Patiëntenvoorlichting Schouder: Prothesen Binnenkort wordt u geopereerd aan uw schouder, waarbij de orthopedisch chirurg uw versleten schoudergewricht vervangt door een kunstgewricht. Deze folder geeft u informatie over de operatieve behandeling, zoals die besproken is in het Zaans Medisch Centrum. De folder geeft de gelegenheid u voor te bereiden op de opname en de behandeling. De verschillende anesthesie mogelijkheden kunt u op de anesthesie poli met de anesthesist bespreken. Mocht u medicijnen gebruiken, neemt u deze dan mee naar het ziekenhuis. Laat ons ook weten waar u eventueel overgevoelig voor bent. Het verblijf in het ziekenhuis is 3 dagen, u wordt één dag voor de ingreep opgenomen. U krijgt bericht hoe laat u in het ziekenhuis wordt verwacht. Anatomie van de schouder De schouder bestaat uit drie beenderen:de humerus (bovenarm),de scapula (schouderblad) en de clavicula (sleutelbeen). Al deze structuren worden door gewrichtsbanden of ligamenten bij elkaar gehouden. Gewrichtsbanden zijn weke delen structuren die de botten met elkaar verbinden en de beweeglijkheid van de beenderen ten opzichte van elkaar begeleiden en beperken. De rotatorenmanchet bestaat uit de pezen van 4 spieren: de supraspinatus, infraspinatus, subscapularis en teres minor. Deze pezen vormen de verbinding tussen de verschillende spieren en het bot. Wanneer de spieren samentrekken wordt deze spanning via de pees op het bot overgebracht en kan de arm bewogen worden. De bovenarm zit mooi gecentreerd in de kom van het schouderblad, over de kop van de bovenarm ligt de rotatorenmanchet. Het dak van de schouder wordt gevormd door de onderzijde van het acromion, een deel van het schouderblad. Oorzaken De klachten ontstaan door verlies van kraakbeen. Hierdoor krijgt u irritatie en steriele ontsteking van het gewricht. Dit komt vooral voor bij mensen met reumatoïde artritis. Soms ook bij mensen met
gewone artrose, dat is slijtage door het ouder worden. Het kan ook voorkomen als u eerder een schouderletsel hebt gehad. Een andere oorzaak is het spontaan scheuren van de rotatorcuffspieren en pezen, meestal spontaan door het ouder worden. * Artrose is het uiteindelijke resultaat van een langdurige slijtage van het gewricht. De kraakbeenlaag die aanvankelijk elastisch en stevig is, wordt in de loop van de jaren brozer en breekbaarder. Er treedt een langzaam afbrokkelen en inscheuren van het kraakbeen op, hierdoor wordt de gladde oppervlakte nu veel ruwer. Slijtage van de gewrichten treedt meer op in heupen en knieën, deze worden immers aan veel zwaardere krachten onderworpen. Vaak is er een onderliggende factor mede verantwoordelijk: vroegere breuken rond het gewricht of het frequent ontwrichten van de schouder kunnen mede verantwoordelijk zijn voor de abnormale afbraak van kraakbeen. * Reumatoïde arthritis reuma - geeft zeer frequent aanleiding tot een versnelde kraakbeenafbraak in de schouders, dit kan zelfs al op jonge leeftijd aanleiding geven tot zeer uitgesproken destructie van het gewricht met een zeer slechte schouderfunctie tot gevolg. * Fracturen: bepaalde types van breuken van de schouder kunnen de kleine bloedvaatjes van de kop van de bovenarm beschadigen. Doordat de bloedvoorziening naar de kop daardoor verstoord raakt, gaat het onderliggende bot langzaam kapot, de kop vervormt en is niet langer mooi bolvormig. Het kraakbeen dat erbovenop ligt komt los en het gehele gewricht ondergaat een destructie. Bij bepaalde breuken is het zo zeer voorspelbaar dat deze osteonecrose zal optreden dat het eigenlijk aangewezen is om direct een schouderprothese te plaatsen en niet te proberen de botstukken te reconstrueren. * Onherstelbaar gescheurde rotatorenmanchet, ook wel cuff tear arthropatie leidt op den duur tot slijtage van het schoudergewricht. De kop kan door het ontbreken van de spierspanning niet meer centraal tegenover de kom gepositioneerd blijven en kruipt langzaam maar zeker omhoog tegen de schoudertop. Dit leidt weer tot een pijnlijk onvermogen om de arm te kunnen bewegen, een zgn. pseudoparalyse. Klachten Schouderklachten door kraakbeenslijtage uiten zich door hevige pijn en het onvermogen om de schouder adequaat te bewegen. Ook als u rust, blijft u deze pijn houden. Behalve erge pijn kunt u in de loop van de tijd steeds minder met de schouder doen. Vaak helpen conservatieve maatregelen, zoals tijdelijke rust, medicijnen en fysiotherapie niet meer. Ook injecties in het gewricht met een combinatie van een pijnstiller en een hormoonpreparaat helpen dan niet meer. Als al deze therapieën niet helpen, is een operatie vaak nog de enige oplossing. Het versleten schoudergewricht Het kraakbeen kan door een ongeval, een botbreuk of gewone veroudering na verloop van tijd slijtage gaan vertonen. Dit wordt degeneratie of artrose genoemd. Als u reumatoïde artritis heeft, wordt de artrose van het gewricht veroorzaakt door ontsteking van het gewricht. Als het kraakbeen versleten is, kan het gewricht niet meer soepel bewegen. Deze veroorzaakt pijn en stijfheid van het gewricht. Door de irritatie die ontstaat bij bewegen wordt ook meer gewrichtsvocht aangemaakt, waardoor het gewricht dik wordt. Vervanging van het schoudergewricht Als door de slijtage de klachten dusdanig ernstig zijn dat pijnstillers niet meer helpen, kan de orthopedisch chirurg besluiten om het versleten gewricht te vervangen door een kunstgewricht. Dit wordt een schouderprothese genoemd. Afhankelijk van de conditie van het weefsel om het
