Installatieautomaten Installatieautomat de installatie tegen overbelasting en kortsluiting. Uitschakelkarakteristiek: B/ volgens NEN EN 60898 D volgens IE947 De automaten zijn voorzien van uitschakelmechanismen: Een thermisch uitschakelgedeelte ter beveiliging van de installatie tegen overbelasting Een elektromagnetisch uitschakelgedeelte ter beveiliging tegen kortsluiting Toepassingsgebieden: Uitschakelkarakteristiek B : voor licht en leidingbeveiliging. Uitschakelkarakteristiek : voor het beveiligen van groepen, waar hogere stroompieken in voor (kunnen) komen. Uitschakelkarakteristiek D : voor het beveiligen van groepen, waar hoge aanloopstromen in voorkomen, bijv. motoren. In de NEN 00 staat vermeld, dat de karakteristieken van beveiligingstoestellen tegen overbelastingsstroom aan de volgende voorwaarden moeten voldoen: I b I n I z I,45 x I z Waarin: I b = de ontwerpstroom van de keten I n = de nominale stroom van het beveiligingstoestel I z = de hoogst toelaatbare stroom van de leiding I = de aanspreekstroom De I wordt ook wel de grote proefstroom genoemd. Dit is de waarde, waarbij de installatieautomaat uiterlijk na uur overbelasting moet aanspreken. Uitschakeltijd in seconden 0000 6000 4000 3600 000 000 600 400 00 00 60 40 0 0 6 4 0,4 0, 0,06 0,04 0,0.3.45 B 0,0,5 3 4 5 6 8 0 5 0 30 Veelvoud van de nom. stroom D I n I z De informatie over de hoogst toelaatbare stroom van de leiding I z staat vermeld in de NEN 00. De tabel geeft de waarden van I bij de diverse uitschakelkarakteristieken weer. Deze tabel toont ook de waarden van de kleine proefstroom I. Dit is de waarde, waarbij de installatieautomaat zonder aan te spreken uur in moet blijven. Tabel Uitschakelgedrag Thermische uitschakeling a) Elektromagnetische uitschakeling b) Voorschrift Uitschakelkarakteristiek proefstroom I proefstroom I Kleine Grote Uitschakeltijd Houden Schakelen Uitschakeltijd NEN EN 60898 nom,45 x I nom < uur,3 x I nom > uur,45 x I nom < uur D,3 x I nom > uur,45 x I nom < uur 3,00 x I nom 5,00 x I nom > 0, sec < 0, sec 5,00 x I nom 0,00 x I nom > 0, sec < 0, sec 0,00 x I nom 0,00 x I nom > 0, sec < 0, sec a) Het thermische uitschakelgedeelte is ingesteld voor een juiste afschakeling bij een omgevingstemperatuur van 30. Voor de omrekeningsfactor bij hogere omgevingstemperaturen verwijzen wij naar de separate temperatuur / nominale stroomtabel op pag. T5.5. b) Bij toepassing van automaten in gelijkspanningsinstallaties veranderen de elektromagnetische uitschakelwaarden. Zie de gegevens in de separate uitschakelwaardentabel op pag. T5.. Technische wijzigingen voorbehouden T5.
Installatieautomaten Uitschakelkarakteristiek B installatieautomaat: MKS, MHN, MHS, MBS, MBN, NB aardlekautomaat ADA906G ADA90G 0000 6000 4000 3600 000 000 600 400 00 00 60 40 0 A D Punten,, 3, 4 zie tabel Uitschakelkarakteristiek installatieautomaat: MJN, MJS, MS, MN, N, NM aardlekautomaat ADA954G ADA970G 0000 6000 4000 3600 000 000 600 400 00 00 60 40 0 A D Punten,, 3, 4 zie tabel Tijd in sec. 0 6 4 0,4 0, 0,04 3 B 4 Tijd in sec. 0 6 4 0,4 0, 0,04 3 4 0,0 0,0 0,0 0,004,5 3 4 6 8 0 5 0 30 40,3,45 Veelvoud v.d. nom. stroom 0,0 0,004,5 3 4 6 8 0 5 0 30 40,3,45 Veelvoud v.d. nom. stroom Uitschakelkarakteristiek D installatieautomaat: ND Tijd in sec. 0000 6000 4000 3600 000 000 600 400 00 00 60 40 0 0 6 4 0,4 0, 0,04 0,0 D Tabel Uitschakeling 3 4 Uitschakelkarakteristiek B A 50 Hz D... Uitschakelkarakteristiek A 50 Hz D... I t,3 In,3 In,3 In,3 In I t,45 In,45 In,45 In,45 In I rm 3 In 3 In 5 In 5 In 5 In 7,5 In 0 In 5 In I rm 0,0 0,004,5 3 4 6 8 0 5 0 30 40,3,45 Veelvoud v.d. nom. stroom T5. Technische wijzigingen voorbehouden
Installatieautomaten Max. waarde van de doorlaatstroom bij afschakeling van de kortsluiting (400 V) Automaten MH MJ MK Automaten MB M NB N ND Automaten NM Nietbegrensde stootkortsluitstroom in ka 0 9 8 7 6 5 4 3 0,9 0,8 0,7 0,5 0,4 40 A 3 A 5 A 0 A 6 A 0 A, 3 A 6 A A Nietbegrensde stootkortsluitstroom in ka 0 9 8 7 6 5 4 3 0,9 0,8 0,7 0,5 0,4 3 3, 40 A 50, 63 A 0, 5 A 3 A, 6 A 0 A 6 A 3 A, 4 A A, A 4 0,5 A Nietbegrensde stootkortsluitstroom in ka 0 9 8 7 6 5 4 3 0,9 0,8 0,7 0,5 0,4 00 A 80 A 0,5 0,8 3 4,5 6 8 0 0 30 Prospectieve kortsluitstroom in ka 0,5 0,8 3 4 6 8 0 0 30 Prospectieve kortsluitstroom in ka 0,5 0,8 3 4 6 8 0 0 30 Prospectieve kortsluitstroom in ka Doorlaatenergiediagram bij 400 V Uiterste waarden: MH MJ MK MB M NB N ND Automaten MH MJ MK Automaten MB M NB N ND Automaten NM Thermische doorlaatwaarde I t in ka s 00 80 60 50 40 30 0 0 8 6 5 4 3 40 A 3 A 5 A 0 A 6 A 0 A, 3 A 6 A A Doorlaatenergie I t [ka sec] 00 80 60 50 40 30 0 0 8 6 5 4 3 50, 63 A 3, 40 A 0 A, 5 A 3 A, 6 A 0 A 6 A 4 A, 3 A A, A 0,5 A Thermische doorlaatwaarde I t in ka s 00 80 60 50 40 30 0 0 8 6 5 4 3 00 A 80 A 0,8 0,8 0,8 0,5 0,5 0,5 0,4 0,5 0,8 3 4,5 6 8 0 Prospectieve kortsluitstroom in ka 0 30 0,4 0,5 0,8 3 4 6 8 0 Te verwachten kortsluitstroom in ka 0 30 0,4 0,5 0,8 3 4 6 8 0 Prospectieve kortsluitstroom in ka 0 30 Uiterste waarden: MH MJ MK MB M NB N ND Technische wijzigingen voorbehouden T5.3
Installatieautomaten Elektrische karakteristieken: MH / MK MJ MB M NB N ND NM Nominale spanning (50 Hz) V 30 30 30/400 30/400 30/400 30/400 30/400 30/400 Nominale stroom A 6 3 3 6 63 0,5 63 6 63 0,5 63 0,5 63 80 00 Max. nominale bedrijfsspanning A eenpolig 30 / 400 V~ meerpolig 400 V~ Min. nominale bedrijfsspanning D A en D eenpolig tweepolig (bij serieschakeling van de twee polen) V~ en V 60 V 5 V Uitschakelkarakteristiek bij 30 B: 3 5 x I n : 5 0 x I n D: 0 0 x I n Afschakelvermogen volgens EN 60898 Stroombegrenzingsklasse Frequentie Beschermingsklasse Isolatiespanning Piekspanning Elektrische levensduur bij nominale stroom Aansluiting kooiklem massieve kern soepel + adereindhuls Aansluiting Quickonnect massief soepel zonder adereindhuls Doorverbindingsrail Goedkeuring EN 60898 B B B D MH:4,5 ka MK: 6 ka 500 V 6 mm 0 mm 4,5 ka 6 ka 6 ka 0 ka 0 ka 0 ka Klasse 3 (0,5 3 A) 50 60 Hz IP0 zonder frontafdekking 500 V 3 A 0000 cycli 0,5 3 A 0000 cycli 40 63 A 0000 cycli x,5 tot 4 mm onafhankelijk x,5 tot 4 mm onafhankelijk 40/63 A stift 63/80 A vork/stift 6 3 A 0,5 63 A 0 ka IE 947 5 mm max. 50 mm 6 mm / x 6 mm max. 35 mm Omgevingstemperatuur Aandraaimoment voor schroefklemmen Vermogensverlies (W): Aangegeven waarden voor polige automaten bij nominale stroom. Nominale stroom (A) 0,5 3 4 6 0 6 0 5 3 40 50 63 80 00 Automatenserie MH, MJ, MK MB,M,NB,N,ND,NM,3,5 Bedrijf: 5 tot +60 Opslag: 5 tot +80,8 Nm per klem,4 Nm per klem,8,7,,4,,7 Backupbeveiliging Series NHbeveiliging type gl Backupbeveiliging MBS, MBN, MS, MN en NB, N, ND 50 A 63 A 80 A 00 A 5 A 50 ka 50 ka 50 ka 50 ka 5 ka,4,8 3,5,6 4,6,8 5, 3,3 5,9 3,9 4,3 4,8 5, 8 0 Maatvoering MBN, MBS, MN, MS Maatvoering NB, N, ND Installatieautomaten polig 44 67 7,5 7.5 44 83 45 83 68 T5.4 Technische wijzigingen voorbehouden
