van siliconen gemaakt, waardoor je - m.b.v. de injectiespuit gevuld met water - de dikte van de lens kunt variëren. De beelden op het netvlies De afbeeldingen van de voorwerpen kunnen worden afgebeeld op het 'netvlies'; het schermpje met de gele en de blinde vlek. Het schermpje kan bij elke lengte van de oogas op gelijke hoogte met de ooglens worden gezet. De lenzen (+2,0 D en -2,0 D) Deze lenzen kunnen worden gebruikt bij het demonstreren van ver- en bijziendheid.

Practica met het oogfunctiemodel Proef 1 Hoe ziet een beeld op het netvlies eruit? - Oogfunctiemodel - Twee gekleurde ledlampjes (of twee kaarsen) Je gebruikt bij deze proef het oogfunctiemodel. Dit model heeft een positieve ooglens (wanneer er water in zit). Op het netvlies van dit oogfunctiemodel kun je zien hoe het beeld van een voorwerp voor een positieve lens eruit ziet. 1.1 Ledlampjes 15 cm 35 cm Zorg voor een verduisterd lokaal. Zet de ledlampjes (of kaarsen) - vlak naast elkaar - ca. 15 cm voor de lens van het oogfunctiemodel. Zet het beeld scherp m.b.v. de injectiespuit (door de lens dikker of dunner te maken). Zorg ervoor dat de lens bol blijft. Vergelijk het beeld op het netvlies met de ledlampjes. Vraag 1. Hoe ziet het beeld van de vlammen eruit op het netvlies? Beeld staat op zijn kop Zet de linker led uit Vraag 2. Van welke led verdwijnt het beeld op het netvlies? Van de linker led Opdracht Teken met potlood de (variabele) lens in de oogbol. Teken hierna de weg van het licht van de ledlampen tot op het netvlies. Bovenaanzicht

Proef 2 Hoe ziet een beeld op het netvlies eruit? - Oogfunctiemodel - Letter - Lichtkastje met snoeren en voeding - Afwasbare stiften (groen en rood) Plaats de letter vlak voor het oogfunctiemodel. Plaats de lamp op ongeveer 50 cm van het oogfunctiemodel en stel het beeld scherp m.b.v. de injectiespuit (door de lens dikker of dunner te maken). Vraag 1. Wat is er veranderd aan de letter als je naar het beeld kijkt? Beeld staat op zijn kop Zet m.b.v. water-afwasbare stiften een groene (links) en een rode stip (rechts) van de letter op het plexiglas. Vraag 2. Hoe zien de stippen op het netvlies eruit? De stippen zijn links en rechts in het beeld verwisseld En welke kleur hebben ze? De kleuren van het beeld zijn gelijk aan die van het voorwerp Opdracht Teken met de kleuren groen en rood de weg van het licht van de stippen tot het netvlies. (bovenaanzicht) Conclusie: Wanneer je m.b.v. een positieve lens een beeld maakt, dan a. staat het beeld op z'n kop b. zijn links en rechts in het beeld verwisseld c. zijn de kleuren van het beeld gelijk aan die van het voorwerp d. hoeven het beeld en het voorwerp niet even groot te zijn

Proef 3 Hoe komt het dat wij met onze ogen ver en dichtbij scherp kunnen zien? - Oogfunctiemodel - Letter - Lichtkastje met snoeren en voeding Je maakt gebruik van een oogfunctiemodel, waarbij de ooglens te variëren is m.b.v. de injectiespuiten. Controleer dit! 3.1 Afstanden variëren Plaats een lamp ongeveer 50 cm voor het oogfunctiemodel en zet de letter vlak voor het oogfunctiemodel. Verander de vorm van de lens m.b.v. de infectiespuiten (door de lens dikker of dunner te maken), totdat je een scherp beeld hebt. Verplaats de letter ongeveer 10 cm richting de lamp. 1) Hoe zie je het beeld nu? Beeld is niet scherp meer Stel het beeld weer scherp. 2) Wat moet je doen om het beeld weer scherp te krijgen? Lens platter maken Doe dit nogmaals bij andere afstanden. 3) Hoe ziet de lens (bij een scherp beeld) eruit wanneer de letter dichtbij het oogfunctiemodel staat? Bolle lens En als de letter ver weg staat? Platte lens

