REGELING MOBILITEITSBUDGET WOON-WERKVERKEER DEN HAAG. gelet op artikel 18:1:13, tweede lid, van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Den Haag;



Vergelijkbare documenten
Regeling mobiliteitsbudget woon-werkverkeer Den Haag REGELING MOBILITEITSBUDGET WOON-WERKVERKEER DEN HAAG

REGELING TOT WIJZIGING VAN DE ARBEIDSVOORWAARDENREGELING GEMEENTE DEN HAAG HERDRUK

Regeling vergoeding reiskosten woon-werkverkeer Gezien het voorstel van de afdeling Concernadvies van 1 december 2016;

IKAP-Regeling rijkspersoneel

Regeling vergoeding reiskosten woon-werkverkeer en verhuiskosten

TiU-Regeling vergoeding reiskosten woon-werkverkeer en verhuiskosten

Geldend van t/m heden

gelet op: - het traineeprogramma gemeente Den Haag, - het bepaalde in artikel 2:4 van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Den Haag;

Vergoedingsregeling reiskosten woon-werkverkeer gemeente Drimmelen. Gelet op de verkregen instemming van de Ondernemingsraad d.d.

Gelet op de Arbeidsvoorwaardenregeling van de gemeente Katwijk;

Bijlage 1 (bron: verplaatsingskostenregeling woon-werkverkeer provincie Zuid-Holland 2013)

Voorwaardenregeling gemeente Katwijk - Uitvoeringsregeling hoofdstuk 3

Verplaatsingskostenregeling 1989

Fiscale regeling woon- werkverkeer gemeente Oldambt 2010

gelet op het bepaalde in artikel 2:4 van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Den Haag;

dat het gewenst is de CAR-UWO aan te passen in verband met de invoering van het Individueel KeuzeBudget;

Regeling keuzemodel arbeidsvoorwaarden voor de organisaties Leiden, Leiderdorp, Oegstgeest, Zoeterwoude en Servicepunt71

provinciaal blad maken bekend dat in hun vergadering van 3 juni 2008, nr. B.4, is vastgesteld hetgeen volgt:

Regeling Cafetariamodel

Regeling fiscale uitruil 1KB

Regeling Aanvulling IKB gemeente Winterswijk 2017

Het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer heeft op 27 november 2018 besloten:

Cafetaria-en salderingsregeling

CAO á la carte: fiscale regeling woon-/werkverkeer UMCG

Gemeente Den Haag. - mede gelet op het gestelde in artikel 125 Ambtenarenwet juncto artikel 160 Gemeentewet,

PROVINCIAAL BLAD. Besluit tot wijziging van de Reisregeling Provincie Gelderland

Uitgegeven: 12 februari , no. 15 PROVINCIAAL BLAD VAN FRYSLAN

Regeling uitwisseling arbeidsvoorwaarden gemeente Vught Regeling uitwisseling arbeidsvoorwaarden Gemeente Vught 2015

Het college van burgemeester en wethouders,

Aanpassing Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Sittard-Geleen i.v.m. invoering Individueel Keuzebudget (IKB)

Regeling vergoeding reiskosten woon-werkverkeer. Beleidsafdeling Human Resources

Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gouda houdende regels omtrent het individueel keuzebudget Regeling IKB Gouda

REISKOSTENREGELING WOON-WERKVERKEER OLVG en SLAZ

VERVOERSPLAN ODZOB. 18 mei

P Lokale IKB-Regeling 2017

Regeling tegemoetkoming reiskosten woon-werkverkeer en tegemoetkoming kosten van verhuizing Universiteit Leiden

In deze circulaire worden de aanvullende afspraken toegelicht. In een bijlage zijn een aantal berekeningsvoorbeelden opgenomen.

CAO á la Carte: fiscale regeling woon-werkverkeer UMCG

Verordening reiskosten medewerkers gemeente Uithoorn, 2013

HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS,

Provinciaal Blad. 2013/30 Nummer Aanpassing Regeling Uitruil bruto eindejaarsuitkering voor netto reiskostenvergoeding woon-werkverkeer

Bijlage 1: Aanpassingen Arbeidsvoorwaardenregeling Hilversum (ARH) i.v.m. IKB

Algemene toelichting op de Landelijke Dyade regeling 2018 (aanvullende) reiskostenvergoeding woon-werkverkeer zoals overgenomen door uw werkgever

Het vaststellen van de regeling dienstreizen en verblijfkosten RUD Drenthe

Eén van deze loonbestanddelen kan ingeruild worden voor:

de Regeling Cafetariaplan personeel gemeente Bronckhorst 2015 Het College van Burgemeester en wethouders van de gemeente Bronckhorst;

Aan deze informatie kunnen geen rechten worden ontleend.

