Inhoudsopgave. Colofon



Vergelijkbare documenten
Inhoudsopgave. 1 Inleiding 3. 2 Het practicum 4. 3 Alarmschakeling 1, de deur 5. 4 Alarmschakeling 2, de afstandsbediening 9

Werkboek VICTO. Naam : Groep :

Inhoudsopgave. Colofon

Hartelijk gefeliciteerd met de aanschaf van een COBRA alarmsysteem type 889.

GEBRUIKERS HANDLEIDING

Colofon. Trea Winter Joost van den Brink

GfS Day Alarm. Algemene omschrijving...p. 2. Montage handleiding en functies...p. 3. Instellingen van magneet contacten...p. 4

CS series LED-gebruikersgids

VANTEK Discovery set. N. B. De OPITEC bouwpakketten zijn gericht op het onderwijs. N991240#1

BDS-001, besturing voor handbediende schuifdeuren

GALAXY 16 & 16+ GEBRUIKERSHANDLEIDING MK 6. versie 4 oktober

SmartHome Huiscentrale

installatiehandleiding Alarmlicht met sirene

Verkeerslichten. De Verkeerslichten & de PLC in het TIBBLTO / VICTO lokaal. Werkplek 1. Leer & werkboek.

GEBRUIKERSHANDLEIDING

installatiehandleiding Alarmlicht met sirene

Het Keypad (met segmenten)

GT-912/GT-913/GT-914 Gebruikers handleiding

SmartHome Huiscentrale

Logische schakelingen

Gebruikershandleiding CS-175 CS-275 CS-575 LED Codeklavier

INTRATONE Gebruiksaanwijzing 1 knop met 9 toetsenbord deurtelefoons

Inleiding. Inhoudsopgave: Omschrijving. 1.1 Het toetsenbord De displays Lampjes Vaste programma's Vrije programma's 3.

1.3 Informatieverwerking

Project BedroomX.isc. Joe verhuist naar een nieuw huis. Hij mag zijn slaapkamer zelf inrichten. s Nachts droomt hij er al van. Hoe zal hij dat doen?

InteGra Gebruikershandleiding 1

Cobra 4627 Alarmsysteem met DriverCards

CL-80. Handleiding. Codeslot voor buiten en binnen 1. INTRODUCTIE 2. SPECIFICATIES 3. INSTALLATIE. 3.1 Monteren. 3.2 Draad diktes en draad invoer

ADEMCO 6128NL. gebruikershandleiding

Gebruikers handleiding Jablotron 100 serie

1.QUICKSTART GUIDE 3 2.PRODUCTAFBEELDING MET UITLEG 4 3.MONTEREN EN AANSLUITEN VAN DE DEURBEL OP STROOM 5 4.HET SCHERM IN GEBRUIK NEMEN 8

Brandmeldcentrale CSP-204 CSP-208 Bedieningshandleiding

Draadloze signaal overdracht. De communicatie tussen melders en centrale wordt radiografisch geregeld.

gebruiksaanwijzing Rev /2002

HANDLEIDING BEWEGINGSMELDER

VISONIC MAX-5 ALARMCENTRALE

1 Elektriciteit Oriëntatie 1.1 Elektrische begrippen Elektrische stroomkring

Gebruikershandleiding. Brandmeldcentrale JUNO-NET EN54

INTRATONE Gebruiksaanwijzing Digitale naamkeuze. Montage van de bellenpanelen. Muurbeugel Algemene omschrijving

Gebruikershandleiding. Securit 800L. Documentnummer: TT B

Motor Scooter Alarm Systeem. Installatie handleiding

TOMA. De TOMA regelaar is gebouwd volgens de strenge Europese veiligheidseisen en voorzien van een CE keurmerk.

Het alarm. We moeten onze eigen spullen in een koffertje beveiligen met een. Wat kunnen we hiervoor gebruiken om het alarm in werking te zetten?

gebruiksaanwijzing installatie voor woningen

Betrouwbaar en veilig overal in huis energie beschikbaar

14 Oefeningen Basisinstructies

Bedieningshandleiding FC 1008 E

installatiehandleiding Alarmlicht

K-Steel deuropenermodule 1156/10 met numeriek toetsenbord

Nederlandstalige handleiding Autoalarm AS5

AC ZONE ALARMCONTROLLER MET DEURBEL HANDLEIDING

Gebruikershandleiding. VieConnector Sociale alarmering

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding

Jaap Jan de Jong Trea Winter van Faassen

GEBRUIKSAANWIJZING. SELCA IS200 klasse 2 alarm SELCA IS300 klasse 3 alarm. SCM goedkeuringsnr. AA030037

Plug & Safe wordt niet gepresenteerd als een 100 % garantie oplossing voor de veiligheid van personen of eigendommen.

