Educatief Professioneel (EDUP) - C1



Vergelijkbare documenten
Educatief Professioneel (EDUP) - C1

Educatief Startbekwaam (STRT) - B2

Zakelijk Professioneel (PROF) - B2

Niveaubeschrijving Talige Startcompetenties Hoger Onderwijs Spreken op C1

Maatschappelijk Formeel (FORM)- B1

A1 A2 B1 B2 C1. betrekking op concrete betrekking op abstracte, complexe, onbekende vertrouwde

Maatschappelijk Informeel (INFO) - A2

Toelichting M-nummers in relatie tot referentieniveaus Meijerink (4F)

Profiel Academische Taalvaardigheid PAT

A1 A2 B1 B2 C1. betrekking op concrete betrekking op abstracte, complexe, onbekende vertrouwde

Schrijven tekstkenmerken productief A1 A2 B1 B2 C1 C2. Bereik van de woordenschat

Profiel Academische Taalvaardigheid

Europees Referentiekader

Niveaus van het Europees Referentiekader (ERK)

Profiel Professionele Taalvaardigheid

Niveaus Europees Referentie Kader

Spreken tekstkenmerken A1 A2 B1 B2 C1 C2. Bereik van woordenschat

Beoordelingsmodel. Educatief Professioneel. Voorbeeldexamen. Educatief Professioneel 1 Voorbeeldexamen Beoordelingsmodel

CONCEPT. Domein A 1: Lezen van zakelijke teksten. Tussendoelen Nederlands onderbouw vo havo/vwo

CONCEPT. Domein A 1: Lezen van zakelijke teksten. Tussendoelen Nederlands onderbouw vo, vmbo

A1 A2 B1 B2 C1 C2. Ondubbelzinnige standaardtaal. Binnen eigen vaken/of. interessegebied wordt ook complexer taalgebruik begrepen

Vaardigheid HAVO VWO Eindtermen Eindtermen

Tussendoelen Engels onderbouw vo havo/vwo

Kan ik het wel of kan ik het niet?

NIVEAU TAALBEHEERSING MODERNE VREEMDE TALEN VWO/HAVO STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0

CONCEPT. Tussendoelen Engels onderbouw vo havo/vwo

Interuniversitaire Taaltest Nederlands voor Anderstaligen

Kinderen leren schrijven.

3.4. De profielbeschrijvingen Profiel Toeristische en Informele Taalvaardigheid

Hoe maak ik een instellingsexamen Nederlands? s-hertogenbosch, 27 november 2018 Charlotte Jacobs

Toelichting M-nummers in relatie tot referentieniveaus Meijerink (3F)

Taaltaken, verwerkingsniveaus, tekstsoorten, tekstkenmerken en strategieën

ERK - Europees Referentiekader. luisteren. pers. prof. educ.

Instrumenten voor de beoordeling van taalvaardigheid voor het voortgezet onderwijs

Nederlands en leren leren Matrix

a Luisteren Lezen Gesprekken voeren Spreken Schrijven

Profiel Maatschappelijke Taalvaardigheid

Doorlopende leerlijn vaardigheden Frans ERK (PO - havo/vwo) 2009 Streefniveaus en eindniveaus ERK per vaardigheid

Beoordelingsmodel. Educatief Startbekwaam. Voorbeeldexamen

Nederlands ( 2F bb kb/gl/tl )

A1 A2 B1 B2 C1 C2. Het gaat om ondubbelzinnige standaardtaal. Binnen het eigen vak- en/ of interessegebied wordt complexer taalgebruik wel begrepen

MODERNE VREEMDE TALEN - ASO DUITS Het voorliggende pakket eindtermen beantwoordt aan de decretale situatie waarbij in de basisvorming in de derde

Taaltaken, verwerkingsniveaus, tekstsoorten, tekstkenmerken en strategieën

BESCHRIJVING. For more information, visit us online at

NIVEAU TAALBEHEERSING MODERNE VREEMDE TALEN HAVO EN VWO

Gesprekjes voeren Waar sta ik nu?

Lees voor gebruik eerst de uitgebreide handleiding, deel 2: Werken met beoordelingsmodellen productieve vaardigheden.

Niveaubepaling Nederlandse taal

Lees voor gebruik eerst de uitgebreide handleiding, deel 2: Werken met beoordelingsmodellen productieve vaardigheden.

Nederlands ( 2F havo vwo )

Common European Framework of Reference (CEFR)

samenhang Kan een reeks kortere, op zichzelf staande eenvoudige elementen verbinden tot een samenhangende lineaire opeenvolging van punten.

