Chapter 12. Samenvatting



Vergelijkbare documenten
Sciatica MED Trial resultaten na 1 jaar

Cover Page. The handle holds various files of this Leiden University dissertation.

NEDERLANDSE SAMENVATTING

Factsheet Indicatoren Lage Rug Hernia (DSSR) A. Beschrijving Indicator

Dutch Spine Surgery Registry DSSR

4. Wat zijn de effecten van de ehealth interventie met betrekking tot het postoperatieve herstel, gebruik en kosten?

NEDERLANDSE SAMENVATTING

Factsheet Indicatoren Lage Rug Hernia of Stenose Chirurgie (DSSR 2) 2016

CHAPTER XII. Nederlandse Samenvatting

Cover Page. The handle holds various files of this Leiden University dissertation

Samenvatting Samenvatting

Cover Page. The handle holds various files of this Leiden University dissertation.

SAMENVATTING Hoofdstuk 1 Introductie.

Chapter 7. Nederlandse samenvatting

Lage rugklachten en de hernia

Primaire en redo antireflux chirurgie. Samenvatting in het Nederlands

Rugpoli in Enschede. Lucille Dorresteijn, Neuroloog Marleen Wijnstra, Physician assistant

LAGE RUGKLACHTEN / HERNIA Oorzaak en behandeling, wel of niet opereren?

Factsheet Indicatoren Geïnstrumenteerde Lage Rug Chirurgie (DSSR) 2016

Oplegger indicatorenset Lage rughernia en stenose (ongeïnstrumenteerd) (DSSR (B)) verslagjaar 2017.

Informatie voor patiënten

PATIËNTSPECIFIEK PLANNEN EN UITLIJNEN VAN EEN KNIEPROTHESE

Samenvatting. de tijd geplaatst. De vragen die geleid hebben tot de vraagstellingen zijn besproken. Tot slot zijn de vraagstellingen geformuleerd:

Image-guided stereotactic radiotherapy for early stage lung cancer: techniques and clinical outcomes. Samenvatting

vragenlijsten. Er werd geen verschil gevonden tussen de twee groepen wat betreft het verloop in de tijd van de interveniërende variabelen

Nederlandse samenvatting

Verplichte Indicatoren die moeten worden aangeleverd aan Zorginstituut Nederland. Indicator nummer Indicatornaam Datatype

+RRIGVWXN is een algemene inleiding op dit proefschrift. Verder worden in dit

Factsheet indicatoren DSSR/Wervelkolomregistratie 2019 Geïnstrumenteerd (A)

Lage rug hernia. Poli Neurochirurgie

Nederlandse samenvatting

C. Wervelkolom. Inhoudsopgave 01 C 02 C 03 C 04 C 05 C 06 C 07 C 08 C 09 C 10 C

Hernia Lumbalis Rughernia

Samenvatting*en*conclusies* *

SAMENVATTING. Schiemanck_totaal_v4.indd :13:56

Nederlandse Samenvatting. Chapter 5

Factsheet Indicatoren DSSR 2018 Geïnstrumenteerd (A) DSSR 2018 Registratie gestart: 2014

C. Wervelkolom. Inhoudsopgave 01 C 02 C 03 C 04 C 05 C 06 C 07 C 08 C 09 C

samenvatting 127 Samenvatting

Lage rughernia Neurochirurgische behandeling

Chapter. Samenvatting

Wat is een hernia. Bouw van de wervelkolom. Onderstaande afspraken zijn voor u gemaakt op: locatie Delfzicht/locatie Lucas. Polikliniek neurologie:

SaMenvatting (SUMMARy IN DUTCH)

Samenvatting en conclusies

THE SCIATICA-MAST STUDY Minimal Access Spinal Technology THE SCIATICA-MED TRIAL

Samenvatting. Psoas compartiment nervus ischiadicus blokkade voor. prothetische heup chirurgie. Klinische effectiviteit versus ongewenste bijwerkingen

- incidentele bevinding zonder klachten - weigering van chirurgische behandeling - slechte algehele conditie waardoor chirurgie niet verantwoord is

Titel van het onderzoek Inbrengen van continue ambulante peritoneaal dialyse katheters: Kijkoperatie of open techniek?

