s t Jongeren en geld Jongeren en geld OIVO, december 2009 u d i e
Agenda 1. Doelstellingen 2. Methodologie 3. Kind en geld 4. Zakgeld (bedrag, bron, gebruik) 5. Studentenjob (periodes, gebruik van het verdiende geld) 6. Conclusies 7. Aanbevelingen 2
Doelstellingen Deze studie beantwoordt enkele belangrijke vragen over het geld dat kinderen en jongeren van 9 tot 17 jaar ter beschikking hebben en de bestemming ervan. De studie laat toe om verschillende aspecten van de perceptie van geld te analyseren: Het bedrag en de bron van het geld Het gebruik ervan en het individuele spaargedrag De sociaal-demografische verschillen 3
Methodologie Field : 2.600 kwantitatieve enquêtes (50-60 ) bij Franstalige en Nederlandstalige leerlingen van het lager en secundair onderwijs, door het OIVO afgenomen in de klas. Field : februari maart 2009. Aselecte gelaagde gecorrigeerde steekproef. De resultaten hebben de gepaste statistische bewerkingen (χ2, Student en normale wet) ondergaan. De maximale totale foutmarge op de steekproef bedraagt 2 %. Alleen de betekenisvolle resultaten worden voorgesteld. 4
Kind en geld Voor de allerkleinsten is geld een complex en abstract iets. Tot de leeftijd van 5-6 jaar kan het kind de handelswaarde van een voorwerp niet inschatten. Het weet alleen dat geld de mogelijkheid biedt om te kopen wat men wil en denkt dat het geld «uit de geldautomaat komt». Op de leeftijd van 7-8 jaar heeft geld een symbolische waarde of gevoelswaarde en wordt de munt vaak vervangen door de eerste economische uitwisselingen, zoals het ruilen van dingen op de speelplaats van de school. Rond de leeftijd van 9-10 jaar slaagt het kind erin om geld een reëlere waarde toe te kennen. Maar een persoon in moeilijkheden wordt vaak gezien als iemand die zijn/haar budget slecht beheert. Rond de leeftijd van 11-12 jaar, samen met de overgang naar het secundair onderwijs, verandert de houding tegenover geld. De jongere beseft de economische waarde ervan en ontwikkelt de eerste noties van anticipatie, vooruitziend handelen en budgetbeheer. Rond de leeftijd van 14-15 jaar wordt het kind almaar zelfstandiger op financieel vlak. Het heeft meer besef van de economische realiteit en gaat op zoek naar (betaalde) karweitjes en jobs. 5
Ontvangst Geen zakgeld 24% Krijg je zakgeld? Meer dan 3 van de 4 jongeren uit de leeftijdsgroep van 9 tot en met 17 jaar krijgen zakgeld. 76% Zakgeld Basis: alle respondenten 6
Evolutie Krijg je zakgeld? 58% 77% 74% 76% Tussen 2003 en 2006 nam het aantal jongeren dat zakgeld kreeg met bijna 20% toe. In 2006 kreeg 3 op de 4 jongeren zakgeld. Vanaf 2006 varieert het percentage weinig. In 2008 was er een lichte daling zonder twijfel de impact van de crisis, maar vandaag lijkt die ontwikkeling gestopt. 2003 2006 2008 2009 Basis: alle respondenten 7
Verschil volgens leeftijd Evolutie t.o.v. 2003 Krijg je zakgeld? 10 j 11-12 j 13-14 j 15-16 j 66% 68% 77% 85% + 11% Van de 10-, 11- en 12-jarigen krijgt bijna 7 op de 10 zakgeld. Vanaf 13 jaar is dat het geval voor minimum drie vierde van de jongeren. De 10-, 11- en 12-jarigen krijgen minder zakgeld dan het gemiddelde bedrag. Logischerwijze groeit het aantal jongeren dat zakgeld krijgt naarmate de leeftijd toeneemt. In vergelijking met 2003 springen de aanzienlijke stijging bij de 10-jarigen en de aanzienlijke daling bij de 17-jarigen in het oog. Vanaf 17 jaar daalt het percentage, ongetwijfeld omdat de jongeren op die leeftijd meer hun toevlucht nemen tot betaalde jobs. 17 j 76% -14% Basis: alle respondenten 8
