Toetsmatrijs PT3, Theorie van de praktijk Onderwerp Competentie Onderwerp Aantal vragen Operationalisatie Orthopedie 4C31 en 4C32 Aandoeningen wervelkolom 1-2 4C33 en 4C34 Aandoeningen heup- en kniegewrichten 1-3 4C35 en 4C36 Aandoeningen beenderen en gewrichten 1-2 4C37 Afwijkingen en aandoeningen aan de voet 5-7 Productkennis 1D1 Materialen 2-3 1D2 Producten 0-1 1D3 en 1D4 Instrumenten en apparatuur 2-3 4E Beschermingsmiddelen 0-1 Voetonderzoek 2F1 Analyse 0-1 2F5, 2F6 en 2F7 Biomechanica 4-6 2F2 Blauwdrukken 3-4 2F8 Schoenkennis 3-4 2F9 t/m 2F12 Confectie- maatzolen 3-4 Behandelen en advies 2A1 Behandelen 1-2 5G1 en 5H1 Advies, voetoefeningen en thuisverzorging 1-2 2D1, 4D2 t/m 4D8 Andere disciplines 0-1 Totaal aantal vragen 40 Cesuur 65% 4C31-4C37 - Orthopedie 31 Orthopedie 31.1 oorzaken van aandoeningen aan het passieve bewegingsapparaat 31.1.1 aangeboren aandoeningen 31.1.1.1 voorbeelden 31.1.1.1.1 primair aangeboren 31.1.1.1.2 secundair aangeboren 31.1.2 verworven aandoeningen 31.1.2.1 voorbeelden 31.1.2.1.1 primair verworven 31.1.2.1.2 secundair verworven 32 Kenmerken en gevolgen van aandoeningen van de wervelkolom 32.1 achterwaartse verkromming/kyphose/hyperkyphose 32.2 voorwaartse verkromming/lordose/hyperlordose 32.3 zijwaartse verkromming/scoliose/hyperscoliose 32.4 hernia/breuk 33 Kenmerken en gevolgen van aandoeningen aan het heupgewricht 33.1 coxa valga 33.2 coxa vara 33.3 congenitale heupluxatie 34 Kenmerken en gevolgen van aandoeningen aan het kniegewricht 34.1 voetbalknie/meniscuslaesie 34.2 x-benen/genua valga 34.3 o-benen/genua vara 34.4 overstrekte knieën/genua recurvata 34.5 arthrosis aan het kniegewricht 35 Kenmerken en gevolgen van aandoeningen aan de beenderen 35.1 fractuur 35.1.1 open fractuur 35.1.2 gesloten fractuur 35.1.3 enkelvoudige fractuur 35.1.4 samengestelde fractuur 35.1.5 fisuur 35.2 ontsteking 35.2.1 botontsteking/ostitis 35.2.2 beenmergontsteking/osteo-myelitis 35.2.3 beenvliesontsteking/periostitis 35.2.4 achillodynie 35.3 kneuzing/contusie 36 Kenmerken en gevolgen van aandoeningen aan gewrichten 36.1 verstuiking/distorsie 36.2 ontwrichting/luxatie 36.2.1 gehele ontwrichting 36.2.2 gedeeltelijke ontwrichting/subluxatie 36.3 gewrichtsontsteking/arthritis 36.3.1 rheumatoide arthritis 36.4 gewrichtsdegeneratie/arthrosis 36.4.1 arthrosis deformans 36.5 gewrichtsverstijving/ankylose 1
37 Aandoeningen aan de voet ( Zie competentie 2C) Voettypen/ aandoeningen 11.1 oorzaken van aandoeningen aan het passieve bewegingsapparaat 11.1.1 aangeboren aandoeningen 11.1.1.1 voorbeelden 11.1.1.1.1 primair aangeboren 11.1.1.1.2 secundair aangeboren 11.1.2 verworven aandoeningen 11.1.2.1 Voorbeelden 11.1.2.1.1 primair verworven 11.2 kenmerken en gevolgen van aandoeningen van de wervelkolom 11.2.1 achterwaartse verkromming/kyphose/hyperkyphose 11.2.2 voorwaartse