Bijlage Wiskunde vmbo



Vergelijkbare documenten
Getallen 1F Doelen Voorbeelden 2F Doelen Voorbeelden

Tussendoelen wiskunde onderbouw vo vmbo

Rekenen en wiskunde ( bb kb gl/tl )

Domein A: Inzicht en handelen

Tot het onderwijs in het vo horen naast de eerder genoemde getalsoorten ook nog machten, wortels en bijzondere getallen als π.

Begin situatie Wiskunde/Rekenen. VMBO BB leerling

Rekentoetswijzer 2F, voortgezet onderwijs, veldraadpleging

Rekenen en wiskunde ( bb kb gl/tl )

REKENTOETS VMBO BB/KB/TL-GL

Referentieniveaus uitgelegd. 1S - rekenen Vaardigheden referentieniveau 1S rekenen. 1F - rekenen Vaardigheden referentieniveau 1F rekenen

1BK2 1BK6 1BK7 1BK9 2BK1

Rekentoetswijzer 2F. Eindversie

GETALLEN Onderdeel: Getalbegrip Doel: Je bewust zijn dat getallen verschillende betekenissen hebben.

Dit betekent. noodzakelijk.

Verkorte versie van de SYLLABUS REKENEN 2F EN 3F (VO en MBO, versie mei 2015) Aanpassing van product van CvTE

REKENTOETS VMBO BB/KB/GL/TL

REKENTOETS VWO INFORMATIE STAATSEXAMEN 2018 V

Rekentoetswijzer 3F. Eindversie

Kennis van de telrij De kinderen kunnen tellen en terugtellen tot 10 met sprongen van 1 en van 2.

Eindtermen wiskunde. 1. Getallen. Nr. Eindterm B MB NB Opm. B = behaald MB = meer behaald NB = niet behaald Opm. = opmerking

REKENTOETSWIJZER 2F 2015 REKENTOETS VO 2015

REKENTOETS VMBO BB/KB/GL/TL INFORMATIE STAATSEXAMEN 2018 V

REKENTOETS VMBO BB/KB/GL/TL INFORMATIE STAATSEXAMEN 2017 V16.8.1

INHOUDSOPGAVE. HOOFDSTUK 6 AFRONDEN Inleiding Cijfers Verstandig afronden 48 BLZ

2A LEERLIJN. leerjaar 1. tellen. optellen en aftrekken GROEPEREN VERMENIGVULDIGEN EN DELEN. plaats en waarde. handig rekenen 1 ORDENEN EN UITSPREKEN

REKENTOETS HAVO INFORMATIE STAATSEXAMEN 2017 V

Niveau 2F Lesinhouden Rekenen

Download gratis de PowerPoint rekenen domein getallen:

Doelenlijst 6: VERHOUDINGEN, onderdeel BREUKEN

Leerlijnen groep 8 Wereld in Getallen

Tussendoelen domein VERHOUDINGEN 38

Verhoudingen. de deel geheel relatie: 4 als 3 van de 4 delen van een geheel ( 4 taart);

REKENTOETS HAVO/VWO INFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V

Domeinbeschrijving rekenen

Doelenlijst 6: VERHOUDINGEN, onderdeel BREUKEN

REKENTOETSWIJZER 3F 2015 REKENTOETS VO 2015

Leerlijnen groep 7 Wereld in Getallen

Tussendoelen in MathPlus

Leerjaar 4: Doelenlijst Rekenen/Wiskunde voor leerroute A, B en C

Wiskunde VMBO Syllabus BB, KB en GT centraal examen 2011

Onderwijsbehoeften: - Korte instructie - Afhankelijk van de resultaten Test jezelf toevoegen Toepassing en Verdieping

Reken zeker: leerlijn kommagetallen

Groep 3. Getalbegrip hele getallen. Optellen en aftrekken. Geld

Reken zeker: leerlijn kommagetallen

Bijlage Wiskunde havo/vwo

Novum, wiskunde LTP leerjaar 1. Wiskunde, LTP leerjaar 1. Vak: Wiskunde Leerjaar: 1 Onderwerp: In de Ruimte H1 Kerndoel(en):

WISKUNDE VMBO SYLLABUS CENTRAAL EXAMEN 2016

Rekentoetswijzer 2F. Voortgezet onderwijs. SLO nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling

Alles telt tweede editie. Kerndoelanalyse SLO

Doelenlijst 5: GETALLEN onderdeel KOMMAGETALLEN

Verdiepingsmodule Getallen Tweede bijeenkomst maandag 8 april 2013 monica wijers en vincent jonker

Scoreblad bewis 01. naam cursist: naam afnemer: werkpunt. niet goed. tellen. getalbegrip. algemeen bewerking en. optellen en.

Leerlijnen rekenen: De wereld in getallen

Leerstofoverzicht groep 3

Toetswijzer examen Cool 2.1

REKENTOETSWIJZER 3F T.B.V. SCHOOLJAAR

Inhoud. 1 Ruimtefiguren 8. 4 Lijnen en hoeken Plaats bepalen Negatieve getallen Rekenen 100

Leerjaar 3: Doelenlijst Rekenen/Wiskunde voor leerroute A, B en C

Onthoudboekje rekenen

Wiskunde VMBO Syllabus GT centraal examen 2011

Les 20: gelijknamige breuken, gelijkwaardige breuken en breuken vereenvoudigen

Wis en reken. Kerndoelanalyse SLO

Passende Perspectieven. Bij Rekenrijk 3 e editie

Toelichting op domeinen rekenen

Leerlijnenpakket STAP incl. WIG. Rekenen Rekenen. Datum: Schooltype BAO (Regulier) Herkomst Landelijk Periode DL -20 t/m 200

Wat moet ik kunnen Eindtermen Duur (min)

Rekenen en wiskunde ( 1F 1S )

Tussendoelen domein VERHOUDINGEN

Referentieniveaus Rekenen Kansen met perspectief, ook voor zwakkere rekenaars

Formatieve toets Syllabus Rekenen 2F en 3F VO en MBO (mei 2015)

Getallen. Onderdeel 1: Optellen en aftrekken. Onderdeel 1 van Getallen sluit aan op de leerlijnen Rekenboog.zml bij de Kerndoelen 1 en 2

Leerstofoverzicht groep 6

4 Jaarplan. 1 Leerplan

Maatwerk rekenen. Kerndoelanalyse SLO

20 De leerling leert alleen en in samenwerking met anderen in praktische situaties wiskunde te herkennen en te gebruiken om problemen op te lossen

2 REKENEN MET BREUKEN Optellen van breuken Aftrekken van breuken Vermenigvuldigen van breuken Delen van breuken 13

Leerdoelen groep 7. Pluspunt rekenen

7 Hoeken. Kern 3 Hoeken. 1 Tekenen in roosters. Kern 2 Hoeken meten Kern 3 Hoeken tekenen Kern 4 Kijkhoeken. Kern 1 Tegelvloeren. Kern 3 Oppervlakte

Niveauproef wiskunde voor AAV

Het Grote Rekenboek. Kerndoelanalyse SLO

Rekensprong 5 boek A. Getallenkennis boek A sprong 1, 2 en 3

DE basis WISKUNDE VOOR DE LAGERE SCHOOL

toetswijzer wiskunde curriculumdifferentiatie 6de leerjaar *De waarde van natuurlijke getallen en kommagetallen, bv = 8 D + 5 H + 6 T + 0 E

Getallen 1 is een computerprogramma voor het aanleren van de basis rekenvaardigheden (getalbegrip).

Deel 1: Getallenkennis

Tussendoelen domein GETALLEN, subdomein Getalbegrip

Eindtermen Rekenen en wiskunde

Tussendoelen rekenen-wiskunde voor eind groep 5

Leerlijnen voor groep 3-8

Rekenwonders. Kerndoelanalyse SLO

Tussendoelen rekenen-wiskunde voor eind groep 8

Examenprogramma en syllabus Mode en Commercie, BB, KB, (GL), 2010

Getallen 1 is een programma voor het aanleren van de basis rekenvaardigheden (getalbegrip).

Hoofdstuk 1: Basisvaardigheden

REKENZWAK VMBO-MBO. Lonneke Boels - Christelijk Lyceum Delft Rekencoördinator, docent rekenen, technator RT-praktijk Alaka rekenen basisschool en pabo

Uit De Ophaalbrug, werkmateriaal bij de overstap basisonderwijs voortgezet onderwijs, sept. 2003

Hieronder ziet u per 2 blokken wat er getoetst wordt in groep 4

Wiskunde Syllabus BB, KB en GT centraal examen 2008 en 2009

DE basis. Wiskunde voor de lagere school. Jeroen Van Hijfte en Nathalie Vermeersch. Leuven / Den Haag

Transcriptie:

Bijlage Wiskunde vmbo IJking Referentiekader Rekenen versus Examenprogramma's Victor Schmidt April 2010

Verantwoording 2010 Stichting leerplanontwikkeling (SLO), Enschede Alle rechten voorbehouden. Mits de bron wordt vermeld is het toegestaan om zonder voorafgaande toestemming van de uitgever deze uitgave geheel of gedeeltelijk te kopiëren dan wel op andere wijze te verveelvoudigen. Auteurs: Victor Schmidt Eindredactie: Victor Schmidt Informatie SLO Secretariaat O&A Postbus 2041, 7500 CA Enschede Telefoon (053) 4840 666 Internet: www.slo.nl E-mail: O&A-MT@slo.nl AN: 7.5240.306 b

Inhoud Referentieniveau 2F (inclusief 1F): vergelijking met examenprogramma vmbo BB...4 Subdomein Getallen...4 Subdomein Verhoudingen...17 Subdomein Meten en Meetkunde...25 Subdomein Verbanden...34 Referentieniveau 2F (inclusief 1F): vergelijking met examenprogramma vmbo KB...46 Subdomein Getallen...46 Subdomein Verhoudingen...59 Subdomein Meten en Meetkunde...67 Subdomein Verbanden...76 Referentieniveau 2F (inclusief 1F): vergelijking met examenprogramma vmbo GT...88 Subdomein Getallen...88 Subdomein Verhoudingen...101 Subdomein Meten en Meetkunde...109 Subdomein Verbanden...118 Referentieniveau 2S (inclusief 1F en 1S): vergelijking met examenprogramma vmbo-gt...130 Subdomein Getallen...130 Subdomein Verhoudingen...156 Subdomein Meten en Meetkunde...169 Subdomein Verbanden...185 Analyse examenprogramma's Biologie vmbo-bb, -kb en gt in relatie tot het referentiekader rekenen...203 Leerweg: Basisberoepsgericht...203 Leerweg: Kaderberoepsgericht...204 Leerweg: Gemengd en theoretisch...205 Analyse examenprogramma's Economie vmbo-bb, -kb en gt op basis van het referentiekader rekenen...207 Leerweg: Basisberoepsgericht...207 Leerweg: Kaderberoepsgericht...208 Leerweg: Gemengd en theoretisch...209

Referentieniveau 2F (inclusief 1F): vergelijking met examenprogramma vmbo BB Bron: Syllabus centraal examen Wiskunde vmbo-bb, KB en GT, september 2008 Examenprogramma Wiskunde vmbo-bb, KB en GL/TL, versie 2007 Subdomein Getallen WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om een probleem op te lossen 3.4 bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.5 efficiënt rekenen en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden op een verstandige manier de rekenmachine. 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.2 Rekenmachine 5.3 Meten en schatten 5.4 Basistechnieken WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen en daarbij: de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd. conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste probleemsituatie. Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen 1-fundament A Notatie, taal en Uitspraak, schrijfwijze en van getallen, symbolen en relaties Wiskundetaal Paraat hebben 5 is gelijk aan (evenveel als) 2 en 3 De relaties groter/kleiner dan 0,45 is vijfenveertig honderdsten Breuknotatie met horizontale streep, 3 4 Teller, noemer, breukstreep 3.7 Adequate (wiskunde)taal Voorkennis voor 5.4 In volle situaties negatieve getallen ordenen 3.7 Adequate (wiskunde)taal Voorkennis voor 5.4 In volle situaties gelijknamige breuken, aftrekken Voorkennis voor 5.4 In volle situaties eenvoudige breuken vermenigvuldigen met een geheel getal 3.7 Adequate (wiskunde)taal A Notatie, taal en Paraat hebben 4

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar kritisch beoordelen, en daarbij: wiskundige problemen en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd op een verstandige manier de rekenmachine.. conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties probleemsituatie. 5.2 Rekenmachine 5.3 Meten en schatten 5.4 Basistechnieken 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om een probleem op te lossen 3.4 bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.5 efficiënt rekenen en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Uitspraak, schrijfwijze en van getallen, symbolen en relaties Wiskundetaal Schrijfwijze negatieve getallen: -3 C, -150 m Symbolen zoals < en > Gebruik van wortelteken, machten 3.7 Adequate (wiskunde)taal Voorkennis voor 5.4 In volle situaties negatieve getallen ordenen, optellen en aftrekken 3.7 Adequate (wiskunde)taal 3.7 Adequate (wiskunde)taal Voorkennis voor 5.2 Met een rekenmachine (...) machten en wortels berekenen of benaderen als eindige getallen A Notatie, taal en Uitspraak, schrijfwijze en van getallen, symbolen en relaties Wiskundetaal Uitspraak en schrijfwijze van gehele getallen, breuken, decimale getallen Getalbenamingen zoals driekwart, anderhalf, miljoen 3.7 Adequate (wiskunde)taal 3.7 Adequate (wiskunde)taal 5.1 Bij het rekenen en vermelden van resultaten gebruik maken van gangbare begrippen en voorvoegsels zoals miljoen, miljard, (...) Voorkennis voor 5.4 In volle situaties gelijknamige breuken optellen en aftrekken Voorkennis 5.4 In volle situaties eenvoudige breuken vermenigvuldigen met een geheel getal 5

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar kritisch beoordelen, en daarbij: wiskundige problemen en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd op een verstandige manier de rekenmachine.. conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties probleemsituatie. 5.2 Rekenmachine 5.3 Meten en schatten 5.4 Basistechnieken 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om een probleem op te lossen 3.4 bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.5 efficiënt rekenen en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen A Notatie, taal en Uitspraak, schrijfwijze en van getallen, symbolen en relaties Wiskundetaal Getalnotaties met miljoen, miljard: er zijn 60 miljard euromunten geslagen 3.7 Adequate (wiskunde)taal 5.1 Bij het rekenen en vermelden van resultaten gebruik maken van gangbare begrippen en voorvoegsels zoals miljoen, miljard, (...) A Notatie, taal en Uitspraak, schrijfwijze en van getallen, symbolen en relaties Wiskunde-taal Orde van grootte van getallen beredeneren Voorkennis voor 5.3 Uitspraken doen over de orde van grootte (...) (van wat? VS) A Notatie, taal en 6

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar kritisch beoordelen, en daarbij: wiskundige problemen en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd op een verstandige manier de rekenmachine.. conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties probleemsituatie. 5.2 Rekenmachine 5.3 Meten en schatten 5.4 Basistechnieken 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om een probleem op te lossen 3.4 bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.5 efficiënt rekenen en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Uitspraak, schrijfwijze en van getallen, symbolen en relaties Wiskundetaal Getallen relateren aan situaties; Ik loop ongeveer 4 km/u, Nederland heeft ongeveer 16 miljoen inwoners 3576 AP is een postcode Hectometerpaaltje 78,1 0,543 op bonnetje is gewicht 300 Mb vrij geheugen nodig 5.1 Bij het oplossen van problemen enkelvoudige (...) grootheden herkennen en Voorkennis voor 5.3 Gangbare maten en referentiematen hanteren B Met elkaar in verband brengen Paraat hebben Getallen en getalrelaties Structuur en samenhang Tienstructuur Getallenrij Voorkennis voor 5.4 In volle situaties negatieve getallen ordenen (...) Getallenlijn met gehele getallen en eenvoudige decimale getallen Voorkennis voor 5.4 In volle situaties negatieve getallen ordenen (...) B Met elkaar in Paraat hebben 7

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar kritisch beoordelen, en daarbij: wiskundige problemen en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd op een verstandige manier de rekenmachine.. conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties probleemsituatie. 5.2 Rekenmachine 5.3 Meten en schatten 5.4 Basistechnieken 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om een probleem op te lossen 3.4 bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.5 efficiënt rekenen en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen verband brengen Getallen en getalrelaties Structuur en samenhang Negatieve getallen plaatsen in getalsysteem Voorkennis voor 5.4 In volle situaties negatieve getallen ordenen (...) B Met elkaar in verband brengen Getallen en getalrelaties Structuur en samenhang Vertalen van eenvoudige situatie naar berekening Afronden van gehele getallen op ronde getallen 3.2 Wiskundige informatie (...) om een probleem op te lossen. Voorkennis voor 5.1 Het resultaat van een berekening afronden in overeenstemming met de gegeven situatie De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen Globaal beredeneren van uitkomsten 5.3 Vooraf uitkomsten schatten van berekeningen en meetresultaten Splitsen en samenstellen van getallen op basis van het tientallig stelsel B Met elkaar in verband brengen 8

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar kritisch beoordelen, en daarbij: wiskundige problemen en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd op een verstandige manier de rekenmachine.. conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties probleemsituatie. 5.2 Rekenmachine 5.3 Meten en schatten 5.4 Basistechnieken 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om een probleem op te lossen 3.4 bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.5 efficiënt rekenen en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Getallen en getalrelaties Structuur en samenhang Getallen met elkaar vergelijken, bijvoorbeeld met een getallenlijn: historische tijdlijn, 400 v. Chr-2000 na Chr. 5.4 In volle situaties negatieve getallen ordenen (...) Situaties vertalen naar een bewerking: 350 blikjes nodig, ze zijn verpakt per 6 3.2 Wiskundige informatie (...) om een probleem op te lossen. De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen Afronden op mooie getallen: 4862 m 3 gas is ongeveer 5000 m 3 Voorkennis voor 5.1 Het resultaat van een berekening afronden in overeenstemming met de gegeven situatie B Met elkaar in verband brengen Getallen en getalrelaties Structuur en samenhang Structuur van het tientallig stelsel B Met elkaar in verband brengen Getallen en Binnen een situatie het resultaat van een 3.5 (...) en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 9

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar kritisch beoordelen, en daarbij: wiskundige problemen en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd op een verstandige manier de rekenmachine.. conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties probleemsituatie. 5.2 Rekenmachine 5.3 Meten en schatten 5.4 Basistechnieken 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om een probleem op te lossen 3.4 bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.5 efficiënt rekenen en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen getalrelaties Structuur en samenhang berekening op juistheid controleren: Totaal betaald aan huur per jaar 43,683 klopt dat wel? Memoriseren, automatiseren Hoofdrekenen (noteren van tussenresultate n toegestaan) Hoofdbewerkin gen (+, -,, :) op papier uitvoeren met gehele getallen en decimale getallen Bewerkingen met breuken (+, -,, :) op papier uitvoeren Berekeningen uitvoeren om problemen op Paraat hebben Uit het hoofd splitsen, optellen en aftrekken onder 100, ook met eenvoudige decimale getallen: 12 = 7 + 5 67 3 0 1 0,25 0,8 + 0,7 Producten uit de tafels van vermenigvuldiging (tot en met 10) uit het hoofd kennen: 3 5 7 9 Delingen uit de tafels (tot en met 10) uitrekenen: 45 : 5 32 : 8 Voorkennis voor 5.4 In volle situaties gelijknamige breuken optellen en aftrekken Voorkennis voor 5.4 In volle situaties eenvoudige breuken vermenigvuldigen met een geheel getal Voorkennis voor 5.4 In volle situaties gelijknamige breuken optellen en aftrekken Voorkennis voor 5.4 In volle situaties eenvoudige breuken vermenigvuldigen met een geheel getal 10

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar kritisch beoordelen, en daarbij: wiskundige problemen en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd op een verstandige manier de rekenmachine.. conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties probleemsituatie. 5.2 Rekenmachine 5.3 Meten en schatten 5.4 Basistechnieken 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om een probleem op te lossen 3.4 bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.5 efficiënt rekenen en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen te lossen Rekenmachine op een verstandige manier inzetten Uit het hoofd optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen met "nullen", ook met eenvoudige decimale getallen: 30 + 50 1200 800 65 10 3600 : 100 1000 2,5 0,25 100 Efficiënt rekenen (+, -,, :) gebruik makend van de eigenschappen van getallen en bewerkingen, met eenvoudige getallen Optellen en aftrekken (waaronder ook verschil bepalen) met gehele getallen en eenvoudige decimale getallen: 235 + 349 1268 385 2,50 + 1,25 Vermenigvuldigen van een getal met één cijfer met een getal met twee of drie cijfers: 3.5 Efficiënt rekenen (...) Voorkennis voor 5.4 In volle situaties gelijknamige breuken optellen en aftrekken Voorkennis voor 5.4 In volle situaties eenvoudige breuken vermenigvuldigen met een geheel getal 5.2 Met een rekenmachine optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen 5.2 Met een rekenmachine optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen 11

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar kritisch beoordelen, en daarbij: wiskundige problemen en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd op een verstandige manier de rekenmachine.. conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties probleemsituatie. 5.2 Rekenmachine 5.3 Meten en schatten 5.4 Basistechnieken 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om een probleem op te lossen 3.4 bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.5 efficiënt rekenen en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen 7 165 = 5 uur werken voor 5,75 per uur Vermenigvuldigen van een getal van twee cijfers met een getal van twee cijfers: 35 67 = Getallen met maximaal drie cijfers delen door een getal met maximaal 2 cijfers, al dan niet met een rest: 132 : 16 = 5.2 Met een rekenmachine optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen 5.2 Met een rekenmachine optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen Vergelijken en ordenen van de grootte van eenvoudige breuken en deze in volle situaties op de getallenlijn plaatsen: 1 4 liter is minder dan 1 2 liter Omzetten van eenvoudige breuken in decimale getallen: 1 2 = 0,5; 0,01 = 1 100 Optellen en aftrekken van veel voorkomende 5.2 Met een rekenmachine breuken (...) berekenen of benaderen als eindige decimale getallen 5.4 In volle situaties gelijknamige breuken optellen en aftrekken 12

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar kritisch beoordelen, en daarbij: wiskundige problemen en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd op een verstandige manier de rekenmachine.. conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties probleemsituatie. 5.2 Rekenmachine 5.3 Meten en schatten 5.4 Basistechnieken 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om een probleem op te lossen 3.4 bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.5 efficiënt rekenen en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen gelijknamige en ongelijknamige breuken binnen een volle situatie: 1 8 + 1 8 ; 1 2 + 3 4 In een volle situatie een breuk vermenigvuldigen met een geheel getal (deel van nemen): 1 3 deel 5.4 In volle situaties eenvoudige breuken vermenigvuldigen met een geheel getal van 150 euro Berekeningen uitvoeren met gehele getallen, breuken en decimale getallen Paraat hebben Negatieve getallen in berekeningen : 3 5 = 3 + -5 = -5 + 3 5.4 In volle situaties negatieve getallen (...), optellen en aftrekken Haakjes 5.4 Hoofdbewerkingen in de afgesproken volgorde is voorkennis voor dit rekendoel Met een rekenmachine breuken, procenten, machten en wortels berekenen of benaderen als eindige decimale getallen 5.2 Met een rekenmachine breuken, procenten, machten en wortels berekenen of benaderen als eindige decimale getallen 13

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar kritisch beoordelen, en daarbij: wiskundige problemen en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd op een verstandige manier de rekenmachine.. conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties probleemsituatie. 5.2 Rekenmachine 5.3 Meten en schatten 5.4 Basistechnieken 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om een probleem op te lossen 3.4 bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.5 efficiënt rekenen en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Memoriseren, automatiseren Hoofdrekenen (notaties toegestaan) Hoofdbewerkin gen (+, -,, :) op papier uitvoeren met gehele getallen en decimale getallen Bewerking met breuken (+, -,, :) op papier uitvoeren Berekeningen uitvoeren om problemen op te lossen Globaal (benaderend) rekenen (schatten) als de context zich daartoe leent of als controle voor rekenen met de rekenmachine: Is tien euro genoeg? 2, 95 + 3,98 + 4,10 1589 203 is ongeveer 1600 200 In contexten de rest (bij delen met rest) interpreteren of verwerken Verstandige keuze maken tussen zelf uitrekenen of rekenmachine (zowel kaal als in eenvoudige dagelijkse contexten zoals geld- en meetsituaties) Voorkennis voor 5.3 Vooraf uitkomsten schatten van berekeningen en meetresultaten Voorkennis voor 5.1 Het resultaat van een berekening afronden in overeenstemming met de gegeven situatie Kritisch beoordelen van een uitkomst 3.5 (...) cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 14

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar kritisch beoordelen, en daarbij: wiskundige problemen en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd op een verstandige manier de rekenmachine.. conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties probleemsituatie. 5.2 Rekenmachine 5.3 Meten en schatten 5.4 Basistechnieken 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om een probleem op te lossen 3.4 bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.5 efficiënt rekenen en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Berekeningen uitvoeren met gehele getallen, breuken en decimale getallen Van een uitkomst (een berekening vooraf kunnen schatten) Resultaat van een berekening afronden in overeenstemming met de gegeven situatie 5.3 Vooraf uitkomsten kunnen schatten van berekeningen (...) 5.1 Het resultaat van een berekening afronden in overeenstemming met de gegeven situatie Memoriseren, automatiseren Hoofdrekenen (noteren van tussenresultate n toegestaan) Hoofdbewerkin gen (+, -,, :) op papier uitvoeren met gehele getallen en decimale getallen Interpreteren van een uitkomst met rest bij gebruik van een rekenmachine 15

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar kritisch beoordelen, en daarbij: wiskundige problemen en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd op een verstandige manier de rekenmachine.. conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties probleemsituatie. 5.2 Rekenmachine 5.3 Meten en schatten 5.4 Basistechnieken 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om een probleem op te lossen 3.4 bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.5 efficiënt rekenen en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Bewerkingen met breuken (+, -,, :) op papier uitvoeren Berekeningen uitvoeren om problemen op te lossen Rekenmachine op een verstandige manier inzetten Berekeningen uitvoeren met gehele getallen, breuken en decimale getallen Bij berekeningen een passend rekenmodel of de rekenmachine kiezen Berekeningen en redeneringen verifiëren 3.4 Bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.8 Situaties waarin wiskundige (...) redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch beschouwen en beoordelen 16

Subdomein Verhoudingen WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.3 zich bedienen van adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.7 adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden op een verstandige manier de rekenmachine. 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.2 Een rekenmachine 5.4 Basistechnieken De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken en interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte en daarbij: redeneren over meetkundige figuren en deze tekenen afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen, instrumenten en apparaten hanteren 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen A Notatie, taal en Paraat hebben Uitspraak, schrijfwijze en van getallen, symbolen en relaties Wiskundetaal Een vijfde deel van alle Nederlanders korter schrijven als 1 deel van... 5 3,5 is 3 en 5 10 3.7 Adequate (wiskunde)taal als Voorkennis voor 5.4 Een verhouding omzetten in een breuk, (...) Voorkennis voor 5.4 Een verhouding omzetten in een breuk, (...) 1 op de 4 is 25% of een kwart van 3.7 Adequate (wiskunde)taal als Voorkennis voor 5.4 Een verhouding omzetten in een breuk, (...) Geheel is 100% A Notatie, taal en Paraat hebben Uitspraak, schrijfwijze en van getallen, symbolen en relaties Wiskundetaal Een 'kwart van 260 leerlingen' kan worden geschreven als 1 260 of als 260 4 4 Formele schrijfwijze 1 : 100 bij schaal herkennen 3.7 Adequate (wiskunde)taal als 5.4 Een verhouding omzetten in een breuk, decimaal getal of (...) Voorkennis voor 6.1 Ruimtelijke voorstellingen, al dan niet op schaal, weergeven, al dan niet met concreet materiaal Voorkennis voor 6.2 Lengten in vlakke en ruimtelijke figuren berekenen met behulp van schaal 1 op de 5 Nederlanders is 3.7 Adequate (wiskunde)taal als 17

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.3 zich bedienen van adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.7 adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: en interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte schatten en rekenen met gangbare maten en en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze op een verstandige manier de rekenmachine tekenen. afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen, instrumenten en apparaten 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties hanteren 5.2 Een rekenmachine 5.4 Basistechnieken 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen hetzelfde als 'een vijfde deel van alle Nederlanders' A Notatie, taal en Uitspraak, schrijfwijze en van getallen, symbolen en relaties Wiskundetaal Notatie van breuken (horizontale breukstreep), decimale getallen (kommagetal) en procenten (%) herkennen Taal van verhoudingen (per, op, van de) 3.7 Adequate (wiskunde)taal als 3.7 Adequate (wiskunde)taal als Verhoudingen herkennen in verschillende dagelijkse situaties (recepten, snelheid, vergroten/verkleinen, schaal enz.) 3.2 Wiskundige informatie identificeren (...) A Notatie, taal en Uitspraak, schrijfwijze en van getallen, symbolen en relaties Wiskundetaal Notatie van breuken, decimale getallen en procenten herkennen en 3.2 Wiskundige informatie identificeren (...) en om problemen op te lossen 3.7 Adequate (wiskunde)taal als Voorkennis voor 5.4 Een verhouding omzetten in een breuk, decimaal getal of percentage 18

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.3 zich bedienen van adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.7 adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: en interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte schatten en rekenen met gangbare maten en en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze op een verstandige manier de rekenmachine tekenen. afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen, instrumenten en apparaten 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties hanteren 5.2 Een rekenmachine 5.4 Basistechnieken 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen A Notatie, taal en Uitspraak, schrijfwijze en van getallen, symbolen en relaties Wiskundetaal A Notatie, taal en Uitspraak, schrijfwijze en van getallen, symbolen en relaties Wiskundetaal B Met elkaar in verband brengen Verhouding, procent, breuk, decimaal getal, deling, deel van met elkaar in verband brengen Paraat hebben Eenvoudige relaties herkennen, bijvoorbeeld dat 50% nemen hetzelfde is als de helft nemen of hetzelfde als delen door 2 Voorkennis voor 5.4 Een verhouding omzetten in een breuk, decimaal getal of percentage 19

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.3 zich bedienen van adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.7 adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: en interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte schatten en rekenen met gangbare maten en en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze op een verstandige manier de rekenmachine tekenen. afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen, instrumenten en apparaten 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties hanteren 5.2 Een rekenmachine 5.4 Basistechnieken 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen B Met elkaar in verband brengen Verhouding, procent, breuk, decimaal getal, deling, deel van met elkaar in verband brengen Paraat hebben Eenvoudige stambreuken,, ), decimale getallen ( ( 1 1 1 2 4 10 0,50, 0,25, 0,10), percentages (50%, 25%, 10%) en verhoudingen (1 op de 2, 1 op de 4, 1 op de 10) in elkaar omzetten Omvat 5.4 Een verhouding omzetten in een breuk, decimaal getal of percentage B Met elkaar in verband brengen Verhouding, procent, breuk, decimaal getal, deling, deel van met elkaar in verband brengen Beschrijven van een deel van een geheel met een breuk Breuken met noemer 2, 4, 10 omzetten in bijbehorende percentages Eenvoudige verhoudingen in procenten omzetten, bijv. 40 op de 400 Voorkennis voor 5.4 Een verhouding omzetten in een breuk (...) Voorkennis voor 5.4 Een verhouding omzetten in (...) een percentage Voorkennis voor 5.4 Een verhouding omzetten in (...) een percentage B Met elkaar in verband brengen Verhouding, procent, breuk, decimaal getal, deling, deel van met elkaar in verband Met een rekenmachine breuken en procenten berekenen of benaderen als eindige decimale getallen 5.2 Met een rekenmachine breuken, procenten (...) berekenen of benaderen als eindige decimale getallen 20

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.3 zich bedienen van adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.7 adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: en interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte schatten en rekenen met gangbare maten en en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze op een verstandige manier de rekenmachine tekenen. afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen, instrumenten en apparaten 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties hanteren 5.2 Een rekenmachine 5.4 Basistechnieken 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen brengen B Met elkaar in verband brengen Verhouding, procent, breuk, decimaal getal, deling, deel van met elkaar in verband brengen B Met elkaar in verband brengen Verhouding, procent, breuk, decimaal getal, deling, deel van met elkaar in verband brengen In de context van verhoudingen berekeningen uitvoeren, ook met procenten en verhoudingen Paraat hebben Rekenen met eenvoudige percentages (10%, 50%,...) Voorkennis voor 5.4 Bij berekeningen een verhoudingstabel 21

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.3 zich bedienen van adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.7 adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: en interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte schatten en rekenen met gangbare maten en en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze op een verstandige manier de rekenmachine tekenen. afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen, instrumenten en apparaten 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties hanteren 5.2 Een rekenmachine 5.4 Basistechnieken 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen In de context van verhoudingen berekeningen uitvoeren, ook met procenten en verhoudingen Paraat hebben Rekenen met samengestelde grootheden (km/u, m/s en dergelijke): Een auto rijdt 50 km/u. Welke afstand wordt in 2 seconden afgelegd? Bepalen op welke (eenvoudige) schaal iets getekend is, als enkele maten gegeven zijn Uitvoeren procentberekeningen: inkoopprijs 75,-. Wat is de prijs inclusief btw? Verhoudingen met elkaar vergelijken en daartoe een passend rekenmodel kiezen, bijvoorbeeld verhoudingstabel: welk sap bevat naar verhouding meer vitamine C? 5.1 Bij het oplossen van problemen (...) eenvoudig samengestelde grootheden herkennen en, in elk geval grootheden die te maken hebben met (...) snelheid 5.4 Bij berekeningen een verhoudingstabel N.B. Het gebruik van een verhoudingstabel is een (didactisch) hulpmiddel voor het oplossen van verhoudings- en procentproblemen 5.4 Verhoudingen vergelijken 6.1 Ruimtelijk voorstellingen, al dan niet op schaal, weergeven al dan niet met concreet materiaal is voorkennis voor dit rekendoel 6.2 Lengten in vlakke en ruimtelijke figuren berekenen met behulp van schaal is voorkennis voor dit rekendoel In de context van verhoudingen Eenvoudige verhoudingsproble- 5.4 Bij berekeningen een verhoudingstabel 22

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.3 zich bedienen van adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.7 adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: en interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte schatten en rekenen met gangbare maten en en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze op een verstandige manier de rekenmachine tekenen. afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen, instrumenten en apparaten 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties hanteren 5.2 Een rekenmachine 5.4 Basistechnieken 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen berekeningen uitvoeren, ook met procenten en verhoudingen men (met mooie getallen) oplossen Problemen oplossen waarin de relatie niet direct te leggen is: 6 pakken voor 18 euro, voor 5 pakken betaal je dan... N.B. Het gebruik van een verhoudingstabel is een (didactisch) hulpmiddel voor het oplossen van verhoudings- en procentproblemen 5.4 Bij berekeningen een verhoudingstabel N.B. Het gebruik van een verhoudingstabel is een (didactisch) hulpmiddel voor het oplossen van verhoudings- en procentproblemen In de context van verhoudingen berekeningen uitvoeren, ook met procenten en verhoudingen Vergroting als toepassing van verhoudingen: Een foto wordt met een kopieermachine 50% vergroot. Hoe veranderen lengte en breedte van de foto? 6.3 Bij (...) berekenen van (...) afstanden (...) gebruik maken van meetkundige begrippen en eigenschappen, in het bijzonder: (...) gelijke verhoudingen, waaronder het rekenen met vergrotingen en verkleiningen; alleen in het platte vlak (...) In de context van verhoudingen berekeningen uitvoeren, ook met procenten en verhoudingen Eenvoudige verhoudingen met elkaar vergelijken: 1 op de 3 kinderen gaat deze vakantie naar het buitenland. Is dat meer of minder dan de helft? Voorkennis voor 5.4 Verhoudingen vergelijken 23

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.3 zich bedienen van adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.7 adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: en interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte schatten en rekenen met gangbare maten en en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze op een verstandige manier de rekenmachine tekenen. afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen, instrumenten en apparaten 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties hanteren 5.2 Een rekenmachine 5.4 Basistechnieken 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen In de context van verhoudingen berekeningen uitvoeren, ook met procenten en verhoudingen Waarom mag je soms percentages bij elkaar optellen bij berekeningen? 3.3 Zich bedienen van adequate (...) redeneerstrategieën 24

Subdomein Meten en Meetkunde WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.7 adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden op een verstandige manier de rekenmachine. 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.3 Meten en schatten De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken en interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte en daarbij: redeneren over meetkundige figuren en deze tekenen afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen, instrumenten en apparaten hanteren 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen A Notatie, taal en Maten voor lengte, oppervlakte, inhoud en gewicht, temperatuur Tijd en geld Meetinstrumenten Schrijfwijze en van meetkundige symbolen en relaties Paraat hebben Uitspraak en notatie van (euro)bedragen tijd (analoog en digitaal) kalender, datum (23-11- 2007) lengte- oppervlakte en inhoudsmaten gewicht temperatuur 3.7 Adequate (wiskunde)taal als Voorkennis voor 5.1 Rekenen met gangbare maten voor lengte, oppervlakte, inhoud, gewicht, tijd, temperatuur, geld (...) Voorkennis voor 5.3 Gangbare maten en referentiematen hanteren Omtrek, oppervlakte en inhoud Voorkennis voor 6.2 Schattingen en metingen doen van (...) lengten en oppervlakten van objecten in de ruimte Voorkennis voor 6.2 Oppervlakte en omtrek berekenen van... (volgen enkele specifieke figuren) Voorkennis voor 6.2 Inhoud (...) berekenen Namen van enkele vlakke en ruimtelijke figuren, zoals rechthoek, vierkant, cirkel, kubus, bol Veelgebruikte meetkundige begrippen zoals (rond, recht, vierkant, midden, horizontaal etc.) 3.7 Adequate (wiskunde)taal als 3.7 Adequate (wiskunde)taal als Voorkennis voor 6.1 Situaties beschrijven (...) door middel van figuren, waaronder (...) vierkant, rechthoek, (...) cirkel, kubus, (...) en bol Voorkennis voor 6.1 Situaties beschrijven met behulp van richting of hoek (...) A Notatie, taal en Paraat hebben 25

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.7 adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: en interpreteren van objecten en hun plaats in de schatten en rekenen met gangbare maten en ruimte en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze op een verstandige manier de rekenmachine tekenen. afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen, instrumenten en 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties apparaten hanteren 5.3 Meten en schatten 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Maten voor lengte, oppervlakte, inhoud en gewicht, temperatuur Tijd en geld Meetinstrumenten Schrijfwijze en van meetkundige symbolen en relaties 1 ton is 1000 kg; 1 ton is 100 000 Voorvoegsels van maten megabyte, gigabyte Symbool voor rechte hoek, evenwijdig, loodrecht, haaks bouwtekening lezen, tuininrichting Namen van vlakke figuren: vierkant, ruit, parallellogram, rechthoek, cirkel 3.7 Adequate (wiskunde)taal als 5.1 Bij het rekenen en vermelden van resultaten gebruik maken van gangbare begrippen en voorvoegsels zoals (...) N.B. Giga- en mega- ontbreken in de lijst van voorvoegsels 6.1 Vlakke tekeningen van ruimtelijke situaties interpreteren (...) zoals (...), plattegronden, (...), bouwtekeningen (...) Voorkennis voor 6.1 Situaties beschrijven (...) door middel van figuren, waaronder parallellogram, vierkant, rechthoek, ruit, cirkel Namen van ruimtelijke figuren: cilinder, piramide, bol; een schoorsteen heeft ongeveer de vorm van een cilinder 3.7 Adequate (wiskunde)taal als 6.1 Situaties beschrijven (...) door middel van figuren, waaronder kubus, (...), piramide, cilinder (...) en bol 6.1 Uit de hierboven genoemde (...) beschrijvingen conclusies trekken over de bijbehorende objecten (...) A Notatie, taal en Maten voor lengte, oppervlakte, inhoud en gewicht, temperatuur Tijd en geld Meetinstrumenten Schrijfwijze en van meetkundige symbolen en relaties Meetinstrumenten aflezen en uitkomst noteren; liniaal, maatbeker, weegschaal, thermometer etc. Verschillende tijdseenheden (uur, minuut, seconde; eeuw, jaar, maand) Aantal standaard referentiematen ( een grote stap is ongeveer 5.3 Schalen aflezen 6.3 Gebruik maken van instrumenten en apparaten, in het bijzonder: liniaal, (...) Voorkennis voor 5.1 Rekenen met gangbare maten voor (...) tijd 5.3 Gangbare maten en referentiematen hanteren 26

