ALGEMENE NEDERLANDSE SJOELBOND



Vergelijkbare documenten
ALGEMENE NEDERLANDSE SJOELBOND

ALGEMENE NEDERLANDSE SJOELBOND

ALGEMENE NEDERLANDSE SJOELBOND

ALGEMENE NEDERLANDSE SJOELBOND

Spelsystemen sjoelen. Combinatie-IV (First Loss)... 9 Combinatie-V... 9 Libre One Hundred And Eighty Moyenne Moyenne-2...

Uitspanning Het Klaverblad Holstweg 44a Olst. Binnenspelen

Oud Hollandse spellen

JEU DE BOULES: DE SPELREGELS Vooraf: Waar we in onderstaande tekst speler vermelden, kan uiteraard ook speelster worden gelezen.

Spelreglement t.b.v. O.D.S.I: Versie:2013/2014. Rucphen,9 april Begrippenlist:

WEES OP JE HOEDE. De beurt van de speler is voorbij wanneer hij;

WEDSTRIJDREGLEMENT BRIDGE VEGHEL 77. Artikel I.

Volle Wolle Zoch, 2007 Alessandro ZUCCHINI 2-6 spelers vanaf 10 jaar ± 60 minuten

Regiobiljart Oss Biljarten voor Senioren

SPELREGELS BEUGELEN. vastgesteld 27 mei editie 27 juni 2019

Artikel A6. Alle wedstrijden worden gespeeld volgens de spelregels zoals vastgesteld door de NBB en dit reglement.

SPEELMATERIAAL KORT SPELOVERZICHT VOORBEREIDING. 1 scoreblok 6 dobbelstenen 4 viltstiften De spelregels

Handleiding Kallidrom spel

Edel, Stein & Reich ALEA, 2003 STAUPE Reinhard 3-5 spelers vanaf 9 jaar ± 90 minuten

Reglement - Ultimate Frisbee

Spelmateriaal voor het dobbelspel

Wedstrijdreglement N.R.B.V. Beter Zicht

voor 2 6 spelers vanaf 8 jaar ± 30 minuten

Dames Jeugd Challenge


CLUBCOMPETITIE- EN WEDSTRIJDREGLEMENT

Trapper Clementoni, 2007 Wolfgang KRAMER en Michael KIESLING 2-4 spelers vanaf 10 jaar ± 90 minuten

REGLEMENT VAN WEDSTRIJDEN WEDSTRIJDSPORT JEUGD 2014

1-2 Twee paar in kleur verschillende bollen, van dezelfde samenstelling. De bollen moeten mooi rond, even groot en even zwaar zijn.

STAPPENPLAN BEDANKT! SJOELEN VOOR SPELEN IN DIT PAKKET AAN DE SLAG! VERDER NODIG VRAGEN? ZET 'M OP!

Deel III-B. Reglement voor recreantencompetitie Afdeling Limburg.

Competitiereglement Moergestelse dartcompetitie

WEDSTRIJDREGLEMENT BRIDGE VEGHEL 77

Maximaal 2 teams in de A klasse per gilde. De eerste en de tweede teams in de A klasse hebben een eigen competitie.

6 Nimmt! Geen kaartspel voor stommelingen! Uitgever : Amigo, 1995 Auteur : KRAMER Wolfgang Spelers : spelers vanaf 10 jaar Duurtijd : ± 45

Indus. Indus. Speelmateriaal

Mac Gregor (Geisterstunde) Ravensburger EHRHARD Dominique spelers vanaf 8 jaar ± 45 minuten

2. Duur van het experiment. Het experiment loopt van 1 augustus 2005 tot 1 juni 2006.

Palais Royal Hans im Glück, 2008 Xavier GEORGES 2-4 spelers vanaf 12 jaar ± 120 minuten

20 min. Het hoogste hier is een zand van de zessen (6,6,6). Wie wint met een zand mag twee streepjes uitvegen.

Tornooi reglement B.E.D.F.

6 nimmt!: Jubileumeditie Geen spel voor stommelingen! Amigo, 2005 Wolfgang KRAMER 2-10 spelers vanaf 10 jaar ± 45 minuten

Fossil Gold Sieber, 1998 PALESCH Klaus 2-6 spelers vanaf 10 jaar ± 60 minuten

Crokinole N Groep / klas: Naam: Bijpassende werkbladen kunt u gratis downloaden

NoBraGolf Nederland Competitie. De gezelligste golfcompetitie van Nederland!

