Reactie Consultatiedocument

Vergelijkbare documenten
NOTITIE TOETSMATRIJZEN VOOR INITIËLE EXAMENS BINNEN NIEUWE WFT- VAKBEKWAAMHEIDSTRUCTUUR

Toetsmatrijzen initiële Wft-examens

Samenstelling initiële Wft-examens

Toetsmatrijs PE-PLUS EXAMENS WFT-VAKBEKWAAMHEID College Deskundigheid Financiële Dienstverlening Januari 2014, Den Haag

De hierin besproken toetsmatrijzen betreffen de initiële Wft-examens

Datum : 4 november 2011 Contactpersoon : Nelleke Sterrenberg Onderwerp : Consultatie Modulaire structuur Doorkiesnummer :

Diplomaplicht in het bedrijfsvoeringsmodel.

PA en ander geneuzel. EFP Noord Leeuwarden, 23 september Richard Meinders SVC

BGFO Herziening WFt vakbekwaamheidstructuur

WFT Pensioen, bedreiging of kans?! E.H.A.M. Lacroix MPLA/FFP

Jan Smuldersstraat 22 Postbus ZG Vessem. Telefoon : (0497) CDFD Fax: (0497) T.a.v. Mevr. Mr. F.

CONSULTATIEDOCUMENT MODULAIRE STRUCTUUR WFT-VAKBEKWAAMHEID OKTOBER 2011

Wft-portfolio De heer V. Voorbeeld

Wft-portfolio De heer J. Jansen

Wft Vakbekwaamheid Nieuws

WFT Pensioen, bedreiging of kans?! Sander Sanders mpla

College Deskundigheid Financiële Dienstverlening Per: Hoevelaken, 9 november 2011

Reactie Rabobank Consultatiedocument Eind- en toetstermen

Registratie AFM Ons kantoor is geregistreerd bij de Autoriteit Financiële Markten onder nummer

_SFPA_ Smit Financiële Planning & Advies

CONSULTATIEDOCUMENT CONCEPT VASTSTELLING INHOUD INHAAL-/PE-EXAMENS WFT-VAKBEKWAAMHEID Eind- en toetstermen

De diplomaplicht en het nieuwe vakbekwaamheidsgebouw

C u r s u s a a n b o d C o n s i s A c a d e m i e

Wft-portfolio De heer V. Voorbeeld

Reacties CDFD/consultatieronde

Op basis van de afgegeven vergunningen door de AFM is advisering mogelijk met betrekking tot de navolgende producten:

1 Inleiding 1. 2 Bepaling netto woonlasten Inleiding Werkelijke bruto woonlasten Annuïtaire netto woonlasten 4

Dienstverleningsdocument Van der Krabben Pensioenen Hypotheken Verzekeringen BV

Welke producten vallen onder de nieuwe Wft-vergunning Pensioenverzekeringen? Onder de nieuwe vergunning Wft Pensioenverzekeringen komen te vallen:

UWPLUS DIENSTENWIJZER

Onze gegevens luiden: Ludwig Financieel Advies, Markt 5, 7741 JM Coevorden

U kunt ons op een aantal manieren bereiken voor vragen, advies, mutaties of meldingen:

Dienstenwijzer/Dienstverleningsdocument

CONSULTATIEDOCUMENT CONCEPT ADVIES HERZIENING WFT - VAKBEKWAAMHEIDSSTRUCTUUR. Eind- en toetstermen

Dienstenwijzer. - Adviseren en bemiddelen in elektronisch geld. Registratie AFM VOOGT B.V. Informatie over de dienstverlening van VOOGT

Aanleiding & Doel. o Aanleiding / Doel o Informeren om vooruit te kunnen lopen op de veranderingen:

Inleiding. WFT Dienstenwijzer. Ons kantoor

Resultaten Self Assessment financiële dienstverleners Een overzicht van de belangrijkste resultaten

André Feijs Financiële Planners

FINANCE SHOP Snoek & Schepman Hypotheken & Verzekeringen

Verzekeren Met advies. Goed om te weten

Registratie AFM Ons kantoor is geregistreerd bij de Autoriteit Financiële Markten onder vergunningnummer:

Wft-portfolio De heer V. Voorbeeld

Afspraken worden in overleg gepland op werkdagen tussen uur en uur

Wft-portfolio De heer V. Voorbeeld

DIENSTVERLENINGS- DOCUMENT

Dienstenwijzer. Alles over onze financiële dienstverlening

PE-PLUS TOETSTERMEN WFT-MODULE. Consumptief Krediet

Toetsmatrijs PEPLUS EXAMENS WFT-VAKBEKWAAMHEID College Deskundigheid Financiële Dienstverlening Januari 2015, Den Haag

Wie zijn wij? Muurling Assurantiën BV (Muurling Het Financiële Hart)

Wijzigingsregeling Regeling eindtermen en toetstermen examens financiële dienstverlening Wft en Regeling gelijkstelling diploma s vakbekwaamheid Wft

Even voorstellen. Frits de Vries. Hypothecair Planner/Erkend Hypotheekadviseur

Hoffinass b.v. Verzekeringen en Verzekeringsadviezen

Wijziging (PE) Wft examens per 1 april 2018

Dienstenwijzer. Financieel dienstverlener met vergunning Nationaal Regime MiFID Wet op het financieel toezicht Maart 2011 Versie 1.

Transcriptie:

Reactie Consultatiedocument Concept advies herziening Wft-vakbekwaamheidsstructuur Eind- en toetstermen Auteurs: Drs. Chris H.C.W. Baelemans en Ron C. Dukers FFP Tilburg, 6 september 2012 2012 Dukers & Baelemans

Inhoudsopgave 1 Algemene opmerkingen vooraf 1 2 Vraag 1 - Zijn de omschrijvingen van de beroepskwalificaties voldoende duidelijk? 3 3 Vraag 2 - Herkent u het takenpakket van de beroepsuitoefenaar? 6 4 Vraag 3 - Zijn de eindtermen juist en volledig geformuleerd, en wel zodanig dat er sprake is van een toereikend deskundigheidsniveau voor de specifieke beroepsuitoefenaar op het wettelijk minimumniveau? Èn Vraag 5 - Zijn de toetstermen juist en volledig geformuleerd? 8 5 Vraag 4 - Zijn de vaardigheden, competenties en het professioneel gedrag voldoende zichtbaar in het bouwwerk? 10 2012 Dukers & Baelemans

1 Algemene opmerkingen vooraf Het College Deskundigheid Financiele Dienstverlening (CDFD) geeft in het Consultatiedocument aan dat - tijdens een intensieve dialoog met de markt - is gezocht naar een vakbekwaamheidsstructuur waarbij de klant (en het advies) meer centraal komt te staan in plaats van het product. Uitkomst hierbij was dat integrale advisering de basis vormt om deze doelstelling daadwerkelijk te realiseren. Ondanks het feit dat het CDFD schrijft dat deze dialoog goede inzichten heeft opgeleverd, zijn wij van oordeel dat met het nu voorliggende vakbekwaamheidsbouwwerk en de bijbehorende eind- en toetstermen de door het CDFD uitgesproken ambitie om te komen tot een nieuw vakbekwaamheidsstelsel, waarbij integrale advisering van de klant centraal staat, niet is gerealiseerd. De nieuwe modulestructuur bestaat uit acht kolommen met productgerichte beroepskwalificaties, waarbij de onderlinge samenhang en integratie van het advies veelal ontbreekt. Bij de uitwerking van de eind- en toetstermen wordt niet uitgegaan van de financiële situatie van de klant, maar van de financiële oplossingen en zijn hiermee gebaseerd op het productaanbod van financiële dienstverleners. Deze opzet is in tegenstrijd met de gedragsregels voor financiële dienstverleners en diverse aanbevelingen van de Autoriteit Financiële Markten (AFM), waarin het belang van de consument (klant) centraal wordt gesteld. Aanbeveling Dukers & Baelemans Het uitgaan van beroepskwalificaties is een stap in de goede richting, maar wij zouden toch meer een voorstander zijn van een structuur waarbij de klant centraal staat en de vakbekwaamheid is gericht op de momenten tijdens de levenscyclus van de consument. Het valt ons op dat in de definities van de beroepskwalificaties, het takenpakket en de eind- en toetstermen verschillende terminologieën worden gehanteerd voor wat betreft de doelgroepen van advisering. Wij komen de volgende omschrijvingen tegen: Consument; Klant; Cliënt; Zakelijke klant; Particulier; Werkgever; DGA; Zelfstandig ondernemer; Werknemer; 2012 Dukers & Baelemans 1