schoudergewricht zal de orthopedisch chirurg besluiten om alleen de schouderkop te vervangen of ook de schouderkom. De belangrijkste reden voor de operatie is pijn. Deze pijnklachten verdwijnen na de operatie vrijwel helemaal. Na de operatie ervaart u tijdelijk een andere soort pijn. Deze pijn wordt in de loop van de tijd minder. Die periode duurt vaak tot een jaar na de operatie. Voor de operatie Voor de operatie wordt u poliklinisch gezien door een anesthesist. Mogelijk worden er een hartfilm (ECG) en een röntgenfoto gemaakt (afhankelijk van uw leeftijd en medische voorgeschiedenis). Afhankelijk van uw leeftijd en gezondheid kan het voorkomen dat u ook door een internist, cardioloog of een andere specialist preoperatief gezien wordt. Na goedkeuring door de anesthesist kan de operatie uitgevoerd worden. Laat ons ook weten waar u eventueel voor overgevoelig bent. Het is de bedoeling vóór de ingreep een afspraak te maken met uw schouder fysiotherapeut zodat u zich alvast kunt voorbereiden op de periode na de operatie. Medicijnen De medicijnen die u tijdens uw verblijf nodig heeft, ontvangt u van de ziekenhuis-apotheek. Neem geen medicijnen in zonder hierover overleg te plegen. Een combinatie van geneesmiddelen kan namelijk bij ondeskundig gebruik gevaarlijk zijn. Omdat het van belang is te weten welke medicijnen u tot de opnamedag heeft gebruikt, verzoeken wij u deze medicijnen, in de originele verpakking, bij opname mee te nemen. Allergie Wanneer u weet dat u voor bepaalde stoffen allergisch (overgevoelig) bent, is het belangrijk dit te melden. Hiermee wordt dan rekening gehouden bij uw behandeling en verpleging. Laat ons dus weten of u eventueel overgevoelig bent voor bepaalde medicijnen of andere stoffen. Bloedverdunners Als u bloedverdunnende medicijnen gebruikt of antistollingsmiddelen zoals Marcoumar, Sintrommitis, medicijnen uit de groep NSAID, aspirine, Ascal, acetyl salicinezuur, of medicijnen die bloedverdunning als bijwerking hebben, is het belangrijk dat u daar een week voor de operatie in overleg met uw behandelaar mee stopt. Bepaalde pijnstillers hebben eveneens een bloedverdunnende werking en dienen daarom ook een week voor de operatie gestopt te worden. U krijgt dit te horen op de polikliniek orthopedie of tijdens het spreekuur van de anesthesioloog. Stop nooit op eigen initiatief met het gebruik van bloedverdunners. Fysiotherapie vóór de operatie Het is de bedoeling dat uw schouderfysiotherapeut vóór de operatie de instructies en het nabehandelingschema (zie hier onder) met u doorneemt. U ontvangt op de afdeling Orthopedie een machtiging voor fysiotherapie. Anesthesie De anesthesie die bij deze ingreep wordt gebruikt is algehele anesthesie. Bij deze vorm van verdoving slaapt u en merkt u niets van de operatie. Bij sommige schouderoperaties is het mogelijk om voor de algehele anesthesie een verdovingsinjectie in de hals te krijgen, waardoor de zenuwen naar de schouder verdoofd raken, dit wordt een PIPPA of WINNIE blok genoemd. Na de operatie heeft u hierdoor minder pijn. Als er een indicatie bestaat voor deze soort verdoving zal de anesthesioloog u
voor de operatie hierover uitleg geven en deze verdoving plaatsen. Voor de operatie start u met de pijnmedicatie. Dit heeft als doel een spiegel in uw bloed op te bouwen zodat na de operatie de pijnmedicatie meer effect heeft. Het is belangrijk dat u voor de operatie goed uitgeslapen bent. U krijgt daarom op de avond voor de operatie een slaapmiddel, zodat u goed uitgerust bent op de dag van de operatie. Tevens krijgt u de dag van operatie nogmaals een slaaptablet ter voorbereiding. Wordt u op de dag van de operatie nuchter opgenomen, dan geldt dit niet voor u. U krijgt een injectie met een bloedverdunnend middel Fraxiparine toegediend. Dit om te voorkomen dat er zich bloedstolsels in de aderen kunnen vormen (trombose). Deze injectie wordt door middel van een klein naaldje in de buik toegediend. Op voorschrift van de anesthesist krijgt u medicijnen (de zogenaamde premedicatie) als voorbereiding op de narcose en pijnstilling na de operatie toegediend. Deze medicijnen kunnen uit tabletten en/of injecties bestaan. De opname U wordt op de dag voor de operatie opgenomen of op de operatiedag zelf. Op de verpleegafdeling heeft u een gesprek met de verpleegkundige die u informeert over de gang van zaken rond de operatie. De verpleegkundige controleert uw bloeddruk, pols en temperatuur. Mocht u medicijnen gebruiken, neemt u deze dan mee. De verpleegkundige heeft met u een opnamegesprek, waarin besproken wordt wat u de komende periode te wachten staat. Bent u alleenstaand en is het niet mogelijk om na de operatie naar uw eigen huis te gaan, dan moet u dit met de verpleegkundige bespreken. De verpleegkundige zal u uw kamer laten zien en vertelt hoe de dagindeling is op de afdeling orthopedie. Ook zal de verpleegkundige vragen wie uw contactpersonen zijn, welke medicijnen u gebruikt en of u overgevoelig bent voor bepaalde medicijnen. Er wordt een draagband of sling aangemeten voor na de operatie. U markeert uw schouder waaraan u wordt geopereerd met een stift. s Avonds start u met Fraxiparine injecties (medicijnen via injecties in de buikhuid) om trombose te voorkomen en krijgt u een rustgevende tablet. Vanaf 0.00 uur s nachts mag u niets meer eten en drinken. Implantaatontwerp en constructie Bij het vervangen van een schouder worden de beschadigde oppervlakken vervangen door kunstmatige delen (protheses). Normaal bestaat de kunstschouder uit twee delen: * De component die de kop van de bovenarm vervangt. Dit is gemaakt van metaal en bestaat uit een ronde bal bevestigd aan een pin die in het bot van de bovenarm gaat. Deze component is er in verschillende maten en kan zelfstandig gebruikt worden (men spreekt dan van resurfacing) of als onderdeel van een hele kunstschouder. * De component die de schouderkom vervangt. Deze is gemaakt van kunststof (polyethyleen met een zeer hoge dichtheid). Sommige varianten hebben een metalen kom, maar de meeste versies zijn geheel van kunststof. Afhankelijk van de schade in de schouder kan de orthopeed alleen de bovenarmkop vervangen (resurfacing) of zowel de bovenarmkop als de schouderkom (totale schouder vervanging). De componenten zijn er in verschillende vormen en maten. Het implanteren kan met cement gebeuren om zo de componenten op de juiste plaats te houden, maar ook zonder cement (cementloos). In het laatste geval moet het bot om de implantaten heen groeien. Net als in het natuurlijke gewricht zorgen omliggende spieren en pezen voor stabiliteit van de prothese.
