ONDERSPLITSING IN APPARTEMENTSRECHTEN



Vergelijkbare documenten
SPLITSING IN APPARTEMENTSRECHTEN KLEIBURG TE AMSTERDAM ZUIDOOST - (BLOK 74)

SPLITSING IN APPARTEMENTSRECHTEN

ONTWERP 11 juli PV ONDERSPLITSING LIGPLAATSEN

SPLITSINGSAKTE. Ingeschreven te Arnhem op 8 november 2000 in deel nummer 18.

Heden, acht juni tweeduizend vier, verscheen voor mij, Mr ELIZABETH ANNA ETTINA GOMBERT-DEN BOER, notaris gevestigd te Beverwijk: mevrouw Mr JELTJE

SPLITSING IN APPARTEMENTSRECHTEN

26.999/GT SPLITSING IN APPARTEMENTSRECHTEN

ONDERSPLITSING IN APPARTEMENTSRECHTEN

AKTEVAN SPLITSING IN APP ARTEMENTSRECHTEN

Onroerende Zaken Hyp4 : 57103/ :54

RECTIFICATIE VASTSTELLING VEILINGVOORWAARDEN IN VERBAND MET VERANDERDE KAVELINDELING (Zielhorsterweg 73, 75 en 79, 3813 ZX Amersfoort)

door: BPD Ontwikkeling van: De BrinkState te Moordrecht, bouwnummer

(ONDER-)SPLITSING IN APPARTEMENTSRECHTEN (Parkeergarage Handelskade te Nijmegen)

vennootschap met beperkte aansprakelijkheid: INNEN BEHEERMIJ. B.V., gevestigd Vlaamse Gaailaan 13, 1343AK-- Almere,

KADASTRALE GRENSCORRECTIE SPLITSING IN APPARTEMENTSRECHTEN VOGELDORP

ONDERSPLITSING IN APPARTEMENTSRECHTEN

*, HH/ /AKTE WIJZIGING SPLITSING

aanvulling bij inschrijving in register 4 deel nummer 95 SPLITSING IN APPARTEMENTSRECHTEN

SPLITSING IN APPARTEMENTSRECHTEN KLEIBURG TE AMSTERDAM - (BLOK 72)

VEILINGVOORWAARDEN Lloydtoren te Rotterdam

Blad 1 van 7 KADASTERVERKLARING

Onroerende Zaken Hyp4 : 61634/ :08

ALGEMENE Kreken van Nibbeland te (Fase 3.1, kavels 20 tot en met

AKTE NOTARIS VAN DELFT, 2007 Voorbereid door Mr Van Delft Dossier: /VD/SVK

Blad 1 van 8. blad 1.

*/RHO AKTE VAN SPLITSING IN APPARTEMENTSRECHTEN DONJON NOORD LAMBRASSE WIJCHEN

MODEL AKTE VAN WIJZIGING SPLITSING

Ref: EI SPLITSING IN APPARTEMENTSRECHTEN

AKTE HOUDENDE CONSTATERING NIET VERVULLING ONTBINDENDE VOORWAARDE

Blad 1 van 14. Kenmerk: 2009E26251ER KADASTERVERKLARING

I Van d e r STOEP JA.).NOWSKI

WIJZIGING SPLITSING IN APPARTEMENTSRECHTEN

SPLITSING appartementengebouw "Wooncollege" te Amersfoort

Ontwerp. Vandaag, *, verschenen voor mij, *, notaris te Amersfoort: A. *, te dezen handelende als schriftelijke gevolmachtigde van:

Zoetermeer, Onroerende Zaken Hyp4 : 40634/ :00

Onroerende Zaken Hyp4 : 56943/ :32

KMA / 7 Overdracht zakelijke rechten Bergum Drachten 807 (Liander Nadine)

- 1 - GHS/69306/56468 OPHEFFING SPLITSING EN HERSPLITSING

- 1 - I. voor wat betreft het adres: Feanbei 2:

zaaknummer: SPLITSING IN APPARTEMENTSRECHTEN PAMPUSLAAN 190 WEESP

SPECIMEN. CONCEPT d.d. 20 januari 2014

NOTARIËLE VERKLARING

B. BEKENDE LASTEN EN BEPERKINGEN

VOORGENOMEN ONDERSPLITSING IN APPARTEMENTSRECHTEN/ COMPLEXAANDUIDING/ TEKENING

Gemeente/Verkoper en Panopticon/Koper hierna gezamenlijk te noemen: "Partijen".

Blad 1 van 5 KADASTERVERKLARING

LEVERINGSAKTE. R.17794_trp/jr

MODEL AKTE VAN SPLITSING IN APPARTEMENTSRECHTEN (MET TOELICHTING)

Landsverordening regeling gebruik in deeltijd van onroerende zaken enaanpassing appartementsrecht

TOTAL SOUND NEDERLAND HOLDING B.V.

Concept. KienhuisHoving ADVOCATEN EN NOTARISSEN AKTE VAN LEVERING


AKTE TOT LEVERING. Betreft: Jacob van Lennepkade 309-III te Amsterdam

Deterink Advocaten en Notarissen Bijlage 6 Concept modelakte versie: HYPOTHEEK

LEVERINGSAKTE en vestiging erfdienstbaarheid

ALGEMENE VOORWAARDEN bouwnummers 1-16

Annex: splitsingstekening, brief splitsingsvergunning, berekening breukdelen

WIJZIGING AKTE SPLITSING IN APPARTEMENTSRECHTEN Dossiernr: 38911MD

Ontwerp. AKTE VAN LEVERING ONDER ONTBINDENDE VOORWAARDEN zaaknummer: */AM

AKTE VAN ONDERSPLITSING Hendrik Staetslaan 91 en 91a te Eindhoven

Deterink Advocaten en Notarissen Bijlage 6 Concept modelakte versie: HYPOTHEEK

Hypotheken 4 vervolg 95211

tweeduizend zeven, verscheen voor mij, mr. Cornelis Binnenkade, notaris te Amsterdam: te dezen handelend als schriftelijk gevolmachtigde van:

AKTE VESTIGING RECHT VAN OPSTAL

AP/[behandelaar]/6001[ ] Concept de dato [ ] VAN DOORNE N.V.

wijzigingen voorbehouden; onder voorbehoud goedkeuring gemeente Groningen

[ medewerker van Trip Advocaten & Notarissen, sectie notariaat ]

HOOFDSPLITSING IN APPARTEMENTSRECHTEN

BIJLAGE 7: DEZE BIJLAGE BEVAT HET ONTWERP VAN DIVERSE 'LASTEN EN BEPERKINGEN' INZAKE DE FLAT KLEIBURG, FASE 3.

AKTE VAN LEVERING. blad - 1 -

AKTE VAN LEVERING (DIVERSE REGISTERGOEDEREN GELEGEN TE UTRECHT, DEN DOLDER, RIJSWIJK, VOORBURG, 'S-GRAVENHAGE, ZOETERMEER EN WASSENAAR)

- 1 ONDERSPLITSING WONINGEN INTERMEZZO TILBURG

Blad 1 van 7 LEVERINGSAKTE

door: BPD Ontwikkeling van: Hollands Goed/Nesselande deelplan (Frans Hals) te Rotterdam, bouwnummer

AKTE VAN LEVERING. blad - 1 -

ZWART & PARTNERS NETWERK NOTARISSEN Postbus BA Leidschendam-Voorburg T: F: kantoor@zpnn.

Laarberg Notarissen en Scheidingsbemiddelaars Marsweg BJ Didam tel fax

De Vastgoederen Beheer B.V.

door: BPD Ontwikkeling van: Nesselande deelplan 6.2 te Rotterdam,

sc LH Blad 1 van 7. Onroerende Zaken Hyp4 : 52825/ :44

LEVERING VAN ACHTTIENDUIZEND (18.000) AANDELEN IN HET KAPITAAL VAN EEKHOLT PROPERTY B.V.

Transcriptie:

1 D116838/DR/ klo conceptversie d.d.: 24-7-2015 Wilhelminapier te Rotterdam Ondersplitsing A-3 Parkeerplaatsen A-8 t/m A-234 en bergingen A-235 t/m 454 Akte II ONDERSPLITSING IN APPARTEMENTSRECHTEN Op *** verscheen voor mij, mr Theodorus Johannes Hermanus Dröge, notaris te Delft: *** te dezen handelend als schriftelijk gevolmachtigde van: a. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid: Bouwfonds Property Development B.V., statutair gevestigd te Hoevelaken (gemeente Nijkerk), kantoorhoudende te 3871 AZ Hoevelaken, Westerdorpsstraat 66, ingeschreven in het handelsregister onder nummer 08024283, die bij het verstrekken van de volmacht handelende als zelfstandig vertegenwoordigingsbevoegd bestuurder van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid: BPD Ontwikkeling B.V., statutair gevestigd te Hoevelaken (gemeente Nijkerk), kantoorhoudende Westerdorpsstraat 66, 3871 AZ Hoevelaken, tevens kantoorhoudende Poortweg 2 te Delft, ingeschreven in het handelsregister onder nummer 08013158, die bij het verstrekken van de volmacht handelde als zelfstandig vertegenwoordigingsbevoegd bestuurder van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Kryptovast III B.V., statutair gevestigd te Utrecht, kantoorhoudende Westerdorpsstraat 66, 3871 AZ Hoevelaken,ingeschreven in het handelsregister onder nummer 30184385; en b. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid: Synchroon B.V., statutair gevestigd te Utrecht, kantoorhoudende te 2718 RP Zoetermeer, Zilverstraat 39, ingeschreven in het handelsregister onder nummer 24437966, die bij het verstrekken van de volmacht handelde als zelfstandig vertegenwoordigingsbevoegd bestuurder van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid: Vaartpoort XVIII B.V., statutair gevestigd te Hilversum, kantoorhoudende Zilverstraat 39, 2718 RP Zoetermeer, ingeschreven in het handelsregister onder nummer 32092353, Kryptovast III B.V. en Vaartpoort XVIII B.V., beide voornoemd, te dezen handelend in hun hoedanigheid van vennoten van de tussen deze beide vennootschappen

2 bestaande vennootschap onder firma: V.O.F. Pier III (eveneens handelende onder de naam: De Drie Torens), gevestigd en kantoorhoudende Zilverstraat 39, 2718 RP Zoetermeer, ingeschreven in het handelsregister onder nummer 32115813, hierna te noemen: "VOF Pier III" en de grondeigenaar. Volmacht Van de door de grondeigenaar verleende volmacht blijkt uit een onderhandse akte die is gehecht aan een akte van ***, op *** verleden voor ***, notaris te Delft. De verschenen persoon verklaarde dat de grondeigenaar wil overgaan tot ONDERSPLITSING IN APPARTEMENTSRECHTEN van het hierna vermelde appartementsrecht, en gaf daartoe te kennen als volgt: DOEL VAN DEZE AKTE Het doel van deze akte is om het hierna te omschrijven registergoed te splitsen in appartementsrechten, waardoor in de tot het registergoed behorende opstallen en toebehoren afzonderlijke ruimten ontstaan die tot gemeenschappelijk of tot privégebruik zijn bestemd, het vaststellen van rechten en verplichtingen van de eigenaars en de oprichting van de vereniging van eigenaars. INHOUD VAN DEZE AKTE: - verklaringen ter verduidelijking van het bij deze akte beoogde rechtsgevolg; - de omschrijving van de verkrijging van het bij deze akte in appartementsrechten te splitsen registergoed; - de omschrijving van de appartementsrechten en van het aandeel daarvan in het registergoed; - het reglement van splitsing, waarin opgenomen de rechten en verplichtingen van de eigenaars van de appartementsrechten en de statuten; - bestaande erfdienstbaarheden, kwalitatieve verplichtingen, kettingbedingen en andere bijzondere bepalingen. VERKLARINGEN VOORAF 1. De grondeigenaar is uitsluitend rechthebbende tot: het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van de stallingsgarage met tweehonderdzevenentwintig parkeerplaatsen, tweehonderdtwintig bergingen, gelegen op de eerste tot en met de vierde verdieping en een gedeelte op de vijfde verdieping, een entree met fietslift en een hellingbaan op de begane grond en verder aanbehoren, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg 968 3; het appartementsrecht maakt het tweeduizend tweehonderdvijfendertig / tienduizend éénhonderdachtentachtigste (2.235/10.188ste) onverdeeld aandeel uit van de in de splitsing betrokken goederen, te weten: *** hierna ook te noemen: "het registergoed".

3 2. De grondeigenaar wenst over te gaan tot ondersplitsing van het registergoed in appartementsrechten, als bedoeld in de artikelen 5:106 en volgende van het Burgerlijk Wetboek, hierna te noemen: "het Wetboek". 3. In verband daarmee is een splitsingstekening gemaakt; op die tekening zijn met de doorlopende nummers 8 tot en met 454 aangegeven de begrenzing van de gedeelten van het registergoed, die bestemd zijn als afzonderlijk geheel te worden gebruikt. 4. Blijkens een op *** afgegeven verklaring van de bewaarder van het kadaster en de openbare registers blijft de gereserveerde complexaanduiding voor het in de ondersplitsing betrokken recht: ***-A. Hiervan blijkt uit het aan deze akte gehechte bewijs van in depotname. 5. Op grond van het bepaalde in de thans geldende Huisvestingsverordening stadsregio Rotterdam 2006 is voor de splitsing in appartementsrechten van het registergoed geen vergunning als bedoeld in artikel 33 van de Huisvestingswet vereist. ONDERZOEK BESCHIKKINGSBEVOEGDHEID Het gemelde perceel 2579 is door de grondeigenaar verkregen bij een akte van levering (tevens inhoudende vestiging opstalrecht openbaar gebied) op grond van koop, op éénentwintig juli tweeduizend veertien verleden voor mr Th.J.H. Dröge, notaris te Delft. Een afschrift van die akte is op diezelfde dag ingeschreven bij de Dienst voor het kadaster en de openbare registers, in register 4, deel 64650, nummer 133. Uit deze akte blijkt van: - kwijting voor de betaling van hetgeen ingevolge die akte ten tijde van het tekenen van de desbetreffende akte door de koper aan de verkoper verschuldigd was; en - het ontbreken van ontbindende voorwaarden die de verkrijging ongedaan zouden kunnen maken. Het gemelde perceel 2579 is belast met een opstalrecht bij een akte van vestiging opstalrecht, op *** tweeduizend vijftien verleden voor notaris Dröge voornoemd. Een afschrift van die akte is op *** ingeschreven bij de Dienst voor het kadaster en de openbare registers, in register 4, deel ***, nummer ***. Het registergoed werd gesplitst in zeven appartementsrechten, waaronder begrepen het in deze akte onder te splitsen appartementsrecht, bij een akte van splitsing in appartementsrechten eerder vandaag verleden voor notaris *** voornoemd. Deze akte zal worden ingeschreven bij de Dienst voor het kadaster en de openbare registers in register 4. SPLITSING REGISTERGOED Het registergoed wordt bij deze gesplitst in de volgende vierhonderdzevenenveertig appartementsrechten: 1. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de eerste

4 8; (1/447e) onverdeeld aandeel uit van de in de ondersplitsing betrokken goederen, te weten: *** 2. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de eerste 9; 3. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de eerste 10; 4. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de eerste 11; 5. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de eerste 12;

5 6. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de eerste 13; 7. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de eerste 14; 8. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de eerste 15; 9. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de eerste 16; 10. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de eerste

6 17; 11. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de eerste 18; 12. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de eerste 19; 13. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de eerste 20; 14. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de eerste 21

7 15. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de eerste 22; 16. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de eerste 23; 17. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de eerste 24; 18. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de eerste 25; 19. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de eerste

8 26; 20. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de eerste 27 21. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de eerste 28; 22. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de eerste 29; 23. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de eerste 30;

9 24. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de eerste 31; 25. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de eerste 32; 26. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de eerste 33; 27. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de eerste 34; 28. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de eerste

10 35; 29. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de eerste 36; 30. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de eerste 37; 31. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de eerste 38; 32. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de eerste 39;

11 33. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de eerste 40; 34. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de eerste 41; 35. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de eerste 42; 36. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de eerste 43; 37. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de eerste

12 44; 38. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de tweede 45; 39. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de tweede 46; 40. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de tweede 47; 41. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de tweede 48;

13 42. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de tweede 49; 43. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de tweede 50; 44. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de tweede 51; 45. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de tweede 52; 46. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de tweede

14 53; 47. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de tweede 54; 48. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de tweede 55; 49. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de tweede 56; 50. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de tweede 57;

15 51. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de tweede 58; 52. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de tweede 59; 53. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de tweede 60; 54. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de tweede 61; 55. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de tweede

16 62; 56. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de tweede 63; 57. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de tweede 64; 58. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de tweede 65; 59. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de tweede 66;

17 60. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de tweede 67; 61. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de tweede 68; 62. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de tweede 69; 63. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de tweede 70; 64. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de tweede

18 71; 65. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de tweede 72; 66. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de tweede 73; 67. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de tweede 74 68. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de tweede 75;

19 69. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de tweede 76; 70. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de tweede 77; 71. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de tweede 78; 72. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de tweede 79; 73. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de tweede

20 80; 74. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de tweede 81; 75. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de tweede 82; 76. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de tweede 83; 77. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de tweede 84;

21 78. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de tweede 85; 79. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de tweede 86; 80. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de tweede 87; 81. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de tweede 88; 82. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de tweede

22 89; 83. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de tweede 90; 84. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde 91; 85. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde 92; 86. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde 93;

23 87. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde 94; 88. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde 95; 89. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde 96; 90. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde 97; 91. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde

24 98; 92. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde 99; 93. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde 100; 94. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde 101; 95. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde 102;

25 96. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde 103; 97. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde 104; 98. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde 105; 99. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde 106; 100. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde

26 107; 101. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde 108; 102. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde 109; 103. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde 110; 104. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde 111;

27 105. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde 112; 106. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde 113; 107. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde 114; 108. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde 115; 109. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde

28 116; 110. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde 117; 111. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde 118; 112. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde 119; 113. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde 120;

29 114. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde 121; 115. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde 122; 116. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde 123; 117. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde 124; 118. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde

30 125; 119. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde 126; 120. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde 127; 121. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde 128; 122. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde 129;

31 123. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde 130; 124. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde 131; 125. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde 132; 126. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde 133; 127. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde

32 134; 128. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde 135; 129. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde 136; 130. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde 137 131. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde 138;

33 132. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde 139; 133. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde 140 134. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde 141; 135. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde 142; 136. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde

34 143; 137. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde 144; 138. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde 145; 139. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde 146; 140. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde 147;

35 141. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde 148; 142. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde 149; 143. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde 150; 144. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde 151; 145. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde

36 152; 146. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde 153; 147. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde 154; 148. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde 155; 149. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde 156;

37 150. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde 157; 151. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde 158; 152. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde 159; 153. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde 160; 154. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de derde

38 161; 155. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde 162; 156. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde 163; 157. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde 164; 158. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde 165;

39 159. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde 166; 160. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde 167; 161. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde 168; 162. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde 169; 163. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde

40 170; 164. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde 171; 165. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde 172; 166. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde 173; 167. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde 174;

41 168. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde 175; 169. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde 176; 170. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde 177; 171. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde 178; 172. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde

42 179; 173. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde 180; 174. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde 181; 175. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde 182; 176. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde 183;

43 177. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde 184; 178. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde 185; 179. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde 186; 180. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde 187; 181. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde

44 188; 182. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde 189; 183. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde 190; 184. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde 191; 185. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde 192;

45 186. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde 193; 187. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde 194; 188. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde 195; 189. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde 196; 190. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde

46 197; 191. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde 198; 192. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde 199; 193. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde 200; 194. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde 201;

47 195. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde 202; 196. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde 203; 197. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde 204; 198. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde 205; 199. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde

48 206; 200. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde 207; 201. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde 208; 202. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde 209; 203. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde 210;

49 204. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde 211; 205. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde 212; 206. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde 213; 207. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde 214; 208. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde

50 215; 209. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde 216; 210. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde 217; 211. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde 218; 212. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde 219;

51 213. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde 220; 214. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde 221; 215. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde 222; 216. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde 223; 217. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde

52 224; 218. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde 225; 219. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde 226; 220. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde 227; 221. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde 228;

53 222. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde 229; 223. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde 230; 224. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde 231; 225. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde 232; 226. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde

54 233; 227. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de stallingsgarage, gelegen op de vierde 234; 228. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de eerste verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 235; 229. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de eerste verdieping 236; 230. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de eerste verdieping 237;

55 231. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de eerste verdieping 238; 232. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de eerste verdieping 239; 233. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de eerste verdieping 240; 234. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de eerste verdieping 241; 235. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de eerste verdie-

56 ping 242; 236. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de eerste verdieping 243; 237. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de eerste verdieping 244; 238. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de eerste verdieping 245; 239. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de eerste verdieping 246;

57 240. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de eerste verdieping 247; 241. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de eerste verdieping 248; 242. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de eerste verdieping 249; 243. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de eerste verdieping 250; 244. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de eerste verdie-

58 ping 251; 245. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de eerste verdieping 252; 246. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de eerste verdieping 253; 247. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de eerste verdieping 254; 248. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de tweede verdieping 255;

59 249. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de tweede verdieping 256; 250. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de tweede verdieping 257; 251. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de tweede verdieping 258; 252. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de tweede verdieping 259; 253. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de tweede verdie-

60 ping 260; 254. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de tweede verdieping 261; 255. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de tweede verdieping 262; 256. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de tweede verdieping 263; 257. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de tweede verdieping 264;

61 258. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de tweede verdieping 265; 259. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de tweede verdieping 266; 260. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de tweede verdieping 267; 261. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de tweede verdieping 268; 262. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de tweede verdie-

62 ping 269; 263. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de tweede verdieping 270; 264. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de tweede verdieping 271; 265. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de tweede verdieping 272; 266. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de tweede verdieping 273;

63 267. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de tweede verdieping 274; 268. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de tweede verdieping 275; 269. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de tweede verdieping 276; 270. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de tweede verdieping 277; 271. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de tweede verdie-

64 ping 278; 272. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de tweede verdieping 279; 273. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de tweede verdieping 280; 274. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de tweede verdieping 281; 275. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de tweede verdieping 282;

65 276. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de tweede verdieping 283; 277. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de tweede verdieping 284; 278. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de tweede verdieping 285; 279. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de tweede verdieping 286; 280. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de tweede verdie-

66 ping 287; 281. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de tweede verdieping 288; 282. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de tweede verdieping 289; 283. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de derde verdieping 290; 284. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de derde verdieping 291;

67 285. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de derde verdieping 292; 286. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de derde verdieping 293; 287. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de derde verdieping 294; 288. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de derde verdieping 295; 289. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de derde verdie-

68 ping 296; 290. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de derde verdieping 297; 291. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de derde verdieping 298; 292. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de derde verdieping 299; 293. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de derde verdieping 300;

69 294. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de derde verdieping 301; 295. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de derde verdieping 302; 296. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de derde verdieping 303; 297. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de derde verdieping 304; 298. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de derde verdie-

70 ping 305; 299. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de derde verdieping 306; 300. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de derde verdieping 307; 301. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de derde verdieping 308; 302. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de derde verdieping 309;

71 303. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de derde verdieping 310; 304. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de derde verdieping 311; 305. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de derde verdieping 312; 306. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de derde verdieping 313; 307. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de derde verdie-

72 ping 314; 308. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de derde verdieping 315; 309. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de derde verdieping 316; 310. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de derde verdieping 317; 311. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de derde verdieping 318;

73 312. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de derde verdieping 319; 313. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de derde verdieping 320; 314. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de derde verdieping 321; 315. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de derde verdieping 322; 316. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de derde verdie-

74 ping 323; 317. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de derde verdieping 324; 318. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de vierde verdieping 325; 319. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de vierde verdieping 326; 320. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de vierde verdieping 327;

75 321. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de vierde verdieping 328; 322. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de vierde verdieping 329; 323. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de vierde verdieping 330; 324. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de vierde verdieping 331; 325. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de vierde verdie-

76 ping 332; 326. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de vierde verdieping 333; 327. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de vierde verdieping 334; 328. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de vierde verdieping 335; 329. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de vierde verdieping 336;

77 330. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de vierde verdieping 337; 331. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de vierde verdieping 338; 332. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de vierde verdieping 339; 333. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de vierde verdieping 340; 334. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de vierde verdie-

78 ping 341; 335. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de vierde verdieping 342; 336. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de vierde verdieping 343; 337. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de vierde verdieping 344; 338. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de vierde verdieping 345;

79 339. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de vierde verdieping 346; 340. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de vierde verdieping 347; 341. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de vierde verdieping 348; 342. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de vierde verdieping 349; 343. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de vierde verdie-

80 ping 350; 344. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de vierde verdieping 351; 345. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de vierde verdieping 352; 346. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de vierde verdieping 353; 347. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de vierde verdieping 354;

81 348. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de vierde verdieping 355; 349. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de vierde verdieping 356; 350. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de vierde verdieping 357; 351. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de vierde verdieping 358; 352. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de vierde verdie-

82 ping 359; 353. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de vijfde verdieping 360; 354. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de vijfde verdieping 361; 355. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de vijfde verdieping 362; 356. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de vijfde verdieping 363;

83 357. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de vijfde verdieping 364; 358. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de vijfde verdieping 365; 359. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de vijfde verdieping 366; 360. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de vijfde verdieping 367; 361. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging in de stallingsgarage, gelegen op de vijfde verdie-

84 ping 368; 362. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 369; 363. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 370; 364. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 371; 365. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 372;

85 366. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 373; 367. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 374; 368. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 375; 369. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 376; 370. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 377;

86 371. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 378; 372. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 379; 373. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 380; 374. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 381; 375. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 382;

87 376. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 383; 377. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 384; 378. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 385; 379. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 386; 380. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 387;

88 381. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 388; 382. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 389; 383. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 390; 384. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 391; 385. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 392;

89 386. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 393; 387. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 394; 388. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 395; 389. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 396; 390. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 397;

90 391. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 398; 392. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 399; 393. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 400; 394. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 401; 395. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 402;

91 396. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 403; 397. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 404; 398. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 405; 399. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 406; 400. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 407;

92 401. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 408; 402. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 409; 403. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 410; 404. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 411; 405. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 412;

93 406. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 413; 407. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 414; 408. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 415; 409. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 416; 410. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 417;

94 411. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 418; 412. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 419; 413. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 420; 414. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 421; 415. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 422;

95 416. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 423; 417. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 424; 418. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 425; 419. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 426; 420. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 427;

96 421. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 428; 422. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 429; 423. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 430; 424. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 431; 425. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 432;

97 426. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 433; 427. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 434; 428. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 435; 429. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 436; 430. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 437;

98 431. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 438; 432. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 439; 433. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 440; 434. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 441; 435. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 442;

99 436. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 443; 437. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 444; 438. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 445; 439. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 446; 440. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 447;

100 441. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 448; 442. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 449; 443. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 450; 444. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 451; 445. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 452;