PROVINCIAAL BLAD VERPLAATSINGSKOSTENREGELING WOON-WERKVERKEER PROVINCIE ZUID-HOLLAND 2011

GEMEENTE HOOGEVEEN. Artikel I Voor artikel 4a:1 van de CAR worden de volgende artikelen ingevoegd:

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Artikel 17:1:1:1 Voorwaarden pagina 1 van 3

de Regeling Cafetariaplan personeel gemeente Bronckhorst 2015 Het College van Burgemeester en wethouders van de gemeente Bronckhorst;

Nieuwe voorziening voor het woon-werkverkeer. Bekend maken van nieuw beleid. Verplaatsingskostenbesluit 1989 c.a.

Verordening reiskosten medewerkers gemeente Uithoorn, 2013

Verordening van 16 oktober 2013, houdende wijziging van de verordening rechtspositie gedeputeerden, staten en commissieleden provincie Fryslân 2011,

GEMEENTE. Gemeente Lansingerland Gemeente Lansingerland

Wijziging Arbeidsvoorwaardenregeling inzake reiskosten dienstreis BESLUITEN

IKB OFGV. OFGV wegwijzer in het IKB. I. Het IKB. VI. Fiscaal. vriendelijk verrekenen. II. Kopen van vakantie uren. van woonwerkverkeer

Vervoersbeleid woon- werkverkeer Erasmus MC

SUBSIDIEREGELING CONCIËRGES OP BASISSCHOLEN DEN HAAG Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag,

Regeling tegemoetkoming woon-werkverkeer en kosten verhuizing Universiteit Maastricht

Het College van Burgemeester en wethouders van de gemeente BRONCKHORST;

Vierde wijzigingsverordening Verordening rechtspositie gedeputeerden, staten- en commissieleden

overwegende, dat het wenselijk is de Regeling Vergoeding Verplaatsingskosten 1992 aan te passen en te wijzigen;

Begripsomschrijving. Carlar hoofdstuk 18 suppl. m.i.v

SUBSIDIEREGELING IMPULS BUURTHUIS VAN DE TOEKOMST DEN HAAG 2015

Fietsregeling gemeente Oldambt 2010

Besluit vast te stellen het navolgende Concernkader digitale personeelsdossiers.

GEMEENTE HOOGEVEEN. Aanvullende rechtspositieregeling vrijwilligers van de brandweer

Nieuwe voorziening woon werkverkeer

4.6 Werkkostenregeling

- gelet op het bepaalde in artikel 15:1:22 en hoofdstuk 18 van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Den Haag,

Regeling Individueel Keuzebudget gemeente Overbetuwe Onderwerp: Regeling Individueel Keuzebudget gemeente Overbetuwe 2017

Gelet op artikel F.4, eerste en tweede lid, van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies;

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Gemeente Den Haag BELEIDSREGEL TEGEMOETKOMING KOSTEN KINDEROPVANG VOOR OUDERS MET EEN SOCIAAL MEDISCHE INDICATIE

VASTSTELLEN REGELING GECOMBINEERDE AANSLAG EN AUTOMATISCHE INCASSO 2012

Reisregeling Binnenland Onbelaste vergoeding Ontbijt 8,80 8,80 Lunch 14,62 8,55 Avondmaaltijd 22,12 21,46 Logies 90,14 89,15

Bijlage 2. Verplaatsingskostenregeling

Regeling cafetariamodel gemeente Steenwijkerland 2015

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Algemene toelichting op de Landelijke Dyade regeling 2016 (aanvullende) reiskostenvergoeding woon-werkverkeer zoals overgenomen door uw werkgever

ECCVA/U ECCVA/LOGA 12/03 Lbr 12/011

4",..,,,.' B .C-. E R N H EZ E. gezien het bijbehorende voorstel van burgemeester en wethouders van 15 april 2014;

Vervoersbeleid: De regeling Woon- werkverkeer Erasmus MC

Gemeente Den Haag. rv 116 Bestuursdienst BSD/ RIS _111120

Generatiepact Den Haag

Regeling Menukaart arbeidsvoorwaarden 2006

Regeling bereikbaarheids- en beschikbaarheidsdienst gemeente Overbetuwe 2014

Regeling tegemoetkomingen in de verhuiskosten, tijdelijke huisvesting en woon-werkverkeer 2017

Verordening rechtspositie wethouders Dordrecht

PROVINCIAAL BLAD JAARGANG: 2014 NR.: 110

Onderwerp Regeling Cafetariamodel

SUBSIDIEREGELING DAK- EN/OF VLOERISOLATIE DEN HAAG 2015

Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2013 onder de WKR

gezien de circulaires van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten d.d. 17 mei 2006 (MARZ/CvA/U ) en 7 juli 2006 (MARZ/CvA/u );

CVDR. Nr. CVDR130991_1. Dienstreizenvergoedingsregeling

SUBSIDIEREGELING STERK ZIJN HAGENAARS MET EEN BEPERKING, DEN HAAG 2016

Regeling tot wijziging van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Den Haag (ARG) herdruk als gevolg van de invoering van het IKB

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds Gelet op artikel 49gg, achtste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement;

Transcriptie:

Gemeente Den Haag Ons kenmerk BSD/2015.189 RIS 281067 REGELING MOBILITEITSBUDGET WOON-WERKVERKEER DEN HAAG HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS, gelet op artikel 18:1:13, tweede lid, van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Den Haag; in overeenstemming met de Commissie voor Georganiseerd Overleg; Besluit: Vast te stellen de Regeling Mobiliteitsbudget Woon- Werkverkeer Den Haag. Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze regeling wordt verstaan onder: - ambtenaar: de persoon, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder a, van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Den Haag; - mobiliteitsbudget: de bijdrage van werkgeverszijde in de kosten van woon-werkverkeer; - plaats van tewerkstelling: de gebruikelijke ingang van het gebouw, gebouwencomplex of terrein waar de ambtenaar normaliter zijn functie uitoefent, of als dit zich uitstrekt over een gebied: de gebruikelijke ingang van de locatie waar de ambtenaar zijn werk normaliter aanvangt; - werkgever: de gemeente Den Haag; - woonadres: het adres waarop de ambtenaar volgens de gemeentelijke personeelsadministratie woont; - woon-werkverkeer: het reizen door de ambtenaar van zijn woonadres naar de plaats van tewerkstelling en vice versa. Artikel 2 Toekenning mobiliteitsbudget 1. De ambtenaar ontvangt een mobiliteitsbudget. 2. De ambtenaar ontvangt geen mobiliteitsbudget: a. als aan hem toestemming is verleend om structureel een dienstauto te gebruiken voor woonwerkverkeer; b. als van werkgeverszijde is voorzien in vervoer van de ambtenaar in verband met woonwerkverkeer; c. als hij uit andere hoofde een financiële vergoeding of tegemoetkoming ontvangt in verband met de kosten van woon-werkverkeer; d. als hij structureel vanaf zijn woonadres dienstreizen of dienstritten maakt; e. als het met toepassing van artikel 3 vastgestelde maandelijkse termijnbedrag van het budget minder dan 2,50 bedraagt. 3. De ambtenaar volgt de voor toekenning van het mobiliteitsbudget bestemde procedure en verstrekt de gevraagde informatie. Postadres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag Telefoon: 14070 Bezoekadres: Spui 70, Den Haag Internetadres: www.denhaag.nl

BSD/2015.189 2 Artikel 3 Vaststelling mobiliteitsbudget 1. Het mobiliteitsbudget wordt eenmalig vastgesteld aan de hand van de volgende factoren: a. de afstand tussen het woonadres en de plaats van tewerkstelling van de ambtenaar, b. het aantal dagen per kalenderjaar waarop woon-werkverkeer plaatsvindt en c. de kilometervergoeding van 0,09. 2. De afstand, bedoeld in het eerste lid, onder a, wordt berekend met gebruikmaking van de routeplanner Routenet, met auto en met fiets als vervoermiddel, waarna de kortste route wordt gekozen. Als de ambtenaar al een financiële vergoeding of tegemoetkoming ontvangt voor de afstand of een deel daarvan, blijft de desbetreffende afstand in de berekening buiten beschouwing. De afstand enkele reis wordt verminderd met alle kilometers boven het aantal van 30. Het resultaat wordt vermenigvuldigd met twee en rekenkundig afgerond op één decimaal. 3. De met toepassing van het tweede lid berekende afstand wordt vermenigvuldigd met het aantal dagen per kalenderjaar waarop woon-werkverkeer plaatsvindt, waarbij het aantal dagen rekenkundig wordt afgerond op één decimaal. In geval van een voltijds dienstverband is het maximale aantal dagen woonwerkverkeer in een kalenderjaar: 214 dagen. In geval van een deeltijds dienstverband is het maximale aantal dagen woon-werkverkeer in een kalenderjaar: 214 dagen, vermenigvuldigd met een breuk waarvan de noemer 5 is en de teller het aantal dagen per week waarop woon-werkverkeer door de ambtenaar plaatsvindt. Hierbij is al rekening gehouden met kortstondige afwezigheid wegens vakantie, ziekte en verlof. 4. Het resultaat van de berekening op grond van het derde lid wordt vermenigvuldigd met de kilometervergoeding, genoemd in het eerste lid. Artikel 4 Betaling mobiliteitsbudget 1. De ambtenaar ontvangt het mobiliteitsbudget in twaalf maandelijkse termijnen per kalenderjaar. 2. In afwijking van het eerste lid ontvangt de ambtenaar op diens voorafgaand verzoek het mobiliteitsbudget over een heel kalenderjaar in één termijn. Bij uitdiensttreding gedurende het kalenderjaar is de ambtenaar het gedeelte van het ontvangen mobiliteitsbudget over de maanden waarin hij niet meer in dienst is van de gemeente, aan de gemeente verschuldigd. Artikel 5 Wijziging berekeningsgrondslag 1. Bij wijziging van het woonadres, de plaats van tewerkstelling of het aantal dagen woon-werkverkeer, wordt het mobiliteitsbudget opnieuw vastgesteld. 2. De ambtenaar meldt een wijziging van het woonadres, de plaats van tewerkstelling of het aantal dagen woon-werkverkeer per week, voorafgaand aan de wijziging of anders zo spoedig mogelijk, volgens de daarvoor vastgestelde procedure. Wijzigingen van korte duur en incidentele wijzigingen hoeven niet te worden gemeld en leiden niet tot het opnieuw vaststellen van het mobiliteitsbudget. 3. Het mobiliteitsbudget kan ambtshalve opnieuw worden vastgesteld als daarvoor naar het oordeel van het college gerede aanleiding bestaat. Artikel 6 Stopzetting en terugvordering mobiliteitsbudget 1. Betaling van het mobiliteitsbudget wordt stopgezet bij afwezigheid van de ambtenaar gedurende een aaneengesloten periode van vier volledige weken wegens ziekte, disciplinaire maatregel, ordemaatregel, non-activiteit of verlof anders dan vakantie. Toepassing van de eerste volzin kan, al dan niet onder voorwaarden, na een daartoe strekkend verzoek van de ambtenaar achterwege worden gelaten, als bijzondere omstandigheden daarvoor aanleiding geven. 2. Betaling van het mobiliteitsbudget kan worden stopgezet als de vaststelling van het mobiliteitsbudget berust op door de ambtenaar verstrekte onjuiste gegevens, of als de ambtenaar niet heeft voldaan aan de verplichting tot melding van een wijziging als bedoeld in artikel 5.