Installatieautomaten Belastbaarheid van installatieautomaten. I n (A) Temperatuur: Invloed van de omgevingstemperatuur op het thermisch afschakelgedrag van de installatieautomaat. De tabel geeft de gecorrigeerde waarden van de toegelaten stroomsterkte afhankelijk van de omgevingstemperatuur. (De stroomsterkten in de kolom 30 : zijn gelijk aan de nominale stroomsterkten, omdat bij deze temperatuur het schakelgedrag ingesteld is). 30 35 40 45 50 55 60 0,5 0,5 0,45 0,4 8 0,9 0,8 0,7 0,5,9,7,6,5,4,3 3 3,8,5,4,3,,9 4 4 3,7 3,5 3,3 3,8,5 6 6 5,6 5,3 5 4,6 4, 3,8 0 0 9,4 8,8 8 7,5 7 6,4 6 6 5 4 3 0 0 0 8,5 7,5 6,5 5 4 3 5 5 3,5 0,5 9 7,5 6 3 3 30 8 6 4 0 40 40 37,5 35 33 30 8 5 50 50 47 44 4 38 35 3 63 63 59 55 5 48 44 40 Belastbaarheid bij gekoppelde installatieautomaten orrectiefactor (K) bij wederzijdse thermische beinvloeding van naast elkaar gemonteerde automaten bij nominale belasting: Aantal tegen elkaar geplaatste automaten () K,0..3 4..5 0,9 6 0,85 () Geldt voor polig, polig, 3polig en 3 + N Frequentie: Korrektiewaarden voor het uitschakelgedrag bij het gebruik van diverse frequenties. De thermische automaat werkt onafhankelijk van de frequentie. De elektromagnetische waarden veranderen volgens de omrekenfactoruit de tabel hiernaast: F (Hz) 6 / 3 tot 60 Hz orrectie Factor K 00 Hz 00 Hz 400 Hz,,,5 Keuze van automaten bij gelijkspanning: e automaten kunnen worden toegepast in gelijkspanningsinstallaties, indien wordt voldaan aan de hiernaast staande gegevens.. Spanning per pool en afschakelvermogen Serie polig tweepolig (serieschakeling) U N max Nominaal schakelvermogen U N max Nominaal schakelvermogen MBS, MBN, 60 VD 6 ka 5 VD 6 ka MS, MN NB, N, ND 60 VD 0 ka 5 VD 0 ka. Uitschakelwaarden: Thermische waarden zijn onveranderd. kleine proefstroom I =,3 I n grote proefstroom I =,45 I n Elektromagnetische waarden veranderen volgens onderstaande tabel. Uitschakel karakteristiek B A / 50 Hz D A / 50 Hz D D A / 50 Hz Houden 3 x I n 3 x I n 5 x I n 5 x I n 5 x I n 7,5 x I n 0 x I n 5 x I n 0 x I n 0 x I n Technische wijzigingen voorbehouden T5.5
Verlichtingsarmaturen (aantallen en soort verlichting) per installatieautomaat Maximaal aantal fluorescentielampen dat op een installatieautomaat kan worden aangesloten met betrekking tot het lampvermogen. fase systemen, 30 V B of karakteristiek 3fase + N systemen, 400 V tussen fasen Installatieautomaat p + N / 3p + N A A 3 A 6 A 0 A 6 A 0 A 5 A 3 A 40 A Soort armatuur Vermogen Aantal lampen per fase enkel 8 W 4 9 4 9 49 78 98 57 96 ongecompenseerd 36 W 4 7 4 4 39 49 6 78 98 58 W 3 4 9 5 4 30 38 48 60 EVG enkel 8 W 7 4 4 70 40 75 5 8 gecompenseerd 36 W 3 7 0 35 56 70 87 40 58 W 4 6 3 34 43 54 69 87 EVG duo x8 W 3 7 0 35 56 70 87 40 gecompenseerd x36 W 3 5 0 7 8 35 43 56 70 x58 W 3 6 0 7 7 34 43 EVG Hogedruk gasontladingslampen 30 V en 400 V Maximaal vermogen kar. Installatieautomaat Inom hogedruk kwikdamp 700 W 6 A lampen met fluor 000 W 0 A escentie poederlaag 000 W 6 A hogedruk kwikdamp 375 W 6 A lampen met metaal 000 W 0 A halogenidelaag 000 W 6 A hogedruk natrium 400 W 6 A damplampen 000 W 0 A T5.6 Technische wijzigingen voorbehouden
Aantal EVSA s (HF) per installatieautomaat, voor B en karakteristiek In een installatie met meerdere EVSA s zullen de fluorescentielampen vrijwel gelijktijdig gaan branden, waardoor een hogere inschakelstroom ontstaat dan bij een installatie met conventionele armaturen. Het aantal armaturen bepaalt de hoogte van de inschakelstroom. In onderstaande tabellen vindt u een overzicht van het maximale aantal aan te sluiten EVSA s per installatieautomaat per fase. Quicktronic EVSA voor staafvormige lampen Quicktronic Dimbaar 0V Type armatuur Installatieautomaat Installatieautomaat Installatieautomaat Installatieautomaat B 6A 6A B 6A 6A x4w 45 90 x8w 4 8 4 8 xw 35 70 x8w 8 36 x35w 8 36 x36w 4 8 4 8 x58w 8 56 8 56 x4w 8 36 x8w 8 56 8 56 xw 8 36 x8w 4 x35w 4 x36w 8 56 8 56 x58w 3 6 3 6 Bron: Osram HFEVSA ( HFPserie ) HFEVSA ( HFRserie ) Dimbaar 0V Type armatuur Installatieautomaat Installatieautomaat Installatieautomaat Installatieautomaat B 6A 6A B 6A 6A x4w 30 5 x8w 30 5 8 30 x8w 30 5 8 30 x35w 30 5 8 30 x36w 30 5 8 30 x40w 30 5 8 30 x49w 30 5 8 30 x55w 30 5 8 30 x58w 30 5 8 30 x4w 8 3 x8w 8 48 8 30 x8w 8 48 x35w 8 48 x36w 8 48 8 30 x40w 0 8 3 x49w 0 x55w 0 8 3 x58w 0 8 3 3x4W 0 3x8W 0 4x4W 0 4x8W 0 Bron: Philips HFP = Hoog Frequent Performer HFR = Hoog Frequent Regulator EVSA = Elektronisch Voorschakel Apparaat Technische wijzigingen voorbehouden T5.7
Installatieautomaten selectiviteit en cascade Kortsluitselectiviteit Kortsluitselectiviteit van de Installatieautomaten ten opzichte van de voorgeschakelde smeltveiligheid of installatieautomaat. Een selectief gedrag van overstroombeveiligingen wordt bereikt als de beveiliging die het dichtst bij de fout ligt, als eerste aanspreekt, zonder dat de voorgeschakelde beveiliging in komt. Maatgevend voor de onderlinge selectiviteit van overstroombeveiligingen is de waarde van de doorlaatenergie I t van de automaat (Zie Diagram van de doorlaatwaarden blz. T5.3) ombinatie Voorgeschakeld: installatieautomaat / smeltveiligheid Nageschakeld: installatieautomaat ascade Voor principe van cascade en selectiviteit zie bladzijde T4.6. De afschakelvermogens bij de vergelijking van installatieautomaat/installatieautomaat en smeltveiligheid/installatieautomaat zijn vermeld in ka, volgens EN 60898 bij 30/400 V. Automatenserie NB N ND NM Diazed NH00 gl Afschakelvermogen 0 ka 0 ka 0 ka 0 ka Snel Traag Karakteristiek B D 00 A 80 A 0 00 A MH 4,5 ka B 0 ka 0 ka 0 ka 0 ka 40 ka MJ 4,5 ka 0 ka 0 ka 0 ka 0 ka 40 ka AD 6 ka B 6 ka 6 ka 6 ka 6 ka MB/MK 6 ka B 0 ka 0 ka 0 ka 0 ka 50 ka 50 ka 50 ka M 6 ka 0 ka 0 ka 0 ka 0 ka 50 ka 50 ka 50 ka NB 0 ka B 50 ka 50 ka 50 ka N 0 ka 50 ka 50 ka 50 ka ND 0 ka D 50 ka 50 ka 50 ka 5 60 A 0 ka 0 ka 5 ka 5 ka 5 ka 5 ka 5 ka Voorgeschakeld Nageschakeld Afschakelvermogen [ka] Karakteristiek Vermogensautomaat (zie Hoofdst. 