Inleiding tot de opdrachten Beeldelementen

Vergelijkbare documenten
Kleur-tegen-kleur contrast

theorie tekenen onderbouw

Raster: een glasplaat of folie met een daarop aangebrachte, regelmatige zwarte structuur. Gedrukte versies noemen we een raster.

BEELDASPECTEN HANDENARBEID TEKENEN BOVENBOUW

KIJKWIJZER SCHILDERIJ CKV 1 opdracht Cijfer:

5.7. Boekverslag door J woorden 3 februari keer beoordeeld

Hoe ga je te werk? - Bekijk de afbeeldingen van de kunstwerken van dansers (Degas, Segal, Nikki da St. Phalle).

Kunstenaar 1... adres.. Kunstenaar 2. Kunstenaar 3... Kunstenaar 4 (reserve)..

KIJKWIJZER BEELDASPECTEN

Begrippen tekenen periode 4 VORM COMPOSITIE RUIMTE. Vorm. Silhouetten

Groene vormgeving en styling

Workshop Schilderen. Succes! Beste docent,

Syllabus Beeldend 2havo/vwo ter voorbereiding op toets Beeldend in toetsweek

Schilderkunst. 1. Definitie TOEGEPAST. Bouwstenen om naar de schilderkunst te leren kijken. SCHILDERIJ: FIGURATIEF ABSTRACT:

Samenvatting Kunst beeldelementen

Figuratief. Een figuratieve afbeelding vertoont duidelijke overeenkomsten met de werkelijkheid. Het is afgebeeld zoals het is.

Kleur. Kleurencirkel. De kleurencirkel wordt besproken in de klas. De kleurencirkel bestaat uit: primaire kleuren secundaire kleuren tertiaire kleuren

De leerling weet de kleurenleer van itten De leerling weet wat contrasten zijn. De leerling weet iets meer over de kunststroming op-art

Roncalli mavo Tekenen/Kunstgeschiedenis klas 3.

beeldanalyse-kunstbeschouwing

overlapping voor- en achtergrond (groot voor, klein achter) afsnijding perspectief (kleur-, lijn-, atmosferischperspectief)

Bijvoorbeeld: Rood, je ziet een rood voorwerp omdat de rode lichtgolven op het voorwerp weerkaatsen, en alle andere lichtgolven door het voorwerp

Tekenen - Begrippenlijst

Design en decoratie. Kleur is overal om je heen

KLEUR. - Uitleg begrippen - Opdracht 1 - Opdracht 2

Een tertiaire kleur is een kleur die uit menging van de drie primaire kleuren wordt verkregen, zoals bruin.

KIJKWIJZER BEELDASPECTEN

- schilderijen - Voortgezet. Onderwijs

Kijkwijzer beeldbeschrijving

Samenvatting CKV Vorm en ruimte (Beeldende begrippen)

Voor de toets van periode 1 leer je de volgende begrippen. Al deze begrippen staan op wiki.roncalli.nu

BREED EN AVONTUURLIJK KIJKEN! - 3 min.

Kalenderweek Maandag Dinsdag Woensdag Donderdag Vrijdag

Itten en zijn zeven kleurcontrasten. Kleur tegen kleur contrast

Begrippenlijst 5 Massamedia Klas 3

Begrippenlijst 6 Massamedia Klas 3

Verzadigde kleuren/ zuivere kleuren

Kleur. De 7 spectrale kleuren Kleurencirkel van Johannes Itten. Begrippen klas 1 t/m 3. Violet Indigo Blauw Groen Geel Oranje Rood

Basis workshop fotografie. Fotograferen is niets meer dan beelden vangen.

KLEUR. Boek2, H12 p.7 t/m p.44

Tekstboek. VMBO-T Leerjaar 1 en 2

Ze hebben daarbij o.a. kennis opgedaan over diverse beeldaspecten op het gebied van kleurtoepassing en compositie, ruimte en perspectief.

Nationaal Gevangenismuseum

BEELD ANALYSE. Omschrijving vraag antwoord-terminologie. Maker Wie heeft het werk gemaakt Naam Kunstenaar

Daarnaast komen de 3 secundaire kleuren, die ontstaan door 2 primaire kleuren te mengen.

R u i m t e. Kunst BV

Opdracht Beeldende vorming Licht en Ruimte in de Beeldende Kunst

Kleuren in je interieur

WAARNEMEN SCHETS DE LIJN PERSPECTIEF EN RUIMTELIJKHEID COMPOSITIE KLEUR MUZIEK EN ABSTRACTIE

Museumles. Instructie individuele opdracht: blij. Welkom het museum.