Café International JUNIOR Amigo, 2007 Rudi HOFFMANN & Roland SIEGERS 2-5 spelers vanaf 6 jaar ± 45 minuten

Handleiding: Invullen van het wedstrijdblad

BLOCKS. Spielregel Rules Spelregels Règles

Spelmateriaal. 1 dubbelzijdig spelbord een zijde wordt gebruikt met 4 spelers, de andere met 2 of 3 spelers.

Rage Rage Spelidee. Spelmateriaal. Voorbereiding van het spel. Spelverloop. 1) Uitdelen van de kaarten.

SPEL- EN WEDSTRIJDREGLEMENT

Minimaal twee en maximum twaalf. Er kan één tegen één of met twee teams gespeeld worden. Deze spelregels gaan uit van twee teams: team A en team B.

Reglement: Atletiek Vijfkamp

Een keizerlijk kaartspel over strijdende Japanse dynastieën. Spelmateriaal. Doel van het spel. Een spel van Michael Schacht. 110 karakterkaarten

Doge. Doge. Spelmateriaal. Voorbereiding van het spel.

Doel van het spel Het hoogste aantal punten bezitten, wat wordt bepaald door het speelgeld en de waarde van de huizen.

Reglement - Atletiek Vijfkamp

Elfer raus! Het geliefde kaartspel voor de ganse familie. Ravensburger, spelers vanaf 7 jaar ± 30 minuten

DEEL 5 Wedstrijdformulier

Dit spelregelboekje is speciaal samengesteld voor het peanutbal tijdens de Veldhovense Schoolverlaters Sportdagen.

CYCLO. Inleiding. Cyclo-Starter

HANDBOEK MEERKAMPEN Deel 1 HB-besluit NEDERLANDSE TAFELTENNISBOND

Bij het samenstellen van de teams zijn er volgens het officiële reglement maar drie mogelijkheden:

TOERNOOIREGLEMENT PETANQUE, BIJLAGE 08: REGLEMENT NK PRECISIESCHIETEN

De laatste 37 minuten (voor 3 of 4 spelers)

Wedstrijdreglement vastgesteld 5 september 2016 Pagina 1

Bridge Club Zuidlaren

SCHIET EN WEDSTRIJDREGLEMENT LANGE AFSTAND SCHIETEN MET LUCHTDRUKGEWEREN

ALGEMENE SPELREGELS FUNNY NUTS RUSH. Om de onderlinge vrede wat te bewaren, wil ik even de aandacht vestigen op een aantal algemene spelregels:

INHOUD. 50 speelkaarten:

VOORBEREIDING VAN HET SPEL

Koninklijke Nederlandsche Kegelbond TECHNISCH REGLEMENT

Beim Jupiter Kosmos, 2008 Michael FELDKÖTTER 3-5 spelers vanaf 12 jaar ± 60 minuten

1 Algemeen 2 Competitie Parenwedstrijden Feestelijke drives 3 Ranking

Alle competitiewedstrijden, rankingtoernooien en andere dartsactiviteiten binnen de B.D.K. zijn onderhevig aan het volgende reglement.

Bijlage Agendapunt 4 COMPETITIE- EN WEDSTRIJDREGLEMENT BRIDGECLUB "MAG DAT" TE HEEZE

SPELREGELS EN BEPALINGEN BOWLS REGIO TWENTE SALLAND

Wedstrijdreglement igolf Wintercup

COMPETITIEREGLEMENT. Puntenwaardering. 1. Het spel

Carcassonne Mayflower Hans im Glück, 2008 Klaus-Jürgen WREDE 2-5 spelers vanaf 8 jaar ± 60 minuten

Wedstrijdreglement Naarderbos Golf

Wiezen. Spelregels Volgens Café In de Goude Ster

Een diepgravend legspel van Ron van Dalen. Voor 2 tot 4 spelers vanaf 8 jaar. Speelduur: 30 tot 45 minuten.

De schatkist wordt in het midden op tafel gezet, zodat elke speler er goed bij kan. Het rode kussen wordt er naast gelegd.

Transcriptie:

ALGEMENE NEDERLANDSE SJOELBOND SPELREGLEMENT Versie 2012.01 Geheel herzien. Dit reglement is vastgesteld door de Top-/Breedtesportcommissie en treedt in werking vanaf 1 september 2012. Hiermee vervallen alle vorige uitgaven.