4) HH [5 ka] bouwgrootte 6360 A HN HN HN [40 ka] [45 ka] bouwgrootte bouwgrootte 635 A 550 A [50 ka] bouwgrootte 3 400630 A Serie MB 6 ka () B 5 ka 30 ka 0 ka 5 ka Serie M 6 ka () 5 ka 30 ka 0 ka 5 ka Serie NB 0 ka () B 5 ka 30 ka 5 ka 5 ka (3) Serie N 0 ka () 5 ka 30 ka 5 ka 5 ka (3) Serie ND 0 ka () D 5 ka 30 ka 0 ka 0 ka (3) Serie NM 0 ka () 0 ka 0 ka 0 ka 0 ka De cascade schakeling geldt voor vermogensautomaten (voorgeschakeld) t.o.v. installatieautomaten (nageschakeld) Schakelvermogens Icu in de tabel zijn in ka conform EN 60947 (400/45 V~) () = afschakelvermogen installatieautomaat conform NENEN 60898 () = afschakelvermogen installatieautomaat conform EN 60947 (3) = automaten t/m 0 A: max. 5 ka automaten 5 t/m 40 A: max. 0 ka automaten 50 t/m 63 A: max. 5 ka T5.8 Technische wijzigingen voorbehouden
Selectiviteitstabellen smeltveiligheden/installatieautomaten 4,5 ka B, / 6 ka B, Installatieautomaten Selectiviteit (waarden in ka) De voorgeschakelde beveiliging (horizontaal) is selectief t.o.v. de nageschakelde beveiliging (verticaal) tot aan de stroomwaarde in de kruistabel (ka). 4,5 ka B (MH) Smeltveiligheid gl/gl NH00 Smeltveiligheid Diazed Smeltveiligheid Diazed traag I n 5 A 35 A 50 A 63 A 80 A 00 A 5 A 60 A 5 A 35 A 50 A 63 A 80 A 00 A 6 A 0 A 5 A 35 A 50 A 63 A 80 A 00 A 6 A,3 4,5 4,5 4,5 4,5 4,5 4,5,,4 4,5 4,5 4,5 4,5,7 4,5 4,5 4,5 4,5 4,5 0 A,,6 3 4,5 4,5 4,5 4,5 4,5 0,9,7 3 4,5 4,5 4,5 0,5 0,7,,8 4,5 4,5 4,5 4,5 6 A,,6 3,5 4,5 4,5 4,5 4,5,4,6 4,5 4,5 4,5 0,5 0,9,0 4, 4,5 4,5 4,5 0 A,3 3 4,5 4,5 4,5 4,5,3 4, 4,5 4,5,9 3,8 4,5 4,5 4,5 5 A,,7 4,5 4,5 4,5 4,5, 3,8 4, 4,5 3, 4,5 4,5 4,5 3 A,9,5 4 4,5 4,5 4,5,9 3, 3,8 4,5 3 4,5 4,5 4,5 4,5 ka (MJ) Smeltveiligheid gl/gl NH00 Smeltveiligheid Diazed Smeltveiligheid Diazed traag I n 5 A 35 A 50 A 63 A 80 A 00 A 5 A 60 A 5 A 35 A 50 A 63 A 80 A 00 A 6 A 0 A 5 A 35 A 50 A 63 A 80 A 00 A A 4,5 4,5 4,5 4,5 4,5 4,5 4,5 4,5 4,5 4,5 4,5 4,5 4,5 4,5,5,5 3 4,5 4,5 4,5 4,5 4,5 4 A 3,5 4,5 4,5 4,5 4,5 4,5 4,5 4,5 3 4,5 4,5 4,5 4,5 4,5,5,6 4,5 4,5 4,5 4,5 4,5 6 A,,8 3,5 4,5 4,5 4,5 4,5 4,5 4,5 4,5 4,5 4,5 0,5 0,8,5 4,3 4,5 4,5 4,5 4,5 0 A,,5 4 4,5 4,5 4,5 4,5 0,7,4 3, 4,5 4,5 4,5 0,4,4 4,5 4,5 4,5 4,5 6 A 0,9,3,8 3,8 4,5 4,5 4,5,4 4,5 4,5 4,5 0,4 0,7,8 3,8 4 4, 4,5 0 A,5 3, 4,5 4,5 4,5, 4,4 4,5 4,5,6 3, 3,8 4 4,5 5 A,8 4,5 4,5 4,5,8 3,4 3,8 4,5 3 3,5 3,6 4,5 3 A,5 4,5 4,5 4,5,8 3,5 4,9 3, 4, ascade: MH/MJ 40 ka 0 ka gl max. 00 A 60 A 6 ka B (MB/MK) Smeltveiligheid gl/gl NH00 Smeltveiligheid Diazed Smeltveiligheid Diazed traag I n 5 A 35 A 50 A 63 A 80 A 00 A 5 A 60 A 5 A 35 A 50 A 63 A 80 A 00 A 6 A 0 A 5 A 35 A 50 A 63 A 80 A 00 A 6 A,3 4,7 6 6 6 6 6,,4 4,7 6 6 6,7 4,6 6 6 6 6 0 A,,6 3 4,5 6 6 6 6 0,9,7 3 6 6 6,,8 5 6 6 6 6 A,,6 3,5 6 6 6 6,4,6 4,9 5,8 6 0,9 4, 6 6 6 0 A,3 3 5,5 6 6 6,3 4, 5 6 3,8 6 6 6 5 A,,7 4,7 6 6 6, 3,8 4, 6 3, 6 6 6 3 A,9,5 4 6 6 6,9 3, 3,8 6 3 6 6 6 40 A, 3, 6 6 6,8 3, 5,8 5 6 6 50 A 4,5 6 6,3 5, 4,6 6 63 A 4 6 6 4,3 6 6 ka (M) Smeltveiligheid gl/gl NH00 Smeltveiligheid Diazed Smeltveiligheid Diazed traag I n 5 A 35 A 50 A 63 A 80 A 00 A 5 A 60 A 5 A 35 A 50 A 63 A 80 A 00 A 6 A 0 A 5 A 35 A 50 A 63 A 80 A 00 A 6 A,,8 3,5 5,5 6 6 6 6 4,5 6 6 6 0,8,5 4,3 5 6 6 6 0 A,,5 4 5 6 6 6 0,7,4 3, 6 6 6,4 4,7 4,6 6 6 6 A 0,9,3,8 3,8 6 6 6,4 4,6 5, 5,5 0,8 3,8 4 4, 6 0 A,5 3, 5,5 6 6, 4,4 4,8 5,5 3, 3,8 4 6 5 A,8 5, 6 6,8 3,4 3,8 4,7 3 3,5 3,6 6 3 A,5 4,5 6 6,8 3,5 4,9 3, 4, 40 A 3,8 6 6,9,8 3,8,7 3,8 50 A,5 6 6 3,5 3,6 63 A 6 6 ascade: MB/MK/M 50 ka 5 ka gl max. 00 A 60 A Technische wijzigingen voorbehouden T5.9
Installatieautomaten Selectiviteit (waarden in ka) Selectiviteitstabellen smeltveiligheden/installatieautomaten 0 ka B,, D 0 ka B (NB) De voorgeschakelde beveiliging (horizontaal) is selectief t.o.v. de nageschakelde beveiliging (verticaal) tot aan de stroomwaarde in de kruistabel (ka). Smeltveiligheid gl/gl NH00 I n 5 A 35 A 50 A 63 A 80 A 00 A 5 A 60 A 6 A,3 4,7 6 0 0 0 0 0 A,,6 3 4,5 8, 0 0 0 6 A,,6 3,5 6 8 8,5 0 0 A,3 3 5,5 7,7 8 0 5 A,,7 4,7 7 8, 0 3 A,9,5 4 6, 7,8 0 40 A, 3, 6 7,4 0 50 A 4,5 7, 9 63 A 4 6,8 8 0 ka (N) Smeltveiligheid gl/gl NH00 I n 5 A 35 A 50 A 63 A 80 A 00 A 5 A 60 A 0,5 A 0 0 0 0 0 0 0 0 A 0 0 0 0 0 0 0 0 A 4,5 0 0 0 0 0 0 0 3 A 3 6 0 0 0 0 0 0 4 A,5 3,5 7 6,8 0 0 0 0 6 A,,8 3,5 5,5 8 9 0 0 0 A,,5 4 5 8,5 0 0 6 A 0,9,3,8 3,8 7,8 8,7 9 0 A,5 3,4 7,6 8,5 8,5 5 A,8 7,3 8 8,3 3 A,5 6,9 7,6 7,5 40 A 6,4 7,4 6,8 50 A 6, 6,5 6 63 A 6,5 6 0 ka D (ND) Smeltveiligheid gl/gl NH00 I n 5 A 35 A 50 A 63 A 80 A 00 A 5 A 60 A 0,5 A 0 0 0 0 0 0 0 0 A 7 8 9 0 0 0 0 0 A 3,5 5,8 7,8 9,6 0 0 0 0 3 A, 4, 6 8, 9 0 0 0 4 A, 5 6, 8,5 8,8 9,7 0 6 A,,5 3,8 7,7 8 9,3 0 0 A,3,5 4,3 7, 8,4 9 6 A,4 6, 6,6 7,8 0 A, 6, 6,5 7,7 5 A 4,5 5 6,3 3 A 4,5 40 A 3,3 50 A 63 A ascade NB/N/ND 50 ka 5 ka gl max. 00 A 60 A T5.0 Technische wijzigingen voorbehouden
Installatieautomaten Selectiviteit (waarden in ka) Onderstaande tabel duidt de maximale stroomsterkten in ka aan, waarbij selectiviteit gewaarborgd is. De voorgeschakelde beveiliging (horizontaal) is selectief t.o.v. de nageschakelde beveiliging (verticaal) tot aan de stroomwaarde in de kruistabel (ka). Voorgeschakelde beveiliging MB M NB N EN 60898 6 ka 6 ka 0 ka 0 ka Uitschakelkarakteristiek B B I n (A) 0 5 3 40 50 63 0 5 3 40 50 63 0 5 3 40 50 63 0 5 3 40 50 63 Nageschakelde beveiliging MH 6 A 0 A 6 A 0 A 5 A 3 A MJ A 4 A 6 A 0 A 6 A 0 A 5 A 3 A NB 6 A 0 A 6 A 0 A 5 A 3 A 40 A 63 A N 0,5/A A 3 A 4 A 6 A 0 A 6 A 0 A 5 A 3 A 40 A 63 A MB + AD + MK 6 A 0,08 0, 0 A 0,08 0, 6 A 0, 0 A 5 A 3 A 40 A 63 A M + AD A 4 A 6 A 0 A 6 A 0 A 5 A 3 A 40 A 63 A 0,3 0,3 0,3 0,3 5 5 5 5 5 5 5 8 8 8 8 8 8 8 8 8 8 8 8 8 8 0,08 0,08 0,08 0,08 0,08 0,08 0, 0, 0, 0, 0, 0, 0, 0, 0,08 0, 0,08 0, 0, 0,3 0,3 0,3 0,3 0,3 0,3 0,3 0,3 0,3 0,3 0,3 0,3 0,3 0,3 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 8 8 8 8 8 8 8 8 8 8 8 8 8 8 8 8 8 8 8 8 8 8 8 8 8 8 8 8 8 8 Technische wijzigingen voorbehouden T5.