Verschil volgens onderwijstype Technisch onderwijs Beroepsonderwijs Gemiddelde Algemeen onderwijs 86% 80% 76% 76% Krijg je zakgeld? Het percentage jongeren dat zakgeld krijgt varieert ook naargelang het type onderwijs. De jongeren in het basisonderwijs krijgen minder talrijk zakgeld dan het gemiddelde aantal. De factor leeftijd speelt hier wellicht een rol. Een ander betekenisvol verschil vinden we in het technisch onderwijs waar 10% meer jongeren zakgeld krijgt. Basisonderwijs 70% Basis: alle respondenten 9
Bron Wie geeft je zakgeld? Moeder Vader 61% 73% De meeste jongeren krijgen hun zakgeld voornamelijk van hun (beide) ouders, vaker van de moeder dan van de vader. Sommige jongeren krijgen zakgeld van andere personen (familie, eigen bron van zakgeld,...). Andere 12% Basis: de respondenten die zakgeld krijgen 10
Evolutie van de bedragen Hoeveel zakgeld krijg je per maand? 35 In vergelijking met 2008 krijgen de jongeren gemiddeld meer zakgeld vandaag. Het maandelijkse bedrag van 31 in 2008 stijgt naar 35 (dat is opnieuw het gemiddelde bedrag van 2006). 31 2008 2009 Basis: de respondenten die zakgeld krijgen 11
Verschil volgens onderwijstype 63 Hoeveel zakgeld krijg je per maand? 20 35 34 47 Voor leerlingen van de lagere school ligt het gemiddelde bedrag lager dan het algemeen gemiddelde. De jonge leeftijd heeft daar ongetwijfeld mee te maken. Anderzijds krijgen de leerlingen van het technisch of het beroepsonderwijs een groter bedrag. Dat geldt ook voor gezinnen die tot de lage sociale groepen behoren. Zou de sociale groep waartoe iemand behoort ook een invloed hebben op hoeveel zakgeld er gegeven wordt? Een bijkomende verklaring is dat deze leerlingen het zakgeld mee aanvullen met eigen middelen. basis gemiddelde algemeen technisch beroeps Basis: de respondenten die zakgeld krijgen 12
Verschil volgens regio Hoeveel zakgeld krijg je per maand? Brussel Gemiddelde 30 35 In 2008 bedroeg de gemiddelde som per maand 31, vandaag is dat 35. Opvallend in vergelijking met 2008 is de toename van de gemiddelde som van het zakgeld in Wallonië en de afname ervan in Brussel. Vlaanderen 35 Wallonië 37 Basis: de respondenten die zakgeld krijgen 13
Verschil volgens gezinsgrootte Hoeveel zakgeld krijg je per maand? 31 35 31 30 48 41 2 personen Gemiddelde 3 personen 4 personen 5 personen 6 personen (en +) De gemiddelde som zakgeld van minderjarigen die leven in gezinnen van 2 tot en met 4 personen is kleiner dan het algemeen gemiddelde. In grotere gezinnen wordt meer zakgeld gegeven. Jongeren die deel uitmaken van een gezin dat bestaat uit 5 en 6 (en +) personen krijgen meer zakgeld dan het gemiddelde bedrag. Grotere gezinnen zijn vaker nieuw samengestelde gezinnen en mogelijk bestaat daardoor in deze gezinnen een andere zakgeldcultuur met striktere afspraken. De kinderen krijgen mogelijk ook bijkomend zakgeld van de moeder of vader die niet tot hun huidige gezin behoort (een schuldgevoel kan hier meespelen). Oudere kinderen van dergelijke gezinnen willen ook sneller financieel zelfstandig zijn en zorgen daardoor wellicht ook vroeger voor eigen bronnen van zakgeld. Basis: de respondenten die zakgeld krijgen 14
Verschil volgens gezinstype Hoeveel zakgeld krijg je per maand? 60 33 36 35 27 Het gezinstype heeft invloed op de som zakgeld die het kind krijgt. Als de minderjarige afwisselend bij één van beide ouders woont, is de gemiddelde som het laagst. In een eenoudergezin waar moeder voor het kind of de kinderen zorgt, is de gemiddelde som ook lager dan het algemeen gemiddelde. In een eenoudergezin waar de vader voor het kind of de kinderen zorgt, is de gemiddelde som zakgeld veel hoger dan de gemiddelde som die jongeren tussen 10 en 18 jaar ontvangen. eenoudergezin (vader) eenoudergezin (moeder) twee ouders Gemiddelde co-ouderschap Basis: de respondenten die zakgeld krijgen 15