Integratie van Net2 met een inbraakalarmsysteem

Bedieningshandleiding FC10 FC10-02 A FC10-04 A FC10-08 A FC10-12 A. Fire & Security Products. Siemens Building Technologies

Vodafone Automotive 4627 Alarmsysteem met DriverCards. Gebruikershandleiding. Vodafone Power to you

GEBRUIKERSGIDS CP-700 alarmcentrale

Clifford Electronics Benelux bv. Tel Fax

Bij elektronische systemen moet er informatie verwerkt worden. Deze verwerking gebeurt door middel van elektronische panelen.

Nederlandse handleiding Ajax alarmsysteem

Handleiding WIFI videofoon type WIFI106

Brandmeldpaneel FP800 Gebruikershandleiding

Vodafone Automotive 4627 Alarmsysteem met DriverCards. Gebruikershandleiding. Vodafone Power to you

Syncro AS. Analoge Brandmeldcentrale. Gebruikershandleiding. Man V1.0NL

E-Controle Paneel Instructie

CENTRAAL CONTROLE PANEEL EC 6350 LCD

INBOUW HANDLEIDING GT403, 404

Bedieningshandleiding FC 10/4 1zone

Gebruikershandleiding. Bedienpaneel MINI-REP

Lagarde BV - Voorthuizerstraat 69c SC Putten - Tel : info@lagarde.nl

Handleiding digicode: Promi500 Kaarten en codes

Verkorte Gebruiker Handleiding

COPYRIGHT GARANTIEBEPERKINGEN

De informatie in deze handleiding mag niet zonder toestemming van HRS worden gekopieerd of gepubliceerd. Fouten en drukwijzigingen zijn voorbehouden.

INBOUW HANDLEIDING GT806 (GT804+GT844)

GT909NL. Gebruikershandleiding

MAX-20MC. Gebruikershandleiding. Draadloze PowerCode alarmcentrale met 20 zones 1. INTRODUCTIE. 1.1 Maak kennis met de MAX-20MC

Sinthesi Deuropenermodule

Inhoudsopgave D D. Contactgegevens. LCD Bediendeel. Naam Klant: Relatienummer: Monteur Datum Werkzaamheden

Installateurshandleiding

Gebruikershandleiding. Brandmeldcentrale JUNO-NET EN54

Bedieningshandleiding FC 1004 E

Uitschakelen in noodgevallen Doe de touch-key kort in de opening op het bedieningspaneel. Het alarm zal uitgaan.

Hfdst 1: Wat is een domoticasysteem?

Gebruikershandleiding

Installatie in 5 stappen Huawei HG655D Modem

1.QUICKSTART GUIDE 3 2. PRODUCTAFBEELDING MET UITLEG 4 3.DEURBEL AANSLUITEN OP STROOM EN BEVESTIGEN AAN DE MUUR 4 4.HET SCHERM IN GEBRUIK NEMEN 7

ADEMCO gebruikershandleiding

Versie: juni installatiehandleiding. Alarmlicht LXA-8A

1. PRODUCTAFBEELDING MET UITLEG: 3

profielvak produceren, installeren en energie CSPE GL onderdeel C

Technische Handleiding CodeAccess10

HAM841K ALARMCONTROLEPANEEL VOOR COMMERCIËLE EN RESIDENTIËLE TOEPASSINGEN

Installatie handleiding AlphaVision NG Proximity Lezer

CP-508 GEBRUIKERS-HANDLEIDING

FAQ en HANDLEIDINGEN. MEER HANDLEIDINGEN: kijk op faq.koba-groep.com

Transcriptie:

-1-

Inhoudsopgave 1 Inleiding 5 2 Het practicum 6 3 De alarmdrukknop (alarmschakeling 1) 7 4 De deur (alarmschakeling 2) 9 5 De tijd 12 5.1 De uitgangstijd 12 5.2 De ingangstijd 13 6 De beveiligingscentrale 14 7 De branddetector (alarmschakeling 3) 17 8 De bewegingsmelder (alarmschakeling 4) 18 9 Sensoren en acuratoren 20 10 De complete schakeling (alarmschakeling 5) 20 11 Vragen 21 Extra opdrachten voor BBL en GL 12 Groepen 23 13 Een groep (alarmschakeling 6) 24 14 Alarmschakeling 7 26 15 Het externe bedieningspaneel 26 16 Vragen 28 Colofon Auteur Eindredactie Vormgeving Druk Gert Zweeris Jan van Rooijen Queenie Productions, Delden Drukkerij Augustijn, Enschede -3- -2-