Installatieautomaten Selectiviteit (waarden in ka) Onderstaande tabel duidt de maximale stroomsterkten in ka aan, waarbij selectiviteit gewaarborgd is. Voorgeschakelde beveiliging ND De voorgeschakelde beveiliging (horizontaal) is selectief t.o.v. de nageschakelde beveiliging (verticaal) tot aan de stroomwaarde in de kruistabel (ka). NM Afschakelvermogen IE 947 0 ka (EN 60 898) 0 ka Uitschakelkarakteristiek D I n (A) 6 0 6 0 5 3 40 50 63 80 00 Nageschakelde beveiliging MH MB + AD + MK 6 A 0 A 6 A 0 A 5 A 3 A 6 A 0 A 6 A 0 A 5 A 3 A 40 A 50 A 63 A 8 8 8 8 MJ A 4 A 6 A 0 A 6 A 0 A 5 A 3 A M + AD A 4 A 6 A 0 A 6 A 0 A 5 A 3 A 40 A 50 A 63 A 8 8 8 8 8 8 NB 6 A 0 A 6 A 0 A 5 A 3 A 40 A 50 A 63 A 8 8 8 8 N 0,5 A A A 3 A 4 A 6 A 0 A 6 A 0 A 5 A 3 A 40 A 50 A 63 A 0,09 0,09 0,09 0,09 0,09 8 8 8 8 8 8 8 8 ND 0,5 A A A 3 A 4 A 6 A 0 A 6 A 0 A 5 A 3 A 40 A 50 A 63 A 0,09 0,09 0,09 0,09 8 8 8 8 8 8 8 T5. Technische wijzigingen voorbehouden
Aardlekautomaten HAO Technische gegevens: Norm Nominale stroom Pulsstroomgevoelige uitvoering EN 6009 K4E 4, 6, 0, 6, 0 A Klasse A Bij pulserende gelijkstromen als gevolg van het gebruik van elektronische apparatuur Nominale foutstroom I nom 30 ma Nominale spanning 30 V~ Frequentie 50/60 Hz Uitschakelkarakteristiek B/ volgens NENEN 60898 Nominaal afschakelvermogen I nc = 6 ka (I m = 500 A) Stroombegrenzingsklasse 3 Pulsstroomgevoelig en 50 A (8/0 s) stootstroomvast Aansluiting Adereindhuls x6 mm of x6 mm Massief x5 mm of x6 mm Aantal polen Beschermingsgraad Bedrijfstemperatuur Opslagtemperatuur p+n IP0 5 tot +40 5 tot +80 Door de installatievriendelijke biconnectaansluiting is aansluiting met andere aardlekautomaten d.m.v. doorverbindingsrails probleemloos. Aardlekautomaat: De aardlekautomaat is een polig beveiligde en polig geschakelde combinatie van aardlekschakelaar en installatieautomaat. Daardoor is een meerpolige afschakeling gewaarborgd bij: Aardfoutstromen Overbelasting Kortsluiting Aansluitschema: T Maatvoering aardlekautomaten 44 3 N 67 4 N 35 83 Ingeschakelde toestand: indicatievenster transparant ADA 96G B6 6000 3 In 0,03 A Uitschakeling door aardfoutstroom: indicatievenster geel Technische wijzigingen voorbehouden T5.3
Hulpelementen voor installatieautomaten en aardlekautomaten Koppelbare hulpelementen Aan installatieautomaten serie MB, M, NB, N, ND, NM 00A (m.u.v. NDserie 80 en 00 A) en aardlekautomaten kunnen de volgende hulpelementen worden gemonteerd: Hulpcontact MZ0 Signalering bij uitschakeling door overbelasting, kortsluiting, bediening op afstand d.m.v. spoel en bij handmatig uit van de automaat. De functie van de contacten kan handmatig worden getest d.m.v. het indrukken van de testpal. Hulpelementen t.b.v. signalering Functie: schakelstandindicatie en foutsignalering: Foutsignaleringscontact MZ0 Signalering bij uitschakeling door overbelasting, kortsluiting en bediening op afstand d.m.v. spoel. D.m.v. de resetschakelaar kunnen, bij uitgeschakelde installatieautomaat, de contacten worden verbroken (bijv. uit van een alarm). Hulpelementen t.b.v. uitschakeling Functie: uitschakeling op afstand: Arbeidsstroomafschakelspoel MZ03 4560030 BE 30400 V MZ04 4560040 BE 48 V Onderspanningsafschakelspoel MZ03 MZ04 Voor het op afstand uit van de MZ05 MZ06 installatieautomaat (d.m.v. aansturen van de magneetspoel); aansturen kan plaatsvinden d.m.v. pulsdrukker (impuls) of MZ06 schakelaar (bijv. noodstop). MZ05 4560057 BMT 48 V D U < BMT 30 V D U < De functie van de contacten kan handmatig worden getest d.m.v. het indrukken van de testpal. Voor het uit van de installatieautomaat bij spanningsval. Voor het uit van de installatieautomaat bij spanningsuitval gedurende een spanningsonderbreking (bijv. bij spanningsuitval van motoren). D D ombinatiemogelijkheden installatieautomaten met hulpelementen De installatieautomaten kunnen worden voorzien van max. 3 hulp of foutsignaleringscontacten en uitschakel of onderspanningsspoel. Hulpelement 4 Hulpelement 3 MZ03 t/m MZ06 + MZ03MZ06 MZ03 t/m MZ06 MZ0 + MZ03MZ06 MZ0 Hulpelement MZ0 MZ03 t/m MZ06 MZ0 MZ0 + MZ0 MZ0 MZ0 Hulpelement MZ0 t/m MZ06 MZ0 MZ0 MZ0 MZ0 MZ0 MZ0 MZ0 MZ0 + Technische gegevens MZ0 MZ0 MZ03/MZ04 MZ05/MZ06 Schakelcontact M + V (potentiaalvrij) M + V (potentiaalvrij) U n /I n 30 V~ 6 A A 30 V~ 6 A A Spoel U n MZ03: 30 V 45 V~ 50 Hz 0 V 30 V MZ04: 4 V 48 V~ 50 Hz V 48 V Verbruik bij houden en inkomen 8 VA (Verbruik bij inkomen) MZ05: 48 V MZ06: 30 V~ 50 Hz 3 W / 3 VA (Verbruik bij houden) Uitschakelgebied U n < 35 % uit U n 35 70% uit of houden U n > 70% houden Modulen (7,5 mm) 0,5 0,5 Bedrijfstemperatuur Opslagtemperatuur Aansluiting adereindhuls Aansluiting massief 5 tot +60 40 tot +80 x 0,5 tot 4 mm of x 0,5 tot,5 mm x tot 6 mm of x 0,5 tot,5 mm T5.4 Technische wijzigingen voorbehouden
Aardlekschakelaars De functie van de aardlekschakelaar Aardlekschakelaars werden ontwikkeld om personen, dieren en goederen bij directe en indirecte aanraking te beschermen. Ze constateren lekstromen naar aarde. De aardlekschakelaar zorgt ervoor dat de stroomketen in sec wordt onderbroken, indien de foutstroom in deze keten een bepaalde waarde overschrijdt. Personenveiligheid Directe aanraking: Aanraking van onder spanning staande delen van de elektrische installatie door personen. Indirecte aanraking: Aanraking van onder spanning staande delen (bijv. een behuizing voor elektrische apparatuur) door een isolatiefout. De nominale uitschakelstroom van de vóór de installatie geschakelde aardlekschakelaars wordt als functie van U L en van de aardverspreidingsweerstand R A als volgt bepaald: R A U L I N Deze tabel geeft de maximale waarden van aardverspreidingsweerstand R A (Ω) afhankelijk van I N en U L (TTsysteem). In de NPR530 blad 3 worden de maximale waarden toegelicht. Het principe van de aardlekschakelaar Een aardlekschakelaar bezit een magnetische ringkern, waar de hoofdwikkelingen omheen zijn aangebracht. Een secundaire wikkeling voedt een afschakelrelais. Wanneer aan de verbruikerszijde een foutstroom optreedt, wordt de balans tussen de in en uitgaande stroom verstoort en zal in de secundaire wikkeling een stroom I nom worden opgewekt, die op zijn beurt het afschakelrelais bedient, die de spanning aan de verbruikerszijde uitschakelt. I : I : Ingaande stroom verbruikerszijde. Uitgaande stroom verbruikerszijde. I d : Foutstroom. I c : Stroom, die door het lichaam vloeit bij aanraking van de onder spanning staande behuizing. R A : Aardweerstand. L3 L L N PE Nominale lekstroom I N Maximale waarde van de aardingsweerstand in Ω U L = 50 V U L = 5 V N L 300 ma 66 Ω 83 Ω 30 ma 0 ma 66 Ω 66 Ω Testknop I I d I Ringkern Afschakelrelais Uitvoering aardlekschakelaars Aardlekschakelaars zijn leverbaar in de uitvoeringen: Klasse A High Immunity HI (leveranciersnorm) Selectief klasse A I c I d I I Aardlekschakelaars, klasse A Door een toenemend gebruik van elektronische huishoudelijke apparatuur, bijv. elektronische dimmers, magnetron, toerenregeling enz. is de kans op pulserende foutstromen toegenomen. De aardlekschakelaar, klasse A, biedt bescherming tegen zowel sinusvormige, als aangesneden wisselstromen en pulserende gelijkstromen (industriële installaties). I d I c R A Maten Aardlekschakelaar polig 44 67 35 Aardlekschakelaar 4polig 44 67 70 83 83 Technische wijzigingen voorbehouden T5.5