Talenpaspoort Checklist

Kan-beschrijvingen ERK A2

Secundair volwassenenonderwijs STUDIEGEBIED NEDERLANDS TWEEDE TAAL

Nederlands en leren leren Matrix

Secundair volwassenenonderwijs STUDIEGEBIED NEDERLANDS TWEEDE TAAL

INTERNATIONAAL ERKENDE TAALNIVEAUS

Nederlands ( 3F havo vwo )

FUNCTIONELE TAALVAARDIGHEID / TEKSTGELETTERDHEID IN PAV

Standaardrapportage (strikt vertrouwelijk)

Secundair volwassenenonderwijs STUDIEGEBIED NEDERLANDS TWEEDE TAAL

CONCEPT. Tussendoelen Engels onderbouw vo vmbo

2F TAKEN SPECIFICATIE EN KENMERKEN week 1 week 2 week 3 week 4 week 5 week 6 week 7 week 8 week 9 week 10 Neemt deel aan discussie en overleg

Ik beschik over voldoende woorden om me te redden in veel voorkomende dagelijkse situaties.

Beoordelen we wat beoordeeld moet worden?

Tussendoelen Engels onderbouw vo vmbo

HAVO 4 presenteren + debat + betoog periode

RUBRIC ARGUMENTEREN. Toelichting

Doorlopende leerlijn vaardigheden Duits ERK (PO - havo/vwo) 2009 Streefniveaus en eindniveaus ERK per kernvaardigheid

Luisteren 1 hv 2 hv 3hv

Lees voor gebruik eerst de uitgebreide handleiding, deel 2: Werken met beoordelingsmodellen productieve vaardigheden.

Samenspraak Examen Nederlands Spreken en Gesprekken voeren 3F

Taalniveaus CEFR (A1, A2, B1, B2,C1, C2)

TNN 3F NIVEAUBEPALENDE TAALTOETS NEDERLANDS NIVEAU 3F

Nederlands ( 3F havo vwo )

RUBRIC VERGELIJKEN. Toelichting

RUBRIC VERKLAREN. Toelichting

Beoordelingsmodellen PAT Profiel Academische Taalvaardigheid Voorbeeldexamen 2

Kruistabel ter inspiratie voor het opmaken van een jaarplan Duits voor de derde graad Moderne Talen

Zelfbeoordelingsinstrument Toetsing Tolken

Doorlopende leerlijnen Nederlands (PO - havo/vwo) 2011

Vaardigheden. 1. Q1000 Spelling- en grammatica 2. Q1000 Nauwkeurigheid 3. Q1000 Typevaardigheid 4. Q1000 Engels taalniveau

Beoordelingsmodel PROF Deel A Taak 1 - Bewegen op het werk

2003/2004 S C H R I J V E N E X A M E N I I. Voorbeeldexamen. Beoordelingsvoorschriften. Staatsexamen Nederlands als tweede taal NT 2

Het non-formele bibliotheekaanbod voor volwassenen

Hier niet schrijven Hier niet schrijven Hier niet schrijven Hier niet schrijven Hier niet schrijven Hier niet schrijven

2.5 Seminar Literatur- und Sprachwissenschaft (3. und 4. Semester) 2.5 a Werkcollege met werkstuk (en presentatie) datum:

Voor alle leraren Nederlands. 'Vergelijkend schema', eindtermen vaardigheden van de 3 graden: tekstsoorten, procedures/strategieën en attitudes.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds Gelet op artikel 7 van het Eindexamenbesluit v.w.o.- h.a.v.o.- m.a.v.o.- v.b.o.

Toelichting rapportages DTT schrijfvaardigheid Engels

TAALTEST / PROFICIENCY TEST NEDERLANDS K.U.LEUVEN Interfacultair instituut voor levende talen (ILT) 1

Taaltaken, verwerkingsniveaus, tekstsoorten, tekstkenmerken en strategieën

3. De CNaVT-profielen

Luisteren 1 gt/h 2 gt 3/4 vmbo

$% & ' & , -., /.., 0 )+ # ""1 2 # ""! 3 & &&- $# 4$"4# ""! & /

Transcriptie:

Educatief Professioneel (EDUP) - C1 Voor wie? Voor hogeropgeleide volwassenen (18+) die willen functioneren in een uitdagende kennis- of communicatiegerichte functie: in het hoger onderwijs, als docent Nederlands als vreemde taal in eigen land of als onderzoeker in een Nederlandstalige academische context; als lesgever in het Vlaamse of Nederlandse basisonderwijs, voortgezet of secundair onderwijs; als werknemer in een professionele organisatie of bedrijfsomgeving die een doorgedreven kennis van het Nederlands voor zakelijke communicatie vereist. Hoe wordt er getoetst? Toetst vaardigheden geïntegreerd: luisteren in combinatie met schrijven, lezen in combinatie met schrijven, lezen in combinatie met spreken en gesprekken voeren. Wat is de inhoud van het examen? Inhoud van dit examen zijn taken in een academische omgeving zoals presenteren, een betoog houden, verschillende bronnen samenvatten, een overtuigende nota schrijven, enzovoort. Hieronder vindt u meer informatie over de taalvaardigheidseisen per vaardigheid:

Lezen vernieuwt Algemeen: Kan lange, complexe (zelfs specialistische) teksten op detailniveau begrijpen, ongeacht of zij betrekking hebben op zijn of haar eigen vakgebied, mits hij of zij moeilijke passages kan herlezen. Kan de gedachtegang volgen ook als de verbanden in de tekst impliciet zijn en de tekst minder helder gestructureerd is. 1. De hoofdgedachte achterhalen en de gedachtegang volgen van informatie in geschreven teksten. 2. Informatie, argumenten, standpunten en conclusies tot in detail begrijpen. 3. Informatie, argumenten, standpunten en conclusies selecteren in geschreven teksten. 4. De structuur begrijpen van geschreven teksten. 5. Informatie, argumenten, standpunten, conclusies vergelijken. Tekstkenmerken input: Thema & context (onderwerp) complexe teksten die veel worden aangetroffen in het professionele of academische leven complexe teksten binnen en buiten eigen vakgebied nieuwsberichten, artikelen en verslagen over uiteenlopende professionele en academische onderwerpen alle correspondentie complexe aanwijzingen binnen en buiten eigen vakgebied complexe onderwerpen die niet noodzakelijk in het interessegebied liggen semi-authentiek Lengte & indeling leesteksten lang en complex gestructureerd (incl. complexe instructieteksten) nauwelijks visueel ondersteund Structuur/samenhang/lengte uitgebreid en complex gestructureerd impliciete verbanden of meningen Woordenschat/taalvariëteit complex woordgebruik idiomatisch en specialistisch woordgebruik ook laagfrequente woorden lange en complex samengestelde zinnen onduidelijk gestructureerde zinnen

Luisteren Algemeen: Kan een uitgebreide gesproken tekst volgen over abstracte en complexe onderwerpen buiten zijn of haar eigen vakgebied, ook wanneer het niet duidelijk gestructureerd is en wanneer verbanden slechts worden geïmpliceerd en niet uitdrukkelijk worden benoemd, al moet hij of zij misschien af en toe een detail laten bevestigen. 1. De hoofdgedachte achterhalen en de gedachtegang volgen van informatie in gesproken teksten. 2. Informatie, argumenten, standpunten en conclusies tot in detail begrijpen. 3. Informatie, argumenten, standpunten en conclusies selecteren in gesproken teksten. 4. De structuur begrijpen van gesproken teksten. 5. Informatie, argumenten, standpunten, conclusies vergelijken. Tekstkenmerken input: Thema & context (onderwerp) abstracte en complexe onderwerpen binnen en buiten eigen vakgebied vertrouwde en niet-vertrouwde onderwerpen complexe interacties van derden (groepsdiscussie of debat) semi-authentiek Tempo en articulatie luisterteksten normaal tot snel spreektempo met inbegrip van enig niet-standaardtaalgebruik articulatie niet noodzakelijk duidelijk publieke mededelingen van slechte kwaliteit waarvan het geluid vervormd is Structuur/samenhang/lengte uitgebreid en complex gestructureerd impliciete verbanden of meningen Woordenschat/taalvariëteit complex woordgebruik idiomatisch en specialistisch woordgebruik ook laagfrequente woorden lange en complex samengestelde zinnen onduidelijk gestructureerde zinnen