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.7 adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: en interpreteren van objecten en hun plaats in de schatten en rekenen met gangbare maten en ruimte en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze op een verstandige manier de rekenmachine tekenen. afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen, instrumenten en 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties apparaten hanteren 5.3 Meten en schatten 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen een meter, in een standaard melkpak zit 1 liter) Eenvoudige routebeschrijving (linksaf, rechtsaf) 6.1 Situaties beschrijven met woorden Voorkennis voor 6.1 Situaties beschrijven met behulp van richting (...) A Notatie, taal en Maten voor lengte, oppervlakte, inhoud en gewicht, temperatuur Tijd en geld Meetinstrumenten Schrijfwijze en van meetkundige symbolen en relaties Allerlei schalen (ook in beroepssituaties) aflezen en interpreteren: kilometerteller, weegschaal, duimstok Situaties beschrijven met woorden, door middel van meetkundige figuren, met coördinaten, via (wind)richting, hoeken en afstanden; routebeschrijving geven, locatie in magazijn opgeven, vorm gebouw beschrijven Eenvoudige werktekeningen interpreteren; montagetekening kast, plattegrond eigen huis 5.3 Schalen aflezen 6.3 Gebruik maken van instrumenten en apparaten, in het bijzonder... (volgt een lijst van mogelijke meetinstrumenten) 6.1 Situaties beschrijven met woorden, door middel van figuren (...), met coördinaten (...) en met behulp van richting of hoek en aftstand 6.1 Vlakke tekeningen van ruimtelijke situaties interpreteren (...) zoals (...) bouwtekeningen. (...) A Notatie, taal en Maten voor lengte, oppervlakte, inhoud Eigen referentiematen ontwikkelen, ( in 1 kg appels zitten ongeveer 5 appels ) 27

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.7 adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: en interpreteren van objecten en hun plaats in de schatten en rekenen met gangbare maten en ruimte en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze op een verstandige manier de rekenmachine tekenen. afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen, instrumenten en 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties apparaten hanteren 5.3 Meten en schatten 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen en gewicht, temperatuur Tijd en geld Meetinstrumenten Schrijfwijze en van meetkundige symbolen en relaties Een vierkante meter hoeft geen vierkant te zijn Betekenis van voorvoegsels zoals kubieke A Notatie, taal en Maten voor lengte, oppervlakte, inhoud en gewicht, temperatuur Tijd en geld Meetinstrumenten Schrijfwijze en van meetkundige symbolen en relaties B Met elkaar in verband brengen Meetinstrumenten Paraat hebben 1dm 3 = 1 liter = 1000 ml Voorkennis voor 5.1 Rekenen met gangbare maten voor (...) inhoud (...) 28

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.7 adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: en interpreteren van objecten en hun plaats in de schatten en rekenen met gangbare maten en ruimte en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze op een verstandige manier de rekenmachine tekenen. afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen, instrumenten en 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties apparaten hanteren 5.3 Meten en schatten 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Structuur en samenhang tussen maateenheden Verschillende representaties, 2D en 3D Een 2D representatie van een 3D object zoals foto, plattegrond, landkaart (incl. legenda), patroontekening 6.1 Vlakke tekeningen van ruimtelijke situaties interpreteren (...), zoals foto's, plattegronden, patroontekeningen, landkaarten (...). (...) B Met elkaar in verband brengen Paraat hebben Meetinstrumenten Structuur en samenhang tussen maateenheden Verschillende representaties, 2D en 3D Structuur en samenhang, belangrijke maten uit het metriek stelsel Interpreteren en bewerken van 2D representaties van 3D objecten en andersom (aanzichten, uitslagen, doorsneden, kijklijnen) 5.1 Rekenen met gangbare maten voor lengte, oppervlakte, inhoud, gewicht, (...), geld 6.1 Vlakke tekeningen van ruimtelijke situaties interpreteren en bewerken,(...). Daarbij kan de kandidaat gebruik maken van kijklijnen, aanzichten, uitslagen doorsneden, (...). B Met elkaar in verband brengen Meetinstrumenten Structuur en samenhang tussen maateenheden Verschillende representaties, 2D en 3D In volle situaties samenhang tussen enkele (standaard)maten km m m dm, cm, mm l dl, cl, ml kg g, mg Tijd (maanden, weken, dagen in een jaar, uren, minuten, seconden) 5.1 Rekenen met gangbare maten voor lengte, oppervlakte, inhoud, gewicht, (...), geld 5.1 Rekenen met gangbare maten voor (...) tijd 29

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.7 adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: en interpreteren van objecten en hun plaats in de schatten en rekenen met gangbare maten en ruimte en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze op een verstandige manier de rekenmachine tekenen. afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen, instrumenten en 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties apparaten hanteren 5.3 Meten en schatten 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Afmetingen bepalen met behulp van afpassen, schaal, rekenen 6.2 (...) Metingen doen van (...) lengten (...) van objecten in de ruimte 6.2 Lengten in vlakke en ruimtelijke figuren berekenen met behulp van schaal 6.3 Gebruik maken van instrumenten en apparaten, in het bijzonder liniaal, (...), passer, (...) Maten vergelijken en ordenen 5.3 Gangbare maten (...) hanteren B Met elkaar in verband brengen Meetinstrumenten Structuur en samenhang tussen maateenheden Verschillende representaties, 2D en 3D Aflezen van maten uit een (werk)tekening, plattegrond, werktekening eigen tuin Samenhang tussen omtrek, oppervlakte en inhoud (hoe verandert de inhoud van een doos als alleen de lengte gewijzigd wordt, als alle maten evenveel vergroot worden?) Tekenen van figuren en maken van (werk)tekeningen en daarbij passer, liniaal en geodriehoek 6.1 Vlakke tekeningen van ruimtelijke situaties interpreteren, zoals (...), plattegronden, (...), bouwtekeningen 6.3 Gebruik maken van instrumenten en apparaten, in het bijzonder: liniaal, gradenboog, rechthoekige driehoek, passer, (...) B Met elkaar in verband brengen Meetinstrumenten Structuur en (Lengte)maten en geld in verband brengen met decimale getallen: Voorkennis voor 5.1 Rekenen met gangbare maten voor lengte, (...), geld (...) 30

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.7 adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: en interpreteren van objecten en hun plaats in de schatten en rekenen met gangbare maten en ruimte en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze op een verstandige manier de rekenmachine tekenen. afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen, instrumenten en 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties apparaten hanteren 5.3 Meten en schatten 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen samenhang tussen maateenheden Verschillende representaties, 2D en 3D 1,65 m is 1 meter en 65 centimeter 1,65 is 1 euro en 65 eurocent B Met elkaar in verband brengen Meetinstrumenten Structuur en samenhang tussen maateenheden Verschillende representaties, 2D en 3D Uit voorstellingen en beschrijvingen conclusies trekken over objecten en hun plaats in de ruimte (hoe ziet een gebouw eruit?) Samenhang tussen straal r en diameter d van een cirkel (in sommige beroepen wordt vooral met diameter (doorsnede) gewerkt) 6.1 Uit de hierboven genoemde voorstellingen en beschrijvingen conclusies trekken over de bijbehorende objecten en hun plaats in de ruimte Meten Rekenen in de meetkunde Paraat hebben Schattingen maken over afmetingen en hoeveelheden Oppervlakte benaderen via rooster Omtrek en oppervlakte berekenen van rechthoekige figuren 5.3 Vooraf schattingen doen van (...) meetresultaten 6.2 Schattingen (...) doen van (...) lengten (...) Voorkennis voor 6.2 Schattingen en metingen doen van (...) oppervlakten van objecten in de ruimte Voorkennis voor 6.2 Oppervlakte (...) berekenen van... (volgt een lijst met figuren) 6.2 Oppervlakte en omtrek berekenen van (...) rechthoek en figuren die daaruit zijn samengesteld (...) 31

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.7 adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: en interpreteren van objecten en hun plaats in de schatten en rekenen met gangbare maten en ruimte en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze op een verstandige manier de rekenmachine tekenen. afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen, instrumenten en 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties apparaten hanteren 5.3 Meten en schatten 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Routes beschrijven en lezen op een kaart met behulp van een rooster Voorkennis voor 6.1 Situaties beschrijven met coördinaten; alleen in het platte vlak Meten Rekenen in de meetkunde Paraat hebben Schattingen en metingen doen van hoeken, lengten en oppervlakten van objecten in de ruimte; een etage in een flatgebouw is ongeveer 3 m hoog 6.2 Schattingen en metingen doen van hoeken, lengten en oppervlakten van objecten in de ruimte Oppervlakte en omtrek van enkele 2D figuren berekenen, eventueel met gegeven formule Een rond terras voor 4 personen moet minstens diameter 3 m hebben. (Is een terras van 9 m 2 geschikt?) 3.2 Wiskundige informatie identificeren (...) en om problemen op te lossen 6.2 Oppervlakte en omtrek berekenen van driehoek, rechthoek en figuren die daaruit samengesteld zijn, zoals een parallellogram 6.2 Omtrek en oppervlakte van een cirkel berekenen met behulp van gegeven woordformules Inhoud berekenen 6.3 Inhoud van kubus en balk berekenen 6.3 Inhoud van ruimtelijke figuren berekenen met behulp van gegeven, simpele, woordformules Meten Rekenen in de meetkunde Veel voorkomende maateenheden omrekenen 5.1 Rekenen met gangbare maten voor lengte, oppervlakte, inhoud, gewicht, tijd, temperatuur, geld (...) 32

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.7 adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: en interpreteren van objecten en hun plaats in de schatten en rekenen met gangbare maten en ruimte en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze op een verstandige manier de rekenmachine tekenen. afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen, instrumenten en 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties apparaten hanteren 5.3 Meten en schatten 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Liniaal en andere veelvoorkomen meetinstrumenten 6.3 Gebruik maken van instrumenten en apparaten, in het bijzonder: liniaal, (...), passer, (...) Meten Rekenen in de meetkunde Juiste maat kiezen in gegeven context. Zand koop je per 'kuub' (m 3 ). melk per liter Meten Rekenen in de meetkunde Meten Rekenen in de meetkunde Redeneren op basis van symmetrie (regelmatige patronen) randen, versieringen Eigenschappen van 2D figuren 6.3 Bij redeneren (...) gebruik maken van meetkundige begrippen en eigenschappen, in het bijzonder (...), lijnsymmetrie, (...) 6.3 Bij redeneren, tekenen en berekenen van hoeken, afstanden en patronen, gebruik maken van meetkundige (...) eigenschappen, in het bijzonder: evenwijdigheid, (...), eigenschappen van hoeken 33

Subdomein Verbanden WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes communiceren door middel van adequaat adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.1 relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.6 op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch WI/K/4 Algebraïsche verbanden De kandidaat kan problemen oplossen waarin verbanden een rol spelen, en daarbij: tabellen, grafieken en woordformules hanteren, in het bijzonder bij lineaire verbanden geschikte wiskundige modellen 4.1 Lineaire verbanden kennen, herkennen en 4.2 Tabellen maken, aflezen, vergelijken en interpreteren 4.3 Grafieken tekenen, aflezen, interpreteren en vergelijken 4.4 Werken met woordformules 4.5 Rekenen met woordformules 4.6 In een gegeven situatie de voorstellingsvorm tabel, grafiek, woordformule of verwoording met elkaar in verband brengen WI/K/7 Informatieverwerking, statistiek De kandidaat kan informatie verzamelen, weergeven en analyseren met behulp van grafische voorstellingen, en daarbij statistische representatievormen (...) hanteren op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen, en daarbij: de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste probleemsituatie Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Onderdeel van schoolexamen A Notatie, taal en Analyseren en interpreteren van informatie uit tabellen, grafische voorstellingen en beschrijvingen Veel voorkomende diagrammen en grafieken Paraat hebben Informatie uit veel voorkomende tabellen aflezen zoals dienstregeling, lesrooster 4.2 Bij een gegeven tabel conclusies trekken over de bijbehorende situatie A Notatie, taal en Analyseren en interpreteren van informatie uit tabellen, grafische Paraat hebben Beschrijven van verloop van een grafiek met termen als stijgend, dalend, steeds herhalend, minimum, 4.3 Het verloop van een grafiek (...) beschrijven met de termen constant, stijgend of dalend 4.3 Aflezen welke minima en maxima er op 34

WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes communiceren door middel van adequaat adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.1 relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.6 op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch WI/K/4 Algebraïsche verbanden De kandidaat kan problemen oplossen waarin verbanden een rol spelen, en daarbij: tabellen, grafieken en woordformules hanteren, in het bijzonder bij lineaire verbanden geschikte wiskundige modellen 4.1 Lineaire verbanden kennen, herkennen en 4.2 Tabellen maken, aflezen, vergelijken en interpreteren 4.3 Grafieken tekenen, aflezen, interpreteren en vergelijken 4.4 Werken met woordformules 4.5 Rekenen met woordformules 4.6 In een gegeven situatie de voorstellingsvorm tabel, grafiek, woordformule of verwoording met elkaar in verband brengen WI/K/7 Informatieverwerking, statistiek WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan informatie verzamelen, De kandidaat kan problemen in alledaagse weergeven en analyseren met behulp van situaties vertalen naar wiskundige problemen, grafische voorstellingen, en daarbij en daarbij: statistische representatievormen (...) de hierboven genoemde hanteren vaardigheden geïntegreerd op basis van verwerkte informatie conclusies trekken die relevant zijn verwachtingen uitspreken en voor de bewuste probleemsituatie conclusies trekken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Onderdeel van schoolexamen voorstellingen en beschrijvingen Veel voorkomende diagrammen en grafieken maximum Snijpunt (twee rechte lijnen, snijpunten met de assen) Negatieve en andere dan gehele coördinaten in een assenstelsel een gegeven interval zijn 4.3 Bij twee grafieken die elkaar snijden de coördinaten van dat snijpunt vaststellen en het snijpunt interpreteren Voorkennis voor 4.3 In een gegeven assenstelsel een grafiek tekenen van het verband tussen variabelen in een gegeven situatie Op een kritische manier lezen en interpreteren van diverse soorten diagrammen en grafieken Eventuele misleidende informatie herkennen, bijvoorbeeld door indeling assen, vorm van de grafiek, etc. 3.8 Situaties waarin wiskundige presentaties (...) voorkomen kritisch beschouwen (...) 3.8 Situaties waarin wiskundige presentaties (...) voorkomen kritisch beschouwen (...) Informatie analyseren Informatie analyseren Betekenis van variabelen in een (woord)formule 4.4 In een gegeven situatie vaststellen welke variabelen met elkaar in verband staan 35

WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes communiceren door middel van adequaat adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.1 relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.6 op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch WI/K/4 Algebraïsche verbanden De kandidaat kan problemen oplossen waarin verbanden een rol spelen, en daarbij: tabellen, grafieken en woordformules hanteren, in het bijzonder bij lineaire verbanden geschikte wiskundige modellen 4.1 Lineaire verbanden kennen, herkennen en 4.2 Tabellen maken, aflezen, vergelijken en interpreteren 4.3 Grafieken tekenen, aflezen, interpreteren en vergelijken 4.4 Werken met woordformules 4.5 Rekenen met woordformules 4.6 In een gegeven situatie de voorstellingsvorm tabel, grafiek, woordformule of verwoording met elkaar in verband brengen WI/K/7 Informatieverwerking, statistiek WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan informatie verzamelen, De kandidaat kan problemen in alledaagse weergeven en analyseren met behulp van situaties vertalen naar wiskundige problemen, grafische voorstellingen, en daarbij en daarbij: statistische representatievormen (...) de hierboven genoemde hanteren vaardigheden geïntegreerd op basis van verwerkte informatie conclusies trekken die relevant zijn verwachtingen uitspreken en voor de bewuste probleemsituatie conclusies trekken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Onderdeel van schoolexamen A Notatie, taal en Analyseren en interpreteren van informatie uit tabellen, grafische voorstellingen en beschrijvingen Veel voorkomende diagrammen en grafieken Eenvoudige globale grafieken en diagrammen (beschrijving van een situatie) lezen en interpreteren Voorkennis voor 3.8 Situaties waarin wiskundige presentaties (...) voorkomen kritisch beschouwen (...) Voorkennis voor alle eindtermen van 4.3 Statistische representatievormen hanteren en conclusies trekken Eenvoudige legenda Statistische representatievormen hanteren A Notatie, taal en Analyseren en interpreteren van informatie uit tabellen, grafische voorstellingen en beschrijvingen Veel voorkomende diagrammen en 36

WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes communiceren door middel van adequaat adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.1 relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.6 op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch WI/K/4 Algebraïsche verbanden De kandidaat kan problemen oplossen waarin verbanden een rol spelen, en daarbij: tabellen, grafieken en woordformules hanteren, in het bijzonder bij lineaire verbanden geschikte wiskundige modellen 4.1 Lineaire verbanden kennen, herkennen en 4.2 Tabellen maken, aflezen, vergelijken en interpreteren 4.3 Grafieken tekenen, aflezen, interpreteren en vergelijken 4.4 Werken met woordformules 4.5 Rekenen met woordformules 4.6 In een gegeven situatie de voorstellingsvorm tabel, grafiek, woordformule of verwoording met elkaar in verband brengen WI/K/7 Informatieverwerking, statistiek WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan informatie verzamelen, De kandidaat kan problemen in alledaagse weergeven en analyseren met behulp van situaties vertalen naar wiskundige problemen, grafische voorstellingen, en daarbij en daarbij: statistische representatievormen (...) de hierboven genoemde hanteren vaardigheden geïntegreerd op basis van verwerkte informatie conclusies trekken die relevant zijn verwachtingen uitspreken en voor de bewuste probleemsituatie conclusies trekken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Onderdeel van schoolexamen grafieken A Notatie, taal en Analyseren en interpreteren van informatie uit tabellen, grafische voorstellingen en beschrijvingen Veel voorkomende diagrammen en grafieken Uit beschrijving in woorden eenvoudig patroon herkennen Problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen A Notatie, taal en Analyseren en interpreteren van informatie uit tabellen, grafische 37

WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes communiceren door middel van adequaat adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.1 relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.6 op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch WI/K/4 Algebraïsche verbanden De kandidaat kan problemen oplossen waarin verbanden een rol spelen, en daarbij: tabellen, grafieken en woordformules hanteren, in het bijzonder bij lineaire verbanden geschikte wiskundige modellen 4.1 Lineaire verbanden kennen, herkennen en 4.2 Tabellen maken, aflezen, vergelijken en interpreteren 4.3 Grafieken tekenen, aflezen, interpreteren en vergelijken 4.4 Werken met woordformules 4.5 Rekenen met woordformules 4.6 In een gegeven situatie de voorstellingsvorm tabel, grafiek, woordformule of verwoording met elkaar in verband brengen WI/K/7 Informatieverwerking, statistiek WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan informatie verzamelen, De kandidaat kan problemen in alledaagse weergeven en analyseren met behulp van situaties vertalen naar wiskundige problemen, grafische voorstellingen, en daarbij en daarbij: statistische representatievormen (...) de hierboven genoemde hanteren vaardigheden geïntegreerd op basis van verwerkte informatie conclusies trekken die relevant zijn verwachtingen uitspreken en voor de bewuste probleemsituatie conclusies trekken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Onderdeel van schoolexamen voorstellingen en beschrijvingen Veel voorkomende diagrammen en grafieken B Met elkaar in verband brengen Paraat hebben Verschillende voorstellingsvormen met elkaar in verband brengen Gegevens verzamelen, ordenen en weergeven Patronen beschrijven Eenvoudige tabel om informatie uit een situatiebeschrijving te ordenen 3.1 Relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie 4.2 Een tabel maken van het verband tussen variabelen in een gegeven situatie B Met elkaar in Paraat hebben 38

WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes communiceren door middel van adequaat adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.1 relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.6 op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch WI/K/4 Algebraïsche verbanden De kandidaat kan problemen oplossen waarin verbanden een rol spelen, en daarbij: tabellen, grafieken en woordformules hanteren, in het bijzonder bij lineaire verbanden geschikte wiskundige modellen 4.1 Lineaire verbanden kennen, herkennen en 4.2 Tabellen maken, aflezen, vergelijken en interpreteren 4.3 Grafieken tekenen, aflezen, interpreteren en vergelijken 4.4 Werken met woordformules 4.5 Rekenen met woordformules 4.6 In een gegeven situatie de voorstellingsvorm tabel, grafiek, woordformule of verwoording met elkaar in verband brengen WI/K/7 Informatieverwerking, statistiek WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan informatie verzamelen, De kandidaat kan problemen in alledaagse weergeven en analyseren met behulp van situaties vertalen naar wiskundige problemen, grafische voorstellingen, en daarbij en daarbij: statistische representatievormen (...) de hierboven genoemde hanteren vaardigheden geïntegreerd op basis van verwerkte informatie conclusies trekken die relevant zijn verwachtingen uitspreken en voor de bewuste probleemsituatie conclusies trekken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Onderdeel van schoolexamen verband brengen Verschillende voorstellingsvormen met elkaar in verband brengen Gegevens verzamelen, ordenen en weergeven Patronen beschrijven Grafiek tekenen bij informatie of tabel Regelmatigheden in een tabel beschrijven met woorden, grafieken en eenvoudige (woord)formules: Door elk winkelwagentje dat aan de rij wordt toegevoegd, wordt die rij 40 cm langer. 3.1 Relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie 3.1 Relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie 4.1 Lineair verband: In een gegeven assenstelsel een bijbehorende grafiek tekenen (...) 4.3 In een gegeven assenstelsel een grafiek tekenen tussen variabelen in een gegeven situatie 4.1 Lineair verband: Een bijbehorende tabel herkennen (...) 4.1 Lineair verband: In een gegeven situatie een woordformule opstellen Omvat 4.2 Regelmatigheden in een tabel vaststellen B Met elkaar in verband brengen Verschillende voorstellingsvormen met elkaar in verband brengen Gegevens verzamelen, Eenvoudige patronen (vanuit situatie) beschrijven in woorden, bijvoorbeeld: Vogels vliegen in V-vorm. Er komen er steeds 2 bij. Problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen 39

WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes communiceren door middel van adequaat adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.1 relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.6 op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch WI/K/4 Algebraïsche verbanden De kandidaat kan problemen oplossen waarin verbanden een rol spelen, en daarbij: tabellen, grafieken en woordformules hanteren, in het bijzonder bij lineaire verbanden geschikte wiskundige modellen 4.1 Lineaire verbanden kennen, herkennen en 4.2 Tabellen maken, aflezen, vergelijken en interpreteren 4.3 Grafieken tekenen, aflezen, interpreteren en vergelijken 4.4 Werken met woordformules 4.5 Rekenen met woordformules 4.6 In een gegeven situatie de voorstellingsvorm tabel, grafiek, woordformule of verwoording met elkaar in verband brengen WI/K/7 Informatieverwerking, statistiek WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan informatie verzamelen, De kandidaat kan problemen in alledaagse weergeven en analyseren met behulp van situaties vertalen naar wiskundige problemen, grafische voorstellingen, en daarbij en daarbij: statistische representatievormen (...) de hierboven genoemde hanteren vaardigheden geïntegreerd op basis van verwerkte informatie conclusies trekken die relevant zijn verwachtingen uitspreken en voor de bewuste probleemsituatie conclusies trekken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Onderdeel van schoolexamen ordenen en weergeven Patronen beschrijven B Met elkaar in verband brengen Verschillende voorstellingsvormen met elkaar in verband brengen Gegevens verzamelen, ordenen en weergeven Patronen beschrijven Uit het verloop, de vorm en de plaats van punten in een grafiek conclusies trekken over de bijbehorende situatie: De verkoop neemt steeds sneller toe. 4.3 Uit het verloop, de vorm en de plaats van punten van een grafiek conclusies trekken over de bijbehorende situatie B Met elkaar in 40

WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes communiceren door middel van adequaat adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.1 relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.6 op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch WI/K/4 Algebraïsche verbanden De kandidaat kan problemen oplossen waarin verbanden een rol spelen, en daarbij: tabellen, grafieken en woordformules hanteren, in het bijzonder bij lineaire verbanden geschikte wiskundige modellen 4.1 Lineaire verbanden kennen, herkennen en 4.2 Tabellen maken, aflezen, vergelijken en interpreteren 4.3 Grafieken tekenen, aflezen, interpreteren en vergelijken 4.4 Werken met woordformules 4.5 Rekenen met woordformules 4.6 In een gegeven situatie de voorstellingsvorm tabel, grafiek, woordformule of verwoording met elkaar in verband brengen WI/K/7 Informatieverwerking, statistiek WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan informatie verzamelen, De kandidaat kan problemen in alledaagse weergeven en analyseren met behulp van situaties vertalen naar wiskundige problemen, grafische voorstellingen, en daarbij en daarbij: statistische representatievormen (...) de hierboven genoemde hanteren vaardigheden geïntegreerd op basis van verwerkte informatie conclusies trekken die relevant zijn verwachtingen uitspreken en voor de bewuste probleemsituatie conclusies trekken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Onderdeel van schoolexamen verband brengen Verschillende voorstellingsvormen met elkaar in verband brengen Gegevens verzamelen, ordenen en weergeven Patronen beschrijven Informatie op veel verschillende manieren kan worden geordend en weergegeven Omvat 3.1 Relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie Statistische representatievormen hanteren B Met elkaar in verband brengen Verschillende voorstellingsvormen met elkaar in verband brengen Gegevens verzamelen, ordenen en weergeven Uit de vorm van een formule conclusies trekken over het verloop van de bijbehorende grafiek (alleen lineair en exponentieel): De grafiek die hoort bij lengte stok = 5 + 0,7 x lengte persoon (Nordic Walking) is een rechte lijn. 41

WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes communiceren door middel van adequaat adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.1 relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.6 op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch WI/K/4 Algebraïsche verbanden De kandidaat kan problemen oplossen waarin verbanden een rol spelen, en daarbij: tabellen, grafieken en woordformules hanteren, in het bijzonder bij lineaire verbanden geschikte wiskundige modellen 4.1 Lineaire verbanden kennen, herkennen en 4.2 Tabellen maken, aflezen, vergelijken en interpreteren 4.3 Grafieken tekenen, aflezen, interpreteren en vergelijken 4.4 Werken met woordformules 4.5 Rekenen met woordformules 4.6 In een gegeven situatie de voorstellingsvorm tabel, grafiek, woordformule of verwoording met elkaar in verband brengen WI/K/7 Informatieverwerking, statistiek WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan informatie verzamelen, De kandidaat kan problemen in alledaagse weergeven en analyseren met behulp van situaties vertalen naar wiskundige problemen, grafische voorstellingen, en daarbij en daarbij: statistische representatievormen (...) de hierboven genoemde hanteren vaardigheden geïntegreerd op basis van verwerkte informatie conclusies trekken die relevant zijn verwachtingen uitspreken en voor de bewuste probleemsituatie conclusies trekken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Onderdeel van schoolexamen Patronen beschrijven Paraat hebben Tabellen, diagrammen en grafieken bij het oplossen van problemen Rekenvaardigheden Eenvoudig staafdiagram maken op basis van gegevens Voorkennis voor 3.1 Relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie Informatie weergeven Paraat hebben Tabellen, diagrammen en grafieken bij het oplossen van problemen Rekenvaardigheden In een (woord)formule een variabele vervangen door een getal en de waarde van de andere variabele berekenen. 4.1 In een woordformule van een lineair verband een variabele vervangen door een getal en de waarde van de andere variabele berekenen 4.5 In een woordformule de invoervariabele vervangen door een getal en de waarde van 42

WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes communiceren door middel van adequaat adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.1 relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.6 op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch WI/K/4 Algebraïsche verbanden De kandidaat kan problemen oplossen waarin verbanden een rol spelen, en daarbij: tabellen, grafieken en woordformules hanteren, in het bijzonder bij lineaire verbanden geschikte wiskundige modellen 4.1 Lineaire verbanden kennen, herkennen en 4.2 Tabellen maken, aflezen, vergelijken en interpreteren 4.3 Grafieken tekenen, aflezen, interpreteren en vergelijken 4.4 Werken met woordformules 4.5 Rekenen met woordformules 4.6 In een gegeven situatie de voorstellingsvorm tabel, grafiek, woordformule of verwoording met elkaar in verband brengen WI/K/7 Informatieverwerking, statistiek WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan informatie verzamelen, De kandidaat kan problemen in alledaagse weergeven en analyseren met behulp van situaties vertalen naar wiskundige problemen, grafische voorstellingen, en daarbij en daarbij: statistische representatievormen (...) de hierboven genoemde hanteren vaardigheden geïntegreerd op basis van verwerkte informatie conclusies trekken die relevant zijn verwachtingen uitspreken en voor de bewuste probleemsituatie conclusies trekken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Onderdeel van schoolexamen de uitvoervariabele berekenen Tabellen, diagrammen en grafieken bij het oplossen van problemen Rekenvaardigheden Kwantitatieve informatie uit tabellen en grafieken om eenvoudige berekeningen uit te voeren en conclusies te trekken, bijvoorbeeld: In welk jaar is het aantal auto s verdubbeld t.o.v. het jaar daarvoor? 3.6 Op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken 4.3 Coördinaten van punten van een grafiek aflezen, berekenen of benaderen is voorkennis van dit rekendoel 4.2 Grootste of kleinste waarde vaststellen in een tabel is voorkennis van dit rekendoel... op basis van verwerkte informatie conclusies trekken Tabellen, diagrammen en grafieken bij het oplossen van Formules herkennen als vuistregel of als rekenvoorschrift en omgekeerd: Een mijl is 3.2 Wiskundige informatie identificeren, beoordelen (...) 4.4 Bij een gegeven woordformule vaststellen of daarmee in een gegeven situatie het verband tussen de variabelen beschreven is 4.6 Bij twee verschillende voorstellingsvormen 43

WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes communiceren door middel van adequaat adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.1 relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.6 op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch WI/K/4 Algebraïsche verbanden De kandidaat kan problemen oplossen waarin verbanden een rol spelen, en daarbij: tabellen, grafieken en woordformules hanteren, in het bijzonder bij lineaire verbanden geschikte wiskundige modellen 4.1 Lineaire verbanden kennen, herkennen en 4.2 Tabellen maken, aflezen, vergelijken en interpreteren 4.3 Grafieken tekenen, aflezen, interpreteren en vergelijken 4.4 Werken met woordformules 4.5 Rekenen met woordformules 4.6 In een gegeven situatie de voorstellingsvorm tabel, grafiek, woordformule of verwoording met elkaar in verband brengen WI/K/7 Informatieverwerking, statistiek WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan informatie verzamelen, De kandidaat kan problemen in alledaagse weergeven en analyseren met behulp van situaties vertalen naar wiskundige problemen, grafische voorstellingen, en daarbij en daarbij: statistische representatievormen (...) de hierboven genoemde hanteren vaardigheden geïntegreerd op basis van verwerkte informatie conclusies trekken die relevant zijn verwachtingen uitspreken en voor de bewuste probleemsituatie conclusies trekken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Onderdeel van schoolexamen problemen Rekenvaardigheden ongeveer anderhalve kilometer; aantal mijlen 1,5 x aantal km vaststellen of zij hetzelfde verband beschrijven Kwantitatieve informatie uit tabellen, diagrammen en grafieken om berekeningen uit te voeren en conclusies te trekken: vergelijkingen tussen producten maken op basis van informatie in tabellen. 3.6 Op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken... op basis van verwerkte informatie conclusies trekken Tabellen, diagrammen en grafieken bij het oplossen van problemen Rekenvaardigheden 44

WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes communiceren door middel van adequaat adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.1 relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.6 op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch WI/K/4 Algebraïsche verbanden De kandidaat kan problemen oplossen waarin verbanden een rol spelen, en daarbij: tabellen, grafieken en woordformules hanteren, in het bijzonder bij lineaire verbanden geschikte wiskundige modellen 4.1 Lineaire verbanden kennen, herkennen en 4.2 Tabellen maken, aflezen, vergelijken en interpreteren 4.3 Grafieken tekenen, aflezen, interpreteren en vergelijken 4.4 Werken met woordformules 4.5 Rekenen met woordformules 4.6 In een gegeven situatie de voorstellingsvorm tabel, grafiek, woordformule of verwoording met elkaar in verband brengen WI/K/7 Informatieverwerking, statistiek WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan informatie verzamelen, De kandidaat kan problemen in alledaagse weergeven en analyseren met behulp van situaties vertalen naar wiskundige problemen, grafische voorstellingen, en daarbij en daarbij: statistische representatievormen (...) de hierboven genoemde hanteren vaardigheden geïntegreerd op basis van verwerkte informatie conclusies trekken die relevant zijn verwachtingen uitspreken en voor de bewuste probleemsituatie conclusies trekken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Onderdeel van schoolexamen Tabellen, diagrammen en grafieken bij het oplossen van problemen Rekenvaardigheden Overzicht van (evenredige) groei 45

Referentieniveau 2F (inclusief 1F): vergelijking met examenprogramma vmbo KB Bron: Syllabus centraal examen Wiskunde vmbo-bb, KB en GT, september 2008 Examenprogramma Wiskunde vmbo-bb, KB en GL/TL, versie 2007 Subdomein Getallen WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om een probleem op te lossen 3.4 bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.5 efficiënt rekenen en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden op een verstandige manier de rekenmachine. 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.2 Rekenmachine 5.3 Meten en schatten 5.4 Basistechnieken WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen en daarbij: de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd. conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste probleemsituatie. Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen 1-fundament A Notatie, taal en Uitspraak, schrijfwijze en van getallen, symbolen en relaties Wiskundetaal Paraat hebben 5 is gelijk aan (evenveel als) 2 en 3 De relaties groter/kleiner dan 0,45 is vijfenveertig honderdsten Breuknotatie met horizontale streep, 3 4 Teller, noemer, breukstreep 3.7 Adequate (wiskunde)taal Voorkennis voor 5.4 In volle situaties negatieve getallen ordenen (...) 3.7 Adequate (wiskunde)taal Voorkennis voor 5.4 In volle situaties gelijknamige breuken optellen en aftrekken, eenvoudige breuken vermenigvuldigen en delen Voorkennis voor 5.4 In volle situaties eenvoudige en samengestelde breuken vermenigvuldigen met een geheel getal 3.7 Adequate (wiskunde)taal A Notatie, taal en Paraat hebben 46

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om een probleem op te lossen 3.4 bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.5 efficiënt rekenen en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden op een verstandige manier de rekenmachine. 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.2 Rekenmachine 5.3 Meten en schatten 5.4 Basistechnieken WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen en daarbij: de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd. conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste probleemsituatie. Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Uitspraak, schrijfwijze en van getallen, symbolen en relaties Wiskundetaal Schrijfwijze negatieve getallen: -3 C, -150 m Symbolen zoals < en > Gebruik van wortelteken, machten 3.7 Adequate (wiskunde)taal Voorkennis voor 5.4 In volle situaties negatieve getallen ordenen, optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen 3.7 Adequate (wiskunde)taal 3.7 Adequate (wiskunde)taal Voorkennis voor 5.2 Met een rekenmachine (...) machten en wortels berekenen of benaderen als eindige getallen A Notatie, taal en Uitspraak, schrijfwijze en van getallen, symbolen en relaties Wiskundetaal Uitspraak en schrijfwijze van gehele getallen, breuken, decimale getallen Getalbenamingen zoals driekwart, anderhalf, miljoen 3.7 Adequate (wiskunde)taal 3.7 Adequate (wiskunde)taal 5.1 Bij het rekenen en vermelden van resultaten gebruik maken van gangbare begrippen en voorvoegsels zoals miljoen, miljard, (...) Voorkennis voor 5.4 In volle situaties gelijknamige breuken optellen en aftrekken; eenvoudige breuken vermenigvuldigen en delen Voorkennis voor 5.4 In volle situaties eenvoudige en samengestelde breuken vermenigvuldigen met een geheel getal 47

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om een probleem op te lossen 3.4 bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.5 efficiënt rekenen en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden op een verstandige manier de rekenmachine. 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.2 Rekenmachine 5.3 Meten en schatten 5.4 Basistechnieken WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen en daarbij: de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd. conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste probleemsituatie. Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen A Notatie, taal en Uitspraak, schrijfwijze en van getallen, symbolen en relaties Wiskundetaal Getalnotaties met miljoen, miljard: er zijn 60 miljard euromunten geslagen 3.7 Adequate (wiskunde)taal 5.1 Bij het rekenen en vermelden van resultaten gebruik maken van gangbare begrippen en voorvoegsels zoals miljoen, miljard, (...) A Notatie, taal en Uitspraak, schrijfwijze en van getallen, symbolen en relaties Wiskunde-taal Orde van grootte van getallen beredeneren Voorkennis voor 5.3 Uitspraken doen over de orde van grootte (...) (van wat? VS) A Notatie, taal en 48

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om een probleem op te lossen 3.4 bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.5 efficiënt rekenen en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden op een verstandige manier de rekenmachine. 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.2 Rekenmachine 5.3 Meten en schatten 5.4 Basistechnieken WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen en daarbij: de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd. conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste probleemsituatie. Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Uitspraak, schrijfwijze en van getallen, symbolen en relaties Wiskundetaal Getallen relateren aan situaties; Ik loop ongeveer 4 km/u, Nederland heeft ongeveer 16 miljoen inwoners 3576 AP is een postcode Hectometerpaaltje 78,1 0,543 op bonnetje is gewicht 300 Mb vrij geheugen nodig 5.1 Bij het oplossen van problemen enkelvoudige (...) grootheden herkennen en Voorkennis voor 5.3 Gangbare maten en referentiematen hanteren B Met elkaar in verband brengen Paraat hebben Getallen en getalrelaties Structuur en samenhang Tienstructuur Getallenrij Voorkennis voor 5.4 In volle situaties negatieve getallen ordenen (...) Getallenlijn met gehele getallen en eenvoudige decimale getallen Voorkennis voor 5.4 In volle situaties negatieve getallen ordenen (...) B Met elkaar in Paraat hebben 49

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om een probleem op te lossen 3.4 bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.5 efficiënt rekenen en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden op een verstandige manier de rekenmachine. 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.2 Rekenmachine 5.3 Meten en schatten 5.4 Basistechnieken WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen en daarbij: de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd. conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste probleemsituatie. Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen verband brengen Getallen en getalrelaties Structuur en samenhang Negatieve getallen plaatsen in getalsysteem Voorkennis voor 5.4 In volle situaties negatieve getallen ordenen (...) B Met elkaar in verband brengen Getallen en getalrelaties Structuur en samenhang Vertalen van eenvoudige situatie naar berekening Afronden van gehele getallen op ronde getallen 3.2 Wiskundige informatie (...) om een probleem op te lossen. Voorkennis voor 5.1 Het resultaat van een berekening afronden in overeenstemming met de gegeven situatie De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen Globaal beredeneren van uitkomsten 5.3 Vooraf uitkomsten schatten van berekeningen en meetresultaten Splitsen en samenstellen van getallen op basis van het tientallig stelsel B Met elkaar in verband brengen 50

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om een probleem op te lossen 3.4 bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.5 efficiënt rekenen en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden op een verstandige manier de rekenmachine. 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.2 Rekenmachine 5.3 Meten en schatten 5.4 Basistechnieken WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen en daarbij: de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd. conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste probleemsituatie. Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Getallen en getalrelaties Structuur en samenhang Getallen met elkaar vergelijken, bijvoorbeeld met een getallenlijn: historische tijdlijn, 400 v. Chr-2000 na Chr. 5.4 In volle situaties negatieve getallen ordenen (...) Situaties vertalen naar een bewerking: 350 blikjes nodig, ze zijn verpakt per 6 3.2 Wiskundige informatie (...) om een probleem op te lossen. De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen Afronden op mooie getallen: 4862 m 3 gas is ongeveer 5000 m 3 Voorkennis voor 5.1 Het resultaat van een berekening afronden in overeenstemming met de gegeven situatie B Met elkaar in verband brengen Getallen en getalrelaties Structuur en samenhang Structuur van het tientallig stelsel B Met elkaar in verband brengen Getallen en Binnen een situatie het resultaat van een 3.5 (...) en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 51

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om een probleem op te lossen 3.4 bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.5 efficiënt rekenen en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden op een verstandige manier de rekenmachine. 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.2 Rekenmachine 5.3 Meten en schatten 5.4 Basistechnieken WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen en daarbij: de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd. conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste probleemsituatie. Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen getalrelaties Structuur en samenhang berekening op juistheid controleren: Totaal betaald aan huur per jaar 43,683 klopt dat wel? Memoriseren, automatiseren Hoofdrekenen (noteren van tussenresultate n toegestaan) Hoofdbewerkin gen (+, -,, :) op papier uitvoeren met gehele getallen en decimale getallen Bewerkingen met breuken (+, -,, :) op papier uitvoeren Berekeningen uitvoeren om problemen op Paraat hebben Uit het hoofd splitsen, optellen en aftrekken onder 100, ook met eenvoudige decimale getallen: 12 = 7 + 5 67 3 0 1 0,25 0,8 + 0,7 Producten uit de tafels van vermenigvuldiging (tot en met 10) uit het hoofd kennen: 3 5 7 9 Delingen uit de tafels (tot en met 10) uitrekenen: 45 : 5 32 : 8 Voorkennis voor 5.4 In volle situaties gelijknamige breuken optellen en aftrekken; eenvoudige breuken vermenigvuldigen en delen Voorkennis voor 5.4 In volle situaties eenvoudige en samengestelde breuken vermenigvuldigen met een geheel getal Voorkennis voor 5.4 In volle situaties gelijknamige breuken optellen en aftrekken; eenvoudige breuken vermenigvuldigen en delen Voorkennis voor 5.4 In volle situaties eenvoudige en samengestelde breuken vermenigvuldigen met een geheel getal 52