verkromming/lordose/hyperlordose 11.2.3 zijwaartse verkromming/scoliose/hyperscoliose 11.2.4 hernia/breuk 11.3 Kenmerken en gevolgen van aandoeningen aan het heupgewricht 11.3.1 coxa valga 11.3.2 coxa vara 11.3.3 congenitale heupluxatie 11.4 Kenmerken en gevolgen van aandoeningen aan het kniegewricht 11.4.1 voetbalknie/meniscuslaesie 11.4.2 x-benen/genua valga 11.4.3 o-benen/genua vara 11.4.4 overstrekte knieën/genua recurvata 11.4.5 arthrosis aan het kniegewricht 11.5 Kenmerken en gevolgen van aandoeningen aan de beenderen 11.5.1 fractuur 11.5.1.1 open fractuur 11.5.1.2 gesloten fractuur 11.5.1.3 enkelvoudige fractuur 11.5.1.4 samengestelde fractuurinfractie 11.5.1.5 fisuur 11.5.2 ontsteking 11.5.2.1 botontsteking/ostitis 11.5.2.2 beenmergontsteking/osteo-myelitis 11.5.2.3 beenvliesontsteking/periostitis 11.5.2.4 achillodynie 11.5.3 kneuzing/contusie 11.6 Kenmerken en gevolgen van aandoeningen aan gewrichten 11.6.1 verstuiking/distorsie 11.6.2 ontwrichting/luxatie 11.6.2.1 gehele ontwrichting 11.6.2.2 gedeeltelijke ontwrichting/subluxatie 11.6.3 gewrichtsontsteking/arthritis 11.6.3.1 rheumatoide arthritis 11.6.4 gewrichtsdegeneratie/arthrosis 11.6.4.1 arthrosis deformans 11.6.5 gewrichtsverstijving/ankylose Voetafwijkingen 12.1 oorzaken 12.1.1 primair aangeboren 12.1.2 secundair aangeboren 12.1.3 primair verworven 12.1.4 secundair verworven 12.2 standafwijkingen van de voet 12.2.1 platvoet/pes/planus 12.2.2 spreidvoet/pes transversus 12.2.3 spreid-platvoet/pes transverso-planus 12.2.4 holvoet/pes excavatus 12.2.5 hol-knikvoet/pes excavatus-valgus 12.2.6 hol-klompvoet/pes excavatus varus 12.2.7 supinatievoet/pes varus 12.2.8 knikvoet/pes valgus 12.2.9 plat-knikvoet/pes plano-valgus 12.2.10 spitsvoet/pes equinus 12.2.11 klompvoet/pes equino-varus 12.2.12 hakvoet/pes calcaneus 12.2.13 standafwijkingen van de tenen 12.2.13.1 hallux valgus 12.2.13.2 hallux varus 12.2.13.3 hallux rigidus 12.2.13.4 gebogen grote teen/hallux flexus 12.2.13.5 dropping fist is geen teenstandafwijking 12.2.13.6 hamerteen/digitus maleus 12.2.13.7 klauwteen/krabbelteen 12.2.13.8 ruiterteen 12.3 gevolgen van voetafwijkingen 12.3.1 gevolgen voor de huid en nagels van de voet 12.3.1.1 eelt (hyperkeratosis) 12.3.1.1.1 pathologisch eelt 12.3.1.1.1.1 likdoorn/clavus 12.3.1.1.1.2 weke likdooren/clavus mollus/clavus interdigitalis 12.3.1.2 nagelafwijkingen 12.3.1.2.1 ingegroeide nagel 2
12.4 gevolgen voor de afwikkelingspatronen van de voet 12.1.1.2. slechte doorbloeding 12.1.1.2.1. slechte wondgenezing 12.1.1.2.2. necrose 12.2. Jicht / artritis urica 12.2.1. kenmerken en effecten 12.2.2. pootje/podagra 1D1-1D4 Productkennis 1D De kandidaat heeft kennis van materialen, producten en apparatuur zodat de behandeling wordt voorbereid en efficiënt kan worden georganiseerd. 