Resurfacing schouder prothese = humeruskop resurfacing Hierbij wordt enkel het beschadigde kraakbeen van de schouderkop verwijderd zonder bot weg te nemen van de schouderkop. Vervolgens wordt het verwijderde gewrichtsoppervlakte vervangen door een holle, bolvormige metalen overdekking. Er wordt dus als het ware een nieuw dun gewrichtsoppervlak aangebracht in metaal, over de bestaande schouderkop. Doorgaans wordt daarbij het kommetje niet vervangen. Alleen het weggesleten kraakbeen wordt vervangen door een resurfacing prothese. Deze op een fietsbel lijkende prothese bekleedt als het ware de kop en vervangt zodoende het verdwenen kraakbeen. De kop van de schouder blijft behouden, er wordt enkel een dunne metaal laag als bedekking geplaatst, ter vervanging van het aangetaste kraakbeen. Correcte oriëntatie van Het beschadigde kraak- De kop is juist afgefreesd Plaatsen van de resurfacing het gewrichtsoppervlak beenoppervlak wordt prothese, cementloos bepalen afgefreesd Een voorbeeld van de resurfacing / prothese Postoperatieve röntgenfoto Versleten kop van bovenarm peroperatief Kop wordt rond gefreesd voor de prothese
Nabehandeling Dagelijks passieve, onbelaste mobilisatie van de schouder en arm door de fysiotherapeut, op geleide van de pijn. Eerste 6 weken geen exorotatie (het naar buiten draaien van de arm) ivm. het terughechten van de pees van de subscapularis, één van de vier cuffspieren. Na 6 weken mag begonnen worden met actieve oefentherapie inclusief exorotatie, er zijn dan geen beperkingen meer. Wanneer de schouder weer volledig belastbaar is, meestal na 3 maanden, kunt u een begin maken met het autorijden. Overleg dit altijd van te voren met uw verzekering. Het herstel van de schouderfunctie duurt gemiddeld één jaar. Totale schouderprothese Met totaal wordt bedoeld dat zowel de schouderkop vervangen wordt door een metalen nieuwe kop of geplaatst op een steel in de schacht van de bovenarm dan wel geplaatst op de kop als resurfacing, alsook de kom eveneens vervangen wordt door kunststof of een metaal-kunststof prothese. Met andere woorden, de versleten schouderkop en versleten schouderkom worden volledig verwijderd en vervangen. Een voorwaarde is dat de pezen en spieren rondom de schouder de rotatorcuff manchet intact zijn. Röntgenfoto van een versleten schouder. De gewrichtsspleet = kraakbeen is Volledig verdwenen met bot op bot contact. Röntgenfoto van een totale schouderprothese; zowel de kop als de kom zijn vervangen. Bij de kop werd resurfacing prothese gebruikt. Een voorbeeld van een geïmplanteerde totale schouderprothese links. Op deze Röntgen foto is te zien dat zowel de kop als de kom vervangen zijn. Rechts een gewone foto van twee
Nabehandeling Dagelijks passieve, onbelaste mobilisatie van de schouder en arm door de fysiotherapeut, op geleide van de pijn. Eerste 6 weken geen exorotatie i.v.m. het terughechten van de pees van de subscapularis, één van de vier cuffspieren. Na 6 weken mag begonnen worden met actieve oefentherapie inclusief exorotatie, er zijn dan geen beperkingen meer. Wanneer de schouder weer volledig belastbaar is, meestal na 3 maanden, kunt u een begin maken met het autorijden. Overleg dit altijd van te voren met uw verzekering. Het herstel van de schouderfunctie duurt gemiddeld één jaar. Omgekeerde totale schouderprothese = reversed totale schouderprothese Deze prothese, ook wel reversed totale schouderprothese wordt toegepast wanneer er naast de slijtage van de kop en de kom ook een onherstelbare peesscheur bestaat van de rotator cuff spieren. Dit zijn vier pezen welke van het schouderblad naar de kop van de bovenarm lopen en deze doen bewegen. Wanneer de cuff spieren kapot zijn is er naast de arthrose ook een belangrijke functiebeperking en vermindering van kracht, een zogenaamde pseudoparalyse van de arm. In dit geval kan er een aangepast type schouderprothese overwogen worden, waarbij de componenten omgekeerd geplaatst worden. In de normaal vlakke kom wordt een bolle prothese ingeschroefd, en in de normaal bolle kop wordt een holle kom geplaatst. De prothese werkt dan via de kracht van een andere spier, de grote delta schouderspier (deltoid spier). Hierdoor kan er meestal toch een goede kracht en functie verkregen worden ook al zijn de cuff spieren verdwenen. Nabehandeling Dagelijks passieve, onbelaste mobilisatie van de schouder en arm door de fysiotherapeut, op geleide van de pijn. Afhankelijk van de pijn kunt u vanaf de 1 ste week beginnen met actieve oefentherapie inclusief exorotatie, er zijn dan geen beperkingen meer. Wanneer de schouder weer volledig belastbaar is, meestal na 3 maanden, kunt u een begin maken met het autorijden. Overleg dit altijd van te voren met uw verzekering. Het herstel van de schouderfunctie duurt gemiddeld één jaar.