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om een probleem op te lossen 3.4 bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.5 efficiënt rekenen en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden op een verstandige manier de rekenmachine. 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.2 Rekenmachine 5.3 Meten en schatten 5.4 Basistechnieken WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen en daarbij: de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd. conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste probleemsituatie. Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen te lossen Rekenmachine op een verstandige manier inzetten Uit het hoofd optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen met "nullen", ook met eenvoudige decimale getallen: 30 + 50 1200 800 65 10 3600 : 100 1000 2,5 0,25 100 Efficiënt rekenen (+, -,, :) gebruik makend van de eigenschappen van getallen en bewerkingen, met eenvoudige getallen Optellen en aftrekken (waaronder ook verschil bepalen) met gehele getallen en eenvoudige decimale getallen: 235 + 349 1268 385 2,50 + 1,25 Vermenigvuldigen van een getal met één cijfer met een getal met twee of drie cijfers: 3.5 Efficiënt rekenen (...) Voorkennis voor 5.4 In volle situaties gelijknamige breuken optellen en aftrekken; eenvoudige breuken vermenigvuldigen en delen Voorkennis voor 5.4 In volle situaties eenvoudige en samengestelde breuken vermenigvuldigen met een geheel getal 5.2 Met een rekenmachine optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen 5.2 Met een rekenmachine optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen 53

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om een probleem op te lossen 3.4 bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.5 efficiënt rekenen en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden op een verstandige manier de rekenmachine. 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.2 Rekenmachine 5.3 Meten en schatten 5.4 Basistechnieken WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen en daarbij: de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd. conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste probleemsituatie. Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen 7 165 = 5 uur werken voor 5,75 per uur Vermenigvuldigen van een getal van twee cijfers met een getal van twee cijfers: 35 67 = Getallen met maximaal drie cijfers delen door een getal met maximaal 2 cijfers, al dan niet met een rest: 132 : 16 = 5.2 Met een rekenmachine optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen 5.2 Met een rekenmachine optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen Vergelijken en ordenen van de grootte van eenvoudige breuken en deze in volle situaties op de getallenlijn plaatsen: 1 4 liter is minder dan 1 2 liter Omzetten van eenvoudige breuken in decimale getallen: 1 2 = 0,5; 0,01 = 1 100 Optellen en aftrekken van veel voorkomende 5.2 Met een rekenmachine breuken (...) berekenen of benaderen als eindige decimale getallen 5.4 In volle situaties gelijknamige breuken optellen en aftrekken; (...) 54

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om een probleem op te lossen 3.4 bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.5 efficiënt rekenen en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden op een verstandige manier de rekenmachine. 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.2 Rekenmachine 5.3 Meten en schatten 5.4 Basistechnieken WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen en daarbij: de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd. conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste probleemsituatie. Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen gelijknamige en ongelijknamige breuken binnen een volle situatie: 1 8 + 1 8 ; 1 2 + 3 4 In een volle situatie een breuk vermenigvuldigen met een geheel getal (deel van nemen): 1 3 deel 5.4 In volle situaties eenvoudige en samengestelde breuken vermenigvuldigen met een geheel getal van 150 euro Berekeningen uitvoeren met gehele getallen, breuken en decimale getallen Paraat hebben Negatieve getallen in berekeningen : 3 5 = 3 + -5 = -5 + 3 5.4 In volle situaties negatieve getallen (...), optellen, aftrekken (...) Haakjes 5.4 Hoofdbewerkingen in de afgesproken volgorde is voorkennis voor dit rekendoel Met een rekenmachine breuken, procenten, machten en wortels berekenen of benaderen als eindige decimale getallen 5.2 Met een rekenmachine breuken, procenten, machten en wortels berekenen of benaderen als eindige decimale getallen 55

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om een probleem op te lossen 3.4 bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.5 efficiënt rekenen en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden op een verstandige manier de rekenmachine. 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.2 Rekenmachine 5.3 Meten en schatten 5.4 Basistechnieken WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen en daarbij: de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd. conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste probleemsituatie. Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Memoriseren, automatiseren Hoofdrekenen (notaties toegestaan) Hoofdbewerkin gen (+, -,, :) op papier uitvoeren met gehele getallen en decimale getallen Bewerking met breuken (+, -,, :) op papier uitvoeren Berekeningen uitvoeren om problemen op te lossen Globaal (benaderend) rekenen (schatten) als de context zich daartoe leent of als controle voor rekenen met de rekenmachine: Is tien euro genoeg? 2, 95 + 3,98 + 4,10 1589 203 is ongeveer 1600 200 In contexten de rest (bij delen met rest) interpreteren of verwerken Verstandige keuze maken tussen zelf uitrekenen of rekenmachine (zowel kaal als in eenvoudige dagelijkse contexten zoals geld- en meetsituaties) Voorkennis voor 5.3 Vooraf uitkomsten schatten van berekeningen en meetresultaten Voorkennis voor 5.1 Het resultaat van een berekening afronden in overeenstemming met de gegeven situatie Kritisch beoordelen van een uitkomst 3.5 (...) cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 56

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om een probleem op te lossen 3.4 bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.5 efficiënt rekenen en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden op een verstandige manier de rekenmachine. 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.2 Rekenmachine 5.3 Meten en schatten 5.4 Basistechnieken WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen en daarbij: de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd. conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste probleemsituatie. Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Berekeningen uitvoeren met gehele getallen, breuken en decimale getallen Van een uitkomst (een berekening vooraf kunnen schatten) Resultaat van een berekening afronden in overeenstemming met de gegeven situatie 5.3 Vooraf uitkomsten kunnen schatten van berekeningen (...) 5.1 Het resultaat van een berekening afronden in overeenstemming met de gegeven situatie Memoriseren, automatiseren Hoofdrekenen (noteren van tussenresultate n toegestaan) Hoofdbewerkin gen (+, -,, :) op papier uitvoeren met gehele getallen en decimale getallen Interpreteren van een uitkomst met rest bij gebruik van een rekenmachine 57

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om een probleem op te lossen 3.4 bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.5 efficiënt rekenen en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden op een verstandige manier de rekenmachine. 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.2 Rekenmachine 5.3 Meten en schatten 5.4 Basistechnieken WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen en daarbij: de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd. conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste probleemsituatie. Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Bewerkingen met breuken (+, -,, :) op papier uitvoeren Berekeningen uitvoeren om problemen op te lossen Rekenmachine op een verstandige manier inzetten Berekeningen uitvoeren met gehele getallen, breuken en decimale getallen Bij berekeningen een passend rekenmodel of de rekenmachine kiezen Berekeningen en redeneringen verifiëren 3.4 Bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.8 Situaties waarin wiskundige (...) redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch beschouwen en beoordelen 58

Subdomein Verhoudingen WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.3 zich bedienen van adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.7 adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden op een verstandige manier de rekenmachine. 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.2 Een rekenmachine 5.4 Basistechnieken De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken en interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte en daarbij: redeneren over meetkundige figuren en deze tekenen afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten en apparaten hanteren 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen A Notatie, taal en Paraat hebben Uitspraak, schrijfwijze en van getallen, symbolen en relaties Wiskundetaal Een vijfde deel van alle Nederlanders korter schrijven als 1 deel van... 5 3,5 is 3 en 5 10 3.7 Adequate (wiskunde)taal als Voorkennis voor 5.4 Een verhouding omzetten in een breuk, (...) Voorkennis voor 5.4 Een verhouding omzetten in een breuk, (...) 1 op de 4 is 25% of een kwart van 3.7 Adequate (wiskunde)taal als Voorkennis voor 5.4 Een verhouding omzetten in een breuk, (...) Geheel is 100% A Notatie, taal en Paraat hebben Uitspraak, schrijfwijze en van getallen, symbolen en relaties Wiskundetaal Een 'kwart van 260 leerlingen' kan worden geschreven als 1 260 of als 260 4 4 Formele schrijfwijze 1 : 100 bij schaal herkennen 3.7 Adequate (wiskunde)taal als 5.4 Een verhouding omzetten in een breuk, decimaal getal of (...) Voorkennis voor 6.1 Ruimtelijke voorstellingen, al dan niet op schaal, weergeven, al dan niet met concreet materiaal Voorkennis voor 6.2 Lengten in vlakke en ruimtelijke figuren berekenen met behulp van schaal 1 op de 5 Nederlanders is 3.7 Adequate (wiskunde)taal als 59

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.3 zich bedienen van adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.7 adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: en interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte schatten en rekenen met gangbare maten en en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze op een verstandige manier de rekenmachine tekenen. afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties en apparaten hanteren 5.2 Een rekenmachine 5.4 Basistechnieken 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen hetzelfde als 'een vijfde deel van alle Nederlanders' A Notatie, taal en Uitspraak, schrijfwijze en van getallen, symbolen en relaties Wiskundetaal Notatie van breuken (horizontale breukstreep), decimale getallen (kommagetal) en procenten (%) herkennen Taal van verhoudingen (per, op, van de) 3.7 Adequate (wiskunde)taal als 3.7 Adequate (wiskunde)taal als Verhoudingen herkennen in verschillende dagelijkse situaties (recepten, snelheid, vergroten/verkleinen, schaal enz.) 3.2 Wiskundige informatie identificeren (...) A Notatie, taal en Uitspraak, schrijfwijze en van getallen, symbolen en relaties Wiskundetaal Notatie van breuken, decimale getallen en procenten herkennen en 3.2 Wiskundige informatie identificeren (...) en om problemen op te lossen 3.7 Adequate (wiskunde)taal als Voorkennis voor 5.4 Een verhouding omzetten in een breuk, decimaal getal of percentage 60

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.3 zich bedienen van adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.7 adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: en interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte schatten en rekenen met gangbare maten en en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze op een verstandige manier de rekenmachine tekenen. afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties en apparaten hanteren 5.2 Een rekenmachine 5.4 Basistechnieken 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen A Notatie, taal en Uitspraak, schrijfwijze en van getallen, symbolen en relaties Wiskundetaal A Notatie, taal en Uitspraak, schrijfwijze en van getallen, symbolen en relaties Wiskundetaal B Met elkaar in verband brengen Verhouding, procent, breuk, decimaal getal, deling, deel van met elkaar in verband brengen Paraat hebben Eenvoudige relaties herkennen, bijvoorbeeld dat 50% nemen hetzelfde is als de helft nemen of hetzelfde als delen door 2 Voorkennis voor 5.4 Een verhouding omzetten in een breuk, decimaal getal of percentage 61

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.3 zich bedienen van adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.7 adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: en interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte schatten en rekenen met gangbare maten en en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze op een verstandige manier de rekenmachine tekenen. afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties en apparaten hanteren 5.2 Een rekenmachine 5.4 Basistechnieken 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen B Met elkaar in verband brengen Verhouding, procent, breuk, decimaal getal, deling, deel van met elkaar in verband brengen Paraat hebben Eenvoudige stambreuken,, ), decimale getallen ( ( 1 1 1 2 4 10 0,50, 0,25, 0,10), percentages (50%, 25%, 10%) en verhoudingen (1 op de 2, 1 op de 4, 1 op de 10) in elkaar omzetten Omvat 5.4 Een verhouding omzetten in een breuk, decimaal getal of percentage B Met elkaar in verband brengen Verhouding, procent, breuk, decimaal getal, deling, deel van met elkaar in verband brengen Beschrijven van een deel van een geheel met een breuk Breuken met noemer 2, 4, 10 omzetten in bijbehorende percentages Eenvoudige verhoudingen in procenten omzetten, bijv. 40 op de 400 Voorkennis voor 5.4 Een verhouding omzetten in een breuk (...) Voorkennis voor 5.4 Een verhouding omzetten in (...) een percentage Voorkennis voor 5.4 Een verhouding omzetten in (...) een percentage B Met elkaar in verband brengen Verhouding, procent, breuk, decimaal getal, deling, deel van met elkaar in verband Met een rekenmachine breuken en procenten berekenen of benaderen als eindige decimale getallen 5.2 Met een rekenmachine breuken, procenten (...) berekenen of benaderen als eindige decimale getallen 62

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.3 zich bedienen van adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.7 adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: en interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte schatten en rekenen met gangbare maten en en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze op een verstandige manier de rekenmachine tekenen. afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties en apparaten hanteren 5.2 Een rekenmachine 5.4 Basistechnieken 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen brengen B Met elkaar in verband brengen Verhouding, procent, breuk, decimaal getal, deling, deel van met elkaar in verband brengen B Met elkaar in verband brengen Verhouding, procent, breuk, decimaal getal, deling, deel van met elkaar in verband brengen In de context van verhoudingen berekeningen uitvoeren, ook met procenten en verhoudingen Paraat hebben Rekenen met eenvoudige percentages (10%, 50%,...) Voorkennis voor 5.4 Bij berekeningen een verhoudingstabel 63

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.3 zich bedienen van adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.7 adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: en interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte schatten en rekenen met gangbare maten en en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze op een verstandige manier de rekenmachine tekenen. afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties en apparaten hanteren 5.2 Een rekenmachine 5.4 Basistechnieken 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen In de context van verhoudingen berekeningen uitvoeren, ook met procenten en verhoudingen Paraat hebben Rekenen met samengestelde grootheden (km/u, m/s en dergelijke): Een auto rijdt 50 km/u. Welke afstand wordt in 2 seconden afgelegd? Bepalen op welke (eenvoudige) schaal iets getekend is, als enkele maten gegeven zijn Uitvoeren procentberekeningen: inkoopprijs 75,-. Wat is de prijs inclusief btw? Verhoudingen met elkaar vergelijken en daartoe een passend rekenmodel kiezen, bijvoorbeeld verhoudingstabel: welk sap bevat naar verhouding meer vitamine C? 5.1 Bij het oplossen van problemen (...) eenvoudig samengestelde grootheden herkennen en, in elk geval grootheden die te maken hebben met (...) snelheid 5.4 Bij berekeningen een verhoudingstabel N.B. Het gebruik van een verhoudingstabel is een (didactisch) hulpmiddel voor het oplossen van verhoudings- en procentproblemen 5.4 Verhoudingen vergelijken 6.1 Ruimtelijk voorstellingen, al dan niet op schaal, weergeven al dan niet met concreet materiaal is voorkennis voor dit rekendoel 6.2 Lengten in vlakke en ruimtelijke figuren berekenen met behulp van schaal is voorkennis voor dit rekendoel In de context van verhoudingen Eenvoudige verhoudingsproble- 5.4 Bij berekeningen een verhoudingstabel 64

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.3 zich bedienen van adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.7 adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: en interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte schatten en rekenen met gangbare maten en en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze op een verstandige manier de rekenmachine tekenen. afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties en apparaten hanteren 5.2 Een rekenmachine 5.4 Basistechnieken 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen berekeningen uitvoeren, ook met procenten en verhoudingen men (met mooie getallen) oplossen Problemen oplossen waarin de relatie niet direct te leggen is: 6 pakken voor 18 euro, voor 5 pakken betaal je dan... N.B. Het gebruik van een verhoudingstabel is een (didactisch) hulpmiddel voor het oplossen van verhoudings- en procentproblemen 5.4 Bij berekeningen een verhoudingstabel N.B. Het gebruik van een verhoudingstabel is een (didactisch) hulpmiddel voor het oplossen van verhoudings- en procentproblemen In de context van verhoudingen berekeningen uitvoeren, ook met procenten en verhoudingen Vergroting als toepassing van verhoudingen: Een foto wordt met een kopieermachine 50% vergroot. Hoe veranderen lengte en breedte van de foto? 6.3 Bij (...) berekenen van (...) afstanden (...) gebruik maken van meetkundige begrippen en eigenschappen, in het bijzonder: (...) gelijke verhoudingen, waaronder het rekenen met vergrotingen en verkleiningen; alleen in het platte vlak (...) In de context van verhoudingen berekeningen uitvoeren, ook met procenten en verhoudingen Eenvoudige verhoudingen met elkaar vergelijken: 1 op de 3 kinderen gaat deze vakantie naar het buitenland. Is dat meer of minder dan de helft? Voorkennis voor 5.4 Verhoudingen vergelijken 65

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.3 zich bedienen van adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.7 adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: en interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte schatten en rekenen met gangbare maten en en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze op een verstandige manier de rekenmachine tekenen. afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties en apparaten hanteren 5.2 Een rekenmachine 5.4 Basistechnieken 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen In de context van verhoudingen berekeningen uitvoeren, ook met procenten en verhoudingen Waarom mag je soms percentages bij elkaar optellen bij berekeningen? 3.3 Zich bedienen van adequate (...) redeneerstrategieën 66

Subdomein Meten en Meetkunde WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.7 adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden op een verstandige manier de rekenmachine. 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.3 Meten en schatten De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken en interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte en daarbij: redeneren over meetkundige figuren en deze tekenen afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten en apparaten hanteren 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen A Notatie, taal en Maten voor lengte, oppervlakte, inhoud en gewicht, temperatuur Tijd en geld Meetinstrumenten Schrijfwijze en van meetkundige symbolen en relaties Paraat hebben Uitspraak en notatie van (euro)bedragen tijd (analoog en digitaal) kalender, datum (23-11- 2007) lengte- oppervlakte en inhoudsmaten gewicht temperatuur 3.7 Adequate (wiskunde)taal als Voorkennis voor 5.1 Rekenen met gangbare maten voor lengte, oppervlakte, inhoud, gewicht, tijd, temperatuur, geld (...) Voorkennis voor 5.3 Gangbare maten en referentiematen hanteren Omtrek, oppervlakte en inhoud Voorkennis voor 6.2 Schattingen en metingen doen van (...) lengten en oppervlakten van objecten in de ruimte Voorkennis voor 6.2 Oppervlakte en omtrek berekenen van... (volgen enkele specifieke figuren) Voorkennis voor 6.2 Inhoud (...) berekenen Namen van enkele vlakke en ruimtelijke figuren, zoals rechthoek, vierkant, cirkel, kubus, bol Veelgebruikte meetkundige begrippen zoals (rond, recht, vierkant, midden, horizontaal etc.) 3.7 Adequate (wiskunde)taal als 3.7 Adequate (wiskunde)taal als Voorkennis voor 6.1 Situaties beschrijven (...) door middel van figuren, waaronder (...) vierkant, rechthoek, (...) cirkel, kubus, (...) en bol Voorkennis voor 6.1 Situaties beschrijven met behulp van richting of hoek (...) A Notatie, taal en Paraat hebben 67

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.7 adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: en interpreteren van objecten en hun plaats in de schatten en rekenen met gangbare maten en ruimte en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze op een verstandige manier de rekenmachine tekenen. afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties en apparaten hanteren 5.3 Meten en schatten 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Maten voor lengte, oppervlakte, inhoud en gewicht, temperatuur Tijd en geld Meetinstrumenten Schrijfwijze en van meetkundige symbolen en relaties 1 ton is 1000 kg; 1 ton is 100 000 Voorvoegsels van maten megabyte, gigabyte Symbool voor rechte hoek, evenwijdig, loodrecht, haaks bouwtekening lezen, tuininrichting Namen van vlakke figuren: vierkant, ruit, parallellogram, rechthoek, cirkel 3.7 Adequate (wiskunde)taal als 5.1 Bij het rekenen en vermelden van resultaten gebruik maken van gangbare begrippen en voorvoegsels zoals (...) N.B. Giga- en mega- ontbreken in de lijst van voorvoegsels 6.1 Vlakke tekeningen van ruimtelijke situaties interpreteren (...) zoals (...), plattegronden, (...), bouwtekeningen (...) Voorkennis voor 6.1 Situaties beschrijven (...) door middel van figuren, waaronder parallellogram, vierkant, rechthoek, ruit, cirkel Namen van ruimtelijke figuren: cilinder, piramide, bol; een schoorsteen heeft ongeveer de vorm van een cilinder 3.7 Adequate (wiskunde)taal als 6.1 Situaties beschrijven (...) door middel van figuren, waaronder kubus, (...), piramide, cilinder (...) en bol 6.1 Uit de hierboven genoemde (...) beschrijvingen conclusies trekken over de bijbehorende objecten (...) A Notatie, taal en Maten voor lengte, oppervlakte, inhoud en gewicht, temperatuur Tijd en geld Meetinstrumenten Schrijfwijze en van meetkundige symbolen en relaties Meetinstrumenten aflezen en uitkomst noteren; liniaal, maatbeker, weegschaal, thermometer etc. Verschillende tijdseenheden (uur, minuut, seconde; eeuw, jaar, maand) Aantal standaard referentiematen ( een grote stap is ongeveer 5.3 Schalen aflezen 6.3 Gebruik maken van instrumenten en apparaten, in het bijzonder: liniaal, (...) Voorkennis voor 5.1 Rekenen met gangbare maten voor (...) tijd 5.3 Gangbare maten en referentiematen hanteren 68

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.7 adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: en interpreteren van objecten en hun plaats in de schatten en rekenen met gangbare maten en ruimte en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze op een verstandige manier de rekenmachine tekenen. afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties en apparaten hanteren 5.3 Meten en schatten 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen een meter, in een standaard melkpak zit 1 liter) Eenvoudige routebeschrijving (linksaf, rechtsaf) 6.1 Situaties beschrijven met woorden Voorkennis voor 6.1 Situaties beschrijven met behulp van richting (...) A Notatie, taal en Maten voor lengte, oppervlakte, inhoud en gewicht, temperatuur Tijd en geld Meetinstrumenten Schrijfwijze en van meetkundige symbolen en relaties Allerlei schalen (ook in beroepssituaties) aflezen en interpreteren: kilometerteller, weegschaal, duimstok Situaties beschrijven met woorden, door middel van meetkundige figuren, met coördinaten, via (wind)richting, hoeken en afstanden; routebeschrijving geven, locatie in magazijn opgeven, vorm gebouw beschrijven Eenvoudige werktekeningen interpreteren; montagetekening kast, plattegrond eigen huis 5.3 Schalen aflezen 6.3 Gebruik maken van instrumenten en apparaten, in het bijzonder... (volgt een lijst van mogelijke meetinstrumenten) 6.1 Situaties beschrijven met woorden, door middel van figuren (...), met coördinaten (...) en met behulp van richting of hoek en aftstand 6.1 Vlakke tekeningen van ruimtelijke situaties interpreteren (...) zoals (...) bouwtekeningen. (...) A Notatie, taal en Maten voor lengte, oppervlakte, inhoud Eigen referentiematen ontwikkelen, ( in 1 kg appels zitten ongeveer 5 appels ) 69

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.7 adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: en interpreteren van objecten en hun plaats in de schatten en rekenen met gangbare maten en ruimte en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze op een verstandige manier de rekenmachine tekenen. afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties en apparaten hanteren 5.3 Meten en schatten 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen en gewicht, temperatuur Tijd en geld Meetinstrumenten Schrijfwijze en van meetkundige symbolen en relaties Een vierkante meter hoeft geen vierkant te zijn Betekenis van voorvoegsels zoals kubieke A Notatie, taal en Maten voor lengte, oppervlakte, inhoud en gewicht, temperatuur Tijd en geld Meetinstrumenten Schrijfwijze en van meetkundige symbolen en relaties B Met elkaar in verband brengen Meetinstrumenten Paraat hebben 1dm 3 = 1 liter = 1000 ml Voorkennis voor 5.1 Rekenen met gangbare maten voor (...) inhoud (...) 70

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.7 adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: en interpreteren van objecten en hun plaats in de schatten en rekenen met gangbare maten en ruimte en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze op een verstandige manier de rekenmachine tekenen. afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties en apparaten hanteren 5.3 Meten en schatten 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Structuur en samenhang tussen maateenheden Verschillende representaties, 2D en 3D Een 2D representatie van een 3D object zoals foto, plattegrond, landkaart (incl. legenda), patroontekening 6.1 Vlakke tekeningen van ruimtelijke situaties interpreteren (...), zoals foto's, plattegronden, patroontekeningen, landkaarten (...). (...) B Met elkaar in verband brengen Paraat hebben Meetinstrumenten Structuur en samenhang tussen maateenheden Verschillende representaties, 2D en 3D Structuur en samenhang, belangrijke maten uit het metriek stelsel Interpreteren en bewerken van 2D representaties van 3D objecten en andersom (aanzichten, uitslagen, doorsneden, kijklijnen) 5.1 Rekenen met gangbare maten voor lengte, oppervlakte, inhoud, gewicht, (...), geld 6.1 Vlakke tekeningen van ruimtelijke situaties interpreteren en bewerken,(...). Daarbij kan de kandidaat gebruik maken van kijklijnen, aanzichten, uitslagen doorsneden, (...). B Met elkaar in verband brengen Meetinstrumenten Structuur en samenhang tussen maateenheden Verschillende representaties, 2D en 3D In volle situaties samenhang tussen enkele (standaard)maten km m m dm, cm, mm l dl, cl, ml kg g, mg Tijd (maanden, weken, dagen in een jaar, uren, minuten, seconden) 5.1 Rekenen met gangbare maten voor lengte, oppervlakte, inhoud, gewicht, (...), geld 5.1 Rekenen met gangbare maten voor (...) tijd 71

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.7 adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: en interpreteren van objecten en hun plaats in de schatten en rekenen met gangbare maten en ruimte en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze op een verstandige manier de rekenmachine tekenen. afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties en apparaten hanteren 5.3 Meten en schatten 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Afmetingen bepalen met behulp van afpassen, schaal, rekenen 6.2 (...) Metingen doen van (...) lengten (...) van objecten in de ruimte 6.2 Lengten in vlakke en ruimtelijke figuren berekenen met behulp van schaal 6.3 Gebruik maken van instrumenten en apparaten, in het bijzonder liniaal, (...), passer, (...) Maten vergelijken en ordenen 5.3 Gangbare maten (...) hanteren B Met elkaar in verband brengen Meetinstrumenten Structuur en samenhang tussen maateenheden Verschillende representaties, 2D en 3D Aflezen van maten uit een (werk)tekening, plattegrond, werktekening eigen tuin Samenhang tussen omtrek, oppervlakte en inhoud (hoe verandert de inhoud van een doos als alleen de lengte gewijzigd wordt, als alle maten evenveel vergroot worden?) Tekenen van figuren en maken van (werk)tekeningen en daarbij passer, liniaal en geodriehoek 6.1 Vlakke tekeningen van ruimtelijke situaties interpreteren, zoals (...), plattegronden, (...), bouwtekeningen 6.3 Gebruik maken van instrumenten en apparaten, in het bijzonder: liniaal, gradenboog, rechthoekige driehoek, passer, (...) B Met elkaar in verband brengen Meetinstrumenten Structuur en (Lengte)maten en geld in verband brengen met decimale getallen: Voorkennis voor 5.1 Rekenen met gangbare maten voor lengte, (...), geld (...) 72

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.7 adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: en interpreteren van objecten en hun plaats in de schatten en rekenen met gangbare maten en ruimte en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze op een verstandige manier de rekenmachine tekenen. afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties en apparaten hanteren 5.3 Meten en schatten 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen samenhang tussen maateenheden Verschillende representaties, 2D en 3D 1,65 m is 1 meter en 65 centimeter 1,65 is 1 euro en 65 eurocent B Met elkaar in verband brengen Meetinstrumenten Structuur en samenhang tussen maateenheden Verschillende representaties, 2D en 3D Uit voorstellingen en beschrijvingen conclusies trekken over objecten en hun plaats in de ruimte (hoe ziet een gebouw eruit?) Samenhang tussen straal r en diameter d van een cirkel (in sommige beroepen wordt vooral met diameter (doorsnede) gewerkt) 6.1 Uit de hierboven genoemde voorstellingen en beschrijvingen conclusies trekken over de bijbehorende objecten en hun plaats in de ruimte Meten Rekenen in de meetkunde Paraat hebben Schattingen maken over afmetingen en hoeveelheden Oppervlakte benaderen via rooster Omtrek en oppervlakte berekenen van rechthoekige figuren 5.3 Vooraf schattingen doen van (...) meetresultaten 6.2 Schattingen (...) doen van (...) lengten (...) Voorkennis voor 6.2 Schattingen en metingen doen van (...) oppervlakten van objecten in de ruimte Voorkennis voor 6.2 Oppervlakte (...) berekenen van... (volgt een lijst met figuren) 6.2 Oppervlakte en omtrek berekenen van (...) rechthoek en figuren die daaruit zijn samengesteld (...) 73

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.7 adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: en interpreteren van objecten en hun plaats in de schatten en rekenen met gangbare maten en ruimte en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze op een verstandige manier de rekenmachine tekenen. afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties en apparaten hanteren 5.3 Meten en schatten 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Routes beschrijven en lezen op een kaart met behulp van een rooster Voorkennis voor 6.1 Situaties beschrijven met coördinaten; zowel in het platte vlak als (...) Meten Rekenen in de meetkunde Paraat hebben Schattingen en metingen doen van hoeken, lengten en oppervlakten van objecten in de ruimte; een etage in een flatgebouw is ongeveer 3 m hoog 6.2 Schattingen en metingen doen van hoeken, lengten, oppervlakten (...) van objecten in de ruimte Oppervlakte en omtrek van enkele 2D figuren berekenen, eventueel met gegeven formule Een rond terras voor 4 personen moet minstens diameter 3 m hebben. (Is een terras van 9 m 2 geschikt?) 3.2 Wiskundige informatie identificeren (...) en om problemen op te lossen 6.2 Oppervlakte en omtrek berekenen van driehoek, rechthoek en figuren die daaruit samengesteld zijn, zoals een parallellogram 6.2 Omtrek en oppervlakte van een cirkel berekenen met behulp van gegeven (woord)formules Inhoud berekenen 6.3 Inhoud van kubus en balk berekenen 6.3 Inhoud van prisma, kegel, piramide, bol en cilinder berekenen met behulp van gegeven (woord)formules Meten Rekenen in de meetkunde Veel voorkomende maateenheden omrekenen 5.1 Rekenen met gangbare maten voor lengte, oppervlakte, inhoud, gewicht, tijd, temperatuur, geld (...) 74

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.7 adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: en interpreteren van objecten en hun plaats in de schatten en rekenen met gangbare maten en ruimte en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze op een verstandige manier de rekenmachine tekenen. afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties en apparaten hanteren 5.3 Meten en schatten 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Liniaal en andere veelvoorkomen meetinstrumenten 6.3 Gebruik maken van instrumenten en apparaten, in het bijzonder: liniaal, (...), passer, (...) Meten Rekenen in de meetkunde Juiste maat kiezen in gegeven context. Zand koop je per 'kuub' (m 3 ). melk per liter Meten Rekenen in de meetkunde Meten Rekenen in de meetkunde Redeneren op basis van symmetrie (regelmatige patronen) randen, versieringen Eigenschappen van 2D figuren 6.3 Bij redeneren (...) gebruik maken van meetkundige begrippen en eigenschappen, in het bijzonder (...), lijnsymmetrie, draaisymmetrie (...) 6.3 Bij redeneren, tekenen en berekenen van hoeken, afstanden en patronen, gebruik maken van meetkundige (...) eigenschappen, in het bijzonder: evenwijdigheid, (...), eigenschappen van hoeken 75

Subdomein Verbanden WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes communiceren door middel van adequaat adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.1 relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.6 op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch WI/K/4 Algebraïsche verbanden De kandidaat kan problemen oplossen waarin verbanden een rol spelen, en daarbij: tabellen, grafieken en (woord)formules hanteren bij verschillende typen verbanden geschikte wiskundige modellen 4.1 De volgende verbanden kennen, herkennen en :... 4.2 Tabellen maken, aflezen, vergelijken en interpreteren 4.3 Grafieken tekenen, aflezen, interpreteren en vergelijken 4.4 Werken met (woord)formules 4.5 Rekenen met (woord)formules 4.6 In een gegeven situatie de voorstellingsvorm tabel, grafiek, (woord)formule of verwoording met elkaar in verband brengen WI/K/7 Informatieverwerking, statistiek De kandidaat kan informatie verzamelen, weergeven en analyseren met behulp van grafische voorstellingen, en daarbij statistische representatievormen (...) hanteren op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen, en daarbij: de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste probleemsituatie Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Onderdeel van schoolexamen A Notatie, taal en Analyseren en interpreteren van informatie uit tabellen, grafische voorstellingen en beschrijvingen Veel voorkomende diagrammen en grafieken Paraat hebben Informatie uit veel voorkomende tabellen aflezen zoals dienstregeling, lesrooster 4.2 Bij een gegeven tabel conclusies trekken over de bijbehorende situatie A Notatie, taal en Analyseren en interpreteren van informatie uit tabellen, grafische Paraat hebben Beschrijven van verloop van een grafiek met termen als stijgend, dalend, steeds herhalend, minimum, 4.3 Het verloop van een grafiek (...) beschrijven met de termen constant, stijgend of dalend of periodiek 4.3 Aflezen welke minima en maxima er op 76

WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes communiceren door middel van adequaat adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.1 relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.6 op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch WI/K/4 Algebraïsche verbanden De kandidaat kan problemen oplossen waarin verbanden een rol spelen, en daarbij: tabellen, grafieken en (woord)formules hanteren bij verschillende typen verbanden geschikte wiskundige modellen 4.1 De volgende verbanden kennen, herkennen en :... 4.2 Tabellen maken, aflezen, vergelijken en interpreteren 4.3 Grafieken tekenen, aflezen, interpreteren en vergelijken 4.4 Werken met (woord)formules 4.5 Rekenen met (woord)formules 4.6 In een gegeven situatie de voorstellingsvorm tabel, grafiek, (woord)formule of verwoording met elkaar in verband brengen WI/K/7 Informatieverwerking, statistiek WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan informatie verzamelen, De kandidaat kan problemen in alledaagse weergeven en analyseren met behulp van situaties vertalen naar wiskundige problemen, grafische voorstellingen, en daarbij en daarbij: statistische representatievormen (...) de hierboven genoemde hanteren vaardigheden geïntegreerd op basis van verwerkte informatie conclusies trekken die relevant zijn verwachtingen uitspreken en voor de bewuste probleemsituatie conclusies trekken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Onderdeel van schoolexamen voorstellingen en beschrijvingen Veel voorkomende diagrammen en grafieken maximum Snijpunt (twee rechte lijnen, snijpunten met de assen) Negatieve en andere dan gehele coördinaten in een assenstelsel een gegeven interval zijn 4.3 Bij twee grafieken die elkaar snijden de coördinaten van dat snijpunt aflezen, benaderen of berekenen en het snijpunt interpreteren Voorkennis voor 4.3 Een grafiek tekenen van het verband tussen variabelen in een gegeven situatie Op een kritische manier lezen en interpreteren van diverse soorten diagrammen en grafieken Eventuele misleidende informatie herkennen, bijvoorbeeld door indeling assen, vorm van de grafiek, etc. 3.8 Situaties waarin wiskundige presentaties (...) voorkomen kritisch beschouwen (...) 3.8 Situaties waarin wiskundige presentaties (...) voorkomen kritisch beschouwen (...) Informatie analyseren Informatie analyseren Betekenis van variabelen in een (woord)formule 4.4 In een gegeven situatie vaststellen welke variabelen met elkaar in verband staan 77

WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes communiceren door middel van adequaat adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.1 relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.6 op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch WI/K/4 Algebraïsche verbanden De kandidaat kan problemen oplossen waarin verbanden een rol spelen, en daarbij: tabellen, grafieken en (woord)formules hanteren bij verschillende typen verbanden geschikte wiskundige modellen 4.1 De volgende verbanden kennen, herkennen en :... 4.2 Tabellen maken, aflezen, vergelijken en interpreteren 4.3 Grafieken tekenen, aflezen, interpreteren en vergelijken 4.4 Werken met (woord)formules 4.5 Rekenen met (woord)formules 4.6 In een gegeven situatie de voorstellingsvorm tabel, grafiek, (woord)formule of verwoording met elkaar in verband brengen WI/K/7 Informatieverwerking, statistiek WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan informatie verzamelen, De kandidaat kan problemen in alledaagse weergeven en analyseren met behulp van situaties vertalen naar wiskundige problemen, grafische voorstellingen, en daarbij en daarbij: statistische representatievormen (...) de hierboven genoemde hanteren vaardigheden geïntegreerd op basis van verwerkte informatie conclusies trekken die relevant zijn verwachtingen uitspreken en voor de bewuste probleemsituatie conclusies trekken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Onderdeel van schoolexamen A Notatie, taal en Analyseren en interpreteren van informatie uit tabellen, grafische voorstellingen en beschrijvingen Veel voorkomende diagrammen en grafieken Eenvoudige globale grafieken en diagrammen (beschrijving van een situatie) lezen en interpreteren Voorkennis voor 3.8 Situaties waarin wiskundige presentaties (...) voorkomen kritisch beschouwen (...) Voorkennis voor alle eindtermen van 4.3 Statistische representatievormen hanteren en conclusies trekken Eenvoudige legenda Statistische representatievormen hanteren A Notatie, taal en Analyseren en interpreteren van informatie uit tabellen, grafische voorstellingen en beschrijvingen Veel voorkomende diagrammen en 78

WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes communiceren door middel van adequaat adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.1 relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.6 op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch WI/K/4 Algebraïsche verbanden De kandidaat kan problemen oplossen waarin verbanden een rol spelen, en daarbij: tabellen, grafieken en (woord)formules hanteren bij verschillende typen verbanden geschikte wiskundige modellen 4.1 De volgende verbanden kennen, herkennen en :... 4.2 Tabellen maken, aflezen, vergelijken en interpreteren 4.3 Grafieken tekenen, aflezen, interpreteren en vergelijken 4.4 Werken met (woord)formules 4.5 Rekenen met (woord)formules 4.6 In een gegeven situatie de voorstellingsvorm tabel, grafiek, (woord)formule of verwoording met elkaar in verband brengen WI/K/7 Informatieverwerking, statistiek WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan informatie verzamelen, De kandidaat kan problemen in alledaagse weergeven en analyseren met behulp van situaties vertalen naar wiskundige problemen, grafische voorstellingen, en daarbij en daarbij: statistische representatievormen (...) de hierboven genoemde hanteren vaardigheden geïntegreerd op basis van verwerkte informatie conclusies trekken die relevant zijn verwachtingen uitspreken en voor de bewuste probleemsituatie conclusies trekken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Onderdeel van schoolexamen grafieken A Notatie, taal en Analyseren en interpreteren van informatie uit tabellen, grafische voorstellingen en beschrijvingen Veel voorkomende diagrammen en grafieken Uit beschrijving in woorden eenvoudig patroon herkennen Problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen A Notatie, taal en Analyseren en interpreteren van informatie uit tabellen, grafische 79

WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes communiceren door middel van adequaat adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.1 relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.6 op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch WI/K/4 Algebraïsche verbanden De kandidaat kan problemen oplossen waarin verbanden een rol spelen, en daarbij: tabellen, grafieken en (woord)formules hanteren bij verschillende typen verbanden geschikte wiskundige modellen 4.1 De volgende verbanden kennen, herkennen en :... 4.2 Tabellen maken, aflezen, vergelijken en interpreteren 4.3 Grafieken tekenen, aflezen, interpreteren en vergelijken 4.4 Werken met (woord)formules 4.5 Rekenen met (woord)formules 4.6 In een gegeven situatie de voorstellingsvorm tabel, grafiek, (woord)formule of verwoording met elkaar in verband brengen WI/K/7 Informatieverwerking, statistiek WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan informatie verzamelen, De kandidaat kan problemen in alledaagse weergeven en analyseren met behulp van situaties vertalen naar wiskundige problemen, grafische voorstellingen, en daarbij en daarbij: statistische representatievormen (...) de hierboven genoemde hanteren vaardigheden geïntegreerd op basis van verwerkte informatie conclusies trekken die relevant zijn verwachtingen uitspreken en voor de bewuste probleemsituatie conclusies trekken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Onderdeel van schoolexamen voorstellingen en beschrijvingen Veel voorkomende diagrammen en grafieken B Met elkaar in verband brengen Paraat hebben Verschillende voorstellingsvormen met elkaar in verband brengen Gegevens verzamelen, ordenen en weergeven Patronen beschrijven Eenvoudige tabel om informatie uit een situatiebeschrijving te ordenen 3.1 Relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie 4.2 Een tabel maken van het verband tussen variabelen in een gegeven situatie B Met elkaar in Paraat hebben 80

WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes communiceren door middel van adequaat adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.1 relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.6 op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch WI/K/4 Algebraïsche verbanden De kandidaat kan problemen oplossen waarin verbanden een rol spelen, en daarbij: tabellen, grafieken en (woord)formules hanteren bij verschillende typen verbanden geschikte wiskundige modellen 4.1 De volgende verbanden kennen, herkennen en :... 4.2 Tabellen maken, aflezen, vergelijken en interpreteren 4.3 Grafieken tekenen, aflezen, interpreteren en vergelijken 4.4 Werken met (woord)formules 4.5 Rekenen met (woord)formules 4.6 In een gegeven situatie de voorstellingsvorm tabel, grafiek, (woord)formule of verwoording met elkaar in verband brengen WI/K/7 Informatieverwerking, statistiek WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan informatie verzamelen, De kandidaat kan problemen in alledaagse weergeven en analyseren met behulp van situaties vertalen naar wiskundige problemen, grafische voorstellingen, en daarbij en daarbij: statistische representatievormen (...) de hierboven genoemde hanteren vaardigheden geïntegreerd op basis van verwerkte informatie conclusies trekken die relevant zijn verwachtingen uitspreken en voor de bewuste probleemsituatie conclusies trekken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Onderdeel van schoolexamen verband brengen Verschillende voorstellingsvormen met elkaar in verband brengen Gegevens verzamelen, ordenen en weergeven Patronen beschrijven Grafiek tekenen bij informatie of tabel Regelmatigheden in een tabel beschrijven met woorden, grafieken en eenvoudige (woord)formules: Door elk winkelwagentje dat aan de rij wordt toegevoegd, wordt die rij 40 cm langer. 3.1 Relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie 3.1 Relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie 4.1 (In een gegeven assenstelsel) een bijbehorende grafiek tekenen (...) 4.3 Een grafiek tekenen van het verband tussen variabelen in een gegeven situatie 4.2 Regelmatigheden in een tabel vaststellen en beschrijven N.B. Wijze van beschrijving wordt niet in het examenprogramma gespecificeerd B Met elkaar in verband brengen Verschillende voorstellingsvormen met elkaar in verband brengen Gegevens verzamelen, ordenen en weergeven Eenvoudige patronen (vanuit situatie) beschrijven in woorden, bijvoorbeeld: Vogels vliegen in V-vorm. Er komen er steeds 2 bij. Problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen 81

WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes communiceren door middel van adequaat adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.1 relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.6 op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch WI/K/4 Algebraïsche verbanden De kandidaat kan problemen oplossen waarin verbanden een rol spelen, en daarbij: tabellen, grafieken en (woord)formules hanteren bij verschillende typen verbanden geschikte wiskundige modellen 4.1 De volgende verbanden kennen, herkennen en :... 4.2 Tabellen maken, aflezen, vergelijken en interpreteren 4.3 Grafieken tekenen, aflezen, interpreteren en vergelijken 4.4 Werken met (woord)formules 4.5 Rekenen met (woord)formules 4.6 In een gegeven situatie de voorstellingsvorm tabel, grafiek, (woord)formule of verwoording met elkaar in verband brengen WI/K/7 Informatieverwerking, statistiek WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan informatie verzamelen, De kandidaat kan problemen in alledaagse weergeven en analyseren met behulp van situaties vertalen naar wiskundige problemen, grafische voorstellingen, en daarbij en daarbij: statistische representatievormen (...) de hierboven genoemde hanteren vaardigheden geïntegreerd op basis van verwerkte informatie conclusies trekken die relevant zijn verwachtingen uitspreken en voor de bewuste probleemsituatie conclusies trekken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Onderdeel van schoolexamen Patronen beschrijven B Met elkaar in verband brengen Verschillende voorstellingsvormen met elkaar in verband brengen Gegevens verzamelen, ordenen en weergeven Patronen beschrijven Uit het verloop, de vorm en de plaats van punten in een grafiek conclusies trekken over de bijbehorende situatie: De verkoop neemt steeds sneller toe. 4.3 Uit het verloop, de vorm en de plaats van punten van een grafiek conclusies trekken over de bijbehorende situatie B Met elkaar in verband brengen Verschillende voorstellingsvormen Informatie op veel verschillende manieren kan Omvat 3.1 Relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte Statistische representatievormen hanteren 82

WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes communiceren door middel van adequaat adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.1 relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.6 op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch WI/K/4 Algebraïsche verbanden De kandidaat kan problemen oplossen waarin verbanden een rol spelen, en daarbij: tabellen, grafieken en (woord)formules hanteren bij verschillende typen verbanden geschikte wiskundige modellen 4.1 De volgende verbanden kennen, herkennen en :... 4.2 Tabellen maken, aflezen, vergelijken en interpreteren 4.3 Grafieken tekenen, aflezen, interpreteren en vergelijken 4.4 Werken met (woord)formules 4.5 Rekenen met (woord)formules 4.6 In een gegeven situatie de voorstellingsvorm tabel, grafiek, (woord)formule of verwoording met elkaar in verband brengen WI/K/7 Informatieverwerking, statistiek WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan informatie verzamelen, De kandidaat kan problemen in alledaagse weergeven en analyseren met behulp van situaties vertalen naar wiskundige problemen, grafische voorstellingen, en daarbij en daarbij: statistische representatievormen (...) de hierboven genoemde hanteren vaardigheden geïntegreerd op basis van verwerkte informatie conclusies trekken die relevant zijn verwachtingen uitspreken en voor de bewuste probleemsituatie conclusies trekken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Onderdeel van schoolexamen met elkaar in verband brengen Gegevens verzamelen, ordenen en weergeven Patronen beschrijven worden geordend en weergegeven representatie B Met elkaar in verband brengen Verschillende voorstellingsvormen met elkaar in verband brengen Gegevens verzamelen, ordenen en weergeven Patronen beschrijven Uit de vorm van een formule conclusies trekken over het verloop van de bijbehorende grafiek (alleen lineair en exponentieel): De grafiek die hoort bij lengte stok = 5 + 0,7 x lengte persoon (Nordic Walking) is een rechte lijn. 4.1 Bij een gegeven (woord)formule vaststellen of hiermee een lineair verband tussen de variabelen beschreven is N.B. Dit kan aan de hand van de vorm van de formule, maar bijvoorbeeld ook door eerst een tabel of grafiek van het verband te maken en op basis daarvan de lineairiteit van het verband te onderzoeken 83

WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes communiceren door middel van adequaat adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.1 relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.6 op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch WI/K/4 Algebraïsche verbanden De kandidaat kan problemen oplossen waarin verbanden een rol spelen, en daarbij: tabellen, grafieken en (woord)formules hanteren bij verschillende typen verbanden geschikte wiskundige modellen 4.1 De volgende verbanden kennen, herkennen en :... 4.2 Tabellen maken, aflezen, vergelijken en interpreteren 4.3 Grafieken tekenen, aflezen, interpreteren en vergelijken 4.4 Werken met (woord)formules 4.5 Rekenen met (woord)formules 4.6 In een gegeven situatie de voorstellingsvorm tabel, grafiek, (woord)formule of verwoording met elkaar in verband brengen WI/K/7 Informatieverwerking, statistiek WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan informatie verzamelen, De kandidaat kan problemen in alledaagse weergeven en analyseren met behulp van situaties vertalen naar wiskundige problemen, grafische voorstellingen, en daarbij en daarbij: statistische representatievormen (...) de hierboven genoemde hanteren vaardigheden geïntegreerd op basis van verwerkte informatie conclusies trekken die relevant zijn verwachtingen uitspreken en voor de bewuste probleemsituatie conclusies trekken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Onderdeel van schoolexamen Paraat hebben Tabellen, diagrammen en grafieken bij het oplossen van problemen Rekenvaardigheden Eenvoudig staafdiagram maken op basis van gegevens Voorkennis voor 3.1 Relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie Informatie weergeven Paraat hebben Tabellen, diagrammen en grafieken bij het oplossen van problemen Rekenvaardigheden In een (woord)formule een variabele vervangen door een getal en de waarde van de andere variabele berekenen. 4.1 In een (woord)formule van een lineair verband een variabele vervangen door een getal en de waarde van de andere variabele berekenen 4.5 In een (woord)formule een variabele vervangen door een getal en de waarde van de andere variabele berekenen 4.6 Als bij een functioneel verband een uitgangsvariabele gegeven is, de bijbehorende ingangsvariabele (...) berekenen 84

WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes communiceren door middel van adequaat adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.1 relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.6 op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch WI/K/4 Algebraïsche verbanden De kandidaat kan problemen oplossen waarin verbanden een rol spelen, en daarbij: tabellen, grafieken en (woord)formules hanteren bij verschillende typen verbanden geschikte wiskundige modellen 4.1 De volgende verbanden kennen, herkennen en :... 4.2 Tabellen maken, aflezen, vergelijken en interpreteren 4.3 Grafieken tekenen, aflezen, interpreteren en vergelijken 4.4 Werken met (woord)formules 4.5 Rekenen met (woord)formules 4.6 In een gegeven situatie de voorstellingsvorm tabel, grafiek, (woord)formule of verwoording met elkaar in verband brengen WI/K/7 Informatieverwerking, statistiek WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan informatie verzamelen, De kandidaat kan problemen in alledaagse weergeven en analyseren met behulp van situaties vertalen naar wiskundige problemen, grafische voorstellingen, en daarbij en daarbij: statistische representatievormen (...) de hierboven genoemde hanteren vaardigheden geïntegreerd op basis van verwerkte informatie conclusies trekken die relevant zijn verwachtingen uitspreken en voor de bewuste probleemsituatie conclusies trekken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Onderdeel van schoolexamen Tabellen, diagrammen en grafieken bij het oplossen van problemen Rekenvaardigheden Kwantitatieve informatie uit tabellen en grafieken om eenvoudige berekeningen uit te voeren en conclusies te trekken, bijvoorbeeld: In welk jaar is het aantal auto s verdubbeld t.o.v. het jaar daarvoor? 3.6 Op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken 4.3 Coördinaten van punten van een grafiek aflezen, berekenen of benaderen is voorkennis voor dit rekendoel 4.2 Grootste of kleinste waarde vaststellen in een tabel is voorkennis voor dit rekendoel... op basis van verwerkte informatie conclusies trekken Tabellen, diagrammen en grafieken bij het oplossen van problemen Rekenvaardigheden Formules herkennen als vuistregel of als rekenvoorschrift en omgekeerd: Een mijl is ongeveer anderhalve kilometer; aantal mijlen 1,5 x 3.2 Wiskundige informatie identificeren, beoordelen (...) 4.4 Bij een gegeven (woord)formule vaststellen of daarmee in een gegeven situatie het verband tussen de variabelen beschreven is 4.6 Bij twee verschillende voorstellingsvormen vaststellen of zij hetzelfde verband beschrijven 4.6 Een voorstellingsvorm vervangen door een 85

WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes communiceren door middel van adequaat adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.1 relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.6 op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch WI/K/4 Algebraïsche verbanden De kandidaat kan problemen oplossen waarin verbanden een rol spelen, en daarbij: tabellen, grafieken en (woord)formules hanteren bij verschillende typen verbanden geschikte wiskundige modellen 4.1 De volgende verbanden kennen, herkennen en :... 4.2 Tabellen maken, aflezen, vergelijken en interpreteren 4.3 Grafieken tekenen, aflezen, interpreteren en vergelijken 4.4 Werken met (woord)formules 4.5 Rekenen met (woord)formules 4.6 In een gegeven situatie de voorstellingsvorm tabel, grafiek, (woord)formule of verwoording met elkaar in verband brengen WI/K/7 Informatieverwerking, statistiek WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan informatie verzamelen, De kandidaat kan problemen in alledaagse weergeven en analyseren met behulp van situaties vertalen naar wiskundige problemen, grafische voorstellingen, en daarbij en daarbij: statistische representatievormen (...) de hierboven genoemde hanteren vaardigheden geïntegreerd op basis van verwerkte informatie conclusies trekken die relevant zijn verwachtingen uitspreken en voor de bewuste probleemsituatie conclusies trekken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Onderdeel van schoolexamen aantal km andere voorstellingsvorm die hetzelfde verband beschrijft 4.6 Formuleringen bij de ene voorstellingsvorm vervangen door formuleringen bij een andere voorstellingsvorm Kwantitatieve informatie uit tabellen, diagrammen en grafieken om berekeningen uit te voeren en conclusies te trekken: vergelijkingen tussen producten maken op basis van informatie in tabellen. 3.6 Op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken 4.2 Twee verbanden met behulp van de bijbehorende tabellen vergelijken (...)... op basis van verwerkte informatie conclusies trekken Tabellen, diagrammen en grafieken bij het oplossen van problemen Rekenvaardigheden 86

WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes communiceren door middel van adequaat adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.1 relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.6 op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch WI/K/4 Algebraïsche verbanden De kandidaat kan problemen oplossen waarin verbanden een rol spelen, en daarbij: tabellen, grafieken en (woord)formules hanteren bij verschillende typen verbanden geschikte wiskundige modellen 4.1 De volgende verbanden kennen, herkennen en :... 4.2 Tabellen maken, aflezen, vergelijken en interpreteren 4.3 Grafieken tekenen, aflezen, interpreteren en vergelijken 4.4 Werken met (woord)formules 4.5 Rekenen met (woord)formules 4.6 In een gegeven situatie de voorstellingsvorm tabel, grafiek, (woord)formule of verwoording met elkaar in verband brengen WI/K/7 Informatieverwerking, statistiek WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan informatie verzamelen, De kandidaat kan problemen in alledaagse weergeven en analyseren met behulp van situaties vertalen naar wiskundige problemen, grafische voorstellingen, en daarbij en daarbij: statistische representatievormen (...) de hierboven genoemde hanteren vaardigheden geïntegreerd op basis van verwerkte informatie conclusies trekken die relevant zijn verwachtingen uitspreken en voor de bewuste probleemsituatie conclusies trekken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Onderdeel van schoolexamen Tabellen, diagrammen en grafieken bij het oplossen van problemen Rekenvaardigheden Overzicht van (evenredige) groei Kan aan bod komen onder 4.1, want daar is sprake van zowel lineaire, exponentiële als periodieke verbanden 87

Referentieniveau 2F (inclusief 1F): vergelijking met examenprogramma vmbo GT Bron: Syllabus centraal examen Wiskunde vmbo-bb, KB en GT, september 2008 Examenprogramma Wiskunde vmbo-bb, KB en GL/TL, versie 2007 Subdomein Getallen WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om een probleem op te lossen 3.4 bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.5 efficiënt rekenen en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden op een verstandige manier de rekenmachine. 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.2 Rekenmachine 5.3 Meten en schatten 5.4 Basistechnieken WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen en daarbij: de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd. conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste probleemsituatie. Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen 1-fundament A Notatie, taal en Uitspraak, schrijfwijze en van getallen, symbolen en relaties Wiskundetaal Paraat hebben 5 is gelijk aan (evenveel als) 2 en 3 De relaties groter/kleiner dan 0,45 is vijfenveertig honderdsten Breuknotatie met horizontale streep, 3 4 Teller, noemer, breukstreep 3.7 Adequate (wiskunde)taal Voorkennis voor 5.4 Negatieve getallen ordenen (...) 3.7 Adequate (wiskunde)taal Voorkennis voor 5.4 In volle situaties gelijknamige breuken optellen, aftrekken, eenvoudige breuken vermenigvuldigen en delen; Voorkennis voor 5.4 In volle situaties eenvoudige en samengestelde breuken vermenigvuldigen met een geheel getal 3.7 Adequate (wiskunde)taal A Notatie, taal en Paraat hebben 88

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar kritisch beoordelen, en daarbij: wiskundige problemen en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd op een verstandige manier de rekenmachine.. conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties probleemsituatie. 5.2 Rekenmachine 5.3 Meten en schatten 5.4 Basistechnieken 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om een probleem op te lossen 3.4 bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.5 efficiënt rekenen en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Uitspraak, schrijfwijze en van getallen, symbolen en relaties Wiskundetaal Schrijfwijze negatieve getallen: -3 C, -150 m Symbolen zoals < en > Gebruik van wortelteken, machten 3.7 Adequate (wiskunde)taal Voorkennis voor 5.4 Negatieve getallen ordenen, optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen 3.7 Adequate (wiskunde)taal 3.7 Adequate (wiskunde)taal Voorkennis voor 5.2 Met een rekenmachine (...) machten en wortels berekenen of benaderen als eindige getallen A Notatie, taal en Uitspraak, schrijfwijze en van getallen, symbolen en relaties Wiskundetaal Uitspraak en schrijfwijze van gehele getallen, breuken, decimale getallen Getalbenamingen zoals driekwart, anderhalf, miljoen 3.7 Adequate (wiskunde)taal 3.7 Adequate (wiskunde)taal 5.1 Bij het rekenen en vermelden van resultaten gebruik maken van gangbare begrippen en voorvoegsels zoals miljoen, miljard, (...) Voorkennis voor 5.4 In volle situaties gelijknamige breuken optellen en aftrekken; eenvoudige breuken vermenigvuldigen en delen Voorkennis voor 5.4 In volle situaties eenvoudige en samengestelde breuken vermenigvuldigen met een geheel getal 89

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar kritisch beoordelen, en daarbij: wiskundige problemen en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd op een verstandige manier de rekenmachine.. conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties probleemsituatie. 5.2 Rekenmachine 5.3 Meten en schatten 5.4 Basistechnieken 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om een probleem op te lossen 3.4 bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.5 efficiënt rekenen en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen A Notatie, taal en Uitspraak, schrijfwijze en van getallen, symbolen en relaties Wiskundetaal Getalnotaties met miljoen, miljard: er zijn 60 miljard euromunten geslagen 3.7 Adequate (wiskunde)taal 5.1 Bij het rekenen en vermelden van resultaten gebruik maken van gangbare begrippen en voorvoegsels zoals miljoen, miljard, (...) A Notatie, taal en Uitspraak, schrijfwijze en van getallen, symbolen en relaties Wiskunde-taal Orde van grootte van getallen beredeneren Voorkennis voor 5.3 Uitspraken doen over de orde van grootte (...) (van wat? VS) A Notatie, taal en 90

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om een probleem op te lossen 3.4 bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.5 efficiënt rekenen en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden op een verstandige manier de rekenmachine. 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.2 Rekenmachine 5.3 Meten en schatten 5.4 Basistechnieken WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen en daarbij: de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd. conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste probleemsituatie. Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Uitspraak, schrijfwijze en van getallen, symbolen en relaties Wiskundetaal Getallen relateren aan situaties; Ik loop ongeveer 4 km/u, Nederland heeft ongeveer 16 miljoen inwoners 3576 AP is een postcode Hectometerpaaltje 78,1 0,543 op bonnetje is gewicht 300 Mb vrij geheugen nodig 5.1 Bij het oplossen van problemen enkelvoudige (...) grootheden herkennen en Voorkennis voor 5.3 Gangbare maten en referentiematen hanteren B Met elkaar in verband brengen Paraat hebben Getallen en getalrelaties Structuur en samenhang Tienstructuur Getallenrij Voorkennis voor 5.4 Negatieve getallen ordenen (...) Getallenlijn met gehele getallen en eenvoudige decimale getallen Voorkennis voor 5.4 Negatieve getallen ordenen (...) B Met elkaar in Paraat hebben 91

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om een probleem op te lossen 3.4 bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.5 efficiënt rekenen en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden op een verstandige manier de rekenmachine. 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.2 Rekenmachine 5.3 Meten en schatten 5.4 Basistechnieken WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen en daarbij: de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd. conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste probleemsituatie. Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen verband brengen Getallen en getalrelaties Structuur en samenhang Negatieve getallen plaatsen in getalsysteem Voorkennis voor 5.4 Negatieve getallen ordenen (...) B Met elkaar in verband brengen Getallen en getalrelaties Structuur en samenhang Vertalen van eenvoudige situatie naar berekening Afronden van gehele getallen op ronde getallen 3.2 Wiskundige informatie (...) om een probleem op te lossen. Voorkennis voor 5.1 Het resultaat van een berekening afronden in overeenstemming met de gegeven situatie De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen Globaal beredeneren van uitkomsten 5.3 Vooraf uitkomsten schatten van berekeningen en meetresultaten Splitsen en samenstellen van getallen op basis van het tientallig stelsel B Met elkaar in verband brengen 92

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om een probleem op te lossen 3.4 bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.5 efficiënt rekenen en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden op een verstandige manier de rekenmachine. 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.2 Rekenmachine 5.3 Meten en schatten 5.4 Basistechnieken WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen en daarbij: de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd. conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste probleemsituatie. Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Getallen en getalrelaties Structuur en samenhang Getallen met elkaar vergelijken, bijvoorbeeld met een getallenlijn: historische tijdlijn, 400 v. Chr-2000 na Chr. 5.4 Negatieve getallen ordenen (...) Situaties vertalen naar een bewerking: 350 blikjes nodig, ze zijn verpakt per 6 3.2 Wiskundige informatie (...) om een probleem op te lossen. De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen Afronden op mooie getallen: 4862 m 3 gas is ongeveer 5000 m 3 Voorkennis voor 5.1 Het resultaat van een berekening afronden in overeenstemming met de gegeven situatie B Met elkaar in verband brengen Getallen en getalrelaties Structuur en samenhang Structuur van het tientallig stelsel B Met elkaar in verband brengen Getallen en Binnen een situatie het resultaat van een 3.5 (...) en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 93

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om een probleem op te lossen 3.4 bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.5 efficiënt rekenen en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden op een verstandige manier de rekenmachine. 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.2 Rekenmachine 5.3 Meten en schatten 5.4 Basistechnieken WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen en daarbij: de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd. conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste probleemsituatie. Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen getalrelaties Structuur en samenhang berekening op juistheid controleren: Totaal betaald aan huur per jaar 43,683 klopt dat wel? Memoriseren, automatiseren Hoofdrekenen (noteren van tussenresultate n toegestaan) Hoofdbewerkin gen (+, -,, :) op papier uitvoeren met gehele getallen en decimale getallen Bewerkingen met breuken (+, -,, :) op papier uitvoeren Berekeningen uitvoeren om problemen op Paraat hebben Uit het hoofd splitsen, optellen en aftrekken onder 100, ook met eenvoudige decimale getallen: 12 = 7 + 5 67 3 0 1 0,25 0,8 + 0,7 Producten uit de tafels van vermenigvuldiging (tot en met 10) uit het hoofd kennen: 3 5 7 9 Delingen uit de tafels (tot en met 10) uitrekenen: 45 : 5 32 : 8 Voorkennis voor 5.4 In volle situaties gelijknamige breuken optellen en aftrekken; eenvoudige breuken vermenigvuldigen en delen Voorkennis voor 5.4 In volle situaties eenvoudige en samengestelde breuken vermenigvuldigen met een geheel getal Voorkennis voor 5.4 In volle situaties gelijknamige breuken optellen en aftrekken; eenvoudige breuken vermenigvuldigen en delen Voorkennis voor 5.4 In volle situaties eenvoudige en samengestelde breuken vermenigvuldigen met een geheel getal 94

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om een probleem op te lossen 3.4 bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.5 efficiënt rekenen en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden op een verstandige manier de rekenmachine. 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.2 Rekenmachine 5.3 Meten en schatten 5.4 Basistechnieken WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen en daarbij: de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd. conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste probleemsituatie. Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen te lossen Rekenmachine op een verstandige manier inzetten Uit het hoofd optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen met "nullen", ook met eenvoudige decimale getallen: 30 + 50 1200 800 65 10 3600 : 100 1000 2,5 0,25 100 Efficiënt rekenen (+, -,, :) gebruik makend van de eigenschappen van getallen en bewerkingen, met eenvoudige getallen Optellen en aftrekken (waaronder ook verschil bepalen) met gehele getallen en eenvoudige decimale getallen: 235 + 349 1268 385 2,50 + 1,25 Vermenigvuldigen van een getal met één cijfer met een getal met twee of drie cijfers: 3.5 Efficiënt rekenen (...) Voorkennis voor 5.4 In volle situaties gelijknamige breuken optellen en aftrekken; eenvoudige breuken vermenigvuldigen en delen Voorkennis voor 5.4 In volle situaties eenvoudige en samengestelde breuken vermenigvuldigen met een geheel getal 5.2 Met een rekenmachine optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen 5.2 Met een rekenmachine optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen 95

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om een probleem op te lossen 3.4 bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.5 efficiënt rekenen en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden op een verstandige manier de rekenmachine. 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.2 Rekenmachine 5.3 Meten en schatten 5.4 Basistechnieken WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen en daarbij: de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd. conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste probleemsituatie. Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen 7 165 = 5 uur werken voor 5,75 per uur Vermenigvuldigen van een getal van twee cijfers met een getal van twee cijfers: 35 67 = Getallen met maximaal drie cijfers delen door een getal met maximaal 2 cijfers, al dan niet met een rest: 132 : 16 = 5.2 Met een rekenmachine optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen 5.2 Met een rekenmachine optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen Vergelijken en ordenen van de grootte van eenvoudige breuken en deze in volle situaties op de getallenlijn plaatsen: 1 4 liter is minder dan 1 2 liter Omzetten van eenvoudige breuken in decimale getallen: 1 2 = 0,5; 0,01 = 1 100 Optellen en aftrekken van veel voorkomende 5.2 Met een rekenmachine breuken (...) berekenen of benaderen als eindige decimale getallen 5.4 In volle situaties gelijknamige breuken optellen en aftrekken; (...) 96

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om een probleem op te lossen 3.4 bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.5 efficiënt rekenen en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden op een verstandige manier de rekenmachine. 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.2 Rekenmachine 5.3 Meten en schatten 5.4 Basistechnieken WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen en daarbij: de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd. conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste probleemsituatie. Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen gelijknamige en ongelijknamige breuken binnen een volle situatie: 1 8 + 1 8 ; 1 2 + 3 4 In een volle situatie een breuk vermenigvuldigen met een geheel getal (deel van nemen): 1 3 deel 5.4 In volle situaties eenvoudige en samengestelde breuken vermenigvuldigen met een geheel getal van 150 euro Berekeningen uitvoeren met gehele getallen, breuken en decimale getallen Paraat hebben Negatieve getallen in berekeningen : 3 5 = 3 + -5 = -5 + 3 5.4 Negatieve getallen (...), optellen en aftrekken (...) Haakjes 5.4 Hoofdbewerkingen in de afgesproken volgorde is voorkennis voor dit rekendoel Met een rekenmachine breuken, procenten, machten en wortels berekenen of benaderen als eindige decimale getallen 5.2 Met een rekenmachine breuken, procenten, machten en wortels berekenen of benaderen als eindige decimale getallen 97

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om een probleem op te lossen 3.4 bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.5 efficiënt rekenen en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden op een verstandige manier de rekenmachine. 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.2 Rekenmachine 5.3 Meten en schatten 5.4 Basistechnieken WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen en daarbij: de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd. conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste probleemsituatie. Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Memoriseren, automatiseren Hoofdrekenen (notaties toegestaan) Hoofdbewerkin gen (+, -,, :) op papier uitvoeren met gehele getallen en decimale getallen Bewerking met breuken (+, -,, :) op papier uitvoeren Berekeningen uitvoeren om problemen op te lossen Globaal (benaderend) rekenen (schatten) als de context zich daartoe leent of als controle voor rekenen met de rekenmachine: Is tien euro genoeg? 2, 95 + 3,98 + 4,10 1589 203 is ongeveer 1600 200 In contexten de rest (bij delen met rest) interpreteren of verwerken Verstandige keuze maken tussen zelf uitrekenen of rekenmachine (zowel kaal als in eenvoudige dagelijkse contexten zoals geld- en meetsituaties) Voorkennis voor 5.3 Vooraf uitkomsten schatten van berekeningen en meetresultaten Voorkennis voor 5.1 Het resultaat van een berekening afronden in overeenstemming met de gegeven situatie Kritisch beoordelen van een uitkomst 3.5 (...) cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 98

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om een probleem op te lossen 3.4 bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.5 efficiënt rekenen en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden op een verstandige manier de rekenmachine. 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.2 Rekenmachine 5.3 Meten en schatten 5.4 Basistechnieken WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen en daarbij: de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd. conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste probleemsituatie. Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Berekeningen uitvoeren met gehele getallen, breuken en decimale getallen Van een uitkomst (een berekening vooraf kunnen schatten) Resultaat van een berekening afronden in overeenstemming met de gegeven situatie 5.3 Vooraf uitkomsten kunnen schatten van berekeningen (...) 5.1 Het resultaat van een berekening afronden in overeenstemming met de gegeven situatie Memoriseren, automatiseren Hoofdrekenen (noteren van tussenresultate n toegestaan) Hoofdbewerkin gen (+, -,, :) op papier uitvoeren met gehele getallen en decimale getallen Interpreteren van een uitkomst met rest bij gebruik van een rekenmachine 99

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om een probleem op te lossen 3.4 bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.5 efficiënt rekenen en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden op een verstandige manier de rekenmachine. 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.2 Rekenmachine 5.3 Meten en schatten 5.4 Basistechnieken WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen en daarbij: de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd. conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste probleemsituatie. Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Bewerkingen met breuken (+, -,, :) op papier uitvoeren Berekeningen uitvoeren om problemen op te lossen Rekenmachine op een verstandige manier inzetten Berekeningen uitvoeren met gehele getallen, breuken en decimale getallen Bij berekeningen een passend rekenmodel of de rekenmachine kiezen Berekeningen en redeneringen verifiëren 3.4 Bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.8 Situaties waarin wiskundige (...) redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch beschouwen en beoordelen 100

Subdomein Verhoudingen WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.3 zich bedienen van Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.7 Adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden op een verstandige manier de rekenmachine. 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.2 Een rekenmachine 5.4 Basistechnieken De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken en interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte en daarbij: redeneren over meetkundige figuren en deze tekenen afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten en apparaten hanteren 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen A Notatie, taal en Paraat hebben Uitspraak, schrijfwijze en van getallen, symbolen en relaties Wiskundetaal Een vijfde deel van alle Nederlanders korter schrijven als 1 deel van... 5 3,5 is 3 en 5 10 3.7 Adequate (wiskunde)taal als Voorkennis voor 5.4 Een verhouding omzetten in een breuk, (...) Voorkennis voor 5.4 Een verhouding omzetten in een breuk, (...) 1 op de 4 is 25% of een kwart van 3.7 Adequate (wiskunde)taal als Voorkennis voor 5.4 Een verhouding omzetten in een breuk, (...) Geheel is 100% A Notatie, taal en Paraat hebben Uitspraak, schrijfwijze en van getallen, symbolen en relaties Wiskundetaal Een 'kwart van 260 leerlingen' kan worden geschreven als 1 260 of als 260 4 4 Formele schrijfwijze 1 : 100 bij schaal herkennen 3.7 Adequate (wiskunde)taal als 5.4 Een verhouding omzetten in een breuk, decimaal getal of (...) Voorkennis voor 6.1 Ruimtelijke voorstellingen, al dan niet op schaal, weergeven, al dan niet met concreet materiaal 1 op de 5 Nederlanders is hetzelfde als 'een vijfde deel van alle Nederlanders' 3.7 Adequate (wiskunde)taal als 101

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.3 zich bedienen van Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.7 Adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: en interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte schatten en rekenen met gangbare maten en en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze op een verstandige manier de rekenmachine tekenen. afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties en apparaten hanteren 5.2 Een rekenmachine 5.4 Basistechnieken 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen A Notatie, taal en Uitspraak, schrijfwijze en van getallen, symbolen en relaties Wiskundetaal Notatie van breuken (horizontale breukstreep), decimale getallen (kommagetal) en procenten (%) herkennen Taal van verhoudingen (per, op, van de) 3.7 Adequate (wiskunde)taal als 3.7 Adequate (wiskunde)taal als Verhoudingen herkennen in verschillende dagelijkse situaties (recepten, snelheid, vergroten/verkleinen, schaal enz.) 3.2 Wiskundige informatie identificeren (...) A Notatie, taal en Uitspraak, schrijfwijze en van getallen, symbolen en relaties Wiskundetaal Notatie van breuken, decimale getallen en procenten herkennen en 3.2 Wiskundige informatie identificeren (...) en om problemen op te lossen 3.7 Adequate (wiskunde)taal als Voorkennis voor 5.4 Een verhouding omzetten in een breuk, decimaal getal of percentage A Notatie, taal en 102

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.3 zich bedienen van Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.7 Adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: en interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte schatten en rekenen met gangbare maten en en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze op een verstandige manier de rekenmachine tekenen. afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties en apparaten hanteren 5.2 Een rekenmachine 5.4 Basistechnieken 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Uitspraak, schrijfwijze en van getallen, symbolen en relaties Wiskundetaal A Notatie, taal en Uitspraak, schrijfwijze en van getallen, symbolen en relaties Wiskundetaal B Met elkaar in verband brengen Verhouding, procent, breuk, decimaal getal, deling, deel van met elkaar in verband brengen Paraat hebben Eenvoudige relaties herkennen, bijvoorbeeld dat 50% nemen hetzelfde is als de helft nemen of hetzelfde als delen door 2 Voorkennis voor 5.4 Een verhouding omzetten in een breuk, decimaal getal of percentage 103

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.3 zich bedienen van Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.7 Adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: en interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte schatten en rekenen met gangbare maten en en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze op een verstandige manier de rekenmachine tekenen. afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties en apparaten hanteren 5.2 Een rekenmachine 5.4 Basistechnieken 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen B Met elkaar in verband brengen Verhouding, procent, breuk, decimaal getal, deling, deel van met elkaar in verband brengen Paraat hebben Eenvoudige stambreuken,, ), decimale getallen ( ( 1 1 1 2 4 10 0,50, 0,25, 0,10), percentages (50%, 25%, 10%) en verhoudingen (1 op de 2, 1 op de 4, 1 op de 10) in elkaar omzetten Omvat 5.4 Een verhouding omzetten in een breuk, decimaal getal of percentage B Met elkaar in verband brengen Verhouding, procent, breuk, decimaal getal, deling, deel van met elkaar in verband brengen Beschrijven van een deel van een geheel met een breuk Breuken met noemer 2, 4, 10 omzetten in bijbehorende percentages Eenvoudige verhoudingen in procenten omzetten, bijv. 40 op de 400 Voorkennis voor 5.4 Een verhouding omzetten in een breuk (...) Voorkennis voor 5.4 Een verhouding omzetten in (...) een percentage Voorkennis voor 5.4 Een verhouding omzetten in (...) een percentage B Met elkaar in verband brengen Verhouding, procent, breuk, decimaal getal, deling, deel van met elkaar in verband Met een rekenmachine breuken en procenten berekenen of benaderen als eindige decimale getallen 5.2 Met een rekenmachine breuken, procenten (...) berekenen of benaderen als eindige decimale getallen 104

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.3 zich bedienen van Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.7 Adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: en interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte schatten en rekenen met gangbare maten en en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze op een verstandige manier de rekenmachine tekenen. afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties en apparaten hanteren 5.2 Een rekenmachine 5.4 Basistechnieken 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen brengen B Met elkaar in verband brengen Verhouding, procent, breuk, decimaal getal, deling, deel van met elkaar in verband brengen B Met elkaar in verband brengen Verhouding, procent, breuk, decimaal getal, deling, deel van met elkaar in verband brengen In de context van verhoudingen berekeningen uitvoeren, ook met procenten en verhoudingen Paraat hebben Rekenen met eenvoudige percentages (10%, 50%,...) Voorkennis voor 5.4 Bij berekeningen een verhoudingstabel 105

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.3 zich bedienen van Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.7 Adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: en interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte schatten en rekenen met gangbare maten en en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze op een verstandige manier de rekenmachine tekenen. afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties en apparaten hanteren 5.2 Een rekenmachine 5.4 Basistechnieken 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen In de context van verhoudingen berekeningen uitvoeren, ook met procenten en verhoudingen Paraat hebben Rekenen met samengestelde grootheden (km/u, m/s en dergelijke): Een auto rijdt 50 km/u. Welke afstand wordt in 2 seconden afgelegd? Bepalen op welke (eenvoudige) schaal iets getekend is, als enkele maten gegeven zijn Uitvoeren procentberekeningen: inkoopprijs 75,-. Wat is de prijs inclusief btw? Verhoudingen met elkaar vergelijken en daartoe een passend rekenmodel kiezen, bijvoorbeeld verhoudingstabel: welk sap bevat naar verhouding meer vitamine C? 5.1 Bij het oplossen van problemen (...) eenvoudig samengestelde grootheden herkennen en, in elk geval grootheden die te maken hebben met (...) snelheid 5.4 Bij berekeningen een verhoudingstabel N.B. Het gebruik van een verhoudingstabel is een (didactisch) hulpmiddel voor het oplossen van verhoudings- en procentproblemen 5.4 Verhoudingen vergelijken 6.1 Ruimtelijk voorstellingen, al dan niet op schaal, weergeven al dan niet met concreet materiaal is voorkennis voor dit rekendoel 6.2 Lengten in vlakke en ruimtelijke figuren berekenen met behulp van schaal is voorkennis voor dit rekendoel In de context van verhoudingen Eenvoudige 5.4 Bij berekeningen een verhoudingstabel 106

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.3 zich bedienen van Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.7 Adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: en interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte schatten en rekenen met gangbare maten en en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze op een verstandige manier de rekenmachine tekenen. afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties en apparaten hanteren 5.2 Een rekenmachine 5.4 Basistechnieken 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen berekeningen uitvoeren, ook met procenten en verhoudingen verhoudingsproblemen (met mooie getallen) oplossen Problemen oplossen waarin de relatie niet direct te leggen is: 6 pakken voor 18 euro, voor 5 pakken betaal je dan... N.B. Het gebruik van een verhoudingstabel is een (didactisch) hulpmiddel voor het oplossen van verhoudings- en procentproblemen 5.4 Bij berekeningen een verhoudingstabel N.B. Het gebruik van een verhoudingstabel is een (didactisch) hulpmiddel voor het oplossen van verhoudings- en procentproblemen In de context van verhoudingen berekeningen uitvoeren, ook met procenten en verhoudingen Vergroting als toepassing van verhoudingen: Een foto wordt met een kopieermachine 50% vergroot. Hoe veranderen lengte en breedte van de foto? 6.3 Bij (...) berekenen van (...) afstanden (...) gebruik maken van meetkundige begrippen en eigenschappen, in het bijzonder: (...) gelijke verhoudingen, waaronder het rekenen met vergrotingen en verkleiningen; alleen in het platte vlak (...) In de context van verhoudingen berekeningen uitvoeren, ook met procenten en verhoudingen Eenvoudige verhoudingen met elkaar vergelijken: 1 op de 3 kinderen gaat deze vakantie naar het buitenland. Is dat meer of minder dan de helft? Voorkennis voor 5.4 Verhoudingen vergelijken 107

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.3 zich bedienen van Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.7 Adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: en interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte schatten en rekenen met gangbare maten en en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze op een verstandige manier de rekenmachine tekenen. afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties en apparaten hanteren 5.2 Een rekenmachine 5.4 Basistechnieken 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen In de context van verhoudingen berekeningen uitvoeren, ook met procenten en verhoudingen Waarom mag je soms percentages bij elkaar optellen bij berekeningen? 3.3 Zich bedienen van Adequate (...) redeneerstrategieën 108

Subdomein Meten en Meetkunde WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.7 adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden op een verstandige manier de rekenmachine. 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.3 Meten en schatten De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken en interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte en daarbij: redeneren over meetkundige figuren en deze tekenen afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten en apparaten hanteren 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen A Notatie, taal en Maten voor lengte, oppervlakte, inhoud en gewicht, temperatuur Tijd en geld Meetinstrumenten Schrijfwijze en van meetkundige symbolen en relaties Paraat hebben Uitspraak en notatie van (euro)bedragen tijd (analoog en digitaal) kalender, datum (23-11- 2007) lengte- oppervlakte en inhoudsmaten gewicht temperatuur 3.7 Adequate (wiskunde)taal als Voorkennis voor 5.1 Rekenen met gangbare maten voor lengte, oppervlakte, inhoud, gewicht, tijd, temperatuur, geld (...) Voorkennis voor 5.3 Gangbare maten en referentiematen hanteren Omtrek, oppervlakte en inhoud Voorkennis voor 6.2 Schattingen en metingen doen van (...) lengten en oppervlakten van objecten in de ruimte Voorkennis voor 6.2 Oppervlakte en omtrek berekenen van... (volgen enkele specifieke figuren) Voorkennis voor 6.2 Inhoud (...) berekenen Namen van enkele vlakke en ruimtelijke figuren, zoals rechthoek, vierkant, cirkel, kubus, bol Veelgebruikte meetkundige begrippen zoals (rond, recht, vierkant, midden, horizontaal etc.) 3.7 Adequate (wiskunde)taal als 3.7 Adequate (wiskunde)taal als Voorkennis voor 6.1 Situaties beschrijven (...) door middel van figuren, waaronder (...) vierkant, rechthoek, (...) cirkel, kubus, (...) en bol Voorkennis voor 6.1 Situaties beschrijven met behulp van richting of hoek (...) A Notatie, taal en Paraat hebben 109