1. Materialen 1.1 antidrukmiddelen 1.1.1 toepassingsmogelijkheden 1.1.1.1 vilt/ viltring 1.1.1.2 moleskin 1.1.1.3 fleecy web 1.1.1.4 tubifoam 1.1.1.5 pododsheet 1.1.1.6 PPT 1.1.1.7 Silopad/ silopos 1.1.1.8 anti slip 1.2 confectie-hulpmiddelen 1.2.1 toepassingsmogelijkheden 1.2.1.1 teenkussen 1.2.1.2 teenmoffen 1.2.1.3 teenkappen 1.2.1.4 teenspreiders 1.2.1.5 knokbeschermers 1.2.1.6 hallux-valgusbeschermer 1.2.1.7 comfortzool 1.2.1.8 hielkussen zachte talonet 1.3 correctiehulpmiddelen 1.3.1 toepassingsmogelijkheden 1.3.1.1 spreidvoet bandages 1.3.1.2 spreidvoet bandage met pelot 1.3.1.3 pelotten 1.3.1.4 gelengkeilen 1.3.1.5 hielcorrectors 1.3.1.6 harde talonet 1.3.1.7 voorvoetzolen 2. Producten 2.1 desinfecterende middelen 2.1.1 alcohol 70%-80% 2.1.2 huiddesinfectants (voor intacte huid) 2.1.3 huiddesinfectants met RVG nummer (voor niet intacte huid) 2.1.4 povidon/betadinejodium 2.1.5 combi product 70% alcohol + chloorhexidine 2.1.6 desinfecterende zalven 2.1.7 desinfectiemiddelen met een N-nummer (voor instrumenten en oppervlakken) 2.2 reinigingsmiddelen/detergentia 2.2.1 zeep 2.2.2 petroleumether 2.2.3 fysiologisch zout 2.3 hoornstof oplossende- en etsende middelen 2.3.1 huidverwekers 2.3.2 salicylpreparaten 2.3.3 zilvernitraat 2.4 ontstekingswerende middelen 2.5 trekzalven 2.6 functies van medicamenten en hulpmiddelen 2.6.1 etsende middelen 2.6.1.1 toepassingsmogelijkheden 2.6.1.1.1 likdoorn/clavus 2.6.1.1.2 ingroeiende nagel 2.6.1.1.3 op advies van- of na raadpleging van een arts / wratten/verrucae 2.6.2 desinfecterende middelen 2.6.2.1 toepassingsmogelijkheden 2.6.2.1.1 verzorging van wonden 2.6.2.1.2 tamponeren van nagelwal 2.6.3 huidverzorgende- cosmetische producten 2.6.3.1 toepassingsmogelijkheden 2.6.3.1.1 droge huid 2.6.3.1.2 geirriteerde huid 2.6.3.1.3 vette huid 2.6.3.1.4 vochtige huid 2.7 controle op functies van medicamenten 2.7.1 producten met specifieke werking 3
2.7.2 desinfectancia 2.7.3 producten met micro-organismen werende werking 2.7.3.1 fungiciden/schimmeldodende middelen 2.7.3.2 fungiostatische-schimmelremmende middelen 2.7.3.3 virucide/virusdodenden middelen 2.7.3.4 virusstatische-/virusremmende middelen 2.7.3.5 bacteriocide-/bacteriedodende middelen 2.7.3.6 bacteriostatische-/bacterieremmende middelen 2.7.3.7 sporocide-/sporendodende middelen 2.7.3.8 hoornstof oplossende preparaten 2.7.3.9 ontstekingwerende preparaten 2.8 reacties van cliënten met allergische- toxische reacties 2.8.1 toxische reacties 2.8.2 allergische reacties 2.8.2.1 voorbeelden 2.8.2.1.1 blaren 2.8.2.1.2 jeuk 2.8.2.1.3 uitslag 2.8.2.1.4 pijn 3. Instrumenten 3.1 grote nageltang 3.2 kleine nageltang of hoektang 3.3 vellentang 3.4 verbandschaar 3.5 glasvijl 3.6 hoekvijl en excavator (of combinatieinstrument) 3.7 wattenpincet 3.8 splinterpincet 3.9 houders nr. 3 voor losse mesjes nr. 10,11 of 15 3.10 houder nr. 4 voor losse mesjes