Verschil volgens leeftijd Hoeveel zakgeld krijg je per maand? 22 22 28 33 57 34 38 Tot 15 jaar neemt het bedrag van het zakgeld toe met het stijgen van de leeftijd. Vanaf 16 jaar verminderen de ontvangen bedragen, ongetwijfeld omdat de jongeren kunnen gebruikmaken van andere inkomsten (vakantiejobs, kleine jobs en karweitjes, enz.). 13 10 jaar 11 jaar 12 jaar 13 jaar 14 jaar 15 jaar 16 jaar 17 jaar Basis: de respondenten die zakgeld krijgen 16
Evolutie volgens leeftijd Hoeveel zakgeld krijg je per maand? 22 22 16 17 17 13 19 28 57 42 33 29 34 29 59 38 In vergelijking met 2008 krijgen de jongeren in het algemeen meer zakgeld (hoger bedrag), met uitzondering van de 10-jarigen en 17-jarigen. De 13- en 15-jarigen kennen een substantiële stijging (respectievelijk met 47% en 36%). In 2009 ontvangt een jongere een hoog bedrag op 15-jarige leeftijd, in 2008 moest men wachten tot 17 jaar. 10 j 11 j 12 j 13 j 14 j 15 j 16 j 17 j 2008 2009 Basis: de respondenten die zakgeld krijgen 17
Gebruik van het zakgeld Wat doe je met je zakgeld? Thuis bewaren voor grotere aankoop later Op bankrekening storten 37% 51% Gemiddeld bewaart meer dan de helft van de 10-17- jarigen het zakgeld thuis om er in de toekomst een grotere aankoop mee te financieren. Bijna 4 op de 10 minderjarigen zetten het geld (ook) op een bankrekening. Gemiddeld bijna 3 op de 10 van de onderzochte groep geven het geld (ook) onmiddellijk uit. Onmiddellijk uitgeven 29% Totaal is meer dan 100%, meerdere antwoorden zijn mogelijk Basis: de respondenten die zakgeld krijgen 18
Verschil volgens leeftijd Wat doe je met je zakgeld? 61% 60% 61% 58% 53% 44% 42% 33% 32% 34% 27% 27% 27% 23% 20% 13% 5% 61% 50% 44% 45% 41% 38% 28% 10 j 11 j 12 j 13 j 14 j 15 j 16 j 17 j Onmiddellijk uitgeven Storten op bankrekening Thuis bewaren voor grotere aankoop later De keuze om het zakgeld thuis te bewaren om er in de toekomst een grotere aankoop mee te doen wordt minder populair vanaf de leeftijd van 16 jaar. Die plotse daling valt samen met de keuze voor de onmiddellijke uitgave van het geld of de overschrijving op een bankrekening. Het storten van zakgeld op een bankrekening is populair op 10-jarige leeftijd en neemt vanaf de leeftijd van 16 opnieuw sterk toe. Op de leeftijd van 17 jaar doet de helft van de jongeren het. De keuze om het zakgeld onmiddellijk uit te geven neemt toe met de leeftijd. Basis : de respondenten die zakgeld krijgen 19
Gebruik van het zakgeld Voeding 33% Wat koop je met je zakgeld? Kleding Videospelen GSM oplaadkaart Uitgaan Cosmetica Sigaretten Computermateriaal CD, DVD Tijdschrift, lectuur 7% 5% 11% 10% 9% 15% 13% 25% 23% Een derde van de 10-17-jarigen gebruikt het zakgeld voor de aankoop van voeding (snacks, snoep,...), (bijna) een vierde voor kleding en videospelen. Tussen de 10% en 15% van hen geeft het zakgeld (ook) uit aan oplaadkaarten voor de gsm, uitgaan, cosmetica en sigaretten. Beperkte uitgaven zijn er voor computermateriaal en cd s en dvd s. Cannabis/alcohol Geschenken Schoolgerief 3% 3% 1% Condooms 1% Basis: de respondenten die zakgeld krijgen 20
Gebruik van het zakgeld Voeding is een belangrijke uitgavenpost voor alle leeftijden, maar verder zijn er grote verschillen. De 10- jarigen besteden hun zakgeld vooral aan videospelen, computermateriaal en dvd s/cd s, de 11-jarigen aan videospelen, de 12-jarigen aan videospelen en kleding en de 13-jarigen aan videospelen. De 14- jarigen geven het vooral uit aan kleding, gsm-oplaadkaarten en sigaretten, de 15-jarigen aan kleding en de 16-jarigen aan gsm-kaarten en kleding. Een aanzienlijk deel (10%) van die laatste groep besteedt het ook aan cannabis en alcohol. Bij de 17-jarigen gaat het vooral naar uitgaan en kleding. 21