Het implanteren van de kunstschouder De verdoving (anesthesie) is algeheel (u wordt in slaap gebracht). Tevens kan er aanvullend regionaal in de nek/schouderregio een extra geleidingsverdoving plaats vinden om de postoperatieve pijn te verminderen. In overleg met uw orthopeed of met de anesthesist wordt het type verdoving (anesthesie) bepaald. De incisie (snee in uw arm om bij het gewricht te kunnen komen) is zo'n 10 cm lang en wordt gemaakt aan de voorkant van de schouder van het sleutelbeen tot het punt waar de schouderspier aan de bovenarm vastzit. De chirurg voorkomt uiteraard schade aan zenuwen of bloedvaten en controleert tegelijkertijd of er geen spieren beschadigd zijn. De bovenarm wordt losgehaald uit de schouderkom. Vervolgens wordt het met kraakbeen bedekte gedeelte van de kop van de bovenarm verwijderd. Het gat in het binnenste van het bot van de bovenarm wordt schoongemaakt en vergroot. Uiteindelijk moet de component die in de bovenarm steekt er precies inpassen. De bovenkant van het bot wordt glad gemaakt zodat de component ook goed op de bovenkant aansluit. De bol die bovenop de arm zit kan daaraan vastzitten of later erop geschroefd worden. Als de schouderkom gezond is en de omliggende spieren intact zijn, dan kan de chirurg besluiten om de schouderkom niet te vervangen. Als de schouderkom echter beschadigd is zal de chirurg ook een nieuwe schouderkom implanteren. Hiervoor verwijdert de chirurg het beschadigde kraakbeen uit de schouderkom. Het bot van de schouderkom wordt voorzichtig bijgewerkt om te zorgen dat het implantaat past. In het oppervlak van de schouderkom worden gaten geboord waardoor de uitsteeksels op de schouderkomimplantaat passen. Zit alles op de juiste plek, dan wordt met cement de implantaat vastgezet. Het bot van de bovenarm, met de nieuwe kop erop, wordt weer in de schouderkom geplaatst. De pezen worden weer vastgezet en de wond wordt door de chirurg gesloten. De arm wordt in een sling - mitella -geplaatst en een kussen wordt onder de elleboog gelegd ter bescherming. De operatie Op de dag van de operatie wordt u door de verpleegkundige naar de operatieafdeling gebracht. Op de operatieafdeling krijgt u een infuus. Dit is een naald in een bloedvat van uw arm met hieraan een systeem waardoor u medicijnen, vocht en het narcosemiddel toegediend krijgt. De operatie vindt plaats onder algehele anesthesie of narcose, waarbij het hele lichaam wordt verdoofd en u tijdelijk buiten bewustzijn bent. Soms wordt een speciale pijn blok preoperatief in de nek/schouderregio toegepast. Bij de operatie wordt het schoudergewricht van binnen bekeken. Afhankelijk van de slijtage wordt de kop alleen vervangen, dan wel zowel de kop alsook de kom. Een enkele keer wordt een zogenoemde omgekeerde, ook wel reversed prothese geplaatst. Soms wordt de prothese cementloos geplaatst, soms gecementeerd, mede afhankelijk van de botkwaliteit. Het botcement is een soort twee componenten lijm. Na de operatie Na de operatie kan de arm nog gevoelloos zijn door de eventueel geplaatste verdoving. In de loop van de nacht werkt de verdoving meestel uit. Wanneer de pijn komt opzetten is het van belang dat u niet te lang wacht bij vragen om pijnmedicatie. Dit kan in tabletvorm of injectievorm zijn. Uw arm wordt na de operatie in de draagband gedaan en ondersteund door een kussen zodat uw arm kan rusten. De wond kan nog flink nalekken, dit komt doordat er veel spoelvloeistof tijdens de operatie is gebruikt en door de productie van wondvocht. Hierdoor is uw schouder en arm nog gezwollen. Bij uitzondering wordt er een drain geplaatst. Er wordt dan een klein slangetje in de wond achter gelaten met aan het uiteinde een opvangsysteem voor het wondvocht.