nr. 20 3.11 nagelheffer palpator 3.12 frezenborstel 3.13 frezenbakje 3.14 frezenpincet 3.15 spatel 4. Apparatuur 4.1 motor met stofafzuiging of nattechniek motor 4.2 bijbehorende frezen 4.2.1 materialen 4.2.1.1 hard staal 4.2.1.2 diamant 4.2.2 vorm 4.2.2.1 bolkopfrees 4.2.2.2 fissuurfrees 4.2.2.3 peervormige frees 4.2.2.4 pyramidefrees 4.2.2.5 cylinderfrees 4.2.2.6 eeltslijper 4.3 ultrasoon 4.4 reinigingsmiddel 4E Beschermingsmiddelen (Zie competenties 3B, 3F) De kandidaat heeft kennis van nevenstaande materialen en producten, beschermingsmiddelen en eventuele contraindicaties,apparatuur, instrumenten en technische vaardigheden zodat de basisbehandeling correct wordt uitgevoerd naar verwachting van de cliënt. 3B De kandidaat kent de apparatuur en de toepassing voor de basisbehandeling zodat het behandelplan kan worden opgesteld. 1. Apparatuur 1.1 pedicuremotor met sofafzuiging of nattechniek 1.2 bijbehorende frezen 1.2.1 materiaal 1.2.1.1 hard staal 1.2.1.2 diamant 1.2.2 vorm 1.2.2.1 bolkopfrees 1.2.2.2 fissuurfrees 1.2.2.3 pyramidefrees 1.2.2.4 cylinderfrees 1.2.2.5 eeltslijper 1.2.3 gebruik 1.2.3.1 peervormige-; pyramide- en cylinderfrees fijngetand 1.2.3.1.1 modeleren en gladmaken van nagels 1.2.3.2 peervormige-; pyramide- en cylinderfrees grofgetand 1.2.3.2.1 dunner maken van nagels en afwerken van eelt, bewerken van kloven 1.2.3.3 eeltslijper 1.2.3.3.1 afwerken van eelt en bewerken van kloven 1.2.3.4 bolkop- en fissuurfrees 1.2.3.4.1 bewerken van ingroeiende nagel/nagelwallen 1.2.3.4.2 afwerken van likdoorn 1.2.3.5 diamant en/of stalen frees 1.2.3.5.1 polijsten van nagels 4
2 Materialen 2.1 cosmetische, semi medische 3. Producten 3.1 medische producten 3.2 medicamenten 3.3 huidbeschermende middelen/materialen: verbanden, watten, windsels, gazen, pleisters, etc.) 3.4 beschermingsmiddelen en eventuele contra-indicaties 4. Instrumenten 4.1 handinstrumenten (tangen, vijlen, nagelheffer, e.d.). 5. Technische vaardigheden 5.1 Snijtechnieken 5.2 Freestechnieken (nat en droog) 5.3 nagelomgeving schoonmaken, 5.4 nagelriemen soepel en los maken 5.5 (nagel)substantie verwijderen 5.6 nagels behandelen (desinfecteren, knippen, polijsten etc.) 5.7 eelt verwijderen en behandelen 5.8 ragaden/kloven behandelen 5.9 likdoorns/eeltpitten verwijderen en behandelen 5.10 wondjes 5.10.1 blaren en ontstekingen/infecties behandelen 5.11 voethuid verzorgen 3F De kandidaat kan indicaties en contra-indicaties herkennen en aangeven, zodat dit wordt meegenomen in het behandelplan. Zie 2C 2C De kandidaat heeft kennis van risicovolle situaties zodat er bij de anamnese en het voetonderzoek rekening mee wordt gehouden. Zij herkent risicovolle situaties, ziektebeelden, nagel- en huidaandoeningen en andere afwijkingen en stelt indicaties en contra-indicaties vast, zodat op basis van de conclusies een passend behandelplan is op te stellen. 