101 446. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 453; 447. het appartementsrecht dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van een berging, gelegen op de vijfde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als Otto Reuchlinweg, ongenummerd 454; betrokken goederen. De appartementsrechten behoren alle aan de grondeigenaar toe. REGLEMENT Als reglement bedoeld in artikel 5:111, onder d van het Wetboek zal gelden het model-reglement bij ondersplitsing in appartementsrechten vastgesteld door de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie, opgenomen in een akte op zestien mei tweeduizend zes verleden voor notaris Mr. A.G. Hartman te Amsterdam met de wijzigingen en aanvullingen daarop, zoals hierna vet en cursief zijn aangegeven. Aldus aangepast luidt de tekst als volgt: A. Definities en algemene bepalingen Artikel 1 In het reglement wordt verstaan onder: a. "akte": de akte van ondersplitsing, met inbegrip van de tekening als bedoeld in artikel 5:109 tweede lid van het Burgerlijk Wetboek, van het reglement, alsmede de eventuele wijzigingen en aanvullingen daarvan; b. akte van hoofdsplitsing : de akte waarbij het hoofdappartementsrecht is ontstaan, met inbegrip van de tekening als bedoeld in artikel 5:109 tweede lid van het Burgerlijk Wetboek, van het reglement van de hoofdsplitsing, alsmede de eventuele wijzigingen en aanvullingen daarvan; c. beheerder : een door de vergadering benoemd (rechts)persoon die nader te bepalen taken van het bestuur uitoefent, zoals het administratief/financieel beheer, het technisch beheer of het bouwkundig beheer; d. "bestuur": het bestuur van de vereniging als bedoeld in artikel 5:131 van het Burgerlijk Wetboek, gevormd door één of meer bestuurders; e. "boekjaar": het boekjaar van de vereniging; f. "eigenaar": de gerechtigde tot een (onder)appartementsrecht als bedoeld in artikel 5:106 vijfde lid van het Burgerlijk Wetboek, waaronder begrepen een erfpachter, opstaller, vruchtgebruiker of gerechtigde krachtens een recht van gebruik en/of bewoning op een privé gedeelte respectievelijk

102 (onder)appartementsrecht, tenzij uit de tekst of de strekking van het desbetreffende artikel anders blijkt; g. "gebouw": het gebouw of de gebouwen dat/die in de hoofdsplitsing is/zijn betrokken; h. "gebruiker": degene die als huurder of anderszins, anders dan krachtens een beperkt recht, het gebruik van het privé gedeelte heeft als bedoeld in artikel 5:120 van het Burgerlijk Wetboek; i. "gemeenschap": het in de ondersplitsing betrokken hoofdappartementsrecht; j. "gemeenschappelijke gedeelten": die gedeelten van het gebouw en/of de grond, voor zover betrokken in de ondersplitsing, die blijkens de akte niet bestemd zijn of worden om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt; k. "gemeenschappelijke zaken": alle zaken, voor zover betrokken in de ondersplitsing, die bestemd zijn of worden om door alle eigenaars of een bepaalde groep van eigenaars gebruikt te worden voor zover niet vallende onder j; l. "grond": (het recht op) de grond die in de ondersplitsing is betrokken; m. hoofdappartementsrecht : het appartementsrecht dat bij de akte is gesplitst in (onder)appartementsrechten; n. hoofdsplitsing : de splitsing in appartementsrechten waarbij het hoofdappartementsrecht is ontstaan; o. hoofdvereniging : de vereniging van eigenaars die is opgericht bij de akte van hoofdsplitsing; p. "huishoudelijk reglement": het huishoudelijk reglement als bedoeld in artikel 59 van het reglement; q. "jaarrekening": de jaarrekening waarin is opgenomen een balans en een exploitatierekening met toelichting; r. "jaarverslag": het verslag van het bestuur over de gang van zaken in de vereniging en het gevoerde beleid; s. "ondersplitsing": de bij de akte plaatsgevonden splitsing in (onder)appartementsrechten als bedoeld in artikel 5:106 derde lid van het Burgerlijk Wetboek; t. "privé gedeelte": het gedeelte of de gedeelten van het gebouw en/of de grond, voor zover betrokken in de ondersplitsing, dat/die blijkens de akte bestemd is/zijn of worden om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt; u. raad van commissarissen : de raad van commissarissen als bedoeld in artikel 2:48 juncto artikel 5:135 van het Burgerlijk Wetboek; v. "reglement": het reglement van ondersplitsing als bedoeld in de artikelen 5:111 en 5:112 van het Burgerlijk Wetboek, inhoudende onder meer de statuten van de vereniging en de rechten en plichten van de (onder)eigenaars; w. reglement van de hoofdsplitsing : het voor de hoofdsplitsing geldende reglement van splitsing, inclusief het daarvan eventueel deel uitmakende modelreglement; x. "reservefonds": het reservefonds als bedoeld in artikel 5:126 eerste lid van het Burgerlijk Wetboek;

103 y. "vereniging": de vereniging van (onder)eigenaars als bedoeld in artikel 5:112 eerste lid onder e en artikel 5:124 van het Burgerlijk Wetboek; z. "vergadering": de vergadering van (onder)eigenaars als bedoeld in artikel 5:112 tweede lid onder d en artikel 5:125 eerste lid van het Burgerlijk Wetboek; za. vergadering van de hoofdsplitsing : de vergadering van eigenaars krachtens de hoofdsplitsing; zb. "voorzitter": de voorzitter van de vergadering. Artikel 2 1. De eigenaars en de gebruikers moeten zich overeenkomstig de eisen van redelijkheid en billijkheid jegens elkander gedragen. Iedere eigenaar en gebruiker dient voorts de bepalingen van het reglement, het eventuele huishoudelijk reglement, de eventuele regels als bedoeld in artikel 5:128 eerste lid van het Burgerlijk Wetboek, en overige tussen hen krachtens wet of gewoonte bestaande regels voor zover die op hem betrekking hebben, na te leven. Het vorenstaande geldt eveneens voor het reglement, het eventuele huishoudelijk reglement en de eventuele verdere regels van de hoofdsplitsing. 2. Een eigenaar of gebruiker mag geen onredelijke hinder aan de andere eigenaars en gebruikers of aan eigenaars of gebruikers van de overige in de hoofdsplitsing betrokken appartementsrechten toebrengen. Het gebruik van een privé gedeelte mag niet in strijd met de bepalingen van het bestemmingsplan zijn. Beroepsmatige erotiek is niet toegestaan. Voorts is de handel in en gebruik en teelt van hard- en soft drugs - waaronder mede begrepen chemische verdovende middelen- verboden. Regels ter voorkoming van geluidshinder of andere vormen van hinder kunnen nader bij huishoudelijk reglement worden vastgesteld. 3. Iedere eigenaar en gebruiker is verplicht alle handelingen na te laten waardoor schade kan worden toegebracht aan de belangen van andere eigenaars en gebruikers, hypotheekhouders en andere beperkt gerechtigden, ook die van de overige in de hoofdsplitsing betrokken appartementsrechten, of aan de belangen van de vereniging of de hoofdvereniging. Hij is verplicht alles te doen wat dienstig kan zijn ter voorkoming van die schade en hij is verplicht voor zover dit redelijk is om maatregelen te dulden die de strekking hebben bedoelde schade te voorkomen, te beperken dan wel op te heffen. 4. Iedere eigenaar en gebruiker dient er voor in te staan dat zijn huisgenoten en zijn personeel de in de vorige leden van dit artikel bedoelde bepalingen en regels zullen naleven. Artikel 3 Iedere eigenaar en gebruiker is aansprakelijk voor de door hem aan het gebouw, de grond of de gemeenschappelijke zaken (ook die van de hoofdsplitsing) toegebrachte schade en voor onredelijke hinder voor zover deze schade of hinder aan hemzelf, aan zijn huisgenoten of zijn personeel kan worden toegerekend. Hij is verplicht voor zover dit redelijk is maatregelen te nemen of te dulden die de strekking hebben bedoelde schade of hinder te voorkomen of te

104 beperken. Artikel 4 Iedere eigenaar en gebruiker is te allen tijde bevoegd en verplicht tot het nemen van maatregelen, die strekken tot het afwenden van een voor de gemeenschappelijke gedeelten of de gemeenschappelijke zaken (ook die van de hoofdsplitsing) onmiddellijk dreigend gevaar. Hij is alsdan verplicht het bestuur onverwijld te waarschuwen. Artikel 5 In het geval dat in een privé gedeelte belangrijke schade is ontstaan of dreigt te ontstaan of gevaar dreigt voor ernstige hinder van de andere eigenaars en gebruikers (ook die van de hoofdsplitsing), is iedere eigenaar en gebruiker verplicht het bestuur onverwijld te waarschuwen en de nodige maatregelen te nemen. Artikel 6 Titel 4 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek is voor zover mogelijk van overeenkomstige toepassing op de eigenaars en de gebruikers, met dien verstande dat eventueel daarmee strijdige feitelijke situaties die zich ten tijde van de splitsing of, indien dit later is, ten tijde van de oplevering van het gebouw voordoen door de eigenaars en gebruikers dienen te worden geduld. Artikel 7 Een krachtens (huishoudelijk) reglement of besluit van de vergadering en/of van de vergadering van de hoofdsplitsing toegestane inwendige of uitwendige wijziging van het gebouw mag eerst worden aangebracht nadat daarvoor de eventueel vereiste publiekrechtelijke vergunning of toestemming is verkregen. Evenzo mag een krachtens zodanig reglement of besluit toegestaan gebruik van gemeenschappelijke en/of privé gedeelten eerst worden uitgeoefend, en mag elke andere handeling met betrekking tot het gebouw en/of de grond eerst worden verricht, nadat daarvoor bedoelde vergunning of toestemming is verkregen. De rechten voortvloeiende uit een dergelijke publiekrechtelijke vergunning of toestemming mogen niet worden uitgeoefend als daardoor strijd ontstaat met het in de akte of in de akte van hoofdsplitsing bepaalde. B. Aandelen die door de splitsing ontstaan en aandelen in de verplichting tot het bijdragen in de schulden en kosten die voor rekening van de gezamenlijke eigenaars zijn. Artikel 8 1. Ieder der eigenaars is in de gemeenschap gerechtigd voor het breukdeel als hiervoor bij de omschrijving van elk appartementsrecht is vermeld. De aandelen van de appartementsrechten zijn gelijk. 2. De eigenaars zijn voor de in het eerste lid bedoelde breukdelen gerechtigd tot de baten die aan de gezamenlijke eigenaars toekomen en zijn voor diezelfde breukdelen verplicht bij te dragen in de schulden en kosten die voor rekening van de gezamenlijke eigenaars zijn, met uitzondering van de hierna in de leden 5 en 6 genoemde schulden en kosten, die door de aldaar genoemde eigenaars zullen worden gedragen in de aldaar gemelde verhouding.

105 3. Indien een recht van erfpacht of opstal in de splitsing is betrokken zal voor de verdeling van de canon/retributie over de eigenaars gelden hetgeen met de grondeigenaar daarover werd overeengekomen. 4. De rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de akte van hoofdsplitsing gelden als rechten en verplichtingen van de eigenaars gezamenlijk in overeenstemming met de bepalingen van het reglement. 5. In afwijking van het bepaalde in lid 2 komen alle schulden en kosten die betrekking hebben op de stallingsgarage, de hellingbaan en de speedgate, alsmede de kosten van schoonmaak en verlichting van de stallingsgarage, voor rekening van de eigenaars van de appartementsrechten met de indices 8 tot en met 234, ieder voor een gelijk deel. 6. In afwijking van het bepaalde in lid 2 komen alle schulden en kosten die betrekking hebben op de bergingsgangen en de entree met de fietslift, waaronder ook de energiekosten en kosten van onderhoud van de fietslift, alsmede de kosten van schoonmaak en verlichting van de entree, de fietslift en de bergingsgangen, voor rekening van de eigenaars van de appartementsrechten met de indices 235 tot en met 454, ieder voor een gelijk deel. 7. Indien er twijfel bestaat over welke eigenaars welke kosten dienen te dragen, wordt hierover beslist door de vergadering. C. Schulden en kosten die voor rekening van de gezamenlijke eigenaars zijn en baten die aan de gezamenlijke eigenaars toekomen, reservefonds en onderhoudsplan Artikel 9 1. Tot de schulden en kosten van de gezamenlijke eigenaars als bedoeld in artikel 5:112 eerste lid onder a van het Burgerlijk Wetboek worden gerekend: a. die welke gemaakt zijn in verband met het onderhoud of het gebruik van de gemeenschappelijke gedeelten of van de gemeenschappelijke zaken of tot het behoud daarvan; b. die welke verband houden met noodzakelijke herstelwerkzaamheden, vernieuwingen en vervangingen van de gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken, voor zover die ingevolge het reglement of een rechterlijke beslissing als bedoeld in artikel 5:121 van het Burgerlijk Wetboek niet ten laste komen van bepaalde eigenaars, en voor zover die niet vallen onder a; c. de schulden en kosten van de vereniging; d. het bedrag van de schadevergoeding door de gezamenlijke eigenaars als zodanig verschuldigd aan één van hen of aan een derde; e. de gerechtelijke en buitengerechtelijke kosten verbonden aan het optreden als eiser of als verweerder door of namens de gezamenlijke eigenaars, onverminderd het bepaalde in artikel 13 derde lid; f. de premies verschuldigd uit hoofde van de verzekeringen, die door het reglement zijn voorgeschreven of waartoe ingevolge artikel 15 door de vergadering is besloten;

106 g. de verschuldigde publiekrechtelijke lasten voor zover geen aanslag is opgelegd aan de afzonderlijke eigenaars; h. de verwarmingskosten in geval het een gemeenschappelijke installatie betreft, waaronder begrepen de kosten van de warmwaterinstallaties, de brandstofkosten, de elektriciteitskosten, de op de desbetreffende kosten betrekking hebbende administratie, alsmede, voor zover van toepassing, de kosten van registratie en de berekening van het warmteverbruik, alles voor zover de eigenaars daarvoor niet afzonderlijk worden aangeslagen; i. de kosten van het waterverbruik voor zover de eigenaars daarvoor niet afzonderlijk worden aangeslagen; j. de bijdragen verschuldigd krachtens het reglement van de hoofdsplitsing; k. alle overige schulden en kosten, gemaakt in het belang van de gezamenlijke eigenaars als zodanig, daaronder begrepen de schulden en kosten die voortvloeien uit besluiten van de vergadering of van de vergadering van de hoofdsplitsing; alles voor zover deze schulden en kosten op grond van het bepaalde in het reglement van de hoofdsplitsing niet ten laste van anderen dan de eigenaars komen. 2. Tot de baten die aan de gezamenlijke eigenaars toekomen behoren renten en andere opbrengsten van vermogen, andere aan de gezamenlijke eigenaars als zodanig toekomende baten, alsmede baten toekomende aan de vereniging, zoals de boeten bedoeld in artikel 41. Artikel 10 1. Er moet een reservefonds worden gevormd ter voldoening van de kosten die zijn voorzien in het onderhoudsplan als bedoeld in het tweede lid en ter voldoening van niet-voorziene schulden en kosten. Aan het reservefonds zal geen andere bestemming worden gegeven tenzij krachtens besluit van de vergadering met overeenkomstige toepassing van het bepaalde in artikel 52 vijfde en zesde lid, dan wel na opheffing van de splitsing. 2. Het bestuur is verplicht een onderhoudsplan op te (laten) maken, waarin zijn opgenomen de onderhouds- en herstelwerkzaamheden en de vernieuwingen die op meer jaren betrekking hebben, met een schatting van de daaraan verbonden kosten en een gelijkmatige toerekening van die kosten aan de onderscheiden jaren. Dit meerjarenonderhoudsplan moet afgestemd zijn op het meerjarenonderhoudsplan van de hoofdvereniging en dit dient te worden opgemaakt voor een door de vergadering vast te stellen periode van ten minste vijf jaren. Is die periode langer dan vijf jaren dan moet het plan elke vijf jaar worden herzien. 3. Het onderhoudsplan als bedoeld in het tweede lid wordt vastgesteld door de vergadering. In het kader van dit meerjarenonderhoudsplan kunnen binnen het reservefonds bestemmingsreserves worden gevormd. 4. Over gelden van het reservefonds kan slechts door de voorzitter van de vergadering en één van de eigenaars, die daartoe door de vergadering zal worden aangewezen, en na machtiging daartoe van de vergadering, wor-

107 den beschikt. Bovendien kan over de gelden van het reservefonds door één (rechts)persoon die daartoe door de vergadering zal worden aangewezen, en na machtiging daartoe van de vergadering worden beschikt. 5. Voor de periode dat een of meer professionele beleggingsinstellingen of bedrijfstakpensioenfondsen in de zin van de Pensioenwet en/of vut-fondsen (en/of spaarfondsen) in de zin van het Besluit fondsen en spaarregelingen verzekeringsmaatschappijen en/of een of meer juridische entiteiten waarin uitsluitend dergelijke fondsen participeren eigenaar(s) is (zijn), is (zijn) dat (die) fonds(en)/juridische entiteiten bevoegd de betalingen van de door haar verschuldigde bijdragen ten behoeve van het reservefonds, vermeerderd met een rentevergoeding die berekend wordt op grond van het driemaands EURIBOR-tarief met een opslag van drie procentpunten, te doen vervangen door een borgstelling, welke vooraf door de vergadering is goedgekeurd en zal inhouden dat op eerste vordering van de vergadering wordt overgegaan tot betaling van de verschuldigde bijdrage(n) aan het reservefonds. Zodra door de vergadering wordt besloten tot het doen van uitgaven ten laste van het reservefonds is (zijn) het (de) hiervoor bedoelde fonds(en)/juridische entiteiten verplicht terstond de door haar verschuldigde bijdragen aan het reservefonds voor zover toe te rekenen aan die uitgaven, te voldoen. Het (De) hiervoor bedoeld(e) fonds(en)/juridische entiteiten is (zijn) verplicht de eventuele financiële nadelen (niet zijnde het reeds vergoede gemis aan renteinkomsten als bedoeld in de eerste volzin van dit lid 5), welke voor de vereniging ontstaan doordat de betaling van de bijdragen aan het reservefonds worden vervangen door een borgtocht te vergoeden. 6. Bij vervreemding van een appartementsrecht is (zijn) de hiervoor bedoeld(e) fonds(en)/juridische entiteiten verplicht de achterstallige bijdragen aan het reservefonds, verhoogd met de hiervoor bedoelde (eventuele) financiële nadelen en verdere daarmee verband houdende kosten, te voldoen. D. Jaarlijkse begroting, jaarrekening en bijdragen Artikel 11 1. Voor de aanvang van elk boekjaar legt het bestuur dan wel de administratief beheerder aan de vergadering over een begroting voor dat boekjaar, in welke begroting de volgende posten duidelijk moeten zijn onderscheiden: a. de schulden en kosten als bedoeld in artikel 9 eerste lid; b. de aan het desbetreffende boekjaar toe te rekenen bedragen uit hoofde van het onderhoudsplan als bedoeld in artikel 10 tweede en derde lid; c. toevoegingen aan het reservefonds; en d. de baten bedoeld in artikel 9 tweede lid. Deze begroting moet zijn afgestemd op de desbetreffende begroting krach-

108 tens het reglement van de hoofdsplitsing. 2. De begroting wordt vastgesteld door de vergadering. Bij het vaststellen van de begroting bepaalt de vergadering tevens het bedrag dat bij wijze van voorschotbijdragen door de eigenaars verschuldigd is, alsmede het aandeel van iedere eigenaar daarin, vastgesteld met inachtneming van de verhouding als is bepaald in artikel 8. 3. De eigenaars zijn verplicht met ingang van de eerste maand van het desbetreffende boekjaar maandelijks bij vooruitbetaling één/twaalfde van het bedoelde aandeel aan de vereniging te voldoen, tenzij de vergadering anders besluit. De betaling van de verschuldigde voorschotbijdrage kan niet worden verrekend of opgeschort in verband met een (vermeende) vordering op de vereniging of de gezamenlijke eigenaars. Zolang door de vergadering niet de voorschotbijdrage voor een boekjaar is vastgesteld, moeten de eigenaars de laatstelijk vastgestelde voorschotbijdragen voldoen. Deze voorschotbijdragen worden verrekend met de door de vergadering krachtens het tweede lid van dit artikel vastgestelde voorschotbijdragen. Een overschot zal aan de eigenaars worden gerestitueerd, een tekort dient binnen één maand te worden aangezuiverd, tenzij de vergadering anders besluit. 4. Op verzoek en voor rekening van een eigenaar die ondernemer is in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968 zal het bestuur, betreffende die schulden en kosten waarvan terzake van de levering van (bijbehorende) goederen of het verrichten van (bijbehorende) diensten omzetbelasting in rekening wordt gebracht, bewerkstelligen dat een jaarlijks overzicht met kopie facturen rechtstreeks wordt gezonden aan zodanige eigenaar. Artikel 12 1. Na afloop van elk boekjaar maakt het bestuur de jaarrekening en het jaarverslag op. Uit de tot de jaarrekening behorende balans moet de grootte van het reservefonds blijken. De tot de jaarrekening behorende exploitatierekening vormt de rekening als bedoeld in artikel 5:112 eerste lid onder b van het Burgerlijk Wetboek en omvat de baten en lasten over het boekjaar, onderverdeeld in de posten genoemd in artikel 11 eerste lid. 2. In de jaarvergadering bedoeld in artikel 45 tweede lid legt het bestuur de jaarrekening ter vaststelling over aan de vergadering. De jaarrekening wordt ondertekend door de bestuurders en de commissarissen. Ontbreekt een raad van commissarissen en wordt omtrent de getrouwheid van de stukken aan de vergadering niet een verklaring overgelegd afkomstig van een accountant bedoeld in artikel 2:393 eerste lid van het Burgerlijk Wetboek, dan brengt de kascommissie bedoeld in artikel 58 tweede lid ter vergadering verslag van haar bevindingen omtrent de jaarrekening uit. 3. Bij het vaststellen van de jaarrekening bepaalt de vergadering tevens de definitieve bijdragen van de eigenaars, met inachtneming van de verhouding als is bepaald in artikel 8. 4. Bij de toepassing van het in het derde lid bepaalde treden de definitieve bijdragen in de plaats van de in artikel 11 tweede lid bedoelde voorschot-

109 bijdragen. Indien deze voorschotbijdragen de definitieve bijdragen te boven gaan, zal het verschil aan de eigenaars worden terugbetaald, tenzij de vergadering anders besluit. Indien de definitieve bijdragen de voorschotbijdragen te boven gaan, moeten de eigenaars het tekort binnen een maand na de vaststelling van de exploitatierekening aanzuiveren, tenzij de vergadering anders besluit. Artikel 13 1. Indien een eigenaar het ingevolge artikel 11 en/of artikel 12 door hem aan de vereniging verschuldigde bedrag niet binnen een maand nadat het bedrag opeisbaar is geworden aan de vereniging heeft voldaan, is hij zonder dat enige ingebrekestelling is vereist in verzuim en is hij over dat bedrag, van de datum van opeisbaarheid af, een rente verschuldigd, berekend op basis van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 van het Burgerlijk Wetboek, met een minimum van tien euro ( 10,00) of zoveel meer als de vergadering telkenjare mocht vaststellen. Het bestuur is bevoegd dit bedrag te matigen. Artikel 41 is niet van toepassing. 2. Indien een eigenaar het bedrag van zijn definitieve bijdrage niet binnen zes maanden na verloop van de termijn als bedoeld in artikel 12 vierde lid heeft voldaan, wordt zijn schuld omgeslagen over de andere eigenaars in de onderlinge verhouding als is bepaald in artikel 8, ongeacht de maatregelen die jegens de nalatige eigenaar kunnen worden genomen en onverminderd recht van verhaal van de andere eigenaars op eerstgenoemde. 3. Een eigenaar is verplicht alle door de vereniging gemaakte kosten, die van rechtskundige bijstand daaronder begrepen, voor het verhalen van het door die eigenaar aan de vereniging verschuldigde, zowel in als buiten rechte, aan de vereniging te vergoeden. Ten aanzien van de hoogte van deze kosten gedraagt de eigenaar zich zonder voorbehoud naar de opgave daaromtrent van het bestuur of de administratief beheerder van de vereniging onder overlegging van facturen of andere bescheiden waaruit de hoogte van deze kosten blijkt. Artikel 14 1. Voor het geval een appartementsrecht aan meer eigenaars gezamenlijk toebehoort, zijn die eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de verplichtingen die uit de gerechtigdheid tot dat appartementsrecht voortvloeien. 2. Indien een recht van erfpacht, vruchtgebruik, of van gebruik en/of bewoning op een privé gedeelte respectievelijk appartementsrecht is gevestigd, treedt de beperkt gerechtigde in de plaats van de eigenaar ten aanzien van de aansprakelijkheid voor de gezamenlijke schulden en kosten, tenzij bij de akte van vestiging van het recht anders is bepaald. E. Verzekeringen Artikel 15 1. Met inachtneming van het bepaalde in artikel 15 van het reglement van de hoofdsplitsing is het bestuur verplicht tot het zonodig aangaan van een aanvullende verzekering tegen water-, storm-, brand- en ontploffingsscha-

110 de. Het bestuur zal tevens een verzekering afsluiten voor de wettelijke aansprakelijkheid die kan ontstaan voor de vereniging en voor de eigenaars als zodanig. Voorts zal de vergadering bevoegd zijn te besluiten tot het aangaan van verzekeringen tegen andere gevaren of tegen de wettelijke aansprakelijkheid van een bestuurder. Indien het een aanvullende verzekering betreft, dient deze te worden aangegaan bij dezelfde verzekeraar die de verzekering met het bestuur van de hoofdvereniging is aangegaan. 2. Het bedrag van de verzekeringen wordt vastgesteld door de vergadering. Het zal wat de opstalverzekering betreft moeten overeenstemmen met de herbouwkosten van het in de ondersplitsing betrokken gedeelte van het gebouw. De vraag of deze overeenstemming bestaat, zal periodiek gecontroleerd moeten worden in overleg met de verzekeraar. 3. Verzekeringsovereenkomsten worden door het bestuur afgesloten ten name van de vereniging en de gezamenlijke eigenaars. Het is daartoe, voor zover het betreft de in de eerste zin van het eerste lid bedoelde verzekeringen, slechts bevoegd indien het bepaalde in het vijfde lid wordt nageleefd. 4. De eigenaars verbinden zich de uit hoofde van de verzekeringsovereenkomsten als bedoeld in de eerste zin van het eerste lid uit te keren schadepenningen, indien deze een bedrag gelijk aan één procent van de verzekerde waarde van het in de ondersplitsing betrokken gedeelte van het gebouw te boven gaan, te doen plaatsen op een voor de financiering van het herstel van de schade krachtens besluit van de vergadering door het bestuur te openen afzonderlijke rekening ten name van de vereniging, die de op deze rekening gestorte gelden zal houden voor de eigenaars. Deze gelden dienen steeds bestemd te blijven voor het herstel of de wederopbouw, onverminderd artikel 5:136 vierde lid van het Burgerlijk Wetboek. In geval van toepassing van het bepaalde in laatstgenoemde artikel zal, indien een eigenaar zich heeft schuldig gemaakt aan een daad of verzuim welke krachtens de wet of de verzekeringsvoorwaarden gehele of gedeeltelijke ongehoudenheid van de verzekeraar tot uitkering van de schadepenningen tot gevolg zou hebben, de uitkering van het aandeel van de desbetreffende eigenaar dienen te geschieden aan de verzekeraar. 5. Het bestuur dient ervoor te zorgen, dat de verzekeringsovereenkomsten als bedoeld in de eerste zin van het eerste lid de volgende clausule bevatten: "Zolang de eigendom van het hierbij verzekerde gebouw gesplitst is in appartementsrechten, gelden de volgende aanvullende voorwaarden. Een daad of verzuim van een eigenaar, welke krachtens de wet of de verzekeringsvoorwaarden gehele of gedeeltelijke ongehoudenheid van ondergetekenden tot uitkering van de schadepenningen tot gevolg zou hebben, laat de uit deze polis voortvloeiende rechten onverlet. Niettemin zal de maatschappij in zodanig geval gerechtigd zijn, mits zij voor de uitkering de wens daartoe te kennen heeft gegeven, een aandeel in de schadepenningen overeenkomende met het aandeel waarin de des-

111 betreffende eigenaar in de gemeenschap gerechtigd is, van deze terug te vorderen. Ingeval van toepassing van artikel 5:136 vierde lid van het Burgerlijk Wetboek zal de uitkering van het aandeel in bedoeld geval in plaats van aan de eigenaar geschieden aan de maatschappij. Gaat de verschuldigde uitkering een bedrag van elfduizend driehonderd vijfenveertig euro ( 11.345,00) te boven, dan geschiedt zij op de wijze te bepalen door de vergadering van eigenaars, zulks blijkende uit een door het bestuur gewaarmerkt afschrift van de notulen van de vergadering. Door uitkering overeenkomstig de voorwaarden dezer polis zal de maatschappij tegenover alle belanghebbenden volledig zijn gekweten". 6. In geval door de vergadering in overleg met de hoofdvereniging besloten wordt tot herstel of herbouw, is het bepaalde in artikel 5:136 tweede tot en met vierde lid van het Burgerlijk Wetboek en artikel 5:138 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing, met dien verstande dat uitkering van het aan iedere eigenaar toekomende aandeel in de schadepenningen aan deze, voorzover het bepaalde in het vierde lid niet van toepassing is, slechts zal kunnen geschieden met toestemming van degenen die op het desbetreffende appartementsrecht een recht van hypotheek hebben. 7. Indien de schadepenningen niet toereikend blijken te zijn voor herstel of herbouw, draagt iedere eigenaar bij in het tekort, in de verhouding als is bepaald in artikel 8 tweede lid, onverminderd het verhaal op degene die voor de schade aansprakelijk is. 8. Iedere eigenaar is bevoegd een aanvullende verzekering te sluiten. In het geval van een verandering in het privé gedeelte als bedoeld in artikel 5:119 van het Burgerlijk Wetboek is het bestuur tot het sluiten van een aanvullende verzekering verplicht. Iedere eigenaar is verplicht de vereniging onverwijld van een verandering in het privé gedeelte schriftelijk in kennis te stellen. Leidt de verandering tot een wijziging van de verzekeringspremie dan komt het verschil voor rekening van de desbetreffende eigenaar. 9. Indien in verband met het gebruik dat van een privé-gedeelte wordt gemaakt respectievelijk ten gevolge van de inrichting van een privégedeelte een hogere dan normale premie voor de opstalverzekering aan de vereniging in rekening wordt gebracht voor het gebouw, zal het meerdere boven de normale premie voor rekening zijn van de desbetreffende eigenaar. Indien voor belendende privé-gedeelten van appartementsrechten eveneens in verband met dat gebruik respectievelijk de inrichting een hogere dan normale premie voor de opstalverzekering in rekening wordt gebracht, kan de vereniging ten behoeve van de andere eigenaars bedingen dat de betreffende eigenaar deze meerdere premie zal vergoeden. F. Gebruik, beheer en onderhoud van de gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken Artikel 16 1. De vereniging voert het beheer over - en draagt de zorg voor het onderhoud van - de gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken.