Ondernemer; Particulier/werknemer; Natuurlijke persoon; Rechtspersoon; Medewerker. In veel gevallen is niet geheel duidelijk wat onder deze termen moet worden verstaan. Bovendien worden de omschrijvingen vaak door elkaar heen en ogenschijnlijk volstrekt willekeurig gebruikt. Hierdoor ontstaat veel onduidelijkheid en verwarring. Aanbeveling Dukers & Baelemans Wij adviseren het CDFD gebruik te maken van eenduidige omschrijvingen van de doelgroepen van advisering en hiervoor aansluiting te zoeken bij de definities die worden gebruikt in de Wet op het financieel toezicht (consument / cliënt). Een beroepskwalificatie kan uit één of meer modulen bestaan. Het CDFD geeft niet aan in welke volgorde de betreffende modules dienen te worden behaald. Wij achten het echter onmogelijk het examen voor de top Wft-module pensioenverzekeringen af te leggen, indien niet eerst de modules basis, vermogensadvies en inkomen zijn behaald. Aanbeveling Dukers & Baelemans Vanuit onderwijskundig perspectief is het noodzakelijk een volgordelijkheid in het behalen van de verschillende modules te bepalen, teneinde een gedegen opleidingstraject te kunnen ontwikkelen. Wij adviseren het CDFD dan ook vast te leggen welke modules in welke volgorde dienen te worden behaald. 2012 Dukers & Baelemans 2

2 Vraag 1 - Zijn de omschrijvingen van de beroepskwalificaties voldoende duidelijk? Wij zijn van mening dat de beroepskwalificaties onvoldoende duidelijk zijn. In de eerste plaats valt het ons op dat er geen eenduidigheid bestaat in de beroepsdefinities. De volgende zaken vallen ons in dit verband op: 1. Bij de ene beroepsdefinitie staat de beroepsactiviteit centraal en bij de andere beroepsdefinitie staat de beroepsaanduiding centraal. Voorbeelden: Beroepsaanduiding: Een Gevolmachtigd Agent is een financieel dienstverlener, die in naam en voor rekening van één of meerdere verzekeraar(s), binnen afgesproken kaders, uitbestede werkzaamheden verricht. Beroepsactiviteit: De Adviseur consumptief krediet adviseert consumenten over financieringen met een consumptief bestedingsdoel, zowel bij het afsluiten als tijdens de looptijd van de financiering, inclusief aanvullende betalingsbeschermers. 2. Bij de ene beroepsdefinitie wordt gesproken van alleen adviseren, bij de andere van adviseren en/of bemiddelen en bij weer een andere beroepsdefinitie wordt gesproken van adviseren, bemiddelen en/of het verrichten van beheersdaden. Voorbeelden: Adviseren: De Adviseur consumptief krediet adviseert consumenten over financieringen met een consumptief bestedingsdoel, zowel bij het afsluiten als tijdens de looptijd van de financiering, inclusief aanvullende betalingsbeschermers. Adviseren en/of bemiddelen: De Adviseur pensioen adviseert en/of bemiddelt in pensioenverzekeringen en is in staat de werkgever zelfstandig een passend advies te geven over pensioenverzekeringen in actuariële, financiële, juridische en fiscale zin in alle stadia waarin een pensioenverzekering zich bevindt. Adviseren, bemiddelen en/of het verrichten van beheersdaden: Een Adviseur hypothecair krediet adviseert, bemiddelt en/of verricht beheersdaden met betrekking tot hypothecaire kredieten. 2012 Dukers & Baelemans 3