BSD/2015.189 3 3. Als het mobiliteitsbudget is vastgesteld op basis van onjuiste gegevens die door de ambtenaar zijn verstrekt, of op basis van gegevens die niet tijdig zijn gemeld door de ambtenaar, wordt hetgeen teveel aan de ambtenaar is betaald teruggevorderd. Artikel 7 Afwijking Als bijzondere individuele omstandigheden daartoe aanleiding geven, kan het college ambtshalve besluiten om op andere wijze dan door toekenning van het mobiliteitsbudget bij te dragen in de kosten van woonwerkverkeer van een ambtenaar of een voorziening ten behoeve van woon-werkverkeer te treffen. Artikel 8 Inhouding betaling recht op vervoer Als de ambtenaar een reisproduct van een vervoerder heeft verkregen door tussenkomst van de werkgever waarbij de aanschafkosten van het reisproduct zijn betaald door de werkgever, worden deze kosten ingehouden op het salaris van de ambtenaar, tenzij de aanschaf en de betaling onderdeel uitmaken van toepassing van artikel 7. Artikel 9 Wijziging van de Regeling vergoeding verplaatsingskosten 2011 In de Regeling vergoeding verplaatsingskosten 2011 worden de volgende wijzigingen aangebracht: a. In artikel 1:2 vervalt de zinsnede uitgaven voor woon-werkverkeer. b. De hoofdstukken 3 tot en met 7 en 9 vervallen. c. Artikel 8:1, derde lid, komt te luiden: 2. De woon-werkkilometers die op basis van dit artikel worden gemaakt, komen voor vergoeding in aanmerking, met toepassing van het in artikel 8:2, tweede lid, genoemde bedrag. Als aan de betrokken ambtenaar een mobiliteitsbudget is toegekend op basis van de Regeling mobiliteitsbudget woon-werkverkeer Den Haag, is het eerste lid niet van toepassing op het aantal kilometers dat is meegenomen in de berekeningsbasis van het mobiliteitsbudget overeenkomstig artikel 3, tweede en derde lid, van voornoemde regeling. Als aan de betrokken ambtenaar geen mobiliteitsbudget is toegekend op basis van de Regeling mobiliteitsbudget woon-werkverkeer Den Haag, bedraagt de vergoeding, bedoeld in de eerste volzin, per kalenderjaar ten hoogste 1.155,60. d. In artikel 8:2, tweede lid, vervalt de tweede volzin. Artikel 10 Wijziging van de rechtspositieregelingen voor trainees Artikel 5.2 van de Regeling rechtspositie trainees 2013 en van de Regeling rechtspositie trainees 2014 komt te luiden: Artikel 5.2 De Regeling vergoeding verplaatsingskosten 2011 is niet van toepassing gelet op het projectmatige karakter van het programma.