High Immunity HI en selectieve S aardlekschakelaars klasse A High Immunity aardlekschakelaars HI hebben een verhoogde immuniteit tegen ongewenst uit door impulsvorming optredende foutstromen. Installaties met elektronische voorschakelapparaten, hoogfrequente apparatuur, computers, dimmers, motorvaristors, etc. beschikken vanwege ontstoringsredenen over condensatoren die tussen aarde en fase geschakeld zijn. De ontlaadstroom van deze condensatoren kan onbedoeld uit van de aardlekschakelaar veroorzaken. In energienetten treden steeds vaker hoogfrequente en harmonische stromen op die eveneens tot ongewenste uitschakeling kunnen leiden. Ook bepaalde schakelprocedures en blikseminslag veroorzaken overspanningen en hoge kortsluitstromen die normale aardlekschakelaars laten uit. De High Immunity aardlekschakelaar voorkomt ongewenst uit. De HI aardlekschakelaar wordt geadviseerd in o.a. de volgende toepassingsgebieden: kantoorgebouwen verlichtingsinstallaties met fluorescentielampen beschermde gebouwen zoals ziekenhuizen laboratoria noodstroomvoorzieningen lange of afgeschermde leidingen in bijv. openbare netten, tunnels en defensie netten Selectieve aardlekschakelaars worden gekenmerkt door het symbool S. Ze bezitten een vertraagd afschakelgedrag en werken zodoende selectief in combinatie met nageschakelde aardlekschakelaars van 30 ma. De schakelaars zijn stootstroomvast tot 5000 A, waardoor ze voldoen aan de normen omtrent het af van pulsvormige foutstromen. Impulsvormige foutstromen kunnen optreden bij het of kortdurende overspanningen als gevolg van atmosferische ontlading, vonken door apparaten met een capaciteit t.o.v. aarde, zoals grote kabellengten of lichtinstallaties met EVSA s. Installatie met selectieve aardlekschakelaars en nageschakelde aardlekschakelaars 30 ma S I n= 300 ma I n = 30 ma I n= 30 ma ombinatie: aardlekschakelaars met voorbeveiliging Om te voorkomen dat de aardlekschakelaar door kortsluiting aan de verbruikerszijde beschadigd wordt, kan aan de voedingszijde een voorbeveiliging opgenomen. De tabel geeft de kortsluitvastheid van de aardlekschakelaar in combinatie met de voorbeveiliging aan. Het eigen afschakelvermogen I m van de aardlekschakelaar bedraagt 630 (uitvoering polig met klemhoogten), resp. 500 A (uitvoering en 4 polig biconnect). gl I n 40 A I n > 40 A 5 A 40 A 63 A 80 A 00 A 5 A MB/M NB/N MB/M NB/N 6 A 0 ka 6 ka 6 ka 5 A 0 ka 6 ka 6 ka 6 ka 6 ka 6 ka 40 A 0 ka 6 ka 6 ka 6 ka 6 ka 6 ka 63 A 6 ka 6 ka 6 ka 6 ka 6 ka 80 A 0 ka 00 A 0 ka 5 A 0 ka T5.6 Technische wijzigingen voorbehouden
Aardlekschakelaars Technische gegevens: Nominale stroom 40 6 5 40 63 5 40 63 80 00 5 Nominale spanning 7/30 V~ +6%, 0% 30/400 V~ +6%, 0% Frequentie 50/60 Hz Mod. breedte (7,5 mm) Ongelijke klemhoogte p p (f+n) 4p (3f+n) Gelijke klemhoogte biconnect 4 Afschakelvermogen Stootstroomvast Kortsluitvastheid Aansluiting kooiklem massieve kern soepel + adereindhuls Bedrijfstemperatuur Opslagtemperatuur Aandraaimoment 630 A 6 ka bij voorbeveiliging 63 A,7 Nm 500 A 8/0 s 50 A impulsvormige foutstromen x 5 mm of x 6 mm x35 of x6 x 6 mm of x 6 mm x6 of x6 5 tot +40 5 tot +80 Klasse A Gevoeligheid (ma) met schroefaansluiting 30 300 0 30 300 30 300 30 300 30 300 30 300 300S 30 300 300S 30 300 300S 30 300 300S 300 Gevoeligheid (ma) met schroefaansluiting Voorschrift 30 30 30 30 30 30 DIN EN 6008, IE008, uitschakelkarakteristiek klasse A High Immunity Gevoeligheid (ma) met schroefaansluiting Voorschrift Vertraging 30 30 300 30 30 300 30 300 300S DIN EN 6008, IE008, uitschakelkarakteristiek: leveranciersnorm 00 msec 30 300 300S Aansluitschema: Voor 3fase + nulleider Voor fase + nulleider Voor 3fase zonder nulleider L N L N L T L L L3 N T L L L3 N T L L L3 N L L L3 N L L L3 N L L L3 N L L L3 N L N L L L3 Technische wijzigingen voorbehouden T5.7
Aardlekelementen voor installatieautomaten 63 A Technische gegevens: Aardlekelementen voor installatieautomaten: 6 ka serie MBM 0 ka serie NBNND uitvoering: p+n p 3p 3p+N 4p installatieautomaten: 0,5 63 A Pulsstroomgevoelige uitvoering, klasse A Nominale spanning: 30/400 V~ 50/60 Hz Gevoeligheid I nom : 0, 30, 00 en 300 ma: direct d 300 ma en A : selectief Aansluitschema: verbruikerszijde 3 ombinatie installatieautomaat/aardlekelement E 4 voedingszijde Aansluiting: aardlekelementen I n 5 A: adereindhuls 6mm massief 0 mm aardlekelementen I n 63 A: adereindhuls 6mm massief 5 mm Het aardlekelement wordt geleverd met een te verzegelen afdekkap t.b.v. de automaataansluitklemmen. polig 5 A 3polig 5 A 4polig 5 A I nom Best.nr. MB/M/ NB N/ND 0 ma 30 ma 00 ma 300 ma 30 ma 00 ma 300 ma 30 ma 00 ma 300 ma B5N BD5N BE5N BF5N BD35N BE35N BF35N BD45N BE45N BF43E 0,5 tot 5 A 0,5 tot 5 A 0,5 tot 5 A 0,5 tot 5 A 0,5 tot 5 A 0,5 tot 5 A element + automaat afmeting E 4 of 70 mm 5 of 87,5 mm 6 of 05 mm installatieautomaat aardlekelement aardlekelement installatieautomaat element + automaat I nom 30 ma 00 ma 300 ma 300 ma 30 ma 00 ma 300 ma 300 ma 30 ma 00 ma 300 ma 300 ma A Best.nr. BD63N BE63N BF63N BP63N BD363N BE363N BF363N BP363N BD463N BE463N BF463N BP463N BS463N MB/M/ NB N/ND afmeting E polig 63 A 0,5 tot 63 A 4 of 70 mm 3polig 63 A 4polig 63 A 0,5 tot 63 A 0,5 tot 63 A 0,5 tot 63 A 0,5 tot 63 A 6 of 05 mm 0,5 tot 63 A 7 of,5 mm : Selectieve uitvoering T5.8 Technische wijzigingen voorbehouden
Aardlekelementen voor installatieautomaten 80 en 00 A Technische gegevens: Aardlekelementen voor installatieautomaten: 0 ka serie NM uitvoering: p 3p 4p installatieautomaten: 80 en 00 A Pulsstroomgevoelige uitvoering, klasse A Nominale spanning: 30/400 V~ 50/60 Hz Gevoeligheid I nom : 30, 300 ma: direct d 300 ma, A: selectief Montage Aansluitschema verbruikerszijde 3 4 Het aardlekelement wordt geleverd met een te verzegelen afdekkap t.b.v. de automaataansluitklemmen. voedingszijde Opmerking: stand van de bedieningsknoppen bij montage installatieautomaat uit stand (OFF) aardlekelement uit stand (OFF) Aansluiting: aardlekelementen I n = 00 A: adereindhuls 35 mm massief 50 mm ombinatie installatieautomaat/aardlekelement E installatieautomaat aardlekelement element + automaat I nom 30 ma 300 ma 300 ma 30 ma 300 ma 300 ma A 30 ma 300 ma 300 ma A Best.nr. BD84E BF84E BP84E BD384E BF384E BP384E BS384E BD484E BF484E BP484E BS484E NM 80 00 A 80 00 A 80 00 A afmeting E polig 00 A 5,5 of 96,5 mm 3polig 00 A 9 of 57,5 mm 4polig 00 A 0,5 of 83,75 mm : Selectieve uitvoering Technische wijzigingen voorbehouden T5.9
9 9 93 94 3 4 Hulpelementen voor aardlekschakelaars Hulpelementen Aan alle aardlekschakelaars 6 t/m 00 A, en 4polig kunnen hulpelementen aan de linkerzijde worden gemonteerd: Hulpcontact / foutsignaleringscontact Z00 Uitschakelspoel MZ03, MZ04 Onderspanningsspoel MZ05, MZ06 Op aardlekschakelaar FA490 (5A) kan hulpcontact Z009 worden gemonteerd. Montage: hulpcontact / foutsignaleringscontact Z00 De constructie van het hulpcontact / foutsignaleringscontact zorgt voor een snelle en veilige montage. DS 40D 40A/I n 0,03A Z00 Aardlekschakelaar 663 A Bij gebruik van een uitschakel of onderspanningsspoel dient eerst het hulpcontact / foutsignaleringscontact Z00 te worden gemonteerd. MZ03 MZ06 Z00 Aardlekschakelaar 663 A DS 40D 40A/I n 0,03A 3 Hulpcontact / foutsignaleringscontact Z00 Zowel het hulpcontact als het foutsignaleringscontact hebben elk een maak en verbreekcontact, die voor testdoeleinden handmatig kunnen worden ingeschakeld d.m.v. het indrukken van de testpal. Hulpcontact / foutsignaleringscontact Z00 Elk maakcontact en verbreekcontact 6 A/30 V~ Foutsignaleringscontact Hulpcontact Hulpcontact (6 A/30 V~) De contacten bij: uitschakeling van de aardlekschakelaar door een foutstroom handmatig uit van de aardlekschakelaar bediening op afstand d.m.v. spoel 9 9 Z 00 8600 3 6 A 30 V 3 4 Foutsignaleringscontact (6 A/30 V~) De contacten bij: uitschakeling van de aardlekschakelaar door een foutstroom bediening op afstand d.m.v. spoel D.m.v. de resetschakelaar kunnen, bij de uitgeschakelde aardlekschakelaar, de contacten worden verbroken (bijv. uit van een alarm). SD 93 94 SD A reset A T5.0 Technische wijzigingen voorbehouden
Hulpelementen aardlekschakelaars Technische gegevens: hulpelementen voor aardlekschakelaars en aardlekautomaten 6 tot 00 A Z00 MZ03/MZ04 MZ05/MZ06 ontacten U n /I n m + v potentiaalvrij 30 V~ 6 A A Spoel U n MZ03: 30 V~ 45 V~ 50 Hz 0 V~ 30 V... MZ04: 4 V~ 48 V~ 50 Hz V~ 48 V... MZ05: 48 V... MZ06: 30 V~ 50 Hz Vermogen Afschakelbereik Modulen (7,5 mm) Aandraaimoment max.,3 Nm (kruiskop PZ) Omgevingstemperatuur Opslagtemperatuur Aansluiting, soepel massief 5 tot + 60 40 tot + 80 8 VA (aantrekvermogen) x 0,5 tot 4 mm of x 0,5 tot,5 mm x tot 6 mm of x 0,5 tot,5 mm 3 W/3 VA (houdvermogen) U n < 35 % uit U n 3570 % uit of houden U n > 70 % houden Technische gegevens: hulpelement voor aardlekschakelaar FA490 (5A) Z009 Toepassing 5 A aardlekschakelaar ontacten m + v/6 A 30 V~ Modulen (7,5 mm) 0,5 Omgevingstemperatuur Opslagtemperatuur 5 tot + 40 5 tot + 40 Technische wijzigingen voorbehouden T5.