3. De ene beroepsomschrijving richt zich op het adviseren en/of bemiddelen in productoplossingen en de andere beroepsomschrijving richt zich op het adviseren over gebeurtenissen. Voorbeelden: Adviseren en/of bemiddelen in productoplossingen: De Adviseur pensioen adviseert en/of bemiddelt in pensioenverzekeringen Adviseren over gebeurtenissen: De Adviseur inkomen adviseert over inkomensrisico s bij ziekte, arbeidsongeschiktheid en werkloosheid. 4. Bij de ene beroepsdefinitie wordt wel een consumentendoelgroep genoemt en bij de andere weer niet. Voorbeelden: Geen consumentendoelgroep: Een Adviseur hypothecair krediet adviseert, bemiddelt en/of verricht beheersdaden met betrekking tot hypothecaire kredieten. De Adviseur inkomen adviseert over inkomensrisico s bij ziekte, arbeidsongeschiktheid en werkloosheid, kan bemiddelen in inkomensverzekeringen en is verder in staat het advies actueel te houden, te beheren en de schadebehandeling te begeleiden, onder meer door het verstrekken van informatie over re-integratietrajecten en over de dienstverlening van arbo- instanties. Wel consumentendoelgroep: Een Adviseur vermogen kan natuurlijke personen (de particulier, zelfstandig ondernemer en werknemer) bemiddelen in en/of adviseren over vorming, beheer en afbouw van vermogen in actuariële, financiële, juridische en fiscale zin, over voorzieningen die de bestemming hebben voor de oude dag (derde pijler), voor specifieke toekomstige uitgaven of voor vrij te besteden vermogen. De Adviseur consumptief krediet adviseert consumenten over financieringen met een consumptief bestedingsdoel, zowel bij het afsluiten als tijdens de looptijd van de financiering, inclusief aanvullende betalingsbeschermers. 5. Een aantal beroepsdefinities sluiten niet (volledig) aan bij het takenpakket. 2012 Dukers & Baelemans 4

Voorbeeld: Bij de adviseur vermogen wordt in het takenpakket gesproken van het beheren en actueel houden van het advies (nazorg), maar deze taak is niet expliciet opgenomen in de beroepsdefinitie. Een Adviseur vermogen kan natuurlijke personen (de particulier, zelfstandig ondernemer en werknemer) bemiddelen in en/of adviseren over vorming, beheer en afbouw van vermogen in actuariële, financiële, juridische en fiscale zin, over voorzieningen die de bestemming hebben voor de oude dag (derde pijler), voor specifieke toekomstige uitgaven of voor vrij te besteden vermogen. Aanbeveling Dukers & Baelemans Wij adviseren het CDFD nog eens kritisch te kijken naar de gehanteerde beroepsdefinities en deze te toetsen op eenduidigheid en aansluiting op het takenpakket, waarbij o.i. in iedere beroepsdefinitie de volgende elementen dienen te worden opgenomen: De beroepsactiviteiten (adviseren, bemiddelen en/of het verrichten van beheersdaden); De doelgroep; Het object van advisering (bij voorkeur een gebeurtenis in de levenscyclus van en/of een wens of doelstelling van de consument/cliënt). 2012 Dukers & Baelemans 5

3 Vraag 2 - Herkent u het takenpakket van de beroepsuitoefenaar? In het algemeen komen wij tot de conclusie dat het nieuwe vakbekwaamheidsstelsel, het omschreven takenpakket en de nu voorliggende einden toetstermen onvoldoende aansluiten op de beroepspraktijk van veel beroepsbeoefenaren. In de afgelopen jaren is mede als gevolg van de diverse richtlijnen en aanbevelingen vanuit de Autoriteit Financiele Markten veel meer de nadruk komen te liggen op integraal financieel. Aangezien de nieuwe vakbekwaamheidsstructuur is opgebouwd uit losstaande beroepskwalificaties en de samenhang hiertussen veelal ontbreekt, zullen veel beroepsbeoefenaren diverse diploma s dienen te behalen om hun huidige beroepspraktijk te kunnen/mogen uitoefenen. Hierdoor ontstaan enerzijds doublures en anderzijds zal sprake zijn van veel overbodige kennis, welke in de uitoefening van het beroep niet zal worden gebruikt. Een in het oog springend voorbeeld hiervan is de hypotheekadviseur. Conform eindterm 2d beschikt deze persoon over het vermogen om inkomensoverschotten en -tekorten in de verschillende levensfasen van de klant te bepalen. Deze adviseur kan/mag de klant echter niet adviseren over (product)oplossingen die een eventueel inkomenstekort opheffen (behoudens oplossingen die aan de hypothecaire financiering zijn gekoppeld). Hiervoor dient hij namelijk te beschikken over het diploma s inkomensadviseur. De module inkomensadviseur bevat echter voor zo n 80% eindtermen gericht op de advisering van zakelijke klanten welke voor de uitoefening van zijn beroepspraktijk volstrekt overbodig zijn. Een ander voorbeeld dat wij kunnen noemen is de adviseur die aan de balie van een bank particulieren adviseert over niet-complexe producten als betaal- en spaarrekeningen en een beperkt pakket verzekeringsproducten. Deze adviseur zal wel de volledige module schadeverzekeringen particulier dienen te volgen, terwijl hij slechts een beperkt deel van de kennis in de praktijk zal kunnen toepassen. Vanuit klantperspectief is er nog een ander voorbeeld te noemen, waarbij het takenpakket niet aansluit bij de huidige beroepspraktijk. Een klant die de wens heeft een voorziening te treffen voor aanvullend inkomen na pensionering zal zich (logischerwijs) melden bij een inkomensadviseur. Deze adviseur mag/kan hem echter niet adviseren op dit terrein, aangezien de eindtermen voor advisering in de derde pijler zijn opgenomen in de module vermogensadviseur. 2012 Dukers & Baelemans 6