BSD/2015.189 4 Artikel 11 Wijziging van de Regeling Cafetariamodel Artikel 6.1 van de Regeling Cafetariamodel komt te luiden: Artikel 6.1 1. Voor zover de geldende fiscale bepalingen dit mogelijk maken, worden de onderstaande doelen als bestedingsmogelijkheden aangemerkt als bedoeld in artikel 4a:3 lid 1 van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Den Haag: a. een fiets voor het woon-werkverkeer, met aan een fiets samenhangende zaken dienstbaar aan het woon-werkverkeer en een fietsverzekering; b. vakliteratuur; c. studie of opleiding voor een beroep; d. een fiscaal onbelaste aanvullende vergoeding voor de reiskosten van woon-werkverkeer; e. vakbondscontributies; f. bedrijfsfitness. 2. De ambtenaar kan ten hoogste eenmaal per vijf jaar een of meerdere bronnen inruilen ten behoeve van de bestedingsmogelijkheid, bedoeld in het eerste lid, onder a. 3. In afwijking van het tweede lid geldt ten aanzien van de medewerker die in 2011 of 2012 met gebruikmaking van deze regeling een fiets voor woon-werkverkeer heeft aangeschaft en dit wederom wil doen, eenmalig een termijn van drie jaar. 4. De aanvullende vergoeding, bedoeld in het eerste lid, onder d, kan slechts als doel worden gekozen als de ambtenaar met een voltijds dienstverband in het kalenderjaar waarop het verzoek betrekking heeft, minimaal 128 dagen van zijn woonplaats naar de plaats van tewerkstelling en vice versa reist, ongeacht de wijze van vervoer. In geval van een deeltijds dienstverband bedraagt het minimale aantal dagen: 128, vermenigvuldigd met een breuk waarvan de noemer 5 is en de teller het aantal dagen per week waarop woon-werkverkeer door de ambtenaar plaatsvindt. Onder woon-werkverkeer, woonadres en plaats van tewerkstelling wordt verstaan hetgeen daarover in de Regeling mobiliteitsbudget woon-werkverkeer Den Haag is vastgelegd. 5. De aanvullende vergoeding, bedoeld in het eerste lid, onder d, wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 3 van de Regeling mobiliteitsbudget woon-werkverkeer Den Haag, met dien verstande dat: a. in afwijking van het tweede lid van voornoemd artikel geen vermindering plaatsvindt met alle kilometers boven het aantal van 30, b. in afwijking van het vierde lid van voornoemd artikel het daarin bedoelde berekeningsresultaat wordt vermenigvuldigd met de fiscaal vrijgestelde vergoeding per kilometer en c. het mobiliteitsbudget dat de ambtenaar in dat jaar ontvangt uit hoofde van voornoemde regeling, in mindering wordt gebracht op het uiteindelijk resultaat van de berekening. 6. De door de ambtenaar aangegeven ruil van een of meer bronnen ten behoeve van de aanvullende vergoeding, bedoeld in het eerste lid, onder d, wordt in de daaropvolgende jaren voortgezet, tenzij de ambtenaar tijdig schriftelijk aangeeft deze ruil stop te zetten.

BSD/2015.189 5 Artikel 12 Overgangsrecht 1. De ambtenaar ontvangt in het kalenderjaar 2015 geen mobiliteitsbudget over de maanden januari, februari en maart. 2. Bij toepassing van artikel 4, tweede lid, in het kalenderjaar 2015 is het mobiliteitsbudget over een heel kalenderjaar gemaximeerd op negen maanden. 3. De keuze voor een fiscaal onbelaste aanvullende vergoeding voor de reiskosten van woon-werkverkeer als bedoeld in artikel 6.1, eerste lid, onder d, van de Regeling Cafetariamodel kan uitsluitend betrekking hebben op de periode vanaf 1 april 2015. 4. De reiskostenvergoeding voor woon-werkverkeer die is toegekend aan een stagair met toepassing van de Regeling vergoeding verplaatsingskosten 2011, wordt voortgezet totdat ten aanzien van de stagiar anders is besloten. Artikel 13 Slotbepalingen 1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2015. 2. Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling mobiliteitsbudget woon-werkverkeer Den Haag. 3. Dit besluit wordt gepubliceerd in het gemeenteblad van week 11 van 2015 en is met ingang van 9 maart 2015 inclusief toelichting en bijlagen, terug te vinden op de site www.denhaag.nl/bestuurlijkestukken, onder risnummer 281067. Den Haag, 3 maart 2015 Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, mw. A.W.H. Bertram J.J. van Aartsen