Bliksemstroom en overspanningsbeveiliging Algemeen Een selectief opgebouwde netbeveiliging wordt door een 3traps beveiligingsconcept bereikt. De vereiste maatregelen, voor het beveiligen van de hoofdvoeding en de apparatuur tegen overspanningen, worden in onderstaande stappen ingedeeld: Trap : De bliksemstroombeveiliging (grofbeveiliging) beveiligt de hoofdvoeding en wordt in de hoofdverdeler geplaatst. De bliksemstroombeveiliging is geconstrueerd conform E DIN VDE 0675 deel 6, klasse B. Trap : De overspanningsbeveiligingen (middelbeveiliging) worden voornamelijk toegepast in de onderverdelers van de installatie (andere toepassingen zie de installatievoorbeelden op blz. 347). De overspanningsbeveiligingen zijn geconstrueerd conform DIN VDE 0675 deel 6, ontwerp (.89), klasse. Deze drie trappen onderscheiden zich in hoofdzaak door de hoogte van het afleidvermogen (bliksemstroom I B ) en door de vereiste spanningsbegrenzing (restspanning). Het afleidvermogen en de vereiste spanningsbegrenzing worden bepaald door de isolatievastheid van het gedeelte van de installatie, waar de beveiligingscomponenten zijn toegepast. De trappen van het beveiligingsconcept dienen op elkaar te worden afgestemd. De beveiligingscomponenten dienen van elkaar te zijn ontkoppeld. De ontkoppeling houdt in dat beveiligingscomponenten met een laag afleidvermogen door de componenten met een hoger afleidvermogen worden beschermd. De leidingen, welke tussen de verschillende beveiligingscomponenten zijn aangebracht, werken als ontkoppelingsinductiviteit (zie voor de leidinglengte: installatiegegevens en voorbeelden). De ontkoppeling kan ook met behulp van speciale inductiviteiten SP936 of SP937 worden bereikt. Trap 3: Apparatuurbeveiligingen (fijnbeveiliging) dienen met name voor het beveiligen van gevoelige apparatuur en worden in de onderverdelingen geplaatst t.b.v. de eindgroepen klasse D. Elektrische installatie Energienet Bliksemstroom I B Hoofdverdeler Onderverdeler Eindapparatuur IB Bliksemstroombeveiliging (grofbeveiliging) B 4 kv Overspanningsbeveiliging (middelbeveiliging) Apparatuurbeveiliging (fijnbeveiliging) D,5 kv Stap Stap Stap 3 6 kv 4 kv,5 kv Stootspanningsvastheid van de isolatie T5. Technische wijzigingen voorbehouden
Bliksemstroom en overspanningsbeveiliging Algemeen Keuze van de beveiligingen: Overspanningen veroorzaken ieder jaar weer aanzienlijke schade in elektrische installaties. De blikseminslag kan afhankelijk van de ligging van een gebouw en de wijze van constructie, lichte schade aanrichten of zware gevolgen hebben. Daarnaast kunnen door schakelhandelingen in het net of installatie, overspanningen ontstaan, die storingen of beschadigingen veroorzaken in elektrische en/of elektronische apparatuur. Bij de keuze van de beveiliging(en) zal altijd in aanmerking moeten worden genomen, dat naast de directe kosten (beschadiging van leidingen, kabels, apparatuur enz.) ook indirecte kosten (het uitvallen van de installatie en bijv. het computernetwerk) ontstaan. In onderstaande tabel worden de beveiligingen in 3 klassen ingedeeld: Bliksemstroombeveiliging (grofbeveiliging): Beveiliging B Overspanningsbeveiliging (middelbeveiliging): Beveiliging Apparaatbeveiliging (fijnbeveiliging): Beveiliging D Voor de keuze van de beveiliging(en) dienen criteria in aanmerking te worden genomen: de omgeving, waarin het gebouw staat, in relatie tot het bliksemgevaar de gevoeligheid van de te beveiligen apparatuur Beveiligingskeuzetabel Omgeving in relatie tot bliksemgevaar Groot risico Gemiddeld risico Bergachtig/heuvelachtig Middelhoge gebouwen gebied in steden Vrijstaande gebouwen in Gebouwen in beperkt open gebied open gebied Gebouwen: met bliksemafleidersystemen in de nabijheid van hoge bouwwerken, bomen of in de nabijheid van hoogspanningsleidingen Minder risico Woningen in dorpen, stadsdelen Gevoeligheid van de apparatuur minder gevoelig: motoren/generatoren transformatoren B + () gevoelig: huishoudelijke apparatuur B + zeer gevoelig: elektrische en elektronische apparatuur B + + D + D + D () Ondanks het mindere risico van bliksemgevaar kunnen overspanningen als gevolg van schakelhandelingen ontstaan; daarom is de toepassing van een overspanningsbeveiliging (middelbeveiliging) aan te bevelen. Technische wijzigingen voorbehouden T5.3
Bliksemstroom en overspanningsbeveiliging Algemeen Belangrijke installatiegegevens: Voorwaarde voor een optimale betrouwbaarheid van de installatie is een volledige, volgens de geldende bepalingen uitgevoerde, potentiaalvereffening/aarding. De verbindingen van de verdelervoeding naar de beveiligingen en van de beveiligingen naar de potentiaalvereffeningsrail dienen zo kort mogelijk te zijn, om spanningsverliezen in de verbindingen te vermijden. De bliksemstroombeveiliging (grofbeveiliging) dient bij de voeding van de hoofdverdeler te worden gemonteerd. De overspanningsbeveiligingen (middelbeveiliging) worden bij de voeding in de onderverdelers aangebracht. Tussen de beveiligingscomponenten dienen bepaalde leidinglengten te worden aangehouden: Zoals is aangegeven, werken de leidingen, die tussen de verschillende componenten aangebracht zijn als ontkoppelingsinductiviteit. Gemiddeld is voor ontkoppeling tussen de bliksemstroom en de overspanningsbeveiligingen een leidinglengte van 5 m toereikend. Indien deze leidinglengte niet kan worden gerealiseerd, dan kunnen de kunstmatige inductiviteiten type SP936 / SP937 worden toegepast. Bliksemstroombeveiliging (grofbeveiliging): beveiliging B Overspanningsbeveiliging (middelbeveiliging): beveiliging Apparatuurbeveiliging (fijnbeveiliging): beveiliging D Installatievoorbeelden: ombinaties beveiligingen Hoofdverdeler Onderverdeler Onderverdeler Apparatuur Leidinglengte l Leidinglengte l Bliksemstroombeveiliging B + Overspanningsbeveiliging + Apparatuurbeveiliging D B B El El B B D l l l D D l D televisie P wasmachine Hifiapparatuur droogautomaat 5 m 5 m naar keuze naar keuze Bliksemstroombeveiliging B + Overspanningsbeveiliging B El B l diepvriezer enz. 5 m Overspanningsbeveiliging l D naar keuze + Apparatuurbeveiliging D D l D naar keuze D Overspanningsbeveiliging Stootspanningsvastheid van de isolatie 6 kv 4 kv,5 kv EI = Ontkoppelingsinductiviteit SP936 / SP937 zie blz. T5.7. T5.4 Technische wijzigingen voorbehouden
Bliksemstroom en overspanningsbeveiliging ombibeveiligingen Toepassing in meerdere stroomstelsels: TN stelsel en TNS stelsel. Seriële aansluiting L F gl/gg L L3 PEN F F 5A OK HAK FF3 F4 F5 F6 S S S L L L L L3 L3 SP 800 H H H3 F > 5A TN parallel SP80 3 4 S3 L L L3 PEN PVR Huisaansluiting De voorbeveiliging F4F6 mag max. 5 A bedragen. PE F F3 S S 3 A mm mm 5 0 6 35 0 6 40 0 6 50 0 6 63 0 6 80 6 6 00 5 6 5 35 6 Parallelle aansluiting HAK F4 F5 F6 S S S L L L3 PEN F F F gl/gg F > 35A F = 35A F F3 L L L L L3 L3 800 SP H H H3 F 35A F PE SP80 3 4 S3 L L L3 PEN PVR Huisaansluiting De voorbeveiliging F4F6 mag max. 35 A betragen. F S S 3 F A mm mm A 5 0 6 35 0 6 40 0 6 50 0 6 63 0 6 80 0 6 00 6 6 5 6 6 60 5 5 00 35 35 50 35 35 35 50 50 >35 50 50 35 Technische wijzigingen voorbehouden T5.5