Aanbeveling Dukers & Baelemans Teneinde het stelsel beter te laten aansluiten op de huidige beroepspraktijk adviseren wij het CDFD de volgende wijzigingen door te voeren: Splitsing van de beroepskwalificatie inkomen in een beroepskwalificaie inkomen particulier en een beroepskwalificatie inkomen zakelijk (collectief). Overheveling van de eindtermen gericht op de advisering van (product)oplossingen in de derde pijler van de beroepskwalificatie vermogen naar de (nieuwe) beroepskwalificatie inkomen particulier. Ten aanzien van de verschillende omschrijvingen van de takenpakketten vallen on snog de volgende zaken op: Bij het ene takenpakket zijn inventarisatie en analyse gescheiden taken, terwijl in het andere takenpakket deze activiteiten worden gecombineerd. Er wordt hier en daar gesproken van passende oplossingen. Wij vragen ons af wat hiermee wordt bedoeld. Is dit hetzelfde als passend advies? Een passend advies hoeft o.i. namelijk niet altijd te leiden tot een (product)oplossing. Bij de taak beheren en actueel houden van het advies wordt de ene keer wel en de andere keer niet door middel van een voetnoot duidelijk gemaakt dat bemiddelen tot deze taak behoort. 2012 Dukers & Baelemans 7

4 Vraag 3 - Zijn de eindtermen juist en volledig geformuleerd, en wel zodanig dat er sprake is van een toereikend deskundigheidsniveau voor de specifieke beroepsuitoefenaar op het wettelijk minimumniveau? Èn Vraag 5 - Zijn de toetstermen juist en volledig geformuleerd? Mist u bepaalde onderwerpen? De eind- en toetstermen zoals deze zijn vervat in de verschillende modules zijn, zo wordt in de inleiding aangegeven, bewust zo breed mogelijk gehouden. Daarnaast is een poging gedaan alle verschillende processtappen en situaties die in de praktijk naar voren kunnen komen te beschrijven in het document. Deze keuzes hebben de volgende nadelen: 1. Er wordt hierdoor bij verschillende toetstermen niet exact aangeven wat precies met de toetsterm wordt bedoeld, waardoor er straks op verschillende manieren en niveau s getoetst kan worden. Voorbeeld hiervan is de eerste toetsterm dat de kandidaat zo goed al mogelijk de vraag van de klant afhandelt. Hierbij komt de vraag boven: wat doet deze kandidaat dat precies en wat is zo goed als mogelijk. 2. Sommige toetstermen zijn moeilijk te toetsen. Als voorbeeld: basis 4a3 de kandidaat kan omgaan met piekbelastingen. De vraag rijst hierbij hoe dit te toetsen. Naar onze mening zou dit uitsluitend goed te toetsen zijn in een vorm van soort postbakoefening. De vervolgvraag hierbij is of dit past bij de huidige toetsopzet van de Wft. Daarnaast zijn er ook toetstermen waarvan de invulling dermate specifiek is dat het niet te algemeen te toetsen is. Zo luidt bijvoorbeeld toetsterm inkomen 2b1 dat men de juiste berekeningsprogramma s moet kunnen beheersen. In de praktijk werken verschillende partijen met verschillende programma s. Adviseurs van het de ene partij zullen niet kunnen werken met programmatuur van de andere partij en vise versa. Welk programma ga je dan toetsen? 3. Daar waar het wel exact beschreven wordt gaat de invulling ervan dermate diep dat dit niet meer aansluit bij de praktijk. In de praktijk wordt namelijk veelal onderscheid gemaakt tussen adviseurs die de particuliere klant bedienen en adviseur die de ZZP er dan wel de DGA bedienen. Aangezien we nu afstappen van het bedrijfsvoeringsmodel zullen ook de particuliere adviseurs getoetst worden op elementen die niet voor hen van toepassing zijn. Het eerste voorbeeld dient zich hierbij aan bij toetsterm basis 2b1 een kandidaat wordt getoetst op de tekeningsbevoegdheid van een stichting of vennootschap. Adviseurs die geen zakelijke klanten adviseren zullen hier nooit mee te maken krijgen. Dit komt verder met name naar voren bij de module inkomen. Als voorbeeld geven we toetsterm 3a1 waarin van de 2012 Dukers & Baelemans 8