Schrijven Algemeen: Kan heldere, goed gestructureerde teksten schrijven over ingewikkelde onderwerpen, waarin de relevante kwesties worden benadrukt. Kan standpunten uitgebreid en gedegen uitwerken en ondersteunen met aanvullende punten, redenen en relevante voorbeelden, en kan afronden met een passende conclusie. Kan de taal flexibel en effectief gebruiken voor professionele doeleinden en daarbij fijne betekenisnuances overbrengen. Kan in een tekst verschillende schrijfdoelen hanteren en combineren: informatie geven, mening geven, overtuigen, zonder de structuur van de tekst uit het oog te verliezen. 1. Relevante informatie, argumenten, standpunten en conclusies weergeven (op basis van de input). 2. Informatie, argumenten, standpunten en conclusies zelf formuleren / beargumenteerd reageren op input. 3. Een heldere en herkenbare structuur of argumentatieschema hanteren. 4. Informatie, argumenten, standpunten en conclusies bij elkaar brengen en vergelijken. Er is een breed repertoire aan grammaticale structuren aanwezig. Sporadisch komen moeilijk aanwijsbare grammaticale fouten voor. Woordenschat De prestatie bevat een breed lexicaal repertoire en getuigt van een correcte, genuanceerde woordkeuze. Incidentele kleine vergissingen kunnen voorkomen. Specifieke termen, idiomatische uitdrukkingen en uitdrukkingen uit de spreektaal worden accuraat gebruikt en synoniemen worden efficiënt gehanteerd. Cohesie De prestatie vormt een samenhangend geheel waarbij de vorm de inhoud ondersteunt. De prestatie toont een adequaat gebruik van verbindingswoorden, voegwoorden en verwijswoorden. De structurerende elementen zijn zo goed als altijd inhoudelijk en vormelijk passend gebruikt. Taaltechniek De spelling is correct, afgezien van een enkele verschrijving. Lay-out en interpunctie zijn helder en bevorderen de leesbaarheid. Passend taalgebruik De prestatie wordt gekenmerkt door een passend taalgebruik. Dit is zichtbaar in de aandacht voor register, in de woordkeuze (bijv. sociolinguïstisch meest passende synoniem) en in de grammatica (bijv. gebruik conditioneel zouden ). Een enkele keer klinkt de gehanteerde taal licht onaangepast, maar ze wekt nooit onbedoelde gevoelens van irritatie of amusement op.

Spreken Algemeen: Kan duidelijke, gedetailleerde en precieze beschrijvingen en presentaties geven over complexe onderwerpen en daarbij subthema's integreren, specifieke standpunten ontwikkelen en het geheel afronden met een passende conclusie. Kan de taal flexibel en effectief gebruiken voor professionele doeleinden en daarbij fijne betekenisnuances precies overbrengen. Kan in een presentatie verschillende spreekdoelen hanteren en combineren: (informatie geven, mening geven, overtuigen), zonder hierdoor in verwarring te raken of verwarring te veroorzaken. 1. Relevante informatie, argumenten, standpunten en conclusies weergeven (op basis van de input) 2. Informatie, argumenten, standpunten en conclusies zelf formuleren / beargumenteerd reageren op input. 3. Een heldere en herkenbare structuur of argumentatieschema hanteren. 4. Informatie, argumenten, standpunten en conclusies bij elkaar brengen en vergelijken. Er is een breed repertoire aan grammaticale structuren aanwezig. Sporadisch komen moeilijk aanwijsbare grammaticale fouten voor. Woordenschat De prestatie bevat een breed lexicaal repertoire en getuigt van een correcte, genuanceerde woordkeuze. Incidentele kleine vergissingen kunnen voorkomen. Specifieke termen, idiomatische uitdrukkingen en uitdrukkingen uit de spreektaal worden accuraat gebruikt en synoniemen worden efficiënt gehanteerd. Cohesie De prestatie vormt een samenhangend geheel waarbij de vorm de inhoud ondersteunt. De prestatie toont een adequaat gebruik van verbindingswoorden, voegwoorden en verwijswoorden. De structurerende elementen zijn zo goed als altijd inhoudelijk en vormelijk passend gebruikt. Uitspraak De uitspraak is helder en natuurlijk, en de kandidaat varieert klemtoon en intonatie en legt de juiste klemtoon in zinnen om betekenisverschillen en fijnere betekenisnuances uit te drukken. Een licht buitenlands accent is hier en daar hoorbaar. Vloeiendheid De taaluitingen worden vrijwel moeiteloos en op natuurlijke wijze geproduceerd. Een begripsmatig moeilijk idee kan leiden tot een minder vloeiende formulering. Gesprekken voeren Op dit niveau worden de vaardigheden spreken en gesprekken voeren geïntegreerd met lezen in Deel C getoetst.