Bliksemstroom en overspanningsbeveiliging ombibeveiligingen ombibeveiligingen SP800 t.b.v. TNnetten ombibeveiligingen SP80 en SP80 voor TNS of TTnetten L L L L L3 L3 SP 800 H H H3 30 V~(50Hz) limp : Up :,5 kv Uc : 55 V ~ TNS 35 A (L) 5 A (LL ) B L L L L L3 L3 SP 80 H H H3 56680 30 V~(50Hz) limp : Up :,5 kv Uc : 55 V ~ TNS 35 A (L) N N 5 A (LL ) B 3 4 3 4 Bestelnr. SP800 SP80 Normen E DIN VDE 06756: 989 en 6/A: 99603 Uitvoering Module SP80 SP80 DIN 43880 Modulen 6 8 8 Netstelsel TN TNS TT Nominale spanning (max.toegelaten spanning) 55 V / 50 Hz Kortsluitstroom blussend bij nominale spanning 5 ka eff Beproevingsstroom(0/350) µs 75 ka Beschermingsniveau,5 kv Voorbeveiliging seriele bedrading parallelle bedrading Kortsluitvastheid 5 A 35 A 5 ka eff Beschermingsgraad IP 0 Bedrijfstemperatuur 40 tot 60 Aansluitmaat soepel massief 0... 35 mm 0... 35 mm Aanspreektijd Schakelcontact 00 ns,5 0,5 mm 4 mm 0,5 mm 4 mm x wissel + x glasvezelaansluiting T5.6 Technische wijzigingen voorbehouden
Bliksemstroom en overspanningsbeveiliging Toepassing Toepassing in meerdere stroomstelsels: TNstelsel en TNSstelsel a b a of een 3polige bliksemstroombeveiliging SP30 b of een 4polige overspanningsbeveiliging SPN45 (Opmerking: Bij de meerpolige overspanningsbeveiligingen is de aardeaansluiting reeds doorverbonden) De voorbeveiliging F kan vervallen, indien de beveiliging F 00 A is. Aansluitschema, voorbeeld TNstelsel Opmerking: Indien de beveiliging F3 groter is dan 5 A, dan dient een extra voorbeveiliging F4 van 5 A te worden opgenomen. TNSstelsel Bij een TNSstelsel is voor de nulleider een extra bliksemstroom en overspanningsbeveiliging vereist. Technische wijzigingen voorbehouden T5.7
Bliksemstroom en overspanningsbeveiliging Toepassing Toepassing in TTstelsel: traps beveiligingsconcept in TTstelsel. Hier wordt de bliksemstroombeveiliging SP50 toegepast. a b a b of één 3polige bliksemstroombeveiliging SP30 of 3 x SPN5 + x SPN8 Opmerking: Indien de beveiliging F3 groter is dan 5 A, dient een extra voorbeveiliging F4 van 5 A te worden opgenomen. Aansluitschema, TTstelsel met aardlekschakelaar Opmerking: Indien een grofbeveiliging en middelbeveiliging in verdeler worden opgenomen, moet een ontkoppelingsinductiviteit worden toegepast. T5.8 Technische wijzigingen voorbehouden
Bliksemstroom en overspanningsbeveiliging klasse B Niet uitblazende bliksemstroombeveilingen grofbeveiliging B Deze beveiligingen kunnen zeer energierijke stootstromen (IE 04) verwerken. Door de gekapselde bouwvorm, waardoor geen uitblazing plaatsvindt, kunnen de beveiligingen direct naast de hoofdschakelaar worden gemonteerd. De beveiligingen SP0 en SP30 behoeven in installaties met een voorbeveiliging van kleiner dan 00 A niet apart te worden voorbeveiligd. Bij installaties met een voorbeveiliging groter dan 00 A, dienen de bliksemstroombeveiligingen met een voorbeveiliging van 00 A te worden beveiligd (zie aansluitschema s blz. T5.7 en T5.8). Bliksemstroombeveiliging SP0 Bliksemstroombeveiliging SP30 Bliksemstroombeveiliging SP50 SP0 SP50 SP30 Best.nr. SP0 SP30 SP50 Normen E DIN VDE 06756: 989 en 6/A: 99603 E DIN VDE 06756: 989 en 6/A:99603 en 6/A:9960 Aantal polen 3 Afmeting (modulen) 4 Max. bedrijfsspanning U c 55 V / 50 Hz Kortsluitstroomblussend,5 ka eff 00 A eff bij max. bedrijfsspanning U c Beproevingsstroom (0/350) µs 5 ka (polig) 75 ka (3polig) 50 ka (polig) Beveiligingsniveau 4 kv Max.voorbeveiliging (zie boven) 00 A gl/gg Kortsluitvastheid (bij max. voorbeveiliging) 50 ka / 50 Hz Aanspreektijd t a Beschermingsgraad Omgevingstemperaturen: Opslagtemperatuur Bedrijfstemperatuur Isolatieweerstand Aansluiting: adereindhuls massief 00 ns IP0 40 tot +80 40 tot +80 0 3 MΩ 0 tot 35 mm 0 tot 50 mm Speciale uitvoering voor toepassing in TTstelsel (schakeling 3+) volgens E DIN VDE 000 534 / A: 9960, tussen nulleider N en aarde PE / potentiaalvereffening. Technische wijzigingen voorbehouden T5.9
Bliksemstroom en overspanningsbeveiliging ontkoppelingsinductiviteit Ontkoppelingsinductiviteit (EI) SP936 35A Biconnect aansluiting (bovenzijde) Ontkoppelingsinductiviteit (El) SP937 63A Biconnect aansluiting (bovenzijde) SP936 SP937 De ontkoppelingsinductiviteiten (EI) zijn kunstmatige inductiviteiten, die tussen de bliksemstroombeveiliging B (grofbeveiliging) en de overspanningsbeveiligingen (middelbeveiliging) kunnen worden geplaatst. Aansluitschema van ontkoppelingsinductiviteit (EI) F L L Indien de natuurlijke inductiviteit van de bedrading / bekabeling tussen de componenten niet toereikend is aanbeveling: min. 5 meter leidinglengte dan dient een inductiviteit te worden opgenomen. De inductiviteiten zijn geschikt voor een nominale stroom van max. 35A, resp. 63A. B EI PAS B: Bliksemstroombeveiliging SP0 : Overspanningsbeveiliging, bijv. SPN5 of SPN7 EI: Ontkoppelingsinductiviteit Voorbeveiliging: De inductiviteiten worden voorbeveiligd met max. 35 A (SP936), resp. 63 A (SP937). Best.nr. SP936 SP937 Uitvoering Afmetingen (modulen) 4 Nominale spanning U n 500 V~ / 50 Hz Nominale stroom I n 35 A 63 A Inductiviteit 5 µh ± 0% 5 µh ± 0% Beschermingsgraad IP0 Opgenomen vermogen 5 W 8 W Kortsluitvastheid (bij max. voorbeveiliging) 50 ka / 50 Hz voorbeveiliging 35A gl / gg 50 ka / 50 Hz voorbeveiliging 63A gl / gg Gelijkstroomweerstand ca. 4 mω ca. mω Omgeving: Opslagtemperatuur 40 tot +80 40 tot +80 Bedrijfstemperatuur 40 tot +40 40 tot +40 Aansluiting: soepel met adereindhuls massief,5 tot 5 mm 0 tot 35 mm,5 tot 35 mm 0 tot 50 mm T5.30 Technische wijzigingen voorbehouden
Bliksemstroomen overspanningsbeveiliging klasse Overspanningsbeveiligingen (middelbeveiliging ) Deze beveiligingen kunnen stootstromen tot 5 ka (volgens de impulsvorm 8/0 µs) meerdere malen afleiden. De restspanning (beveiligingsniveau) bij 5 ka bedraagt,5 kv. Volgens de richtlijnen, zijn de overspanningsbeveiligingen voorzien van een thermische beveiliging. De beveiliging schakelt het beveiligingselement een vermogensvaristor van het net, wanneer deze door frequent voorkomende of energierijke overspanningen wordt overbelast. Een defectindicatie (rood) op de voorzijde van het steekelement signaleert de afschakeling van het beveiligingselement. Het voordeel van een delige uitvoering is de mogelijkheid om tijdens een isolatiemeting het steekelement te verwijderen; tevens kan het steekelement in geval van aanspreken worden uitgewisseld zonder dat de voeding behoeft te worden uitgeschakeld. De overspanningsbeveiligingen zijn zowel met als zonder signaleringscontact leverbaar. Met behulp van het signaleringscontact kan de functie, resp. een defect van de beveiliging worden gemeld. Bij de meerpolige uitvoeringen wordt de functie van alle varistors, resp. het defect van minstens varistor gemeld. De overspanningsbeveiligingen zijn voorzien van biconnect aansluitklemmen. Hierdoor kunnen de beveiligingen eenvoudig worden doorverbonden met een aardlekschakelaar of installatieautomaten. Overspanningsbeveiliging polig SPN7 Overspanningsbeveiliging 3polig SPN37 Overspanningsbeveiliging 4polig SPN47 (4+0) Overspanningsbeveiliging 4polig SPN49 (3+) SPN5 is gelijk aan SPN7, echter zonder signaleringscontact SPN35 is gelijk aan SPN37, echter zonder signaleringscontact SPN45 is gelijk aan SPN47, echter zonder signaleringscontact SPN48 is gelijk aan SPN49, echter zonder signaleringscontact Voorbeveiliging / montageaanwijzingen: Aansluitschema s zie blz. T5.7 en T5.8. De overspanningsbeveiligingen mogen met maximaal 5 A worden voorbeveiligd. De potentiaalvereffeningsleiding dient te worden bemeten volgens DIN VDE 085T00 en IE 04. De minimale doorsnede dient 6 mm te bedragen. De verbindingen naar de overspanningsbeveiligingen en van de beveiligingen naar de potentiaalvereffeningsrail dienen zo kort mogelijk te zijn. Schakelvariant 4+0 en 3+: 4+0: 4 steekelementen in varistoruitvoering voor toepassing in TNS stelsel 3+: 3 steekelementen in varistoruitvoering + steekelement in gasontladingsafleideruitvoering voor toepassing in TTstelsel Aansluiting van het potentiaalvrije signaleringscontact bij de overspanningsbeveiligingen SPN7, SPN37, SPN47, SPN49 Schakelvermogen: 50 V A / 0,5 A 50 V D / 0, A 5 V D / A 75 V D / 0,5 A 4 Min. 5 mm 5 mm Max.,5 mm,5 mm Technische wijzigingen voorbehouden T5.3