112 Zij kan dat beheer en die zorg uitbesteden. 2. Bij huishoudelijk reglement kan het gebruik, het beheer en het onderhoud van de gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken nader worden geregeld. Noch de gezamenlijke eigenaars, noch de vereniging is aansprakelijk voor diefstal van bezittingen in privé gedeelte(n) of schade toegebracht aan privé gedeelte(n) of bezittingen daarin. Artikel 17 1. Tot de gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken worden onder meer gerekend, voor zover aanwezig en vallende onder het hoofdappartementsrecht: a. de grond, de funderingen, de dragende muren, de kolommen, het geraamte van het gebouw, het ruwe metselwerk, de gevels (daaronder begrepen de gevelbeplatingen en dilataties), de balkonconstructies, de galerijen, de daken (inclusief de waterkerende lagen), de dakbedekking, de dakkapellen, de schoorstenen, de rook- en ventilatiekanalen, de vuilstortkokers, de lift- en leidingschachten, alsmede de vloeren (met uitzondering van de afwerklagen in de privé gedeelten) en de wanden die de scheiding vormen tussen gemeenschappelijke gedeelten of tussen (een) gemeenschappelijk(e) gedeelte(n) en (een) privé gedeelte(n) of tussen privé gedeelten; b. het hek- en traliewerk (voorzover geen privé tuinafscheiding), de borstweringen, de (vlucht-)trappen, de entrees, de hallen, de gangen, de trappenhuizen, de hellingbanen, de algemene bergingen, de fietsenbergingen, de containerruimten, de ruimten voor de energievoorzieningen, de liftmachines, de(stads-)verwarminginstallatie en de warmwaterinstallatie (voor zover geen eigendom van derden), de hydrofoorinstallaties en de vuilcontainers; c. de plafonds en overige afwerklagen en de bekleding van de vloeren en de wanden die zich niet bevinden in een privé gedeelte, alsmede de plafonds en afwerklagen van de vloeren van de balkons, ook voor zover aanwezig binnen een privé gedeelte; d. zowel de raamkozijnen met de glazen ramen en de sponningen als de deurkozijnen met de deuren en drempels (waaronder zijn begrepen schuifpuien met schuifdeuren) die zich bevinden in de (al dan niet aan balkons of terrassen grenzende) gevels en/of in de wanden die de scheiding vormen tussen gemeenschappelijke gedeelten of tussen (een) gemeenschappelijk(e) gedeelte(n) en een privé gedeelte, alsmede het bij een en ander behorende (standaard) hang- en sluitwerk; e. de energie besparende voorzieningen in of aan de gemeenschappelijke gedeelten en/of de gemeenschappelijke zaken; f. de installaties met de daarbij behorende leidingen, voorzieningen en overige werken, van: - de lift(en); - de hydrofoor/-foren;

113 - de (stads-)verwarming dan wel (gecombineerde) blokverwarming en/of warm watervoorziening, met inbegrip van de radiatoren, radiatorkranen en warmtemeters in een privé gedeelte (voor zover geen eigendom van derden); - de luchtbehandeling en de ventilatie; - de rook- en branddetectie en de brandbestrijding; - de bliksembeveiliging of andersoortige centrale aarding; - de algemene beveiliging; - de gemeenschappelijke verlichting; die niet bestemd zijn om uitsluitend te worden gebruikt door de eigenaar of gebruiker van - of niet uitsluitend dienstbaar zijn aan - één privé gedeelte; g. de leidingen voor: - de afvoer van hemelwater, gootwater en fecaliën, voor zover niet uitsluitend dienstbaar aan één privé gedeelte; - het transport van gas, water, elektriciteit en telefoon-, audio- en videosignalen vanaf de aansluitingen op de dienstleidingen tot aan een meterkast van een privé gedeelte; h. de huisbel- en deuropenerinstallatie (centrale panelen voorzien van drukknoppen, intercom, videofoon, naamkaarthouders) ook voor zover deze zich in de privé gedeelten bevinden, met de daarbij behorende leidingen, voorzieningen en overige werken, alsmede de brievenbussen; i. de overige collectieve voorzieningen, alles voor zover niet anders op de tekening is aangegeven en zover niet in lid 2 anders is bepaald. 2. Tot de gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken worden niet gerekend: a. de leidingen voor: - de afvoer van hemelwater, gootwater en fecaliën, voor zover uitsluitend dienstbaar aan één privé gedeelte; - het transport van gas, water, elektriciteit en telefoon-, audio- en videosignalen in een privé gedeelte vanaf de meterkast; b. de installaties met de daarbij behorende leidingen, voorzieningen en overige werken voor de zelfstandige verwarming en koeling van een privé gedeelte; c. voorzover zich bevindend in of dienstbaar aan een privé gedeelte: de installaties en andere zaken die door of namens een eigenaar of gebruiker van een appartementsrecht "bevoegdelijk" zijn aangebracht (in, op of aan een gemeenschappelijke gedeelte); d. al die zaken die bestemd zijn om uitsluitend te worden gebruikt door de eigenaar of gebruiker van of uitsluitend dienstbaar zijn aan één privé gedeelte, voor zover niet anders in het reglement vermeld of met inachtneming van het bepaalde in artikel 18 als zodanig gekwalificeerd.

114 3. De in het tweede lid bedoelde zaken maken deel uit van het desbetreffende privé gedeelte. 4. Op nieuwe gemeenschappelijke gedeelten en zaken, zoals nieuwe gemeenschappelijke installaties, is het voorgaande van toepassing, met ingang van de dag van aanbrenging daarvan. Artikel 18 Indien er twijfel bestaat of een gedeelte van het gebouw of de grond waarop het hoofdappartementsrecht betrekking heeft dan wel een zaak al dan niet tot de gemeenschappelijke gedeelten en/of de gemeenschappelijke zaken behoort, wordt hierover beslist door de vergadering. Artikel 19 De vergadering kan besluiten een gemeenschappelijke installatie te verwijderen. Alle bepalingen over gemeenschappelijke installaties zijn vanaf dat moment ten aanzien van de verwijderde installatie niet meer van toepassing. Hetzelfde geldt voor andere gemeenschappelijke zaken. Indien gemeenschappelijke zaken mede betrekking hebben op gemeenschappelijke zaken krachtens het reglement van de hoofdsplitsing, geldt het vorenstaande uitsluitend indien de hoofdvereniging met verwijdering instemt. Artikel 20 1. Iedere eigenaar en gebruiker heeft het (mede)gebruik van de gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken volgens de bestemming daarvan. Deze bestemming moet in overeenstemming zijn met het bepaalde in de akte van hoofdsplitsing. Iedere eigenaar en gebruiker is verplicht de nodige zorgvuldigheid in acht te nemen met betrekking tot de gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken, ook wanneer die zich in zijn privé gedeelte bevinden. Hij mag geen inbreuk maken op het recht van medegebruik van de andere eigenaars en gebruikers en van de eigenaars en gebruikers van de overige in de hoofdsplitsing betrokken appartementsrechten. 2. In afwijking van het in de eerste zin van het eerste lid bepaalde kan in het reglement worden bepaald dat aan de eigenaar van één of meer appartementsrechten niet het gebruik van een bepaald gemeenschappelijk gedeelte of een bepaalde gemeenschappelijke zaak toekomt. In dat geval behoeft de desbetreffende eigenaar niet bij te dragen in de schulden en kosten die betrekking hebben op dat gemeenschappelijke gedeelte of die gemeenschappelijke zaak. Artikel 21 1. Iedere eigenaar en gebruiker is verplicht zich te onthouden van luidruchtigheid, het onnodig verblijf in de gemeenschappelijke gedeelten, voor zover deze niet voor het verblijf voor korte of lange tijd bestemd zijn, en het plaatsen van voertuigen of andere voorwerpen op plaatsen die hiervoor niet zijn bestemd. Het deponeren en opslaan van (huis)vuil in de stallingsgarage, in de bergingsgangen en overige gemeenschappelijke ruimten is niet toegestaan.

115 2. De wanden en/of plafonds van de gemeenschappelijke gedeelten mogen niet worden gebruikt voor het ophangen van schilderijen, afbeeldingen of andere voorwerpen, en het aanbrengen van decoraties en dergelijke. 3. De vergadering kan tot de in het eerste en tweede lid genoemde handelingen toestemming. 4. Uit het oogpunt van veiligheid is het niet toegestaan om op enigerlei wijze de doorgang door de gemeenschappelijke ruimten, in het bijzonder vluchtwegen, door het plaatsen van voorwerpen of andere obstakels (voertuigen, vuilniszakken en al of niet verplaatsbare bloembakken daaronder begrepen) te belemmeren. Artikel 22 1. Iedere op-, aan-, onder- of bijbouw zonder voorafgaande toestemming van de vergadering is verboden. Dit geldt ook als een eigenaar een recht van erfpacht of van opstal wenst te vestigen. 2. Het zichtbaar aanbrengen in of aan het gebouw van naamborden, reclameaanduidingen, uithangborden, zonweringen, windschermen, vlaggen, spandoeken, bloembakken, schijnwerpers, (schotel)antennes, antennes van zendamateurs, luchtbehandelings- en koelinstallaties en in het algemeen van uitstekende voorwerpen, alsmede het in het zicht hangen van wasgoed, mag slechts geschieden met toestemming van de vergadering of volgens regels te bepalen in het huishoudelijk reglement. 3. De eigenaars en gebruikers mogen zonder toestemming van de vergadering geen veranderingen aanbrengen in de gemeenschappelijke gedeelten of aan de gemeenschappelijke zaken, ook als deze zich in privé gedeelten bevinden. Artikel 23 1. De eigenaars en gebruikers mogen zonder toestemming van de vergadering geen verandering aanbrengen, waardoor het architectonisch uiterlijk of de constructie van het gebouw gewijzigd zou worden. De toestemming kan niet worden verleend indien de hechtheid van het gebouw door de verandering in gevaar kan worden gebracht. 2. De vergadering zal haar toestemming als bedoeld in lid 1 niet onthouden indien het bouwkundige wijzigingen betreft die de privé gedeelten van de overige appartementsrechten niet nadelig beïnvloeden, de hechtheid van het gebouw niet in gevaar brengen en overigens is voldaan aan alle vereisten die door publiekrechtelijke voorschriften worden gesteld. Voor zover de wijziging leidt tot wijziging van het architectonisch uiterlijk van het gebouw, blijft de toestemming van de vergadering evenwel op dat punt nodig. 3. Indien bouwkundige wijzigingen die met inachtneming van de in het vorige lid gestelde eisen zijn aangebracht een wijziging van de begrenzing als bedoeld in artikel 5:109 lid 2 Burgerlijk Wetboek en/of een goederenrechtelijke situatie tot gevolg hebben, waardoor een wijziging van de splitsingstekening en/of dit reglement noodzakelijk is, zullen de eigenaars van de overige appartementsrechten hieraan hun

116 medewerking niet onthouden. 4. De kosten die samenhangen met de in het tweede en derde lid van dit artikel bedoeld wijzigingen, alsmede de wijziging van de splitsingstekening en/of dit reglement als bedoeld in het vorige lid zijn voor rekening van de eigenaar of gebruiker die de betreffende bouwkundige wijzigingen heeft aangebracht. 5. In afwijking van het in het eerste lid en het derde lid van artikel 22 bepaalde is de eigenaar die gerechtigd is tot twee of meer direct horizontaal en/of verticaal aan elkaar grenzende privé gedeelten, na verkregen toestemming van het bestuur, bevoegd om de tussen die privé gedeelten aanwezige (gemeenschappelijke) scheidingswand(en), respectievelijk (gemeenschappelijke) vloer(en) geheel of gedeeltelijk te verwijderen en/of - indien zodanige wanden, dan wel vloer(en) (nog) niet zijn aangebracht - verwijderd te houden, mits deze scheidingswand(en), dan wel vloer(en) geen dragende functie heeft/hebben in de constructie van het gebouw. Deze bevoegdheid eindigt zodra de eigenaar niet meer gerechtigd is tot de desbetreffende aan elkaar grenzende privé gedeelten, in welk geval de eigenaar gehouden is de begrenzing van de desbetreffende privé gedeelten te brengen in de oorspronkelijke toestand door het (her)plaatsen van de scheidingswand(en) dan wel vloer(en) in een zoveel mogelijk gelijkwaardige technische uitvoering als de overige scheidingswanden dan wel vloer(en) van genoemde privé gedeelten. Van het voornemen tot het verwijderen van dergelijke niet dragende scheidingswand(en) dan wel vloer(en) en in geval van (her)plaatsing, dient het bestuur vooraf door de desbetreffende eigenaar(s) schriftelijk in kennis te worden gesteld. Het bestuur kan nadere eisen stellen ten aanzien van het verwijderen van de scheidingswand(en) dan wel vloer(en) en het (her-)plaatsen ervan voor wat betreft afwerking, kwaliteit en (geluids-)isolatie. De desbetreffende eigenaar en diens rechtsopvolgers zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de nakoming van het in dit lid bepaalde. 6. Voor zover de in het tweede lid bedoelde aan elkaar grenzende privé gedeelten bij dezelfde gebruiker in gebruik zijn, terwijl de desbetreffende appartementsrechten aan twee of meer eigenaars toebehoren, kan het bestuur ontheffing van de in het tweede lid bedoelde gehoudenheid tot (her- )plaatsing van de scheidingswand(en) dan wel scheidingsvloer(en) verlenen. Artikel 24 Toestemmingen en ontheffingen als bedoeld in de artikelen 21, 22 en 23 kunnen uitsluitend worden verleend na vooraf verkregen goedkeuring van de hoofdvereniging. Aan een gegeven toestemming of ontheffing kunnen voorwaarden worden verbonden. Toestemmingen en ontheffingen kunnen worden gewijzigd en worden ingetrokken. De in de artikelen 21, 22 en 23 bedoelde toestemmingen of ontheffingen mogen niet op onredelijke gronden worden gewijzigd of worden ingetrokken.

117 G. Gebruik, beheer en onderhoud van de privé gedeelten Artikel 25 1. Iedere eigenaar en gebruiker is verplicht het privé gedeelte te gebruiken overeenkomstig de bestemming als bij dat appartementsrecht is omschreven. Deze bestemming moet in overeenstemming zijn met het bepaalde in de akte van hoofdsplitsing. Een gebruik dat afwijkt van deze bestemming is slechts geoorloofd met toestemming van de vergadering. Een parkeerplaats mag uitsluitend voor het stallen van rijklare motorvoertuigen met normaal gebruikelijke afmetingen worden gebruikt. De parkeerplaatsen mogen niet worden bebouwd en niet worden voorzien van een hekwerk tenzij de vergadering van eigenaars anders beslist. Ook mogen de parkeerplaatsen niet worden gebruikt als opslagruimte voor privé- of bedrijfsdoeleinden. Tevens is het deponeren en opslaan van (huis)vuil op de parkeerplaatsen niet toegestaan. Het deponeren en opslaan van (huis)vuil is alleen toegestaan op de daarvoor aangewezen plaatsen. Voorts is het niet toegestaan in de stallingsgarage motorvoertuigen te wassen, aan motorvoertuigen te sleutelen, olie te verversen en dergelijke. 2. Bij huishoudelijk reglement kan het gebruik, het beheer en het onderhoud van de privé gedeelten nader worden geregeld. 3. Het gebruik, het beheer en het onderhoud dient voorts te geschieden met inachtneming van het bepaalde in het reglement van de hoofdsplitsing. Artikel 26 1. Het is slechts geoorloofd met toestemming van de vergadering de vloer van de privégedeelten van aard of hoedanigheid te wijzigen. 2. De eigenaars en gebruikers mogen zonder toestemming van de vergadering geen open vuur/haardinstallaties aanleggen. 3. Bestaande situaties ten tijde van de splitsing respectievelijk ten tijde van de oplevering van het gebouw, dienen te worden geduld. Artikel 27 Opslag van andere dan voor normaal huishoudelijk gebruik bestemde (brand)gevaarlijke, ontplofbare dan wel verontreinigende stoffen en/of materialen is uitsluitend geoorloofd na verkregen schriftelijke toestemming van het bestuur. Het bestuur kan deze toestemming slechts verlenen zover deze opslag geschiedt in speciaal daartoe ingerichte opslagkluizen/tanks en deze opslag in verband met verzekering tijdig is gemeld bij de verzekeraar. De extra verschuldigde premie voor de opstalverzekering als gevolg van het hebben en houden van deze hiervoor bedoelde stoffen is voor rekening van de desbetreffende eigenaar. Artikel 28 1. Iedere eigenaar en gebruiker is verplicht zijn privé gedeelte behoorlijk te onderhouden. Tot dat onderhoud behoort met name herstel, vernieuwing en vervanging, het schilder-, behang- en tegelwerk, het onderhoud van de plafonds en van de afwerklagen van de vloeren met uitzondering van de

118 niet inpandige balkons, het stucwerk en de privé binnendeuren (waaronder begrepen hang- en sluitwerk), het schoonhouden en ontstoppen van alle sanitair en leidingen met uitzondering van de leidingen als bedoeld in artikel 17 eerste lid onder g. Tot dat onderhoud behoort tevens het schilderwerk van die zijden van deuren en raamkozijnen met glas als bedoeld in artikel 17 eerste lid onder d die zich in gesloten toestand in het privé gedeelte bevinden. 2. Iedere eigenaar en gebruiker dient er voor zorg te dragen dat de gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken die zich in zijn privé gedeelte bevinden te allen tijde goed bereikbaar zijn. 3. Indien voor het verrichten van een handeling met betrekking tot een ander privé gedeelte of met betrekking tot de gemeenschappelijke gedeelten of de gemeenschappelijke zaken, de toegang tot of het gebruik van een privé gedeelte naar het oordeel van het bestuur noodzakelijk is, is iedere desbetreffende eigenaar en gebruiker verplicht hiertoe zijn toestemming en medewerking te verlenen. De eigenaar en gebruiker van het appartementsrecht ten behoeve waarvan de toegang tot een ander privé gedeelte is vereist, is verplicht hiervan vooraf tijdig mededeling te doen aan de eigenaar en gebruiker van dat andere privé gedeelte. Schade die uit vermelde toegang en/of het gebruik voortvloeit, wordt door de eerste eigenaar en gebruiker aan de andere eigenaar en gebruiker van het privé gedeelte vergoed. Eventuele schade die hieruit voortvloeit, wordt door de eigenaar van het andere appartementsrecht respectievelijk de vereniging vergoed. 4. Indien wordt besloten tot vervanging of tot herstel van dakbedekking onder de privé terrassen dient die eigenaar het daarop aanwezige beloopbaar oppervlak (zoals betegeling of kunstgras) voor eigen rekening te verwijderen en te herstellen. De desbetreffende eigenaar komt mitsdien geen recht op schadevergoeding toe als hiervoor in het derde lid is bepaald. 5. De eigenaars en de gebruikers zijn verplicht een bestuurder of de door het bestuur aan te wijzen personen toegang tot de privé gedeelten te verschaffen, wanneer dit voor de vervulling van de taak van het bestuur noodzakelijk is. 6. Glasschade in of aan een privé gedeelte komt voor rekening van iedere betrokken eigenaar en gebruiker indien en voorzover er geen verzekering bestaat in de zin van artikel 15 of van artikel 15 van het reglement van de hoofdsplitsing. Indien en voorzover wel een zodanige verzekering bestaat, draagt het bestuur zorg voor de reparatie. Artikel 29 Iedere eigenaar en gebruiker is verplicht de gemeenschappelijke technische installaties en de bijbehorende leidingen en andere gemeenschappelijke zaken als bedoeld in artikel 17 eerste lid, alsmede de privéleidingen ten tijde van de oplevering van het gebouw en de privéleidingen die later worden aangebracht, te gedogen. Artikel 30

119 1. Alle privé gedeelten, met uitzondering van de zich daarin bevindende gemeenschappelijke gedeelten en/of gemeenschappelijke zaken (ook die van de hoofdsplitsing), zijn voor rekening en risico van de betrokken eigenaar. 2. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor schade die veroorzaakt is door een evenement dat buiten de betrokken privé gedeelten heeft plaatsgehad. In dat geval komt de schade aan dat privé gedeelte voor de eigenaars gezamenlijk, onverminderd hun verhaal op degene die voor de schade aansprakelijk is. 3. Alle zich in de privé gedeelten bevindende gemeenschappelijke gedeelten en/of gemeenschappelijke zaken zijn voor rekening en risico van de eigenaars gezamenlijk, onverminderd hun verhaal op degene die voor de schade aansprakelijk is. 4. Alle zich in het privé gedeelte bevindende voorzieningen die zijn bestemd ten behoeve van een ander privé gedeelte, zijn en blijven voor rekening en risico van de eigenaar van het appartementsrecht ten behoeve waarvan deze voorzieningen bestemd zijn. Artikel 31 1. Iedere eigenaar en gebruiker die recht heeft op het gebruik van een privé gedeelte voor zover bestemd tot tuin, is verplicht deze voor zijn rekening als tuin aan te leggen en te onderhouden met inachtneming van de besluiten van de vergadering en van het bepaalde in het huishoudelijk reglement. Hieronder is begrepen het onderhoud, het herstel, de vernieuwing en de vervanging van erfafscheidingen, bergruimten en schuren. 2. De privé terrassen en balkons zullen uitsluitend als zodanig mogen worden gebruikt en hierop zullen nimmer zware plantenbakken/bouwsels, aarde en dergelijke mogen worden aangebracht welke het draagvermogen van die terrassen, het onderliggende dak en balkons overtreffen, zulks ter voorkoming van schade aan de balkons, plafonds en daken. Tevens zullen op de terrassen en balkons geen beplantingen mogen worden aangebracht, waarvan men redelijkerwijs kan verwachten dat na volgroeiing alsnog het draagvermogen wordt overschreden of dat die beplanting dusdanig uitgroeit dat de lichtinval van de overige gedeelten niet meer optimaal is. 3. Het is niet geoorloofd zonder toestemming van de vergadering opgaand hout in de tuin te hebben, waardoor het uitzicht van de andere eigenaars of gebruikers en het ontvangen van licht en lucht door de ramen en openingen van het gebouw zouden worden belemmerd. Evenmin is het geoorloofd zonder deze toestemming auto's, caravans, schuurtjes, bergingen, dierenhokken, carports, boten, trailers, tenten en dergelijke in de tuin te plaatsen. 4. Het is evenmin zonder toestemming van de vergadering geoorloofd tegen de muren planten of heesters te laten opgroeien tot voorbij vijftig centimeter beneden het laagste raamkozijn van de eerste verdieping van het gebouw. Artikel 32 Toestemmingen als bedoeld in de artikelen 25, 26, 27 en 31 kunnen uitsluitend

120 worden verleend na vooraf verkregen goedkeuring van de hoofdvereniging. Aan een gegeven toestemming kunnen voorwaarden worden verbonden. Toestemmingen kunnen worden gewijzigd en worden ingetrokken. De in de artikelen 25, 26, 27 en 31 bedoelde toestemmingen mogen niet op onredelijke gronden worden gewijzigd of worden ingetrokken. Artikel 33 Het in de artikelen 26 tot en met 31 bepaalde kan bij huishoudelijk reglement nader worden geregeld. H. Het door een eigenaar zelf in gebruik nemen van zijn privé gedeelte Artikel 34 1. Iedere eigenaar en gebruiker heeft het recht op uitsluitend gebruik van zijn privé gedeelte. 2. Een eigenaar behoeft geen toestemming om met zijn huisgenoten zijn privé gedeelte in gebruik te nemen, of om een tot dusver niet tot zijn huisgenoten behorend persoon bij zich te doen inwonen. 3. Ten aanzien van het in gebruik geven van een privé gedeelte aan een gebruiker is het in de artikelen 35 tot en met 38 bepaalde van toepassing. 4. Het gebruik van een privé gedeelte is mede onderworpen aan het bepaalde in het reglement van de hoofdsplitsing. I Het in gebruik geven door een eigenaar van zijn privé gedeelte aan een gebruiker Artikel 35 1. Een eigenaar kan de aan zijn appartementsrecht verbonden gebruiksrechten door een ander laten uitoefenen, mits hij er voor zorgdraagt dat die ander het gebruik slechts verkrijgt na ondertekening van en afgifte aan het bestuur van een in tweevoud opgemaakte en gedagtekende verklaring dat hij de bepalingen van het reglement en het eventuele huishoudelijk reglement, alsmede eventuele regels als bedoeld in artikel 5:128 eerste lid van het Burgerlijk Wetboek, voor zover die op een gebruiker betrekking hebben, zal naleven. Een eigenaar wordt geacht aan het in dit lid gestelde te hebben voldaan indien het in de vorige zin van dit lid bepaalde is opgenomen in de overeenkomst waarbij het privé gedeelte met inbegrip van het medegebruik van de gemeenschappelijke gedeelten en/of gemeenschappelijke zaken aan een ander wordt verhuurd of op andere wijze in gebruik wordt gegeven. 2. Van de in het eerste lid bedoelde verklaring respectievelijk kopie of uittreksel van de overeenkomst behoudt zowel de gebruiker als de eigenaar een exemplaar. Op verzoek van het bestuur stelt de eigenaar een kopie van bedoelde verklaring aan het bestuur beschikbaar. 3. De in het eerste lid bedoelde verklaring wordt geacht ook betrekking te hebben op besluiten en bepalingen die eerst na die verklaring worden genomen respectievelijk vastgesteld, tenzij een beroep op die besluiten en bepalingen jegens de gebruiker in strijd zou zijn met de redelijkheid en billijkheid. Artikel 5:128 tweede lid van het Burgerlijk Wetboek is van toepassing.