INHOUDSOPGAVE 1. Algemeen 3 2. Spelmateriaal 4 3. Spelregels 6 4. Puntentelling 8 5. Spelvolgorde 9 6. Bepalingen 10 7. Regels bij bondswedstrijden 11 8. Slotbepalingen 12 Pagina 2

1. Algemeen 1.1. De spelregels zoals in dit reglement omschreven, moeten bij alle bondswedstrijden in acht worden genomen. 1.2. Bij bekerwedstrijden kan hierop door de bekercommissie een uitzondering worden gemaakt. Pagina 3

2. Spelmateriaal 2.1. Het spelmateriaal zoals in dit reglement omschreven, is in overeenstemming met een door de bond goedgekeurde wedstrijdbak. 2.2. Sjoelbak, zie Figuur 1 De sjoelbak is samengesteld uit de volgende houten onderdelen: 1. De afzetbalk 2. Bodem 3. Zijwanden 4. Poortenbalk 5. Tussenwanden 6. Achterwand Figuur 1 Pagina 4

2.3. Poortenbalk, zie Figuur 2 Aan de voorzijde van de poortenbalkzal boven elke opening een indicatie zijn aangebracht. Deze indicatie kan bestaan uit cijfers of ander middelen doch dient in ieder geval te bestaan uit een waardering die van links naar rechts gezien bestaat uit: Figuur 2 2-3-4-1. 2.4. Afmetingen, zie figuur 1 en figuur 2. Waar in de afbeeldingen geen maten aangegeven, gelden de volgende afmetingen: 2.4.1. Dikte zijwanden: 12 mm. 2.4.2. Dikte tussenwanden: 12 mm. 2.4.3. Dikte achterwand: 14 mm. 2.4.4. Dikte poortenbalk: 14 mm. 2.5. Sjoelschijf. 2.5.1. Materiaal: beukenhout 2.5.2. Glijvlak: hol 2.5.3. Gewicht: 20 ± 3 gram 2.5.4. Diameter: 52 mm. 2.5.5. Dikte: 13 mm. 2.6. Controlestreep. Op de bodem is een streep aangebracht loodrecht onder de achterkant van de afzetbalk. 2.7. Niet genoemde onderdelen of afmetingen worden voor de sjoelsport van minder belang geacht. Opmerking: alle maten zijn aangegeven in millimeters. Tolerantie: 2.7.1. ± 3 mm voor de lengtemaat van 2000 mm. 2.7.2. ± 2 mm voor de lengtemaat van 1570 mm. 2.7.3. ± 1 mm voor de overige maten. Pagina 5

3. Spelregels 3.1. Algemeen: Indien in dit reglement hij, deelnemer, speler, enz. wordt vermeld, dan worden hiermee ook de vrouwelijke leden bedoeld, tenzij dit uitdrukkelijk anders is bepaald. 3.2. Speelwijze: 3.2.1. Elk spel begint met 30 schijven. 3.2.2. De deelnemer wordt geacht de schijven vóór aanvang van het spel te hebben geteld. 3.2.3. Een schijf is in het spel zodra deze de streep bij de afzetbalk geheel voorbij is. 3.2.4. Zodra een schijf een andere schijf raakt die nog in het spel is, zal deze schijf tellen als een gespeelde schijf, ook al is de schijf nog niet helemaal voorbij de streep bij de afzetbalk. De schijf heeft immers invloed gehad op het spel. 3.2.5. Is een schijf éénmaal in het spel dan mag deze door niemand meer worden aangeraakt. Uitzonderingen hierop zijn: 3.2.5.1. Een schijf die buiten een vak of buiten de bak geraakt. - Indien de schijf buiten de bak geraakt vanuit het speelveld dan wordt die schijf door het jurylid terzijde gelegd en bij een eventuele volgende onderbeurt weer ter beschikking van de speler gesteld. - Indien de schijf door de poortenbalk in een vak was geraakt en hierna buiten dit vak belandt zonder opnieuw door de poortenbalk te zijn gegaan, meldt het jurylid aan de speler uit welk vak de schijf is gekomen. Aan het einde van de (onder)beurt wordt de schijf door het jurylid in het betreffende vak teruggelegd - Indien een schijf vanuit een vak door de poortenbalk weer in het speelveld terecht komt gebeurt er niets en blijft de betreffende schijf in het speelveld liggen. 3.2.5.2. Een schijf die over de poortenbalk heen in een vak geraakt, wordt door het jurylid direct uit het spel genomen. 3.2.5.3. Een schijf die door de poortenbalk van een vak in een ander vak of op een van de tussenwanden of zijwanden blijft liggen, wordt door het jurylid in het vak terug gelegd. De situaties in figuur 3 en 4 geven dus aan dat de schijf telt en dus niet wordt weg genomen. De schijf in figuur 4 moet in dat vak gelegd worden waar hij was voordat de situatie in figuur 4 ontstond. De schijven in figuur 3 worden goed gelegd wanneer de tussenbeurt is afgerond. Figuur 3 Figuur 4 3.2.5.4. Een schijf die, terugkomend, de streep aan de achterkant van de afzetbalk geheel is gepasseerd. De speler moet de schijf na toestemming van de jury uit de bak nemen en deze of een andere nog niet gespeelde schijf naast de bak aan de kant van het jurylid leggen, zodanig dat deze gescheiden is van de overige schijven die nog gespeeld moeten worden Pagina 6