1. Diabetes 1.1 complicaties van suikerziekte / diabetes mellitus 1.1.1 neurologische afwijkingen 1.1.1.1 verminderde prikkel waarneming 1.1.1.1.1 pijn, kou, warmte, tastzin 1.1.2 Slechte doorbloeding 1.1.2.1 slechtziendheid 1.1.2.2 C.V.A. 1.1.2.3 hartinfarct 1.1.2.4 necrose 2. Reuma 2.1 aandoening die aangrijpt op 2.1.1 gewrichten 2.1.2 spieren 2.1.3 bindweefsel 2.1.4 zenuwstelsel 3. Spasticiteit 3.1 spastische verlamming 4. Ouderdom 4.1 verouderde voet 5. Hepatitis 5.1 infectie ziekte 6. Aids 6.1 infectie ziekte 7. Verwaarlozing 7.1 verwaarloosde voet 8. Contra-indicaties 8.1 ingegroeide nagel / unguis incarnatus 8.2 blauwe nagel / subunguinaal haematoom 8.3 wrat / verrrucae 8.4 open wonden aan de voeten 8.5 ontstekingen aan de voeten 8.6 abces 8.7 allergieën 8.8 weefselversterf 9 Indicaties 9.1 pathologische eelt 9.2 likdoorns 9.3 nagelafwijkingen 9.3.1 ingroeiende nagels 9.3.2 schimmelnagels 9.3.3 hoornnagels 10 Risicofactoren 10.1 diabetes mellitus 10.2 hart- en vaatziekten 10.3 epilepsie 10.4 allergieën 10.5 infectieziekten 10.6 ontstekingen 10.7 neurologische aandoeningen 5
Voetonderzoek 2F De kandidaat heeft kennis van anatomie, fysiologie, pathologie, orthopedie en biomechanica zodat een diagnostisch voetonderzoek kan worden verricht, waarbij de procedures kunnen worden omschreven en de werking van de daarbij te passen hulpmiddelen kan worden uitgelegd. met 4C als aanvulling Analyse 2F1. Anatomie 1.1 Algemene anatomie 1.1.1 de schedel 1.1.2 de romp 1.1.3 de schoudergordel 1.1.4 bovenste ledematen 1.1.5 de bekkengordel 1.1.6 onderste ledematen 1.2 Specifieke anatomie 1.2.1 de heupbeenderen 1.2.2 het dijbeen 1.2.3 het scheenbeen 1.2.4 het kuitbeen 1.2.5 delen van de voet 1.2.5.1 voetwortel/tarsus 2F2. Fysiologie 2.1 celleer 2.2 weefselleer 2.3 huid 2.4 bloed en lymfe 2.5 spijsvertering 2.6 stofwisseling 2.7 uitscheiding 2.8 ademhaling 2.9 hormoonstelsel 2.10 zenuwstelsel 2F5, 2F6 en 2F7-Biomechanica 5. Biomechanica 5.1 verklaring en omschrijving 5.1.1 spierwerking bij staan 5.1.1.1 evenwicht 5.1.1.2 steunvlak 5.1.1.3 symetrische stand 5.1.1.4 a-symetrische stand 5.1.2 relatie tussen evenwicht en het staan 5.1.2.1 stabiel 5.1.2.2 instabiel 5.1.2.3 indifferent 5.1.3 spierwerking bij gaan 5.1.3.1 standbeen 5.1.3.2 slingerbeen 5.1.3.3 fasen van de afwikkeling 5.1.3.4 lichaamszwaartepunt 5.1.3.5 ganghoek 5.2 Maken van een dynamische blauwdruk 5.2.1 Verklaring en omschrijving methode 5.2.1.1 voorbereiding 5.2.1.1.1 instructies geven aan cliënt 5.2.1.1.1.1 begeleiding van cliënt 5.2.1.1.2 houding/stand cliënt 5.2.1.2 bepalen paslengteomschrijving methode 5.2.1.2.1 plaatsing blauwdrukraam 5.2.1.2.2 voet cliënt in vloeiende beweging over blauwdrukraam laten afwikkelen 5.2.1.3 interpreteren dynamische blauwdruk/vaststellen afwikkeling voet 5.2.1.3.1 