Studentenjob 17 j 16 j 15 j Evolutie in vergelijking met 2003 : 51% 50% 44% -5% -2% +16% Heb je een studentenjob/vakantiejob? Op de leeftijd van 15 jaar vult meer dan 4 op 10 jongeren het zakgeld aan met een studentenjob. Op de leeftijd van 16 jaar en 17 jaar doet de helft van de jongeren dat. In vergelijking met 2003 doen alleen de 15-jarigen meer studentenof vakantiejobs. Als we vergelijken met 2008 (15-jarigen: 36%, 16- jarigen: 44%, 17-jarigen: 72%) stijgt zowel het aantal 15-jarigen (+8%) als het aantal 16-jarigen (+6%). Bij de 17-jarigen neemt het aantal sterker af (-21%). Het feit dat de oudere adolescenten als jobstudent werken (bezoldigd), terwijl de jongere tieners vaker «karweitjes» doen, zou die evolutie kunnen verklaren. Door de crisis is het aanbod aan «studentenjobs» afgenomen. In 2003 hadden nog iets meer jongens dan meisjes een studentenjob, in 2009 is er geen onderscheid meer. Basis: jongeren van 15 tot 18 jaar die een studentenjob/vakantiejob hebben 22
Studentenjob en onderwijstype Technisch onderwijs Beroepsonderwijs Kunstonderwijs 33% 41% 48% Heb je een studentenjob/vakantiejob? Het percentage jongeren dat een studentenjob heeft, varieert volgens het studietype. In het technisch onderwijs en beroepsonderwijs hebben meer jongeren een job. In het technisch onderwijs werkt bijna de helft tijdens hun vakanties of in combinatie met hun studies, in het beroepsonderwijs meer dan 4 op 10. Algemeen onderwijs 29% Gemiddelde 26% Basis: jongeren van 15 tot 18 jaar die een studentenjob/vakantiejob hebben 23
Studentenjob en woonplaats Heb je een studentenjob/vakantiejob? Vlaamse stad Vlaams klein dorp Gemiddelde Brussel 29% 26% 25% 41% In de Vlaamse steden werken de jongeren gemiddeld meer als student. In de Waalse steden en kleine dorpen werken de jongeren gemiddeld minder in combinatie met hun studies. De Vlaamse jongeren werken gemiddeld meer als student (31%), de Brusselse minder (18%). In Wallonië heeft 23% een vakantie- of studentenjob Waals klein dorp 20% Waalse stad 16% Basis: jongeren van 15 tot 18 jaar die een studentenjob/vakantiejob hebben 24
Studentenjob en periode Op welk moment van het jaar heb je een studenten- of vakantiejob? Grote vakantie Tijdens het schooljaar Andere schoolvakanties 30% 34% 76% Vooral in de grote vakantie hebben jongeren een studenten- of vakantiejob. Bijna 8 op 10 van de jobstudenten zijn dan actief. Meer dan 3 op de 10 hebben ook een job tijdens het jaar, in combinatie met het schoolwerk dus. Maar dat geldt meer voor meisjes (43%) dan voor jongens (25%). De andere schoolvakanties (Pasen, carnaval, Allerheiligen,...) worden steeds meer gebruikt om te werken (van 4% in 2006 naar 30% in 2009). Basis: jongeren die als jobstudent werken 25
Gebruik van het verdiende geld Op bankrekening storten Thuis bewaren voor grotere aankoop later Onmiddellijk uitgeven 16% 43% 61% Wat doe je met het geld dat je met studentenjob(s) verdient? Een bankrekening is populair: een meerderheid van de jongeren maakt er gebruik van. Voor zakgeld werd deze mogelijkheid door slechts (gemiddeld) 37% vermeld. Meer dan 4 op de 10 jongeren bewaren het geld thuis voor een grotere aankoop later. Een minderheid geeft het met werken verdiende geld onmiddellijk uit. Dat percentage evolueerde in stijgende lijn sinds 2006 (van 10% naar 21%), maar daalt nu opnieuw. Basis: jongeren die als jobstudent werken 26