3.2 Het nabijheidspunt - Zet de letter voor de lamp. - Maak de lens zo bol mogelijk en verschuif de letter richting het oogfunctiemodel richting tot die scherp wordt afgebeeld. 1) Wat is de afstand van de letter tot het oogfunctiemodel? 14 cm Schuif het oogfunctiemodel nog dichter bij de letter. 2) Wat zie je nu met het beeld gebeuren? Beeld wordt onscherp (algemene opmerking: Dit is best moeilijk te beoordelen. Het beeld blijft dichtbij heel lang scherp.) CONCLUSIE: Door de lens van het oogfunctiemodel boller te maken kun je voorwerpen van dichtbij nog scherp zien. De kleinste afstand waarbij je nog scherp ziet noemt men het nabijheidspunt. Het platter en boller worden van de ooglens noemt men accommoderen Zelf in laten vullen!

Proef 4 Waarom draagt iemand een bril met positieve lenzen? - Oogfunctiemodel met lens f = +2 - Letter - Lichtkastje met snoeren en voeding Bij deze proef gebruikt je een oogfunctiemodel, waarbij je de ooglens en de lengte van de oogas (drie standen) kunt variëren. Controleer dat! De achterwand is het netvlies van een oog. 4.1 VERZIEND - Plaats de letter op ongeveer 10 cm voor het oogfunctiemodel (normale lengte oogas; middelste rondje). - Zet de lamp ongeveer 50 tot 100 cm van de letter. - Stel het beeld scherp door de lens van vorm te veranderen m.b.v. de injectiespuiten. - Maak de lengte van de oogas korter door het schroefje gelijk te zetten met het achterste rondje. Je hebt een verziend oog. 1) Wat verandert er aan het beeld op het netvlies? Beeld wordt minder scherp 2) Waar ligt het scherpe beeld t.o.v. het netvlies Het scherpe beeld ligt achter het netvlies Verschuif de letter (verander de ooglens niet), zodat je weer een scherp beeld krijgt. 3) Is de afstand tussen de letter en het oogfunctiemodel groter of kleiner dan bij een normaal oog? Afstand is groter - Zet de letter weer op 10cm afstand van het oogfunctiemodel. - Zet de lens (+2,0 D) in lenshouder. 4) Wat is er veranderd aan het beeld? Beeld is weer scherp CONCLUSIE: Bij een verziend oog kun je corrigeren door: a) De letter verder van het oog te houden b) Een positieve lens voor het oog te plaatsen

Proef 5 Wie gebruikt een bril met negatieve lenzen? - Oogfunctiemodel met lens f = -2 - Letter - Lichtkastje met snoeren en voeding Bij deze proef gebruik je een oogfunctiemodel waarbij de ooglens en de lengte van de oogas (drie standen) kunt variëren. Controleer dit! De achterwand stelt het netvlies voor. BIJZIEND. - Zet het oogfunctiemodel (normale lengte oogas; middelste rondje) 50 cm van de lamp. - Zet de letter 10 cm voor het oogfunctiemodel. - Zorg ervoor dat het beeld scherp is. - Maak het oog langer (bijziend). Zet hiervoor de schroef gelijk met het voorste rondje. 1) Schrijf op wat er aan het beeld is veranderd. Beeld is onscherp 2) Waar ligt het scherpe beeld t.o.v. het netvlies? Het scherpe beeld ligt voor het netvlies Verplaats de letter, zodat je weer een scherp beeld op het netvlies hebt. (Verander de lens dus niet!) 3) Heb je de letter nu dichterbij of verder weg gezet? Letter dichterbij gezet - Zet de letter weer op 10cm voor het oogfunctiemodel. - Plaats de lens (-2,0 D) voor het oogfunctiemodel in de lenshouder. 4) Wat is er veranderd aan het beeld? Beeld is weer scherp CONCLUSIE: Bij een bijziend oog kun je corrigeren door: a) De letter dichter bij het oog te plaatsen b) Een negatieve lens voor het oog te plaatsen