adviseur wordt verwacht dat hij complete geconsolideerde balansen kan analyseren en interpreteren. Uiteraard is het voor een particuliere adviseur goed om op de hoogte te zijn van de basisbeginselen die spelen bij een bedrijf, maar door de gedetailleerdheid van deze toetstermen gaat dit erg ver. 4. Doordat het hele proces beschreven wordt in de wft modules worden deelnemers getoetst op alle facetten van het proces, terwijl men in de praktijk vaak niet bij al deze facetten betrokken is. Zo luidt toetsterm basis 2b 3 dat de kandidaat in staat moet zijn een juiste factuur op te stellen. Aangezien de meeste adviseurs in loondienst zijn en deze stap door een andere functionaris binnen het bedrijf wordt gedaan is het de vraag of het relevant is voor de adviseur. Het is wel relevant daar waar de adviseur (bijvoorbeeld de éénpitter) het hele proces voor zijn/haar rekening neemt. 5. Verschillende toetstermen lopen als rode draad door alle modules heen. Wanneer nu een adviseur bijvoorbeeld opgaat voor zijn adviseurschap op het gebied van hypotheken dan komen dezelfde toetstermen vaardigheid op verschillende toetsmomenten terug. Een voorbeeld hiervan is het voeren van een intakegesprek. Dit komt terug in alle drie de modules relevant voor de adviseur hypothecaire krediet: Toetsterm basis 3a.1, vermogen 2c.1 en hypothecair krediet 3a.1. Wij kunnen ons voorstellen dat dit praktischer kan door 1 assessment per adviseurschap in te richten, waarin integraal de vaardigheidsaspecten worden getoetst. In de praktijk zal de adviseur hypothecair krediet namelijk ook niet 3 inventarisatiegesprekken voeren over de verschillende modules basis, vermogen en hypothecaire krediet. Dit zal één gesprek zijn. 6. De onderhouds- en beheersactiviteit is toegevoegd aan alle modules. Wij missen echter de eind- en toetstermen die betrekking hebben op belangrijke mutaties in het leven van de consument. Het lijkt alsof ook bij beheer het product en niet de klant centraal staat. Als voorbeeld noemen wij de veel voorkomende mutatie echtscheiding. In de modules vermogen, inkomen en hypotheken missen wij belangrijke eind- en toetstermen die noodzakelijk zijn om de financiële gevolgen voor de klant goed in beeld te brengen en passende oplossingen te bieden. 2012 Dukers & Baelemans 9

5 Vraag 4 - Zijn de vaardigheden, competenties en het professioneel gedrag voldoende zichtbaar in het bouwwerk? Wij hebben vastgesteld dat veel het merendeel van de vaardigheden, competenties en het professioneel gedrag afkomstig zijn uit, danwel gebaseerd zijn op de door de AFM in de afgelopen jaren gepubliceerde Leidraden op gebied van Hypotheekadvisering en Vermogenopbouw. Met name de vaardigheden die voortvloeien uit deze Leidraden zijn gericht op processen, procedures en dossiervorming (procesvaardigheden). Wat ons betreft ontbreken vaardigheden die zich richten op de zogenaamde zachte kant van het advies. Hierbij valt te denken aan vaardigheden als luisteren, inlevingsvermogen, empathie, omgaan met emoties/weerstanden, observatie en interpretatie van klantgedrag, etc. 2012 Dukers & Baelemans 10