BSD/2015.189 6 Toelichting Algemeen Hoofdstuk 18 van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Den Haag (ARG) bevat voorschriften over verplaatsingskosten, conform het sectorale arbeidsvoorwaardenmodel (CAR-UWO). Artikel 18:1:13, tweede lid, biedt het college de mogelijkheid om aanvullende of afwijkende regels te stellen. Het college van de gemeente Den Haag heeft hiervan gebruik gemaakt en heeft de Regeling vergoeding verplaatsingskosten 2011 vastgesteld. Deze bevat bepalingen over de tegemoetkoming in verhuiskosten, de vergoeding van kosten voor woon-werkverkeer, dienstritten en dienstreizen. De onderhavige regeling, de Regeling mobiliteitsbudget woon-werkverkeer Den Haag, treedt gedeeltelijk in de plaats van de Regeling vergoeding verplaatsingskosten 2011, voor zover het betreft de regeling van de vergoeding van kosten voor woon-werkverkeer. De regeling geeft medewerkers in ambtelijke dienst van de gemeente aanspraak op een financiële tegemoetkoming in de kosten van woon-werkverkeer: het individuele mobiliteitsbudget. Het budget wordt berekend aan de hand van: - de afstand tussen het woonadres en de plaats van tewerkstelling van de ambtenaar, - het aantal dagen woon-werkverkeer per kalenderjaar van de ambtenaar en - een kilometervergoeding van 0,09. Bij de berekening van de reisafstand geldt de kortste route. Er wordt gerekend met een maximale reisafstand van 30 kilometer (enkele reis). Het budget wordt op jaarbasis berekend en betaald in twaalf maandelijkse termijnen of per kalenderjaar. Bij wijziging van het woonadres, de plaats van tewerkstelling of het aantal dagen woon-werkverkeer wordt het mobiliteitsbudget opnieuw vastgesteld, met uitzondering van wijzigingen van korte duur. Bij ziekte en volledig verlof van lange duur wordt de betaling stopgezet. Uitruil De ambtenaar kan bronnen uit het cafetariamodel uitruilen voor een aanvullende netto vergoeding van reiskosten tot het fiscale maximum van 0,19 per kilometer. De uitruil betreft het verschil tussen 0,09 en 0,19 voor de enkele reisafstand tot 30 kilometer, en het verschil tussen 0,00 en 0,19 voor de kilometers daarboven. Met de invoering van het individueel mobiliteitsbudget krijgen veel meer ambtenaren dan voorheen een tegemoetkoming in de reiskosten. En de berekeningsgrondslag is voor iedereen gelijk. Het budget stelt de ambtenaar in staat te reizen van en naar de werkplek op een wijze naar eigen voorkeur en op basis van persoonlijke omstandigheden en afwegingen, zoals afspraken in het kader van plaats- en tijdonafhankelijk werken, duurzaamheid, combinatie met bestemmingen in de privésfeer enzovoorts. Tegelijkertijd dalen de administratieve lasten voor zowel werkgever als werknemer in grote mate. En omdat het reisgedrag van de ambtenaar niet wordt geregistreerd, is de privacy van de ambtenaar niet in het geding. In de Commissie voor Georganiseerd Overleg is overeenstemming bereikt over de onderhavige regeling.

BSD/2015.189 7 Artikelsgewijs Artikel 1 Het individueel mobiliteitsbudget is beschikbaar voor alle medewerkers met een ambtelijk dienstverband. Als woonadres geldt het adres dat in de gemeentelijke personeelsadministratie is ingevoerd, volgens opgaaf van de ambtenaar. Als de ambtenaar een onjuist adres heeft opgegeven waardoor het mobiliteitsbudget te hoog is vastgesteld, kan het teveel betaalde worden teruggevorderd en kan het budget opnieuw worden vastgesteld. De gemeente is gerechtigd het woonadres te laten verifiëren aan de hand van gegevens uit de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens. De begripsbepalingen gaan niet in op het bevoegd gezag. In de gemeentelijke mandaatregeling heeft het college de hoofden van de gemeentelijke diensten bevoegd verklaard met betrekking tot personele aangelegenheden, waaronder de vergoeding van kosten voor woon-werkverkeer zoals geregeld in dit besluit. Het hoofd van dienst kan binnen de dienst ondermandaat verlenen. HR Services voert namens het bevoegd gezag de onderhavige regeling uit. Artikel 2 Toekenning van het individueel mobiliteitsbudget vindt plaats met gebruikmaking van de desbetreffende procedure. Er bestaat geen aanspraak op het budget als de ambtenaar gebruik kan en mag maken van een dienstauto voor woon-werkverkeer, als al op andere wijze is voorzien in transport, als de ambtenaar een vergoeding voor woon-werkverkeer ontvangt uit andere hoofde of als hij structureel direct vanaf het woonadres dienstreizen of ritten maakt. Ook komt het budget niet tot uitbetaling als het maandelijkse termijnbedrag minder is dan 2,50. Artikel 3 Bij het vaststellen van het individuele mobiliteitsbudget wordt uitgegaan van het aantal dagen dat de ambtenaar daadwerkelijk naar de plaats van tewerkstelling reist. Als de ambtenaar bijvoorbeeld vijf dagen werkt, waarvan één dag structureel thuis, wordt het mobiliteitsbudget vastgesteld op basis van vier reisdagen. Overeenkomstig de fiscale regels bedraagt het aantal reisdagen per jaar voor een voltijder maximaal 214 dagen. Als een medewerker vier dagen per week reist, is het aantal reisdagen per jaar: 4/5 maal 214. Er wordt gerekend met maximaal één decimaal. De medewerker die de ene week 5 dagen reist, en de andere week 4 dagen, reist dus gemiddeld 4,5 dag per week. Het aantal reisdagen wordt in overleg tussen de leidinggevende en medewerker vastgesteld en vastgelegd. Incidentele afwijkingen, bijvoorbeeld vanwege een dag thuiswerken, zijn geen aanleiding tot herberekening. Bij de berekening van de reisafstand wordt uitgegaan van de kortste route. Bij de berekening wordt gebruik gemaakt van de routeplanner Routenet, waarbij de route wordt berekend met auto en met fiets als vervoermiddel, waarna de kortste route wordt gekozen. Uitkomsten van berekeningen met andere routeplanners blijven buiten beschouwing. In de berekening wordt uitgegaan van een maximale reisafstand van 30 kilometer enkele reis. Degene die op meer dan 30 kilometer afstand van het werkt woont, krijgt dus een budget toegewezen op basis van een reisafstand van 30 kilometer. Als een medewerker op verschillende plekken in Den Haag werkt en daardoor verschillende reisafstanden heeft, kan een gemiddelde reisafstand worden vastgesteld. De reisafstand wordt afgerond op een decimaal.