Bliksemstroom en overspanningsbeveiliging Klasse Technische gegevens: Overspanningsbeveiliging steekelementen (middelbeveiliging ) Best.nr. SPN05 SPN08 Normen E DIN VDE 0675 deel 6 IE 6643 Afmeting (modulen) Nominale spanning U n 30 V~ (50/60 Hz) 30 V~ (50/60 Hz) Max. bedrijfsspanning U c 75 V~ (50/60 Hz) 55 V~ (50/60 Hz) Nominale afleidstroom I sn (8/0 µs) 5 ka 0 ka Max. afleidstroom I max (8/0 µs) 40 ka 30 ka Beveiligingsniveau U p,5 kv,5 kv Max. voorbeveiliging 5 A gl / gg Techniek Varistor (defectindicatie: rood) Gasontladingsafleider Steekelement voor SPN5, SPN7, SPN35, SPN37, SPN45, SPN47, SPN48, SPN49 SPN8, SPN48, SPN49 Omgevingstemperaturen: Opslagtemperatuur Bedrijfstemperatuur 40 tot + 80 40 tot + 80 Overspanningsbeveiliging (middelbeveiliging ) Best.nr. SPN5 SPN7 SPN8 SPN35 SPN37 SPN45 SPN47 SPN48 SPN49 Steekelement x SPN05 x SPN05 x SPN08 3x SPN05 3x SPN05 4x SPN05 4x SPN05 3xSPN05 xspn08 3xSPN05 xspn08 Aantal polen 3 3 4 4 4 4 Omgevingstemperatuur 40 tot + 80 Beschermingsgraad IP0 Signaleringscontact Signaleringscontact (wisselcontact) Schakelvermogen 50 V A 0,5 A 0,5 A 0,5 A 0,5 A 50 V D 0, A 0, A 0, A 0, A 5 V D A A A A 75 V D 0,5 A 0,5 A 0,5 A 0,5 A Aansluiting signaleringscontact: min. max. Aansluiting: soepel met adereindhuls massief 5 mm,5 mm,5 mm 5 mm,5 mm 35 mm 5 mm,5 mm 5 mm,5 mm 5 mm,5 mm T5.3 Technische wijzigingen voorbehouden
Bliksemstroom en overspanningsbeveiliging Klasse D Apparaatbeveiliging SP0N (Fijnbeveiliging D ) Om een optimale overspanningsbeveiliging te garanderen, is het aan te bevelen om groepen met eindapparatuur, zoals bijv. personal computers, hifiapparatuur, tebisproducten enz. te voorzien van een apparaatbeveiliging SP0N. De apparaatbeveiliging is de laatste stap van het netbeveiligingsconcept. De apparaatbeveiliging heeft de taak om het spanningsniveau naar een voor de apparatuur acceptabele waarde te reduceren. De apparaatbeveiliging SP0N kan rechtstreeks achter de middelbeveiliging worden geïnstalleerd. De beveiliging is voorzien van een signaleringscontact, voor signalering op afstand en een groene LEDindicatie (in bedrijf) aan de voorzijde. Zodra LEDindicatie uit is dan is SP0N defect. Aansluitschema: L N N N L L hager SP0N 36883 hager SP0N 36883 30 V ~ 50/60 In: 3/5 ka Uoc: 6/0 kv Up:,5 kv Uc: 56 V ~ 30 V ~ 50/60 In: 3/5 ka Uoc: 6/0 kv Up:,5 kv Uc: 56 V ~ PE PE Technische gegevens: Overspanningsbeveiliging: Apparaatbeveiliging (Fijnbeveiliging D ) Best.nr. SP0N Normen E DIN VDE 0675 deel 6 IE 6643 Afmeting (modulen) Nominale spanning U n 30 V~ (50/60 Hz) Max. bedrijfsspanning U c 55 V~ (50/60 Hz) Nominale afleidstroom I sn (8/0 µs) L(N) PE, L N = 3 ka L + N PE = 5 ka U oc L(N) PE, L N = 6 kv L + N PE = 0 kv Beveiligingsniveau U p L N,5 kv L(N) PE,5 kv Voorbeveiliging 6 A gl/gg of 6 A Aanspreektijd t a L N: 5 ns ; L(N) PE: 00 ns Omgevingstemperaturen: Opslagtemperatuur Bedrijfstemperatuur Aansluiting: adereindhuls massief Beschermingsgraad Signaleringscontact Schakelvermogen 40 tot + 80 40 tot + 80 mm 6 mm,5 mm 0 mm IP0 50 V A 0,5 A 50 V D 0, A 5 V D A 75 V D 0,5 A Aansluiting signaleringscontact: soepel met adereindhuls massief verbreekcontact mm,5 mm,5 mm,5 mm Technische wijzigingen voorbehouden T5.33
Doorverbindingsrails Uitvoering: Materiaal van de aansluitrails: //3 of 4 fasen aansluitrails E u 58 F5 Materiaal extrusieprofielen: Kunststof, temperatuurbestendig > 80 (PV/PVABS/PABS): moeilijk ontvlambaar, zelfdovend Materiaal spuitgietbehuizingen Kunststof, temperatuurbestendig VST B0 (ISO) 38 (ycoloy/00) UL V0 /,6 mm Gloeidraadbestendigheid: PV h en PV / ABS = 650 / 3, mm ycoloy 3600 = 960 / 3, mm Klimaatbestendigheid: conform DIN EN 60068 Isolatie: Overspanningscategorie III Vervuilingsgraad TIwaarde van isolatie en eindkappen PV 600V DIN VDE 0303 Teil : PV / ABS 600V ycoloy3600 600V ycoloy00 300V Minimale kruipweg voor meerpolige doorverbindingsrails: Voorschriften: > 4 mm DIN 57 606 / VDE 0606 (verbindingsmateriaal) DIN 57 659 / VDE 0659 (Installatieverdelers) Doorslagvastheid van de isolatie: PV h > 40 kv / mm PV / ABS 35 kv / mm ycoloy > 3 kv / mm P 38 kv / mm Stootspanningsvastheid: Nominale bedrijfsspanning: Nominale stroom / raildoorsnede Kortsluitvastheid: =/> 4,5 kv ( kv / mmls) =/> 4,5 mm 30 / 400V mm 0 6 0 5 30 35 l s / Fase 63 A 65 A 80 A 90 A 00 A 5 A 30 A =< 5 ka Belastbaarheid bij 35 omgevingstemperatuur afhankelijk van het punt van voeding! Raildoorsnede mm Voeding aan de railuiteinden max. railstroom/fase A aansluitdoorsnede mm Andere plaats v.d. voeding max. voedingsstroom per fase A aansluitdiameter mm eenpolig 0 6 0 4 36 0 6 30 63 65 90 00 30 63 80 0 6 5 5 35 0 6 00 0 50 70 0 00 30 5 35 x5 x5 x35 5 35 meerpolig Voeding aan de railuiteinden Voeding in het midden van de rail Sn S3 S S S S S3 Sn I S I S I S le = ls Alternatieve voeding Bij voeding in het midden moet er op gelet worden, dat de som van de afgaande stromen S...Sn per tak van de rail niet groter is dan de boven genoemde maximale railstroom ls per fase. le = som ls T5.34 Technische wijzigingen voorbehouden
Thermischmagnetische motorbeveiligingsschakelaars Technische gegevens: Uitschakelkarakteristiek Normen EN 609474 VDE 0660 deel 0 Nominale spanning 30 V 690 V~ Nominale stroom max. 5 A Nominale stootspanningsvastheid 6 kv Nominale frequentie 40 60 Hz Elektrische levensduur 00000 A 3 Inschakelduur 00 % ED Omgevingstemperatuur 5, +55 Aansluiting: massief adereindhuls Uit Klik! 6 mm 4 mm Hulpelementen: Hulpcontact MZ50N maakcontact en verbreekcontact 3,5 A/30 V~ A/400 V~ Hulpcontact MZ5N maakcontact A/30 V~ Foutsignaleringscontact MZ57N maakcontacten 3,5 A/30 V~ A/400 V~ Signalering bij magnetische uitschakeling (contact 34) Signalering bij thermische en magnetische uitschakeling (contact 34) Arbeidsstroomafschakelspoel: 3 4 3 4 3 4 MZ53N 30 V~ Onderspanningsafschakelspoel: MZ58N 30 V~ MZ59N 400 V~ Opbouwbehuizing IP55: MZ5N Incl. roodgele draaiknop Nooduitdrukknop in behuizing IP65: MZ530N U < Nooduitpaddestoel sleuteldrukknop in behuizing IP65: MZ53N Montage: met hulp of foutsignaleringscontact met arbeidsstroomafschakel of onderspanningsafschakelspoel min Uitschakeltijd ms s 0 V 30 V 40 V kw 9 3 0 00 0 3 Veelvoud van de nom. stroom 380 V 400 V 45 V kw 4 6 8 4 0 30 Maximale nominale vermogen A3: 440 V kw 500 V kw 660 V 690 V kw Instelbereik 0,06 0, A 0,06 0,06 0,06 0, 5 A 0,06 0,09 0, 0, 0,8 5 0,40 A 0,09 0, 0,8 5 5 0,40 3 A 0, 5 5 7 0,55 3,0 A 5 0,55 0,55,,0,6 A 7,,,5,6,5 A,5,5, 3,5 4,0 A,, 3 3 4 4,0 6,3 A, 4 4 4 7,5 6,3 0 A 4 7,5 9 9,5 0 6 A 5,5 9,5 5 6 0 A 5,5,5,5 5 0 5 A Schakelvermogen Vereiste voorbeveiliging gl 0 40 V~ 400 45 V~ 30 V~ 400 V~ MM50N MM50N MM503N MM504N MM505N MM506N MM507N MM508N MM509N MM50N MM5N MM5N MM53N 6 ka 6 ka 6 ka 6 ka 6 ka 6 ka 50 A 50 A 50 A 50 A 50 A 50 A Geen voorbeveiliging nodig i.v.m. eigen kortsluitvastheid. Klik! Technische wijzigingen voorbehouden T5.35