De eerste dag na de operatie De eerste dag na de operatie is het belangrijk dat u de arm en elleboog goed hoog houdt. Dit om de zwelling van het wondgebied zo snel mogelijk te laten afnemen. Het operatie- verband wordt verwijderd en komt een nieuwe pleister op de wond. U mag deze dag regelmatig uit bed en de fysiotherapeut komt u uitleg geven over de oefeningen die u mag doen. Fysiotherapie U start de eerste dag na de operatie met het oefenprogramma, onder leiding van een ziekenhuis fysiotherapeut. De fysiotherapeut geeft aan hoe u de oefeningen moet uitvoeren. Tevens mag u de oefeningen 4x daags zelfstandig uitvoeren. Het is ook belangrijk dat u de elleboog en hand oefent. De fysiotherapeut zal u hierover informeren. Na het ontslag uit het ziekenhuis gaat u verder met het oefenprogramma bij uw eigen schouder-fysiotherapeut. De derde dag na de operatie: ontslag U krijgt een polikliniekafspraak en een radiologie aanvraag mee voor 6 weken na de operatie bij de orthopedisch chirurg. U krijgt ook een machtiging mee voor fysiotherapie bij u in de buurt. De fysiotherapeut zorgt voor een overdracht voor u eigen fysiotherapeut. U gaat nu verder revalideren. Natuurlijk moet de wond ook inwendig genezen. Dat betekent dat ook het kapsel, de pezen en de spieren moeten genezen. De nabehandeling is sterk afhankelijk van de kwaliteit van het schouder kapsel en schouder pezen (de rotator cuff). Dit bepaalt ook hoe sterk u de schouder mag belasten. Als u naar huis gaat ontvangen u en uw fysiotherapeut hierover de juiste schriftelijke en mondelinge instructies. Rekent u erop dat u de arm 6 weken in een draagband draagt en dat u gedurende deze 6 weken de schouder en de arm niet in exorotatie mag draaien. Complicaties Gelukkig treden er na een schouderoperatie zelden complicaties op. Over het algemeen valt het bloedverlies mee. Er zijn echter altijd risico s verbonden aan een operatieve behandeling. Dit betreft algemene complicaties en complicaties die specifiek bij deze operatie horen. Risico s van de verdoving Deze bespreekt u het beste met de anesthesist. Algemene complicaties bij een operatie Huidzenuwbeschadiging; omdat er sneden in de huid worden gemaakt, kan een huidzenuw beschadigd raken. Dit geeft een doof gevoel in een gedeelte van de huid. Meestal verdwijnen deze klachten in de loop van de tijd vanzelf. Soms zijn ze echter blijvend. Nabloeding in het operatiegebied; een bloeduitstorting. Wondinfectie in het operatie gebied. Dit is een vervelende complicatie, de kans hierop is echter erg klein. U krijgt dan antibiotica. Trombose en longembolie; omdat u tijdens en vlak na de operatie veel stil ligt in bed en dus minder loopt, kan er een verstopping van een bloedvat in het been (trombose) ontstaan. Trombose is herkenbaar aan een dikke en pijnlijke kuit. Wanneer dit niet behandeld wordt, kan er een stolsel naar de longvaten of hersenvaten schieten. Dit kan zeer ernstige gevolgen hebben. In het ziekenhuis krijgt u injecties ter voorkoming van trombose. Herseninfarct, hersenbloeding, CVA. Hartinfarct, hartritmestoornissen.
Overlijden. Zoals bij iedere operatie, en zelfs zonder een operatie, is er een kans dat u komt te overlijden. - De lijst is zeker niet volledig, wel betreft dit de meest frequente complicaties. Specifieke complicaties bij deze operatie Een diepe infectie tot op de prothese. De wond wordt weer open gemaakt, schoongemaakt, gespoeld, antibioticahoudende gentakralen worden achtergelaten, antibiotica worden per infuus gegeven. Na 3 weken wordt deze procedure weer herhaald, eventueel nog een aantal keren. Soms moeten alle kunstcomponenten en cement weer verwijderd worden, indien deze de infectie blijven onderhouden. De kans hierop is ongeveer een half procent, 0,5%. Een instabiliteit van de schouder kan postoperatief optreden. In extreme gevallen kan zelfs een luxatie van de schouder, een ontwrichting, oftewel het uit de kom schieten van de prothese plaatsvinden. Dit wordt voorkomen door de arm in een sling te dragen en door uitgebreide instructies van de fysiotherapeut te volgen. Een breuk van de bovenarm, zowel tijdens als na de operatie. Stijve schouder: na een schouderprothese kan de schouder in een enkel geval, als gevolg van littekenvorming, stijf worden. Het is dus erg belangrijk de oefeninstructies die u krijgt van uw fysiotherapeut goed op te volgen en actief te revalideren. Als deze verstijving zich toch doorzet kunnen inspuitingen aangewezen zijn. Soms moet de schouder losgemaakt worden tijdens een korte narcose. Intensieve oefentherapie is dus zeer belangrijk. Sudeckse dystrofie. Deze regionaal pijn syndroom van Sudeck is een tijdelijke dan wel blijvende, soms ernstig invaliderende verstoring van de bloed- en zenuwvoorziening van het bovenste lidmaat, met pijn, zwelling, branderig warmte gevoel, klamheid en glanzen van de huid. Soms is ook de hand aangetast, dan spreekt men van een schouder-hand syndroom. Indien dit tijdig vastgesteld wordt, is een adequate behandeling mogelijk met een goede kans op genezing. Soms kan er een beschadiging van een bloedvat of een zenuw ontstaan. Er kan dan sprake zijn van een gevoelloze en lamme arm, al of niet tijdelijk, dan wel blijvend. Op langere termijn het loslaten van de prothese. Zoals bij andere kunstgewrichten (bv. heup- of knieprothese) bestaat er op termijn soms kans op geleidelijke slijtage van de prothesecomponenten, die kunnen leiden tot loskomen. Daarom wordt U na dergelijke ingreep ook in de toekomst nog regelmatig gevolgd met röntgenopnamen om eventuele problemen vroegtijdig te kunnen vaststellen. De wond De wond wordt gehecht met oplosbare hechtingen, deze hoeven dus niet verwijderd te worden. U mag kort douchen, de wond moet daarna wel weer droog verbonden worden. De eerste tijd na de operatie zal uw schouder en het gebied rondom de wond dik en warm aanvoelen. Dit wordt geleidelijk minder. Ook hebt u mogelijk bloeduitstortingen (blauwe plekken) bij de wond maar deze verdwijnen vanzelf. Wanneer een arts waarschuwen? Het is belangrijk dat u in de volgende gevallen contact opneemt met de polikliniek orthopedie of uw huisarts: Als de operatiewond gaat lekken; Als de wond steeds dikker wordt; Als de wond steeds meer pijn gaat doen ook al bent u minder gaan bewegen;