rechte afwikkeling 5.2.1.3.2 afwikkeling over mediaal 5.2.1.3.3 afwikkeling over lateraal 5.3 Maken van een statische blauwdruk 5.3.1 verklaring en omschrijving methode 5.3.1.1 voorbereiding - instructies geven aan cliënt 5.3.1.2 houding/stand cliënt 5.3.1.3 steunpunt naast cliënt 5.3.2 omschrijving methode 5.3.2.1 plaatsing blauwdrukraam tussen voeten van cliënt 5.3.2.2 plaatsing voet cliënt op blauwdrukraam 5.3.2.3 houding van cliënt met rechte rug en met hielen op de grond 5.3.2.4 aanduidingen op blauwdrukraam 5.3.2.4.1 omtrek voet cliënt 5.3.2.4.2 buiten en binnenenkel 5.3.2.4.3 kopjes 1e en 5e middenvoetsbeen 5.3.2.5 afhalen van voet cliënt van blauwdrukraam 5.3.3 interpreteren/lezen van een statische blauwdruk 5.3.3.1 bepalen drukpunten 5.3.3.2 bepalen vetpolster 5.3.3.3 voettype 6. Onderzoek op beweeglijkheid van de voet 6.1 verklaring en omschrijving methoden 6.1.1 actieve beweeglijkheid 6.1.2 passieve beweeglijkheid 6
6.2 mate van beweeglijkheid 6.2.1 hypermobiele voet 6.2.2 rigiditeit 6.2.2.1 mate van rigiditeit 6.2.2.2 mate van herstel voetbogen 6.3 bewegingsvormen 6.3.1 plantair flexie 6.3.2 dorsaal flexie 6.3.3 inversie 6.3.4 eversie 6.3.5 rotatie 6.3.6 pronatie 6.3.7 supinatie 6.3.8 aan- en afvoeren 7. Biochemica van gaan en staan 7.1 verklaring en omschrijving 7.1.1 spierwerking bij staan 7.1.1.1 evenwicht 7.1.1.2 steunvlak 7.1.1.3 symmetrische stand 7.1.1.4 a-symmetrische stand 7.1.2 relatie tussen evenwicht en het staan 7.1.2.1 stabiel 7.1.2.2 instabiel 7.1.2.3 indifferent 7.1.3 spierwerking bij gaan 7.1.3.1 standbeen 7.1.3.2 slingerbeen 7.1.3.3 fasen van de afwikkeling 7.1.3.4 lichaamszwaartepunt 7.1.3.5 ganghoek 7.2 Vaststellen afwikkeling voet na het maken van een dynamische blauwdruk 7.2.1 verklaring en omschrijving 7.2.1.1 juiste afwikkeling 7.2.1.2 afwikkeling over lateraal 7.2.2 onjuiste afwikkeling 7.2.2.1 rechte afwikkeling 7.2.2.2 afwikkeling over mediaal 7.2.2.3 te sterke afwikkeling over lateraal 7.2.3 gemiddelde ganghoek 7.3 Onderzoek bij cliënt van gaan en staan zonder schoenen. 7.3.1 verklaring en omschrijving 7.3.1.1 juiste afwikkeling 7.3.1.1.1 hiel 7.3.1.1.2 laterale zijde voet 7.3.1.1.3 kopje 5e middenvoetsbeen 7.3.1.1.4 1e middenvoetsbeen 7.3.1.1.5 hallux 7.3.1.2 onjuiste afwikkeling 7.3.1.2.1 mediale zijde voet 7.3.1.2.2 laterale zijde voet 7.3.1.2.3 hiel-voorvoet 7.4 Onderzoek bij cliënt van gaan en staan met schoenen. 7.4.1 verklaring en omschrijving 7.4.1.1 juiste afwikkeling 7.4.1.1.1 hiel 7.4.1.1.2 laterale zijde voet 7.4.1.1.3 kopje 5e middenvoetsbeen 7.4.1.1.4 1e middenvoetsbeen 7.4.1.1.5 hallux 7.4.1.2 onjuiste afwikkeling 7.4.1.2.1 mediale zijde voet 7.4.1.2.2 laterale zijde voet 7.4.1.2.3 hiel-voorvoet 7.5 Vaststellen afwikkeling voet na het maken van een statische blauwdruk 7.5.1 verklaring en omschrijving 7.5.1.1 juiste afwikkeling 