OPDRACHTKAART. Thema: AV-technieken. Fotografie 5. Kleur en contrast AV

Reader/begrippenlijst periode 4 toetsweek :

Tekst tussen hoekige haakjes [] hoeft niet in jouw antwoorden te staan. Deze tekst is een nadere uitleg of een voorbeeld.

Balans tussen orde en chaos ontsnappen aan de chaos. ordening = de onderlinge samenhang tussen de verschillende elementen

Handleiding. Pagina 1 van 9

SCHEMA BEELDANALYSE INLEIDING

Wat is kleur eigenlijk?

BASIS-COLLEGE KUNSTACADEMIE

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

LIJST BEGRIPPEN FICHE X WWW ZOEKEN

Voeg de verschillende onderdelen bij elkaar, kies daarbij voor 1 richting of combineer 2 a 3 richtingen. : - horizontaal verticaal diagonaal

Beeldende Begrippen 11 JUNI 2015 KHP VERSLAG, PERIODE TEXTIEL. DAVID WEEL l 10E

klas 3 beeldende vormgeving buitentekenen

KLEURENLEER (II) harmonie van kleuren - kleurencirkel

INSPIRATIEBLADEN CURSUS Tekenen en Schilderen programma 2 seizoen 2015/ 2016

Vorm en compositie. Datum: vrijdag 14 oktober tuinontwerpen

Kleurenleer een basis vol inspiratie en kennis.

Extra oefenopgaven licht (1) uitwerkingen

6) Aan welke periode uit de bouwkunst van de jaren 20 van de 20e eeuw doet dit denken? 18e, 19de en 20-eeuwse bouwkunst.

Vakinhoudelijke uitwerking Keuzevak Tekenen, schilderen en illustreren

Vorm en compositie. Datum: donderdag 10 september tuinontwerpen

NEDERLAND VIERT 100 JAAR DE STIJL DESTIJLUTRECHTAMERSFOORT.NL ONTDEK HET IN UTRECHT & AMERSFOORT! LESSUGGESTIES 100 JAAR DE STIJL GROEP 1 T/M 4

Tref woorden inhoud * interpretatie titel * verhaal van de fotograaf

H5 kleur. Marjolein Stokkermans-Gielen. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

LESPAKKET HOLLANDS LICHT NAAM:. KLAS:..

Escher in Het Paleis. Wiskundepakket. Perspectief

VMG. Kleurenleer KLEUR gebruiken in ruimtes

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Kijkwijzer. niveau** BEELDBESCHRIJVING SCHILDERIJEN. SPECIAL: Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst Noot voor de leerling

Opgave 1 Geef van de volgende zinnen aan of ze waar (W) of niet waar (NW) zijn. Omcirkel je keuze.

ORGANISCHE VORMEN RONDE, GEBOGEN VORMEN, VORMEN DIE ONTLEEND ZIJN UIT DE DIEREN EN PLANTENW ERELD.

3-5 uur Mozaïek. Beeldende aspect Voorkennis

3 CA: kunstwerk verwoording eigen mening 3 Datum: verwerking recensie + extra folders 1 Paraaf docent

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Maandthema Juni 2015 Reflecties / spiegelingen. Mail uiterlijk zondag 7 juni maximaal 2 foto s naar

Informatie toetsweek 2, leerjaar 1 juni 2014

Atelier Theo Kerkhove Les 29 KLEURENLEER en KLEUREN MENGEN ( EEN SPECTRALET MAKEN )

VMG. Methodiek. KLEUREN zien en toepassen

Om kleuren te kunnen zien, heb je licht nodig. Maar waar komt licht vandaan? Lichtbron energiebron lichtkleur. gloeilamp stopcontact geel/bruinig

EEN STRAALTJE KLEURENLEER

VAN GOGH KRIJGT KLEUR NIVEAU ++

7.1. Schilderijverslag door een scholier 2113 woorden 24 juli keer beoordeeld. Bos bij Oele. 1)Wat is het voor een kunstwerk?