Als u koorts gaat ontwikkelen hoger dan 38,5º Celsius. Vermeld aan de huisarts altijd dat u geopereerd bent en hoe lang dit geleden is. Tenslotte Het plaatsen van een schouderprothese is een vrij grote operatie, maar met weinig complicaties. Wel moet u zich realiseren dat de functie van de schouder niet altijd veel beter wordt. Maar de pijn verdwijnt wel voor een groot deel. Hebt u na het lezen van deze brochure nog vragen, aarzel dan niet deze aan uw specialist te stellen. Adviezen voor thuis Afhankelijk van de operatie en individuele factoren, ondervindt u na de operatie nog enige tijd hinder van het operatiegebied. Er volgen nog enkele adviezen: Als de wond droog is mag u douchen, zeep vermijden in het wondgebied. In bad gaan mag, maar pas op voor het weken van de wond. Droog houden van de wond bevordert een goede wondgenezing, dus kunt u beter ook geen afsluitende pleister op de wondjes gebruiken. Voor uw veiligheid is het beter om zittend te douchen. U kunt hiervoor een douchestoel of douchekruk lenen bij een thuiszorgwinkel. Wanneer u pijn heeft kunt u dit het beste bestrijden met paracetamol (500 mg). U mag viermaal daags twee tabletten innemen. Wanneer de pijn minder wordt kunt u dit langzaam weer afbouwen. Slaap eventueel de eerste 6 weken met een kussen onder uw arm. Na 6 weken mag u weer op de geopereerde schouder gaan liggen. Leefregels voor de eerste 6 weken Niet (brom)fietsen en autorijden Niet sporten, zoals tennissen, badminton Geen zwaar huishoudelijk werk verrichten Niet zwaar tillen Poliklinische controle Als u na 6 weken voor controle komt op de polikliniek, laat u dan eerst een foto maken van uw schouder. De aanvraag hiervoor heeft u bij ontslag meegekregen. Daarna bespreekt de orthopedisch chirurg met u het resultaat van de ingreep en het verdere verloop van de behandeling. Vragen Het is van belang dat u juiste en duidelijke informatie heeft gekregen. Aan de hand van deze informatie beslist u, samen met uw arts, of u de behandeling ondergaat. Hebt u na het gesprek met uw arts en na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan gerust. Noteer eventueel uw vragen van tevoren, zodat u niets vergeet. Problemen Ontstaan er ondanks de goede voorbereidingen toch nog problemen, neem dan overdag contact op met de polikliniek Orthopedie of de Verpleegafdeling van ons ziekenhuis. Buiten kantooruren en in het weekend kunt u contact opnemen met de afdeling Spoedeisende Hulp.
Telefoonnummers Zaans Medisch Centrum Spoedeisende hulp (075) 650 2600 Polikliniek orthopedie (075) 650 2105 Verpleegafdeling 2 Noord (075) 650 2780 Opname Orthopedie (075) 650 2601 (tussen 11.00 12.00 uur) Polikliniek Anesthesie (075) 650 2602 Fysio Centrum Zaanland (075) 650 2238 Bel in ieder geval bij de volgende problemen: Als de huid rondom de wond rood wordt, gezwollen is, warm aanvoelt en/of verhardingen optreden Als u hoge koorts of rillingen krijgt Als u plotselinge heftige pijn krijgt Als er pus uit de wond komt Als de pijn in het operatiegebied toeneemt in combinatie met vochtafscheiding, roodheid of koorts Als de schouder steeds moeilijker beweegt en pijnlijker wordt bij het oefenen Als u kortademig bent en / of pijn hebt in uw borststreek bij het ademen Als u zwelling krijgt van de hand met pijn, stramheid van de vingers en klamheid. Aanvullende internetsites Nederlands www.zaansmedischcentrum.nl www.schoudernetwerk.nl www.orthopedie.nl www.scopie.info www.zorgvoorbeweging.nl www.werkendlichaam.nl www.kernpraktijken.nl www.schouderchirurgie.nl www.kiesbeter.nl www.sportzorg.nl www.npcf.nl www.blessurevrij.nl www.gezondheidsplein.nl www.ortho-care.eu Engels www.orthoinfo.aaos.org www.shoulderinstitute.co.za www.eorthopod.com www.readingshoulderunit.com www.orthop.washington.edu www.herefordhospital.nhs.uk www.hopkinsortho.org www.orthoteers.org www.shoulder.com YouTube: Shoulder Prosthesis
Richtlijnen voor de Fysiotherapeut Samenvatting van de prognose betreffende herstel van functies en activiteiten. Wanneer kan ik verwachte Pijn verminderi ng Functionel e beweeglijk Functionel e kracht Werk onder schouderho ogte Werk boven schouderho ogte Sporten onderhan ds n heid 0-3 weken 3-6 weken Ja 6-12 Ja Ja (Ja) weken 3-4 Ja Ja Ja (ja) maanden 5-6 maanden Ja Ja Ja Ja? (Ja) Er zijn verschillende operatie types mogelijk door de diverse combinaties van prothese componenten: plaatsing van een kophals steel =hemiprothese i.p.v. de humeruskop (vaak na fracturen) indien de kop verbrijzeld is en de rotator cuff spieren intact zijn, plaatsing van een totale schouderprothese met een glenoid component en humerus steel indien de rotator cuff spieren intact zijn, plaatsing van een resurfacing prothese over de humerus kop bij kopnecrose bij intacte cuff, en plaatsing van een omgekeerde totale schouder prothese bij ouderen met kapotte niet herstelbare cuff. Bij de eerste 3 types is een intacte rotator cuff noodzakelijk voor aansturing en kracht van de prothese. Bij de omgekeerde totale schouder prothese wordt op het oorspronkelijke glenoid van het schouderblad een metalen baseplate ingeschroefd en hierop wordt een metalen kop vastgemaakt. De oorspronkelijke humerus kop wordt afgezaagd en in de humerus schacht wordt een steel ingeslagen. Hier boven op wordt een kom op vastgezet. Omdat de cuff pezen vergaan zijn wordt het schouder gewricht via de delta spier aangestuurd, vaak met verrassende verbetering qua pijn vermindering en kracht verbetering.