1 Gebouwen zoals huizen, scholen of kantoren kunnen zijn beveiligd tegen brand of inbraak. Ook jouw school heeft waarschijnlijk een brand- en inbraakbeveiliging. Als er ergens een brandje uitb re e k t wo rdt dat door de bra n d m e l d e rs ge s i g n a l e e rd en gaan bijvoorbeeld de bra n d d e u ren auto m a t i s ch dicht. Als er s nachts een inbreker binnen komt, dan wordt dat gesignaleerd en gaat er een alarmlicht b randen of hoor je een sirene. Soms gaat er auto m a t i s ch een te l e foontje naar de politie of een beve i l igingsbedrijf. De inbreker heeft dan niet in de gaten dat hij is betrapt. We noemen dat een stil alarm. In deze module leer je uit welke onderdelen een beveiligingsinstallatie is opgebouwd. Je leert hoe de onderdelen werken en hoe je een beveiligingscentrale moet programmeren. Natuurlijk gaan we ook zelf een volledige beveiligingsinstallatie opbouwen. Figuur 1 Sch o o l ge b o u w -4- -5-

2 3 Bij deze module hoort een raamwerk waarin acht panelen met onderdelen staan. Bij deze opdracht hebben we de alarmdrukknop, de beveiligingscentrale en het alarmlicht nodig. Volg precies de stappen van de opdracht! Figuur 2 Demonst ratiepaneel Veiligheid en Beve i l i g i n g Als je een practicumopdracht gaat maken, dan kunnen de panelen die je daarvoor nodig hebt naast elkaar in het frame worden gezet. De panelen worden met elkaar verbonden door aansluitsnoeren. Let hierbij heel goed op de tekening Figuur 4 Alar m d ru k k n o p die bij elke practicumopdracht hoort. Daarin kun je precies zien welke aansluitklemmen je met elkaar moet verbinden. Als je een draad op de verkeerde klem aansluit, dan werkt de installatie niet goed. Het belangrijkste paneel is de beveiligingscentrale. Die heb je altijd nodig. Figuur 5 Alarm l i ch t Zet de beveiligingscentrale boven in het frame. Zet de alarmdrukknop en het alarmlicht naast elkaar onder de centrale in het frame. Verbind klem 13 van de alarmdruk knop met een aansluitsnoer met klem 13 van de centrale. Verbind klem 14 van de alarmdruk knop met klem 14 van de centrale. Bij de centrale klem 1 en 2 doorverbinden met een snoertje. Ook klem 3 en 4 doorverbinden. Verbind klem 5 en 6 ook door. Ook klem 9 en 10 van de centrale met een aansluitsnoertje doorverbinden. En ook nog klem 23 en 24 van de centrale met elkaar doorverbinden. Sluit klem 21 van de centrale aan op klem 21 van het alarmlicht. Sluit klem 22 van de centrale aan op klem 22 van het alarmlicht.. Figuur 3 Beve i l i g i n g s c e n t ra l e In figuur 6 kun je zien welke verbindingen je nu gemaakt hebt. De centrale heeft 5 ingangen (zones) en 1 uitgang. Op de ingangen worden de melders aangesloten, op de uitgang de alarmgevers. Op alle ingangen moet een melder zijn aangesloten, anders denkt de Controleer dit. centrale dat er iets mis is en geeft hij alarm. Als we op een ingang niets aansluiten, dan moet die ingang worden doorverbonden. Laten we maar eens een schakeling gaan opbouwen. -6- -7-