BSD/2015.189 8 In sommige situaties ontvangt de ambtenaar al een financiële vergoeding of tegemoetkoming voor het traject of een deel ervan. Bijvoorbeeld als de ambtenaar van de werkgever een vervoerabonnement heeft gekregen voor reizen tijdens de dienst binnen Den Haag. Als zo n vervoerbewijs het woonwerkverkeertraject geheel of deels bestrijkt, worden de desbetreffende kilometers buiten beschouwing gelaten in de berekening van de reisafstand woon-werkverkeer, om dubbele aanspraken te voorkomen. De berekening van het mobiliteitsbudget is eenmalig. Uitsluitend in de in artikel 5 beschreven situaties vindt herberekening plaats. Zo zal een aanpassing door Routenet van een reisafstand niet leiden tot herberekening. Voorbeeld A Een medewerker woont vijftien kilometer van de plaats van tewerkstelling, berekend met de kortste route volgens Routenet, en reist drie dagen per week. Het mobiliteitsbudget wordt als volgt berekend: Enkele reis 15 km Heen- en terugreis x 2 km 30 km Reisdagen per jaar (3/5 x 214) x 128,4 dagen 3.852 km Kilometervergoeding x 0,09 euro Budget per jaar 346,68 euro Budget per maand 28,89 euro Voorbeeld B Een medewerker woont 35 kilometer van de plaats van tewerkstelling, berekend met de kortste route volgens Routenet, en reist vijf dagen per week. Het mobiliteitsbudget wordt als volgt berekend: Enkele reis 35 km Minus bovenmatige km s (> 30) - 5 km 30 km Heen- en terugreis x 2 km 60 km Reisdagen per jaar x 214 dagen 12.840 km Kilometervergoeding x 0,09 euro Budget per jaar 1.155,60 euro Budget per maand 96,30 euro Artikel 4 Het individueel mobiliteitsbudget wordt op jaarbasis vastgesteld en betaald in twaalf maandelijkse termijnen betaald. Op verzoek kan het budget ook in een keer over het hele kalenderjaar worden betaald (12 maandtermijnen). Als de medewerker hierom verzoekt in de loop van een jaar, betreft het jaarbedrag de resterende maanden van het kalenderjaar. Dit geldt ook voor de uitbetaling ineens bij de invoering van deze regeling. Uiteraard zal de ambtenaar aan wie een jaarbedrag is betaald en die voortijdig uit dienst treedt, het bedrag dat hij teveel heeft ontvangen, moeten terugbetalen.

BSD/2015.189 9 Artikel 5 Dit artikel regelt de hernieuwde vaststelling van het mobiliteitsbudget in enkele situaties: verhuizing, wijziging van de plaats van tewerkstelling en wijziging van het aantal reisdagen. Het gaat om structurele of langdurige wijzigingen. Kortstondige of incidentele wijzigingen hoeven niet te worden gemeld. Opname van een of meer verlofdagen gedurende een ruime periode, zoals bij opname van ouderschapsverlof het geval kan zijn, vormt in ieder geval aanleiding voor herberekening van het budget. In geval van twijfel doen de ambtenaar en de leidinggevende er goed aan om hierover overleg te voeren. Melding van wijzigingen vindt plaats met gebruikmaking van de daarvoor bestemde procedure. De herberekening kan op elk moment gedurende het jaar plaatsvinden. Daarnaast kan de gemeente besluiten om ambtshalve een herberekening uit te voeren en het budget opnieuw vast te stellen. Bijvoorbeeld bij wijziging van het bedrag van de kilometervergoeding, of als er een ingrijpende wijziging van de infrastructuur plaatsvindt waardoor reisafstanden aanmerkelijk wijzigen. Artikel 6 Bij langdurige afwezigheid gedurende een aaneengesloten periode van ten minste vier volledige weken wordt de betaling van het budget stopgezet. Dit omvat situaties zoals ziekte en langdurig verlof (anders dan reguliere vakantie). Bij hervatting van de dienst wordt de betaling hervat. Deze handelingen worden geïnitieerd door middel van een geautomatiseerd systeem of door actie van de dienst waarbij de ambtenaar werkzaam is. Het artikel biedt ruimte om op verzoek van de ambtenaar de stopzetting van betaling achterwege te laten. Dit ziet op schrijnende gevallen, zoals de situatie dat een ambtenaar een duur jaarabonnement heeft aangeschaft en vervolgens ernstig ziek wordt. Daarbij zullen de toepasselijke bepalingen in de Wet op de loonbelasting worden toegepast. Betaling kan ook worden stopgezet als het budget is vastgesteld aan de hand van onjuiste gegevens van de ambtenaar, of als de ambtenaar wijzigingen niet tijdig heeft doorgegeven. Hetgeen teveel is betaald aan de ambtenaar kan worden teruggevorderd. Het budget kan ambtshalve opnieuw worden vastgesteld. Artikel 7 Dit artikel geeft het college de bevoegdheid om in bijzondere gevallen op andere wijze dan door toekenning van het individueel mobiliteitsbudget, ambtshalve te voorzien in een tegemoetkoming in de kosten van woon-werkverkeer, of een andersoortige voorziening te treffen. Dit is een ambtshalve bevoegdheid en geen hardheidsclausule. Artikel 8 De gemeente Den Haag kan als werkgever afspraken maken over woon-werkverkeer met een of meerdere aanbieders van openbaar vervoer. Deze afspraken kunnen betrekking hebben op het kopen van een recht op vervoer bij de aanbieder, zoals een abonnement of zakelijke vervoerkaart, waarbij de aanschafprijs wordt betaald of vooruitbetaald door de gemeente. Dit artikel bepaalt dat in een dergelijke situatie de betaling door de gemeente wordt verrekend door inhouding van het betaalde bedrag op het salaris van de medewerker. Artikel 9 Dit artikel regelt de samenloop van de onderhavige regeling met de Regeling vergoeding verplaatsingskosten 2011. De bepalingen met betrekking tot woon-werkverkeer in de Regeling vergoeding verplaatsingskosten 2011 vervallen. Verder regelt dit artikel anti-cumulatie in bepaalde gevallen.