7.5.1.1.1 afwikkeling over lateraal 7.5.1.2 onjuiste afwikkeling 7.5.1.2.1 rechte afwikkeling 7.5.1.2.2 afwikkeling over mediaal 7.5.1.2.3 te sterke afwikkeling over lateraal 7.5.1.3 gemiddelde ganghoek 7.6 Inventarisatie van gegevens na het maken van een statische blauwdruk 7.6.1 verklaring en omschrijving dit is meer voor de medische pedicure en niet voor de basis 7.6.1.3 juiste stand voet 7.6.1.3.1 rechte voet 7.6.1.4 onjuiste stand voet 7.6.1.4.1 gezwaaide voet 7.6.1.4.2 overbelaste voet 7.6.1.4.3 uitpuilende botdelen 7.6.1.4.4 vetpolster 7.6.1.5 type voet 7.6.1.5.1 standafwijking voet 7
2F8 Schoenkennis 8. Schoenkennis 8.1 De leest in relatie tot de voet 8.1.1 verklaring en omschrijving 8.1.1.1 licht gezwaaide leest 8.1.1.2 gezwaaide leest 8.1.1.3 rechte leest 8.1.1.4 hoge wreef 8.1.1.5 lage wreef 8.2 De maat in relatie tot de voet 8.2.1 verklaring en omschrijving 8.2.1.1 de juiste lengte 8.2.1.2 de juiste breedte 8.2.1.3 de juiste hakhoogte 8.2.1.4 de juiste zwaairichting 8.3 Slijtage patroon van hak en zool 8.3.1 hak 8.3.1.1 in het midden van de achterzijde 8.3.1.2 lateraal achter 8.3.1.3 gehele laterale zijde 8.3.1.4 mediaal achter 8.3.1.5 gehele mediale zijde 8.3.1.6 front zijde 8.3.2 zool 8.3.2.1 balpunt 8.3.2.2 voor het balpunt 8.3.2.3 achter het balpunt 8.3.2.4 gehele teenstuk 8.3.2.5 mediale zijde 8.3.2.6 laterale zijde 8.4 De voetafdruk in de schoen 8.4.1 extra druk in de hiel 8.4.2 extra druk voorvoet 8.4.3 extra druk tenen 8.4.4 uitbochtingen schacht 8.4.5 overlopen schacht 2F9 t/m 2F12 - Confectie- maatzolen 9. Beoordeling schoen op geschiktheid voor een steun- dan wel correctiezool. 9.1 beoordeling in relatie tot de voet 9.1.1 te stellen eisen 9.2 terminologie en omschrijving begrippen 9.2.1 preventie schoen 9.2.1.1 gelijmde schoen 9.2.1.2 genaaide schoen 9.2.1.2.1 goodyear methodeflexibele methode 9.2.1.3 gevulcaniseerde schoen 9.2.2 correctie schoen 9.2.2.1 correctie schoen met ingebouwde steun 9.2.2.2 correctie schoen met losse supplementen 9.2.3 steunzoolschoen 9.2.3.1 verdiepte hielkom 9.2.4 semi-orthopedische schoen 9.2.5 orthopedische schoen 9.2.6 sportschoen 10. Kenmerken van confectiezolen en maatzolen 10.1 verklaring, omschrijving en te stellen eisen 10.1.1 beoordeling op werking 10.1.1.1 ondersteunende werking 10.1.1.2 profylactische werking 10.1.1.3 verlichting klachten 10.1.1.4 verbetering van stand en houding 10.1.1.5 verbetering van afwikkeling voet bij gaan 11. Voor- en nadelen van steunzolen, correctiezolen, voetbedden en therapiezolen. 11.1 omschrijving, verklaring, beoordeling doelmatigheid en te stellen eisen 11.1.1 ten aanzien van steunzolen 11.1.1.1 ondersteunende werking 11.1.1.1.1 mediale lengteboog 11.1.1.1.2 laterale lengteboog 11.1.1.1.3 voorste dwarsboog 11.1.1.1.4 voetwortelboog 11.1.2 ten aanzien van correctiezolen 11.1.2.1 correctie functie van de voet 11.1.2.2 correctie stand van de voet 11.1.3 ten aanzien van voetbedden 11.1.3.1 ondersteunende werking 11.1.3.2 corrigerende werking 11.1.3.2.1 correctie afwikkeling voet bij gaan 11.1.3.2.2 correctie stand van de voet 11.1.3.3 drukontlastend 11.1.4 ten aanzien van therapiezolen 11.1.4.1 proprioceptieve zolen 11.1.5 ten aanzien van supplementen 11.1.5.1 plaatselijke werking volgens indicatie 8