Revalidatie-schema Pre operatief - Vaststellen actieve en passieve ROM (+ eindgevoel bij PROM?). - Vaststellen kracht abductie en exorotatie (handdynamometer). - Scoren van de SST, de CMS en de SRQ. - Geven van uitleg aan de patiënt over het te verwachten po beloop. Indien de subscapularispees terug gehecht kon worden dient uiteraard de eerste 6 weken geen exorotatie plaats te vinden. Procesmatige stappen in het herstel van de ROM na schouder prothese met terug gehechte subscapularis pees. Passieve scaptie Passieve exo Passieve exo Actieve scaptie elleboog zij hoera positie 3 weken 80 0 Niet doen Niet doen 6 weken 100 10 Niet doen 10 9 weken 120 30 50 40 12 weken normaal functioneel functioneel functioneel 0 6 weken na de ingreep In deze fase ligt de nadruk op respecteren van de gevolgen van de operatie, het verminderen van pijn en inflammatie en op het conditie behoud van omliggende orgaansystemen. Daarna op partieel herstel van de ROM en op voorzichtige spier activatie. 0-3 weken na de operatie - In week 1-2: score SST-PO - Oefenen elleboog-, pols- en handfunctie - Optimaliseren positioneren en stabiliseren scapula (scapula klok oefening) - Oefenen met beide armen in of uit de sling; 5-15 hh / 2 tot 4x pd; liefst startend in scapulaire vlak. - Cavé passieve exorotatie en actieve endorotatie. - Slinger- en pendeloefeningen 3-6 weken na de operatie - Uitbreiden oefeningen 0 3 weken: tevens oefenkoord gebruiken - Opnieuw aanleren van het bewegingsgevoel van de schouder - Wall slides - Isometrische Rotator Cuff oefeningen met weerstand andere arm of theraband (lichte contracties, contracties < 25% MVIC andere zijde) - Oefenen in water is een goede optie - Afbouwen sling overdag; s nachts omhouden Groene vlaggen voor overgang naar de volgende fase - Ontstekingsverschijnselen / pijn in rust zijn afwezig - De operatiewond op de huid is goed genezen - Voldoen aan de criteria voor herstel ROM (zie tabel); de bijhorende VAS scores zijn 3.
7-12 weken na de ingreep In deze fase ligt het accent op het uitbreiden van de ROM, het herstel van de spierfunctie, coördinatie en stabiliteit. Daarna wordt gestart met functionele ADL activiteiten. - Oefeningen uit vorige fase - In week 7: score SST-PO / verslag orthopeed - Uitbreiden mobiliteit passief, geleid actief en actief: aan het einde van de vorige fase dient de mobiliteit normaal te zijn (andere zijde en of pre operatief); voorzichtig rekken dus toegestaan - Activeren, versterken van de Rotator Cuff / schouderspieren; de mate waarin de Rotator Cuff kan herstellen zal bepalend zijn voor het resultaat; eerst duurkracht dan absolute kracht zo nodig (niet in abductie richting) - Oefeningen voor een goede positie van het schouderblad op de romp ook steunvormen - Zo nodig stabiliteit in hele keten oefenen Groene vlaggen voor overgang naar de volgende fase - Volledige mobiliteit, goed uitgevoerd, VAS scores pijn 3 - Goed / normaal eindgevoel bij de PROM - Goede scapula positie en romp stabiliteit bij uivoeren functionele training 3 6 maanden na de ingreep In deze fase ligt de focus op herstel mobiliteit + snelheid ( zo nodig ), optimalisatie van kracht, herstel van participatie in werk. - Herstel functionele activiteiten in ADL met goede snelheid en kracht - In week 12-14: score SST-PO - Opbouw naar normaal dagelijks functioneren - Ook goed volhouden bij herhalingen - Voorzichtig met maximale kracht richting abductie - Na 6-8 maanden afronding met verslag orthopeed Groene vlaggen voor hervatten werk - Voldoende ROM, voldoende kracht onder schouderhoogte - Goede coördinatie (ook bij meer herhalingen) - Voldoende vertrouwen van patiënt
Richtlijnen voor de Patiënt Inleiding Het plaatsen van een prothese is een herstel operatie in situaties waarin forse beperkingen en veel pijn aanwezig zijn. Indicaties voor een dergelijke zware ingreep zijn destructie van een gewricht door ernstige artrose of reumatoïde artritis. Ook na complexe fracturen van de kop van de bovenarm met en slechte herstelkans wordt gekozen voor een prothese. Ook het eindstadium van een impingement waarbij de kop van de schouder tegen de onderkant van het schouderdak is komen te liggen, kan aanleiding zijn voor een prothese. Bij een prothese kan gekozen worden voor het plaatsen van een nieuwe kop of een bedekking van de kop, een kop plus kom of voor een zogenaamde omgekeerde prothese waarbij de kop en kom precies omgekeerd komen te liggen (de kop op het schouderblad en de kom op de bovenarm). Bij de ingreep wordt een forse snede gemaakt aan de voorzijde van het schoudergewricht. De conditie van de rotator cuff pezen is soms dusdanig slecht dat hechten of met ankers vastzetten niet altijd succesvol verloopt. Wanneer op voorhand duidelijk is dat de rotatorcuff spieren niet meer functioneren kan dit bepalend zijn voor de keuze van de prothese en kan gekozen worden voor een zogenaamde omgekeerde prothese. Bij een omgekeerde prothese wordt de bolle kop geplaatst op het schouderblad en de kom op de bovenarm. Pijnstilling na de operatie kan op verschillende manieren plaatsvinden (medicijnen, infuus of pompje in het