Voor leerlingen die extra aandacht nodig hebben LWOO leerweg ondersteunend onderwijs PRO praktijkonderwijs Kenmerken: kleinere groepen, werken in eigen tempo, bij LWOO zelfde vmbo-programma als in het reguliere onderwijs Voorwaarde: toelaatbaarheidsverklaring afgegeven door SWVZHW
leerwegondersteuning (lwoo) Binnen het vmbo kan een kind in aanmerking komen voor leerwegondersteuning. Hiervoor moet aan een aantal criteria worden voldaan. Op twee vakken moet een achterstand zijn van 1,5 jaar of meer ( Een van deze twee vakken moet rekenen of begrijpend lezen zijn) Verder moet het IQ van een kind liggen tussen 75 en 90. Om in aanmerking te komen voor LWOO moet dus een IQ test afgenomen worden. Als deze niet afgenomen wordt, dan kan een kind geen LWOO krijgen en is een kind soms niet te plaatsen op een school voor voortgezet onderwijs.
praktijkonderwijs (PrO) Ook kan het zijn dat een leerling naar het praktijkonderwijs (PrO) doorverwezen wordt. Hiervoor gelden een aantal criteria: Op twee vakken moet een achterstand zijn van 3 jaar of meer ( Een van deze twee vakken moet rekenen of begrijpend lezen zijn) Verder moet het IQ van een kind liggen tussen 55 en 80. Kinderen behalen geen diploma, maar een certificaat
NIO / NDT (IQ) De leerkrachten kijken aan het eind van groep 7 en het begin van groep 8 welke kinderen eventueel in aanmerking kunnen komen voor LWOO of PrO. De ouders van deze leerlingen worden door de leerkracht benaderd en moeten (in groep 8) een toestemmingsformulier tekenen voor het afnemen van een IQ test. Als de uitslag van de IQ test en de resultaten van de Cito toetsen bekend zijn, kan worden bepaald of een kind daadwerkelijk in aanmerking komt voor LWOO of PrO.
SEM (sociaal-emotioneel) Als een IQ hoger uitkomt dan 90, moet er een SEM toets (sociaal emotionele toets) worden afgenomen. faalangst sociaal emotionele problemen prestatie-motivatieproblemen Ook dan kan beslist worden dat een leerling in aanmerking komt voor LWOO of PrO. Dit wel of niet toekennen van LWOO of PrO wordt gedaan door het samenwerkingsverband. ( SWVZHW)
adviesgesprekken De adviesgesprekken worden in januari gevoerd.( 30 minuten) De leerlingen zijn hierbij aanwezig. Er zal gezamenlijk gekeken worden naar resultaten van: het leerlingvolgsysteem Drempeltoets de resultaten in de klas de (huis)werkhouding. Hieruit volgt het definitieve advies.
aanmeldrondes * Eerste aanmeldronde: (start na de adviesgesprekken) De aanmeldingen worden behandeld als of ze gelijktijdig zijn binnengekomen Eventuele loting na eerste aanmeldingsperiode (Als er teveel plaatsbare leerlingen zijn aangemeld.) De loting is controleerbaar (vooraf bekende criteria, bv broertjes /zusjes/postcodegebied) Ouders krijgen van het VO bericht of hun kind wel of niet geplaatst is. * Tweede aanmeldingsperiode : (overzicht beschikbare plaatsen) Toelating wordt bepaald op volgorde van binnenkomst, tenzij er op de eerste dag sprake is van over aanmelding. Dit jaar 4 dagen i.v.m. goede vrijdag en 2 e paasdag. Dan vindt er een loting plaats om volgorde van binnenkomst te bepalen. Uitslag loting, omtrent volgorde van behandeling tweede aanmeldingsronde, wordt bekend gemaakt aan ouders.
centrale eindtoets In april nemen alle kinderen deel aan de centrale eindtoets. De score van deze toets komt na de adviezen en wordt dus niet meegenomen bij het maken van de adviezen. Ook mag deze score niet worden gebruikt door het VO om kinderen te weigeren. Het advies van de basisschool is bindend Vaak is dit een bevestiging van het advies dat er gegeven is. Adviezen worden naderhand niet meer aangepast. De scores worden doorgegeven aan het VO, zij kijken (soms)naar deze score bij het indelen van de klassen