NEDERLANDSE SAMENVATTING

Chapter 9. Nederlandse samenvatting

Hernia. Ziekenhuis Gelderse Vallei

Ruggespraak. Ruggespraak. Presentatie Ariette Sanders - Netwerkbijeenkomst Platform Gedeelde Besluitvorming - Maart 2013 RUGPIJN? agenda.

Ontwikkelingen op het gebied van MRI bij endometriose

Onze behandelresultaten

Chapter 10. Samenvatting en Conclusie

Chapter 9. Samenvatting

Chapter 10. Nederlandse samenvatting

Samenvatting. Hoofdstuk 1. Hoofdstuk 2

hoofdstuk 1 doelstellingen hoofdstuk 2 diagnosen

Chapter 8. Samenvatting en conclusie

Samenvatting 129. Samenvatting

CHAPTER 8. Samenvatting

Wervelkolom. Discushernia. Discushernia interventie. Microchirurgische interventie

Inbrengen van continue ambulante peritoneaal dialyse katheters: Kijkoperatie of open techniek?

Datum: 22 februari 2012 Uitgebracht aan: Onderstaand de volledige uitspraak

Samenvatting. Chapter 10

ACDF ANTERIEURE CERVICALE DISCECTOMIE & FUSIE

Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2

De traditionele opnameduur na colorectale resecties varieert tussen de 1 en 2

Eveline Claes Co-assistentAnesthesie Dr. F. De Buck

Lage rug hernia. Poli Neurochirurgie. Locatie Purmerend/Volendam

TP Indicatorenrapportage 2016 Ziekenhuis: Rijnstate Ziekenhuis Jaar: 2016

Maagkuilbreuk Hernia epigastrica

Postoperatief opklimmende voeding

Factsheet Indicatoren NABON Breast Cancer Audit (NBCA) 2018

Verantwoordingsdocument voor gebruikte normen: Hernia en stenose

Hoofdstuk 2: Preprocedurele serum waarden van acute-fase reagentia en de prognose na percutane coronaire interventie

Factsheet Indicatoren Longcarcinoom (DLCA) 2017 Start DLCA-S: 2012 (/2015 voor alle cardiothoracale centra) Start DLCA-R: 2013 Start DLCA-L: 2016

Samenvatting en conclusies

Informatie betreffende wetenschappelijk onderzoek getiteld:

Het meten van motoriek bij kinderen: prognose en evaluatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Transcriptie:

Salkantay Trek, Peru

Chapter 12 Samenvatting

182 I Chapter 12 Radiculaire beenpijn veroorzaakt door een lumbale hernia komt wereldwijd vaak voor en bij de meeste patienten is het natuurlijke beloop gunstig. Patienten komen in aanmerking voor chirurgische behandeling wanneer de invaliderende pijn blijft bestaan. Momenteel is de unilaterale transflavale microdiscectomie de gouden standaard waarmee iedere nieuwe techniek moet worden vergeleken alvorens haar op grote schaal toe te passen. De laatste jaren wordt minimaal invasieve spinale chirurgie steeds populairder. De ratio achter minimaal invasieve technieken is minder spierschade, minder postoperatieve rugpijn, kortere ziekenhuisopname en sneller hervatten van werkzaamheden en dagelijkse activiteiten. In 1997 hebben Foley en Smith de tubulaire discectomie ge'introduceerd, waarbij de rugspieraanhechting niet wordt losgemaakt maar de rugspier in de lengterichting wordt gespleten om toegang te krijgen tot de wervelkolom. Wereldwijd zijn duizenden patienten op deze manier geopereerd en blijkt de techniek veilig en effectief te zijn. Echter, een groot opgezet gerandomiseerd vergelijkend onderzoek naar de tubulaire discectomie versus de conventionele unilaterale transflavale microdisceetomie is tot op heden nooit uitgevoerd. Dit proefschrift bevat de resultaten van een dubbelblind gerandomiseerd multicentrumonderzoek (de Sciatica-MED trial) waarbij tubulaire discectomie wordt vergeleken met unilaterale transflavale microdiscectomie bij de chirurgische behandeling van een lumbale hernia. Hoofdstuk 1 bevat een algemene introductie en enkele historische feiten over het lumbosacrale radiculaire syndroom en lumbale discuschirurgie in het bijzonder. Uitgebreide laminectomie met transdurale verwijdering van de discusherniatie is verfijnd naar minder invasieve benaderingen. In navolging van de algemene heelkunde is een kanteling naar minimaal invasieve lumbale discuschirurgie waarneembaar. Een van deze ontwikkelingen is de spiersplijtende tubulaire techniek van het METRx systeem. De doelstellingen en inhoud van het proefschrift worden beschreven. Hoofdstuk 2 beschrijft een enquete gehouden onder alie Nederlandse spinaalchirurgen betreffende hun dagel ij kse praktijkva n patienten meteen Iumbale he rn ia. Daa rna ast worden de verwachtingen beschreven van verscheidene conventionele en minimaal invasieve technieken betreffende beenpijn, rugpijn, recidief hernia en complicaties. Tubulaire discectomie behoort al tot het standaardpakket in menige neurochirurgische en orthopedische kliniek hoewel het merendeel van de chirurgen de unilaterale transflavale microdiscectomie met hoofdlamp of microscoop uitvoert. De verwachting was dat deze gouden standaard open microdiscectomie het meest effectief zou zijn. De minimaal invasieve technieken zouden naar verwachting het minst effectief zijn met de hoogste kans op recidief, maar met minder postoperatieve rugpijn.

Samenvatting I 183 Hoofdstuk 3 beschrijft het protocol van de Sciatica-MED trial, een dubbelblind gerandomiseerde kosteneffectiviteitenstudie. Om antwoord te kunnen krijgen op de vraag of de tubulaire discectomie (kosten)effectiever is dan de unilaterale discectomie, moeten ten minste 300 patienten worden gerandomiseerd. Om deze reden wordt de studie in meerdere centra uitgevoerd (7 algemene ziekenhuizen en 14 chirurgen) en is zij goedgekeurd door alle betreffende medisch-ethische com missies. De 1-jaars klinische resultaten worden gepresenteerd in hoofdstuk 4. Tubulaire discectomie leidde vergeleken met de conventionele microdiscectomie niet tot een statistisch significant verschil in functionele score gemeten op de Roland Disability Questionnaire voor Sciatica. De mediane duur tot volledig herstel was 2 weken, ongeacht de techniek. Patienten van beide groepen rapporteerden verbetering van beenpijn en rugpijn, maar de verschillen ten faveure van de conventionele microdiscectomie groep waren klein en niet klinisch relevant. Een jaar na de operatie was 69% van de tubulaire discectomiegroep en 79% van de conventionele groep goed hersteld. Hoofdstuk 5 beschrijft de kostenutiliteitenanalyse van de Sciatica-MED trial. Bij gelijkwaardige tijden tot volledig herstel is het onwaarschijnlijk dat de tubulaire discectomie kosteneffectiever is dan de conventionele microdiscectomie. Er was geen statistisch significant verschil tussen beide groepen in QALYs gedurende de 4 kwartalen en volgens de utiliteitenmethode. De totale directe en indirecte kosten resulteerden in een niet-significant verschil van 1302 ten gunste van de conventionele microdiscectomie. Bepaalde anamnestische, neurologische en radiologische variabelen zouden kunnen bijdragen aan de besluitvorming tot de keuze tussen tubulaire discectomie en conventionele microdiscectomie bij de behandeling van patienten met een lumbosacraal radiculair syndroom ten gevolge van een lage rughernia. Hoofdstuk 6 beschrijft de subgroepanalyse van een aantal tevoren gedefinieerde variabelen en de interactie met de randomisatiegroep. Patienten met een contained discusherniatie herstelden langzamer wanneer een tubulaire discectomie werd uitgevoerd dan na een conventionele operatie. Bij patienten met een discussequestratie was er geen verschil in herstel tussen de 2 operatietechnieken. Gebaseerd op deze resultaten, zouden patienten met een gesequestreerde discus zelf kunnen kiezen welke techniek zij willen ondergaan en hangt de besluitvorming af van de voorkeur van de patient en de chirurg. Echter, contained discusherniaties lijken niet geschikt te zijn voor tubulaire discectomie. De 2-jaars resultaten (Hoofdstuk 7) zijn vergelijkbaar met de 1-jaars resultaten en er werd geen significant verschil in scores op de Roland Disability Questionnaire voor Sciatica aangetoond. Patienten behandeld met tubulaire discectomie hadden meer beenpijn en meer Chapter 12