4 Voor de tweede alarmschakeling hebben we het deurtje nodig. Figuur 6 Alarm s ch a keling 1 We gaan ve rder met de sch a ke l i n g. Je hoort nu een ko rte toon en het lampje TEST MODE gaat bra n d e n. Doe de ste k ker van de beve i l i g i n g s- ce n t ra le in het sto p co n ta c t. A l le andere lampjes moeten uit zijn. Klap de beschermkap van het to e t s e n- b o rdje in de ce n t ra le naar beneden. Druk op de knop R E S E T. Het lampje TEST MODE gaat uit. A L A R M!! De alarm l a mp gaat flitsen en in de centrale gaat een zoemer. De beveiliging is ingeschake l d! Druk op de alarmdrukknop. Om het alarm weer af te zetten moet je de geheime to e gangscode 1122 into e t s e n. Het lampje TEST MODE gaat branden en het alarm sch a kelt uit. Toets de to e g a n g s code in. Figuur 7 Deurtje met re e d c o n ta c t Op het deurtje zit een magneet. Naast het deurtje zit een schakelcontact dat door het magneetveld wordt vastgehouden. We noemen dit een reedcontact (spreek uit als riedcontact). Als het deurtje open gaat, gaat de magneet bij het reedcontact vandaan en opent het contact. Plaats het deurtje naast de alarm - drukknop in het frame. Zorg er voor dat de deur dicht is. Druk op de toets RESET. Haal de aansluitsnoertjes uit de klemmen van de alarmdrukknop en. Bij een beveiligingsinstallatie zijn ook de verbindingskabels beveiligd. Als een verbindingskabel wordt doorgeknipt, geeft de centrale alarm.!!!!!!! Toets de geheime toegangscode in. Alleen als de centrale in de test functie staat, zijn alle beveiligingen uitgeschakeld. De centrale kan alleen in de test functie komen door de geheime toegangscode in te toetsen. Het lampje TEST MODE gaat dan branden.. doe de snoertjes in de klemmen 1 en 2 van het deurtje. Toets de geheime toegangscode in. De deur is beveiligd. Als je hem open doet, dan gaat het alarm af. Doe de deur heel voorzichtig open. -9- -8-

Natuurlijk gaat het alarm dan. Ook als je de deur weer dicht doet blijft het alarm gaan. Je kunt het maar op één manier afzetten: Toets de geheime toegangscode in. We hebben de deur nu goed beveiligd. Er kan niemand meer onopgemerkt naar binnen. Maar ook niet naar buiten. Dat is lastig. Je kunt je eigen huis niet uit, want dan gaat het alarm. De centrale heeft ook een ingang met tijdsvertraging. Dat is zone 1. Daar gaan we het deurtje nu op aansluiten. Als intussen het alarm gaat, gewoon doorgaan. Haal de aansluitsnoeren uit de klemmen van het deurtje. En sluit ze weer aan op de alarmdrukknop. Haal het aansluitsnoertje uit de klemmen 1 en 2 van de centrale. Verbind klem 1 van het deurtje met klem 1 van de centrale. Verbind klem 2 van het deurtje met klem 2 van de centrale. Doe het deurtje dicht. In figuur 8 staan alle verbindingen getekend. Controleer of je schakeling klopt. Toets de geheime toegangscode 1122 in. Druk op de RESET-knop van het toetsenbord van de centrale. We gaan proberen of we goed beveiligd zijn. Druk op de alarmknop. Gelukkig werkt de alarmknop nog. S c h a kel het alarm uit met de geheime toegangscode. Druk op RESET. Doe het deurtje open. Als je het deurtje open doet, dan gaat het alarm niet af. De alarmlamp gaat niet flitsen. De zoemer in de centrale gaat niet. Dat komt doordat de centrale in de day functie staat. In die functie werken alleen melders die altijd ingeschakeld moeten zijn zoals de alarmdrukknop. Als je gewoon thuis bent is het niet nodig dat de deur beveiligd is. Dan is het alleen maar lastig. Als je het huis verlaat en je wilt de deur beve i l i gen dan moet de centrale in de full guard functie sta a n. Figuur 8 Alarm s ch a keling 2-11- -10-

5.0 5.1 De uitgangstijd 5.2 De ingangstijd. We gaan de beveiliging volledig inschakelen, FULL GUARD en het huis verlaten. Controleer of de stekker in het stopcontact zit. Je schakeling moet er uitzien als in figuur 8. Sluit het deurtje. Toets de geheime toegangscode 1122 in. Het lampje TEST MODE brandt. Zodra je op de knop FULL GUARD drukt, laat de zoemer korte signaaltonen horen. Als de zoemer stopt, moet je het huis verlaten hebben. Dan staat de installatie in de full guard functie. Druk op de knop FULL GUARD van het toetsenbordje. Open het deurtje, de tonen gaan sneller Sluit het deurtje. Wacht tot de zoemer stopt. De installatie staat op scherp. Bij het binnen komen moet je even de tijd hebben om het alarm uit te schakelen voordat het afgaat. Dan werkt de tijdsvertraging ook. Als je de deur opent hoor je signaaltonen. Je hebt dan 30 seconden de tijd om de juiste toegangscode in te toetsen. De beveiliging van de deur wordt dan uitgeschakeld. Toets je geen code, of de verkeerde code in, dan gaat na 30 seconden het alarm werken. Open de deur. De zoemer begint. Toets de geheime toegangscode in. De signaaltoon stopt. De centrale staat in de test mode. Zorg dat het deurtje gesloten is. Zet de centrale weer in de full guard functie. Wacht tot de signaaltoon stopt. De centrale staat op scherp. Vergeet de geheime toegangscode. Open het deurtje. Toets een paar verkeerde toegangscodes in. Het alarm gaat. Je kunt het alarm alleen uitzetten als je de goede toegangscode 1122 intoetst. Toets de juiste geheime toegangscode in. -12- -13-