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.7 adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: en interpreteren van objecten en hun plaats in de schatten en rekenen met gangbare maten en ruimte en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze op een verstandige manier de rekenmachine tekenen. afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties en apparaten hanteren 5.3 Meten en schatten 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Maten voor lengte, oppervlakte, inhoud en gewicht, temperatuur Tijd en geld Meetinstrumenten Schrijfwijze en van meetkundige symbolen en relaties 1 ton is 1000 kg; 1 ton is 100 000 Voorvoegsels van maten megabyte, gigabyte Symbool voor rechte hoek, evenwijdig, loodrecht, haaks bouwtekening lezen, tuininrichting Namen van vlakke figuren: vierkant, ruit, parallellogram, rechthoek, cirkel 3.7 Adequate (wiskunde)taal als 5.1 Bij het rekenen en vermelden van resultaten gebruik maken van gangbare begrippen en voorvoegsels zoals (...) N.B. Giga- en mega- ontbreken in de lijst van voorvoegsels 6.1 Vlakke tekeningen van ruimtelijke situaties interpreteren (...) zoals (...), plattegronden, (...), bouwtekeningen (...) Voorkennis voor 6.1 Situaties beschrijven (...) door middel van figuren, waaronder parallellogram, vierkant, rechthoek, ruit, cirkel Namen van ruimtelijke figuren: cilinder, piramide, bol; een schoorsteen heeft ongeveer de vorm van een cilinder 3.7 Adequate (wiskunde)taal als 6.1 Situaties beschrijven (...) door middel van figuren, waaronder kubus, (...), piramide, cilinder (...) en bol 6.1 Uit de hierboven genoemde (...) beschrijvingen conclusies trekken over de bijbehorende objecten (...) A Notatie, taal en Maten voor lengte, oppervlakte, inhoud en gewicht, temperatuur Tijd en geld Meetinstrumenten Schrijfwijze en van meetkundige symbolen en relaties Meetinstrumenten aflezen en uitkomst noteren; liniaal, maatbeker, weegschaal, thermometer etc. Verschillende tijdseenheden (uur, minuut, seconde; eeuw, jaar, maand) Aantal standaard referentiematen ( een grote stap is ongeveer 5.3 Schalen aflezen 6.3 Gebruik maken van instrumenten en apparaten, in het bijzonder: liniaal, (...) Voorkennis voor 5.1 Rekenen met gangbare maten voor (...) tijd 5.3 Gangbare maten en referentiematen hanteren 110

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.7 adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: en interpreteren van objecten en hun plaats in de schatten en rekenen met gangbare maten en ruimte en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze op een verstandige manier de rekenmachine tekenen. afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties en apparaten hanteren 5.3 Meten en schatten 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen een meter, in een standaard melkpak zit 1 liter) Eenvoudige routebeschrijving (linksaf, rechtsaf) 6.1 Situaties beschrijven met woorden Voorkennis voor 6.1 Situaties beschrijven met behulp van richting (...) A Notatie, taal en Maten voor lengte, oppervlakte, inhoud en gewicht, temperatuur Tijd en geld Meetinstrumenten Schrijfwijze en van meetkundige symbolen en relaties Allerlei schalen (ook in beroepssituaties) aflezen en interpreteren: kilometerteller, weegschaal, duimstok Situaties beschrijven met woorden, door middel van meetkundige figuren, met coördinaten, via (wind)richting, hoeken en afstanden; routebeschrijving geven, locatie in magazijn opgeven, vorm gebouw beschrijven Eenvoudige werktekeningen interpreteren; montagetekening kast, plattegrond eigen huis 5.3 Schalen aflezen 6.3 Gebruik maken van instrumenten en apparaten, in het bijzonder... (volgt een lijst van mogelijke meetinstrumenten) 6.1 Situaties beschrijven met woorden, door middel van figuren (...), met coördinaten (...) en met behulp van richting of hoek en aftstand 6.1 Vlakke tekeningen van ruimtelijke situaties interpreteren (...) zoals (...) bouwtekeningen. (...) A Notatie, taal en Maten voor lengte, oppervlakte, inhoud Eigen referentiematen ontwikkelen, ( in 1 kg appels zitten ongeveer 5 appels ) 111

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.7 adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: en interpreteren van objecten en hun plaats in de schatten en rekenen met gangbare maten en ruimte en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze op een verstandige manier de rekenmachine tekenen. afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties en apparaten hanteren 5.3 Meten en schatten 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen en gewicht, temperatuur Tijd en geld Meetinstrumenten Schrijfwijze en van meetkundige symbolen en relaties Een vierkante meter hoeft geen vierkant te zijn Betekenis van voorvoegsels zoals kubieke A Notatie, taal en Maten voor lengte, oppervlakte, inhoud en gewicht, temperatuur Tijd en geld Meetinstrumenten Schrijfwijze en van meetkundige symbolen en relaties B Met elkaar in verband brengen Meetinstrumenten Paraat hebben 1dm 3 = 1 liter = 1000 ml Voorkennis voor 5.1 Rekenen met gangbare maten voor (...) inhoud (...) 112

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.7 adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: en interpreteren van objecten en hun plaats in de schatten en rekenen met gangbare maten en ruimte en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze op een verstandige manier de rekenmachine tekenen. afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties en apparaten hanteren 5.3 Meten en schatten 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Structuur en samenhang tussen maateenheden Verschillende representaties, 2D en 3D Een 2D representatie van een 3D object zoals foto, plattegrond, landkaart (incl. legenda), patroontekening 6.1 Vlakke tekeningen van ruimtelijke situaties interpreteren (...), zoals foto's, plattegronden, patroontekeningen, landkaarten (...). (...) B Met elkaar in verband brengen Paraat hebben Meetinstrumenten Structuur en samenhang tussen maateenheden Verschillende representaties, 2D en 3D Structuur en samenhang, belangrijke maten uit het metriek stelsel Interpreteren en bewerken van 2D representaties van 3D objecten en andersom (aanzichten, uitslagen, doorsneden, kijklijnen) 5.1 Rekenen met gangbare maten voor lengte, oppervlakte, inhoud, gewicht, (...), geld 6.1 Vlakke tekeningen van ruimtelijke situaties interpreteren en bewerken,(...). Daarbij kan de kandidaat gebruik maken van kijklijnen, aanzichten, uitslagen doorsneden, (...). B Met elkaar in verband brengen Meetinstrumenten Structuur en samenhang tussen maateenheden Verschillende representaties, 2D en 3D In volle situaties samenhang tussen enkele (standaard)maten km m m dm, cm, mm l dl, cl, ml kg g, mg Tijd (maanden, weken, dagen in een jaar, uren, minuten, seconden) 5.1 Rekenen met gangbare maten voor lengte, oppervlakte, inhoud, gewicht, (...), geld 5.1 Rekenen met gangbare maten voor (...) tijd 113

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.7 adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: en interpreteren van objecten en hun plaats in de schatten en rekenen met gangbare maten en ruimte en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze op een verstandige manier de rekenmachine tekenen. afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties en apparaten hanteren 5.3 Meten en schatten 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Afmetingen bepalen met behulp van afpassen, schaal, rekenen 6.2 (...) Metingen doen van (...) lengten (...) van objecten in de ruimte 6.2 Lengten in vlakke en ruimtelijke figuren berekenen met behulp van schaal 6.3 Gebruik maken van instrumenten en apparaten, in het bijzonder liniaal, (...), passer, (...) Maten vergelijken en ordenen 5.3 Gangbare maten (...) hanteren B Met elkaar in verband brengen Meetinstrumenten Structuur en samenhang tussen maateenheden Verschillende representaties, 2D en 3D Aflezen van maten uit een (werk)tekening, plattegrond, werktekening eigen tuin Samenhang tussen omtrek, oppervlakte en inhoud (hoe verandert de inhoud van een doos als alleen de lengte gewijzigd wordt, als alle maten evenveel vergroot worden?) Tekenen van figuren en maken van (werk)tekeningen en daarbij passer, liniaal en geodriehoek 6.1 Vlakke tekeningen van ruimtelijke situaties interpreteren, zoals (...), plattegronden, (...), bouwtekeningen 6.3 Gebruik maken van instrumenten en apparaten, in het bijzonder: liniaal, gradenboog, rechthoekige driehoek, passer, (...) B Met elkaar in verband brengen Meetinstrumenten Structuur en (Lengte)maten en geld in verband brengen met decimale getallen: Voorkennis voor 5.1 Rekenen met gangbare maten voor lengte, (...), geld (...) 114

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.7 adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: en interpreteren van objecten en hun plaats in de schatten en rekenen met gangbare maten en ruimte en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze op een verstandige manier de rekenmachine tekenen. afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties en apparaten hanteren 5.3 Meten en schatten 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen samenhang tussen maateenheden Verschillende representaties, 2D en 3D 1,65 m is 1 meter en 65 centimeter 1,65 is 1 euro en 65 eurocent B Met elkaar in verband brengen Meetinstrumenten Structuur en samenhang tussen maateenheden Verschillende representaties, 2D en 3D Uit voorstellingen en beschrijvingen conclusies trekken over objecten en hun plaats in de ruimte (hoe ziet een gebouw eruit?) Samenhang tussen straal r en diameter d van een cirkel (in sommige beroepen wordt vooral met diameter (doorsnede) gewerkt) 6.1 Uit de hierboven genoemde voorstellingen en beschrijvingen conclusies trekken over de bijbehorende objecten en hun plaats in de ruimte Meten Rekenen in de meetkunde Paraat hebben Schattingen maken over afmetingen en hoeveelheden Oppervlakte benaderen via rooster Omtrek en oppervlakte berekenen van rechthoekige figuren 5.3 Vooraf schattingen doen van (...) meetresultaten 6.2 Schattingen (...) doen van (...) lengten (...) Voorkennis voor 6.2 Schattingen en metingen doen van (...) oppervlakten van objecten in de ruimte Voorkennis voor 6.2 Oppervlakte (...) berekenen van... (volgt een lijst met figuren) 6.2 Oppervlakte en omtrek berekenen van (...) rechthoek en figuren die daaruit zijn samengesteld (...) 115

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.7 adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: en interpreteren van objecten en hun plaats in de schatten en rekenen met gangbare maten en ruimte en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze op een verstandige manier de rekenmachine tekenen. afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties en apparaten hanteren 5.3 Meten en schatten 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Routes beschrijven en lezen op een kaart met behulp van een rooster Voorkennis voor 6.1 Situaties beschrijven met coördinaten; zowel in het platte vlak als (...) Meten Rekenen in de meetkunde Paraat hebben Schattingen en metingen doen van hoeken, lengten en oppervlakten van objecten in de ruimte; een etage in een flatgebouw is ongeveer 3 m hoog 6.2 Schattingen en metingen doen van hoeken, lengten, oppervlakten (...) van objecten in de ruimte Oppervlakte en omtrek van enkele 2D figuren berekenen, eventueel met gegeven formule Een rond terras voor 4 personen moet minstens diameter 3 m hebben. (Is een terras van 9 m 2 geschikt?) 3.2 Wiskundige informatie identificeren (...) en om problemen op te lossen 6.2 Oppervlakte en omtrek berekenen van driehoek, rechthoek en figuren die daaruit samengesteld zijn, zoals een parallellogram 6.2 Omtrek en oppervlakte van een cirkel berekenen met behulp van gegeven formules Inhoud berekenen 6.3 Inhoud van kubus en balk berekenen 6.3 Inhoud van prisma, kegel, piramide, bol en cilinder berekenen met behulp van gegeven formules Meten Rekenen in de meetkunde Veel voorkomende maateenheden omrekenen 5.1 Rekenen met gangbare maten voor lengte, oppervlakte, inhoud, gewicht, tijd, temperatuur, geld (...) 116

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.7 adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: en interpreteren van objecten en hun plaats in de schatten en rekenen met gangbare maten en ruimte en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze op een verstandige manier de rekenmachine tekenen. afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties en apparaten hanteren 5.3 Meten en schatten 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Liniaal en andere veelvoorkomen meetinstrumenten 6.3 Gebruik maken van instrumenten en apparaten, in het bijzonder: liniaal, (...), passer, (...) Meten Rekenen in de meetkunde Juiste maat kiezen in gegeven context. Zand koop je per 'kuub' (m 3 ). melk per liter Meten Rekenen in de meetkunde Meten Rekenen in de meetkunde Redeneren op basis van symmetrie (regelmatige patronen) randen, versieringen Eigenschappen van 2D figuren 6.3 Bij redeneren (...) gebruik maken van meetkundige begrippen en eigenschappen, in het bijzonder (...), lijnsymmetrie, draaisymmetrie (...) 6.3 Bij redeneren, tekenen en berekenen van hoeken, afstanden en patronen, gebruik maken van meetkundige (...) eigenschappen, in het bijzonder: evenwijdigheid, (...), eigenschappen van hoeken 117

Subdomein Verbanden WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes communiceren door middel van adequaat Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.1 relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.6 op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch WI/K/4 Algebraïsche verbanden De kandidaat kan problemen oplossen waarin verbanden een rol spelen, en daarbij: tabellen, grafieken en formules hanteren bij verschillende typen verbanden geschikte wiskundige modellen 4.1 De volgende verbanden kennen, herkennen en :... 4.2 Tabellen maken, aflezen, vergelijken en interpreteren 4.3 Grafieken tekenen, aflezen, interpreteren en vergelijken 4.4 Werken met formules 4.5 Rekenen met formules 4.6 In een gegeven situatie de voorstellingsvorm tabel, grafiek, formule of verwoording met elkaar in verband brengen WI/K/7 Informatieverwerking, statistiek De kandidaat kan informatie verzamelen, weergeven en analyseren met behulp van grafische voorstellingen, en daarbij statistische representatievormen (...) hanteren op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen, en daarbij: de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste probleemsituatie Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Onderdeel van het Schoolexamen A Notatie, taal en Analyseren en interpreteren van informatie uit tabellen, grafische voorstellingen en beschrijvingen Veel voorkomende diagrammen en grafieken Paraat hebben Informatie uit veel voorkomende tabellen aflezen zoals dienstregeling, lesrooster 4.2 Bij een gegeven tabel conclusies trekken over de bijbehorende situatie A Notatie, taal en Analyseren en interpreteren van informatie uit tabellen, grafische Paraat hebben Beschrijven van verloop van een grafiek met termen als stijgend, dalend, steeds herhalend, minimum, 4.3 Het verloop van een grafiek (...) beschrijven met de termen constant, stijgend of dalend of periodiek 4.3 Aflezen welke minima en maxima er op 118

WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes communiceren door middel van adequaat Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.1 relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.6 op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch WI/K/4 Algebraïsche verbanden De kandidaat kan problemen oplossen waarin verbanden een rol spelen, en daarbij: tabellen, grafieken en formules hanteren bij verschillende typen verbanden geschikte wiskundige modellen 4.1 De volgende verbanden kennen, herkennen en :... 4.2 Tabellen maken, aflezen, vergelijken en interpreteren 4.3 Grafieken tekenen, aflezen, interpreteren en vergelijken 4.4 Werken met formules 4.5 Rekenen met formules 4.6 In een gegeven situatie de voorstellingsvorm tabel, grafiek, formule of verwoording met elkaar in verband brengen WI/K/7 Informatieverwerking, statistiek WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan informatie verzamelen, De kandidaat kan problemen in alledaagse weergeven en analyseren met behulp van situaties vertalen naar wiskundige problemen, grafische voorstellingen, en daarbij en daarbij: statistische representatievormen (...) de hierboven genoemde hanteren vaardigheden geïntegreerd op basis van verwerkte informatie conclusies trekken die relevant zijn verwachtingen uitspreken en voor de bewuste probleemsituatie conclusies trekken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Onderdeel van het Schoolexamen voorstellingen en beschrijvingen Veel voorkomende diagrammen en grafieken maximum Snijpunt (twee rechte lijnen, snijpunten met de assen) Negatieve en andere dan gehele coördinaten in een assenstelsel een gegeven interval zijn 4.3 Bij twee grafieken die elkaar snijden de coördinaten van dat snijpunt aflezen, benaderen of berekenen en het snijpunt interpreteren Voorkennis voor 4.3 Een grafiek tekenen van het verband tussen variabelen in een gegeven situatie Op een kritische manier lezen en interpreteren van diverse soorten diagrammen en grafieken Eventuele misleidende informatie herkennen, bijvoorbeeld door indeling assen, vorm van de grafiek, etc. 3.8 Situaties waarin wiskundige presentaties (...) voorkomen kritisch beschouwen (...) 3.8 Situaties waarin wiskundige presentaties (...) voorkomen kritisch beschouwen (...) Informatie analyseren Informatie analyseren Betekenis van variabelen in een formule 4.4 In een gegeven situatie vaststellen welke variabelen met elkaar in verband staan 119

WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes communiceren door middel van adequaat Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.1 relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.6 op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch WI/K/4 Algebraïsche verbanden De kandidaat kan problemen oplossen waarin verbanden een rol spelen, en daarbij: tabellen, grafieken en formules hanteren bij verschillende typen verbanden geschikte wiskundige modellen 4.1 De volgende verbanden kennen, herkennen en :... 4.2 Tabellen maken, aflezen, vergelijken en interpreteren 4.3 Grafieken tekenen, aflezen, interpreteren en vergelijken 4.4 Werken met formules 4.5 Rekenen met formules 4.6 In een gegeven situatie de voorstellingsvorm tabel, grafiek, formule of verwoording met elkaar in verband brengen WI/K/7 Informatieverwerking, statistiek WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan informatie verzamelen, De kandidaat kan problemen in alledaagse weergeven en analyseren met behulp van situaties vertalen naar wiskundige problemen, grafische voorstellingen, en daarbij en daarbij: statistische representatievormen (...) de hierboven genoemde hanteren vaardigheden geïntegreerd op basis van verwerkte informatie conclusies trekken die relevant zijn verwachtingen uitspreken en voor de bewuste probleemsituatie conclusies trekken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Onderdeel van het Schoolexamen A Notatie, taal en Analyseren en interpreteren van informatie uit tabellen, grafische voorstellingen en beschrijvingen Veel voorkomende diagrammen en grafieken Eenvoudige globale grafieken en diagrammen (beschrijving van een situatie) lezen en interpreteren Voorkennis voor 3.8 Situaties waarin wiskundige presentaties (...) voorkomen kritisch beschouwen (...) Voorkennis voor alle eindtermen van 4.3 Statistische representatievormen hanteren en conclusies trekken Eenvoudige legenda Statistische representatievormen hanteren A Notatie, taal en Analyseren en interpreteren van informatie uit tabellen, grafische voorstellingen en beschrijvingen Veel voorkomende diagrammen en 120

WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes communiceren door middel van adequaat Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.1 relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.6 op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch WI/K/4 Algebraïsche verbanden De kandidaat kan problemen oplossen waarin verbanden een rol spelen, en daarbij: tabellen, grafieken en formules hanteren bij verschillende typen verbanden geschikte wiskundige modellen 4.1 De volgende verbanden kennen, herkennen en :... 4.2 Tabellen maken, aflezen, vergelijken en interpreteren 4.3 Grafieken tekenen, aflezen, interpreteren en vergelijken 4.4 Werken met formules 4.5 Rekenen met formules 4.6 In een gegeven situatie de voorstellingsvorm tabel, grafiek, formule of verwoording met elkaar in verband brengen WI/K/7 Informatieverwerking, statistiek WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan informatie verzamelen, De kandidaat kan problemen in alledaagse weergeven en analyseren met behulp van situaties vertalen naar wiskundige problemen, grafische voorstellingen, en daarbij en daarbij: statistische representatievormen (...) de hierboven genoemde hanteren vaardigheden geïntegreerd op basis van verwerkte informatie conclusies trekken die relevant zijn verwachtingen uitspreken en voor de bewuste probleemsituatie conclusies trekken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Onderdeel van het Schoolexamen grafieken A Notatie, taal en Analyseren en interpreteren van informatie uit tabellen, grafische voorstellingen en beschrijvingen Veel voorkomende diagrammen en grafieken Uit beschrijving in woorden eenvoudig patroon herkennen Problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen A Notatie, taal en Analyseren en interpreteren van informatie uit tabellen, grafische 121

WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes communiceren door middel van adequaat Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.1 relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.6 op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch WI/K/4 Algebraïsche verbanden De kandidaat kan problemen oplossen waarin verbanden een rol spelen, en daarbij: tabellen, grafieken en formules hanteren bij verschillende typen verbanden geschikte wiskundige modellen 4.1 De volgende verbanden kennen, herkennen en :... 4.2 Tabellen maken, aflezen, vergelijken en interpreteren 4.3 Grafieken tekenen, aflezen, interpreteren en vergelijken 4.4 Werken met formules 4.5 Rekenen met formules 4.6 In een gegeven situatie de voorstellingsvorm tabel, grafiek, formule of verwoording met elkaar in verband brengen WI/K/7 Informatieverwerking, statistiek WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan informatie verzamelen, De kandidaat kan problemen in alledaagse weergeven en analyseren met behulp van situaties vertalen naar wiskundige problemen, grafische voorstellingen, en daarbij en daarbij: statistische representatievormen (...) de hierboven genoemde hanteren vaardigheden geïntegreerd op basis van verwerkte informatie conclusies trekken die relevant zijn verwachtingen uitspreken en voor de bewuste probleemsituatie conclusies trekken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Onderdeel van het Schoolexamen voorstellingen en beschrijvingen Veel voorkomende diagrammen en grafieken B Met elkaar in verband brengen Paraat hebben Verschillende voorstellingsvormen met elkaar in verband brengen Gegevens verzamelen, ordenen en weergeven Patronen beschrijven Eenvoudige tabel om informatie uit een situatiebeschrijving te ordenen 3.1 Relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie 4.2 Een tabel maken van het verband tussen variabelen in een gegeven situatie B Met elkaar in Paraat hebben 122

WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes communiceren door middel van adequaat Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.1 relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.6 op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch WI/K/4 Algebraïsche verbanden De kandidaat kan problemen oplossen waarin verbanden een rol spelen, en daarbij: tabellen, grafieken en formules hanteren bij verschillende typen verbanden geschikte wiskundige modellen 4.1 De volgende verbanden kennen, herkennen en :... 4.2 Tabellen maken, aflezen, vergelijken en interpreteren 4.3 Grafieken tekenen, aflezen, interpreteren en vergelijken 4.4 Werken met formules 4.5 Rekenen met formules 4.6 In een gegeven situatie de voorstellingsvorm tabel, grafiek, formule of verwoording met elkaar in verband brengen WI/K/7 Informatieverwerking, statistiek WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan informatie verzamelen, De kandidaat kan problemen in alledaagse weergeven en analyseren met behulp van situaties vertalen naar wiskundige problemen, grafische voorstellingen, en daarbij en daarbij: statistische representatievormen (...) de hierboven genoemde hanteren vaardigheden geïntegreerd op basis van verwerkte informatie conclusies trekken die relevant zijn verwachtingen uitspreken en voor de bewuste probleemsituatie conclusies trekken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Onderdeel van het Schoolexamen verband brengen Verschillende voorstellingsvormen met elkaar in verband brengen Gegevens verzamelen, ordenen en weergeven Patronen beschrijven Grafiek tekenen bij informatie of tabel Regelmatigheden in een tabel beschrijven met woorden, grafieken en eenvoudige formules: Door elk winkelwagentje dat aan de rij wordt toegevoegd, wordt die rij 40 cm langer. 3.1 Relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie 3.1 Relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie 4.1 Een bijbehorende grafiek tekenen (...) 4.3 Een grafiek tekenen van het verband tussen variabelen in een gegeven situatie 4.2 Regelmatigheden in een tabel vaststellen en beschrijven N.B. Wijze van beschrijving wordt niet in het examenprogramma gespecificeerd B Met elkaar in verband brengen Verschillende voorstellingsvormen met elkaar in verband brengen Gegevens verzamelen, ordenen en weergeven Eenvoudige patronen (vanuit situatie) beschrijven in woorden, bijvoorbeeld: Vogels vliegen in V-vorm. Er komen er steeds 2 bij. Problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen 123

WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes communiceren door middel van adequaat Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.1 relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.6 op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch WI/K/4 Algebraïsche verbanden De kandidaat kan problemen oplossen waarin verbanden een rol spelen, en daarbij: tabellen, grafieken en formules hanteren bij verschillende typen verbanden geschikte wiskundige modellen 4.1 De volgende verbanden kennen, herkennen en :... 4.2 Tabellen maken, aflezen, vergelijken en interpreteren 4.3 Grafieken tekenen, aflezen, interpreteren en vergelijken 4.4 Werken met formules 4.5 Rekenen met formules 4.6 In een gegeven situatie de voorstellingsvorm tabel, grafiek, formule of verwoording met elkaar in verband brengen WI/K/7 Informatieverwerking, statistiek WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan informatie verzamelen, De kandidaat kan problemen in alledaagse weergeven en analyseren met behulp van situaties vertalen naar wiskundige problemen, grafische voorstellingen, en daarbij en daarbij: statistische representatievormen (...) de hierboven genoemde hanteren vaardigheden geïntegreerd op basis van verwerkte informatie conclusies trekken die relevant zijn verwachtingen uitspreken en voor de bewuste probleemsituatie conclusies trekken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Onderdeel van het Schoolexamen Patronen beschrijven B Met elkaar in verband brengen Verschillende voorstellingsvormen met elkaar in verband brengen Gegevens verzamelen, ordenen en weergeven Patronen beschrijven Uit het verloop, de vorm en de plaats van punten in een grafiek conclusies trekken over de bijbehorende situatie: De verkoop neemt steeds sneller toe. 4.3 Uit het verloop, de vorm en de plaats van punten van een grafiek conclusies trekken over de bijbehorende situatie B Met elkaar in verband brengen Verschillende voorstellingsvormen Informatie op veel verschillende manieren kan Omvat 3.1 Relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte Statistische representatievormen hanteren 124

WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes communiceren door middel van adequaat Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.1 relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.6 op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch WI/K/4 Algebraïsche verbanden De kandidaat kan problemen oplossen waarin verbanden een rol spelen, en daarbij: tabellen, grafieken en formules hanteren bij verschillende typen verbanden geschikte wiskundige modellen 4.1 De volgende verbanden kennen, herkennen en :... 4.2 Tabellen maken, aflezen, vergelijken en interpreteren 4.3 Grafieken tekenen, aflezen, interpreteren en vergelijken 4.4 Werken met formules 4.5 Rekenen met formules 4.6 In een gegeven situatie de voorstellingsvorm tabel, grafiek, formule of verwoording met elkaar in verband brengen WI/K/7 Informatieverwerking, statistiek WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan informatie verzamelen, De kandidaat kan problemen in alledaagse weergeven en analyseren met behulp van situaties vertalen naar wiskundige problemen, grafische voorstellingen, en daarbij en daarbij: statistische representatievormen (...) de hierboven genoemde hanteren vaardigheden geïntegreerd op basis van verwerkte informatie conclusies trekken die relevant zijn verwachtingen uitspreken en voor de bewuste probleemsituatie conclusies trekken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Onderdeel van het Schoolexamen met elkaar in verband brengen Gegevens verzamelen, ordenen en weergeven Patronen beschrijven worden geordend en weergegeven representatie B Met elkaar in verband brengen Verschillende voorstellingsvormen met elkaar in verband brengen Gegevens verzamelen, ordenen en weergeven Patronen beschrijven Uit de vorm van een formule conclusies trekken over het verloop van de bijbehorende grafiek (alleen lineair en exponentieel): De grafiek die hoort bij lengte stok = 5 + 0,7 x lengte persoon (Nordic Walking) is een rechte lijn. 4.1 Een formule van de vorm y = ax + b herkennen 4.1 Een formule van de vorm y = b g t herkennen 125

WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes communiceren door middel van adequaat Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.1 relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.6 op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch WI/K/4 Algebraïsche verbanden De kandidaat kan problemen oplossen waarin verbanden een rol spelen, en daarbij: tabellen, grafieken en formules hanteren bij verschillende typen verbanden geschikte wiskundige modellen 4.1 De volgende verbanden kennen, herkennen en :... 4.2 Tabellen maken, aflezen, vergelijken en interpreteren 4.3 Grafieken tekenen, aflezen, interpreteren en vergelijken 4.4 Werken met formules 4.5 Rekenen met formules 4.6 In een gegeven situatie de voorstellingsvorm tabel, grafiek, formule of verwoording met elkaar in verband brengen WI/K/7 Informatieverwerking, statistiek WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan informatie verzamelen, De kandidaat kan problemen in alledaagse weergeven en analyseren met behulp van situaties vertalen naar wiskundige problemen, grafische voorstellingen, en daarbij en daarbij: statistische representatievormen (...) de hierboven genoemde hanteren vaardigheden geïntegreerd op basis van verwerkte informatie conclusies trekken die relevant zijn verwachtingen uitspreken en voor de bewuste probleemsituatie conclusies trekken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Onderdeel van het Schoolexamen Paraat hebben Tabellen, diagrammen en grafieken bij het oplossen van problemen Rekenvaardigheden Eenvoudig staafdiagram maken op basis van gegevens Voorkennis voor 3.1 Relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie Informatie weergeven Paraat hebben Tabellen, diagrammen en grafieken bij het oplossen van problemen Rekenvaardigheden In een formule een variabele vervangen door een getal en de waarde van de andere variabele berekenen. 4.5 In een formule een variabele vervangen door een getal en de waarde van de andere variabele berekenen 4.6 Als bij een functioneel verband een uitgangsvariabele gegeven is, de bijbehorende ingangsvariabele (...) berekenen 126

WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes communiceren door middel van adequaat Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.1 relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.6 op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch WI/K/4 Algebraïsche verbanden De kandidaat kan problemen oplossen waarin verbanden een rol spelen, en daarbij: tabellen, grafieken en formules hanteren bij verschillende typen verbanden geschikte wiskundige modellen 4.1 De volgende verbanden kennen, herkennen en :... 4.2 Tabellen maken, aflezen, vergelijken en interpreteren 4.3 Grafieken tekenen, aflezen, interpreteren en vergelijken 4.4 Werken met formules 4.5 Rekenen met formules 4.6 In een gegeven situatie de voorstellingsvorm tabel, grafiek, formule of verwoording met elkaar in verband brengen WI/K/7 Informatieverwerking, statistiek WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan informatie verzamelen, De kandidaat kan problemen in alledaagse weergeven en analyseren met behulp van situaties vertalen naar wiskundige problemen, grafische voorstellingen, en daarbij en daarbij: statistische representatievormen (...) de hierboven genoemde hanteren vaardigheden geïntegreerd op basis van verwerkte informatie conclusies trekken die relevant zijn verwachtingen uitspreken en voor de bewuste probleemsituatie conclusies trekken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Onderdeel van het Schoolexamen Tabellen, diagrammen en grafieken bij het oplossen van problemen Rekenvaardigheden Kwantitatieve informatie uit tabellen en grafieken om eenvoudige berekeningen uit te voeren en conclusies te trekken, bijvoorbeeld: In welk jaar is het aantal auto s verdubbeld t.o.v. het jaar daarvoor? 3.6 Op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken 4.3 Coördinaten van punten van een grafiek aflezen, berekenen of benaderen is voorkennis voor dit rekendoel 4.2 Grootste of kleinste waarde vaststellen in een tabel is voorkennis voor dit rekendoel... op basis van verwerkte informatie conclusies trekken Tabellen, diagrammen en grafieken bij het oplossen van problemen Rekenvaardigheden Formules herkennen als vuistregel of als rekenvoorschrift en omgekeerd: Een mijl is ongeveer anderhalve kilometer; aantal mijlen 1,5 x aantal km 3.2 Wiskundige informatie identificeren, beoordelen (...) 4.4 Bij een gegeven formule vaststellen of daarmee in een gegeven situatie het verband tussen de variabelen beschreven is 4.6 Bij twee verschillende voorstellingsvormen vaststellen of zij hetzelfde verband beschrijven 4.6 Een voorstellingsvorm vervangen door een andere voorstellingsvorm die hetzelfde verband beschrijft 4.6 Formuleringen bij de ene voorstellingsvorm vervangen door formuleringen bij een andere voorstellingsvorm 127

WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes communiceren door middel van adequaat Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.1 relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.6 op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch WI/K/4 Algebraïsche verbanden De kandidaat kan problemen oplossen waarin verbanden een rol spelen, en daarbij: tabellen, grafieken en formules hanteren bij verschillende typen verbanden geschikte wiskundige modellen 4.1 De volgende verbanden kennen, herkennen en :... 4.2 Tabellen maken, aflezen, vergelijken en interpreteren 4.3 Grafieken tekenen, aflezen, interpreteren en vergelijken 4.4 Werken met formules 4.5 Rekenen met formules 4.6 In een gegeven situatie de voorstellingsvorm tabel, grafiek, formule of verwoording met elkaar in verband brengen WI/K/7 Informatieverwerking, statistiek WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan informatie verzamelen, De kandidaat kan problemen in alledaagse weergeven en analyseren met behulp van situaties vertalen naar wiskundige problemen, grafische voorstellingen, en daarbij en daarbij: statistische representatievormen (...) de hierboven genoemde hanteren vaardigheden geïntegreerd op basis van verwerkte informatie conclusies trekken die relevant zijn verwachtingen uitspreken en voor de bewuste probleemsituatie conclusies trekken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Onderdeel van het Schoolexamen Kwantitatieve informatie uit tabellen, diagrammen en grafieken om berekeningen uit te voeren en conclusies te trekken: vergelijkingen tussen producten maken op basis van informatie in tabellen. 3.6 Op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken 4.2 Twee verbanden met behulp van de bijbehorende tabellen vergelijken (...)... op basis van verwerkte informatie conclusies trekken Tabellen, diagrammen en grafieken bij het oplossen van problemen Rekenvaardigheden 128

WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes communiceren door middel van adequaat Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.1 relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.6 op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch WI/K/4 Algebraïsche verbanden De kandidaat kan problemen oplossen waarin verbanden een rol spelen, en daarbij: tabellen, grafieken en formules hanteren bij verschillende typen verbanden geschikte wiskundige modellen 4.1 De volgende verbanden kennen, herkennen en :... 4.2 Tabellen maken, aflezen, vergelijken en interpreteren 4.3 Grafieken tekenen, aflezen, interpreteren en vergelijken 4.4 Werken met formules 4.5 Rekenen met formules 4.6 In een gegeven situatie de voorstellingsvorm tabel, grafiek, formule of verwoording met elkaar in verband brengen WI/K/7 Informatieverwerking, statistiek WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan informatie verzamelen, De kandidaat kan problemen in alledaagse weergeven en analyseren met behulp van situaties vertalen naar wiskundige problemen, grafische voorstellingen, en daarbij en daarbij: statistische representatievormen (...) de hierboven genoemde hanteren vaardigheden geïntegreerd op basis van verwerkte informatie conclusies trekken die relevant zijn verwachtingen uitspreken en voor de bewuste probleemsituatie conclusies trekken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Onderdeel van het Schoolexamen Tabellen, diagrammen en grafieken bij het oplossen van problemen Rekenvaardigheden Overzicht van (evenredige) groei Kan aan bod komen onder 4.1, want daar is sprake van zowel lineaire, exponentiële als periodieke verbanden 129

Referentieniveau 2S (inclusief 1F en 1S): vergelijking met examenprogramma vmbo-gt bron: Syllabus centraal examen Wiskunde vmbo-bb, KB en GT, september 2008 Examenprogramma Wiskunde vmbo-bb, KB en GL/TL, versie 2007 Subdomein Getallen WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om een probleem op te lossen 3.4 bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.5 efficiënt rekenen en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden op een verstandige manier de rekenmachine. 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.2 Rekenmachine 5.3 Meten en schatten 5.4 Basistechnieken WI/V/1 Aanvullende eisen De kandidaat kan: op verschillende verbanden toegespitste technieken formules en verbanden op een meer formele manier hanteren complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine complexe meetkundige technieken De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken en interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte en daarbij: redeneren over meetkundige figuren en deze tekenen afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten en apparaten hanteren WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen en daarbij: de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd. conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste probleemsituatie. Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen 1-fundament A Notatie, taal en Uitspraak, schrijfwijze en van getallen, symbolen en relaties Wiskundet aal Paraat hebben 5 is gelijk aan (evenveel als) 2 en 3 De relaties groter/kleiner dan 0,45 is vijfenveertig honderdsten Breuknotatie met horizontale streep, 3 4 3.7 Adequate (wiskunde)taal. Voorkennis voor 5.4 Negatieve getallen ordenen (...). 3.7 Adequate (wiskunde)taal. Voorkennis voor 5.4 In volle situaties gelijknamige breuken optellen, aftrekken, eenvoudige breuken vermenigvuldigen en delen. Voorkennis voor 5.4 In volle situaties eenvoudige en samengestelde breuken vermenigvuldigen met een geheel getal. 130

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om een probleem op te lossen 3.4 bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.5 efficiënt rekenen en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden op een verstandige manier de rekenmachine. 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.2 Rekenmachine 5.3 Meten en schatten 5.4 Basistechnieken WI/V/1 Aanvullende eisen De kandidaat kan: op verschillende verbanden toegespitste technieken formules en verbanden op een meer formele manier hanteren complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine complexe meetkundige technieken De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken en interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte en daarbij: redeneren over meetkundige figuren en deze tekenen afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten en apparaten hanteren WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen en daarbij: de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd. conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste probleemsituatie. Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Teller, noemer, breukstreep 3.7 Adequate (wiskunde)taal. 1 - streef A Notatie, taal en Uitspraak, schrijfwijze en van getallen, symbolen en relaties Wiskundet aal A Notatie, taal en Uitspraak, schrijfwijze Paraat hebben Breuknotatie herkennen ook als ¾ 2 - streef Paraat hebben Verschillende schrijfwijzen van getallen met elkaar vergelijken 3.7 Adequate (wiskunde)taal. Omvat 3.7 Adequate (wiskunde)taal. 3.8 Situaties waarin wiskundige presentaties (...) voorkomen kritisch. 131

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om een probleem op te lossen 3.4 bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.5 efficiënt rekenen en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden op een verstandige manier de rekenmachine. 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.2 Rekenmachine 5.3 Meten en schatten 5.4 Basistechnieken WI/V/1 Aanvullende eisen De kandidaat kan: op verschillende verbanden toegespitste technieken formules en verbanden op een meer formele manier hanteren complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine complexe meetkundige technieken De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken en interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte en daarbij: redeneren over meetkundige figuren en deze tekenen afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten en apparaten hanteren WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen en daarbij: de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd. conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste probleemsituatie. Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen en van getallen, symbolen en relaties Wiskundet aal A Notatie, taal en Uitspraak, schrijfwijze en van getallen, symbolen en relaties Wiskundet aal Uitspraak en schrijfwijze van gehele getallen, breuken, decimale getallen Getalbenamingen zoals driekwart, anderhalf, miljoen 3.7 Adequate (wiskunde)taal. 3.7 Adequate (wiskunde)taal. 5.1 Bij het rekenen en vermelden van resultaten gebruik maken van gangbare begrippen en voorvoegsels zoals miljoen, miljard, (...). Voorkennis voor 5.4 In volle situaties gelijknamige breuken optellen en aftrekken; eenvoudige breuken vermenigvuldigen en delen. Voorkennis voor 5.4 In volle situaties eenvoudige en samengestelde breuken 132

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om een probleem op te lossen 3.4 bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.5 efficiënt rekenen en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden op een verstandige manier de rekenmachine. 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.2 Rekenmachine 5.3 Meten en schatten 5.4 Basistechnieken WI/V/1 Aanvullende eisen De kandidaat kan: op verschillende verbanden toegespitste technieken formules en verbanden op een meer formele manier hanteren complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine complexe meetkundige technieken De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken en interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte en daarbij: redeneren over meetkundige figuren en deze tekenen afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten en apparaten hanteren WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen en daarbij: de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd. conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste probleemsituatie. Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen vermenigvuldigen met een geheel getal. 1 - streef A Notatie, taal en Uitspraak, schrijfwijze en van getallen, symbolen en relaties Wiskundet aal Gemengd getal Voorkennis voor 5.4 In volle situaties eenvoudige en samengestelde breuken vermenigvuldigen met een geheel getal. Relatie tussen breuk en decimaal getal Voorkennis voor 5.2 Met een rekenmachine breuken (...) berekenen of benaderen als een geheel getal. 2 - streef A Notatie, taal en Uitspraak, schrijfwijze Wetenschappelijk e notatie rekenmachine 5.2 V/1 Wetenschappelijke notatie kennen en bij vermenigvuldigen met en delen door machten van tien. 133