121 4. Het bepaalde in de voorgaande leden van dit artikel is niet van toepassing op gebruikers ten tijde van de totstandkoming van de splitsing, tenzij de kantonrechter op de voet van artikel 5:128 tweede lid van het Burgerlijk Wetboek anders beslist. 5. Het bestuur zal de gebruiker van iedere aanvulling of verandering van het reglement of het eventuele huishoudelijk reglement, alsmede van eventuele regels als bedoeld in artikel 5:128 van het Burgerlijk Wetboek, op de hoogte stellen, voorzover de aanvulling of verandering redelijkerwijs rechtstreeks van invloed kan zijn op de gebruiker. 6. Niettegenstaande de ingebruikgeving van een privé gedeelte aan een ander, blijft de eigenaar aansprakelijk voor de verplichtingen die uit het reglement voortvloeien en voor de gedragingen van de gebruiker van zijn privé gedeelte. De eigenaar en de gebruiker kunnen gezamenlijk schriftelijk aan het bestuur mededelen dat de door de eigenaar verschuldigde definitieve en voorschotbijdragen door de gebruiker zullen worden voldaan, onverminderd de verplichtingen van de eigenaar tot betaling. 7. Voor de periode dat een of meer professionele beleggingsinstellingen of bedrijfstakpensioenfondsen in de zin van de Pensioenwet en/of vut-fondsen (en/of spaarfondsen) in de zin van het Besluit fondsen en spaarregelingen verzekeringsmaatschappijen en/of een of meer juridische entiteiten waarin uitsluitend dergelijke fondsen participeren eigenaar(s) is (zijn), is het bepaalde in het tweede lid niet van toepassing voor de gebruiker(s) van het (de) aan de (die) fondsen/juridische entiteiten toebehorende appartementsrecht(en), waarbij de verplichting dat de gebruiker de bepalingen van het reglement en het eventuele huishoudelijk reglement, alsmede eventuele regels als bedoeld in artikel 5:128 eerste lid van het Burgerlijk Wetboek, voor zover die op een gebruiker betrekking hebben, zal naleven, van toepassing blijft. 8. Waar in dit artikel gesproken wordt over het reglement, het huishoudelijk reglement en de regels als bedoeld in artikel 5:128 eerste lid van het Burgerlijk Wetboek, worden daaronder mede begrepen het reglement, het huishoudelijk reglement respectievelijk zodanige regels van de hoofdsplitsing. Artikel 36 1. Het bestuur kan te allen tijde verlangen dat de gebruiker zich jegens de vereniging als borg verbindt voor de eigenaar, en wel voor de betaling van hetgeen laatstgenoemde ingevolge het reglement aan de vereniging schuldig is of zal worden. 2. Voormelde borgtocht zal zich slechts uitstrekken tot verplichtingen van de betrokken eigenaar die opeisbaar worden na het tijdstip waarop per aangetekende brief door het bestuur aan de gebruiker is medegedeeld dat de vereniging van de in het vorige lid bedoelde bevoegdheid gebruik wenst te maken. Bovendien zal de gebruiker uit hoofde van de hier bedoelde borgtocht per maand nimmer meer verschuldigd zijn dan een bedrag, overeenkomende met de geschatte maandelijkse huurwaarde van het desbetreffende privé gedeelte.

122 3. Voor de periode dat een of meer professionele beleggingsinstellingen of bedrijfstakpensioenfondsen in de zin van de Pensioenwet en/of vut-fondsen (en/of spaarfondsen) in de zin van het Besluit fondsen en spaarregelingen verzekeringsmaatschappijen en/of een of meer juridische entiteiten waarin uitsluitend dergelijke fondsen participeren eigenaar(s) is (zijn), is het bepaalde in het eerste en tweede lid niet van toepassing voor de gebruiker(s) van het (de) aan de (die) fondsen/juridische entiteiten toebehorende appartementsrecht(en). Artikel 37 1. Een eigenaar is verplicht er voor zorg te dragen, dat zijn privé gedeelte niet betrokken wordt door iemand die de in artikel 35 bedoelde verklaring niet getekend heeft. 2. De gebruiker die zonder de in artikel 35 bedoelde verklaring getekend te hebben of zonder de in artikel 36 bedoelde verplichting te zijn nagekomen een privé gedeelte betrokken heeft dan wel in gebruik houdt, kan door het bestuur hieruit op kosten van de eigenaar worden verwijderd en hem kan het gebruik van de gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken worden ontzegd. 3. Indien iemand zonder enige titel een privé gedeelte betrokken heeft, neemt het bestuur tijdig alle noodzakelijke maatregelen die kunnen leiden tot ontruiming van het privé gedeelte. Ook de eigenaar is verplicht tot het nemen van maatregelen tot ontruiming. Het bestuur gaat niet tot ontruiming over dan nadat het de betrokkene tot ontruiming heeft aangemaand. Aan de betrokkene kan in ieder geval het gebruik van de gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken worden ontzegd. Artikel 38 De artikelen 35 tot en met 37 zijn van overeenkomstige toepassing op de gebruiker die zijn rechten ontleent aan een andere gebruiker. J. Ontzegging van het gebruik van een privé gedeelte Artikel 39 1. Aan de eigenaar die zelf het recht van gebruik uitoefent en die: a. de bepalingen van het reglement, het huishoudelijk reglement, de eventuele regels bedoeld in artikel 5:128 van het Burgerlijk Wetboek of besluiten van de vergadering niet nakomt of overtreedt; b. zich schuldig maakt aan onbehoorlijk gedrag jegens andere eigenaars en/of gebruikers; c. door zijn aanwezigheid in het gebouw aanleiding geeft tot ernstige verstoring van de rust in het gebouw; d. zijn financiële verplichtingen jegens de vereniging niet nakomt; kan door de vergadering een waarschuwing worden gegeven dat, indien hij ondanks deze waarschuwing een of meer van de genoemde gedragingen verricht of voortzet, de vergadering kan overgaan tot de in het volgende lid bedoelde maatregel. 2. Worden een of meer van de in het vorige lid bedoelde gedragingen nogmaals gepleegd of worden deze voortgezet, dan kan de vergadering be-

123 sluiten tot ontzegging van het gebruik van het privé gedeelte dat aan de eigenaar toekomt alsmede van het gebruik van de gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken. 3. De vergadering besluit niet tot het geven van een waarschuwing of besluit niet tot ontzegging van het gebruik dan na verhoor of behoorlijke oproeping van de eigenaar. De oproeping geschiedt tegelijkertijd met de bijeenroeping van de vergadering, en wel bij aangetekende brief met vermelding van de gerezen bezwaren. De eigenaar kan zich ter vergadering doen vertegenwoordigen of doen bijstaan door een raadsman. 4. De in dit artikel bedoelde besluiten moeten worden genomen met overeenkomstige toepassing van artikel 52 vijfde en zesde lid. 5. De in dit artikel bedoelde besluiten worden door het bestuur bij aangetekende brief ter kennis van de belanghebbende en van de op zijn appartementsrecht ingeschreven hypotheekhouders gebracht. De besluiten zullen de gronden vermelden die tot de maatregel hebben geleid. De besluiten worden tevens ter kennis gebracht van het bestuur van de hoofdvereniging. 6. Een besluit tot ontzegging van het hierboven bedoelde gebruik zal niet eerder ten uitvoer mogen worden gelegd dan na verloop van een maand na verzending van de kennisgeving als in het vijfde lid bedoeld. Beroep op de rechter ingevolge artikel 5:130 van het Burgerlijk Wetboek schorst de tenuitvoerlegging van het genomen besluit, tenzij de rechter anders bepaalt. 7. Indien een eigenaar zijn privé gedeelte in gebruik heeft gegeven, is het in de vorige leden bepaalde op de gebruiker van toepassing wanneer deze een gedraging verricht als vermeld in het eerste lid, of indien hij niet voldoet aan de financiële verplichtingen voortvloeiende uit de door hem gestelde borgtocht. 8. Het hiervoor bepaalde laat onverlet het bepaalde in artikel 39 achtste lid van het reglement van de hoofdsplitsing. 9. Het in de vorige leden van dit artikel bepaalde geldt eveneens ten aanzien van een gebruiker die zijn rechten ontleent aan een andere gebruiker. 10. Een besluit tot ontzegging van het gebruik van het privé gedeelte laat onverlet de verplichtingen van de desbetreffende eigenaar en gebruiker uit de wet, dit reglement en indien aanwezig het huishoudelijk reglement voortvloeiend. K. Overdracht van een appartementsrecht Artikel 40 1. Een appartementsrecht kan worden overgedragen. Onder overdracht valt ook toedeling, alsmede vestiging van de beperkte rechten van vruchtgebruik, van gebruik en/of bewoning en van erfpacht of van opstal. Het bestuur is verplicht aan de met de overdracht belaste notaris een aan de akte te hechten verklaring af te geven, welke verklaring een opgave inhoudt van hetgeen de betrokken eigenaar op de dag van de overdracht aan de vereniging schuldig is. De verkrijger is jegens de vereniging niet verder aansprakelijk dan tot het bedrag dat uit de opgave blijkt. De verkla-

124 ring houdt tevens in een opgave van de omvang van het reservefonds en het aandeel daarin van de eigenaar. 2. Ingeval van vestiging van erfpacht, worden de krachtens de wet, de akte en een eventueel huishoudelijk reglement aan de eigenaar toekomende bevoegdheden uitgeoefend door de erfpachter, en zullen de voor rekening van de eigenaar komende verplichtingen voor diens rekening komen, tenzij in de akte van vestiging anders is bepaald. 3. Na overdracht als bedoeld in het eerste lid van dit artikel moet de nieuwe eigenaar of beperkt gerechtigde daarvan onverwijld schriftelijk mededeling doen aan het bestuur, dat zorgdraagt voor kennisgeving aan het bestuur van de hoofdvereniging. Ingeval van vestiging van een beperkt recht als in het eerste lid bedoeld, houdt de mededeling tevens in aan wie het stemrecht toekomt. 4. Onverminderd het in het eerste lid bepaalde zijn voor de terzake het overgedragen appartementsrecht verschuldigde voorschotbijdragen en definitieve bijdragen die voorafgaande aan de overdracht in het lopende of in het voorafgaande boekjaar opeisbaar zijn geworden of zullen worden, de oude en de nieuwe eigenaar hoofdelijk aansprakelijk. 5. Onverminderd het in het eerste lid bepaalde is uitsluitend de oude eigenaar aansprakelijk voor de extra voorschotbijdragen als bedoeld in artikel 52 zevende lid, en de definitieve bijdragen die verschuldigd zijn als gevolg van besluiten van de vergadering als bedoeld in artikel 52 vijfde lid, die tot stand gekomen zijn in het tijdvak gedurende hetwelk hij eigenaar was. Hetzelfde geldt voor bijzondere bijdragen verschuldigd terzake andere rechtsfeiten die in voormeld tijdvak hebben plaatsgehad. 6. Het bestuur draagt zorg dat alle daarvoor in aanmerking komende overeenkomsten op naam van de nieuwe eigenaar gesteld worden. 7. Het bestuur is bevoegd voor de nakoming van de in het eerste, vierde en vijfde lid bedoelde verplichtingen voldoende zekerheid in de vorm van een depot onder de notaris te verlangen. 8. Indien de vereniging terzake de eigendomsovergang een financiële bijdrage verschuldigd is aan de beheerder, komt deze ten laste van de oude eigenaar. 9. De eventuele informatiekosten en toetredingskosten, die slechts mogen dienen ter dekking van de gemaakte kosten, komen ten laste van de nieuwe eigenaar. 10. Indien op het moment van vervreemding van een appartementsrecht nog geen eindafrekening is gemaakt, is het bestuur bevoegd van de eigenaar die vervreemdt een extra voorschotbijdrage te verlangen. Deze extra bijdrage dient als aanvulling op de voorschotbijdrage als bedoeld in lid 4 van dit artikel en wordt begroot naar het te verwachten nadeel, één en ander ter beoordeling van het bestuur. Indien bedoelde extra bijdrage ontoereikend mocht blijken te zijn, blijft het bepaalde in lid 5 van dit artikel onverminderd van kracht. L. Overtredingen Artikel 41

125 1. Bij overtreding of niet-nakoming van een der bepalingen van de wet, van het reglement, van het huishoudelijk reglement of van een besluit van de vergadering door een eigenaar of door een gebruiker, zal het bestuur de betrokkene een schriftelijke waarschuwing doen toekomen per aangetekende brief en hem wijzen op de overtreding of niet-nakoming. 2. Indien de betrokkene binnen een maand geen gevolg geeft aan de waarschuwing kan het bestuur hem een eenmalige of dagboete opleggen van ten hoogste een bedrag dat door de vergadering voor zodanige overtredingen of niet-nakoming is bepaald voor elke overtreding of niet-nakoming, onverminderd de gehoudenheid van de betrokkene tot schadevergoeding, zo daartoe termen aanwezig zijn, en onverminderd de andere maatregelen, welke de vergadering kan nemen krachtens de wet of het reglement. Voor zolang de vergadering van eigenaars het hiervoor bedoelde maximumbedrag van de eenmalige boete of de dagboeten tezamen nog niet heeft vastgesteld, bedraagt dit vijfduizend euro ( 5.000,00). 3. De te verbeuren boeten komen ten bate van de vereniging. 4. Indien het bedrag van de boete niet tijdig wordt voldaan is artikel 13 eerste lid van toepassing. 5. Het vorenstaande laat onverlet het bepaalde in artikel 41 vijfde lid van het reglement van de hoofdsplitsing. Artikel 41a Overal waar in de artikelen 39 tot en met 41 gesproken wordt over het reglement, het huishoudelijk reglement of een besluit van de vergadering, worden daaronder mede begrepen het reglement van de hoofdsplitsing, het huishoudelijk reglement respectievelijk het besluit van de hoofdvereniging. M. Oprichting van de vereniging en vaststelling van de statuten van de vereniging I. Algemene bepalingen Artikel 42 1. Bij deze akte wordt opgericht een vereniging van eigenaars als bedoeld in artikel 5:112 eerste lid onder e van het Burgerlijk Wetboek. 2. De naam van de vereniging luidt: "Vereniging van Eigenaars ondersplitsing Boston en Seattle stallingsgarage afgekort: "VvE ondersplitsing Boston en Seattle stallingsgarage te Rotterdam" en de vereniging is gevestigd te Rotterdam. 3. De vereniging heeft ten doel het beheer van het hoofdappartementsrecht en het behartigen van gemeenschappelijke belangen van de eigenaars, alles voor zover niet vallende onder het doel van de hoofdvereniging. 4. Ter bereiking van haar doel kan de vereniging een appartementsrecht of een ander registergoed in eigendom verkrijgen en dit hypothecair verbinden tot zekerheid voor (een) door haar aan te gane geldlening(en). De vereniging is bevoegd tot overdracht dan wel tot ingebruikgeving aan de eigenaars of aan derden van dat appartementsrecht/registergoed. 5. De vereniging kan vergunningen die betrekking hebben op het gebouw en de grond, alsmede de exploitatie daarvan, aanvragen en op naam houden.

126 6. De vereniging vertegenwoordigt de eigenaars tegenover en in de reglementaire organen van de hoofdsplitsing. Artikel 43 1. De middelen van de vereniging worden gevormd door de bijdragen van de eigenaars verschuldigd krachtens het reglement, alsmede door andere baten. 2. Het bestuur is verplicht de kasmiddelen van de vereniging te plaatsen bij een bank op een rekening ten name van de vereniging. 3. De gelden van het reservefonds worden gedeponeerd op een afzonderlijke bankrekening ten name van de vereniging. 4. De vergadering kan besluiten tot belegging van de gelden van het reservefonds, welke belegging dient te geschieden met inachtneming van algemeen aanvaarde bedrijfseconomische eisen op beleggingsgebied als rentabiliteit, solvabiliteit, risicospreiding en afstemming op het doel van het reservefonds. Artikel 44 Het boekjaar is het boekjaar van de hoofdvereniging. II. De vergadering Artikel 45 1. De vergaderingen worden gehouden op een door het bestuur vast te stellen plaats in de gemeente waar de in de hoofdsplitsing betrokken grond is gelegen, bij voorkeur in de nabijheid van het gebouw. 2. Jaarlijks wordt, binnen zes (6) maanden na afloop van het boekjaar, een vergadering gehouden, de Jaarvergadering. In deze vergadering legt het bestuur, in overeenstemming met het bepaalde in artikel 12 tweede lid, de jaarrekening ter vaststelling aan de vergadering over. Tevens brengt het bestuur in deze vergadering zijn jaarverslag uit. 3. Vergaderingen worden voorts gehouden zo dikwijls het bestuur, de raad van commissarissen of de voorzitter zulks nodig acht, alsmede indien een aantal eigenaars dat tenminste tien procent van het aantal stemmen kan uitbrengen zulks schriftelijk verzoekt aan het bestuur. Het bestuur is verplicht een vergadering bijeen te roepen indien een oproeping tot een vergadering van eigenaars van de hoofdsplitsing is ontvangen, en wel op een zodanige termijn dat die vergadering wordt gehouden vóór de vergadering van eigenaars van de hoofdsplitsing. 4. Indien een door eigenaars verlangde vergadering niet door het bestuur wordt bijeengeroepen op een zodanige termijn, dat de verlangde vergadering binnen vier weken na ontvangst van het verzoek wordt gehouden, zijn de verzoekers bevoegd zelf een vergadering bijeen te roepen met inachtneming van dit reglement. 5. De vergadering benoemt al dan niet uit de eigenaars de voorzitter. Tenzij bij de benoeming anders is bepaald wordt de voorzitter voor onbepaalde tijd benoemd. Hij kan te allen tijde door de vergadering worden ontslagen. 6. De voorzitter is belast met de leiding van de vergadering; bij zijn afwezigheid voorziet de vergadering zelf in haar leiding.

127 7. Indien het bestuur uit meer dan één persoon bestaat, kunnen de functies van voorzitter van het bestuur en voorzitter van de vergadering in één persoon verenigd zijn. In dat geval zullen alle bepalingen in dit reglement of een eventueel huishoudelijk reglement welke een machtiging van het bestuur door de voorzitter voorschrijven voor niet geschreven worden gehouden. 8. De oproeping ter vergadering vindt schriftelijk plaats met een termijn van tenminste vijftien dagen - de dag van oproeping en van vergadering daaronder niet gerekend - en wordt verzonden naar de werkelijke of, in overeenstemming met artikel 1:15 van het Burgerlijk Wetboek, de gekozen woonplaats van de eigenaars; zij bevat de opgave van de onderwerpen van de agenda alsmede de plaats en het tijdstip van de vergadering. Elke eigenaar is tot uiterlijk zeven dagen voor de vergadering en mits bij schriftelijke kennisgeving aan het bestuur - dan wel per fax of e-mail - bevoegd onderwerpen op de agenda te laten plaatsen. Het bestuur is alsdan verplicht onverwijld de overige eigenaars hiervan in kennis te stellen. Geschiedt de oproeping op grond van het derde lid, laatste zin, dan houdt de agenda ook de punten van de agenda van de vergadering van eigenaars van de hoofdsplitsing in. 9. Alle ter vergadering aanwezige stemgerechtigden zijn verplicht een presentielijst te tekenen. Deze presentielijst is bepalend voor het quorum. De gevolmachtigde tekent de presentielijst namens de volmachtgever. Artikel 46 1. Van het verhandelde in de vergadering worden, tenzij hiervan een notarieel proces-verbaal wordt opgemaakt, onderhandse notulen gehouden, welke moeten worden ondertekend door de voorzitter en het bestuur en welke worden vastgesteld in dezelfde of de eerstvolgende vergadering. 2. Het bestuur zendt per post, per fax of per e-mail aan iedere eigenaar binnen twee weken na de vergadering de notulen of het ontwerp daarvan toe. 3. Iedere eigenaar is gerechtigd tot inzage van de notulen. Artikel 47 1. Stemgerechtigd zijn de eigenaars. Bij erfpacht, vruchtgebruik of recht van gebruik en/of bewoning komt het stemrecht toe aan de beperkt gerechtigde, tenzij bij de vestiging van het recht anders is bepaald. Bij het recht van opstal blijft het stemrecht bij de eigenaar, tenzij bij de vestiging van dat recht anders is bepaald. 2. Het totaal aantal stemmen is gelijk aan het aantal appartementsrechten dat in de splitsing is betrokken, zijnde vierhonderd zevenenveertig (447). Per appartementsrecht wordt één (1) stem uitgebracht. 3. Indien een vergadering wordt gehouden (mede) op grond van het bepaalde in artikel 45 derde lid laatste zin wordt elk agendapunt van de vergadering van de hoofdsplitsing ook in de onderhavige vergadering in stemming gebracht. De daarbij blijkende stemverhouding zal, indien in eerstbedoelde vergadering meer stemmen kunnen worden uitgebracht, ook worden toegepast voor het uitbrengen van de stemmen in de vergadering van de hoofdsplitsing, tenzij de vergadering met een meerderheid van twee/derde

128 van de uitgebrachte stemmen beslist de stemmen eensluidend uit te brengen. 4. Een stemgerechtigde kan zijn stemrecht niet uitoefenen bij het nemen van besluiten waarbij aan hem, zijn echtgenoot, geregistreerd partner of bloedverwanten in de rechte lijn, of aan vennootschappen waarin hij, zijn echtgenoot, geregistreerd partner of bloedverwanten in de rechte lijn direct of indirect een meerderheidsbelang hebben, anders dan in hun hoedanigheid van eigenaar, rechten worden toegekend of verplichtingen worden kwijtgescholden. 5. De vergadering kan geen besluiten nemen die strijdig zijn met het reglement of het huishoudelijk reglement van de hoofdsplitsing en de daarop gebaseerde besluiten van de vergadering van de hoofdsplitsing. Artikel 48 1. Indien een appartementsrecht, aan meer eigenaars toekomt zullen dezen hun stemrecht in de vergadering slechts kunnen uitoefenen door middel van één hunner of van een derde, daartoe schriftelijk aangewezen. 2. Indien zij over hun vertegenwoordiging ter vergadering niet tot overeenstemming kunnen komen, is de meest gerede hunner bevoegd de kantonrechter te verzoeken een derde aan te wijzen als vertegenwoordiger. Artikel 49 Iedere eigenaar is bevoegd, hetzij in persoon, hetzij bij een schriftelijk gevolmachtigde die al dan niet lid van de vereniging is, de vergadering bij te wonen, daarin het woord te voeren en het stemrecht uit te oefenen, wat dit laatste betreft met inachtneming van het bepaalde in artikel 47 derde lid en artikel 48 eerste lid. Een bestuurder kan niet als gevolmachtigde optreden. Iedere eigenaar en gevolmachtigde is bevoegd zich te doen vergezellen van een jurist of een accountant die ter vergadering het woord mag voeren. Artikel 50 1. Alle besluiten waarvoor in dit reglement of krachtens de wet geen afwijkende regeling is voorgeschreven worden genomen met een meerderheid van vijftig vier/tienden procent (50,4%) van de uitgebrachte stemmen. Onder volstrekte meerderheid van stemmen wordt hier verstaan: meer dan de helft van de ter vergadering uitgebrachte stemmen; blanco stemmen, ongeldige stemmen en (verklaringen van) stemonthouding worden niet tot de uitgebrachte stemmen gerekend. 2. Bij staking van stemmen over zaken wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. Indien bij stemming over personen geen hunner de volstrekte meerderheid der uitgebrachte stemmen verkrijgt, wordt herstemd tussen de twee personen die de meeste stemmen op zich verenigd hebben. Indien meer dan twee personen de meeste stemmen verkregen hebben, wordt door loting uitgemaakt welke twee van hen voor herstemming in aanmerking komen. Indien het grootste aantal stemmen slechts door één persoon is verkregen, zal worden herstemd tussen die persoon en een persoon die een aantal stemmen verkregen heeft welk het dichtst bij het grootste aantal stemmen ligt, en indien meer personen in dit laatste geval verkeren, zal door het lot

129 worden beslist wie van hen voor herstemming in aanmerking komt. Bij deze tweede stemming is alsdan gekozen hij die de meeste stemmen op zich verenigd heeft, terwijl ingeval bij deze tweede stemming de stemmen staken het lot beslist. 3. Met een besluit van de vergadering staat gelijk een voorstel, waarmee alle eigenaars schriftelijk hun instemming hebben betuigd, fax en e-mail daaronder begrepen. 4. In een vergadering van eigenaars waarin minder dan vijftig vier/tienden procent (50,4%) van het in artikel 47 tweede lid bedoelde totaal aantal stemmen kan worden uitgebracht kan geen geldig besluit worden genomen. Kan op grond van het in de vorige zin bepaalde geen geldig besluit worden genomen, dan zal een nieuwe vergadering van eigenaars worden uitgeschreven. Artikel 52 zesde lid is van overeenkomstige toepassing. Artikel 51 Besluiten zijn vernietigbaar overeenkomstig het daaromtrent bepaalde in de artikelen 2:15 en 5:130 van het Burgerlijk Wetboek. De bevoegdheid om vernietiging van een besluit te verzoeken vervalt door verloop van een maand, welke termijn begint met de aanvang van de dag volgende op de dag waarop de belanghebbende van het besluit kennis heeft genomen of daarvan kennis heeft kunnen nemen. Het vorenstaande is niet van toepassing op een besluit tot wijziging van de akte als bedoeld in artikel 60. Artikel 52 1. De vergadering beslist over het beheer van de gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken, voor zover de beslissing hierover niet aan het bestuur toekomt. De vergadering stelt het in het vijfde lid bedoelde bedrag vast met inachtneming van de daar genoemde wijze van besluitvorming. In het huishoudelijk reglement kan worden bepaald dat besluiten betreffende zaken, welke slechts voorzieningen treffen, die dienstbaar zijn aan het tot één appartementsrecht behorend privé gedeelte of aan de tot meerdere doch niet alle appartementsrechten behorende privé gedeelten, uitsluitend kunnen worden genomen door de eigenaar(s) van dat (die) appartementsrecht(en). Alsdan dient in het huishoudelijk reglement te worden bepaald over welke zaken, voor het nemen van welke met name te vermelden besluiten en tot welke bedragen de desbetreffende eigenaar(s) bevoegd zal (zullen) zijn en op welke wijze en met inachtneming van welke voorschriften deze besluiten genomen en vastgelegd zullen worden. Een aldus door de desbetreffende eigenaar(s) genomen besluit staat gelijk met een besluit van de vergadering. 2. De beslissing over het onderhoud van de gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken berust bij het bestuur, onverminderd het bepaalde in artikel 56 tweede lid. Het bestuur kan geen onderhoudswerkzaamheden opdragen die niet op de