3.2.6. Een schijf is in het vak als deze onder de afzetbalk door, de voorkant van de poortenbalk geheel is gepasseerd. In twijfelgevallen dient de jury een recht afsluitlatje tegen de voorkant van de poortenbalk te schuiven, beweegt hierbij de schijf dan is deze niet in het vak. 3.2.7. De jury stapelt de schijven op stapels van 4 voor de eerste 4 in het vak zittende schijven. De volgende stapels op 3, zie figuur 5. De onderste schijf van de eerste stapel in alle 4 vakken wordt los van de achterwand geplaatst; max. 5 mm. Figuur 5 Pagina 7

4. Puntentelling 4.1. De puntentelling dient als volgt te geschieden: in elk vak 1 schijf = 20 punten, in elk vak 2 schijven = 40 punten, in elk vak 3 schijven = 60 punten etc. Bevinden zich buiten deze berekening nog meer schijven in een vak dan tellen deze schijven elk voor de punten van dat vak. Voorbeeld: In elk vak liggen 5 schijven en een extra schijf in vak 4. De telling is dan 100 + 4 = 104 punten. Maximaal haalbaar is dus 148 punten. Boven de maximale score van 148 punten kan nog een bonus van maximaal 8 punten worden behaald indien de speler de score van 148 punten behaald heeft in maximaal twee onderbeurten. Indien 148 in één onderbeurt is behaald krijgt de speler twee keer één schijf terug. Is de 148 behaald in twee onderbeurten, dan krijgt de speler één keer één schijf terug. De schijf wordt gespeeld waarna opnieuw wordt gestapeld. Indien de schijf twee keer terug moet worden gegeven, wordt diezelfde schijf nogmaals gespeeld. Alleen het resultaat van de gespeelde schijf in de eerste en, indien van toepassing, tweede keer telt. Het aantal behaalde bonuspunten wordt berekend volgens bovenstaande puntentelling, maximaal kan dus twee keer 4 bonuspunten worden behaald. De uiteindelijke score is de som van de behaalde punten en bonuspunten. Voorbeelden: 4.1.1. Een speler heeft 148 punten gescoord in twee onderbeurten. Hij krijgt nu nog één schijf terug, welke hij in vak 2 werpt. De speler heeft nu 148 + 2 = 150 punten behaald. 4.1.2. Een speler heeft 148 punten gescoord in één onderbeurt. Hij krijgt nu nog twee keer één schijf terug. De eerste keer werpt hij deze in vak 4, de tweede keer in vak 1. De speler heeft nu 148+4+1=153 punten gescoord. Pagina 8