Fractale dimensie. Eline Sommereyns 6wwIi nr.9

De afbeeldingen staan zwart/wit op een los blad. Ze staan in KLEUR op de website van tekenen en de ELO

Opening Bierkade Joris Komen Fotografie

Les 6 Tegeltjes leggen

Street-art in de. Kijkwijzer Secundair Onderwijs

Opdracht: Je werkt in tweetallen. Kies uit de volgende mogelijkheden:

Transcriptie:

BEELDELEMENTEN Lesbrief over: Licht Kleur Vorm Ruimte Compositie Inleiding tot de opdrachten Beeldelementen

Het uiterlijk van een kunstwerk/bouwwerk of interieur wordt bepaald door verschillende aspecten. Of je nou een tekening, foto, website, schilderij, beeldhouwwerk, bouwwerk of een interieur ziet, je kunt er steeds bepaalde eigenschappen in ontdekken en aan een nader onderzoekje onderwerpen. Dit zijn de zogenaamde beeldelementen. Een beeldelement op zichzelf betekent niets. Ze worden altijd in combinatie gebruikt. De belangrijkste zijn licht (anders zie je niks), kleur (zonder kleur zie je niets), vorm (zonder vorm bestaat er niets ), ruimte (biedt een extra dimensie en illusie) en ordening, ofwel compositie Beeldelementen zijn als bouwstenen, kun je ze herkennen dan kom je meer te weten over de opbouw en structuur van een creatie. LICHT In het donker ofwel zonder licht zien we niets. Het beeldelement licht is daarom heel belangrijk. Wordt een object wel verlicht dan vallen er lichtstralen op, die vervolgens worden weerkaatst en in onze ogen terecht komen. In het oog worden de lichtstralen omgezet in prikkels die naar onze hersenen gestuurd worden. Zo nemen we het object waar. Lichtbronnen Licht ontstaat vanzelfsprekend door een lichtbron. Deze kan verschillende eigenschappen hebben. Zo geeft bijvoorbeeld een spotlamp lichtbundels die alle kanten op gaan en zorgt de zon voor evenwijdige stralen. De eigenschappen van de lichtbron zijn van belang bij hoe wij het verlichte object waarnemen. In een interieur vervult TLverlichting de rol van de zon, (basisverlichting Een spotlight zorgt voor de uitlichting (accentverlichting) In relatie tot de beschouwer kunnen lichtbundels verschillende richtingen hebben:

Gevolgen van het licht Schaduw Waar geen of weinig licht kan komen is het logischerwijs donker respectievelijk donkerder. Dit noemt men schaduw. <rechterbalk, iets over blauwe kleur van schaduwen) Er zijn verschillende soorten schaduw: Eigenschaduw: Dit is de schaduw die ontstaat óp het belichte object. Het benadrukt de vorm van dat object en geeft het object plasticiteit. Slagschaduw: De slagschaduw is de schaduw die een belicht voorwerp werpt op zijn omgeving (dit kan bijvoorbeeld een ander object zijn). Deze schaduw is geen onderdeel van het object maar van zijn omgeving, en benadrukt de ruimte (we maken ook nog onderscheid tussen lange of gebroken slagschaduwen).

Effecten op verschillende oppervlakte-eigenschappen Het oppervlak van een object waar licht op valt is van groot belang bij de weerkaatsing van de lichtbundels die erop vallen, en dus ook hoe wij het object aanschouwen. Bij hele speciale oppervlakten treedt spiegeling of reflectie op. Het verschil is dat spiegeling een correct weerspiegeld beeld (zoals een spiegel) geeft en reflectie een enigszins vervormd weerspiegeld beeld oplevert (bewegend water bijvoorbeeld). KLEUR Kleur en licht Licht en kleur hebben meer met elkaar te maken dan je zou denken. Een object heeft niet zozeer een bepaalde kleur, maar bezit de eigenschap (door het pigment, de kleurstof op het oppervlak) licht van die kleur te weerkaatsen, en de rest te absorberen. Zonder licht is het object noch de kleur ervan te zien. Voornamelijk hebben we te maken met wit licht (licht van bijvoorbeeld de zon of van witte lampen). Dit wit licht bestaat uit de zogenaamde kleuren van het spectrum: rood, oranje, geel, groen, blauw en paars. Heeft een voorwerp dus een blauwe kleur, dan houdt dat in dat het object uit wit licht alleen het blauw weerkaatst en de rest van de kleuren absorbeert.