130 vastgestelde begroting voorkomen, tenzij het daartoe vooraf door de vergadering is gemachtigd. 3. De vergadering beslist over de kleur van het buitenverfwerk alsmede over de kleur van dat gedeelte van het binnenverfwerk hetwelk moet geschieden aan de gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken en aan die zijde van de particuliere voordeur die is gekeerd naar het gemeenschappelijke gedeelte. 4. Iedere eigenaar en gebruiker is verplicht zijn medewerking te verlenen aan de uitvoering van de besluiten van de vergadering, voor zover dit redelijkerwijze van hem verlangd kan worden. Lijdt hij als gevolg hiervan schade dan wordt deze hem door de vereniging vergoed. 5. Besluiten door de vergadering tot: a. het doen van buiten het in artikel 9 eerste lid sub a en b bedoelde onderhoud vallende uitgaven; b. het doen van uitgaven ten laste van het reservefonds; c. het aangaan van verplichtingen met een financieel belang die een totaal door de vergadering vast te stellen bedrag te boven gaan; kunnen slechts worden genomen met een meerderheid van tenminste twee/derde van het aantal stemmen, uitgebracht in een vergadering waarin een aantal eigenaars tegenwoordig of vertegenwoordigd is, dat tenminste twee/derde van het totaal aantal stemmen kan uitbrengen. De laatste zinsnede van artikel 50 eerste lid is van overeenkomstige toepassing. In een vergadering, waarin minder dan twee/derde van het hiervoor bedoelde maximum aantal stemmen kan worden uitgebracht, kan geen geldig besluit worden genomen. 6. In het in de laatste zin van het vorige lid bedoelde geval zal een nieuwe vergadering worden uitgeschreven, te houden niet vroeger dan twee en niet later dan zes weken na de eerste. In de oproeping tot deze vergadering zal mededeling worden gedaan dat de komende vergadering een tweede vergadering is als bedoeld in dit artikel. In deze vergadering zal over de aanhangige onderwerpen een besluit met twee/derde meerderheid kunnen worden genomen ongeacht het aantal stemmen dat ter vergadering kan worden uitgebracht. 7. Indien door de vergadering overeenkomstig het in het vijfde of het zesde lid bepaalde tot het doen van een uitgave wordt besloten, wordt tevens de extra (voorschot)bijdrage bepaald, welke door het bestuur te dier zake van de eigenaars kan worden gevorderd. De uitvoering van zodanige besluiten kan eerst geschieden wanneer de voor de uitvoering benodigde gelden in de kas van de vereniging gereserveerd zijn. 8. Het in het vijfde en zesde lid bepaalde geldt eveneens voor besluiten tot verbouwing of voor besluiten tot het aanbrengen van nieuwe installaties of tot het wegbreken van bestaande installaties, voor zover deze niet als een uitvloeisel van het onderhoud zijn te beschouwen. 9. Bij deze besluiten dient tevens te worden vastgesteld welke eigenaars in welke verhouding moeten bijdragen in de kosten. Deze verhouding kan

131 afwijken van het bepaalde in artikel 8 tweede lid. Een afwijkende kostenverdeling dient te worden opgenomen in het huishoudelijk reglement. 10. Het hiervoor in de eerste drie leden bepaalde geldt uitsluitend voor besluiten die niet aan de vergadering van de hoofdsplitsing zijn voorbehouden. III. Het bestuur Artikel 53 1. Het bestuur wordt gevormd door een oneven aantal van één of meer bestuurders. Met inachtneming hiervan bepaalt de vergadering het aantal bestuurders. Indien het bestuur uit meer bestuurders bestaat benoemt het uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester. 2. Het bestuur moet de naam en de adresgegevens van de vereniging en de bestuurder(s) op grond van de bepalingen van de wet in laten schrijven in het handelsregister. 3. De bestuurders worden door de vergadering voor onbepaalde tijd benoemd en zij kunnen te allen tijde door de vergadering worden geschorst en ontslagen. Bij belet of ontstentenis van een bestuurder kan de vergadering in diens vervanging voorzien. 4. Het bestuur is belast met het bestuur van de vereniging, met inachtneming van het bepaalde in het reglement. Onder dit bestuur is begrepen het beheer van de middelen van de vereniging, met inachtneming van het bepaalde in artikel 43. De vergadering kan nadere regels met betrekking tot dit beheer vaststellen. 5. Het bestuur behoeft de machtiging van de vergadering voor het instellen van en berusten in rechtsvorderingen of verzoekschriftprocedures, het aangaan van vaststellingsovereenkomsten, alsmede voor het verrichten van rechtshandelingen en het geven van kwijtingen een belang van een nader door de vergadering vast te stellen bedrag te boven gaande. Voor zolang de vergadering van eigenaars het bedoelde bedrag nog niet heeft vastgesteld, bedraagt dit vijfduizend euro ( 5.000,00). Het bestuur behoeft geen machtiging om in een geding verweer te voeren, voor het nemen van conservatoire maatregelen en voor het voeren van incassoprocedures. 6. Voorzover het nemen van spoedeisende maatregelen noodzakelijk is, is het bestuur hiertoe zonder opdracht van de vergadering bevoegd, met dien verstande dat het voor het aangaan van verbintenissen een belang van een nader door de vergadering vast te stellen bedrag te boven gaande de machtiging nodig heeft van de voorzitter. Voor zolang de vergadering van eigenaars het bedoelde bedrag nog niet heeft vastgesteld, bedraagt dit vijfduizend euro ( 5.000,00). 7. Het bestuur vergadert tenminste vier maal per jaar en voorts zo dikwijls een bestuurder dat wenst. 8. Indien het bestuur uit meer bestuurders bestaat geldt het volgende: a. de oproepingstermijn voor een bestuursvergadering bedraagt tenminste vijf dagen;

132 b. in de bestuursvergaderingen komt aan elke bestuurder één stem toe; c. het bestuur kan slechts geldige besluiten nemen met volstrekte meerderheid van stemmen in een vergadering waarin de meerderheid van de bestuurders aanwezig of schriftelijk vertegenwoordigd is; de tweede zin van artikel 50 eerste lid is van toepassing; d. in afwijking in zoverre van het onder c. bepaalde is de aanwezigheid van alle bestuurders vereist als de oproeping voor de vergadering niet of op te korte termijn heeft plaatsgevonden; e. het bestuur kan ook buiten vergadering besluiten, mits alle bestuurders schriftelijk, per fax of e-mail, instemmen met het besluit. 9. Een bestuurder kan zijn stemrecht niet uitoefenen bij het nemen van besluiten waarbij aan hem, zijn echtgenoot, geregistreerd partner of bloedverwanten in de rechte lijn, anders dan in hun hoedanigheid van eigenaar, of aan vennootschappen waarin hij, zijn echtgenoot, geregistreerd partner of bloedverwanten in de rechte lijn direct of indirect een meerderheidsbelang hebben, rechten worden toegekend of verplichtingen worden kwijtgescholden. 10. Van het in de bestuursvergadering behandelde worden notulen gemaakt. Artikel 54 1. Het bestuur legt een register aan van eigenaars en - bij het bestuur bekende - gebruikers. 2. In alle gevallen waarin een eigenaar voor de oproeping van de overige eigenaars en overige stemgerechtigden in een juridische procedure de namen en adressen van de overige eigenaars en stemgerechtigden verzoekt, worden hem deze door het bestuur kosteloos en onverwijld ter beschikking gesteld. 3. Na kennisgeving als bedoeld in artikel 40 derde lid en na ontvangst van de verklaring als bedoeld in artikel 35 eerste lid wordt het register door het bestuur bijgewerkt. 4. Het bestuur is verplicht zo spoedig mogelijk een opgave te doen indien een notaris daartoe op grond van artikel 5: 122 vijfde lid van het Burgerlijk Wetboek een verzoek indient. 5 Het bestuur is verplicht de hoofdvereniging tijdig in kennis te stellen van al hetgeen de hoofdvereniging aangaat. 6. Het stemrecht in de vergadering van de hoofdsplitsing wordt uitgeoefend door de daartoe door het bestuur aangewezen bestuurder. Artikel 55 De boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de vereniging moeten tot de opheffing van de splitsing worden bewaard door het bestuur. Artikel 56 1. De vergadering kan besluiten de administratie waaronder dient te worden verstaan het ontvangen en (doen) incasseren van alle betalingen en het doen van alle uitgaven, het voeren van de boekhouding in de meest uitgebreide zin en het verstrekken van de nodige specificaties en opgaven aan eigenaars, notarissen en het bestuur op te dragen aan een door

133 haar aan te wijzen beheerder en onder de voorwaarden als door haar met die beheerder zullen worden overeengekomen. 2. De vergadering kan besluiten het technisch en/of bouwkundig beheer op te dragen aan een door haar aan te wijzen technisch en/of bouwkundig beheerder en onder de voorwaarden als door haar met die beheerder zullen worden overeengekomen. 3. Indien de hoofdvereniging overeenkomsten als hiervoor genoemd is aangegaan, dienen de in het eerste en tweede lid bedoelde personen bij voorkeur dezelfden te zijn als degenen die voor de hoofdvereniging als beheerder optreden. IV. Raad van commissarissen en commissies Artikel 57 1. De vergadering is bevoegd een raad van commissarissen in te stellen, in welk geval het volgende geldt. 2. De raad van commissarissen wordt gevormd door één of meer commissarissen. De vergadering bepaalt het aantal commissarissen. Indien de raad uit meer commissarissen bestaat benoemt hij uit zijn midden een voorzitter en een secretaris. 3. De commissarissen worden door de vergadering voor onbepaalde tijd benoemd en zij kunnen te allen tijde door de vergadering worden geschorst en ontslagen. Bij belet of ontstentenis van een commissaris kan de vergadering in diens vervanging voorzien. 4. Een commissaris behoeft geen eigenaar te zijn. Het lidmaatschap van de raad van commissarissen is niet verenigbaar met de functie van bestuurder, van voorzitter van de vergadering of van lid van een commissie van de vereniging. 5. De raad van commissarissen oefent, onverminderd het in het huishoudelijk reglement omtrent de bevoegdheden, taken en werkwijze van de raad bepaalde, toezicht uit op het beleid van het bestuur en op de algemene gang van zaken in de vereniging. Voorts adviseert de raad van commissarissen het bestuur en de vergadering zo dikwijls dit wordt verlangd of de raad dit wenselijk oordeelt. 6. Het bestuur verschaft aan de raad van commissarissen alle door hem gewenste inlichtingen en verleent hem desgewenst inzage in alle boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de vereniging. 7. De raad van commissarissen vergadert tenminste twee maal per jaar en voorts zo dikwijls de voorzitter of een ander lid van de raad van commissarissen dat wenst. De raad van commissarissen kan het bestuur oproepen in zijn vergadering aanwezig te zijn. 8. Indien de raad uit meer commissarissen bestaat geldt het volgende: a. de oproepingstermijn voor een vergadering van de raad bedraagt tenminste vijf dagen;

134 b. in de vergaderingen van de raad komt aan elke commissaris één stem toe; c. de raad kan slechts geldige besluiten nemen met volstrekte meerderheid van stemmen in een vergadering waarin de meerderheid van de commissarissen aanwezig of schriftelijk vertegenwoordigd is; de tweede zin van artikel 50 eerste lid is van toepassing; d. in afwijking in zoverre van het onder c. bepaalde is de aanwezigheid van alle commissarissen vereist als de oproeping voor de vergadering niet of op te korte termijn heeft plaatsgevonden; e. de raad van commissarissen kan ook buiten vergadering besluiten, mits alle commissarissen schriftelijk, per fax of e-mail, instemmen met het besluit. 9. Van het in de vergadering van de raad van commissarissen behandelde worden notulen gemaakt. Artikel 58 1. De vergadering is bevoegd commissies in te stellen, onder vaststelling van hun taakomschrijving. 2. Ontbreekt een raad van commissarissen, dan benoemt de vergadering jaarlijks een kascommissie, bestaande uit tenminste twee leden. Het lidmaatschap van de commissie is niet verenigbaar met de functie van bestuurder en die van voorzitter van de vergadering. De leden van de kascommissie onderzoeken de jaarrekening en brengen aan de vergadering verslag van hun bevindingen uit. Het bestuur is verplicht de commissie ten behoeve van haar onderzoek alle door haar gevraagde inlichtingen te verschaffen, en haar de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de vereniging voor raadpleging ter beschikking te stellen. N. Huishoudelijk Reglement Artikel 59 1. De vergadering kan een huishoudelijk reglement vaststellen ter regeling van de volgende onderwerpen: a. het gebruik, het beheer en het onderhoud van de gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken; b. het gebruik, het beheer en het onderhoud van privé gedeelten; c. de orde van de vergadering; d. de instructie aan het bestuur; e. de werkwijze, de taak en de bevoegdheid van de raad van commissarissen en commissies; f. het behandelen van klachten; g. regels ter voorkoming van onredelijke hinder; h. een afwijkende kostenverdeling als bedoeld in artikel 52 negende lid; i. al hetgeen overigens naar het oordeel van de vergadering regeling behoeft, alles voor zover dit niet reeds in het reglement is geregeld. 2. De regels als bedoeld in artikel 5:128 van het Burgerlijk Wetboek, ook die krachtens besluiten van de vergadering van de hoofdsplitsing voorzover deze van belang zijn, moeten in het huishoudelijk reglement worden opge-

135 nomen en daarvan deel uitmaken. Hetzelfde geldt voor bepalingen van het huishoudelijk reglement van de hoofdsplitsing. 3. Bepalingen in het huishoudelijk reglement die in strijd zijn met de wet, de akte van de hoofdsplitsing of het reglement worden voor niet geschreven gehouden. 4. Het huishoudelijk reglement kan door de vergadering slechts worden vastgesteld, gewijzigd en aangevuld bij een besluit genomen met een meerderheid als bedoeld in artikel 52 vijfde lid. Kan op grond van het in de vorige zin bepaalde geen geldig besluit worden genomen, dan zal een nieuwe vergadering worden uitgeschreven. Artikel 52 zesde lid is van overeenkomstige toepassing. 5. Het in het vorige lid bepaalde is van overeenkomstige toepassing op een besluit tot verlening van ontheffing van het in het huishoudelijk reglement bepaalde. 6. Het bestuur is verplicht het huishoudelijk reglement en de wijzigingen daarvan te publiceren in de openbare registers. O. Wijziging van de akte Artikel 60 1. Wijziging van de akte kan uitsluitend geschieden met medewerking van alle eigenaars. Indien een of meer eigenaars niet wensen mee te werken aan een beoogde wijziging, kan hun medewerking worden vervangen door een rechterlijke machtiging op de wijze en onder de voorwaarden als is vermeld in artikel 5:140 van het Burgerlijk Wetboek. 2. In afwijking van het in het eerste lid bepaalde kan een wijziging van de akte ook plaats vinden door het bestuur, mits dit geschiedt krachtens een vergaderingsbesluit dat is genomen met een meerderheid van tenminste vier/vijfde van het totaal aantal stemmen dat door de eigenaars kan worden uitgebracht. 3. In de oproeping tot de in het tweede lid bedoelde vergadering moet worden vermeld dat tijdens die vergadering een wijziging van de akte zal worden voorgesteld, terwijl de tekst en/of de tekening van de voorgestelde wijziging bij de oproeping dient te worden gevoegd. 4. Het bepaalde in het derde lid van artikel 50 is op zo n besluit niet van toepassing. 5. Een eigenaar die niet voor een besluit tot wijziging van de akte heeft gestemd kan overeenkomstig het bepaalde in artikel 5:140a van het Burgerlijk Wetboek vernietiging van het besluit bij de rechter vorderen. 6. De bevoegdheid om vernietiging te vorderen verjaart door verloop van drie maanden, welke termijn begint met de aanvang van de dag, volgende op die waarop het besluit door de vergadering is genomen. 7. Een wijziging van de akte behoeft de toestemming van hen die een beperkt recht op een appartementsrecht hebben, van hen die daarop beslag hebben gelegd (tenzij het uitsluitend een wijziging van het reglement betreft), alsmede, indien een recht van erfpacht of van opstal in de splitsing is betrokken, van de grondeigenaar. Ook is toestemming nodig van de ge-

136 rechtigden tot een erfdienstbaarheid, indien hun recht door de wijziging wordt verkort. 8. Een wijziging van de akte kan uitsluitend geschieden bij een daartoe opgemaakte notariële akte. Indien de wijziging is gebaseerd op een vergaderingsbesluit als bedoeld in het tweede lid, kan de notariële akte niet worden gepasseerd voordat vaststaat dat dit besluit niet door de rechter kan worden vernietigd. 9. Een wijziging mag niet in strijd komen met het bepaalde in de akte van hoofdsplitsing. P. Opheffing van de splitsing en ontbinding van de vereniging Artikel 61 Opheffing van de splitsing door de eigenaars en ontbinding van de vereniging kan uitsluitend geschieden bij notariële akte met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 5:139 en volgende van het Burgerlijk Wetboek. Q. Geschillenbeslechting Artikel 62 Geschillen tussen een of meer eigenaars onderling of tussen een of meer eigenaars en de vereniging kunnen krachtens gezamenlijke keuze van de betrokkenen bij het geschil aan een of meer deskundigen worden voorgelegd ter beslechting bij wege van arbitrage of bindend advies dan wel tot bemiddeling door mediation. R. Onder-ondersplitsing Artikel 63 Ingeval van ondersplitsing van een (onder)appartementsrecht zijn de regels inzake hoofd- en ondersplitsing die daarvoor zijn opgenomen in het reglement van de hoofdsplitsing voorzover mogelijk van overeenkomstige toepassing. S. Slotbepalingen Artikel 64 1. De bepalingen van Annex 1 bij het modelreglement zijn niet van toepassing. 2. Voorzover de akte in strijd komt met de akte van hoofdsplitsing prevaleert laatstgenoemde akte. 3. De vereniging zal erop toezien dat ieder van de eigenaars zijn verplichtingen jegens de gemeente Rotterdam uit hoofde van de hiervoor genoemde op éénentwintig juli tweeduizend veertien voor notaris Dröge voornoemd, verleden akte, waarvan een afschrift is ingeschreven op diezelfde dag bij de Dienst voor het kadaster en de openbare registers, in deel 64650, nummer 133, nakomt. 4. Iedere wijziging van de akte of het reglement behoeft de voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de gemeen tenzij de rechter deze wijziging heeft bevolen. T. BIJZONDERE BEPALINGEN Artikel 65 Alle bedragen vermeld, respectievelijk bedoeld in het reglement, met uitzondering van het in artikel 15 lid 5 bedoelde bedrag, zullen telkens om de vijf jaar worden aangepast aan de wijzigingen van het consumenten-

137 prijsindexcijfer voor het eerst per één januari tweeduizend twintig. De gewijzigde bedragen worden berekend volgens de formule: het gewijzigde bedrag is gelijk aan het geldend bedrag op de wijzigingsdatum, vermenigvuldigd met het indexcijfer van de kalendermaand die ligt vier kalendermaanden vóór de kalendermaand waarin het bedrag wordt aangepast, gedeeld door het indexcijfer van de kalendermaand die ligt vierenzestig kalendermaanden vóór de kalendermaand waarin het bedrag wordt aangepast. Onder consumentenprijsindexcijfer wordt verstaan het door het Centraal Bureau voor de Statistiek of de instantie die de werkzaamheden van dat Bureau heeft overgenomen of voortgezet te publiceren consumentenprijsindexcijfer, reeks voor alle huishoudens, op basis van tweeduizend zes is honderd. (2006=100) Mocht het Centraal Bureau voor de Statistiek of de instantie die de werkzaamheden van dat Bureau heeft overgenomen of voortgezet, te eniger tijd overgaan tot publicatie van consumentenprijsindexcijfers reeks voor alle huishoudens, op een meer recente tijdsbasis dan zullen de cijfers van de nieuwe reeks in aanmerking worden genomen, zo nodig na koppeling aan de cijfers van voorafgaande reeksen. De wijze van koppeling zal geschieden in overleg met het Centraal bureau voor de Statistiek of de instantie die de werkzaamheden van dat Bureau heeft overgenomen of voortgezet. Artikel 65a In de hiervoor genoemde op éénentwintig juli tweeduizend veertien voor notaris Dröge voornoemd, verleden akte, waarvan een afschrift is ingeschreven op diezelfde dag bij de Dienst voor het kadaster en de openbare registers, in deel 64650, nummer 133, is een aanbiedingsregeling opgenomen. Voor wat betreft de woordelijk luidende tekst van deze aanbiedingsregeling wordt verwezen naar het hoofdstuk "BESTAANDE ERF- DIENSTBAARHEDEN, KWALITATIEVE BEDINGEN EN BIJZONDERE VER- PLICHTINGEN", te weten het bepaalde vermeld onder "Toelichting'. U. OVERGANGSBEPALINGEN Artikel 66 Voor de eerste maal wordt tot bestuurder en administratief beheerder benoemd, voor de periode ingaande heden en wel voor het lopende jaar en het daarop volgende jaar: ***, gevestigd te ***, behoudens herbenoeming door de vergadering van eigenaars of tot het moment dat er een andere bestuurder en administratief beheerder voorhanden is. Artikel 67 De bepalingen in het reglement van splitsing ingevolge welke het in gebruik nemen van een privégedeelte afhankelijk wordt gesteld van de toestemming van de vergadering van eigenaars, zijn niet van toepassing op de eerste bewoners. Artikel 68 Zolang zij eigenaar is van (een) appartementsrecht geldt Stichting HAL Wonen, gevestigd als professionele beleggingsinstellingen

138 of bedrijfstakpensioenfondsen in de zin van de Pensioenwet als bedoeld in de artikelen 10 lid 5, artikel 35 lid 7 en artikel 36 lid 3. Artikel 69 a. Iedere eigenaar dient in de akte van levering van zijn/haar appartementsrecht een onherroepelijke volmacht te verlenen aan het bestuur, met de macht van substitutie, tot het zonodig aanvullen of wijzigen van het bij deze akte vastgestelde splitsingsreglement, teneinde dit reglement aan te passen aan de feitelijke situatie, met inachtneming van het in sub c gestelde. b. Van het voornemen tot aanpassing aan de feitelijke situatie zal gedurende de bouw en tot maximaal anderhalf jaar na de laatste oplevering van een privégedeelte, door het bestuur schriftelijk aan de eigenaars moeten worden kennisgegeven, dat van de afgegeven volmacht gebruik gemaakt zal worden, onder mededeling van hetgeen aan de feitelijke situatie wordt aangepast. De notaris die de wijziging splitsing zal realiseren is gerechtigd de eigenaars een concept van de akte tot wijziging toe te sturen. c. Indien het privé gedeelte van een eigenaar door de voorgenomen aanpassing van het reglement wijziging ondergaat, zal door de betreffende eigenaar een afzonderlijke schriftelijke volmacht moeten worden verstrekt. d. De hiervoor bedoelde onherroepelijke volmachten eindigen alle uiterlijk anderhalf jaar na de laatste oplevering van een privégedeelte. e. De eigenaar is verplicht, zolang de hiervoor bedoelde volmachten nog niet geëindigd zijn, bij vervreemding van zijn/haar appartementsrecht, waaronder mede begrepen vestiging van een recht van vruchtgebruik, gebruik en/of erfpacht, aan de nieuwe verkrijger van het desbetreffende appartementsrecht op te leggen de verplichting de gevraagde volmachten te verlenen, welke verplichtingen als een kettingbeding met boetebeding ter grootte van tien procent van de koopsom van het appartementsrecht worden opgelegd. BESTAANDE ERFDIENSTBAARHEDEN, KWALITATIEVE BEDINGEN EN BIJZONDERE VERPLICHTINGEN Met betrekking tot aan het registergoed verbonden rechten en verplichtingen wordt verwezen naar: A. het bepaalde in de hiervoor genoemde op éénentwintig juli tweeduizend veertien voor notaris Dröge voornoemd, verleden akte van levering, in welke akte het volgende woordelijk is opgenomen: "2. Bepalingen Voor zover daarvan in de Akte niet is afgeweken, zijn op de verkoop en levering van de Onroerende Zaak van toepassing: - de Algemene Voorwaarden Eigendom, waarvan een aantal voorwaarden hierna onder 2.1 woordelijk worden aangehaald; - de hierna onder deze C sub 2.2 vermelde Bijzondere Bepalingen; en - de hierna onder E vermelde Slotbepalingen.

139 2.1. Algemene Voorwaarden Eigendom De VOF heeft bij het sluiten van de Koopovereenkomst een exemplaar van de Algemene Voorwaarden Eigendom ontvangen en van de inhoud daarvan kennisgenomen. De Algemene Voorwaarden Eigendom luiden woordelijk als volgt: Artikel 1 Definities 1.1. Tenzij anders blijkt, wordt in de Koopovereenkomst, de Akte en de Algemene Voorwaarden verstaan onder: 1. Akte: de akte waarbij de Onroerende Zaak ter uitvoering van de Koopovereenkomst door de Gemeente is/wordt geleverd; 2. Algemene Voorwaarden: deze algemene voorwaarden voor de verkoop en levering van onroerende zaken van de Gemeente in beheer bij het Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam (2006), vastgesteld bij besluit van het college van burgemeester en wethouders van de Gemeente op vijf december tweeduizend zes; 3. Bodem: de grond en/of het grondwater behorend tot de Onroerende Zaak; 4. Bodemverontreiniging: vervuiling van de Bodem door stoffen die zich op een zodanige wijze op of in de Bodem bevinden, dat deze stoffen: - zich met de Bodem kunnen vermengen, met de Bodem kunnen reageren, zich in de Bodem kunnen verspreiden en/of ongecontroleerd kunnen verplaatsen; en - één of meer van de functionele eigenschappen die de Bodem voor mens, plant of dier heeft, verminderen of bedreigen; waarbij onder functionele eigenschappen van de Bodem wordt verstaan de ecologische functie (als onderdeel van de algemene ecologische kringlopen, als deel van de biosfeer en als verblijfplaats van bodemorganismen), de teeltfunctie, de dragersfunctie en de functie van de Bodem als vind- en winplaats van grondwater en delfstoffen; 5. Bouwvergunning: de bouwvergunning voor het (bouw)plan met het oog waarop de Onroerende Zaak wordt of is verkocht door de Gemeente; 6. Datum Van Verlijden: de dag waarop de Akte notarieel is/wordt verleden; 7. Eigenaar: de persoon of de personen aan wie door de Gemeente (mede) uit hoofde van de Koopovereenkomst de Onroerende Zaak wordt of is

140 geleverd en de rechtsopvolger(s) van die perso(o)n(en) in de eigendom van de Onroerende Zaak; 8. Gemeente: de gemeente Rotterdam; 9. Koopovereenkomst: de tussen Partijen gesloten overeenkomst waarbij de Gemeente de Onroerende Zaak verkoopt aan de Koper, die de Onroerende Zaak koopt van de Gemeente; 10. Koper: de persoon of personen met wie de Gemeente de Koopovereenkomst sluit of heeft gesloten; 11. Kwaliteitsrekening: de bijzondere bankrekening van de Notaris als bedoeld in artikel 25 Wet op het notarisambt; 12. Milieurapportage: de in de Koopovereenkomst bedoelde rapportage inzake de milieutechnische staat van de Onroerende Zaak, welke rapportage aan de Akte is/wordt gehecht, alsmede indien in die rapportage maatregelen worden aanbevolen het (evaluatie)verslag van de uitvoering van die maatregelen, dat eveneens aan de Akte is/wordt gehecht; 13. Notaris: de door Partijen aangewezen notaris die de Akte zal verlijden; 14. Onroerende Zaak: a) de onroerende zaak, onbebouwd of voorzien van (bouw)werken en/of beplantingen; of b) het appartementsrecht al dan niet in combinatie met een sub a bedoelde onroerende zaak; of c) een sub a bedoelde onroerende zaak of een sub b bedoeld registergoed/de sub b bedoelde registergoederen waarop een recht is gevestigd dat het onderwerp van de Koopovereenkomst vormt; of d) een combinatie van de sub a, b en/of c bedoelde registergoederen; tezamen met de (bouw)werken en/of beplantingen die uit hoofde van de Koopovereenkomst of de ter uitvoering daarvan te verlijden notariele akte van levering zullen worden of zijn aangebracht; 15. Ontwerpakte: het ontwerp van de Akte waarnaar in de Koopovereenkomst wordt/is verwezen; 16. de Openbare Registers: de Openbare Registers voor registergoederen van het Kadaster; 17. Partij:

141 de Gemeente, de Koper of de Eigenaar; 18. Partijen: a) de Gemeente en de Koper; of b) de Gemeente en de Eigenaar; 19. Tijdstip Van Verlijden: het tijdstip waarop de Akte notarieel is/wordt verleden; 20. vervreemden: overdragen, bezwaren met beperkte genotsrechten of toedelen. 1.2. Definities kunnen zonder verlies van de inhoudelijke betekenis in enkelvoud of in meervoud worden gebruikt. Artikel 2 Staat van aflevering 2.1. Behoudens het bepaalde in artikel 2.2 zal de Gemeente de Onroerende Zaak afleveren in de staat waarin deze zich bij het ondertekenen van de Koopovereenkomst bevindt. Indien van toepassing zal deze staat zijn of worden vastgelegd in: a) de Milieurapportage; b) ingeval van een bouwplicht ook in een afzonderlijke door Partijen op te maken omschrijving of in afleveringsvoorwaarden die aan de Koopovereenkomst of aan de Akte wordt/worden gehecht. 2.2. Zijn in de Milieurapportage maatregelen aangegeven, dan zal de Gemeente die maatregelen (doen) uitvoeren voor de levering van de Onroerende Zaak. De Gemeente zal het resultaat hiervan (doen) vastleggen in een evaluatierapport dat aan de Akte zal worden gehecht. Artikel 3 Aanvaarding en risico-overgang 3.1. Bij het verlijden van de Akte aanvaardt de Eigenaar de Onroerende Zaak in de staat waarin deze zich op het Tijdstip Van Verlijden bevindt. Is de staat van de Onroerende Zaak in de Akte beschreven, dan wordt de Onroerende Zaak door de Eigenaar aanvaard in die staat. 3.2. Vanaf het Tijdstip Van Verlijden is de Onroerende Zaak voor risico van de Eigenaar, behoudens het in artikel 4 bepaalde. Het in artikel 7:10 lid 3 en lid 4 eerste zin Burgerlijk Wetboek bepaalde is niet van toepassing. 3.3. Vanaf de Datum Van Verlijden is de Onroerende Zaak voor rekening van de Eigenaar en geniet de Eigenaar de lusten en draagt hij de lasten. Artikel 4 Risico bij Bodemverontreiniging 4.1. Partijen hebben de Milieurapportage aanvaard casu quo aanvaarden de Milieurapportage als basis voor de Koopovereenkomst en de levering van de Onroerende Zaak. De Koper en de Eigenaar stellen vast dat de Onroerende Zaak geschikt is voor het door Partijen beoogde gebruik, behou-

142 dens en onverminderd het bepaalde in artikel 4.2 en artikel 4.3. 4.2. Blijkt later dat vanaf de ondertekening van de Koopovereenkomst toch sprake is geweest van Bodemverontreiniging en dat daardoor de Onroerende Zaak niet geschikt is voor het door Partijen in de Koopovereenkomst vermelde casu quo bij het ontbreken daarvan - bij het sluiten van de Koopovereenkomst beoogde gebruik, een en ander te beoordelen naar de wetenschappelijke en technische inzichten ten tijde van ondertekening van de Koopovereenkomst, dan zal de Gemeente de Onroerende Zaak binnen een redelijke termijn alsnog geschikt (doen) maken voor het destijds beoogde gebruik. Blijkt de Onroerende Zaak om een andere reden in milieutechnische zin ongeschikt te zijn voor hiervoor bedoelde beoogde gebruik, dan zullen Partijen gezamenlijk naar een voor beide Partijen aanvaardbare oplossing zoeken. Komen Partijen niet binnen twee maanden tot een oplossing als hiervoor bedoeld, dan is sprake van een geschil. 4.3. Is de Milieurapportage door of in opdracht van de Gemeente opgesteld en blijkt deze ondeugdelijk te zijn of is de Gemeente tekortgeschoten bij de uitvoering van de maatregelen die in de Milieurapportage zijn aangegeven, dan geldt onverkort de wettelijke regeling dienaangaande. 4.4. De Eigenaar is bij een Bodemverontreiniging die voor zijn risico is aansprakelijk voor: a) door de overheid uit hoofde van de wet opgelegde verplichtingen tot onderzoek naar Bodemverontreiniging en/of tot het nemen van maatregelen terzake van Bodemverontreiniging; b) iedere schade van de Gemeente en/of derden die daarmee samenhangt; zulks ongeacht of de Eigenaar of de Gemeente wordt aangesproken. Artikel 5 Onder- of overmaat 5.1. Onder- of overmaat van de Onroerende Zaak verleent aan geen van Partijen enig recht, behoudens het in artikel 5.2 bepaalde. 5.2. Is de koopprijs in de Koopovereenkomst vastgesteld op basis van een bedrag per vierkante meter grondoppervlakte van de Onroerende Zaak, dan zal, indien de onder- of overmaat meer dan drie procent (3%) afwijkt van die grondoppervlakte, de koopprijs dienovereenkomstig achteraf worden aangepast. Indien de afwijking leidt tot een verrekening van een bedrag lager dan twee duizend vijf honderd euro (EUR 2.500,-), zal alsnog het in artikel 5.1 bepaalde toepassing vinden. Artikel 6

143 Bijzondere lasten en beperkingen 6.1. De Gemeente zal de Onroerende Zaak leveren: a) vrij van hypotheken, beslagen en inschrijvingen daarvan; en b) vrij van andere beperkte rechten dan hypotheek en van kwalitatieve verplichtingen, bijzondere lasten en/of kettingbedingen, een en ander voor zover daarvan niet blijkt uit de Koopovereenkomst en/of de Openbare Registers. 6.2.1.De Gemeente zijn geen kwalitatieve verplichtingen, erfdienstbaarheden, andere beperkte rechten, bijzondere lasten en/of kettingbedingen bekend anders dan vermeld in de Koopovereenkomst. 6.2.2.Zijn in de Koopovereenkomst lasten en/of beperkingen opgenomen, dan aanvaardt de Eigenaar deze uitdrukkelijk casu quo heeft de Koper deze uitdrukkelijk aanvaard. 6.3. De Eigenaar aanvaardt tevens uitdrukkelijk casu quo de Koper heeft tevens uitdrukkelijk aanvaard de aan de Gemeente onbekende en in de Openbare Registers ingeschreven kwalitatieve verplichtingen, beperkte rechten en bijzondere lasten en de Eigenaar casu quo de Koper is zich de gevolgen van die aanvaarding bewust. 6.4. De Gemeente staat, met inachtneming van artikel 6.5, in voor de afwezigheid van lasten of beperkingen die voortvloeien uit feiten die vatbaar zijn voor inschrijving in de Openbare Registers, doch daarin ten tijde van het ondertekenen van de Koopovereenkomst niet waren ingeschreven. 6.5. Is de Onroerende Zaak behept met een last of een beperking die er niet op had mogen rusten, dan kan de Koper eisen dat de last of de beperking wordt opgeheven, mits de Gemeente hieraan redelijkerwijs kan voldoen. Artikel 7 Vrij van huur De Gemeente staat ervoor in dat zowel bij het sluiten van de Koopovereenkomst als op het Tijdstip Van Verlijden met betrekking tot de Onroerende Zaak door de Gemeente noch huurovereenkomsten, bruikleenovereenkomsten of andere overeenkomsten waarbij het genot of gebruik aan derden is gegeven, zijn gesloten, noch overeenkomsten zullen zijn gesloten die tot het aangaan van die overeenkomsten kunnen leiden. Artikel 8 Levering 8.1. De levering en aanvaarding van de Onroerende Zaak zullen plaatsvinden uiterlijk op een in de Koopovereenkomst vastgestelde dag. Is in de Koopovereenkomst aan de Koper een renovatie- of bouwplicht opgelegd ter zake waarvan een Bouwvergunning is of moet worden aangevraagd, dan zal de levering van de Onroerende Zaak plaatsvinden uiterlijk een maand na de in de eerste zin bedoelde vastgestelde dag, mits:

144 - de Bouwvergunning is verleend; en - de beslissing tot het verlenen van de Bouwvergunning niet is geschorst; en - schorsing in redelijkheid niet meer te verwachten is, zulks te bepalen door de Gemeente. Is in de Koopovereenkomst bepaald dat de Onroerende Zaak eerst wordt geleverd nadat de Bouwvergunning onaantastbaar is, dan zal de levering plaatsvinden uiterlijk een maand nadat de Gemeente heeft vastgesteld dat de Bouwvergunning onaantastbaar is. Is (een van) de hiervoor bedoelde voorwaarde(n) niet vervuld, dan zal de levering plaatsvinden uiterlijk een maand nadat de in artikel 21 bedoelde ontbindende voorwaarde niet meer van kracht is. 8.2. De Gemeente zal op verzoek van de Koper op het Tijdstip Van Verlijden de Onroerende Zaak leveren aan een of meer door de Koper aangewezen personen, mits de Koper alle verplichtingen uit de Koopovereenkomst jegens de Gemeente nakomt. 8.3. De Akte zal worden verleden ten overstaan van de Notaris. 8.4. Partijen instrueren de Notaris om terstond na het Tijdstip Van Verlijden een afschrift te doen inschrijven in de Openbare Registers. Artikel 9 Betaling 9.1. Betaling van: a) de koopprijs; b) de verschuldigde omzetbelasting; c) de verschuldigde overdrachtsbelasting; en/of d) andere lasten en kosten die de Koper ter zake van de levering van de Onroerende Zaak verschuldigd is, zal plaatsvinden via de Kwaliteitsrekening. 9.2. De Koper zal zorgdragen voor een tijdige storting van het verschuldigde bedrag en wel zodanig dat de Kwaliteitsrekening op of voor de Datum Van Verlijden is gecrediteerd. Vindt de creditering plaats op de Datum Van Verlijden, dan dient de betaling voor het Tijdstip Van Verlijden te zijn uitgevoerd. 9.3. Indien ter zake van de levering van de Onroerende Zaak geen overdrachtsbelasting is verschuldigd, kunnen Partijen overeenkomen dat de betaling van het door de Koper ter zake van de levering van de Onroerende Zaak verschuldigde, als in artikel 9.1 bedoeld, rechtstreeks plaatsvindt door de Koper aan de Gemeente. 9.4. De Notaris zal eerst betalingen aan de Gemeente verrichten terstond nadat vaststaat dat de Gemeente zal voldoen aan de in artikel 6.1 sub a bedoelde verplichting.

145 9.5. Andere betalingen die de Koper uit hoofde van de Koopovereenkomst of andere daaraan voorafgaande of daaruit voortvloeiende overeenkomsten aan de Gemeente voor de levering aan de Gemeente moet verrichten, zullen rechtstreeks door de Koper aan de Gemeente plaatsvinden. 9.6. De Gemeente zal op verzoek van de Koper of uit eigener beweging, al dan niet via de Notaris, een factuur aan de Koper voor de verschuldigde betaling (doen) overleggen. 9.7. Betalingen die de Koper dient te verrichten zullen tijdig geschieden in euro s. Een verschuldigd bedrag zal naar boven op hele euro s worden afgerond. 9.8. Alle betalingen dienen plaats te vinden zonder enige korting of verrekening. Artikel 10 Lasten en belastingen 10.1.Lasten en belastingen die zijn of worden geheven in verband met de Onroerende Zaak komen vanaf de Datum Van Verlijden voor rekening van de Eigenaar. 10.2.Onder lasten en belastingen zijn mede begrepen lasten en belastingen die moeten worden voldaan door een eigenaar van de Onroerende Zaak, ongeacht of die lasten en belastingen door de Gemeente zijn verschuldigd (geweest) of niet. Artikel 11 De Bouwvergunning Indien de Koper in de Koopovereenkomst een renovatieplicht of een bouwplicht is opgelegd, zal: a) de Koper zich inspannen, dat de Bouwvergunning wordt verleend, in ieder geval door, voor zover nog niet gedaan, het tijdig en naar behoren indienen van een aanvraag om de Bouwvergunning; en b) de Gemeente, voor zover nodig en nog niet gedaan: - de noodzakelijke procedures ingevolge de Wet op de Ruimtelijke Ordening tijdig in gang zetten en deze met voortvarendheid afwikkelen; en - aanvragen betreffende door haar te verlenen vergunningen, ontheffingen en toestemmingen, mits naar behoren ingediend en onverminderd haar publiekrechtelijke taken en bevoegdheden, direct en welwillend behandelen. Artikel 12 Overdracht van rechten 12.1.Gaan rechten van de Gemeente ter zake van de Onroerende Zaak jegens haar rechtsvoorgangers en/of andere derden niet gelijktijdig met de levering mee over op de Eigenaar, dan is de Gemeente verplicht op eer-

146 ste verzoek mee te werken aan een levering van die rechten aan de Eigenaar. 12.2.De Eigenaar is te allen tijde bevoegd de levering van rechten als bedoeld in artikel 12.1 mee te delen aan de betreffende schuldenaar. Artikel 13 Verplichtingen van de Eigenaar 13.1.De Eigenaar is verplicht: a. de Onroerende Zaak te bebouwen, te renoveren en/of in te richten en wel op de wijze als in de Akte wordt aangegeven; meer of anders bouwen dan in de Akte is aangegeven is niet toegestaan; b. in geval van een renovatie- of bouwplicht met de renovatie of de bouw te beginnen terstond na de Datum Van Verlijden en deze werkzaamheden met bekwame spoed ononderbroken voort te zetten en te voltooien; c. de Onroerende Zaak in goede staat te houden en de daarbij behorende bebouwing waar nodig tijdig te vernieuwen; d. de Onroerende Zaak aan te wenden overeenkomstig de bestemming en het gebruik, zoals is vermeld in de Akte; e. toe te laten, dat op, aan, in of boven de Onroerende Zaak voor openbare doeleinden palen, kabels, leidingen, schakelkasten, armaturen, aanduidingsborden, sleuven, goten of andere voorwerpen en/of voorzieningen worden aangebracht, onderhouden en vernieuwd, mits na overleg met de Eigenaar omtrent de plaats en de wijze waarop de hiervoor bedoelde voorwerpen en voorzieningen worden aangebracht; alle schade die daarvan het onmiddellijke gevolg is en die redelijkerwijs niet voor rekening van de Eigenaar kan zijn, zal door de Gemeente naar haar keuze en op haar kosten worden hersteld of aan de Eigenaar worden vergoed; f. al datgene te doen en na te laten waardoor schade, gevaar of hinder in welke vorm dan ook kan worden voorkomen of kan ontstaan en in dezen de aanwijzingen van de Gemeente op te volgen; g. de Onroerende Zaak ten genoegen van de Gemeente af te scheiden en afgescheiden te houden; indien de Eigenaar binnen één maand na daartoe door de Gemeente te zijn gemaand deze verplichting niet nakomt, zal de Gemeente zonder tussenkomst van de rechter bevoegd zijn de voor een afscheiding noodzakelijke voorziening zelf te treffen; de kosten van dit laatste zijn voor rekening van de Eigenaar en dienen te worden betaald binnen dertig dagen, nadat de Gemeente deze kosten aan hem in rekening heeft gebracht; h. bij vervreemding van de Onroerende Zaak of van een gedeelte daarvan het eigendomsbewijs inclusief de Milieurapportage of een af-

147 schrift of uittreksel daarvan aan zijn rechtsopvolger te overhandigen; is sprake van een vervreemding van een gedeelte van de Onroerende Zaak, dan kan met overlegging van een kopie van deze documenten worden volstaan. 13.2.De Gemeente kan ontheffing verlenen van hetgeen in artikel 13.1 onder a, c en d is bepaald. De Eigenaar dient daartoe schriftelijk een verzoek in bij de Gemeente. Worden bij de ontheffing voorwaarden gesteld, dan zullen deze uitsluitend een financieel karakter hebben. Artikel 14 Toestemmingen 14.1.Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de Gemeente is de Eigenaar niet bevoegd de Onroerende Zaak of een gedeelte daarvan: a. te splitsen in appartementsrechten; of b. te vervreemden, indien de Onroerende Zaak een andere bestemming heeft dan wonen; dan wel overeenkomsten aan te gaan die kunnen leiden tot het verrichten van een van de hiervoor vermelde rechtshandelingen. 14.2.In geval van splitsing in appartementsrechten dient de Eigenaar bij zijn verzoek om toestemming de Gemeente de conceptakte van splitsing en het daarbij behorende reglement toe te zenden. In aanvulling op het bepaalde in artikel 5:111 Burgerlijk Wetboek dient in ieder geval het navolgende in de akte van splitsing te worden bepaald: a. De vereniging van eigenaars zal erop toezien, dat ieder van de appartementseigenaars zijn verplichtingen jegens de Gemeente nakomt; b. Iedere wijziging van de akte van splitsing of van het daarbij behorende reglement behoeft de voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de Gemeente, tenzij de rechter deze wijziging heeft bevolen. 14.3.Bij overtreding van het bepaalde in artikel 14.2 zal de Gemeente onverminderd het bepaalde in artikel 17 van zowel de vereniging van eigenaars als van ieder van de appartementseigenaars kunnen verlangen, dat de akte van splitsing en/of het reglement in de oude toestand worden/ wordt hersteld. 14.4.Indien de Onroerende Zaak in appartementen is gesplitst, is het in dit artikel 14 bepaalde voor de appartementseigenaar overeenkomstig van toepassing. Artikel 15 Hoofdelijkheid en vertegenwoordiging 15.1.Indien de Onroerende Zaak aan twee of meer personen toebehoort, hetzij als deelgenoten, hetzij als (mede-)eigenaar van verschillende gedeel-

148 ten, zijn zij hoofdelijk jegens de Gemeente verbonden voor de nakoming van de verplichtingen van de Eigenaar uit hoofde van het in de Akte bepaalde. 15.2.Indien de Koper of de Eigenaar uit twee of meer personen bestaat of komt te bestaan, wijzen deze personen één van hen als vertegenwoordiger aan. Een dergelijke aanwijzing dient terstond aan de Gemeente te worden meegedeeld. 15.3.Een wijziging in de vertegenwoordiging moet onverwijld aan de Gemeente worden meegedeeld. Artikel 16 Derdenwerking 16.1.Partijen beogen uitdrukkelijk een derdenwerking ten aanzien van hun rechten en verplichtingen uit hoofde van de Akte. De in de volgende leden van dit artikel vermelde bedingen zijn gemaakt ter versterking van die derdenwerking. 16.2.Alle verplichtingen van een Partij uit hoofde van de Akte om iets te dulden of niet te doen ten aanzien van de Onroerende Zaak, zullen overgaan op degenen die de Onroerende Zaak of een gedeelte daarvan verkrijgen. Ook degenen die een recht van gebruik verkrijgen van de rechthebbende zullen daaraan gebonden zijn. Sprake is van kwalitatieve verplichtingen als bedoeld in artikel 6:252 Burgerlijk Wetboek, indien sprake is van een verplichting om iets te dulden of niet te doen, dan wel wordt die verplichting geacht een kettingbeding te zijn, indien sprake is van een verplichting om te doen. 16.3.De Eigenaar zal: a. bij vervreemding van de Onroerende Zaak of van een gedeelte daarvan; of b. bij bezwaring van de Onroerende Zaak of een gedeelte daarvan met een beperkt recht anders dan hypotheek; zijn verplichtingen uit hoofde van de Akte ten behoeve van de Gemeente opleggen aan zijn rechtsopvolger en deze namens de Gemeente laten aannemen. Artikel 17 Boetebepaling 17.1.Indien de Eigenaar in verzuim is ter zake van enige verplichting kan de Gemeente hem een zonder rechterlijke tussenkomst terstond opeisbare boete opleggen, onverminderd het recht om naast een opgelegde boete schadevergoeding te vorderen, voor zover de schade het bedrag van de boete overtreft. 17.2.Bij het vaststellen van de boete zal de Gemeente rekening houden met: a. de aard en ernst van het verzuim;

149 b. de lengte van het verzuim. De boete zal nooit hoger zijn dan de tegenprestatie die door de Eigenaar ter zake van de verkrijging van de Onroerende Zaak is betaald of die door de Eigenaar bij de vestiging van een beperkt genotsrecht op de Onroerende Zaak of een gedeelte daarvan is ontvangen. Voor de vaststelling van deze tegenprestatie zullen canons en/of retributies of lasten worden gekapitaliseerd conform het bepaalde in de Wet op belastingen van rechtsverkeer. Artikel 18 Woonplaats 18.1.De Koper zal in de Koopovereenkomst woonplaats kiezen in Nederland. Tevens kiest de Koper ter zake van de uitvoering van de Koopovereenkomst woonplaats ten kantore van de Notaris. 18.2.Voorts zal de Eigenaar mede met het oog op het in artikel 16 bepaalde in de Akte respectievelijk in opvolgende akten van levering woonplaats kiezen in Nederland. Van een woonplaatskeuze in laatstbedoelde akten zal onverwijld mededeling worden gedaan aan de Gemeente evenals van een wijziging van een gekozen woonplaats. Artikel 19 Mededelingen 19.1.De Gemeente kan alle mededelingen en kennisgevingen rechtsgeldig op de laatst aan haar gemelde (gekozen) woonplaats doen. 19.2.Indien de Onroerende Zaak een andere bestemming heeft dan wonen, is bij een vervreemding van de Onroerende Zaak of van een gedeelte daarvan, de verkrijger verplicht onverwijld aan de Gemeente van zijn verkrijging mededeling te doen. De verkrijger legt bij deze mededeling over een authentiek exemplaar van de op de verkrijging betrekking hebbende juridische stukken, zoals: a. bij verkrijging onder algemene titel (een afschrift van) een verklaring van erfrecht of een afschrift van de fusieakte; b. bij verkrijging onder bijzondere titel een afschrift van de akte van levering. 19.3.Tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald, zullen mededelingen en kennisgevingen schriftelijk worden gedaan. Artikel 20 Diversen 20.1.Alle geschillen tussen Partijen zullen worden beslecht door de bevoegde rechter in het Arrondissement Rotterdam. 20.2.De Algemene termijnenwet is van toepassing. 20.3.Indien in de rechtsverhouding tussen Partijen een bepaling geldt die op grond van een rechterlijke uitspraak of anderszins niet toegepast kan

150 worden, blijven alle overige bepalingen onverminderd van kracht. 20.4.Bijlagen gehecht aan de Koopovereenkomst of de Akte maken deel uit van de Koopovereenkomst respectievelijk van de Akte. 20.5.In geval van een strijdigheid tussen het bepaalde in de Koopovereenkomst of de Akte enerzijds en een aan de Koopovereenkomst of de Akte gehechte bijlage anderzijds prevaleert het bepaalde in de Koopovereenkomst respectievelijk het bepaalde in de Akte. In geval van een strijdigheid tussen het bepaalde in de Koopovereenkomst en de Akte, prevaleert het bepaalde in de Akte. In geval van een strijdigheid tussen het bepaalde in de Algemene Voorwaarden en het bepaalde in de Koopovereenkomst of de Akte prevaleert het bepaalde in de Koopovereenkomst respectievelijk de Akte. Artikel 21 Ontbindende Voorwaarde 21.1.Indien de Koper in de Koopovereenkomst een bouwplicht of renovatieplicht is opgelegd, is de Koopovereenkomst, met inachtneming van het bepaalde in artikel 21.2, aangegaan onder de ontbindende voorwaarde dat buiten toedoen van Partijen, daaronder mede begrepen de vrijheid die de Gemeente uit hoofde van haar publiekrechtelijke taken en bevoegdheden ter zake heeft: a. de Bouwvergunning is geweigerd; of b. indien de Bouwvergunning is verleend, de beslissing daartoe is geschorst en na verlening van de Bouwvergunning zes maanden zijn verstreken zonder dat de schorsing is opgeheven. Is in de Koopovereenkomst bepaald dat de levering eerst plaatsvindt nadat de Bouwvergunning onaantastbaar is, dan is de Koopovereenkomst aangegaan onder de ontbindende voorwaarde dat buiten toedoen van Partijen, daaronder begrepen de vrijheid die de Gemeente uit hoofde van haar publiekrechtelijke taken en bevoegdheden ter zake heeft, de Bouwvergunning voor een in de Koopovereenkomst opgenomen datum niet onaantastbaar is; is laatstbedoelde datum niet in de Koopovereenkomst opgenomen, dan geldt een door de Gemeente in redelijkheid vast te stellen datum daarvoor. 21.2.Op de vervulling van de ontbindende voorwaarde kan door iedere Partij een beroep worden gedaan en wel uiterlijk één maand na vervulling van die voorwaarde. 21.3.Eindigt de Koopovereenkomst doordat een Partij overeenkomstig de artikelen 21.1 en 21.2 een beroep doet op de vervulling van de ontbindende voorwaarde, dan is geen van de Partijen gehouden tot vergoeding van de kosten en/of schade van de andere Partij. 21.4.Zolang een ontbindende voorwaarde opgenomen in de Koopovereen-

151 komst nog geldend is, zal geen levering plaats kunnen vinden. Na de levering worden alle ontbindende voorwaarden geacht te zijn vervallen. Artikel 22 Kosten Alle kosten en belastingen verband houdend met de Koopovereenkomst en de daaruit voortvloeiende levering zijn voor rekening van de Koper casu quo de Eigenaar, ook indien de in artikel 21 bedoelde ontbindende voorwaarde wordt vervuld. Artikel 23 Citeertitel Deze Algemene Voorwaarden kunnen worden aangehaald als de Algemene Voorwaarden voor verkoop en levering van onroerende zaken van Rotterdam (2006).Toelichting 1. De Gemeente bevestigt in verband met de hierboven aangehaalde bepalingen uitdrukkelijk dat de Algemene Voorwaarden Eigendom noch de Algemene Voorwaarden Erfpacht er aan in de weg staan dat de VOF dan wel een rechtsopvolger van haar in de eigendom van de Huurwoningen HAL respectievelijk de Huurwoningen Vesteda op een door deze gewenst moment overgaat tot uitponding van die huurwoningen en dat deze daartoe bevoegd is zonder toestemming van de Gemeente en zonder verplichting tot bijbetaling aan de Gemeente. Het hiervoor vermelde geldt, aangezien ter zake van de Huurwoningen HAL en de Huurwoningen Vesteda de bestemming wonen geldt, voor welke bestemming blijkens de Algemene Voorwaarden Eigendom en Algemene Voorwaarden Erfpacht bij overdracht geen toestemming vereist is en daarvoor ook geen bijbetaling aan de Gemeente verschuldigd zal zijn. 2. Voorts wordt beschouwd als een registergoed met de bestemming wonen in de zin van de Algemene Voorwaarden Eigendom en Algemene Voorwaarden Erfpacht, zodat ook voor de verkoop en levering (waaronder voor het doel van deze toelichting mede begrepen: andere vormen van overdracht) daarvan geen toestemming van de Gemeente vereist is en daarvoor ook geen bijbetaling aan de Gemeente verschuldigd zal zijn: a. één of meer tezamen met één of meer Huurwoning(en) HAL, Huurwoning(en) Vesteda dan wel Koopwoning(en) te verkopen appartementsrecht(en) rechtgevende op een parkeerplaats gelegen in de Private Parkeervoorziening en/of een voor de bewoners bestemde berging in het Project, zulks mits het aantal parkeerplaatsen en/of bergingen dat tezamen met één of meer woningen wordt verkocht, in een gezien het beoogde eigen gebruik door de koper van die woning(en) - redelijke verhouding staat tot dat aantal te verkopen woningen; b. één of meer appartementsrechten rechtgevende op een parkeerplaats