6 We gaan de beveiligingscentrale eens wat beter bekijken. In de centrale bevindt zich een accu. Als de stroom uitvalt, of als de stekker uit het stopcontact wordt gehaald, dan blijft de beveiliging gewoon werken. De centrale kent vier situaties. 1. De te st functie. Er kan geen alarm ge geven wo rden. Alle melders en alarm geve rs zijn uitge s ch a ke l d. De centrale komt alleen in de testfunctie als de juiste toegangscode wordt ingetoetst. Het lampje TEST MODE brandt dan. De centrale mag niet lang in deze onveilige functie staan. Na een aantal m i n u ten gaat de centrale vanzelf naar de day functie. Als je de toets R E S E T i n d rukt gaat de centra l e direct in de day functie. 2. De day functie. De centrale is gedeeltelijk ingeschakeld. 3. De part guard functie. De centrale staat op scherp maar één of meer zones zijn niet ingeschakeld. Deze functie wordt in deze les niet toegepast. 4. De full guard functie. De centrale is helemaal ingeschakeld en staat op scherp. Om de full guard functie in te schakelen moet de centrale in de test functie staan. Dan de toets FULL GUARD indrukken De zones werken allemaal verschillend. Zone 1 werkt alleen in de full guard functie en heeft een tij d ve rt raging. Hier hebben we de beve i l i g i n g van de deur op aangesloten. Nadat je de centrale in full guard hebt ge s ch a keld heb je nog een bepaalde tijd om het pand te ve r l a te n vo o rdat de installatie op scherp gaat. We noemen dit de uitga n g st ijd. Deze uitga n g st ijd is in te ste l l e n tussen 5 seconden en 10 minuten. Als je thuis komt en de deur open doet, dan heb je even de tijd om de toegangscode in te toetsen voordat het alarm gaat werken. Dit noemen we de ingangstijd. Ook de ingangstijd is in te stellen tussen 5 seconden en 10 minuten. Zone 2 werkt is in de day functie en in de full guard functie en heeft geen tijdsvertraging.in de day functie geeft deze zone alarm met de zoemer in de centrale. In de full guard functie schakelt deze zone alle aangesloten alarmmelders in. Zone 3 werkt alleen in de full guard functie. Deze zone is een volgzone van zone 1. De zone heeft wel een uitgangstijd maar geen ingangstijd. Als je het reedcontact van een deur hierop aansluit, dan kun je door deze deur naar buiten, maar je kunt niet naar binnen, want dan gaat direct het alarm. De centrale is nooit helemaal uitgeschakeld! De centrale heeft 5 zones.op elke zone kun je één of meer melders aansluiten. In de figuur hieronder zie je welke aansluitklemmen bij welke zone horen. Zone 4 is een directe zone zonder vertragingstijd. Decentrale gaat niet op scherp als dit contact niet gesloten is. Deze zone wordt in deze les niet besproken. Zone P/A werkt in de day functie en in de full guard functie. Het is een Paniek/Alarm beveiliging. De alarmdrukknop zit hierop aangesloten. In de centrale is een bedieningspaneel ingebouwd met drukknoppen en lampjes. Figuur 9 Aa n s l u i t s chema van de centra l e Figuur 10 Bedieningspaneel in de beve i l i g i n g s c e n t ra l e -15- -14-