Proef 6: Ontdek je eigen blinde vlek. - Oogfunctiemodel - twee lichtkastjes Hou dit blad met gestrekte armen voor je uit. Kijk alleen met je rechteroog naar het kruis. Het beeld van het kruis valt op de gele vlek van je rechteroog. Daarom zie je het kruis heel scherp. De stip zie je ook zitten. Wanneer je nu blijft kijken naar het kruis en het kruis steeds dichter naar je gezicht brengen dan merk je dat je op een bepaald punt de stip niet meer ziet. Als je nu het kruis nog verder naar je gezicht toe brengt dan komt de stip weer tevoorschijn. Het punt waarop je de stip niet meer kunt zien is de blinde vlek. Je kunt dit ook demonstreren aan de hand van het oogfunctiemodel. Maak de opstelling zoals je hier onder aangegeven ziet staan. Lamp A en lamp B staan ongeveer 15 cm van elkaar af. B Ca. 15 cm A Ca. 1 m Door je hand voor lamp A te houden zie je alleen het beeld van B nog op het netvlies. 1) Waar ligt het beeld van lamp B t.o.v. de blinde vlek en de gele vlek? Beeld ligt tussen de gele en blinde vlek in Verplaats het oogfunctiemodel richting lamp A, zodat het beeld van lamp A op de gele vlek blijft. 2) Wat gebeurt er met het beeld van lamp B? Het beeld van lamp B valt op een bepaald moment op de blinde vlek 3) Bij welke afstand, tussen de lampen en het oogfunctiemodel, valt het beeld van lamp B op de blinde vlek? Op ongeveer 70 cm CONCLUSIE: Soms kan een beeld op de blinde vlek van je netvlies vallen, zodat je het niet ziet.

Proef 7 Waarom is je pupil soms zo klein? - Oogfunctiemodel - Letter - Lichtkastje - irisdiafragma (112328) Je eigen iris kan er voor zorgen dat je pupil groter of kleiner wordt. Bij deze proef maak je gebruik van het oogfunctiemodel, maar hierbij kan je het irisdiafragma (de pupil) niet variëren. We gebruiken daarom een los irisdiafragma en plaatsen dat voor het oogfunctiemodel. - Zorg er voor dat het oogfunctiemodel in het donker staat! Doe de lampen van het lokaal uit. - Zet het oogfunctiemodel ca. 50 cm vanaf de lamp en stel het beeld scherp. - Plaats een irisdiafragma met een zo groot mogelijke opening tegen de voorkant van het oogfunctiemodel. Nu moet je nog de hele letter kunnen zien! - Maak het irisdiafragma iets kleiner. 1) Wat verandert er aan de grootte van het beeld? De grootte van het beeld blijft hetzelfde 2) Is de lichtsterkte nu groter of kleiner? De lichtsterkte is kleiner geworden - Maak het diafragma nog kleiner en kijk wat er met het beeld gebeurt. Het beeld verdwijnt gedeeltelijk - Haal het diafragma weg en maak het beeld iets minder scherp door de lens boller te maken. - Zet het diafragma met de grote opening weer voor het oogfunctiemodel en maak de opening weer kleiner. 3) Wat verandert er nog meer aan het beeld dan alleen de lichtsterkte? Beeld wordt weer scherper CONCLUSIE: De iris zorgt dus voor de hoeveelheid licht dat in het oog valt. Het beeld zal lichtzwakker worden wanneer het diafragma kleiner wordt en de lichtbron gelijk blijft. Het beeld zal echter niet kleiner worden. Wanneer je het beeld van te voren niet helemaal scherp hebt gesteld, zul je ook duidelijk zien dat het beeld scherper wordt als je het diafragma kleiner maakt.

4) Je kan hiervan gebruik maken als je iets niet goed kunt lezen. Hoe doe je dit zonder de afstand tussen oog en beeld te veranderen? Door met je hand voor je oog de lichtinval heel klein te maken. Door een klein gaatje te kijken kan je nu woord voor woord lezen