152 gelegen in de Private Parkeervoorziening en/of een voor de bewoners bestemde berging die los (dat wil zeggen: niet tezamen met een Huurwoning HAL, Huurwoning Vesteda dan wel Koopwoning) word(t)(en) verkocht aan de eigenaar van een appartementsrecht rechtgevende op een woning in het Project; c. één of meer appartementsrechten rechtgevende op een parkeerplaats gelegen in de Private Parkeervoorziening en/of een voor de bewoners bestemde berging die los worden verkocht aan een ander dan de eigenaar van een appartementsrecht rechtgevende op een woning in het Project, zulks mits: (i) in de akte van hoofdsplitsing in appartementsrechten van het Project (exclusief de Openbare Parkeervoorziening) een aanbiedingsregeling is opgenomen op grond waarvan de eigenaar van een appartementsrecht rechtgevende op een parkeerplaats gelegen in de Private Parkeervoorziening en/of voor de bewoners bestemde berging deze alleen los kan verkopen indien deze eerst is aangeboden aan de eigenaren van een appartementsrecht rechtgevende op een woning in het Project, (ii) deze aanbiedingsregeling erin voorziet dat de eigenaar van een appartementsrecht rechtgevende op een woning in de gelegenheid wordt gesteld om een individuele parkeerplaats en/of berging te verwerven tegen een door de aanbiedende eigenaar vast te stellen koopprijs, die marktconform dient te zijn; dat geldt ook indien bedoelde parkeerplaatsen respectievelijk bergingen niet per stuk maar tezamen als pakket worden aangeboden, in welk geval de aanbieder het recht heeft de door een geïnteresseerde eigenaar onder de aanbiedingsregeling te verwerven individuele parkeerplaats en/of berging aan te wijzen; het voorgaande laat onverlet dat de eigenaar van een appartementsrecht rechtgevende op een woning in het Project bevoegd is om meer dan één parkeerplaats en/of meer dan één berging te verwerven, (iii) deze aanbiedingsregeling er voorts in voorziet dat het aanbod geldig zal zijn gedurende een door de aanbiedende eigenaar te bepalen en in het aanbod vast te leggen termijn die nooit minder dan éénentwintig (21) dagen zal zijn (zulks te rekenen vanaf te datum van ontvangst door de eigenaars van de brief waarbij de parkeerplaats(en) en/of berging(en) aan de eigenaars worden aangeboden, welke ontvangstdatum geacht zal worden gelijk te zijn aan de datum van terpostbezorging van de betreffende aanbiedingsbrief), en dat de aanbiedende eigenaar vrij is om, indien na afloop van deze termijn geen - naar zijn redelijk oordeel - serieuze reacties door hem zijn ontvangen, het aan-

153 gebodene aan een derde te verkopen; (iv) deze aanbiedingsregeling niet geldt ingeval van: 1. verkoop aan de Gemeente; 2. verkoop door HAL aan HAL Investments B.V., gevestigd ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 24179673; 3. verkoop van één of meer parkeerplaatsen en/of bergingen in samenhang met de verkoop van de Commerciële Voorzieningen of een gedeelte daarvan, in welk geval voor de betreffende verkoop de toestemming van de Gemeente vereist zal zijn; en 4. verkoop aan een derde krachtens een wettelijke bepaling, een aanwijzing van bevoegde autoriteiten of toezichthouders, een bevel van de rechter dan wel in geval van executoriale verkoop; en (v) de aanbiedende eigenaar: - schriftelijk heeft bevestigd dat de betreffende aanbiedingsregeling met in achtneming van het hiervoor vermelde is nageleefd en er geen - naar zijn redelijk oordeel - serieuze reacties door hem zijn ontvangen in welk geval de aanbiedende eigenaar vrij is het aangebodene aan een derde te verkopen; dan wel - schriftelijk heeft bevestigd dat de betreffende aanbiedingsregeling met in achtneming van het hiervoor vermelde is nageleefd en daarbij verklaart met betrekking tot welke aangeboden parkeerplaats(en) en/of bergingen(en) er - naar zijn redelijk oordeel - serieuze reacties door hem zijn ontvangen, in welk geval de aanbiedende eigenaar vrij is het aangebodene aan een derde te verkopen, zij het met uitzondering van die parkeerplaatsen en/of bergingen ter zake waarvan hij - naar zijn redelijk oordeel - serieuze reacties heeft ontvangen. 3. De toestemming van de Gemeente, die op grond van artikel 14 van de hierboven aangehaalde bepalingen vereist is in geval van vervreemding van een object met een andere bestemming dan wonen, is derhalve vereist bij verkoop van: - de Commerciële Voorzieningen of een gedeelte daarvan; en/of - de Openbare Parkeervoorziening of een gedeelte daarvan; en/of - één of meer parkeerplaatsen in de Private Parkeervoorziening en/of bergingen in het geval als hiervoor onder 2.(iv) sub 3 bedoeld. Ter vermijding van misverstand: aan een door de Gemeente te verlenen toestemming kunnen nimmer financiele voorwaarden, zoals een bijbetaling aan de Gemeente, verbonden worden. 4. De Gemeente zal een door haar te verlenen toestemming niet op onredelijke

154 gronden onthouden. 5. Het hierboven onder Toelichting alsmede het in deze zin vermelde geldt als een kwalitatieve verplichting respectievelijk kettingbeding jegens de Gemeente, zulks in de zin als bedoeld in artikel 9 hierna en dient derhalve in ieder akte van levering van het Project of van een gedeelte daarvan (een appartementrecht daaronder begrepen) letterlijk te worden aangehaald. 2.2. Bijzondere Bepalingen Artikel 1 Koopprijs. omzetbelasting 1. De koopprijs ter zake van de Onroerende Zaak bedraagt drie miljoen zevenhonderd vijfentwintig duizend euro ( 3.725.000,00), te vermeerderen met éénentwintig procent (21%) omzetbelasting ad zevenhonderd tweeëntachtig duizend tweehonderd vijftig euro ( 782.250,00), welke omzetbelasting heden door de VOF is voldaan door storting op de kwaliteitsrekening van de in het hoofd van deze akte genoemde notaris. De Gemeente verleent kwijting voor de ontvangst van vermelde omzetbelasting. 2. De Koopprijs dient door de VOF te worden voldaan uiterlijk zesendertig (36) maanden na heden, zulks met dien verstande dat: a. indien de juridische levering door de VOF van de Huurwoningen HAL voordien plaats vindt, de VOF verplicht is om - op de dag waarop de desbetreffende akte van levering gepasseerd wordt - aan de Gemeente te betalen: een gedeelte ter grootte van vijftig procent (50%) van de Koopprijs; en b. indien de juridische levering door de VOF van de Huurwoningen Vesteda voordien plaats vindt, de VOF verplicht is om - op de dag waarop de desbetreffende akte van levering gepasseerd wordt - aan de Gemeente te betalen: een gedeelte ter grootte van vijftig procent (50%) van de Koopprijs. De Gemeente stemt ermee in dat een betaling als bedoeld aan de Gemeente plaatsvindt uit het bedrag waartoe de VOF uit hoofde van een levering als hiervoor bedoeld gerechtigd is. Indien en voor zover het bedrag, waartoe de VOF uit hoofde van een levering als hiervoor bedoeld gerechtigd is, onvoldoende is om daaruit het aan de Gemeente verschuldigde bedrag te voldoen, zal de VOF het desbetreffende verschil op de datum van juridische levering van de Huurwoningen HAL respectievelijk Huurwoningen Vesteda op de kwaliteitsrekening storten van de notaris die de akte van levering van de Huurwoningen HAL respectievelijk Huurwoningen Vesteda passeert, bij gebreke waarvan de notaris niet bevoegd zal zijn de desbetreffende akte van levering van de Huurwoningen HAL respectievelijk Huurwoningen Vesteda te passeren. De VOF geeft hierbij - bij voorbaat - onherroepelijk opdracht aan de notaris,

155 die de desbetreffende akte van levering passeert, om het door de VOF uit hoofde van dit lid 4 aan de Gemeente verschuldigde aan de Gemeente te voldoen uit het de VOF uit hoofde van de levering van de Huurwoningen HAL respectievelijk Huurwoningen Vesteda toekomende bedrag en het in voorkomend geval door de VOF op de kwaliteitsrekening gestorte verschil als hiervoor bedoeld. In verband met het hiervoor vermelde stellen Partijen hierbij vast dat de notaris, die de akte van levering van de Huurwoningen HAL respectievelijk Huurwoningen Vesteda passeert, het door de VOF uit hoofde van dit lid 4 aan de Gemeente verschuldigde bedrag houdt voor de Gemeente, zulks - voor zover dit bedrag afkomstig is uit de door HAL respectievelijk Vesteda betaalde koopprijs - onder de ontbindende voorwaarde dat uit de narecherche door de notaris blijkt dat vóór het passeren van de desbetreffende akte van levering op de te leveren Huurwoningen HAL respectievelijk Huurwoningen Vesteda beslag is gelegd en dat beslag de betaling aan de Gemeente verhindert. Indien bedoelde ontbindende voorwaarde in vervulling gaat, ontslaat dat de VOF niet van haar betalingsverplichting jegens de Gemeente als gevolg van de levering van de Huurwoningen HAL respectievelijk Huurwoningen Vesteda. De VOF zal haar betalingsverplichting in dat geval alsnog terstond nakomen door rechtstreekse storting van het uit hoofde van dit lid 4 aan de Gemeente verschuldigde. Indien de VOF een verschil als hiervoor bedoeld op de kwaliteitsrekening van de notaris heeft gestort, geeft de VOF - ter gedeeltelijke nakoming van haar in de vorige zin bedoelde betalingsverplichting jegens de Gemeente - hierbij opdracht aan de desbetreffende notaris om bedoeld verschil aan de Gemeente te voldoen en zal de VOF zelf in dat geval terstond het restant rechtstreeks naar de Gemeente overmaken. Onder restant wordt verstaan: het aan de Gemeente verschuldigde bedrag, verminderd met het bedrag dat door de notaris op grond van het bepaalde in de vorige zin reeds aan de Gemeente voldaan is. Artikel 2. Staat van aflevering 2.1. De Gemeente levert bij deze de Onroerende Zaak af in de staat en onder de condities zoals vermeld in: a. Verkennend bodemonderzoek van de locatie Otto Reuchlinweg ong. (San Francisco, Boston, Havana, Philadelphia) projectcode 2007-0414, de dato veertien maart tweeduizend acht; b. Beoordeling bodemonderzoek op de locatie Otto Reuchlinweg ongenummerd te Rotterdam met TC-nummer 08-14-09, de dato tien april tweeduizend acht; c. de bodemgeschiktheidsverklaring de dato éénentwintig januari tweeduizend veertien; d. Tekening Resten in ondergrond New Orleans/San Francisco/Boston met

156 tekeningnummer 17-W-264, de dato twee december tweeduizend zeven; e. Tekening Leidingondergrond getekend op achtentwintig november tweeduizend dertien; f. Afspraken bij aflevering grond, de dato dertien februari tweeduizend dertien; en g. de Koopovereenkomst, waarin het volgende woordelijk voorkomt: 1. De Gemeente levert het Bouwperceel conform de Afspraken bij Aflevering en voorts met in achtneming van het hierna bepaalde. 2. De Gemeente maakt gebruik van haar recht als vermeld in artikel 1.1.3 van de Afspraken bij Aflevering. In verband hiermee heeft de Gemeente de bekende obstakels die zij niet zal ruimen aangegeven op de kaart die is vervaardigd door gemeentewerken ter zake van de Wilhelminapier Zuidzijde en betrekking heeft op "Resten ondergrond New Orleans/San Francisco/Boston" (op 3 december 2007 geautoriseerd door A.J.A. Beekers) die als Bijlage 12.a aan deze akte wordt gehecht. 3. Ten aanzien van zowel de op de kaart aangegeven, en dus bekende, obstakels als de onbekende obstakels, geldt het volgende: (i) wat betreft het gebied dat met blauwe arcering is aangeduid op de tekening de dato 10 maart 2014 die als Bijlage 12.b aan deze akte wordt gehecht: a. alle kosten die in verband met de bekende obstakels in dit gebied worden gemaakt, derhalve zowel de kosten van verwijdering van de obstakels in dit gebied als de kosten van eventuele maatregelen die ter zake van de fundering van het Project nodig zijn als gevolg van de obstakels in dit gebied en de eventuele externe kosten in verband met de obstakels in dit gebied, zijn voor rekening van de Contractant; b. voor alle kosten die in verband met de onbekende obstakels in dit gebied worden gemaakt, derhalve zowel de kosten van verwijdering van de obstakels in dit gebied als de kosten van eventuele maatregelen die terzake van de fundering van het Project nodig zijn als gevolg van de obstakels in dit gebied en de eventuele externe kosten in verband met de obstakels in dit gebied, geldt de regeling als vermeld onder (ii) hierna; (ii) wat betreft het gebied dat als een donkergrijs vlak is aangeduid op vermelde bijlage 12. b: a. Alle kosten die in verband met de obstakels in dit gebied worden gemaakt, derhalve zowel de kosten van verwijdering van de obstakels in dit gebied als de kosten van eventuele maatregelen die ter zake van de fundering van

157 het Project nodig zijn als gevolg van de obstakels in dit gebied en de eventuele externe kosten in verband met de obstakels in dit gebied, worden tot een maximum van 162.000,- (vast en onveranderlijk), exclusief omzetbelasting, tussen de Contractant en de Gemeente gelijkelijk verdeeld (dat wil zeggen ieder 50%). Indien een Partij in dit kader kosten heeft betaald (c.q. heeft 'voorgeschoten'), dan worden deze kosten - althans het door de andere Partij te dragen gedeelte daarvan - gelijktijdig met de betaling van de Koopprijs (althans - voor zover van toepassing - gelijktijdig met de betaling van het eerste gedeelte van de Koopprijs, zoals is bedoeld in artikel 2 lid 4) door de andere Partij aan de eerstgenoemde Partij betaald, zonder dat daarover rente wordt berekend. b. Voor zover de onder a bedoelde kosten het bedrag ad 162.000,--, exclusief omzetbelasting, overschrijden, komt deze overschrijding tot een maximum van 100.000,-- volledig voor rekening van de Gemeente. Indien en voor zover de Contractant de overschrijdende kosten heeft voorgeschoten, worden deze verrekend bij betaling van (het eerste gedeelte van) de Koopprijs. c. Voor zover de onder a bedoelde kosten het bedrag ad 262.000,-- (vast en onveranderlijk), exclusief omzetbelasting, overschrijden, treden Partijen omtrent de onderlinge verdeling van het meerdere boven 262.000,-- in onderling overleg. Indien dat overleg niet binnen een redelijke termijn tot overeenstemming leidt, is sprake van een geschil. d. De Contractant zal voorafgaand aan het verwijderen van obstakels dan wel het nemen van maatregelen als hiervoor bedoeld dan wel het geven van opdrachten aan adviseurs als hierna onder e bedoeld, de (verwachte) kosten inventariseren en ter schriftelijke goedkeuring voorleggen aan Gemeente. e. Onder externe kosten worden verstaan: alle kosten die in verband met het verwijderen van obstakels dan wel het nemen van maatregelen ter zake van de fundering van het Project die in verband met de obstakels noodzakelijk zijn, worden besteed aan adviseurs die de betreffende berekeningen maken dan wel andere ter zake benodigde adviezen geven. 4. Voor zover het in het vorige lid vermelde afwijkt van de Afspraken bij Aflevering gaat het bepaalde in het vorige lid voor. Een kopie van de hiervoor sub a tot en met e vermelde rapporten, verklaring en tekeningen alsmede een exemplaar van de hiervoor sub f vermelde Af-

158 spraken bij aflevering wordt als BIJLAGE 2 tot en met 7 aan de Akte gehecht. 2.2. De VOF aanvaardt de in het vorige lid van dit artikel bedoelde aflevering, zulks met in achtneming van het bepaalde in het eerder in de Akte speciaal aangehaalde artikel 4 van de Algemene Voorwaarden Eigendom respectievelijk artikel 5 van de Algemene Voorwaarden Eigendom. Artikel 3. Eigendomsgarantie De Gemeente garandeert dat zij eigenaar is van de Onroerende Zaak. Artikel 4. Juridische staat. Bijzondere lasten en beperkingen 4.1. Conform het vermelde in artikel 6 en artikel 7 van de Algemene Voorwaarden Eigendom garandeert de Gemeente dat de Onroerende Zaak heden vrij is van: a. hypotheken, beslagen en inschrijvingen daarvan; b. andere beperkte rechten dan hypotheek en van kwalitatieve verplichtingen, bijzondere lasten en/of kettingbedingen, een en ander voor zover daarvan niet blijkt uit deze Akte en/of de openbare registers voor registergoederen. c. huurovereenkomsten, bruikleenovereenkomsten, andere overeenkomsten waarbij het genot of gebruik aan derden is gegeven en overeenkomsten die tot het aangaan van zodanige overeenkomsten kunnen leiden. 4.2. Het vermelde in artikel 4.1 laat onverlet het overigens in artikel 6 van de Algemene Voorwaarden Eigendom bepaalde. Artikel 5. Geen bouwplicht. Terugkoopverplichting 1. Het staat de VOF geheel vrij om naar eigen inzichten al dan niet te starten met de realisering van het Project. 2. Indien de VOF niet binnen zes maanden na het passeren van de Akte is gestart met het slaan van de damwanden ten behoeve van de realisering van de Openbare Parkeervoorziening en/of het Deelproject Boston en/of het Deelproject Seattle, heeft de Gemeente tot een jaar na heden het recht om de Onroerende Zaak van de VOF terug te kopen, welk terugkooprecht - indien de Gemeente daarvan gebruik maakt - voor de VOF de verplichting inhoudt dat zij: - de Onroerende Zaak in volle eigendom teruglevert aan de Gemeente; - ten behoeve van de Gemeente afstand doet van het Opstalrecht Openbaar Gebied; - ten behoeve van de Gemeente afstand doet van het Opstalrecht Entree; - de Grond aan de Gemeente ter beschikking stelt in dezelfde feitelijke en juridische staat als waarin deze zich heden bevindt, een en onder de verplichting van de Gemeente tot betaling aan de VOF van een koopprijs die gelijk is aan de Koopprijs, zulks met dien verstande dat de

159 nakoming van deze betalingsplicht verrekend zal worden met de door VOF verschuldigde Koopprijs indien en voor zover deze op dat moment nog niet door de VOF aan de Gemeente voldaan is. De hiervoor vermelde verplichtingen dienen door de VOF te worden nagekomen zodra de Gemeente aan haar heeft kenbaar gemaakt dat zij van haar recht van terugkoop gebruik maakt. Na gebruikmaking van haar terugkooprecht staat het de Gemeente vrij om naar eigen inzicht over de Grond te beschikken en heeft de VOF jegens de Gemeente ter zake van de Grond geen enkel uit de Koopovereenkomst voortvloeiend recht en/of aanspraak meer. 3. Indien en zodra de VOF aanvangt met de bouwwerkzaamheden op (een gedeelte van) de Grond, het slaan van damwanden daaronder begrepen, dan dient de VOF de bouwwerkzaamheden in één ononderbroken bouwstroom te (doen) voortzetten. Artikel 6. Bestemming en gebruik. Toestemming splitsing in appartementsrechten 1. De Onroerende Zaak is bestemd om te worden bebouwd met het Project (zulks met dien verstande dat een gedeelte van de Openbare Parkeervoorziening gerealiseerd zal worden onder het Openbaar Gebied). 2. De bestemming van: - de Private Parkeervoorziening is: parkeren. - de Koopwoningen, de Huurwoningen Vesteda en de Huurwoningen HAL is: wonen; - de Commerciële Voorzieningen is: commerciële en publieksaantrekkelijke functies, een en ander passend binnen het vigerend bestemmingsplan. - de Openbare Parkeervoorziening is: parkeren. 3. De Gemeente geeft hierbij toestemming om het Project - exclusief de Openbare Parkeervoorziening, waarvoor een opstalrecht gevestigd zal worden en als zodanig niet in de appartementensplitsing betrokken wordt - zodanig in appartementsrechten te splitsen dat de appartementsrechten die daarbij ontstaan het recht op uitsluitend gebruik geven van: a. De Koopwoningen, welk appartementsrecht mag worden ondergesplitst in zoveel onderappartementsrechten als er afzonderlijke koopwoningen en bergingen gerealiseerd worden (waarbij het is toegestaan dat de bergingen een eigen appartementsindex hebben); b. de Huurwoningen Vesteda, welk appartementsrecht mag worden ondergesplitst in zoveel onderappartementsrechten als er afzonderlijke huurwoningen en bergingen gerealiseerd worden (waarbij het is toegestaan dat de bergingen een eigen appartementsindex hebben); c. de Huurwoningen Hal, welk appartementsrecht mag worden ondergesplitst in zoveel onderappartementsrechten als er afzonderlijke

160 huurwoningen en bergingen gerealiseerd worden (waarbij het is toegestaan dat de bergingen een eigen appartementsindex hebben); d. de Private Parkeervoorziening welk appartementsrecht mag worden ondergesplitst in zoveel onderappartementsrechten als er afzonderlijke stallingplaatsen gerealiseerd worden; e. de Commerciële Voorzieningen. Vanwege de in de akte van hoofdplitsing op te nemen aanbiedingsregeling met betrekking tot de onder d hiervoor bedoelde onderappartementsrechten, kan eerst tot hoofdsplitsing van de Onroerende Zaak en de daarop te realiseren opstallen worden overgegaan nadat de Gemeente het concept van de desbetreffende akte van splitsing heeft goedgekeurd. Een wijziging van de akte van splitsing behoeft niet de voorafgaande goedkeuring van de Gemeente, zulks tenzij de wijziging betrekking heeft op de aanbiedingsregeling. 4. De Gemeente stelt hierbij volledigheidshalve vast dat de eigenaar van de onderappartementsrechten, elk recht gevende op het exclusief recht van een gebruik van een afzonderlijke huurwoning respectievelijk berging als bedoeld in het vorige lid onder b en c, zonder toestemming van de Gemeente en zonder bijbetaling aan de Gemeente - bevoegd is om een dergelijk onderappartementsrecht te vervreemden als koopwoning respectievelijk daarbij behorende berging. Artikel 7. Erfdienstbaarheden Ter uitvoering van de Koopovereenkomst wensen de Gemeente en de VOF thans over te gaan tot de vestiging en aanvaarding van de volgende erfdienstbaarheden. Overbouwing (balkons) De Gemeente vestigt hierbij en de VOF neemt hierbij aan: De erfdienstbaarheid ten laste van het ten name van de Gemeente staande perceel kadastraal bekend gemeente Rotterdam (vijfde afdeling), sectie P, nummer2576 en nummer 2577 (dienend erf) en ten behoeve van de Onroerende Zaak (heersend erf), het perceel nummer 2579 in gemelde gemeente en sectie, welke erfdienstbaarheid voor de eigenaar van het dienend erf de verplichting inhoudt te dulden dat de gerechtigden tot het heersend erf voor eigen rekening en risico boven het dienend erf overbouwingen, onder meer bestaande uit een luifel en de uitkragingen van het Project buiten grenzen van de Onroerende Zaak, heeft en die overbouwingen in stand houdt, een en ander overeenkomstig het eerder in de Akte vermelde bouwplan en de tekening waarop het dienend erf staat aangegeven, welke tekening als Bijlage 8 aan deze akte wordt gehecht. Vergoeding voor erfdienstbaarheden Ter zake van de hiervoor gevestigde erfdienstbaarheden is geen vergoeding

161 verschuldigd. Overige erfdienstbaarheden Partijen komen overeen dat indien blijkt dat nog andere erfdienstbaarheden gevestigd dienen te worden zij daarover met elkaar in overleg zullen treden. Bij het vestigen van de in de vorige zin bedoelde erfdienstbaarheden en de daaraan te verbinden voorwaarden zullen Partijen over en weer met elkaars gerechtvaardigde belangen rekening houden. Artikel 8 Overdracht van rechten 8.1. Voor zover rechten van de Gemeente ter zake van de Onroerende Zaak jegens haar rechtsvoorgangers en/of andere derden niet van rechtswege met de levering van de Onroerende Zaak mee overgaan op de VOF, levert de Gemeente die rechten bij deze aan de VOF, die die rechten hierbij van de Gemeente aanvaardt. 8.2. De VOF is te allen tijde bevoegd de hiervoor bedoelde levering van rechten mee te delen aan de desbetreffende schuldenaar. Artikel 9 Derdenwerking 9.1. Partijen beogen uitdrukkelijk een derdenwerking ten aanzien van hun rechten en verplichtingen ter zake van de Onroerende Zaak respectievelijk (een gedeelte van) het Project uit hoofde van de Akte, daaronder begrepen de Algemene Voorwaarden Eigendom. 9.2. Alle verplichtingen van een Eigenaar uit hoofde van de Akte en/of de Algemene Voorwaarden Eigendom om iets te dulden of niet te doen ten aanzien van de Onroerende Zaak respectievelijk (een gedeelte van) het Project en als zodanig kwalificeren als kwalitatieve verplichtingen als bedoeld in artikel 6:252 Burgerlijk Wetboek, zullen overgaan op degenen die de Onroerende Zaak in eigendom verkrijgen dan wel daarop een beperkt genotsrecht krijgen dan wel een (onder)appartementsrecht, dat is ontstaan als gevolg van de (onder)splitsing van de Onroerende Zaak en het Project (eventueel nadat deze is/zijn belast met een beperkt genotsrecht), verkrijgen. Ook degenen die een recht van gebruik verkrijgen van een rechthebbende zullen daaraan gebonden zijn. 9.3. Voor zover sprake is van verplichtingen om te doen, zal de Eigenaar bij vervreemding van de Onroerende Zaak, de vestiging dan wel overdracht van een beperkt genotsrecht, respectievelijk een (onder)appartementsrecht waarin de Onroerende Zaak en het Project (eventueel nadat deze is/zijn belast met een beperkt genotsrecht) gesplitst is, zijn verplichtingen uit hoofde van de Akte en de Algemene Voorwaarden Eigendom ten behoeve van de Gemeente opleggen aan zijn rechtsopvolger en deze namens en ten behoeve van de Gemeente aannemen.