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om een probleem op te lossen 3.4 bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.5 efficiënt rekenen en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden op een verstandige manier de rekenmachine. 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.2 Rekenmachine 5.3 Meten en schatten 5.4 Basistechnieken WI/V/1 Aanvullende eisen De kandidaat kan: op verschillende verbanden toegespitste technieken formules en verbanden op een meer formele manier hanteren complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine complexe meetkundige technieken De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken en interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte en daarbij: redeneren over meetkundige figuren en deze tekenen afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten en apparaten hanteren WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen en daarbij: de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd. conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste probleemsituatie. Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen en van getallen, symbolen en relaties Wiskundet aal 5.4 Bij het berekenen of vermelden van resultaten gebruik maken van de wetenschappelijke notatie. A Notatie, taal en Uitspraak, schrijfwijze en van getallen, symbolen en relaties Wiskundet aal Orde van grootte van getallen beredeneren Voorkennis voor 5.3 Uitspraken doen over de orde van grootte (...) (van wat? VS). 134

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om een probleem op te lossen 3.4 bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.5 efficiënt rekenen en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden op een verstandige manier de rekenmachine. 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.2 Rekenmachine 5.3 Meten en schatten 5.4 Basistechnieken WI/V/1 Aanvullende eisen De kandidaat kan: op verschillende verbanden toegespitste technieken formules en verbanden op een meer formele manier hanteren complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine complexe meetkundige technieken De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken en interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte en daarbij: redeneren over meetkundige figuren en deze tekenen afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten en apparaten hanteren WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen en daarbij: de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd. conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste probleemsituatie. Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen 1 - streef A Notatie, taal en Uitspraak, schrijfwijze en van getallen, symbolen en relaties Wiskundet aal Verschil tussen cijfer en getal Belang van het getal 0 2 - streef A Notatie, taal en Uitspraak, schrijfwijze en 135

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om een probleem op te lossen 3.4 bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.5 efficiënt rekenen en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden op een verstandige manier de rekenmachine. 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.2 Rekenmachine 5.3 Meten en schatten 5.4 Basistechnieken WI/V/1 Aanvullende eisen De kandidaat kan: op verschillende verbanden toegespitste technieken formules en verbanden op een meer formele manier hanteren complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine complexe meetkundige technieken De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken en interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte en daarbij: redeneren over meetkundige figuren en deze tekenen afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten en apparaten hanteren WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen en daarbij: de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd. conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste probleemsituatie. Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen van getallen, symbolen en relaties Wiskundet aal B Met elkaar in verband brengen Getallen en getalrelatie s Structuur en samenhan g Paraat hebben Tienstructuur Getallenrij Voorkennis voor 5.4 Negatieve getallen ordenen (...). Getallenlijn met gehele getallen en eenvoudige decimale getallen Voorkennis voor 5.4 Negatieve getallen ordenen (...). 1 - streef B Met elkaar in verband brengen Paraat hebben Getallenlijn, ook Omvat 5.4 Negatieve getallen ordenen (...). 136

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om een probleem op te lossen 3.4 bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.5 efficiënt rekenen en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden op een verstandige manier de rekenmachine. 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.2 Rekenmachine 5.3 Meten en schatten 5.4 Basistechnieken WI/V/1 Aanvullende eisen De kandidaat kan: op verschillende verbanden toegespitste technieken formules en verbanden op een meer formele manier hanteren complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine complexe meetkundige technieken De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken en interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte en daarbij: redeneren over meetkundige figuren en deze tekenen afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten en apparaten hanteren WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen en daarbij: de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd. conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste probleemsituatie. Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Getallen en getalrelatie s Structuur en samenhan g met decimale getallen en breuken 2 - streef B Met elkaar in verband brengen Getallen en getalrelatie s Structuur en samenhan g Paraat hebben Soorten getallen, zoals priemgetallen, wortels als irrationale getallen, enzovoorts Uitbreiding naar reële getallen B Met elkaar in verband 137

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om een probleem op te lossen 3.4 bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.5 efficiënt rekenen en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden op een verstandige manier de rekenmachine. 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.2 Rekenmachine 5.3 Meten en schatten 5.4 Basistechnieken WI/V/1 Aanvullende eisen De kandidaat kan: op verschillende verbanden toegespitste technieken formules en verbanden op een meer formele manier hanteren complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine complexe meetkundige technieken De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken en interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte en daarbij: redeneren over meetkundige figuren en deze tekenen afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten en apparaten hanteren WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen en daarbij: de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd. conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste probleemsituatie. Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen brengen Getallen en getalrelatie s Structuur en samenhan g Vertalen van eenvoudige situatie naar berekening Afronden van gehele getallen op ronde getallen Globaal beredeneren van uitkomsten 3.2 Wiskundige informatie (...) om een probleem op te lossen. Voorkennis voor 5.1 Het resultaat van een berekening afronden in overeenstemming met de gegeven situatie. 5.3 Vooraf uitkomsten schatten van berekeningen en meetresultaten. De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen. Splitsen en samenstellen van getallen op basis van het tientallig stelsel 1 - streef B Met elkaar in verband brengen Getallen en getalrelatie s Structuur en Vertalen van complexe situatie naar berekening Decimaal getal afronden op 3.2 Wiskundige informatie (...) om een probleem op te lossen. Voorkennis voor 5.1 Het resultaat van een berekening afronden in overeenstemming met de gegeven De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen (mits de school invulling kan geven aan de kwalificatie "complex"). 138

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om een probleem op te lossen 3.4 bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.5 efficiënt rekenen en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden op een verstandige manier de rekenmachine. 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.2 Rekenmachine 5.3 Meten en schatten 5.4 Basistechnieken WI/V/1 Aanvullende eisen De kandidaat kan: op verschillende verbanden toegespitste technieken formules en verbanden op een meer formele manier hanteren complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine complexe meetkundige technieken De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken en interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte en daarbij: redeneren over meetkundige figuren en deze tekenen afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten en apparaten hanteren WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen en daarbij: de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd. conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste probleemsituatie. Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen samenhan g geheel getal Afronden binnen gegeven situatie: 77,6 dozen berekend dus 78 dozen kopen situatie. 5.1 Het resultaat van een berekening afronden in overeenstemming met de gegeven situatie. 2 - streef B Met elkaar in verband brengen Getallen en getalrelatie s Structuur en samenhan g Soorten getallen, zoals priemgetallen, wortels als irrationale getallen, enzovoorts Uitbreiding naar reële getallen Omvat 5.2 Met een rekenmachine (...) wortels berekenen of benaderen als eindige decimale getallen. Omvat 6.2 Omtrek en oppervlakte van een cirkel berekenen met behulp van gegeven formules (in het bijzonder het gebruik van het getal π, VS). Omvat 6.2 Inhoud van (...) kegel, (...) bol en cilinder berekenen met behulp van gegeven formules (in het bijzonder het gebruik van het getal π, VS). B Met elkaar 139

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om een probleem op te lossen 3.4 bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.5 efficiënt rekenen en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden op een verstandige manier de rekenmachine. 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.2 Rekenmachine 5.3 Meten en schatten 5.4 Basistechnieken WI/V/1 Aanvullende eisen De kandidaat kan: op verschillende verbanden toegespitste technieken formules en verbanden op een meer formele manier hanteren complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine complexe meetkundige technieken De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken en interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte en daarbij: redeneren over meetkundige figuren en deze tekenen afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten en apparaten hanteren WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen en daarbij: de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd. conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste probleemsituatie. Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen in verband brengen Structuur van het tientallig stelsel Getallen en getalrelatie s Structuur en samenhan g 1 - streef B Met elkaar in verband brengen Getallen en getalrelatie s Structuur en samenhan g Opbouw decimale positiestelsel Redeneren over breuken, bijvoorbeeld: is er een kleinste breuk? 2 - streef B Met elkaar 140

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om een probleem op te lossen 3.4 bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.5 efficiënt rekenen en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden op een verstandige manier de rekenmachine. 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.2 Rekenmachine 5.3 Meten en schatten 5.4 Basistechnieken WI/V/1 Aanvullende eisen De kandidaat kan: op verschillende verbanden toegespitste technieken formules en verbanden op een meer formele manier hanteren complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine complexe meetkundige technieken De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken en interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte en daarbij: redeneren over meetkundige figuren en deze tekenen afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten en apparaten hanteren WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen en daarbij: de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd. conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste probleemsituatie. Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen in verband brengen Getallen en getalrelatie s Structuur en samenhan g Verband tussen breuken met getallen en met variabelen Decimale getallen als tiendelige breuken Memoriser en, automatise ren Hoofdreken en (noteren van tussenresul taten toegestaan ) Hoofdbewe rkingen (+, -,, :) op Paraat hebben Uit het hoofd splitsen, optellen en aftrekken onder 100, ook met eenvoudige decimale getallen: 12 = 7 + 5 67 3 0 1 0,25 0,8 + 0,7 Producten uit de tafels van vermenigvuldiging Voorkennis voor 5.4 In volle situaties gelijknamige breuken optellen en aftrekken; eenvoudige breuken vermenigvuldigen en delen. 141

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om een probleem op te lossen 3.4 bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.5 efficiënt rekenen en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden op een verstandige manier de rekenmachine. 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.2 Rekenmachine 5.3 Meten en schatten 5.4 Basistechnieken WI/V/1 Aanvullende eisen De kandidaat kan: op verschillende verbanden toegespitste technieken formules en verbanden op een meer formele manier hanteren complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine complexe meetkundige technieken De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken en interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte en daarbij: redeneren over meetkundige figuren en deze tekenen afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten en apparaten hanteren WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen en daarbij: de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd. conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste probleemsituatie. Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen papier uitvoeren met gehele getallen en decimale getallen Bewerking en met breuken (+, -,, :) op papier uitvoeren Berekening en uitvoeren om problemen op te lossen Rekenmac hine op een verstandige manier inzetten (tot en met 10) uit het hoofd kennen: 3 5 7 9 Delingen uit de tafels (tot en met 10) uitrekenen: 45 : 5 32 : 8 Uit het hoofd optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen met "nullen", ook met eenvoudige decimale getallen: 30 + 50 1200 800 65 10 3600 : 100 1000 2,5 0,25 100 Voorkennis voor 5.4 In volle situaties eenvoudige en samengestelde breuken vermenigvuldigen met een geheel getal. Voorkennis voor 5.4 In volle situaties gelijknamige breuken optellen en aftrekken; eenvoudige breuken vermenigvuldigen en delen. Voorkennis voor 5.4 In volle situaties eenvoudige en samengestelde breuken vermenigvuldigen met een geheel getal Voorkennis voor 5.4 In volle situaties gelijknamige breuken optellen en aftrekken; eenvoudige breuken vermenigvuldigen en delen. Voorkennis voor 5.4 In volle situaties eenvoudige en samengestelde breuken vermenigvuldigen met een geheel getal. Efficiënt rekenen (+, -,, :) gebruik makend van de eigenschappen 3.5 Efficiënt rekenen (...) 142

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om een probleem op te lossen 3.4 bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.5 efficiënt rekenen en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden op een verstandige manier de rekenmachine. 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.2 Rekenmachine 5.3 Meten en schatten 5.4 Basistechnieken WI/V/1 Aanvullende eisen De kandidaat kan: op verschillende verbanden toegespitste technieken formules en verbanden op een meer formele manier hanteren complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine complexe meetkundige technieken De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken en interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte en daarbij: redeneren over meetkundige figuren en deze tekenen afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten en apparaten hanteren WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen en daarbij: de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd. conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste probleemsituatie. Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen van getallen en bewerkingen, met eenvoudige getallen Optellen en aftrekken (waaronder ook verschil bepalen) met gehele getallen en eenvoudige decimale getallen: 235 + 349 1268 385 2,50 + 1,25 Vermenigvuldigen van een getal met één cijfer met een getal met twee of drie cijfers: 7 165 = 5 uur werken voor 5,75 per uur Vermenigvuldigen van een getal van twee cijfers met een getal van 5.2 Met een rekenmachine optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen. 5.2 Met een rekenmachine optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen. 5.2 Met een rekenmachine optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen. 143

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om een probleem op te lossen 3.4 bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.5 efficiënt rekenen en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden op een verstandige manier de rekenmachine. 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.2 Rekenmachine 5.3 Meten en schatten 5.4 Basistechnieken WI/V/1 Aanvullende eisen De kandidaat kan: op verschillende verbanden toegespitste technieken formules en verbanden op een meer formele manier hanteren complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine complexe meetkundige technieken De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken en interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte en daarbij: redeneren over meetkundige figuren en deze tekenen afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten en apparaten hanteren WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen en daarbij: de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd. conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste probleemsituatie. Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen twee cijfers: 35 67 = Getallen met maximaal drie cijfers delen door een getal met maximaal 2 cijfers, al dan niet met een rest: 132 : 16 = 5.2 Met een rekenmachine optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen. Vergelijken en ordenen van de grootte van eenvoudige breuken en deze in volle situaties op de getallenlijn plaatsen: 1 liter is minder 4 dan 1 2 liter Omzetten van eenvoudige breuken in decimale getallen: 5.2 Met een rekenmachine breuken (...) berekenen of benaderen als eindige decimale getallen. 144

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om een probleem op te lossen 3.4 bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.5 efficiënt rekenen en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden op een verstandige manier de rekenmachine. 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.2 Rekenmachine 5.3 Meten en schatten 5.4 Basistechnieken WI/V/1 Aanvullende eisen De kandidaat kan: op verschillende verbanden toegespitste technieken formules en verbanden op een meer formele manier hanteren complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine complexe meetkundige technieken De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken en interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte en daarbij: redeneren over meetkundige figuren en deze tekenen afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten en apparaten hanteren WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen en daarbij: de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd. conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste probleemsituatie. Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen 1 2 1 100 = 0,5; 0,01 = Optellen en aftrekken van veel voorkomende gelijknamige en ongelijknamige breuken binnen een volle situatie: 1 8 + 1 8 ; 1 2 + 3 4 In een volle situatie een breuk vermenigvuldigen met een geheel getal (deel van nemen): 1 3 deel 5.4 In volle situaties gelijknamige breuken optellen en aftrekken; (...). 5.4 In volle situaties eenvoudige en samengestelde breuken vermenigvuldigen met een geheel getal. van 150 euro 1 - streef 145

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om een probleem op te lossen 3.4 bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.5 efficiënt rekenen en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden op een verstandige manier de rekenmachine. 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.2 Rekenmachine 5.3 Meten en schatten 5.4 Basistechnieken WI/V/1 Aanvullende eisen De kandidaat kan: op verschillende verbanden toegespitste technieken formules en verbanden op een meer formele manier hanteren complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine complexe meetkundige technieken De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken en interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte en daarbij: redeneren over meetkundige figuren en deze tekenen afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten en apparaten hanteren WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen en daarbij: de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd. conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste probleemsituatie. Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Memoriser en, automatise ren Hoofdreken en (noteren van tussenresul taten toegestaan ) Hoofdbewe rkingen (+, -,, :) op papier uitvoeren met gehele getallen en decimale getallen Bewerking en met breuken (+, -,, :) op papier uitvoeren Paraat hebben Standaardproced ures ook met getallen boven de 1000 met complexere decimale getallen in complexere situaties Delingen uit de tafels (tot en met 10) uit het hoofd kennen Ook met complexere getallen en decimale getallen: 18 : 100 1,8 1000 Volgorde van bewerkingen 5.2 Met een rekenmachine optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen. 5.2 Met een rekenmachine optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen. Voorkennis voor 5.4 In volle situaties gelijknamige breuken optellen en aftrekken; eenvoudige breuken vermenigvuldigen en delen. Voorkennis voor 5.4 In volle situaties eenvoudige en samengestelde breuken vermenigvuldigen met een geheel getal. 5.2 Met een rekenmachine optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen. 5.4 Hoofdbewerkingen in de afgesproken volgorde. 146

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om een probleem op te lossen 3.4 bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.5 efficiënt rekenen en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden op een verstandige manier de rekenmachine. 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.2 Rekenmachine 5.3 Meten en schatten 5.4 Basistechnieken WI/V/1 Aanvullende eisen De kandidaat kan: op verschillende verbanden toegespitste technieken formules en verbanden op een meer formele manier hanteren complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine complexe meetkundige technieken De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken en interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte en daarbij: redeneren over meetkundige figuren en deze tekenen afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten en apparaten hanteren WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen en daarbij: de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd. conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste probleemsituatie. Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Berekening en uitvoeren om problemen op te lossen Rekenmac hine op een verstandige manier inzetten Efficiënt rekenen ook met grotere getallen Delen met rest of (afgerond) decimaal getal: 122 : 5 = Vergelijken ook via standaardprocedu res en met moeilijker breuken 3.5 Efficiënt rekenen (...). Voorkennis voor 5.1 Het resultaat van een berekening afronden in overeenstemming met de gegeven situatie. Omzetten ook met moeilijker breuken eventueel met rekenmachine 5.2 (Met een rekenmachine) breuken (...) berekenen of benaderen als eindige decimale getallen. Optellen en aftrekken ook via standaardprocedu res, met moeilijker breuken en gemengde Omvat 5.4 In volle situaties gelijknamige breuken optellen en aftrekken; eenvoudige breuken vermenigvuldigen en delen. Omvat 5.4 In volle situaties eenvoudige en samengestelde breuken vermenigvuldigen met een geheel getal. 147

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om een probleem op te lossen 3.4 bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.5 efficiënt rekenen en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden op een verstandige manier de rekenmachine. 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.2 Rekenmachine 5.3 Meten en schatten 5.4 Basistechnieken WI/V/1 Aanvullende eisen De kandidaat kan: op verschillende verbanden toegespitste technieken formules en verbanden op een meer formele manier hanteren complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine complexe meetkundige technieken De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken en interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte en daarbij: redeneren over meetkundige figuren en deze tekenen afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten en apparaten hanteren WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen en daarbij: de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd. conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste probleemsituatie. Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen getallen zoals 6 3 4 2 - streef Berekening en uitvoeren met gehele getallen, breuken en decimale getallen Paraat hebben Rekenen met breuken Omvat 5.4 In volle situaties gelijknamige breuken optellen en aftrekken; eenvoudige breuken vermenigvuldigen en delen. Omvat 5.4 In volle situaties eenvoudige en samengestelde breuken vermenigvuldigen met een geheel getal. Memoriser en, automatis eren Hoofdreke nen (notaties toegestaa n) Globaal (benaderend) rekenen (schatten) als de context zich daartoe leent of als controle voor rekenen met de rekenmachine: Voorkennis voor 5.3 Vooraf uitkomsten schatten van berekeningen en meetresultaten. 148

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om een probleem op te lossen 3.4 bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.5 efficiënt rekenen en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden op een verstandige manier de rekenmachine. 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.2 Rekenmachine 5.3 Meten en schatten 5.4 Basistechnieken WI/V/1 Aanvullende eisen De kandidaat kan: op verschillende verbanden toegespitste technieken formules en verbanden op een meer formele manier hanteren complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine complexe meetkundige technieken De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken en interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte en daarbij: redeneren over meetkundige figuren en deze tekenen afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten en apparaten hanteren WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen en daarbij: de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd. conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste probleemsituatie. Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Hoofdbew erkingen (+, -,, :) op papier uitvoeren met gehele getallen en decimale getallen Bewerking met breuken (+, -,, :) op papier uitvoeren Berekenin gen uitvoeren om problemen op te lossen Is tien euro genoeg? 2, 95 + 3,98 + 4,10 1589 203 is ongeveer 1600 200 In contexten de rest (bij delen met rest) interpreteren of verwerken Verstandige keuze maken tussen zelf uitrekenen of rekenmachine (zowel kaal als in eenvoudige dagelijkse contexten zoals geld- en meetsituaties) Kritisch beoordelen van een uitkomst 3.5 (...) cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen. Voorkennis voor 5.1 Het resultaat van een berekening afronden in overeenstemming met de gegeven situatie. 149

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om een probleem op te lossen 3.4 bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.5 efficiënt rekenen en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden op een verstandige manier de rekenmachine. 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.2 Rekenmachine 5.3 Meten en schatten 5.4 Basistechnieken WI/V/1 Aanvullende eisen De kandidaat kan: op verschillende verbanden toegespitste technieken formules en verbanden op een meer formele manier hanteren complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine complexe meetkundige technieken De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken en interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte en daarbij: redeneren over meetkundige figuren en deze tekenen afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten en apparaten hanteren WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen en daarbij: de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd. conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste probleemsituatie. Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen 1 - streef Memoriser en, automatis eren Hoofdreke nen (notaties toegestaa n) Hoofdbew erkingen (+, -,, :) op papier uitvoeren met gehele getallen en decimale getallen Bewerking met breuken (+, -,, :) op papier Standaardproced ures met inzicht binnen situaties waarin gehele getallen, breuken en decimale getallen voorkomen 5.2 Met een rekenmachine optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen. Omvat 5.4 In volle situaties gelijknamige breuken optellen en aftrekken; eenvoudige breuken vermenigvuldigen en delen. Omvat 5.4 In volle situaties eenvoudige en samengestelde breuken vermenigvuldigen met een geheel getal. 150

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om een probleem op te lossen 3.4 bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.5 efficiënt rekenen en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden op een verstandige manier de rekenmachine. 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.2 Rekenmachine 5.3 Meten en schatten 5.4 Basistechnieken WI/V/1 Aanvullende eisen De kandidaat kan: op verschillende verbanden toegespitste technieken formules en verbanden op een meer formele manier hanteren complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine complexe meetkundige technieken De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken en interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte en daarbij: redeneren over meetkundige figuren en deze tekenen afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten en apparaten hanteren WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen en daarbij: de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd. conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste probleemsituatie. Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen uitvoeren Berekenin gen uitvoeren om problemen op te lossen Berekening en uitvoeren met gehele getallen, breuken en decimale getallen 2 - streef Rekenen in de wetenschappelijk e notatie 5.2 V/1 Wetenschappelijke notatie kennen en bij vermenigvuldigen met en delen door machten van 10. Memoriser en, automatise Interpreteren van een uitkomst met 151

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om een probleem op te lossen 3.4 bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.5 efficiënt rekenen en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden op een verstandige manier de rekenmachine. 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.2 Rekenmachine 5.3 Meten en schatten 5.4 Basistechnieken WI/V/1 Aanvullende eisen De kandidaat kan: op verschillende verbanden toegespitste technieken formules en verbanden op een meer formele manier hanteren complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine complexe meetkundige technieken De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken en interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte en daarbij: redeneren over meetkundige figuren en deze tekenen afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten en apparaten hanteren WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen en daarbij: de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd. conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste probleemsituatie. Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen ren Hoofdreken en (noteren van tussenresul taten toegestaan ) Hoofdbewe rkingen (+, -,, :) op papier uitvoeren met gehele getallen en decimale getallen Bewerking en met breuken (+, -,, :) op papier uitvoeren Berekening en uitvoeren om problemen op te rest bij gebruik van een rekenmachine 152

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om een probleem op te lossen 3.4 bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.5 efficiënt rekenen en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden op een verstandige manier de rekenmachine. 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.2 Rekenmachine 5.3 Meten en schatten 5.4 Basistechnieken WI/V/1 Aanvullende eisen De kandidaat kan: op verschillende verbanden toegespitste technieken formules en verbanden op een meer formele manier hanteren complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine complexe meetkundige technieken De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken en interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte en daarbij: redeneren over meetkundige figuren en deze tekenen afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten en apparaten hanteren WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen en daarbij: de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd. conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste probleemsituatie. Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen lossen Rekenmac hine op een verstandige manier inzetten 1 - streef Memoriser en, automatise ren Hoofdreken en (noteren van tussenresul taten toegestaan ) Hoofdbewe rkingen (+, -,, :) op papier uitvoeren met gehele Weten dat er procedures zijn die altijd werken en waarom Decimale getallen als toepassing van (tiendelige) maatverfijning Kennis over bewerkingen: 3 + 5 = 5 + 3, maar 3 5 5 3 Voorkennis voor 5.3 Schalen aflezen. 153

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om een probleem op te lossen 3.4 bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.5 efficiënt rekenen en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden op een verstandige manier de rekenmachine. 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.2 Rekenmachine 5.3 Meten en schatten 5.4 Basistechnieken WI/V/1 Aanvullende eisen De kandidaat kan: op verschillende verbanden toegespitste technieken formules en verbanden op een meer formele manier hanteren complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine complexe meetkundige technieken De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken en interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte en daarbij: redeneren over meetkundige figuren en deze tekenen afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten en apparaten hanteren WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen en daarbij: de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd. conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste probleemsituatie. Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen getallen en decimale getallen Bewerking en met breuken (+, -,, :) op papier uitvoeren Berekening en uitvoeren om problemen op te lossen Rekenmac hine op een verstandige manier inzetten 2 - streef Berekening Eigenschappen van bewerkingen 154

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder Adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om een probleem op te lossen 3.4 bij berekeningen een passend rekenmodel kiezen 3.5 efficiënt rekenen en cijfermatige uitkomsten kritisch beoordelen 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden op een verstandige manier de rekenmachine. 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.2 Rekenmachine 5.3 Meten en schatten 5.4 Basistechnieken WI/V/1 Aanvullende eisen De kandidaat kan: op verschillende verbanden toegespitste technieken formules en verbanden op een meer formele manier hanteren complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine complexe meetkundige technieken De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken en interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte en daarbij: redeneren over meetkundige figuren en deze tekenen afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten en apparaten hanteren WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen en daarbij: de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd. conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste probleemsituatie. Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen en uitvoeren met gehele getallen, breuken en decimale getallen Correctheid van rekenkundige redeneringen verifiëren 3.8 Situaties waarin wiskundige (...) redeneringen (...) voorkomen kritisch. 155

Subdomein Verhoudingen WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.3 zich bedienen van adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden op een verstandige manier de rekenmachine. 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.2 Een rekenmachine 5.4 Basistechnieken WI/V/1 Aanvullende eisen De kandidaat kan: op verschillende verbanden toegespitste technieken formules en verbanden op een meer formele manier hanteren complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine complexe meetkundige technieken De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken en interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte en daarbij: redeneren over meetkundige figuren en deze tekenen afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten en apparaten hanteren 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen WI/V/1 Aanvullende eisen De kandidaat kan: op verschillende verbanden toegespitste technieken formules en verbanden op een meer formele manier hanteren complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine complexe meetkundige technieken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen A Notatie, taal en Uitspraak, schrijfwijze en van getallen, symbolen en relaties Wiskundetaal Paraat hebben Een vijfde deel van alle Nederlanders korter schrijven als 1 deel van... 5 3,5 is 3 en 5 10 3.7 Adequate (wiskunde)taal als Voorkennis voor 5.4 Een verhouding omzetten in een breuk, (...) Voorkennis voor 5.4 Een verhouding omzetten in een breuk, (...) 1 op de 4 is 25% of een kwart van 3.7 Adequate (wiskunde)taal als Voorkennis voor 5.4 Een verhouding omzetten in een breuk, (...) Geheel is 100% 3.7 Adequate (wiskunde)taal als Voorkennis voor 5.4 Een verhouding omzetten in een breuk, (...) 1 - streef A Notatie, taal en Uitspraak, schrijfwijze en van getallen, symbolen en relaties Paraat hebben Schrijfwijze 1 260 260 of 4 4 5.4 Een verhouding omzetten in een breuk, decimaal getal of (...) Formele schrijfwijze 1 : 100 3.7 Adequate (wiskunde)taal als Voorkennis voor 6.1 Ruimtelijke voorstellingen, al dan niet op 156

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.3 zich bedienen van adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken en gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte en schatten en rekenen met gangbare maten en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze op een verstandige manier de rekenmachine tekenen. afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties en apparaten hanteren 5.2 Een rekenmachine 5.4 Basistechnieken 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren WI/V/1 Aanvullende eisen De kandidaat kan: 6.3 Redeneren en tekenen op verschillende verbanden toegespitste technieken WI/V/1 Aanvullende eisen formules en verbanden op een meer formele manier De kandidaat kan: hanteren op verschillende verbanden toegespitste technieken complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine formules en verbanden op een meer formele manier complexe meetkundige technieken hanteren complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine complexe meetkundige technieken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Wiskundetaal A Notatie, taal en ( staat tot ) herkennen en Verschillende schrijfwijzen (symbolen, woorden) met elkaar in verband brengen 2 - streef Paraat hebben Omvat 3.7 Adequate (wiskunde)taal 3.8 Situaties waarin wiskundige presentaties (...) voorkomen kritisch schaal, weergeven, al dan niet met concreet materiaal Voorkennis voor 6.3 Bij (...) tekenen en berekenen van (...), afstanden en patronen, gebruik maken van meetkundige eigenschappen, in het bijzonder: (...) gelijke verhoudingen, waaronder rekenen met vergrotingen en verkleiningen, ook in ruimtelijke situaties Uitspraak, schrijfwijze en van getallen, symbolen en relaties Wiskundetaal A Notatie, taal en Uitspraak, schrijfwijze en van Notatie van breuken (horizontale breukstreep), decimale getallen 3.7 Adequate (wiskunde)taal als 157

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.3 zich bedienen van adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken en gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte en schatten en rekenen met gangbare maten en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze op een verstandige manier de rekenmachine tekenen. afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties en apparaten hanteren 5.2 Een rekenmachine 5.4 Basistechnieken 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren WI/V/1 Aanvullende eisen De kandidaat kan: 6.3 Redeneren en tekenen op verschillende verbanden toegespitste technieken WI/V/1 Aanvullende eisen formules en verbanden op een meer formele manier De kandidaat kan: hanteren op verschillende verbanden toegespitste technieken complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine formules en verbanden op een meer formele manier complexe meetkundige technieken hanteren complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine complexe meetkundige technieken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen getallen, symbolen en relaties Wiskundetaal (kommagetal) en procenten (%) herkennen Taal van verhoudingen (per, op, van de) Verhoudingen herkennen in verschillende dagelijkse situaties (recepten, snelheid, vergroten/verkleinen, schaal enz.) 3.7 Adequate (wiskunde)taal als 3.2 Wiskundige informatie identificeren (...) 1 - streef A Notatie, taal en Uitspraak, schrijfwijze en van getallen, symbolen en relaties Wiskundetaal Schaal 6.1 Ruimtelijke voorstellingen, al dan niet op schaal, weergeven, al dan niet met concreet materiaal 6.3 Bij (...) tekenen en berekenen van (...), afstanden en patronen, gebruik maken van meetkundige eigenschappen, in het bijzonder: (...) gelijke verhoudingen, waaronder rekenen met vergrotingen en verkleiningen, ook in ruimtelijke situaties 2 - streef A Notatie, taal en Uitspraak, schrijfwijze en van Adequate (wiskunde)taal en notaties lezen en. Ook de 3.7 Adequate (wiskunde)taal als 158

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.3 zich bedienen van adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken en gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte en schatten en rekenen met gangbare maten en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze op een verstandige manier de rekenmachine tekenen. afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties en apparaten hanteren 5.2 Een rekenmachine 5.4 Basistechnieken 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren WI/V/1 Aanvullende eisen De kandidaat kan: 6.3 Redeneren en tekenen op verschillende verbanden toegespitste technieken WI/V/1 Aanvullende eisen formules en verbanden op een meer formele manier De kandidaat kan: hanteren op verschillende verbanden toegespitste technieken complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine formules en verbanden op een meer formele manier complexe meetkundige technieken hanteren complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine complexe meetkundige technieken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen getallen, symbolen en relaties Wiskundetaal notatie 3 : 5 voor 'drie van de vijf leerlingen' A Notatie, taal en Uitspraak, schrijfwijze en van getallen, symbolen en relaties Wiskundetaal 1 - streef A Notatie, taal en Uitspraak, schrijfwijze en van getallen, symbolen en relaties Wiskundetaal Relatieve vergelijking (term niet) 159

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.3 zich bedienen van adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken en gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte en schatten en rekenen met gangbare maten en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze op een verstandige manier de rekenmachine tekenen. afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties en apparaten hanteren 5.2 Een rekenmachine 5.4 Basistechnieken 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren WI/V/1 Aanvullende eisen De kandidaat kan: 6.3 Redeneren en tekenen op verschillende verbanden toegespitste technieken WI/V/1 Aanvullende eisen formules en verbanden op een meer formele manier De kandidaat kan: hanteren op verschillende verbanden toegespitste technieken complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine formules en verbanden op een meer formele manier complexe meetkundige technieken hanteren complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine complexe meetkundige technieken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen A Notatie, taal en Uitspraak, schrijfwijze en van getallen, symbolen en relaties Wiskundetaal 2 - streef Gebruik maken van de begrippen absoluut en relatief bij het rekenen met procenten 3.7 Adequate (wiskunde)taal als B Met elkaar in verband brengen Paraat hebben Verhouding, procent, breuk, decimaal getal, deling, deel van met elkaar in verband brengen Eenvoudige relaties herkennen, bijvoorbeeld dat 50% nemen hetzelfde is als de helft nemen of hetzelfde als delen door 2 Voorkennis voor 5.4 Een verhouding omzetten in een breuk, decimaal getal of percentage 1 - streef B Met elkaar in verband brengen Verhouding, procent, Paraat hebben Procenten als decimale getallen (honderdsten) Voorkennis voor 5.2 Met een rekenmachine (...) procenten (...) berekenen of benaderen als eindige decimale getallen 160

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.3 zich bedienen van adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken en gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte en schatten en rekenen met gangbare maten en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze op een verstandige manier de rekenmachine tekenen. afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties en apparaten hanteren 5.2 Een rekenmachine 5.4 Basistechnieken 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren WI/V/1 Aanvullende eisen De kandidaat kan: 6.3 Redeneren en tekenen op verschillende verbanden toegespitste technieken WI/V/1 Aanvullende eisen formules en verbanden op een meer formele manier De kandidaat kan: hanteren op verschillende verbanden toegespitste technieken complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine formules en verbanden op een meer formele manier complexe meetkundige technieken hanteren complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine complexe meetkundige technieken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen breuk, decimaal getal, deling, deel van met elkaar in verband brengen B Met elkaar in verband brengen Verhouding, procent, breuk, decimaal getal, deling, deel van met elkaar in verband brengen Veel voorkomende omzettingen van percentages in breuken en omgekeerd 2 - streef Paraat hebben Breuken, decimale getallen, percentages en verhoudingen in elkaar omzetten Voorkennis voor 5.4 Een verhouding omzetten in een breuk, decimaal getal of percentage Omvat 5.4 Een verhouding omzetten in een breuk, decimaal getal of percentage B Met elkaar in verband brengen Verhouding, procent, breuk, decimaal getal, deling, deel van met elkaar in verband brengen Beschrijven van een deel van een geheel met een breuk Breuken met noemer 2, 4, 10 omzetten in bijbehorende percentages Eenvoudige verhoudingen in procenten omzetten, bijv. 40 op de Voorkennis voor 5.4 Een verhouding omzetten in een breuk (...) Voorkennis voor 5.4 Een verhouding omzetten in (...) een percentage Voorkennis voor 5.4 Een verhouding omzetten in (...) een percentage 161

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.3 zich bedienen van adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken en gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte en schatten en rekenen met gangbare maten en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze op een verstandige manier de rekenmachine tekenen. afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties en apparaten hanteren 5.2 Een rekenmachine 5.4 Basistechnieken 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren WI/V/1 Aanvullende eisen De kandidaat kan: 6.3 Redeneren en tekenen op verschillende verbanden toegespitste technieken WI/V/1 Aanvullende eisen formules en verbanden op een meer formele manier De kandidaat kan: hanteren op verschillende verbanden toegespitste technieken complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine formules en verbanden op een meer formele manier complexe meetkundige technieken hanteren complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine complexe meetkundige technieken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen 400 1 - streef B Met elkaar in verband brengen Verhouding, procent, breuk, decimaal getal, deling, deel van met elkaar in verband brengen Breuken en procenten in elkaar omzetten Breuken benaderen als eindige decimale getallen Verhoudingen en breuken met een rekenmachine omzetten in een (afgerond) kommagetal Voorkennis voor 5.4 Een verhouding omzetten in een breuk, decimaal getal of percentage 5.2 Met een rekenmachine breuken (...) benaderen als eindige decimale getallen 5.2 Met een rekenmachine breuken, procenten (...) berekenen of benaderen als eindige decimale getallen 2 - streef B Met elkaar in verband brengen Verhouding, procent, breuk, decimaal getal, deling, deel van met elkaar in verband brengen Weten wat 'in verhouding hetzelfde' betekent en hiermee rekenen, bijvoorbeeld 'in dezelfde verhouding vergroten' 5.4 Bij berekeningen een verhoudingstabel 6.3 Bij (...) tekenen en berekenen van (...), afstanden en patronen, gebruik maken van meetkundige eigenschappen, in het bijzonder: (...) gelijke verhoudingen, waaronder rekenen met vergrotingen en verkleiningen, ook in ruimtelijke situaties 162

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.3 zich bedienen van adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken en gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte en schatten en rekenen met gangbare maten en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze op een verstandige manier de rekenmachine tekenen. afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties en apparaten hanteren 5.2 Een rekenmachine 5.4 Basistechnieken 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren WI/V/1 Aanvullende eisen De kandidaat kan: 6.3 Redeneren en tekenen op verschillende verbanden toegespitste technieken WI/V/1 Aanvullende eisen formules en verbanden op een meer formele manier De kandidaat kan: hanteren op verschillende verbanden toegespitste technieken complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine formules en verbanden op een meer formele manier complexe meetkundige technieken hanteren complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine complexe meetkundige technieken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen B Met elkaar in verband brengen Verhouding, procent, breuk, decimaal getal, deling, deel van met elkaar in verband brengen 1 - streef B Met elkaar in verband brengen Verhouding, procent, breuk, decimaal getal, deling, deel van met elkaar in verband brengen Relatie tussen breuken, verhoudingen en percentages Breuken omzetten in een kommagetal, eindig of oneindig aantal decimalen Omvat 5.4 Een verhouding omzetten in een breuk, decimaal getal of percentage 5.2 Met een rekenmachine breuken (...) berekenen of benaderen als eindige decimale getallen 2 - streef B Met elkaar in verband brengen Verhouding, procent, Kennis van getalsystemen: 1 4 kan 163

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.3 zich bedienen van adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken en gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte en schatten en rekenen met gangbare maten en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze op een verstandige manier de rekenmachine tekenen. afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties en apparaten hanteren 5.2 Een rekenmachine 5.4 Basistechnieken 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren WI/V/1 Aanvullende eisen De kandidaat kan: 6.3 Redeneren en tekenen op verschillende verbanden toegespitste technieken WI/V/1 Aanvullende eisen formules en verbanden op een meer formele manier De kandidaat kan: hanteren op verschillende verbanden toegespitste technieken complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine formules en verbanden op een meer formele manier complexe meetkundige technieken hanteren complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine complexe meetkundige technieken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen breuk, decimaal getal, deling, deel van met elkaar in verband brengen wel als eindig decimaal getal geschreven worden en 1 3 niet In de context van verhoudingen berekeningen uitvoeren, ook met procenten en verhoudingen Paraat hebben Rekenen met eenvoudige percentages (10%, 50%,...) Voorkennis voor 5.4 Bij berekeningen een verhoudingstabel 1 - streef In de context van verhoudingen berekeningen uitvoeren, ook met procenten en verhoudingen Paraat hebben Rekenen met percentages ook met moeilijker getallen en minder mooie percentages (eventueel met de rekenmachine) 5.4 Bij berekeningen een verhoudingstabel 2 - streef 164

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.3 zich bedienen van adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken en gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte en schatten en rekenen met gangbare maten en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze op een verstandige manier de rekenmachine tekenen. afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties en apparaten hanteren 5.2 Een rekenmachine 5.4 Basistechnieken 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren WI/V/1 Aanvullende eisen De kandidaat kan: 6.3 Redeneren en tekenen op verschillende verbanden toegespitste technieken WI/V/1 Aanvullende eisen formules en verbanden op een meer formele manier De kandidaat kan: hanteren op verschillende verbanden toegespitste technieken complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine formules en verbanden op een meer formele manier complexe meetkundige technieken hanteren complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine complexe meetkundige technieken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen In de context van verhoudingen berekeningen uitvoeren, ook met procenten en verhoudingen Paraat hebben Formele rekenregels hanteren Voorkennis voor 5.2 V/1 Berekeningen met een groeifactor of percentage uitvoeren Bepalen op welke schaal iets getekend is In de context van verhoudingen berekeningen uitvoeren, ook met procenten en verhoudingen Eenvoudige verhoudingsproblemen (met mooie getallen) oplossen Problemen oplossen waarin de relatie niet direct te leggen is: 6 pakken voor 18 euro, voor 5 pakken betaal je dan... 5.4 Bij berekeningen een verhoudingstabel N.B. Het gebruik van een verhoudingstabel is een (didactisch) hulpmiddel voor het oplossen van verhoudings- en procentproblemen 5.4 Bij berekeningen een verhoudingstabel N.B. Het gebruik van een verhoudingstabel is een (didactisch) hulpmiddel voor het oplossen van verhoudings- en procentproblemen 1 - streef 165