7 Op het bedieningspaneel van de centrale zitten drukknoppen om de toegangscode in te toetsen. Je kunt met de drukknoppen ook verschillende functies inschakelen. Ook zie je een aantal lampjes. Zet de ce n t ra le in de te st functie door de geheime toegangscode in te toetsen. Het lampje TEST MODE gaat branden. Open en sluit het deurtje een paar keer en kijk naar de lampjes. Druk een paar keer op de alarmdrukknop en kijk naar de lampjes. Haal het verbindingssnoertje van zone 4 uit klemmen 9 en 10 van de centrale en kijk naar de lampjes. Doe het verbindingssnoertje weer tussen klem 9 en 10 van de centrale Sluit het deurtje. Als in de test functie een melder niet gesloten is, gaat het lampje van de betreffende zone branden. Een knipperend lampje geeft aan dat een melder in de zone alarm heeft gegeven. De branddetector meet de temperatuur. Als de temperatuur boven 60 graden Celcius komt, dan opent het contact en geeft de centrale alarm. We sluiten de brandmelder aan op zone 2. C o n t ro leer of je schakeling hetzelfde is als de schakeling van figuur 8. Controleer of de stekker van de beveiligingscentrale in het stopcontactact zit. Zet de centrale in de test functie door de toegangscode 1122 in te toetsen. Haal het aansluitsnoertje tussen Figuur 11 Bra n d m e l d e r klem 3 en 4 van de centrale weg. Sluit klem 3 van de brandmelder aan op klem 3 van de centrale. Sluit klem 4 van de brandmelder aan op klem 4 van de centrale. Je hebt nu de schakeling van figuur 12. Controleer dit. Druk 2 keer op de toets FULL GUARD. De inschakeltijd wordt dan veel korter. Vraag aan je docent hoe je de brandmelder moet verwarmen. Verwarm de brandmelder tot het alarm inschakelt. S c h a kel het alarm uit met de geheime toegangscode. Figuur 12 Alarm s ch a keling 3-16- -17-

8 De passief Infrarood bewegingsmelder (PIR) reageert op verandering van warmte. Verwijder het snoertje tussen klem 23 en 24 van de centrale. Verbind klem 23 van de PIR met kle m 23 van de centrale. Verbind klem 24 van de PIR met kle m 24 van de centrale In het lokaal is altijd wel iemand in beweging. De bewegingsmelder zal dus constant alarm geven. Daarom zit er een kapje overheen zodat hij niets ziet. Figuur 13 Bewe g i n g s m e l d e r Als iemand een kamer binnenkomt, dan meet de bewegingmelder verandering van warmte en het contact van de PIR sluit. Als je een tijdje heel stil staat, dan ziet de bewegingsmelder je niet meer en schakelt hij weer uit. Maar zodra je beweegt verandert er weer iets en geeft de PIR alarm. Een bewegingsmelder wordt vaak ingebouwd in buitenlampen. Zodra er iemand in de buurt komt, gaat de lamp aan. Zet het kapje op de bewe g i n g s m e l d e. r Je hebt nu de schakeling van figuur 14 opgebouwd. Controleer of alle aansluitsnoeren goed zijn aangesloten. Een bewegingsmelder heeft elektrische spanning nodig om te kunnen werken. Die spanning wordt geleverd door de centrale. Daarom gaan er twee extra draden naar de bewegingsmelder toe. Druk op de toets RESET. Toets de toegangscode in om de centrale in de test functie te zetten. We beginnen met de schakeling van figuur 12. Controleer of dat klopt. Verwijder het verbindingssnoertje tussen klem 5 em 6 van de centrale. Sluit klem 5 en 6 van de PIR aan op klem 5 en 6 van de centrale. Sluit de voeding voor de PIR aan. Klem 15 van de PIR op klem 15 van de centrale en klem 16 van de PIR op klem 16 van de centrale. Om te voorkomen dat de bewegingsmelder wordt gesaboteerd, zit er een contact in. Als iemand de PIR open schroeft, geeft de centrale alarm. Hiervoor zijn nog 2 draden nodig. Figuur 14 Alarm s ch a keling 4 De centrale geeft direct alarm. Druk 2 keer op de toets FULL GUARD om de centrale versneld op scherp te zetten. Haal het kapje van de PIR. Plaats het kapje op de PIR S c h a kel het alarm uit met de geheime toegangscode. -18- -19-

9 11 In de alarmschakelingen hebben we gebruik gemaakt van 4 melders: - de alarmdrukker - het reedcontact bij de deur - de brandmelder en - de bewegingsmelder Deze melders zijn de zintuigen van de centrale. Een melder noemen we ook wel een sensor of een detector. Een sensor constateert iets en geeft dit door aan de centrale. De alarm l a mp vo e rt een opdra cht van de centrale uit. De lamp gaat flitsen. We noemen dit een actuato r. De sirene is ook een actuator. Maak de volgende meerkeuzevragen. 1. Hoeveel zones heeft de beveiligingscentrale? a. 3 b. 4 c. 5 d. 6 2. Een reedcontact wordt geopend en gesloten door een a. deur b. magneet c. aansluitsnoer d. melder 10 3. Alle melders zijn uitgeschakeld als de beveiligingscentrale staat in de a. day functie b. full guard functie c. test functie d. uitgeschakelde functie We hebben een complete beveiligingscentrale opgebouwd. Alleen de sirene is nog niet aangesloten. Vraag aan je docent of je de sirene mag aansluiten. Als het mag verbind dan klem 21 va n de sirene met klem 21 van het alarmlicht. Het snoertje dat al in klem 21 va n het alarmlicht zit, gewoon laten zitte n. Verbind op dezelfde manier de klemmen 22 van de sirene en het alarmlicht met elkaar. Te st de werking van de alarmce n t ra le. Zet de centrale in de test functie door de toegangscode in te toetsen. Haal alle aansluitsnoeren uit de klemmen. Haal de stekker van de beveiligingscentrale uit het stopcontact. Zorg dat het practicum er netjes en opgeruimd uitziet. 4. Hoe komt de be veiligingscentrale in de test functie? a. de toegangscode intoetsen b. de toets RESET indrukken c. de toets FULL GUARD indrukken d. vanzelf 5. Het alarmlicht is a. een actuator b. een actuator en een sensor c. een sensor d. geen actuator en geen sensor 6. Als een inbreker het alarm wil saboteren, dan moet hij.. a. de draden van de beveiligingsinstallatie doorknippen b. de stekker van de beveiligingscentrale uit het stopcontact halen c. heel langzaam bewegen d. dat is onmogelijk -20- -21-