184 I Chapter 12 rugpijn, hoewel dit verschil klein was en niet klinisch relevant. Na 2 jaar was 71% van de patienten behandeld met tubulaire discectomie goed hersteld versus 77% van de patienten behandeld met conventionele microdiscectomie. Gedurende de eerste 2 jaar na operatie werd 15% van de tubulaire discectomiegroep en 10% van de conventionele microdiscectomiegroep opnieuw geopereerd, meestal vanwege een recidief hernia. Spiertrauma wordt gekwantificeerd door het vrijkomen van het enzym creatine phosphokinase (CPK) in serum en bereikt een maximale waarde 1 dag na operatie. Postoperatieve lage rugpijn is een van de grootste problemen na wervelkolomoperaties en het beperken van spierschade lijkt dan ook zeer wenselijk. Het concept van minimaal invasieve wervelkolomchirurgie refereert aan minder spierschade, minder rugpijn en een sneller herstel. Hoofdstuk 8 beschrijft een duidelijke dosisresponsrelatie tussen CPK en de uitgebreidheid van chirurgie. Het postoperatief stijgen van CPK werd be'lnvloed door de grootte van de operatie, duur van de operatie, spinale lokalisatie, posterieure benadering, revisie-operatie en de pre-operatieve waarde van CPK. Ook niet-spinale intracraniele ingrepen resulteerden in CPK-stijging. Het is echter controversieel of minimaal invasieve chirurgie gepaard gaat met minder spierschade en lagere CPK-waarden. Bij een subgroep patienten uit de Sciatica-MED trial zijn serum CPK-waarden bepaald en is de doorsnede van de musculus multifidus gemeten op een postoperatieve MRI na 1 jaar ter beoordeling van eventuele spieratrofie (Hoofdstuk 9). Er was geen statistisch significant verschil in CPK-ratio en multifidus-atrofie-gradering tussen tubulaire discectomie en conventionele microdiscectomie. CONCLUSIE Hoewel de minimaal invasieve techniek van de tubulaire discectomie een aantrekkelijke chirurgische behandeling van de lumbale hernia Iijkt te zijn, ondersteunen de resultaten van de Sciatica-MED trial geen betere uitkomst in vergelijking metde conventionele microdiscectomie. Patienten behandeld met tubulaire discectomie rapporteerden een vergelijkbaar functioneel herstel, hoewel zij meer beenpijn, meer rugpijn en een slechter ervaren herstel gedurende de follow-up-periode hadden. Deze kleine verschillen waren echter niet klinisch relevant en zodoende Iijkt een verandering in beleid van conventionele discuschirurgie naar minimaal invasieve benaderingen niet gerechtvaardigd. De besluitvorming bij patienten met een lage rughernia zouden moeten afhangen van de voorkeur van de patient en de chirurg en niet van het optimistische argument dat klein beter zou zijn (Hoofdstuk 10).