12 Adviseren met betrekking tot voetbekleding 12.1 lengtetoegift/wijdtemaat/breedte 12.2 voldoende neushoogte 12.3 sluiting over de wreef 12.4 hiel omsluitend 12.5 schokdempende zool 12.6 schacht van soepel leer zonder sierstiksels 12.7 hakhoogte Behandelen en advies 2A1 Behandelen 2A De kandidaat heeft kennis van anamnese, inspectie en palpatie zodat de juiste keuze kan worden gemaakt uit methoden en technieken om deze correct uit te voeren 1. Anamnese 2.1 gegevens verzamelen en noteren 2.1.1 persoonlijke gegevens 2.1.2 leefomstandigheden 2.1.3 fysieke klachten / risicofactoren 2.1.4 arts en medicijngebruik 2.1.5 indicaties 2.1.6 contra indicaties 5G1 en 5H1- Advies, voetoefeningen en thuisverzorging 5G De kandidaat heeft kennis van loop en voetoefeningen zodat op adequate wijze een informatief en adviserend verkoop gesprek kan worden gevoerd. 1. Loop- en voetoefeningen 1.1 Adviseren voetoefeningen 1.1.1 Versterking van voet en enkelspieren 5H De kandidaat heeft kennis van voetverzorging thuis zodat op adequate wijze een informatief en adviserend verkoop gesprek kan worden gevoerd. 1. Voetverzorging thuis. 1.1 advies aan diabetes mellitus patiënten 1.1.1 doorverwijzen naar medisch pedicure 1.2 adviseren met betrekking tot hygiëne 1.2.1 dagelijks voeten wassen 1.2.2 goed afdrogen vooral tussen de tenen 1.2.3 gebruik van huidverzorgende middelen 1.2.4 dagelijks schone kousen of sokken 2D1, 2D2 t/m 2D8 -Andere disciplines 2D De kandidaat heeft globale kennis van andere disciplines zodat hier bij de anamnese en het voetonderzoek rekening mee wordt gehouden en op in wordt gespeeld. 1. medisch pedicure 1.1 specialisaties 1.1.1 diabetische voet 1.1.2 reumatische voet 1.1.3 verouderde voet 1.1.4 verwaarloosde voet 1.1.5 spastische voet 1.1.6 antidruk 1.1.7 ortheses 1.1.8 nagelprothesen 1.1.9 nagelreparaties 1.1.10 nagelbeugel 2. Arts 2.1 Pathologische aandoeningen 3. Fysiotherapeut 3.1 medische indicatie 4. Podotherapeut 4.1 Paramedisch beroep op HBO niveau 4.1.1 de behandeling is gericht op het behouden of verbeteren van de functionele beweeglijkheid van de voet. 5. Podoloog 5.1 specialisaties 5.1.1 diagnostiek en behandeling van afwijkingen van de vorm en de functie van het bewegingsapparaat. 6. Schoenhandelaar 6.1 confectieschoenen 6.2 semi orthopedische schoenen 7. Schoenmaker 7.1 reparatie 8. Schoentechnicus 8.1 orthopedisch schoeisel 8.2 semi orthopedisch schoeisel 9