12 7. De alarmdrukknop werkt in a. alle functies b. alleen de full guard functie c. de day functie en de full guard functie d. de test functie, de day functie en de full guard functie 8. Een brandmelder reageert op a. brandlucht b. hoge temperatuur c. rook d. vlammen In de vorige practicumopdrachten hebben we op elke zone één detector aangesloten. In de praktijk wo rdt elk raam beveiligd met een reed contact, of met een gl a s b re u k d e te c to r. Al die dete c to rs wo rd e n op dezelfde zone van de beveiligingscentrale aangesloten. In elke detector zit een schakelcontact. We onderscheiden twee soorten contacten. Maakcontacten en verbreekcontacten. 9. Een PIR is een a. alarmdrukknop b. bewegingsmelder c. brandmelder d. reedcontact 10.De alarmdrukknop is a. een actuator b. een actuator en een sensor c. een sensor d. geen actuator en geen sensor Figuur 15 Maakconta c t Figuur 16 Ve r b re e k c o n ta c t Een maakcontact wordt onder andere gebruikt bij de belinstallatie in een woonhuis. Als je op de drukknop duwt dan sluit het contact en kan de stroom erdoor. De bel gaat. Zodra je de drukknop weer loslaat, veert het contact weer terug en de bel rinkelt niet meer. Het verbreekcontact werkt precies andersom. Als je niets doet dan is het contact gesloten en kan de stroom erdoor. Als de drukknop wordt ingedrukt wordt de stroom onderbroken. Als je deze drukknop voor de bel gebruikt, dan hoor je de hele dag de bel. Je weet dat er iemand op de beldrukker duwt als de bel er even mee ophoudt. De beve i l i g i n g s c e n t rale werkt met ve r b re e k c o n ta c ten. Vanuit de centrale loopt constant een elektrisch st ro o mpje door de conta c ten van de sensors. Zodra een sensor ge a c t i ve e rd wo rdt, opent deze het conta c t. De centrale merkt dat de stroom wordt onderbroken en geeft alarm. Deze manier van schakelen zorgt er voor dat bij sabotage het alarm wordt ingeschakeld. Bijvoorbeeld als een kabel naar een detector wordt doorgeknipt, wordt de verbinding onderbroken en het alarm schakelt in. Om meer detectors op een zone aan te sluiten, worden ze op een speciale manier achter elkaar aangesloten. We noemen dit in serie schakelen. Zie figuur 17. Figuur 17 Seriesch a keling van ve r b re e k c o n ta c te n De detectors die samen op een zone zijn aangesloten noemen we een groep. -23- -22-