Het Gebruik van het verdiende geld (job) 4% 75% 64% 58% 47% 45% 23% 12% 15 j 16 j 17 j Onmiddellijk uitgeven Op bankrekening storten 31% Wat doe je met het geld dat je met studentenjob(s) verdient? Hoe ouder de jongeren worden, hoe meer ze hun verdiende geld op een bankrekening plaatsen. De 17-jarigen doen het significant meer dan gemiddeld (75%). De keuze om het geld thuis te bewaren neemt af in populariteit met het stijgen van de leeftijd. Bij de 14-jarigen is het meer dan 60% en nog bijna de helft van de 15-jarigen doet het, maar de 17-jarigen doen het significant minder dan gemiddeld (slechts 31%). geld onmiddellijk uitgeven is geen populaire optie. De 14- en 15-jarigen doen het significant minder dan gemiddeld (respectievelijk 2% en 4%). De 16-jarigen kiezen er het meest voor (23%). Bij de 17-jarigen gaat het nog over 1 op 10 jongeren die ervoor kiezen (12%). Thuis bewaren voor grotere aankoop later Basis: jongeren die als jobstudent werken 27
Conclusies Zakgeld: de crisis is voorbij, de bedragen beginnen weer toe te nemen Meer dan 3 op de 4 minderjarigen krijgt zakgeld, gemiddeld 35, hoofdzakelijk van hun ouders. Dat bedrag ligt 13% hoger dan vorig jaar, d.i. een stijging die de inflatie overtreft. Zou de crisis voorbij zijn voor het zakgeld? De jongeren krijgen talrijker op jongere leeftijd (vanaf 10 jaar) zakgeld. Maar de sommen die ze krijgen, verschillen naargelang de leeftijd, het moment (de overstap naar het secundair onderwijs), het type onderwijs (waarbij de jongeren in het technische en het beroepsonderwijs meer zakgeld krijgen), het sociale milieu (de lage sociale groepen krijgen meer zakgeld) en het gezinstype. Zo heeft een vader in een eenoudergezin de neiging meer zakgeld te geven dan enig ander gezinstype Omgekeerd geven moeders in een eenoudergezin en ouders in co-ouderschap minder zakgeld. Dat verschil zou binnen de eenoudergezinnen verklaard kunnen worden door een kleiner inkomen en/of de wens om de scheiding te compenseren of niet. De grootte van het gezin speelt ook een rol: in grotere gezinnen wordt meer zakgeld gegeven. Grotere gezinnen zijn vaker nieuw samengestelde gezinnen die mogelijk een andere zakgeldcultuur hebben. 28
Conclusies Het zakgeld wordt opgepot om een bedrag bij elkaar te sparen voor een toekomstige aankoop Meer dan 50% van de jongeren bewaart hun zakgeld thuis met het oog op een grotere aankoop in de toekomst. Bijna 4 op de 10 minderjarigen stort het geld (ook) op een bankrekening. Weinig jongeren, namelijk gemiddeld 3 op de 10, geven het geld (ook) meteen uit. Dat spaar- en uitgeefgedrag verschilt naargelang de leeftijd. Zo neemt de keuze voor een onmiddellijke uitgave van het geld sterk toe met de leeftijd. Hoe ouder de jongeren worden, hoe meer ze geneigd zijn om het geld niet thuis te bewaren, maar op een bankrekening te storten. De jongeren doen diverse aankopen met hun zakgeld. Een derde van hen gebruikt het zakgeld voor het kopen van voeding (snacks, snoepgoed,...); een vierde koopt vooral kleren (meisjes) en videospelletjes (jongens). Ook hier zien we grote verschillen volgens leeftijd. 29
Conclusies De studentenjobs hebben almaar meer succes, ondanks de crisis Op de leeftijd van 15 jaar vult 44% van de jongeren hun zakgeld aan met een studentenjob. Op 16- en 17-jarige leeftijd heeft de helft van de jongeren zo n job. In vergelijking met 2008 zijn er meer jongeren van 15-16 jaar, maar minder van 17 jaar die een studentenjob hebben. De crisis heeft invloed op het studentenwerk. De studentenjobs worden vooral uitgevoerd tijdens de grote vakantie, maar meer dan 3 op de 10 jongeren heeft ook een job tijdens het schooljaar. Een meerderheid stort het geld dat ze als jobstudent verdiend hebben op een bankrekening. Het geld meteen uitgeven is een optie die niet aan de orde is. 30