Soorten kleuren De kleuren waaruit alle andere kunnen worden verkregen heten de primaire kleuren. Dit zijn rood, geel en blauw. Worden de primaire kleuren twee aan twee gemengd, dan ontstaan de secundaire kleuren (oranje, paars, en groen). Oranje wordt verkregen door rood en geel te mengen, paars ontstaat uit blauw en rood en groen is een mengsel van blauw en geel. Als je de secundaire met de primaire kleuren mengt, ontstaan de tertiaire kleuren. zo kan men oneindig doorgaan en iedere kleur verkrijgen.de verzadiging van een kleur houdt de hoeveelheid stralingskracht of helderheid in. De primaire kleuren zijn het meest verzadigd. We maken nog onderscheid tussen warme en koude kleuren. Koude kleuren als blauw of paars doen gevoelsmatig koud, kil en rustig aan. Warme kleuren als rood en geel geven een warm en dynamische gevoel. Ruimtelijk komt rood naar voren en wijkt blauw. Kleurcontrasten en effecten Wanneer kleuren naast elkaar worden geplaatst worden er grote verschillen duidelijk. Deze verschillen of contrasten hebben vaak een bepaald effect. Kleur-tegen-kleur contrast Dit is simpelweg het verschil van kleur. Je ziet dit contrast als je de pure kleurvlakken tegen elkaar aanzet, zonder omtreklijnen dus. Kleur-tegenkleur contrast is het grootst tussen de primaire kleuren.

Licht-donker contrast Dit is het verschil tussen lichte en donkere kleuren. Zo komt geel lichter over dan bijvoorbeeld blauw. Men kan kleuren donkerder of lichter maken door het bijmengen van zwart of wit. Meng je trouwens zwart bij, dan veranderen de kleuren ook; geel met zwart wordt camouflage-groen, rood met zwart bruin, en blauw met zwart paars. Hiermee verandert ook de verzadiging. Het verschil in verzadiging tussen kleuren heet het kwaliteitscontrast. Het licht-donker en kwaliteitscontrast worden vaak ingezet om diepte te suggereren. Koud-warm contrast Het verschil tussen koude en warme kleuren noemen we het koud-warm contrast. Vaak wordt dit contrast gebruikt om illusie van ruimte in een 2- dimensionaal werk te krijgen. Hiernaast kun je dat zelf ontdekken. Kleurensystemen: de kleurencirkel Om het complexe geheel van kleurencategorieën en kleurcontrasten weer te geven is door onder andere Johannes Itten de kleurencirkel ontwikkeld. Enkele informatie die in de kleurencirkel is verwerkt: 1.Tussen de drie primaire kleuren zitten de drie secundaire kleuren, tussen de primaire en secundaire kleuren zitten de 6 tertiaire kleuren. Dus bijvoorbeeld van blauw naar geel: blauw, blauw-groen, groen, groen-geel en geel. De ene kleur volgt de andere heel logisch op. 2.De warme en de koude kleuren zijn gescheiden. 3.Tegenover elkaar staan de kleuren die samen een complementair contrast vormen.

VORM Vormen komen overal voor in een kunstwerk. Ze ontstaan door het gebruik van verschillende kleurvlakken, lijnen, bewerkingen of materialen. Vormsoort Een vorm kan zeer lijken op een echt object (realistisch) of mooier zijn dan in de werkelijkheid (geïdealiseerd), vervormd (gedeformeerd) of enigszins vereenvoudigd zijn (gestileerd). Als een vorm niet snel of helemaal niet herkenbaar is noemen we het abstract. Vormcontrasten Wanneer vormen naast elkaar geplaatst worden, worden verschillen duidelijk, zogenaamde vormcontrasten. 1.Rond hoekig. 2. Geometrisch organisch 3. Symmetrisch asymmetrisch 4. Plat ruimtelijk 5 Grillig strak 6 Duidelijk vaag

RUIMTE Driedimensionale kunst In driedimensionale kunst kun je ruimte het meest duidelijk ervaren. Je kunt meestal helemaal of gedeeltelijk om het kunstwerk heen lopen en het zo van alle kanten bekijken. Als je naar het kunstwerk kijkt zie je meestal niet alleen het kunstwerk maar ook de omgeving. De omgeving en ruimtelijkheid van een driedimensionaal kunstwerk Sommige kunstwerken zijn gemaakt terwijl de kunstenaar met de omgeving rekening hield. Zulke beelden sluiten vaak goed op aan (of contrasteren juist) met de omgeving vanwege een open karakter ten opzichte van die omgeving. Andere 3-dimensionale kunstwerken kunnen zeer op zichzelf staan en lijken meer geïsoleerd van hun omgeving. Ze hebben dan vaak een gesloten karakter. Oppervlak en plasticiteit De kwaliteit van het oppervlak van een object van een beeld of schilderij bepaalt hoe wij zo n kunstwerk waarnemen. Kunstenaars maken daar gebruik van. Zo kunnen ze ervoor kiezen de sporen van hun gereedschap zichtbaar te laten of geheel weg te werken, of vormen te accentueren door middel van groeven, of hun werk te verven of lakken. Zo kunnen ze de plasticiteit en het karakter van het werk naar wens beïnvloeden. De structuur van het oppervlak is iedere eigenschap die laat zien hoe het onbewerkte, ruwe materiaal is opgebouwd (nerven en knoesten in hout of aders in marmer). De factuur is de wijze waarop het oppervlak van ruw materiaal is bewerkt (glad geschuurd, of met dikke verf grof beschilderd). De textuur is de zichtbare en/of voelbare aard van het oppervlak: de structuur en de factuur samen. Deze begrippen kunnen zowel voor een 3- als een 2-dimensionaal kunstwerk van toepassing zijn. Tweedimensionale kunst Een tweedimensionaal werk als een schilderij of tekening heeft maar 2 dimensies of maten: lengte en breedte, en is dus plat. Kunstenaars proberen echter met allerlei trucs die platheid te doorbreken. Het volgende interactieve scherm laat enkele van deze trucjes zien:

(lijn)perspectief Een andere, vrij wiskundige manier om de illusie van ruimte te wekken op een tweedimensionaal vlak, is het lijnperspectief. Het lijnperspectief wordt voor het eerst volgens het boekje gebruikt in de renaissance (begin 15e eeuw in Italië), en is eigenlijk niets meer dan een verzameling regeltjes. Lijnperspectief berust op het verschijnsel dat alles wat verder van je weg ligt kleiner lijkt te worden en dat evenwijdige lijnen die van de beschouwer weglopen steeds dichter bij elkaar lijken te komen (kijk bijvoorbeeld eens naar spoorrails), en uiteindelijk aan de horizon lijken samen te vallen op één punt. Dit noemt men dan het vluchtpunt. De hoogte van de horizon komt overeen met die van het oog van de beschouwer. Als beschouwer kun je hoog (op een toren) of laag staan of liggen ( op je buik aan het strand). Die hele hoge of hele lage standpunten noemen we vogelvlucht- en kikvorsperspectief. Je leert er in het volgende interactieve scherm meer over. COMPOSITIE Ordening is niets anders dan de samenhang, rangschikking of relatie tussen de elementen van een kunstwerk. Met elementen bedoelen we delen van een kunstwerk die zich door middel van o.a. kleur, vorm of omlijning van elkaar onderscheiden. Ordening betekent dus niet automatisch dat er rust en orde is. Ordening heeft betrekking op zowel 2-dimensionaal als ruimtelijk werk, hoewel het op het platte vlak veel sterker en eenduidiger is (de relatie tussen elementen van een ruimtelijk werk verandert immers steeds wanneer je er omheenloopt). De ordening van elementen in twee dimensies, dus op een plat vlak, noemt men compositie. Bij het onderzoeken van compositie spelen beeldlijnen een belangrijke rol. Dit zijn lijnen die écht zichtbaar zijn, of die je je met wat fantasie kunt voorstellen en waarmee de beeldelementen geordend zijn. Horizontale en verticale beeldlijnen zorgen zo voor een statische (rustgevende) compositie, schuine en kromme lijnen kunnen een dynamisch en bewegelijk effect opleveren.

Verschillende composities: Symmetrische compositie Een symmetrische compositie wordt gekenmerkt doordat het werk verdeelbaar is in 2 helften die min of meer elkaars spiegelbeeld zijn. De lijn die de 2 helften verdeelt, heet de symmetrieas. De aandacht van een symmetrische compositie komt te liggen op de symmetrieas. Is er geen symmetrie aanwezig noemen we de compositie asymmetrisch. Centrale compositie Als er een centraal punt is (vaak in het midden gelegen van het werk) waar alle andere elementen naartoe gericht lijken te zijn, spreken we van een centrale compositie. Geometrische compositie Composities waar de kunstenaar met een meetlat is bezig geweest noemen geometrisch. Het geheel is dan nauwkeurig volgens bepaalde meetkundige regels opgebouwd, en doet vaak vrij rustig en stabiel (echte orde) aan. Een voorbeeld van geometrische compositie is de hantering van de zogenaamde Gulden Snede. De afmetingen van elementen hebben dan een bepaalde verhouding (13:8) tot elkaar en op het oog ervaren we zo n compositie van nature als fraai en evenwichtig.

Driehoekscompositie Wanneer de elementen gerangschikt zijn volgens een al dan niet zichtbare driehoekvorm spreken we van een driehoekscompositie. Overall Compositie Overall compositie houdt in dat de beeldelementen zonder enige rangorde op het vlak geplaatst zijn. De elementen zijn allemaal gelijkwaardig, doen patroonachtig aan en lijken buiten het schilderij tot in het oneindige door te kunnen gaan.