gewricht). Tijdens uw opname voor de schouderoperatie krijgt u begeleiding van een fysiotherapeut van het ziekenhuis. Het is belangrijk dat u na uw ontslag uit het ziekenhuis doorgaat met fysiotherapie. Dit kan bij een fysiotherapeut bij u in de buurt. Het is wel van belang dat die fysiotherapeut ervaring heeft met de behandeling na het plaatsen van een schouderprothese. U kunt daarom het beste een fysiotherapeut kiezen die bij een schoudernetwerk is aangesloten. Onder leiding van uw fysiotherapeut gaat u oefeningen doen om de functies van de schouder terug te krijgen en te optimaliseren. Hieronder staat per fase aangegeven welke oefeningen u kunt verwachten. Het is ook belangrijk dat u thuis gaat oefenen met de schouder. Dit versnelt het herstelproces. U krijgt van de fysiotherapeut oefeningen mee voor thuis. Als u pijn heeft bij het doen van de oefeningen, moet u dit aangeven bij de fysiotherapeut. Doelen en leefregels Hoofddoelstelling van de therapie Het realiseren van een optimaal functionerende en zo veel mogelijk pijnvrije schouder na het plaatsen van de prothese en, indien van toepassing, terugkeer op het gewenste niveau in werk en onderhandse sport. Subdoelstellingen van de therapie 1. Respecteren van de operatieve wond en bijhorende herstelprocessen plus beschermen van de geplaatste prothese 2. Verminderen van pijn en zwelling 3. Optimaliseren van de beweeglijkheid van uw schouder 4. Optimaliseren van de kracht in uw arm 5. Zo goed mogelijk kunnen uitvoeren van de normale dagelijkse handelingen 6. Op het gewenste niveau hervatten van werk en sport Leefregels 1. De eerste 2 weken moet u de sling/ immobilizer continu dragen, ook s nachts zodat de wond ook van binnen goed kan genezen. 2. De eerste 8 weken mag u niet op uw geopereerde schouder slapen. De fysiotherapeut leert u een verantwoorde slaaphouding aan.
3. U mag uw arm aanvankelijk niet naar buiten draaien omdat dan te sterk aan de hechtingen wordt getrokken. 4. U mag de eerste 6-8 weken de spier die opnieuw gehecht is niet sterk aanspannen; meestal betreft die de spier aan de voorzijde van de schouder (de m. subscapularis) 5. U mag de eerste 6 weken niet autorijden. 6. Licht werk is na 6 weken weer toegestaan (niet tillen). 7. Matig zwaar werk (lichte lasten tillen onder schouderhoogte) is toegestaan vanaf 12 weken. 8. Zwaar werk (boven schouderhoogte) en intensief sporten worden afgeraden. Revalidatieschema 0 6 weken na de ingreep - 0-3 weken na de operatie De wond is nog vers en het operatiegebied kwetsbaar. Voorzichtigheid is op zijn plaats. Te vroeg rekken aan de hechtingen leidt tot slechter herstel en zelfs tot een kans op een nieuw letsel. - Oefenen elleboog-, pols- en handfunctie - Slinger- en pendeloefeningen - Oefeningen voor de beweeglijkheid van de nek en schoudergordel - Passief oefenen van vrijwel alle bewegingen van de arm (u spant daarbij zelf geen spieren aan) - Instructie en oefenen slaaphouding - U mag de arm niet naar buiten draaien (de onderarm met de gebogen elleboog in de zij, wordt bewogen tot recht naar voren) - 3-6 weken na de operatie De wond is van binnen en buiten aan het herstellen maar kan nog niet veel rek verdragen. - Slinger- en pendeloefeningen, oefenen met het schouderkoord - Passief oefenen van alle bewegingen van de arm (u spant daarbij zelf geen spieren aan) - Oefeningen voor een goede positie van het schouderblad op de romp - Opnieuw aanleren van het bewegingsgevoel van de schouder - Voorzichtig beginnen met weerstandsoefeningen waarbij de arm niet beweegt Na 2-6 weken mag u de sling afbouwen op geleide van de pijn. 7-12 weken na de ingreep De wond is (bijna) helemaal hersteld en u mag alle bewegingen weer maken en goed gaan oefenen op het terugkrijgen van de kracht in de arm. - U mag alle bewegingen zelf maken in alle richtingen - Start met versterken van de schouderspieren - Oefeningen voor een goede positie van het schouderblad op de romp - Situaties uit het dagelijks leven oefenen 3 6 maanden na de ingreep De revalidatie wordt voortgezet gericht op optimaliseren van de kracht, coördinatie, uithoudingsvermogen en de wijze van uitvoering van dagelijkse activiteiten. De meeste patiënten zijn grotendeels pijnvrij na 6 tot 12 weken. Kort samengevat betekent dit het volgende:
Wanneer kan ik verwachte n 0-3 weken Pijn verminderi ng Functionel e beweeglijk heid Functionel e kracht Werk onder schouderho ogte Werk boven schouderho ogte Sporten onderhan ds 3-6 weken Ja 6-12 Ja Ja (Ja) weken 3-4 Ja Ja Ja (ja) maanden 5-6 maanden Ja Ja Ja Ja? (Ja)
Schouder: Prothesen. Patiënten brochure. Ondergetekende verklaart hierbij de mondelinge informatie in het kader van de informed consent te hebben begrepen en de aanvullende schriftelijke informatie te hebben ontvangen. Naam en handtekening patiënt: Datum van tekenen: Deze brochure betreft een algemene voorlichting en is bedoeld als extra informatie naast het gesprek met uw behandelend arts. Bijzondere omstandigheden kunnen tot wijzigingen aanleiding geven. Dit wordt altijd door de arts aan u kenbaar gemaakt. Kijkt u ook op internet naar: www.zorgvoorbeweging.nl www.orthopeden.nl