Conclusies Het zakgeld is een leermiddel Het zakgeld is een leermiddel voor de kinderen en jongeren. Omdat ze het zelf ook zo zien wordt het gespaard voor een grotere aankoop in de toekomst of op een bankrekening gestort. Een gevolg daarvan is dat de jongeren op vandaag het mikpunt zijn van de merken, inclusief de banken. Die instellingen richten zich tot de jongeren vanaf een almaar jongere leeftijd. Slechts weinig kinderen en jongeren gebruiken het zakgeld voor onmiddellijke uitgaven. De aankopen die nodig zijn worden nog vaak betaald door de ouders, die de grootste geldschieters zijn. Van kers op de taart naar hulp om de studies te financieren Het zakgeld wordt zelden gebruikt voor kleine dagelijkse uitgaven. Het wordt wel gebruikt voor plezieraankopen (kleding, (video)spelletjes, computermateriaal, cosmetica, CD s/dvd s, telefoonkaarten, snacks of snoep, sigaretten, ). Voor jongvolwassenen is het zakgeld een onmisbaar hulpinstrument bij het beheren van de regelmatige uitgaven. Vaak worden daar andere financieringsbronnen aan gekoppeld. Vanaf de leeftijd van 15 jaar zijn dat de studentenjobs, vanaf de leeftijd van 17 jaar komen daar de studiebeurzen, het kindergeld, het loon van de partner enz. bij om alle nodige uitgaven te kunnen bekostigen. 31
Aanbevelingen Het zakgeld is een hulpmiddel voor de sociale integratie van de jongere Dankzij de kennis die jongeren gaandeweg verwerven, wordt hun kans om verantwoordelijke en verstandige consumenten te worden almaar groter. Daarom is het belangrijk dat de ouders hun kinderen aanmoedigen om een budget te (leren) beheren door hen, in functie van hun mogelijkheden, zakgeld te geven. Die noodzakelijke financiële opvoeding (het beheren van een budget) gaat veel verder dan de handelsrelatie tussen de koper en de verkoper en moet deel uitmaken van de algemene opvoeding. Om die reden is ze niet de verantwoordelijkheid van de merken en de ondernemingen. Dat zou zelfs kunnen geïnterpreteerd worden als een poging om dergelijke vorming louter in het eigen voordeel te manipuleren. Er moet reële controle door professionele vormingswerkers en verenigingen worden uitgeoefend. Dat de merken en de banken die nood aan opvoeding in hun eigen kraam inpassen en in hun voordeel proberen te verdraaien, wijst op een gebrek aan ethiek. 32
Aanbevelingen Het zakgeld is een middel om een budget te leren beheren In die context kunnen de ouders en de opvoeders een essentiële rol spelen. Want het is belangrijk dat de kinderen en de jongeren gesensibiliseerd worden over hun concrete koopervaringen en de risico s die daaraan verbonden zijn. De leerkrachten kunnen ook een analytische pedagogische benadering ontwikkelen, die gebaseerd is op de leefwereld van de jongeren: de koopmodaliteiten (spelletjes, CD s/dvd s, cassettes,...), het verband tussen de inkomens en de uitgaven, welk deel ze sparen, hoe zij de consumptie van het gezin beïnvloeden, welke problemen ze ondervinden. En met het oog op de nabije toekomst: het geld op de bank en de zichtrekening, de aankopen via GSM of het internet, het zoeken naar informatie vóór de aankoop, de gevolgen en de implicaties van de aankoop, de koopgewoonten, de studentenjobs. 33
Verantwoordelijke uitgever: Marc Vandercammen OIVO Paapsemlaan 20-1070 BRUSSEL Tel. 02/547.06.11 - Fax. 02/547.06.01 www.oivo.be Uitgave 2009 Catalogusreferentie: 898-09 D 2009-2492-125 OIVO Prijs: 34 Reproductie voor niet-commerciële doeleinden toegestaan mits bronvermelding 34