162 9.4. De boetebepaling vermeld in artikel 17 van de Algemene Voorwaarden Eigendom is wat betreft de Onroerende Zaak met het Project respectievelijk de (onder)appartementsrechten waarin deze gesplitst wordt overeenkomstig van toepassing. 9.5. In verband met het hiervoor in dit artikel 9 bepaalde zal het hiervoor onder deze C sub 2.1 en 2.2 bepaalde letterlijk worden aangehaald in iedere akte van vervreemding van de Onroerende Zaak, de vestiging dan wel overdracht van een beperkt genotsrecht, respectievelijk een (onder)appartementsrecht waarin de Onroerende Zaak (eventueel nadat deze is belast met een beperkt genotsrecht) gesplitst is, daaronder meebegrepen." enzovoorts "E. SLOTBEPALINGEN Artikel 1 Bijzondere lasten en beperkingen 1. Ter zake van bijzondere lasten en beperkingen met betrekking tot de Onroerende Zaak en het Openbaar Gebied wordt verwezen naar het bepaalde in een akte van splitsing in appartementsrechten van het perceel kadastraal bekend gemeen vijfde afdeling, sectie P nummer 2472, welke akte op veertien december tweeduizend negen is verleden voor mr. G. Kleykamp - van der Ben, notaris te s-gravenhage en bij afschrift is ingeschreven op vijftien december tweeduizend negen in de landelijke openbare registers voor registergoederen in register Hypotheken 4 deel 57599 nummer 141, in welke akte het volgende woordelijk is opgenomen: De Gemeente Rotterdam is eigenaar van het naast het Registergoed, hetwelk bij deze akte is gesplitst in appartementsrechten, gelegen perceel grond, kadastraal bekend gemeen sectie R, nummer 2473, groot twee hectare negen en negentig are en vijftien centiare (2 ha 99 a 15 ca), zoals aangegeven op de aan deze akte gehechte tekening ( Buurperceel ). Op het Buurperceel zal mogelijk bebouwing worden gerealiseerd onder welke bebouwing zal zijn gelegen een ondergrondse tweelaagse stallinggarage. De stallinggarage zal, indien deze wordt gerealiseerd, worden aangesloten op de stallinggarage, welke is betrokken in het Registergoed en thans kadastraal bekend is als gemeen sectie P, complexaanduiding 2477, A-1, terwijl het tevens mogelijk moet zijn dat de eigenaren van beide stallinggarages over en weer gebruik maken van elkaars garage. Derhalve gaan Vesteda en de Gemeente Rotterdam hierbij over tot de vestiging van de erfdienstbaarheid van gebruik en doorgang, alsmede aansluiting en inbalking, inhoudende de verplichting van de gerechtigde tot het dienend erf om te dulden dat de gerechtigde tot het heersend erf:

163 a. aanbouwt tegen het dienend erf en de daarvoor benodigde (constructieve) zaken aanbrengt aan/op of in het dienend erf; b. middels het dienend erf komt van en gaan naar de uitgang en/of toegang van de stallinggarage en de openbare weg en hier toe gebruik maakt van de zich in het dienend erf bevindende rijbanen met voorzieningen; c. gebruik maakt van de op het dienend erf aangesloten voorzieningen, waaronder onder meer doch niet uitsluitend begrepen, luchtventilatie, verlichting, brandpreventiebeveiliging. In deze erfdienstbaarheid wordt onder zowel het heersend als dienend erf verstaan: - het perceel grond, kadastraal bekend gemeen sectie R, nummer 2473, groot twee hectare, negen en negentig are en vijftien centiare (2 ha 99 a en 15 ca), zoals aangegeven op de aan deze akte gehechte tekening; alsmede - de stallinggarage, welke is betrokken in het Registergoed en thans kadastraal bekend is als gemeen sectie P, complexaanduiding 2477, A-1. De erfdienstbaarheid wordt hierbij gevestigd ten behoeve van het heersend erf en ten laste van het dienend erf over en weer. De erfdienstbaarheid dient te worden uitgeoefend onder de navolgende voorwaarden en bedingen: 1. Indien de bebouwing op het Buurperceel wordt gerealiseerd en de stallinggarages op elkaar worden aangesloten, zijn de dienende erven verplicht de uit-/en of doorgang tot hun perceel jegens de eigenaar van het heersend erf te waarborgen. De eigenaar van het heersend erf dient te allen tijde gebruik te kunnen maken van het dienend erf en de eigenaar tot het dienend erf is niet bevoegd het dienend erf af te sluiten, tenzij hierover schriftelijke overeenstemming bestaat. 2. De eigenaren van zowel het heersend als het dienend erf zijn in het geval de bebouwing op het Buurperceel wordt gerealiseerd en de stallinggarages op elkaar worden aangesloten verplicht het beheer van de stallinggarage onder te brengen bij eenzelfde beheerder. Deze beheerder zal ervoor zorg dragen dat het beheer, het onderhoud en reiniging voor de gehele stallinggarage op een gelijke wijze zal worden uitgevoerd. De kosten voor het beheer van de garages en het onderhoud en eventuele vervanging of herinrichting zullen door alle eigenaren van zowel de heersende als dienende erven in evenredigheid naar het aantal door hen in eigendom te houden stallingplaatsen worden vol-

164 daan. 3. De eigenaren van de heersende en dienende erven dienen deel te nemen in een overlegstructuur, waarin door de eigenaren gezamenlijk wordt besloten omtrent de uit te voeren werkzaamheden en het beheer en onderhoud van de garage. De eigenaren zijn bevoegd om een gevolmachtigde aan te wijzen die namens hen het woord zal voeren en hun stemrecht zal uitoefenen in de overlegstructuur. Een gevolmachtigde kan zijn (de beheerder van) de (onder)vereniging van Eigenaars van een (deel van) de stallinggarage. 4. Vorenvermelde erfdienstbaarheid zal feitelijk worden uitgeoefend, nadat de stallinggarages op de heersende en dienende erven zijn gerealiseerd. Direct nadat deze zijn gerealiseerd en in gebruik zijn genomen zijn de eigenaren verplicht de hiervoor in lid 3 bedoelde overlegstructuur op te zetten en het beheer van de stallinggarage over te laten aan een beheerder. De eigenaren van zowel het heersend als het dienend erf zijn verplicht nadere afspraken te maken over het beheer van de garage, waartoe de beheerder een reglement op zal stellen. 5. Indien definitief vaststaat dat de hiervoor vermelde bebouwing op het Buurperceel niet wordt gerealiseerd en de stallinggarages niet op elkaar worden aangesloten dan zullen partijen afstand doen van onderhavige erfdienstbaarheid en hun medewerking verlenen aan het opstellen van een notariële akte hiertoe. De kosten voor het opstellen van bedoelde notariële akte van afstand komen voor rekening van de desbetreffende eigenaren van het appartementsrecht. 2. VOF verklaart de lasten en beperkingen die blijken uit bovenstaande aanhaling hierbij te aanvaarden." B. het bepaalde in een akte vestiging recht van opstal, levering opstalrechten en vestiging erfdienstbaarheden op *** verleden voor mr ***, notaris te Delft en bij afschrift is ingeschreven op *** in de openbare registers in register 4 deel *** nummer ***, in welke akte het volgende woordelijk is opgenomen: "Begrenzing recht van opstal Het recht van opstal wordt begrensd: - aan de bovenzijde door een scheidingslaag, van welke scheidingslaag de bovenkant van het beton casu quo de bovenkant van de waterdichte afwerklaag, de grens vormt tussen de parkeergarage ten dienste waarvan het recht van opstal wordt gevestigd, en de op die parkeergarage te stichten opstallen, bestaande uit commerciële ruimten op straatniveau, een parkeergarage, en twee woontorens, met toebehoren, met dien verstande dat tot het recht van opstal tevens behoort de voetgangersuitgang op straatniveau en de zich op het dak van de ondergrondse parkeergarage bevindende ruimte met een ventilatiepunt, en - aan de zijkanten door de buitenkant van de betonwanden van de onder-

165 grondse parkeergarage. De voormelde scheidingslaag fungeert - met inachtneming van hetgeen in de laatste zin van dit artikel staat vermeld over de kolommen - als fundering van het deels op de opstallen te realiseren gebouw, hierna te noemen: het gebouw. Er zijn derhalve contactpunten tussen de scheidingslaag van de ondergrondse parkeergarage en de fundering van het gebouw. Deze raakvlakken bevinden zich op niveau -1 en zijn weergegeven op de aan deze akte gehechte constructietekening. Het vorenstaande houdt in dat de grondeigenaar zich op dan wel boven de scheidingslaag casu quo bovenkant waterdichte afwerklaag van de ondergrondse parkeergarage kan gedragen als eigenaar. De kolommen met verder toebehoren, een en ander zoals op eerder gemelde constructietekening nader staat aangegeven, die benodigd zijn voor de fundering van de op straatniveau en daarboven te realiseren opstallen, en die zich bevinden in de ondergrondse parkeergarage, behoren niet tot het recht van opstal." en voorts "2. RECHT VAN OPSTAL I VOF Pier III en Holland Immo zijn overeengekomen dat op de verhouding tussen de Grondeigenaar en de Opstaller ten aanzien van het gevestigde Recht van Opstal I de navolgende bepalingen en bedingen van toepassing zijn: Artikel 1a Bevoegdheden verbonden aan het recht van opstal De opstaller mag de opstallen niet gebruiken voor andere doeleinden dan die welke hiervoor bij de omschrijving van het opstalrecht zijn vermeld. Het recht van opstal omvat tevens de bevoegdheid om in de ondergrond van het registergoed I ten behoeve van de opstallen kabels en leidingen aan te (laten) leggen en alle daarbij behorende werkzaamheden te (laten) verrichten voor het gebruik en onderhoud van de opstallen en de kabels en leidingen. Artikel 1b Bepalingen inzake (de rechten van) de grondeigenaar en (de verplichting van) de opstaller 1. De grondeigenaar behoudt het volledige genot van de grond voor zover één en ander niet strijdig is met het aan opstaller verleende recht van opstal. 2. De grondeigenaar is verplicht iedere grondgebruiker en toekomstige grondgebruiker van het registergoed I kennis te geven van het recht van opstal en de verplichtingen die daaruit voortvloeien. 3. De opstaller is ermee bekend dat de grondeigenaar de scheidingslaag van de opstallen wil aanhouden als scheiding voor het op de opstallen te realiseren en in te richten gebouw. De opstaller dient dit te gedogen en is niet gerechtigd zaken in de fundering en kolommen die zich bevinden in de opstallen, in te ankeren. De opstaller is vanwege het in de vorige zin gestelde niet gerechtigd de ondergrondse parkeergarage te verwijderen. 4. De opstaller is verplicht te gedogen dat kabels en leidingen voor onder

166 andere nutsvoorzieningen ten behoeve van de voorzieningen van de bovengronds te realiseren opstallen zich in de opstallen kunnen bevinden, waarbij de vrije hoogte in de ondergrondse parkeergarage minimaal twee meter vijftig centimeter (2,50m) en daar waar kabels en leidingen worden aangelegd minimaal twee meter dertig centimeter (2,30m) dient te bedragen. Gasleidingen zijn niet toegestaan. De thans geprojecteerde kabels en leidingen met schachten zijn weergegeven op de eerder gemelde constructietekening. Deze gedoogplicht geldt ook voor eventueel in de toekomst nog te realiseren kabels en leidingen en overige voorzieningen, mits de voormelde vrije hoogte gewaarborgd blijft. De kabels en leidingen moeten te allen tijde bereikbaar zijn voor onderhoud door of namens de grondeigenaar en in geval van calamiteiten. Tevens is de opstaller verplicht te gedogen dat er toegang moet worden verleend voor onderhoud aan de liftputten en liftschachten. 5. De opstaller is gehouden om de grondeigenaar kosteloos toegang tot de opstallen te verschaffen teneinde de benodigde (bouw- en onderhouds)werkzaamheden te verrichten aan respectievelijk het Deelproject Seattle en Deelproject Boston, met dien verstande dat dit op de minst bezwaarlijke wijze voor de opstaller geschiedt. Diegene die op grond van het hiervoor in dit artikellid bepaalde toegang wenst te verkrijgen tot de opstallen, zal met de opstaller in overleg moeten treden om een geschikt tijdstip van toegang te kunnen overeenkomen. Artikel 2 Duur van het recht van opstal Het recht van opstal gaat in op heden - deze datum hierna te noemen: "de ingangsdatum"- en is aangegaan voor onbepaalde tijd, behoudens eventuele beëindiging op de hierna in artikel 9 dan wel de overige in de wet genoemde gronden. Artikel 3 Retributie De opstaller is geen retributie aan de grondeigenaar verschuldigd. Artikel 4 Risico. Aflevering 1. Met ingang van de ingangsdatum draagt Holland Immo het risico van dat gedeelte van het registergoed, waarop het recht van opstal I is gevestigd, en van de (na voltooiing daarvan) ten behoeve van de opstaller te stichten opstallen. 2. Holland Immo aanvaardt dat gedeelte van het registergoed dat als recht van opstal I in opstal is uitgegeven, in de feitelijke staat, waarin het zich ten tijde van de overeenkomst tot vestiging van het recht van opstal bevond. Het voortgezet gebruik van de grondeigenaar als zorgvuldig schuldenaar na het tot stand komen van de overeenkomst tot vestiging van het recht van opstal wordt geacht geen wijziging te hebben gebracht in de staat van hetgeen in opstal is uitgegeven. Artikel 5 Zakelijke lasten en belastingen

167 1. Alle zakelijke lasten, die over het recht van opstal l, de opstallen en het gebruik ervan worden geheven of zullen worden geheven, komen vanaf de ingangsdatum voor rekening van de opstaller. 2. Wanneer de grondeigenaar belastingen of lasten als in het vorige lid bedoeld, mocht hebben betaald, zal daarvan kennis worden gegeven aan de opstaller, die verplicht is binnen een maand nadien het betaalde bedrag aan de grondeigenaar te vergoeden. Artikel 6 Garanties. 1. VOF Pier III garandeert dat het recht van opstai l: a. onvoorwaardelijk is en niet is onderworpen aan inkorting, ontbinding of aan welke vernietiging dan ook, onverminderd het in deze akte en in de wet ten aanzien van het recht van opstal bepaalde; b. niet bezwaard is met beslagen of rechten van hypotheken of inschrijvingen daarvan dan wel met andere beperkte rechten; c. niet bezwaard is met kwalitatieve verplichtingen; d. niet belast is met bijzondere lasten en beperkingen; een en ander voor zover in deze akte niet anders is vermeld of uit de feitelijke situatie valt af te leiden; en alles onverminderd de beperkingen die aan het recht van opstal zijn verbonden krachtens de onderhavige bepalingen en de wet. 2. Voorts garandeert VOF Pier III: a. het registergoed waarop het recht van opstal I is gevestigd, is thans geheel vrij van huur, pacht en/of andere aanspraken tot gebruik, leeg, ontruimd en ongevorderd; het registergoed is evenmin zonder recht of titel in gebruik bij derden; b. hij is niet bekend met feiten die erop wijzen dat het registergoed waarop het recht van opstal I is gevestigd enige verontreiniging bevat die ten nadele strekt van het beoogde gebruik door de opstaller of waarvan het aannemelijk is dat deze verontreiniging ingevolge de thans geldende milieuwetgeving en/of milieurechtspraak aanleiding zou geven tot sanering of tot het nemen van andere maatregelen; c. hem is niet bekend dat in het registergoed waarop het recht van opstal I is gevestigd, tanks voor het opslaan van vloeistoffen aanwezig zijn. 3. Indien de grootte en/of verdere omschrijving van de grond niet juist of niet volledig is, ontleent noch VOF Pier III noch Holland Immo daaraan enig recht. Artikel 7 Gebruik 1. De opstaller zal het registergoed waarop het recht van opstal I is gevestigd (in samenhang met het recht van opstal II), en de opstallen uitsluitend gebruiken voor het (laten) realiseren, in stand houden en (doen) gebruiken van een ondergrondse parkeergarage met toebehoren. 2. Het is de opstaller niet geoorloofd zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de grondeigenaar:

168 - in het gebruik van het registergoed I en/of de opstallen wijziging aan te brengen; - andere (bouw)werken op te richten dan de opstallen; - de opstallen hetzij geheel, hetzij gedeeltelijk van bestemming te wijzigen, waaronder begrepen slopen; - het registergoed waarop het recht van opstal I is gevestigd mede te gebruiken voor het plaatsen of aanbrengen van voorwerpen, waarvan naar het oordeel van de grondeigenaar, gevaar, schade of hinder dan wel bezwaar uit oogpunt van welstand en milieu te duchten is. 3. De grondeigenaar kan voorwaarden verbinden aan de in lid 2 bedoelde toestemming. Deze voorwaarden mogen niet onredelijk van aard zijn. 4. Eventueel van derden benodigde toestemmingen en/of vergunningen in verband met de realisering, de aanwezigheid en het gebruik van de opstallen dienen door en voor rekening en risico van de opstaller te worden aangevraagd en rechtens onaantastbaar zijn verkregen. Artikel 8 Overdracht, toedeling, splitsing, onderopstal en verhuur 1. Het recht van opstal I kan zonder de schriftelijke toestemming van de grondeigenaar: a. worden overgedragen; b. worden toebedeeld. Als de opstaller hiertoe overgaat, dient hij daarvan aan de grondeigenaar binnen twee weken na het sluiten van de overeenkomst mededeling te doen. Het recht van opstal I kan zonder de schriftelijke toestemming van de grondeigenaar: c. worden gesplitst door overdracht of toedeling van het recht van opstal op een gedeelte van de zaak; d. worden gesplitst, worden samengevoegd met een ander recht van opstal of worden gesplitst in appartementsrechten, waaronder tevens te begrijpen het door de opstaller verlenen van deelnemings- en lidmaatschapsrechten die betrekking hebben op het gebruik van de grond en/of de opstallen. De opstaller dient van zijn voornemen als bedoeld sub c en d schriftelijk mededeling te doen aan de grondeigenaar ten minste één maand voor de voorgenomen datum dat de desbetreffende rechtshandeling zal plaatsvinden. 2. De opstaller is niet zonder de (schriftelijke) toestemming van de grondeigenaar bevoegd op het recht van opstal I geheel of ten dele het recht van onderopstal te vestigen. 3. De opstaller is zonder de (schriftelijke) toestemming van de grondeigenaar bevoegd het recht van opstal I geheel of ten dele te verhuren, te verpachten of anderszins aan derden in gebruik te geven, mits het karakter van een openbare ondergrondse parkeergarage in stand blijft. Artikel 9 Einde recht van opstal I

169 1. Opzegging a. De opstaller is niet bevoegd het recht van opstal I op te zeggen. b. Het recht van opstal I kan evenmin door de grondeigenaar worden opgezegd. 2. Afstand De grondeigenaar en de opstaller kunnen bij notariële akte, gevolgd door inschrijving van een afschrift of uittreksel van die akte in de openbare registers, afstand doen van het recht van opstal I. 3. Beschikking rechter Het recht van opstal I eindigt door een beschikking van de rechter op grond van het bepaalde in artikel 5:97 iuncto artikel 5:104 lid 1 Burgerlijk Wetboek. Artikel 10 Wegnemingsrecht De opstaller heeft noch tijdens de duur van het recht van opstal I noch bij het einde daarvan de bevoegdheid de opstallen, voor zover door hemzelf of een rechtsvoorganger aangebracht of van de eigenaar tegen vergoeding van de waarde overgenomen, geheel dan wel gedeeltelijk weg te nemen. Artikel 11 Vergoedingsrecht bij einde recht van opstal I Een vergoedingsrecht bij het einde van het recht van opstal I is niet aan de orde, omdat noch de opstaller noch de grondeigenaar het recht van opstal I eenzijdig kan opzeggen. Indien grondeigenaar en opstaller in gezamenlijk overleg tot beëindiging besluiten, zullen zij in gezamenlijk overleg een regeling kunnen treffen voor een mogelijke vergoeding. Artikel 12 Niet-nakoming 1. Bij niet-nakoming van enige verplichting, voortvloeiende uit het recht van opstal I, verbeurt de opstaller dan wel de grondeigenaar, na ingebrekestelling en na verloop van de daarin gestelde termijn, ten behoeve van de grondeigenaar respectievelijk de opstaller een onmiddellijk opeisbare boete van éénduizend euro ( 1.000,00) voor elke week dat de verboden toestand voortduurt. 2. Naast het gestelde in lid 1 van dit artikel behouden de grondeigenaar en de opstaller de bevoegdheid om bij niet-nakoming van enige uit het recht van opstal I voortvloeiende verplichting in rechte nakoming te vorderen of het recht van opstal I met inachtneming van het in deze akte en wet bepaalde op te zeggen en/of schadevergoeding te vorderen." en voorts "H VESTIGING ERFDIENSTBAARHEDEN 1. DE OVEREENKOMST In verband met de realisering van de nieuwbouw met de ondergrondse parkeergarage is het wenselijk een aantal erfdienstbaarheden te vestigen: a. Holland Immo wenst gebruik te maken van het gebouw in verband met een vluchtweg ten behoeve van de ondergrondse parkeergarage die zich be-

170 vindt in het gebouw. b. Verder is nodig een erfdienstbaarheid te vestigen in verband met diverse installaties ten behoeve van de ondergrondse parkeergarage en dienen erfdienstbaarheden te worden gevestigd in verband met de bestendiging van de bouwkundige toestand van de te realiseren opstallen. c. Voor de navolgende erfdienstbaarheden geldt dat zij moeten worden uitgeoefend op voor de eigenaar van het dienend erf minst bezwarende wijze en dat het heersend erf er voor moet zorgen dat de uitoefening plaats vindt zonder dat er schade aan de gebouwen ontstaat. VOF Pier III en Holland Immo komen bij deze overeen om ten behoeve van het vorenstaande de volgende erfdienstbaarheden te vestigen. 2. VESTIGING ERFDIENSTBAARHEID INSTALLATIES ONDER- GRONDSE PARKEERGARAGE OMSCHRIJVING BETROKKEN ERVEN EN ONDERZOEK BESCHIKKINGS- BEVOEGDHEID Dienend erf VOF Pier III is eigenaar geworden van het registergoed I (zoals omschreven in onderdeel I van deze akte), door de inschrijving van een afschrift van de eerder gemelde akte van levering (tevens inhoudende vestiging opstalrecht openbaar gebied), op éénentwintig juli tweeduizend veertien verleden voor notaris Dröge voornoemd, hierna het registergoed I te noemen: "het dienend erf". Heersend erf Holland Immo zal eigenaar worden van de opstallen (zoals omschreven in onderdeel I van deze akte), door de inschrijving van een afschrift van de onderhavige akte bij de Dienst voor het kadaster en de openbare registers, hierna te noemen: "het heersend erf". DE VESTIGING EN AANVAARDING Ter uitvoering van de overeenkomst wordt door VOF Pier III ten laste van het dienend erf gevestigd: een erfdienstbaarheid inhoudende de verplichting voor de eigenaar(s) en/of gebruiker(s) van het dienend erf om te dulden dat ten behoeve van de eigenaar(s) en/of gebruiker(s) van het heersend erf installaties met de daarbij behorende leidingen, voorzieningen en overige werken in het dienend erf zijn of worden aangebracht, gebruikt, gehouden en onderhouden en zonodig weggenomen, zoals voor de luchtbehandeling en de ventilatie en de rook- en branddetectie en de brandbestrijding, alsmede de liftputten en -schachten. Deze installaties en leidingen dienen zodanig te worden aangelegd en aangebracht dat zij voor het dienend erf zo weinig mogelijk bezwarend zijn en geen schade toebrengen aan het dienend erf. De eigenaar(s) en/of gebruiker(s) van het heersend erf zijn na vooraf gaande aankondiging bevoegd het dienend erf te betreden in verband met onderhouds- en vervangingswerkzaamheden aan deze installaties, en wordt door VOF Pier III ten laste van het dienend erf gevestigd: een erfdienstbaarheid inhoudende de verplichting voor de eigenaar(s) en/of gebruiker(s) van het dienend erf om te dulden dat de eigenaar(s)

171 en/of gebruiker(s) van het heersend erf worden aangesloten op de transformator en/of andere installaties die zijn gelegen in de traforuimte op de begane grond van het op het dienend erf te stichten gebouw (voor welke installaties nog een recht van opstal zal worden gevestigd ten behoeve van de desbetreffende leverancier). Bepalingen Voorts geldt de volgende bepaling: De kosten van de aanleg, het gebruik, het onderhoud en eventuele wegneming van de installaties voor zover ten dienste van het heersend erf, zijn voor rekening van het heersend erf. De opstaller dient rechtstreeks met de leverancier van de energie een overeenkomst te sluiten. De keuze van de leverancier wordt bepaald door de hoofdgerechtigde van de traforuimte. De aanvaarding Holland Immo aanvaardt de vestiging van deze erfdienstbaarheid ten behoeve van het heersende erf. De tegenprestatie De vestiging van de erfdienstbaarheid geschiedt zonder tegenprestatie doch niet uit vrijgevigheid. 3. VESTIGING ERFDIENSTBAARHEID VLUCHTWEG ONDER- GRONDSE PARKEERGARAGE OMSCHRIJVING BETROKKEN ERVEN EN ONDERZOEK BESCHIKKINGS- BEVOEGDHEID Dienend erf VOF Pier III is eigenaar geworden van het registergoed I (zoals omschreven in onderdeel I van deze akte), door de inschrijving van een afschrift van de eerder gemelde akte van levering (tevens inhoudende vestiging opstalrecht openbaar gebied), op éénentwintig juli tweeduizend veertien verleden voor notaris Dröge voornoemd, hierna het registergoed I te noemen: "het dienend erf". Heersend erf Holland Immo zal eigenaar worden van de opstallen (zoals omschreven in onderdeel I van deze akte), door de inschrijving van een afschrift van de onderhavige akte bij de Dienst voor het kadaster en de openbare registers, hierna te noemen: "het heersend erf". DE VESTIGING EN AANVAARDING Ter uitvoering van de overeenkomst wordt door VOF Pier III ten laste van het dienend erf gevestigd: een erfdienstbaarheid inhoudende de verplichting voor de eigenaar(s) en/of gebruiker(s) van het dienend erf om te dulden dat de eigenaar(s) en/of gebruiker(s) van het heersend erf gebruik maken van de vluchtweg die zich bevindt in het gebouw op straatniveau bij de entree voor de voetgangers/fietsers en waarvan alleen in geval van nood gebruik mag worden gemaakt. Het dienend erf is niet bevoegd de toegang tot de vluchtweg te versperren, deze dient te allen tijde toegankelijk te zijn. De aanvaarding Holland Immo aanvaardt de vestiging van deze erfdienstbaarheid ten behoeve van

172 het heersende erf. De tegenprestatie De vestiging van de erfdienstbaarheid geschiedt zonder tegenprestatie doch niet uit vrijgevigheid. 4. VESTIGING ERFDIENSTBAARHEID BESTENDIGING BOUW- KUNDIGE TOESTAND OMSCHRIJVING BETROKKEN ERVEN EN ONDERZOEK BESCHIKKINGS- BEVOEGDHEID Erf 1 VOF Pier III is eigenaar geworden van het registergoed I (zoals omschreven in onderdeel I van deze akte), door de inschrijving van een afschrift van de eerder gemelde akte van levering (tevens inhoudende vestiging opstalrecht openbaar gebied), op éénentwintig juli tweeduizend veertien verleden voor notaris Dröge voornoemd, hierna het registergoed I te noemen: "het erf 1". Erf 2 Holland Immo zal de eigenaar worden van de opstallen (zoals omschreven in onderdeel I van deze akte), door de inschrijving van een afschrift van de onderhavige akte bij de Dienst voor het kadaster en de openbare registers, hierna te noemen: "het erf 2". Het erf 1 en het erf 2 worden in de hierna vermelde erfdienstbaarheid ook omschreven als de dienende erven alsmede als de heersende erven. DE VESTIGING EN AANVAARDING Ter uitvoering van de overeenkomst wordt door VOF Pier III en door Holland Immo ten laste en ten behoeve van het erf 1 en het erf 2 over en weer gevestigd: al zodanige erfdienstbaarheden in verband met de bestendiging van de bouwkundige toestand van de op de heersende erven te realiseren opstallen, welke nodig zijn om de toestand waarin de te realiseren opstallen zich na voltooiing van de bouw ten opzichte van elkander mochten bevinden, te handhaven, speciaal voor wat betreft de aanwezigheid van onder- en bovengrondse kabels en leidingen, eventuele inbalking, inankering, over-, onder-, en inbouw, toevoer van licht en lucht, het hebben van ramen en vensters, afvoer van water, riolering en dergelijke, vetvangers ten behoeve van de commerciële ruimten, alles voor zover van toepassing en benodigd voor het functioneren van de te realiseren opstallen. De uitoefening zal zodanig dienen plaats te vinden dat deze voor de dienend erven zo weinig mogelijk bezwarend is en geen schade toebrengen aan de dienend erven. De aanvaarding VOF Pier III aanvaardt de vestiging van deze erfdienstbaarheid ten behoeve van het erf 1 en Holland Immo aanvaardt de vestiging van deze erfdienstbaarheid ten behoeve van het erf 2. De tegenprestatie De vestiging van de erfdienstbaarheid geschiedt zonder tegenprestatie doch niet uit vrijgevigheid." WAARVAN AKTE te Delft is verleden op de datum in het hoofd van deze

173 akte vermeld. De verschenen persoon is mij, notaris, bekend. De inhoud van de akte is aan de verschenen persoon zakelijk opgegeven en toegelicht. De verschenen persoon heeft verklaard van de inhoud van de akte kennis te hebben genomen en daarmee in te stemmen. Daarna is deze akte door mij, notaris, beperkt voorgelezen en onmiddellijk daarna door de verschenen persoon en mij, notaris, ondertekend om