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.3 zich bedienen van adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken en gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte en schatten en rekenen met gangbare maten en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze op een verstandige manier de rekenmachine tekenen. afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties en apparaten hanteren 5.2 Een rekenmachine 5.4 Basistechnieken 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren WI/V/1 Aanvullende eisen De kandidaat kan: 6.3 Redeneren en tekenen op verschillende verbanden toegespitste technieken WI/V/1 Aanvullende eisen formules en verbanden op een meer formele manier De kandidaat kan: hanteren op verschillende verbanden toegespitste technieken complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine formules en verbanden op een meer formele manier complexe meetkundige technieken hanteren complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine complexe meetkundige technieken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen In de context van verhoudingen berekeningen uitvoeren, ook met procenten en verhoudingen Gebruik dat geheel 100% is 5.4 Bij berekeningen een verhoudingstabel Ontbrekende afmeting bepalen van een foto die vergroot wordt 6.3 Bij (...) tekenen en berekenen van (...), afstanden en patronen, gebruik maken van meetkundige eigenschappen, in het bijzonder: (...) gelijke verhoudingen, waaronder rekenen met vergrotingen en verkleiningen, ook in ruimtelijke situaties Rekenen met eenvoudige schaal 6.3 Bij (...) tekenen en berekenen van (...), afstanden en patronen, gebruik maken van meetkundige eigenschappen, in het bijzonder: (...) gelijke verhoudingen, waaronder rekenen met vergrotingen en verkleiningen, ook in ruimtelijke situaties 2 - streef In de context van verhoudingen berekeningen uitvoeren, ook met procenten en verhoudingen Rekenen met percentages boven de 100 Vierde evenredige berekenen 5.4 Bij berekeningen een verhoudingstabel Verhoudingen bij het oplossen van problemen Berekeningen met een groeifactor / vermenigvuldigingsfactor of percentage uitvoeren bijvoorbeeld samengestelde interest en exponentiële groei: 19% erbij en 5.2 V/1 Berekeningen met een groeifactor of percentage uitvoeren 166

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.3 zich bedienen van adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken en gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte en schatten en rekenen met gangbare maten en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze op een verstandige manier de rekenmachine tekenen. afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties en apparaten hanteren 5.2 Een rekenmachine 5.4 Basistechnieken 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren WI/V/1 Aanvullende eisen De kandidaat kan: 6.3 Redeneren en tekenen op verschillende verbanden toegespitste technieken WI/V/1 Aanvullende eisen formules en verbanden op een meer formele manier De kandidaat kan: hanteren op verschillende verbanden toegespitste technieken complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine formules en verbanden op een meer formele manier complexe meetkundige technieken hanteren complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine complexe meetkundige technieken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen 25% eraf Verhoudingen in de meetkunde 6.3 Bij redeneren, tekenen en berekenen van hoeken en afstanden en patronen gebruik maken van meetkundige begrippen en eigenschappen, in het bijzonder (...) gelijke verhoudingen. In de context van verhoudingen berekeningen uitvoeren, ook met procenten en verhoudingen Eenvoudige verhoudingen met elkaar vergelijken: 1 op de 3 kinderen gaat deze vakantie naar het buitenland. Is dat meer of minder dan de helft? Voorkennis voor 5.4 Verhoudingen vergelijken 1 - streef In de context van verhoudingen berekeningen uitvoeren, ook met Vergroting als toepassing van verhoudingen 6.3 Bij het redeneren (...) gebruik maken van meetkundige eigenschappen, in het bijzonder: (...) gelijke verhoudingen, waaronder rekenen met vergrotingen en verkleiningen, ook in ruimtelijke situaties 167

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.3 zich bedienen van adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken en gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte en schatten en rekenen met gangbare maten en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze op een verstandige manier de rekenmachine tekenen. afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties en apparaten hanteren 5.2 Een rekenmachine 5.4 Basistechnieken 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren WI/V/1 Aanvullende eisen De kandidaat kan: 6.3 Redeneren en tekenen op verschillende verbanden toegespitste technieken WI/V/1 Aanvullende eisen formules en verbanden op een meer formele manier De kandidaat kan: hanteren op verschillende verbanden toegespitste technieken complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine formules en verbanden op een meer formele manier complexe meetkundige technieken hanteren complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine complexe meetkundige technieken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen procenten en verhoudingen Bij procenten mag je niet zomaar optellen en aftrekken (10% erbij 10% eraf) Betekenis van percentages boven de 100 Relatieve grootte: de helft van iets kan minder zijn dan een kwart van iets anders Verhoudingen in de meetkunde 6.3 Bij (...) tekenen en berekenen van (...), afstanden en patronen, gebruik maken van meetkundige eigenschappen, in het bijzonder: (...) gelijke verhoudingen, waaronder rekenen met vergrotingen en verkleiningen, ook in ruimtelijke situaties 2 - streef In de context van verhoudingen berekeningen uitvoeren, ook met procenten en verhoudingen (Wiskundig) redeneren in situaties waarin percentages of verhoudingen voorkomen 3.3 zich bedienen van adequate (...) redeneerstrategieën 168

Subdomein Meten en Meetkunde WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes (wiskundig) taalgebruik adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.7 adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden op een verstandige manier de rekenmachine. 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.3 Meten en schatten De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken en interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte en daarbij: redeneren over meetkundige figuren en deze tekenen afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten en apparaten hanteren 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen WI/V/1 Aanvullende eisen De kandidaat kan: op verschillende verbanden toegespitste technieken formules en verbanden op een meer formele manier hanteren complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine complexe meetkundige technieken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen A Notatie, taal en Maten voor lengte, oppervlakte, inhoud en gewicht, temperatuur Tijd en geld Meetinstrumenten Schrijfwijze en van meetkundige symbolen en relaties Paraat hebben Uitspraak en notatie van (euro)bedragen tijd (analoog en digitaal) kalender, datum (23-11- 2007) lengte- oppervlakte en inhoudsmaten gewicht temperatuur 3.7 Adequate (wiskunde)taal als Voorkennis voor 5.1 Rekenen met gangbare maten voor lengte, oppervlakte, inhoud, gewicht, tijd, temperatuur, geld (...) Voorkennis voor 5.3 Gangbare maten en referentiematen hanteren Omtrek, oppervlakte en inhoud Voorkennis voor 6.2 Schattingen en metingen doen van (...) lengten en oppervlakten van objecten in de ruimte Voorkennis voor 6.2 Oppervlakte en omtrek berekenen van... (volgen enkele specifieke figuren) Voorkennis voor 6.2 Inhoud (...) berekenen Namen van enkele vlakke en ruimtelijke figuren, zoals rechthoek, vierkant, cirkel, kubus, bol Veelgebruikte meetkundige begrippen zoals (rond, recht, vierkant, midden, horizontaal 3.7 Adequate (wiskunde)taal als Voorkennis voor 6.1 Situaties beschrijven (...) door middel van figuren, waaronder (...) vierkant, rechthoek, (...) cirkel, kubus, (...) en bol 3.7 Adequate (wiskunde)taal als Voorkennis voor 6.1 Situaties beschrijven met behulp van richting of hoek (...) 169

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes (wiskundig) taalgebruik adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.7 adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken en gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte en schatten en rekenen met gangbare maten en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze tekenen op een verstandige manier de rekenmachine afmetingen meten, schatten en berekenen. meetkundige begrippen en formules, instrumenten en apparaten hanteren 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.3 Meten en schatten 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen WI/V/1 Aanvullende eisen De kandidaat kan: op verschillende verbanden toegespitste technieken formules en verbanden op een meer formele manier hanteren complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine complexe meetkundige technieken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen etc.) 1 - streef A Notatie, taal en Paraat hebben Maten voor lengte, oppervlakte, inhoud en gewicht, temperatuur Tijd en geld Meetinstrumenten Schrijfwijze en van meetkundige symbolen en Are, hectare Ton (1000 kg) Betekenis van voorvoegsels zoals milli-, centi-, kilo- 5.1 Bij het rekenen en vermelden van resultaten gebruik maken van gangbare begrippen en voorvoegsels zoals (...) milli-, centien kilo (standaard) oppervlaktematen km 2, m 2, dm 2, cm 2 5.1 Rekenen met gangbare maten voor (...) oppervlakte (...) relaties (standaard) inhoudsmaten m 3, dm 3, cm 3 5.1 Rekenen met gangbare maten voor (...) inhoud (...) 2 - streef A Notatie, taal en Maten voor lengte, oppervlakte, inhoud en gewicht, temperatuur Paraat hebben Voorvoegsels bij maten Omvat 5.1 Bij het rekenen en vermelden van resultaten gebruik maken van gangbare begrippen en voorvoegsels zoals (...) milli-, centi- en kilo Gebruik van symbolen als,, // 170

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes (wiskundig) taalgebruik adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.7 adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken en gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte en schatten en rekenen met gangbare maten en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze tekenen op een verstandige manier de rekenmachine afmetingen meten, schatten en berekenen. meetkundige begrippen en formules, instrumenten en apparaten hanteren 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.3 Meten en schatten 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen WI/V/1 Aanvullende eisen De kandidaat kan: op verschillende verbanden toegespitste technieken formules en verbanden op een meer formele manier hanteren complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine complexe meetkundige technieken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Tijd en geld Meetinstrumenten Schrijfwijze en van meetkundige symbolen en relaties Parallel 6.1 Situaties beschrijven door middel van woorden Namen van vlakke en ruimtelijke figuren 6.1 Situaties beschrijven door middel van vlakke figuren A Notatie, taal en Maten voor lengte, oppervlakte, inhoud en gewicht, temperatuur Tijd en geld Meetinstrumenten Schrijfwijze en van meetkundige symbolen en relaties Meetinstrumenten aflezen en uitkomst noteren; liniaal, maatbeker, weegschaal, thermometer etc. Verschillende tijdseenheden (uur, minuut, seconde; eeuw, jaar, maand) Aantal standaard referentiematen ( een grote stap is ongeveer een meter, in een standaard melkpak zit 1 liter) Eenvoudige routebeschrijving (linksaf, rechtsaf) 5.3 Schalen aflezen 6.3 Gebruik maken van instrumenten en apparaten, in het bijzonder: liniaal, (...) Voorkennis voor 5.1 Rekenen met gangbare maten voor (...) tijd 5.3 Gangbare maten en referentiematen hanteren 6.1 Situaties beschrijven met woorden Voorkennis voor 6.1 Situaties beschrijven met behulp van richting 171

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes (wiskundig) taalgebruik adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.7 adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken en gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte en schatten en rekenen met gangbare maten en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze tekenen op een verstandige manier de rekenmachine afmetingen meten, schatten en berekenen. meetkundige begrippen en formules, instrumenten en apparaten hanteren 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.3 Meten en schatten 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen WI/V/1 Aanvullende eisen De kandidaat kan: op verschillende verbanden toegespitste technieken formules en verbanden op een meer formele manier hanteren complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine complexe meetkundige technieken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen (...) 1 - streef A Notatie, taal en Maten voor lengte, oppervlakte, inhoud en gewicht, temperatuur Tijd en geld Meetinstrumenten Schrijfwijze en van meetkundige symbolen en relaties Gegevens van meetinstrumenten interpreteren; 23,5 op een kilometerteller betekent... Aanduidingen op windroos (N, NO, O, ZO, Z, ZW, W, NW) Alledaagse taal herkennen ( een kuub zand ) Een hectare is ongeveer 2 voetbalvelden 6.3 Gangbare (...) referentiematen hanteren 6.1 Vlakke tekeningen in ruimtelijke situaties interpreteren en bewerken, zoals (...) landkaarten, (...) 6.2 Situaties beschrijven met behulp van richting (...) 2 - streef 172

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes (wiskundig) taalgebruik adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.7 adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken en gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte en schatten en rekenen met gangbare maten en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze tekenen op een verstandige manier de rekenmachine afmetingen meten, schatten en berekenen. meetkundige begrippen en formules, instrumenten en apparaten hanteren 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.3 Meten en schatten 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen WI/V/1 Aanvullende eisen De kandidaat kan: op verschillende verbanden toegespitste technieken formules en verbanden op een meer formele manier hanteren complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine complexe meetkundige technieken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen A Notatie, taal en Maten voor lengte, oppervlakte, inhoud en gewicht, temperatuur Tijd en geld Meetinstrumenten Schrijfwijze en van meetkundige symbolen en relaties Lezen en interpreteren van tekeningen 6.1 Vlakke tekeningen van ruimtelijke situaties interpreteren (...), zoals... A Notatie, taal en Maten voor lengte, oppervlakte, inhoud en gewicht, temperatuur Tijd en geld Meetinstrumenten Schrijfwijze en van meetkundige Eigen referentiematen ontwikkelen, ( in 1 kg appels zitten ongeveer 5 appels ) Een vierkante meter hoeft geen vierkant te zijn Betekenis van voorvoegsels zoals kubieke 173

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes (wiskundig) taalgebruik adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.7 adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken en gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte en schatten en rekenen met gangbare maten en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze tekenen op een verstandige manier de rekenmachine afmetingen meten, schatten en berekenen. meetkundige begrippen en formules, instrumenten en apparaten hanteren 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.3 Meten en schatten 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen WI/V/1 Aanvullende eisen De kandidaat kan: op verschillende verbanden toegespitste technieken formules en verbanden op een meer formele manier hanteren complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine complexe meetkundige technieken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen symbolen en relaties 1 - streef A Notatie, taal en Maten voor lengte, oppervlakte, inhoud en gewicht, temperatuur Tijd en geld Meetinstrumenten Schrijfwijze en van meetkundige symbolen en relaties Oppervlakte- en inhoudsmaten relateren aan bijbehorende lengtematen Redeneren welke maat in welke context past Spiegelen in 2D en 3D 6.3 Bij redeneren (...) gebruik maken van meetkundige begrippen en eigenschappen, in het bijzonder (...) lijnsymmetrie, draaisymmetrie, (...) Redeneren over symmetrische figuren 6.3 Bij redeneren (...) gebruik maken van meetkundige begrippen en eigenschappen, in het bijzonder (...) lijnsymmetrie, draaisymmetrie, (...) Meetkundige patronen voortzetten (hoe weet je wat het volgende figuur uit de rij moet zijn) 6.3 Bij redeneren (...) gebruik maken van meetkundige begrippen en eigenschappen, in het bijzonder (...) regelmatige patronen, (...) 2 - streef 174

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes (wiskundig) taalgebruik adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.7 adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken en gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte en schatten en rekenen met gangbare maten en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze tekenen op een verstandige manier de rekenmachine afmetingen meten, schatten en berekenen. meetkundige begrippen en formules, instrumenten en apparaten hanteren 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.3 Meten en schatten 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen WI/V/1 Aanvullende eisen De kandidaat kan: op verschillende verbanden toegespitste technieken formules en verbanden op een meer formele manier hanteren complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine complexe meetkundige technieken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen A Notatie, taal en Maten voor lengte, oppervlakte, inhoud en gewicht, temperatuur Tijd en geld Meetinstrumenten Schrijfwijze en van meetkundige symbolen en relaties Gegevens nodig voor het construeren van tekeningen Redeneren over gelijkvormige figuren 3.2 Wiskundige informatie identificeren (...) en om problemen op te lossen 6.3 Bij redeneren (...) gebruik maken van meetkundige begrippen en eigenschappen, in het bijzonder (...) gelijke verhoudingen, (...) B Met elkaar in verband brengen Paraat hebben Meetinstrumenten Structuur en samenhang tussen maateenheden Verschillende representaties, 2D en 3D 1dm 3 = 1 liter = 1000 ml Voorkennis voor 5.1 Rekenen met gangbare maten voor (...) inhoud (...) Een 2D representatie van een 3D object zoals foto, plattegrond, landkaart (incl. legenda), patroontekening 6.1 Vlakke tekeningen van ruimtelijke situaties interpreteren (...), zoals foto's, plattegronden, patroontekeningen, landkaarten (...). (...) 175

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes (wiskundig) taalgebruik adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.7 adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken en gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte en schatten en rekenen met gangbare maten en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze tekenen op een verstandige manier de rekenmachine afmetingen meten, schatten en berekenen. meetkundige begrippen en formules, instrumenten en apparaten hanteren 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.3 Meten en schatten 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen WI/V/1 Aanvullende eisen De kandidaat kan: op verschillende verbanden toegespitste technieken formules en verbanden op een meer formele manier hanteren complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine complexe meetkundige technieken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen 1 - streef B Met elkaar in verband brengen Meetinstrumenten Structuur en samenhang tussen maateenheden Verschillende representaties, 2D en 3D Paraat hebben 1 m 3 = 1000 liter Voorkennis voor 5.1 Rekenen met gangbare maten voor (...) inhoud (...) 1 km 2 = 1000 000 m 2 = 100 ha Voorkennis voor 5.1 Rekenen met gangbare maten voor (...) oppervlakte (...) B Met elkaar in verband brengen Meetinstrumenten Structuur en samenhang tussen maateenheden Verschillende representaties, 2D en 3D 2 - streef Paraat hebben Verschillende soorten symmetrie herkennen en 6.3 Bij redeneren, tekenen en berekenen van hoeken en afstanden en patronen gebruik maken van meetkundige begrippen, (...) in het bijzonder lijnsymmetrie en draaisymmetrie, (...) 176

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes (wiskundig) taalgebruik adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.7 adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken en gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte en schatten en rekenen met gangbare maten en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze tekenen op een verstandige manier de rekenmachine afmetingen meten, schatten en berekenen. meetkundige begrippen en formules, instrumenten en apparaten hanteren 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.3 Meten en schatten 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen WI/V/1 Aanvullende eisen De kandidaat kan: op verschillende verbanden toegespitste technieken formules en verbanden op een meer formele manier hanteren complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine complexe meetkundige technieken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen B Met elkaar in verband brengen Meetinstrumenten Structuur en samenhang tussen maateenheden Verschillende representaties, 2D en 3D In volle situaties samenhang tussen enkele (standaard)maten km m m dm, cm, mm l dl, cl, ml kg g, mg Tijd (maanden, weken, dagen in een jaar, uren, minuten, seconden) 5.1 Rekenen met gangbare maten voor lengte, oppervlakte, inhoud, gewicht, (...) 5.1 Rekenen met gangbare maten voor (...) tijd Afmetingen bepalen met behulp van afpassen, schaal, rekenen 6.2 (...) Metingen doen van (...) lengten (...) van objecten in de ruimte 6.2 Lengten in vlakke en ruimtelijke figuren berekenen met behulp van schaal 6.3 Gebruik maken van instrumenten en apparaten, in het bijzonder liniaal, (...), passer, (...) Maten vergelijken en ordenen 5.3 Gangbare maten (...) hanteren 1 - streef B Met elkaar in verband brengen Meetinstrumenten Samenhang tussen (standaard)maten ook door 5.1 Rekenen met gangbare maten voor lengte, oppervlakte, inhoud, gewicht, (...) 177

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes (wiskundig) taalgebruik adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.7 adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken en gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte en schatten en rekenen met gangbare maten en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze tekenen op een verstandige manier de rekenmachine afmetingen meten, schatten en berekenen. meetkundige begrippen en formules, instrumenten en apparaten hanteren 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.3 Meten en schatten 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen WI/V/1 Aanvullende eisen De kandidaat kan: op verschillende verbanden toegespitste technieken formules en verbanden op een meer formele manier hanteren complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine complexe meetkundige technieken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Structuur en samenhang tussen maateenheden Verschillende representaties, 2D en 3D terugrekenen, in complexere situaties en ook met decimale getallen Is 1750 g meer of minder dan 1,7 kg? Samengestelde grootheden en interpreteren, zoals km/u Kiezen van de juiste maateenheid bij een situatie of berekening 5.1 Bij het oplossen van problemen (...) eenvoudig samengestelde grootheden herkennen en 2 - streef B Met elkaar in verband brengen Meetinstrumenten Structuur en samenhang tussen maateenheden Verschillende representaties, 2D en 3D Uitspraken doen over orde van grootte en nauwkeurigheid van meetresultaten 5.3 Uitspraken doen over de orde van grootte en de nauwkeurigheid (van meetresultaten, VS) 178

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes (wiskundig) taalgebruik adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.7 adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken en gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte en schatten en rekenen met gangbare maten en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze tekenen op een verstandige manier de rekenmachine afmetingen meten, schatten en berekenen. meetkundige begrippen en formules, instrumenten en apparaten hanteren 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.3 Meten en schatten 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen WI/V/1 Aanvullende eisen De kandidaat kan: op verschillende verbanden toegespitste technieken formules en verbanden op een meer formele manier hanteren complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine complexe meetkundige technieken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen B Met elkaar in verband brengen Meetinstrumenten Structuur en samenhang tussen maateenheden Verschillende representaties, 2D en 3D (Lengte)maten en geld in verband brengen met decimale getallen: 1,65 m is 1 meter en 65 centimeter 1,65 is 1 euro en 65 eurocent Voorkennis voor 5.1 Rekenen met gangbare maten voor lengte, (...), geld (...) 1 - streef B Met elkaar in verband brengen Meetinstrumenten Structuur en samenhang tussen maateenheden Verschillende representaties, 2D en 3D Decimale structuur van het metriek stelsel Structuur en samenhang metrieke stelsel Relatie tussen 3D ruimtelijke figuren en bijbehorende bouwplaten 6.1 Vlakke tekeningen van ruimtelijke situaties interpreteren en bewerken (...). Daarbij kan de kandidaat gebruik maken van (...) uitslagen (...) 2 - streef B Met elkaar in 179

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes (wiskundig) taalgebruik adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.7 adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken en gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte en schatten en rekenen met gangbare maten en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze tekenen op een verstandige manier de rekenmachine afmetingen meten, schatten en berekenen. meetkundige begrippen en formules, instrumenten en apparaten hanteren 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.3 Meten en schatten 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen WI/V/1 Aanvullende eisen De kandidaat kan: op verschillende verbanden toegespitste technieken formules en verbanden op een meer formele manier hanteren complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine complexe meetkundige technieken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen verband brengen Meetinstrumenten Structuur en samenhang tussen maateenheden Verschillende representaties, 2D en 3D Structuur en samenhang metrieke stelsel (uitgebreid) Oppervlakte en inhoud van gelijkvormige figuren Omvat 6.3 Bij redeneren (...) en berekenen van (...) afstanden (...) gebruik maken van meetkundige begrippen en eigenschappen, in het bijzonder (...) gelijke verhoudingen (...) Meten Rekenen in de meetkunde Paraat hebben Schattingen maken over afmetingen en hoeveelheden Oppervlakte benaderen via rooster Omtrek en oppervlakte berekenen van rechthoekige figuren Routes beschrijven en lezen op een kaart met behulp van een rooster 5.3 Vooraf schattingen doen van (...) meetresultaten 6.2 Schattingen (...) doen van (...) lengten (...) Voorkennis voor 6.2 Schattingen en metingen doen van (...) oppervlakten van objecten in de ruimte Voorkennis voor 6.2 Oppervlakte (...) berekenen van... (volgt een lijst met figuren) 6.2 Oppervlakte en omtrek berekenen van (...) rechthoek en figuren die daaruit zijn samengesteld (...) Voorkennis voor 6.1 Situaties beschrijven met coördinaten; zowel in het platte vlak als (...) 180

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes (wiskundig) taalgebruik adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.7 adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken en gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte en schatten en rekenen met gangbare maten en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze tekenen op een verstandige manier de rekenmachine afmetingen meten, schatten en berekenen. meetkundige begrippen en formules, instrumenten en apparaten hanteren 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.3 Meten en schatten 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen WI/V/1 Aanvullende eisen De kandidaat kan: op verschillende verbanden toegespitste technieken formules en verbanden op een meer formele manier hanteren complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine complexe meetkundige technieken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen 1 - streef Meten Rekenen in de meetkunde Paraat hebben Omtrek en oppervlakte bepalen/berekenen van figuren (ook niet rechthoekige) via (globaal) rekenen 6.2 Oppervlakte en omtrek berekenen van... 2 - streef Meten Rekenen in de meetkunde Paraat hebben Grootte van hoeken en afstanden berekenen in 2D en 3D figuren 6.2 V/1 Grootte van hoeken en afstanden in 2- en 3-dimensionale figuren berekenen Stelling van Pythagoras 6.3 Bij redeneren, tekenen en berekenen van hoeken en afstanden en patronen gebruik maken van meetkundige begrippen en eigenschappen, in het bijzonder (...) de stelling van Pythagoras Goniometrische verhoudingen sin, cos en tan 6.3 Bij redeneren, tekenen en berekenen van hoeken en afstanden en patronen gebruik maken van meetkundige begrippen en eigenschappen, in het bijzonder (...) goniometrische verhoudingen sinus, cosinus en tangens 181

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes (wiskundig) taalgebruik adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.7 adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken en gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte en schatten en rekenen met gangbare maten en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze tekenen op een verstandige manier de rekenmachine afmetingen meten, schatten en berekenen. meetkundige begrippen en formules, instrumenten en apparaten hanteren 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.3 Meten en schatten 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen WI/V/1 Aanvullende eisen De kandidaat kan: op verschillende verbanden toegespitste technieken formules en verbanden op een meer formele manier hanteren complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine complexe meetkundige technieken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Meten Rekenen in de meetkunde Veel voorkomende maateenheden omrekenen Liniaal en andere veelvoorkomen meetinstrumenten 5.1 Rekenen met gangbare maten voor lengte, oppervlakte, inhoud, gewicht, tijd, temperatuur, geld (...) 6.3 Gebruik maken van instrumenten en apparaten, in het bijzonder: liniaal, (...), passer, (...) 1 - streef Meten Rekenen in de meetkunde Formules bij berekenen van oppervlakte en inhoud van eenvoudige figuren 6.2 (...) Oppervlakte van een cirkel berekenen met behulp van gegeven formules 6.2 Inhoud van prisma, kegel, piramide, bol en cilinder berekenen met behulp van gegeven formules 2 - streef Meten Rekenen in de meetkunde Kennis van figuren en hun eigenschappen bij het oplossen van problemen 3.2 Wiskundige informatie identificeren (...) en om problemen op te lossen 6.1 Uit de hierboven genoemde voorstellingen en beschrijvingen conclusies trekken over de bijbehorende objecten en hun plaats in de ruimte 6.3 Bij redeneren, tekenen en berekenen van hoeken en afstanden gebruik maken van meetkundige (...) eigenschappen, in het bijzonder evenwijdigheid, (...) regelmatige patronen, 182

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes (wiskundig) taalgebruik adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.7 adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken en gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte en schatten en rekenen met gangbare maten en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze tekenen op een verstandige manier de rekenmachine afmetingen meten, schatten en berekenen. meetkundige begrippen en formules, instrumenten en apparaten hanteren 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.3 Meten en schatten 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen WI/V/1 Aanvullende eisen De kandidaat kan: op verschillende verbanden toegespitste technieken formules en verbanden op een meer formele manier hanteren complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine complexe meetkundige technieken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen eigenschappen van hoeken, (...) Meten Rekenen in de meetkunde 1 - streef Meten Rekenen in de meetkunde Formules voor het berekenen van oppervlakte en inhoud verklaren Beredeneren welke vergrotingsfactor nodig is om de ene (eenvoudige) figuur uit de andere te vormen Verschillende omtrek mogelijk bij gelijkblijvende oppervlakte 2 - streef 183

De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes (wiskundig) taalgebruik adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.7 adequate (wiskunde)taal als De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken en gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte en schatten en rekenen met gangbare maten en daarbij: grootheden redeneren over meetkundige figuren en deze tekenen op een verstandige manier de rekenmachine afmetingen meten, schatten en berekenen. meetkundige begrippen en formules, instrumenten en apparaten hanteren 5.1 Handig rekenen in alledaagse situaties 5.3 Meten en schatten 6.1 Voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren 6.3 Redeneren en tekenen WI/V/1 Aanvullende eisen De kandidaat kan: op verschillende verbanden toegespitste technieken formules en verbanden op een meer formele manier hanteren complexe rekentechnieken verrichten met behulp van de rekenmachine complexe meetkundige technieken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Meten Rekenen in de meetkunde Regelmaat in meetkundige patronen herkennen en beschrijven 184

Subdomein Verbanden WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes communiceren door middel van adequaat adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.1 relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.6 op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch WI/K/4 Algebraïsche verbanden De kandidaat kan problemen oplossen waarin verbanden een rol spelen, en daarbij: tabellen, grafieken en formules hanteren bij verschillende typen verbanden geschikte wiskundige modellen 4.1 De volgende verbanden kennen, herkennen en :... 4.2 Tabellen maken, aflezen, vergelijken en interpreteren 4.3 Grafieken tekenen, aflezen, interpreteren en vergelijken 4.4 Werken met formules 4.5 Rekenen met formules 4.6 In een gegeven situatie de voorstellingsvorm tabel, grafiek, formule of verwoording met elkaar in verband brengen WI/K/7 Informatieverwerking, statistiek De kandidaat kan informatie verzamelen, weergeven en analyseren met behulp van grafische voorstellingen, en daarbij statistische representatievormen (...) hanteren op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen, en daarbij: de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste probleemsituatie Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Onderdeel van het Schoolexamen A Notatie, taal en Analyseren en interpreteren van informatie uit tabellen, grafische voorstellingen en beschrijvingen Veel voorkomende diagrammen en grafieken Paraat hebben Informatie uit veel voorkomende tabellen aflezen zoals dienstregeling, lesrooster 4.2 Bij een gegeven tabel conclusies trekken over de bijbehorende situatie 1 - streef A Notatie, taal en Paraat hebben Legenda Statistische representatievormen (...) hanteren 185

WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes communiceren door middel van adequaat adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.1 relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.6 op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch WI/K/4 Algebraïsche verbanden De kandidaat kan problemen oplossen waarin verbanden een rol spelen, en daarbij: tabellen, grafieken en formules hanteren bij verschillende typen verbanden geschikte wiskundige modellen 4.1 De volgende verbanden kennen, herkennen en :... 4.2 Tabellen maken, aflezen, vergelijken en interpreteren 4.3 Grafieken tekenen, aflezen, interpreteren en vergelijken 4.4 Werken met formules 4.5 Rekenen met formules 4.6 In een gegeven situatie de voorstellingsvorm tabel, grafiek, formule of verwoording met elkaar in verband brengen WI/K/7 Informatieverwerking, statistiek WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan informatie verzamelen, De kandidaat kan problemen in alledaagse weergeven en analyseren met behulp van situaties vertalen naar wiskundige problemen, en grafische voorstellingen, en daarbij daarbij: statistische representatievormen (...) de hierboven genoemde vaardigheden hanteren geïntegreerd op basis van verwerkte informatie conclusies trekken die relevant zijn voor verwachtingen uitspreken en conclusies de bewuste probleemsituatie trekken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Onderdeel van het Schoolexamen Analyseren en interpreteren van informatie uit tabellen, grafische voorstellingen en beschrijvingen Veel voorkomende diagrammen en grafieken Assenstelsel Voorkennis voor 4.3 Een grafiek tekenen van het verband tussen variabelen in een gegeven situatie 2 - streef A Notatie, taal en Analyseren en interpreteren van informatie uit tabellen, grafische voorstellingen en beschrijvingen Veel voorkomende diagrammen en grafieken Paraat hebben Verschillende soorten 'groei' beschrijven met termen als constant, lineair, exponentieel, periodiek Betekenis van snijpunten vanuit de formule 3.7 adequate (wiskunde)taal als 4.3 Het verloop van een grafiek of interval beschrijven met de termen constant, stijgend, dalend of periodiek 4.4 Bij twee functionele verbanden aangeven, eventueel in benadering, waar functiewaarden gelijk zijn en op welke intervallen de ene groter is dan de andere Som- en verschilgrafiek 4.6 Bij twee functionele verbanden hun som en 186

WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes communiceren door middel van adequaat adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.1 relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.6 op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch WI/K/4 Algebraïsche verbanden De kandidaat kan problemen oplossen waarin verbanden een rol spelen, en daarbij: tabellen, grafieken en formules hanteren bij verschillende typen verbanden geschikte wiskundige modellen 4.1 De volgende verbanden kennen, herkennen en :... 4.2 Tabellen maken, aflezen, vergelijken en interpreteren 4.3 Grafieken tekenen, aflezen, interpreteren en vergelijken 4.4 Werken met formules 4.5 Rekenen met formules 4.6 In een gegeven situatie de voorstellingsvorm tabel, grafiek, formule of verwoording met elkaar in verband brengen WI/K/7 Informatieverwerking, statistiek WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan informatie verzamelen, De kandidaat kan problemen in alledaagse weergeven en analyseren met behulp van situaties vertalen naar wiskundige problemen, en grafische voorstellingen, en daarbij daarbij: statistische representatievormen (...) de hierboven genoemde vaardigheden hanteren geïntegreerd op basis van verwerkte informatie conclusies trekken die relevant zijn voor verwachtingen uitspreken en conclusies de bewuste probleemsituatie trekken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Onderdeel van het Schoolexamen verschil beschrijven met een of meer voorstellingsvormen, mits dat in de gegeven situatie zinvol is Parabool 4.1 Wortelverbanden herkennen en 4.1 V/1 Eenvoudige machtsverbanden van de n vorm y ax waarbij n een positief en geheel getal is herkennen en A Notatie, taal en Analyseren en interpreteren van informatie uit tabellen, grafische voorstellingen en beschrijvingen Veel voorkomende diagrammen en grafieken Eenvoudige globale grafieken en diagrammen (beschrijving van een situatie) lezen en interpreteren Voorkennis voor 3.8 Situaties waarin wiskundige presentaties (...) voorkomen kritisch beschouwen (...) Voorkennis voor alle eindtermen van 4.3 Statistische representatievormen hanteren en conclusies trekken Eenvoudige legenda Statistische representatievormen hanteren 187

WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes communiceren door middel van adequaat adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.1 relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.6 op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch WI/K/4 Algebraïsche verbanden De kandidaat kan problemen oplossen waarin verbanden een rol spelen, en daarbij: tabellen, grafieken en formules hanteren bij verschillende typen verbanden geschikte wiskundige modellen 4.1 De volgende verbanden kennen, herkennen en :... 4.2 Tabellen maken, aflezen, vergelijken en interpreteren 4.3 Grafieken tekenen, aflezen, interpreteren en vergelijken 4.4 Werken met formules 4.5 Rekenen met formules 4.6 In een gegeven situatie de voorstellingsvorm tabel, grafiek, formule of verwoording met elkaar in verband brengen WI/K/7 Informatieverwerking, statistiek WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan informatie verzamelen, De kandidaat kan problemen in alledaagse weergeven en analyseren met behulp van situaties vertalen naar wiskundige problemen, en grafische voorstellingen, en daarbij daarbij: statistische representatievormen (...) de hierboven genoemde vaardigheden hanteren geïntegreerd op basis van verwerkte informatie conclusies trekken die relevant zijn voor verwachtingen uitspreken en conclusies de bewuste probleemsituatie trekken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Onderdeel van het Schoolexamen 1 - streef A Notatie, taal en Analyseren en interpreteren van informatie uit tabellen, grafische voorstellingen en beschrijvingen Veel voorkomende diagrammen en grafieken Trend in gegevens onderkennen 4.2 Bij een gegeven tabel conclusies trekken over de bijbehorende situatie 4.2 Bij een gegeven tabel beschrijven of het globale verloop van het bijbehorende verband stijgt, daalt dan wel periodiek lijkt te zijn 4.2 Het globale verloop van een verband uit een bijbehorende tabel beschrijven Kan deel uitmaken van: Op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken Staafdiagram, cirkeldiagram Statistische representatievormen hanteren 2 - streef A Notatie, taal en Analyseren en interpreteren van informatie uit tabellen, grafische Interpolatie (niet als term) Omvat 4.2 Regelmatigheden in een tabel vaststellen en beschrijven Extrapolatie (niet als term) Omvat 4.2 Regelmatigheden in een tabel vaststellen en beschrijven 188

WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes communiceren door middel van adequaat adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.1 relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.6 op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch WI/K/4 Algebraïsche verbanden De kandidaat kan problemen oplossen waarin verbanden een rol spelen, en daarbij: tabellen, grafieken en formules hanteren bij verschillende typen verbanden geschikte wiskundige modellen 4.1 De volgende verbanden kennen, herkennen en :... 4.2 Tabellen maken, aflezen, vergelijken en interpreteren 4.3 Grafieken tekenen, aflezen, interpreteren en vergelijken 4.4 Werken met formules 4.5 Rekenen met formules 4.6 In een gegeven situatie de voorstellingsvorm tabel, grafiek, formule of verwoording met elkaar in verband brengen WI/K/7 Informatieverwerking, statistiek WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan informatie verzamelen, De kandidaat kan problemen in alledaagse weergeven en analyseren met behulp van situaties vertalen naar wiskundige problemen, en grafische voorstellingen, en daarbij daarbij: statistische representatievormen (...) de hierboven genoemde vaardigheden hanteren geïntegreerd op basis van verwerkte informatie conclusies trekken die relevant zijn voor verwachtingen uitspreken en conclusies de bewuste probleemsituatie trekken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Onderdeel van het Schoolexamen voorstellingen en beschrijvingen Veel voorkomende diagrammen en grafieken A Notatie, taal en Analyseren en interpreteren van informatie uit tabellen, grafische voorstellingen en beschrijvingen Veel voorkomende diagrammen en grafieken Uit beschrijving in woorden eenvoudig patroon herkennen Problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen 1 - streef 189

WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes communiceren door middel van adequaat adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.1 relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.6 op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch WI/K/4 Algebraïsche verbanden De kandidaat kan problemen oplossen waarin verbanden een rol spelen, en daarbij: tabellen, grafieken en formules hanteren bij verschillende typen verbanden geschikte wiskundige modellen 4.1 De volgende verbanden kennen, herkennen en :... 4.2 Tabellen maken, aflezen, vergelijken en interpreteren 4.3 Grafieken tekenen, aflezen, interpreteren en vergelijken 4.4 Werken met formules 4.5 Rekenen met formules 4.6 In een gegeven situatie de voorstellingsvorm tabel, grafiek, formule of verwoording met elkaar in verband brengen WI/K/7 Informatieverwerking, statistiek WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan informatie verzamelen, De kandidaat kan problemen in alledaagse weergeven en analyseren met behulp van situaties vertalen naar wiskundige problemen, en grafische voorstellingen, en daarbij daarbij: statistische representatievormen (...) de hierboven genoemde vaardigheden hanteren geïntegreerd op basis van verwerkte informatie conclusies trekken die relevant zijn voor verwachtingen uitspreken en conclusies de bewuste probleemsituatie trekken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Onderdeel van het Schoolexamen A Notatie, taal en Analyseren en interpreteren van informatie uit tabellen, grafische voorstellingen en beschrijvingen Veel voorkomende diagrammen en grafieken Grafiek in de van grafische voorstelling Statistische representatievormen hanteren 2 - streef A Notatie, taal en Analyseren en interpreteren van informatie uit tabellen, grafische voorstellingen en beschrijvingen Conclusies trekken op basis van de structuur van een grafiek of formule 4.1 Een formule van de vorm... herkennen (...) 4.3 Uit het verloop, de vorm en de plaats van punten van een grafiek conclusies trekken over de bijbehorende situatie 190

WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes communiceren door middel van adequaat adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.1 relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.6 op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch WI/K/4 Algebraïsche verbanden De kandidaat kan problemen oplossen waarin verbanden een rol spelen, en daarbij: tabellen, grafieken en formules hanteren bij verschillende typen verbanden geschikte wiskundige modellen 4.1 De volgende verbanden kennen, herkennen en :... 4.2 Tabellen maken, aflezen, vergelijken en interpreteren 4.3 Grafieken tekenen, aflezen, interpreteren en vergelijken 4.4 Werken met formules 4.5 Rekenen met formules 4.6 In een gegeven situatie de voorstellingsvorm tabel, grafiek, formule of verwoording met elkaar in verband brengen WI/K/7 Informatieverwerking, statistiek WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan informatie verzamelen, De kandidaat kan problemen in alledaagse weergeven en analyseren met behulp van situaties vertalen naar wiskundige problemen, en grafische voorstellingen, en daarbij daarbij: statistische representatievormen (...) de hierboven genoemde vaardigheden hanteren geïntegreerd op basis van verwerkte informatie conclusies trekken die relevant zijn voor verwachtingen uitspreken en conclusies de bewuste probleemsituatie trekken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Onderdeel van het Schoolexamen Veel voorkomende diagrammen en grafieken B Met elkaar in verband brengen Paraat hebben Verschillende voorstellingsvormen met elkaar in verband brengen Gegevens verzamelen, ordenen en weergeven Patronen beschrijven Eenvoudige tabel om informatie uit een situatiebeschrijving te ordenen 3.1 Relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie 4.2 Een tabel maken van het verband tussen variabelen in een gegeven situatie 1 - streef B Met elkaar in Paraat hebben 191

WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes communiceren door middel van adequaat adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.1 relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.6 op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch WI/K/4 Algebraïsche verbanden De kandidaat kan problemen oplossen waarin verbanden een rol spelen, en daarbij: tabellen, grafieken en formules hanteren bij verschillende typen verbanden geschikte wiskundige modellen 4.1 De volgende verbanden kennen, herkennen en :... 4.2 Tabellen maken, aflezen, vergelijken en interpreteren 4.3 Grafieken tekenen, aflezen, interpreteren en vergelijken 4.4 Werken met formules 4.5 Rekenen met formules 4.6 In een gegeven situatie de voorstellingsvorm tabel, grafiek, formule of verwoording met elkaar in verband brengen WI/K/7 Informatieverwerking, statistiek WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan informatie verzamelen, De kandidaat kan problemen in alledaagse weergeven en analyseren met behulp van situaties vertalen naar wiskundige problemen, en grafische voorstellingen, en daarbij daarbij: statistische representatievormen (...) de hierboven genoemde vaardigheden hanteren geïntegreerd op basis van verwerkte informatie conclusies trekken die relevant zijn voor verwachtingen uitspreken en conclusies de bewuste probleemsituatie trekken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Onderdeel van het Schoolexamen verband brengen Verschillende voorstellingsvormen met elkaar in verband brengen Gegevens verzamelen, ordenen en weergeven Patronen beschrijven Eenvoudige tabellen en diagrammen opstellen op basis van een beschrijving in woorden Globale grafiek tekenen op basis van een beschrijving in woorden, bijvoorbeeld: tijdafstand grafiek Eenvoudige patronen in rijen, getallen en figuren herkennen en voortzetten: 1 3 5 7 -... 100 93 86 79... 4.2 Een tabel maken van het verband tussen variabelen in een gegeven situatie 4.6 Formuleringen bij de ene voorstellingsvorm vervangen door formuleringen bij een andere voorstellingsvorm 4.6 Formuleringen bij de ene voorstellingsvorm vervangen door formuleringen bij een andere voorstellingsvorm 4.2 Regelmatigheden in een tabel vaststellen en beschrijven Informatie weergeven Stippatronen 2 - streef B Met elkaar in verband brengen Verschillende Paraat hebben Vaststellen hoe een verandering in de 4.6 Vaststellen in welk opzicht een verandering in één voorstellingsvorm invloed heeft op een 192

WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes communiceren door middel van adequaat adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.1 relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.6 op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch WI/K/4 Algebraïsche verbanden De kandidaat kan problemen oplossen waarin verbanden een rol spelen, en daarbij: tabellen, grafieken en formules hanteren bij verschillende typen verbanden geschikte wiskundige modellen 4.1 De volgende verbanden kennen, herkennen en :... 4.2 Tabellen maken, aflezen, vergelijken en interpreteren 4.3 Grafieken tekenen, aflezen, interpreteren en vergelijken 4.4 Werken met formules 4.5 Rekenen met formules 4.6 In een gegeven situatie de voorstellingsvorm tabel, grafiek, formule of verwoording met elkaar in verband brengen WI/K/7 Informatieverwerking, statistiek WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan informatie verzamelen, De kandidaat kan problemen in alledaagse weergeven en analyseren met behulp van situaties vertalen naar wiskundige problemen, en grafische voorstellingen, en daarbij daarbij: statistische representatievormen (...) de hierboven genoemde vaardigheden hanteren geïntegreerd op basis van verwerkte informatie conclusies trekken die relevant zijn voor verwachtingen uitspreken en conclusies de bewuste probleemsituatie trekken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Onderdeel van het Schoolexamen voorstellingsvormen met elkaar in verband brengen Gegevens verzamelen, ordenen en weergeven Patronen beschrijven voorstellingsvorm (grafiek, tabel, formule, beschrijving) doorwerkt in de andere vorm(en) Een situatie beschrijven via een standaardverband (lineair, exponentieel) Bij een eenvoudig lineair verband (beschrijving of grafiek) een formule opstellen andere 4.1 Een lineair verband (...) herkennen 4.1 Een exponentieel verband (...) herkennen 4.1 Een formule van de vorm y = ax + b (...) opstellen (...) B Met elkaar in verband brengen Verschillende voorstellingsvormen met elkaar in verband brengen Gegevens verzamelen, ordenen en Eenvoudige patronen (vanuit situatie) beschrijven in woorden, bijvoorbeeld: Vogels vliegen in V-vorm. Er komen er steeds 2 bij. Problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen 193

WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes communiceren door middel van adequaat adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.1 relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.6 op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch WI/K/4 Algebraïsche verbanden De kandidaat kan problemen oplossen waarin verbanden een rol spelen, en daarbij: tabellen, grafieken en formules hanteren bij verschillende typen verbanden geschikte wiskundige modellen 4.1 De volgende verbanden kennen, herkennen en :... 4.2 Tabellen maken, aflezen, vergelijken en interpreteren 4.3 Grafieken tekenen, aflezen, interpreteren en vergelijken 4.4 Werken met formules 4.5 Rekenen met formules 4.6 In een gegeven situatie de voorstellingsvorm tabel, grafiek, formule of verwoording met elkaar in verband brengen WI/K/7 Informatieverwerking, statistiek WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan informatie verzamelen, De kandidaat kan problemen in alledaagse weergeven en analyseren met behulp van situaties vertalen naar wiskundige problemen, en grafische voorstellingen, en daarbij daarbij: statistische representatievormen (...) de hierboven genoemde vaardigheden hanteren geïntegreerd op basis van verwerkte informatie conclusies trekken die relevant zijn voor verwachtingen uitspreken en conclusies de bewuste probleemsituatie trekken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Onderdeel van het Schoolexamen weergeven Patronen beschrijven 1 - streef B Met elkaar in verband brengen Verschillende voorstellingsvormen met elkaar in verband brengen Gegevens verzamelen, ordenen en weergeven Patronen beschrijven Conclusies trekken door gegevens uit verschillende informatiebronnen met elkaar in verband te brengen (alleen in eenvoudige gevallen) Op basis van verwerkte informatie (...) conclusies trekken 2 - streef B Met elkaar in verband brengen 194

WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes communiceren door middel van adequaat adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.1 relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.6 op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch WI/K/4 Algebraïsche verbanden De kandidaat kan problemen oplossen waarin verbanden een rol spelen, en daarbij: tabellen, grafieken en formules hanteren bij verschillende typen verbanden geschikte wiskundige modellen 4.1 De volgende verbanden kennen, herkennen en :... 4.2 Tabellen maken, aflezen, vergelijken en interpreteren 4.3 Grafieken tekenen, aflezen, interpreteren en vergelijken 4.4 Werken met formules 4.5 Rekenen met formules 4.6 In een gegeven situatie de voorstellingsvorm tabel, grafiek, formule of verwoording met elkaar in verband brengen WI/K/7 Informatieverwerking, statistiek WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan informatie verzamelen, De kandidaat kan problemen in alledaagse weergeven en analyseren met behulp van situaties vertalen naar wiskundige problemen, en grafische voorstellingen, en daarbij daarbij: statistische representatievormen (...) de hierboven genoemde vaardigheden hanteren geïntegreerd op basis van verwerkte informatie conclusies trekken die relevant zijn voor verwachtingen uitspreken en conclusies de bewuste probleemsituatie trekken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Onderdeel van het Schoolexamen Verschillende voorstellingsvormen met elkaar in verband brengen Gegevens verzamelen, ordenen en weergeven Patronen beschrijven Kennis van grafieken en (standaard)verbanden om problemen op te lossen 4.3 Een grafiek (...) analyseren. 4.3 Twee grafieken vergelijken en de verschillen interpreteren. 4.3 Uit het verloop, de vorm en de plaats van punten van een grafiek conclusies trekken over de bijbehorende situatie. 4.3 Vaststellen hoe een verandering in de situatie doorwerkt in de grafiek, gewoonlijk in samenhang met tabel en/of formule. B Met elkaar in verband brengen Verschillende voorstellingsvormen met elkaar in verband brengen Gegevens verzamelen, ordenen en Informatie op veel verschillende manieren kan worden geordend en weergegeven Omvat 3.1 Relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie Statistische representatievormen hanteren 195

WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes communiceren door middel van adequaat adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.1 relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.6 op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch WI/K/4 Algebraïsche verbanden De kandidaat kan problemen oplossen waarin verbanden een rol spelen, en daarbij: tabellen, grafieken en formules hanteren bij verschillende typen verbanden geschikte wiskundige modellen 4.1 De volgende verbanden kennen, herkennen en :... 4.2 Tabellen maken, aflezen, vergelijken en interpreteren 4.3 Grafieken tekenen, aflezen, interpreteren en vergelijken 4.4 Werken met formules 4.5 Rekenen met formules 4.6 In een gegeven situatie de voorstellingsvorm tabel, grafiek, formule of verwoording met elkaar in verband brengen WI/K/7 Informatieverwerking, statistiek WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan informatie verzamelen, De kandidaat kan problemen in alledaagse weergeven en analyseren met behulp van situaties vertalen naar wiskundige problemen, en grafische voorstellingen, en daarbij daarbij: statistische representatievormen (...) de hierboven genoemde vaardigheden hanteren geïntegreerd op basis van verwerkte informatie conclusies trekken die relevant zijn voor verwachtingen uitspreken en conclusies de bewuste probleemsituatie trekken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Onderdeel van het Schoolexamen weergeven Patronen beschrijven 1 - streef B Met elkaar in verband brengen Verschillende voorstellingsvormen met elkaar in verband brengen Gegevens verzamelen, ordenen en weergeven Patronen beschrijven Keuze om informatie te ordenen door middel van tabel, grafiek, diagram 3.1 Relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie. 2 - streef B Met elkaar in 196

WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes communiceren door middel van adequaat adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.1 relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.6 op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch WI/K/4 Algebraïsche verbanden De kandidaat kan problemen oplossen waarin verbanden een rol spelen, en daarbij: tabellen, grafieken en formules hanteren bij verschillende typen verbanden geschikte wiskundige modellen 4.1 De volgende verbanden kennen, herkennen en :... 4.2 Tabellen maken, aflezen, vergelijken en interpreteren 4.3 Grafieken tekenen, aflezen, interpreteren en vergelijken 4.4 Werken met formules 4.5 Rekenen met formules 4.6 In een gegeven situatie de voorstellingsvorm tabel, grafiek, formule of verwoording met elkaar in verband brengen WI/K/7 Informatieverwerking, statistiek WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan informatie verzamelen, De kandidaat kan problemen in alledaagse weergeven en analyseren met behulp van situaties vertalen naar wiskundige problemen, en grafische voorstellingen, en daarbij daarbij: statistische representatievormen (...) de hierboven genoemde vaardigheden hanteren geïntegreerd op basis van verwerkte informatie conclusies trekken die relevant zijn voor verwachtingen uitspreken en conclusies de bewuste probleemsituatie trekken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Onderdeel van het Schoolexamen verband brengen Verschillende voorstellingsvormen met elkaar in verband brengen Gegevens verzamelen, ordenen en weergeven Patronen beschrijven Verschillende formules hetzelfde verband kunnen beschrijven Vorm van formule, tabel en grafiek bij enkele (standaard)verbanden met elkaar in verband brengen 4.5 Een formule vervangen door een gelijkwaardige formule. 4.1 Een formule van de vorm... herkennen (...). 4.1 Een bijbehorende tabel herkennen, opstellen en interpreteren. 4.1 Een bijbehorende grafiek tekenen en interpreteren. Paraat hebben Tabellen, diagrammen en grafieken bij het oplossen van problemen Rekenvaardigheden Eenvoudig staafdiagram maken op basis van gegevens Voorkennis voor 3.1 Relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie Informatie weergeven 197

WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes communiceren door middel van adequaat adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.1 relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.6 op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch WI/K/4 Algebraïsche verbanden De kandidaat kan problemen oplossen waarin verbanden een rol spelen, en daarbij: tabellen, grafieken en formules hanteren bij verschillende typen verbanden geschikte wiskundige modellen 4.1 De volgende verbanden kennen, herkennen en :... 4.2 Tabellen maken, aflezen, vergelijken en interpreteren 4.3 Grafieken tekenen, aflezen, interpreteren en vergelijken 4.4 Werken met formules 4.5 Rekenen met formules 4.6 In een gegeven situatie de voorstellingsvorm tabel, grafiek, formule of verwoording met elkaar in verband brengen WI/K/7 Informatieverwerking, statistiek WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan informatie verzamelen, De kandidaat kan problemen in alledaagse weergeven en analyseren met behulp van situaties vertalen naar wiskundige problemen, en grafische voorstellingen, en daarbij daarbij: statistische representatievormen (...) de hierboven genoemde vaardigheden hanteren geïntegreerd op basis van verwerkte informatie conclusies trekken die relevant zijn voor verwachtingen uitspreken en conclusies de bewuste probleemsituatie trekken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Onderdeel van het Schoolexamen 1 - streef Paraat hebben Tabellen, diagrammen en grafieken bij het oplossen van problemen Rekenvaardigheden Berekeningen uitvoeren op basis van informatie uit tabellen, grafieken en diagrammen Omvat 4.2 Grootste of kleinste waarde vaststellen in een tabel. 4.2 Twee verbanden met behulp van de bijbehorende tabellen vergelijken en bepalen of benaderen waar de variabelen een gelijke waarde hebben. 4.3 Bij twee grafieken die elkaar snijden de coördinaten van dat snijpunt (...) berekenen (...). Informatie analyseren met behulp van grafische voorstellingen. 2 - streef Paraat hebben Tabellen, diagrammen en grafieken bij het oplossen van problemen Rekenvaardigheden Ook met complexer formules in standaardnotatie 4.5 In een formule een variabele vervangen door een getal en de waarde van de andere variabele berekenen. 198

WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes communiceren door middel van adequaat adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.1 relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.6 op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch WI/K/4 Algebraïsche verbanden De kandidaat kan problemen oplossen waarin verbanden een rol spelen, en daarbij: tabellen, grafieken en formules hanteren bij verschillende typen verbanden geschikte wiskundige modellen 4.1 De volgende verbanden kennen, herkennen en :... 4.2 Tabellen maken, aflezen, vergelijken en interpreteren 4.3 Grafieken tekenen, aflezen, interpreteren en vergelijken 4.4 Werken met formules 4.5 Rekenen met formules 4.6 In een gegeven situatie de voorstellingsvorm tabel, grafiek, formule of verwoording met elkaar in verband brengen WI/K/7 Informatieverwerking, statistiek WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan informatie verzamelen, De kandidaat kan problemen in alledaagse weergeven en analyseren met behulp van situaties vertalen naar wiskundige problemen, en grafische voorstellingen, en daarbij daarbij: statistische representatievormen (...) de hierboven genoemde vaardigheden hanteren geïntegreerd op basis van verwerkte informatie conclusies trekken die relevant zijn voor verwachtingen uitspreken en conclusies de bewuste probleemsituatie trekken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Onderdeel van het Schoolexamen Tabellen, diagrammen en grafieken bij het oplossen van problemen Rekenvaardigheden Kwantitatieve informatie uit tabellen en grafieken om eenvoudige berekeningen uit te voeren en conclusies te trekken, bijvoorbeeld: In welk jaar is het aantal auto s verdubbeld t.o.v. het jaar daarvoor? 3.6 Op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken 4.3 Coördinaten van punten van een grafiek aflezen, berekenen of benaderen is voorkennis voor dit rekendoel 4.2 Grootste of kleinste waarde vaststellen in een tabel is voorkennis voor dit rekendoel... op basis van verwerkte informatie conclusies trekken 1 - streef Tabellen, diagrammen en grafieken Punten in een assenstelsel plaatsen en coördinaten aflezen (alleen positieve Voorkennis voor 4.3 Een grafiek tekenen van het verband tussen variabelen in een gegeven situatie. 199

WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes communiceren door middel van adequaat adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.1 relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.6 op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch WI/K/4 Algebraïsche verbanden De kandidaat kan problemen oplossen waarin verbanden een rol spelen, en daarbij: tabellen, grafieken en formules hanteren bij verschillende typen verbanden geschikte wiskundige modellen 4.1 De volgende verbanden kennen, herkennen en :... 4.2 Tabellen maken, aflezen, vergelijken en interpreteren 4.3 Grafieken tekenen, aflezen, interpreteren en vergelijken 4.4 Werken met formules 4.5 Rekenen met formules 4.6 In een gegeven situatie de voorstellingsvorm tabel, grafiek, formule of verwoording met elkaar in verband brengen WI/K/7 Informatieverwerking, statistiek WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan informatie verzamelen, De kandidaat kan problemen in alledaagse weergeven en analyseren met behulp van situaties vertalen naar wiskundige problemen, en grafische voorstellingen, en daarbij daarbij: statistische representatievormen (...) de hierboven genoemde vaardigheden hanteren geïntegreerd op basis van verwerkte informatie conclusies trekken die relevant zijn voor verwachtingen uitspreken en conclusies de bewuste probleemsituatie trekken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Onderdeel van het Schoolexamen bij het oplossen van problemen Rekenvaardigheden getallen) Globale grafieken vergelijken, bijvoorbeeld: wie is het eerst bij de finish? 4.3 Een grafiek tekenen (...); in het bijzonder hierbij (...) coördinaten van punten bepalen. 4.3 Twee grafieken vergelijken en de verschillen interpreteren. 4.3 Bij twee grafieken die elkaar snijden (...) het snijpunt interpreteren. 2 - streef Tabellen, diagrammen en grafieken bij het oplossen van problemen Rekenvaardigheden Kennis van grafieken en formules om problemen op te lossen 3.2 Wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen. Problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen. 200

WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes communiceren door middel van adequaat adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.1 relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.6 op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch WI/K/4 Algebraïsche verbanden De kandidaat kan problemen oplossen waarin verbanden een rol spelen, en daarbij: tabellen, grafieken en formules hanteren bij verschillende typen verbanden geschikte wiskundige modellen 4.1 De volgende verbanden kennen, herkennen en :... 4.2 Tabellen maken, aflezen, vergelijken en interpreteren 4.3 Grafieken tekenen, aflezen, interpreteren en vergelijken 4.4 Werken met formules 4.5 Rekenen met formules 4.6 In een gegeven situatie de voorstellingsvorm tabel, grafiek, formule of verwoording met elkaar in verband brengen WI/K/7 Informatieverwerking, statistiek WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan informatie verzamelen, De kandidaat kan problemen in alledaagse weergeven en analyseren met behulp van situaties vertalen naar wiskundige problemen, en grafische voorstellingen, en daarbij daarbij: statistische representatievormen (...) de hierboven genoemde vaardigheden hanteren geïntegreerd op basis van verwerkte informatie conclusies trekken die relevant zijn voor verwachtingen uitspreken en conclusies de bewuste probleemsituatie trekken Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Onderdeel van het Schoolexamen Tabellen, diagrammen en grafieken bij het oplossen van problemen Rekenvaardigheden 1 - streef Tabellen, diagrammen en grafieken bij het oplossen van problemen Rekenvaardigheden Op basis van een grafiek of diagram conclusies trekken over een situatie Op basis van een grafiek of diagram voorspellingen doen over een toekomstige situatie 4.3 Uit het verloop, de vorm en de plaats van punten van een grafiek conclusies trekken over de bijbehorende situatie. Op basis van verwerkte informatie (...) conclusies trekken. Op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken (...). 2 - streef 201

WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen en daarbij: wiskundige technieken kiezen en om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes communiceren door middel van adequaat adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 3.1 relevante gegevens uit een gegeven situatie weergeven in een geschikte representatie 3.2 wiskundige informatie identificeren, beoordelen en om problemen op te lossen 3.6 op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken 3.7 adequate (wiskunde)taal als 3.8 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch WI/K/4 Algebraïsche verbanden De kandidaat kan problemen oplossen waarin verbanden een rol spelen, en daarbij: tabellen, grafieken en formules hanteren bij verschillende typen verbanden geschikte wiskundige modellen 4.1 De volgende verbanden kennen, herkennen en :... 4.2 Tabellen maken, aflezen, vergelijken en interpreteren 4.3 Grafieken tekenen, aflezen, interpreteren en vergelijken 4.4 Werken met formules 4.5 Rekenen met formules 4.6 In een gegeven situatie de voorstellingsvorm tabel, grafiek, formule of verwoording met elkaar in verband brengen WI/K/7 Informatieverwerking, statistiek De kandidaat kan informatie verzamelen, weergeven en analyseren met behulp van grafische voorstellingen, en daarbij statistische representatievormen (...) hanteren op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken WI/K/8 Geïntegreerde wiskundige activiteiten De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen, en daarbij: de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste probleemsituatie Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Centraal Examen Onderdeel van het Schoolexamen Onderdeel van het Schoolexamen Tabellen, diagrammen en grafieken bij het oplossen van problemen Rekenvaardigheden Grafieken en hun kenmerken als onderdeel van verdere studie 202

Analyse examenprogramma's Biologie vmbo-bb, -kb en gt in relatie tot het referentiekader rekenen Leerweg: Basisberoepsgericht Examenprogramma Referentiekader Exameneenheid Eindterm Examendoel Vereiste rekenvaardigheden Mogelijke rekenvaardigheden Domein Niveau BI/K/3 2 Informatie uit biologisch bronnenmateriaal verwerven, selecteren, verwerken en bewerken: schema's, diagrammen, tabellen Op een kritische manier lezen en interpreteren van verschillende soorten diagrammen en grafieken Verbanden 2F 4 Basisrekenvaardigheden binnen biologie : schatten en afronden, efficiënt rekenen, verhoudingstabellen 5 Rekenen met grootheden en eenheden: eenheid bij gemeten of berekende grootheid aangeven 9 Eenvoudige opdrachten en eenvoudig onderzoek (...) voorbereiden, uitvoeren en de resultaten vastleggen en evalueren: (...) conclusies trekken op grond van verzamelde Globaal (benaderend) rekenen als de context Getallen 1F zich daartoe leent of als controle voor rekenen met de rekenmachine Schatten van een uitkomst Getallen 2F Afronden van gehele getallen op ronde getallen Getallen 1F Afronden op 'mooie' getallen Getallen 2F Resultaat van een berekening afronden in Getallen 2F overeenstemming met de gegeven situatie Efficiënt rekenen Getallen 1F Verhoudingsberekeningen Verhoudingen 1F/2F Verhoudingen vergelijken Verhoudingen 2F Eenheden omrekenen Meten & Meetkunde 1F/2F Uit het verloop. de vorm en de plaats van punten in de grafiek conclusies trekken over de bijbehorende situatie gegevens Kwantitatieve informatie uit tabellen, diagrammen en grafieken om berekeningen uit te voeren en conclusies te trekken 12 ICT hulpmiddelen om te rekenen Verstandige keuze maken tussen zelf uitrekenen of rekenmachine Bij berekeningen een passend rekenmodel of de rekenmachine kiezen Verbanden Verbanden Getallen Getallen 2F 2F 1F 2F 203

Leerweg: Kaderberoepsgericht Examenprogramma Referentiekader Exameneenheid Eindterm Examendoel Vereiste rekenvaardigheden Mogelijke rekenvaardigheden Domein Niveau BI/K/3 2 Informatie uit biologisch bronnenmateriaal verwerven, selecteren, verwerken en bewerken: schema's, diagrammen, tabellen Op een kritische manier lezen en interpreteren van verschillende soorten diagrammen en grafieken Verbanden 2F 4 Basisrekenvaardigheden binnen biologie : schatten en afronden, efficiënt rekenen, decimale getallen, verhoudingstabellen, eenvoudige breuken en percentages 5 Rekenen met grootheden en eenheden: eenheid bij gemeten of berekende grootheid aangeven 9 Eenvoudige opdrachten en eenvoudig onderzoek (...) voorbereiden, uitvoeren en de resultaten vastleggen en evalueren: (...) conclusies trekken op grond van verzamelde Globaal (benaderend) rekenen als de context Getallen 1F zich daartoe leent of als controle voor rekenen met de rekenmachine Schatten van een uitkomst Getallen 2F Afronden van gehele getallen op ronde getallen Getallen 1F Afronden op 'mooie' getallen Getallen 2F Resultaat van een berekening afronden in Getallen 2F overeenstemming met de gegeven situatie Efficiënt rekenen Getallen 1F Uitspraak en schrijfwijze van breuken en Getallen 1F decimale getallen Getallenlijn met gehele en eenvoudige Getallen 1F decimale getallen Rekenen met decimale getallen Getallen 1F Verhoudingsberekeningen Verhoudingen 1F/2F Verhoudingen vergelijken Verhoudingen 2F Optellen en aftrekken van veel voorkomende Getallen 1F gelijknamige en ongelijknamige breuken In een volle situatie een breuk Getallen 1F vermenigvuldigen met een geheel getal Notatie van percentages herkennen Verhoudingen 1F Procentberekeningen Verhoudingen 1F/2F Stambreuken in percentages en decimale Verhoudingen 2F getallen en omgekeerd kunnen omzetten Eenheden omrekenen Meten & Meetkunde 1F/2F Uit het verloop. de vorm en de plaats van punten in de grafiek conclusies trekken over de bijbehorende situatie gegevens Kwantitatieve informatie uit tabellen, Verbanden 2F diagrammen en grafieken om berekeningen uit te voeren en conclusies te trekken 12 ICT hulpmiddelen om te rekenen Verstandige keuze maken tussen zelf Getallen 1F uitrekenen of rekenmachine Bij berekeningen een passend rekenmodel of de rekenmachine kiezen Getallen 2F Met een rekenmachine breuken, procenten, Getallen 2F machten en wortels berekenen of benaderen als eindige decimale getallen BI/K/9 3 Evenwicht tussen opname en gebruik van voedingsstoffen, Optellen/aftrekken Getallen 1F verbruik en verlies van stoffen bij een constante lichaamsmassa Verbanden 2F 204

Leerweg: Gemengd en theoretisch Examenprogramma Referentiekader Exameneenheid Eindterm Examendoel Vereiste rekenvaardigheden Mogelijke rekenvaardigheden Domein Niveau BI/K/3 2 Informatie uit biologisch bronnenmateriaal verwerven, selecteren, verwerken en bewerken: schema's, diagrammen, tabellen Op een kritische manier lezen en interpreteren van verschillende soorten diagrammen en grafieken Verbanden 2F 4 Basisrekenvaardigheden binnen biologie : schatten en afronden, efficiënt rekenen, decimale getallen, verhoudingstabellen, eenvoudige breuken en percentages 5 Rekenen met grootheden en eenheden: eenheid bij gemeten of berekende grootheid aangeven 9 Eenvoudige opdrachten en eenvoudig onderzoek (...) voorbereiden, uitvoeren en de resultaten vastleggen en evalueren: (...) conclusies trekken op grond van verzamelde Globaal (benaderend) rekenen als de context Getallen 1F zich daartoe leent of als controle voor rekenen met de rekenmachine Schatten van een uitkomst Getallen 2F Afronden van gehele getallen op ronde getallen Getallen 1F Afronden op 'mooie' getallen Getallen 2F Resultaat van een berekening afronden in Getallen 2F overeenstemming met de gegeven situatie Efficiënt rekenen Getallen 1F Uitspraak en schrijfwijze van breuken en Getallen 1F decimale getallen Getallenlijn met gehele en (eenvoudige) Getallen 1F/1S decimale getallen Opbouw decimale positiestelsel Getallen 1S Rekenen met decimale getallen Getallen 1F Decimaal getal afronden op geheel getal Getallen 1S Verhoudingsberekeningen Verhoudingen 1F/2F Verhoudingen vergelijken Verhoudingen 2F Optellen en aftrekken van veel voorkomende Getallen 1F gelijknamige en ongelijknamige breuken In een volle situatie een breuk Getallen 1F vermenigvuldigen met een geheel getal Andere bewerkingen met breuken Getallen 1S Notatie van percentages herkennen Verhoudingen 1F Procentberekeningen Verhoudingen 1F/2F Stambreuken in percentages en decimale Verhoudingen 2F getallen en omgekeerd kunnen omzetten Eenheden omrekenen Meten & Meetkunde 1F/2F Uit het verloop. de vorm en de plaats van punten in de grafiek conclusies trekken over de bijbehorende situatie gegevens Kwantitatieve informatie uit tabellen, Verbanden 2F diagrammen en grafieken om berekeningen uit te voeren en conclusies te trekken 12 ICT hulpmiddelen om te rekenen Verstandige keuze maken tussen zelf Getallen 1F uitrekenen of rekenmachine Bij berekeningen een passend rekenmodel of de rekenmachine kiezen Getallen 2F Met een rekenmachine breuken, procenten, Getallen 2F machten en wortels berekenen of benaderen als eindige decimale getallen BI/K/9 3 Evenwicht tussen opname en gebruik van voedingsstoffen, Optellen/aftrekken Getallen 1F verbruik en verlies van stoffen bij een constante Verbanden 2F 205

BI/K/13 4 lichaamsmassa Berekening van een kans op een bepaalde eigenschap (bij kruising met één eigenschap en met twee generaties) Vermenigvuldigen van twee breuken Getallen 1S Redeneren in situaties waarin percentages of verhoudingen voorkomen Verhoudingen 2S 206

Analyse examenprogramma's Economie vmbo-bb, -kb en gt op basis van het referentiekader rekenen Leerweg: Basisberoepsgericht Examenprogramma Referentiekader Exameneenheid Eindterm Examendoel Vereiste rekenvaardigheden Mogelijke rekenvaardigheden Domein Niveau EC/K/3 1 Een kosten- en een batenanalyse maken Het snijpunt van twee grafieken aflezen en interpreteren Verbanden 2F EC/K/4A 2 De eigen positie als consument vergelijken met die van Op een kritische manier lezen en interpreteren van Verbanden 2F anderen verschillende soorten diagrammen en grafieken 3 Een vergelijkend warenonderzoek Op een kritische manier lezen en interpreteren van verschillende soorten diagrammen en grafieken 4 Omgaan met bankrekening, rood staan en tegoed, berekenen saldomutaties 5 De hoogte van de rente is afhankelijk van rentepercentage, looptijd, hoogte van het gespaarde of geleende bedrag 6 Aan de hand van een budgetplan beredeneren of een bepaalde aankoop mogelijk is Verbanden Optellen/aftrekken van negatieve getallen Getallen 2F Betekenis van variabelen in een (woord)formule Verbanden 2F Formules herkennen als vuistregel Optellen/aftrekken Getallen 1F 6 Een vergelijken warenonderzoek lezen Op een kritische manier lezen en interpreteren van Verbanden 2F verschillende soorten diagrammen en grafieken 7 De gevolgen voor het budget van een koopbeslissing Optellen/aftrekken Getallen 1F bepalen 8 Herleiden van gegeven huishoudopgaven per week/maand/twee maanden/kwartaal tot uitgaven per jaar en omgekeerd van tijd Meten & Meetkunde 1F 8 Berekening van de kilometerprijs van een vervoermiddel Delen Getallen 1F EC/K/4B 5 Inzicht in vreemd geld, spaarvormen en leningsvormen Rekenen met samengestelde grootheden Verhoudingen 2F Procentberekeningen Verhoudingen 2F EC/K/5A 1 Berekeningen maken met begrippen als afzet, omzet, Optellen/aftrekken Getallen 1F verkoopprijs, brutowinst, nettowinst Procentberekeningen Verhoudingen 2F 1 BTW-berekeningen uitvoeren Procentberekeningen Verhoudingen 2F/2S exclusief BTW inclusief BTW 2 Arbeidsproductiviteit Rekenen met samengestelde grootheden Verhoudingen 2F 5 Effecten van arbeidstijdverkorting en bedrijfstijdverlenging op Verhoudingsberekeningen Verhoudingen 1F werkloosheid EC/K/7 1 Invloed van wisselkoersen op binnenlands prijspeil en export Rekenen met samengestelde grootheden Verhoudingen 2F en import 3b Welvaartsverschillen tussen rijke en arme landen beschrijven Verhoudingen vergelijken Verhoudingen 2F aan de hand van onder andere het nationaal inkomen per Rekenen met grote getallen Getallen 2F/2S hoofd van de bevolking 2F 207

Leerweg: Kaderberoepsgericht Examenprogramma Referentiekader Exameneenheid Eindterm Examendoel Vereiste rekenvaardigheden Mogelijke rekenvaardigheden Domein Niveau EC/K/3 EC/K/4A 1 Een kosten- en een batenanalyse maken Het snijpunt van twee grafieken aflezen en interpreteren 3 Een eenvoudig onderzoek verrichten 2 De eigen positie als consument vergelijken met die van anderen Verbanden Grafiek tekenen bij informatie of tabel Verbanden 2F Eenvoudig staafdiagram maken op basis van gegevens Op een kritische manier lezen en interpreteren van verschillende soorten diagrammen en grafieken 3 Een vergelijkend warenonderzoek Op een kritische manier lezen en interpreteren van verschillende soorten diagrammen en grafieken 4 Omgaan met bankrekening, rood staan en tegoed, berekenen saldomutaties 5 De hoogte van de rente is afhankelijk van rentepercentage, looptijd, hoogte van het gespaarde of geleende bedrag 6 Aan de hand van een budgetplan beredeneren of een bepaalde aankoop mogelijk is Verbanden Verbanden Verbanden Optellen/aftrekken van negatieve getallen Getallen 2F Betekenis van variabelen in een (woord)formule Verbanden 2F Formules herkennen als vuistregel Optellen/aftrekken Getallen 1F Een vergelijken warenonderzoek lezen Op een kritische manier lezen en interpreteren van Verbanden 2F verschillende soorten diagrammen en grafieken 7 De gevolgen voor het budget van een koopbeslissing Optellen/aftrekken Getallen 1F bepalen 8 Herleiden van gegeven huishoudopgaven per week/maand/twee maanden/kwartaal tot uitgaven per jaar en omgekeerd van tijd Meten & Meetkunde 1F Berekening van een reservering per maand conform een formule In een formule variabelen van een waarde voorzien en doorrekenen Berekening van de kilometerprijs van een vervoermiddel Delen Getallen 1F EC/K/4B 5 Inzicht in vreemd geld, spaarvormen en leningsvormen Rekenen met samengestelde grootheden Verhoudingen 2F Procentberekeningen Verhoudingen 2F EC/K/5A 1 Berekeningen maken met begrippen als afzet, omzet, Optellen/aftrekken Getallen 1F verkoopprijs, brutowinst, nettowinst Procentberekeningen Verhoudingen 2F BTW-berekeningen uitvoeren Procentberekeningen Verhoudingen 2F/2S exclusief BTW inclusief BTW 2 Arbeidsproductiviteit Rekenen met samengestelde grootheden Verhoudingen 2F 5 Effecten van arbeidstijdverkorting en bedrijfstijdverlenging op Verhoudingsberekeningen Verhoudingen 1F werkloosheid EC/K/7 1 Invloed van wisselkoersen op binnenlands prijspeil en export Rekenen met samengestelde grootheden Verhoudingen 2F en import 3b De ruilvoet in internationale marktverhoudingen Delen Getallen 1F Rekenen met grote getallen Getallen 2F/2S Welvaartsverschillen tussen rijke en arme landen beschrijven Verhoudingen vergelijken Verhoudingen 2F aan de hand van onder andere het nationaal inkomen per hoofd van de bevolking Rekenen met grote getallen Getallen 2F/2S Verbanden 2F 1F 2F 2F 2F 208

Leerweg: Gemengd en theoretisch Examenprogramma Referentiekader Exameneenheid Eindterm Examendoel Vereiste rekenvaardigheden Mogelijke rekenvaardigheden Domein Niveau EC/K/3 EC/K/4A 1 Een kosten- en een batenanalyse maken Het snijpunt van twee grafieken aflezen en interpreteren 3 Een eenvoudig onderzoek verrichten 2 De eigen positie als consument vergelijken met die van anderen Verbanden Grafiek tekenen bij informatie of tabel Verbanden 2F Eenvoudig staafdiagram maken op basis van gegevens Op een kritische manier lezen en interpreteren van verschillende soorten diagrammen en grafieken 3 Een vergelijkend warenonderzoek Op een kritische manier lezen en interpreteren van verschillende soorten diagrammen en grafieken 4 Omgaan met bankrekening, rood staan en tegoed, berekenen saldomutaties 5 De hoogte van de rente is afhankelijk van rentepercentage, looptijd, hoogte van het gespaarde of geleende bedrag 6 Aan de hand van een budgetplan beredeneren of een bepaalde aankoop mogelijk is Verbanden Verbanden Verbanden Optellen/aftrekken van negatieve getallen Getallen 2F Betekenis van variabelen in een (woord)formule Verbanden 2F Formules herkennen als vuistregel Optellen/aftrekken Getallen 1F Een vergelijken warenonderzoek lezen Op een kritische manier lezen en interpreteren van Verbanden 2F verschillende soorten diagrammen en grafieken 7 De gevolgen voor het budget van een koopbeslissing Optellen/aftrekken Getallen 1F bepalen 8 Herleiden van gegeven huishoudopgaven per week/maand/twee maanden/kwartaal tot uitgaven per jaar en omgekeerd van tijd Meten & Meetkunde 1F Berekening van een reservering per maand conform een formule In een formule variabelen van een waarde voorzien en doorrekenen Berekening van de kilometerprijs van een vervoermiddel Delen Getallen 1F EC/K/4B 5 Inzicht in vreemd geld, spaarvormen en leningsvormen Rekenen met samengestelde grootheden Verhoudingen 2F Procentberekeningen Verhoudingen 2F EC/K/5A 1 Berekeningen maken met begrippen als afzet, omzet, Optellen/aftrekken Getallen 1F verkoopprijs, brutowinst, nettowinst Procentberekeningen Verhoudingen 2F BTW-berekeningen uitvoeren Procentberekeningen Verhoudingen 2F/2S exclusief BTW inclusief BTW 2 Arbeidsproductiviteit Rekenen met samengestelde grootheden Verhoudingen 2F 5 Effecten van arbeidstijdverkorting en bedrijfstijdverlenging op Verhoudingsberekeningen Verhoudingen 1F werkloosheid EC/K/6 1 Begrijpen welk effect overheidsmaatregelen hebben op de Redeneren in situaties waar verhoudingen in Verhoudingen 2S verhouding actieven en niet-actieven voorkomen EC/K/7 1 Invloed van wisselkoersen op binnenlands prijspeil en export Rekenen met samengestelde grootheden Verhoudingen 2F en import 3b De ruilvoet in internationale marktverhoudingen Delen Getallen 1F Rekenen met grote getallen Getallen 2F/2S Welvaartsverschillen tussen rijke en arme landen beschrijven Verhoudingen vergelijken Verhoudingen 2F aan de hand van onder andere het nationaal inkomen per hoofd van de bevolking Rekenen met grote getallen Getallen 2F/2S EC/V/1 1 (Cijfermatig) inzicht in prijsverhogende effect op producten bij accijnsheffing Met behulp van tabellen de hoogte van de motorrijtuigenbelasting bepalen Numerieke gegevens uit gecompliceerde tabellen aflezen Verbanden In een formule een variabele door een expressie kunnen vervangen Verbanden 2S Snijpuntsberekening Verbanden 2S Verbanden 3F 2F 1F 2F 2F 2F 209

2 De basisprincipes van de aanslag, het tarief en de heffing van de onroerende zaakbelasting Te betalen loon- en inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen berekenen Fictieve rendementsheffing bepalen ten behoeve van belastingheffing op inkomsten uit vermogen Verhoudingsberekeningen Verhoudingen 2F Formules herkennen als rekenvoorschrift en omgekeerd Berekeningen met vermenigvuldigingsfactor uitvoeren Verbanden Verhoudingen 5 Inflatie/deflatie meten met behulp van consumentenprijsindex Berekeningen met een groeifactor uitvoeren Verhoudingen 2S 6 Reële inkomensverandering in % = nominale inkomensverandering in % - inflatie in % Redeneren in situaties waarin percentages voorkomen: feitelijk is de formule Reële inkomensverandering in % = nominale inkomensverandering in % : inflatiefactor Verhoudingen 2S 2F 2S 210