5. Spelvolgorde 5.1. Een sjoelbeurt bestaat uit 3 onderbeurten in de volgende volgorde te spelen: 5.1.1. De speler telt de 30 schijven. 5.1.2. Na toestemming van de jury werpt de speler deze 30 schijven en geeft duidelijk te kennen dat alle schijven geworpen zijn. 5.1.3. De jury bepaalt welke schijven in de vakken mogen blijven en geeft de resterende schijven terug, evenals de schijven die tot de uitzonderingen behoorden volgens art. 3.2.5. 5.1.4. De jury stapelt vervolgens de schijven en geeft hierna toestemming met de resterende schijven te spelen. Het stapelen geschiedt volgens het spelreglement. De speler controleert de terug te ontvangen schijven en start met de 2e onderbeurt. 5.1.5. Na de 2e onderbeurt volgt de behandeling volgens 5.1.3. en 5.1.4. 5.1.6. De speler werpt daarna voor de laatste maal met de dan overgebleven schijven, de 3e onderbeurt. 5.1.7. De jury bepaalt vervolgens weer welke schijven in de vakken mogen blijven en gaat dan tot de puntentelling over. De jury zegt aan de speler de score en na instemming van de speler wordt het resultaat genoteerd op de wedstrijdkaart, welke daarna desgewenst aan de speler wordt getoond. 5.1.8. Als een speler in twee onderbeurten 148 heeft geworpen, dan krijgt hij één schijf terug om te proberen nog maximaal 4 bonuspunten te behalen zoals is beschreven in art. 4. Wordt in één onderbeurt 148 gescoord, dan krijgt de speler twee keer één schijf terug om te proberen nog maximaal 8 bonuspunten te behalen zoals is beschreven in art. 4. 5.1.9. Zijn na de 1e of 2e onderbeurt reeds alle schijven in de vakken, maar is er geen 148 gescoord, dan gaat de jury over tot de puntentelling. Pagina 9

6. Bepalingen 6.1. Een speler mag naar eigen keuze zittend of staand sjoelen, maar blijft tijdens en na het spel te allen tijde achter de bak. 6.2. Een speler mag op verzoek 5 schijven op proef spelen. 6.3. Na aanvang van een beurt, dus na het werpen van de eventuele 5 proefschijven, mag niet meer aan de sjoelbak geschoven worden. Iedere speler draagt er zorg voor dat de bak in de oorspronkelijke stand terug geplaatst wordt. Een speler mag geen veranderingen aan het spelmateriaal aanbrengen door glijmiddelen of tussentijds poetsen. 6.4. Als tijdens het spelen een schijf breekt dan moet de gehele beurt opnieuw gespeeld worden. 6.5. Als een spel met meer dan 30 schijven is gespeeld dan vervalt de beurt en moet opnieuw gespeeld worden. 6.6. Is het spel met minder dan 30 schijven gespeeld dan is geen correctie mogelijk. 6.7. Tijdens het sjoelen mag de jury niet praten en/of andere handelingen verrichten die de speler kunnen beïnvloeden. Alleen op verzoek van de speler mag de jury aangeven hoeveel schijven in de vakken zijn. 6.8. Op de afzetbalk mogen geen schijven geplaatst worden. 6.9. De wedstrijdorganisatie zorgt ervoor dat de sjoelbak stabiel op tafel ligt. Dit met behulp van strips of andere middelen zodanig onder de bak geplaatst dat deze zowel horizontaal als verticaal waterpas ligt. Pagina 10

7. Regels bij bondswedstrijden 7.1. Tijdens het jureren mag het jurylid zijn eigen wedstrijdkaart niet op de tafel hebben. 7.2. Indien de jury fout schrijft, dient het foute getal doorgestreept te worden en de juiste score rechts naast de foutieve score worden ingevuld en te worden geparafeerd of gestempeld door de ringleider. 7.3. Bij doorhalingen, welke dan ook, telt automatisch het laagste, leesbare getal. 7.4. De jury geeft de wedstrijdkaart door aan het jurylid van de volgende bak. 7.5. Na de 10e beurt genoteerd te hebben moet het jurylid de kopie van de wedstrijdkaart aan de speler geven en het origineel aan de ringleider. In geen geval mag de complete kaart aan de speler worden gegeven. 7.6. Indien ter plaatse aangetoond kan worden dat de speler toch ten voordele van zichzelf wijzigingen heeft aangebracht, zal de wedstrijdleider onmiddellijk strafmaatregelen nemen. Deze kunnen bestaan uit het aftrekken van een beurt tot het aftrekken van de totale 10 beurten. 7.7. Tijdens het sjoelen en jureren mag niet gerookt, gedronken of gegeten worden. Pagina 11

8. Slotbepalingen 8.1. In die gevallen waarin dit reglement niet voorziet beslist de wedstrijdleiding. Pagina 12