13 Maak bij alle zones met een kort aans l u i t s n o e tje r een doorverbinding tussen de twee klemmen. Zie figuur 9. Maak een doorverbinding tussen klem 23 en 24 van de centrale. S teek de ste k ker van de beve i l i g i n g s- centrale in het stopcontact. Toets de geheime toegangscode 1122 in. De centrale staat in de testfunctie. Het lampje TEST MODE brandt. Figuur 18 Alarm s ch a keling 6 We gaan een groep van drie detectors op zone 2 aansluiten. We gebruiken hiervoor het reedcontact van het deurtje, de bewegingssensor (PIR) en de alarmdrukknop. De drie detectors worden in serie aangesloten. Volg precies de stappen van de opdracht! Zet de centrale boven in het frame. Zet onder de centrale, naast elkaar, het deurtje, de PIR en de alarmdrukknop. Z o rg dat de ce n t ra le in de te st functie staat. Haal het aansluitsnoer tussen klem 3 en 4 van de centrale weg. Verbind klem 3 van de centrale met klem 1 van het deurtje. Verbind klem 2 van het deurtje met klem 5 van de PIR. Verbind klem 6 van de PIR met klem 13 van de alarmdrukknop. Plaats het kapje over de PIR. Verbind klem 14 van de alarmdrukknop met klem 4 van de centrale Je schakeling ziet er nu uit zoals in figuur 18. De PIR heeft een elektrische spanning nodig om te kunnen werken. Deze spanning wordt door de centrale geleverd op klem 15 en 16. Verbind klem 15 van de centrale met klem 15 van de PIR Ook klem 16 van de centrale met klem 16 van de PIR. Zet de centrale in de day functie door op toets RESET te duwen. Alle drie de detectors zijn aangesloten op zone 2. Ze vormen samen een groep. Test de detectors één voor één op de goede werking. Om het alarm uit te schakelen moet je de toegangscode intoetsen. Om snel van de test functie naar de day functie te komen kun je de toets RESET induwen. Test je schakeling. Zet de centrale in de test functie. Haal alle aansluitsnoeren tussen de detectors en de centrale weg. Maak een doorverbinding tussen klem 3 en 4 van de centrale. -25- -24-

14 Bouw de volgende schakeling op. Op zone 1 een groep die bestaat uit het reedcontact van het deurtje en de bewegingssensor. Op zone 2 komt de brandmelder. Op zone 3 en 4 wordt geen detector aangesloten Op zone P/A een groep met de alarmdrukknop en de sabotagebeveiliging van de PIR. Sluit het alarmlicht aan. Vraag aan je docent of de sirene aangesloten mag worden. Zo ja, aansluiten. Test de alarmschakeling. Zet de centrale in de test functie. 15 Het externe bedieningspaneel gaan we toevoegen aan alarmschakeling 7. Daarom wordt naast de ingang een extern bedieningspaneel geplaatst. Het bedieningskastje is beveiligd tegen sabotage. Op klemmen 23 en 24 is een schakelaar aangesloten met een verbreekcontact. Als het kastje open geschroefd wordt, opent het contact. Verbind de klemmen van het bedieningskastje met de klemmen van de ce n t ra le die hetzelfde nummer hebben. De voorgeprogrammeerde toegangscode van het codeslot is 0000. Deze code moet veranderd worden in de toegangscode van de centrale: 1122. Toets op het ex terne bedieningspaneel de code 0000 in, gevolgd door *. Druk op toets 0. Toets de code 1122in, gevolgd door #. Druk op toets 2. Toets de code 1122in, gevolgd door #. Druk tenslotte op toets *. Het bedieningspaneel is geprogrammeerd. Test de alarmschakeling, gebruik ook het externe bedieningspaneel om de toegangscode in te toetsen. Laat de schakeling door de docent controleren. Zet de centrale in de test functie. Haal alle aansluitsnoeren uit de klemmen. Haal de stekker van de beveiligingscentrale uit het stopcontact. Zorg dat het practicum er netjes en opgeruimd uitziet. Figuur 19 Exte rn bedieningspaneel Het externe bedieningspaneel, ook wel codeslot genoemd, heeft dezelfde functie als het toetsenbord in de beveiligingscentrale. De beveiligingscentrale wordt in woonhuizen meestal in de meterkast geplaatst. Het is dan lastig om snel de toegangscode in te toetsen als je thuis komt. -27- -26-

16 Beantwoord de volgende vragen. 1. Waarom worden in beveiligingsinstallaties verbreekcontacten gebruikt? 2. Wat gebeurt er als de kabel naar een detector wordt doorgeknipt? 3. Hoe noemt men een aantal dete c to rs die op dezelfde zone van een beve i l i g i n g s c e n ale t r zijn aange s l o te n? 4. Hoe zijn de contacten van detectors op dezelfde zone aan elkaar geschakeld? 5. De bewegingsmelder wordt met zes draden aangesloten. Wat zijn de functies van die zes draden? 6. De centrale staat in de test functie. Het lampje van zone 1 brandt. Wat betekent dit? 7. Welke zones van de centrale zijn in de day functie actief? 8. Waarom zijn in de day functie niet alle zones uitgeschakeld? 9. Waarom is de beveiliging van de deur aangesloten op zone 1? 10.B ij een woonhuis wo rdt de alarm l a mp van de beve i l i g i n g s i n stallatie aan de buite n gevel ge m o n te e rd. Hoe kun je de alarmlamp beveiligen tegen sabotage door het doorknippen van de kabel? -28-