BSD/2015.189 10 Artikel 10 Dit artikel brengt de rechtspositieregelingen voor trainees bij de gemeente Den Haag in overeenstemming met de onderhavige regeling. Artikel 11 Door middel van dit artikel wordt de Regeling Cafetariamodel aangepast op een tweetal onderdelen. De eerste aanpassing vloeit voort uit de gewijzigde regelgeving met betrekking tot werkkosten. De verlaging van de vrije ruimte in de werkkostenregeling naar 1,2% vanaf 2015 noodzaakt tot vermindering van het beslag op de vrije ruimte. Door de aankoop van een fiets voor woon-werkverkeer als bestedingsmogelijkheid te beperken tot eenmaal per vijf jaar (was: eenmaal per drie jaar), wordt het aanzienlijk beslag dat het fietsplan legt op de vrije ruimte beperkt. Aan de termijn van vijf jaar wordt niet vastgehouden als een medewerker in 2011 of 2012 met gebruikmaking van het fietsplan een fiets heeft aangeschaft voor woon-werkverkeer, en dit weer wilt doen voordat vijf jaren zijn verstreken sinds de eerdere aanschaf. Daarnaast wordt het mogelijk gemaakt dat de ambtenaar een bron uit het cafetariamodel kan uitruilen voor een netto aanvullende vergoeding ten bedrage van het verschil tussen 0,09 (individueel mobiliteitsbudget) en 0,19 (maximaal onbelaste reiskostenvergoeding), en voor het aantal kilometers waarvoor de medewerker geen vergoeding ontvangt (boven 30 kilometer). Er is sprake van een aanvullende vergoeding omdat de ambtenaar al een individueel mobiliteitsbudget ontvangt uit hoofde van de Regeling mobiliteitsbudget woon-werkverkeer Den Haag. De onderhavige bepaling kent aan de ambtenaar het recht toe op de aanvullende vergoeding die de facto bestaat uit het fiscale voordeel dat de ambtenaar kan behalen door uitruil van een bron uit het cafetariamodel. Met deze wijziging is het voormalige bestedingsdoel openbaar vervoerbewijzen die mede voor het werk worden gebruikt komen te vervallen. De daarop betrekking hebbende toelichting bij de Regeling Cafetariamodel (in onderdelen 3 en 4 van die toelichting) is daarmee ook niet meer van toepassing. Artikel 12 Deze regeling treedt in werking met ingang van april 2015 en geldt dus voor een deel van het jaar. Dit werkt door in enkele artikelen. In het jaar 2015 bestaat er uitsluitend aanspraak op het individueel mobiliteitsbudget over de maanden april tot en met december. Ook de mogelijkheid van fiscale uitruil op basis van deze regeling heeft in 2015 uitsluitend betrekking op die periode. De mogelijkheid van uitbetaling van het mobiliteitsbudget over een heel kalenderjaar in één termijn omvat in 2015 een periode van maximaal negen maanden in plaats van twaalf maanden. Ten slotte bevat het artikel overgangsrecht voor stagairs die een vergoeding ontvangen op de voet van artikelen uit de Regeling vergoeding verplaatsingskosten 2011 die komen te vervallen. Artikel 13 Dit artikel regelt de inwerkingtreding, de citeertitel en bekendmaking.