BRAZILIAANS HERHALING 2

Vergelijkbare documenten
Eenvoudig Braziliaans TalencentrumBarneveld.nl BRAZILIAANS LES 8

Eenvoudig Braziliaans TalencentrumBarneveld.nl BRAZILIAANS LES 7

Eenvoudig Braziliaans TalencentrumBarneveld.nl BRAZILIAANS LES 6

BRAZILIAANS HERHALING 1

Eenvoudig Braziliaans TalencentrumBarneveld.nl BRAZILIAANS LES 9

Eenvoudig Braziliaans TalencentrumBarneveld.nl BRAZILIAANS LES 11

Reizen Algemeen. Algemeen - Belangrijkste benodigdheden. Algemeen - Conversatie. Om hulp vragen. Vragen of iemand Engels spreekt

Eenvoudig Braziliaans TalencentrumBarneveld.nl BRAZILIAANS LES 14

Eenvoudig Braziliaans TalencentrumBarneveld.nl BRAZILIAANS LES 12

Eenvoudig Braziliaans TalencentrumBarneveld.nl BRAZILIAANS LES 3

Eenvoudig Braziliaans TalencentrumBarneveld.nl BRAZILIAANS LES 5

Reizen Algemeen. Algemeen - Belangrijkste benodigdheden. Algemeen - Conversatie. Om hulp vragen. Vragen of iemand Engels spreekt

Reizen Algemeen. Algemeen - Belangrijkste benodigdheden. Algemeen - Conversatie. Om hulp vragen. Vragen of iemand Engels spreekt

Inhoud. 1 Como vai? Onde trabalha? 19

Eenvoudig Braziliaans TalencentrumBarneveld.nl BRAZILIAANS LES 13

Immigratie Documenten

Eenvoudig Braziliaans TalencentrumBarneveld.nl BRAZILIAANS LES 1

Lição!3!...!9! Woordenschat!...!9! Het!werkwoord!zijn:!Ser!en!Estar!...!9! Lidwoord!+!zelfstandig!naamwoord!...!10! Oefeningen!...!10!

Reizen De weg vinden De weg vinden - Locatie Nederlands Portugees Eu estou perdido (a). Você pode me mostrar onde é isso no mapa? Onde eu encontro?

bab.la Uitdrukkingen: Persoonlijke correspondentie Gelukwensen Portugees-Nederlands

bab.la Uitdrukkingen: Persoonlijke correspondentie Gelukwensen Nederlands-Portugees

Zakelijke correspondentie

a. Palavras portuguesas que já conhece. Een aantal van deze woorden kent u vast al. Welke woorden passen bij de foto? Kruis ze aan.

SPAANS LES 2 Español

Auteur boek: Vera Lukassen Titel boek: Holandês para Portugueses. 2011, Serasta Uitgegeven in eigen beheer Eerste druk: juli 2014

SPAANS HERHALINGLES 1 Español

JDD EXPERIMENT..KUNST & POËZIE. Nieuwsbrief 35 MEI 2016

SPAANS LES 6 Español

BIJBELS GRIEKS HERHALING 1

Welkomslied: We hebben iets te vieren. Woord van Welkom door Hetty

Reizen Algemeen. Algemeen - Belangrijkste benodigdheden. Algemeen - Conversatie. Om hulp vragen. Vragen of iemand Engels spreekt

Reizen Algemeen. Algemeen - Belangrijkste benodigdheden. Algemeen - Conversatie. Om hulp vragen. Vragen of iemand Engels spreekt

Reizen Algemeen. Algemeen - Belangrijkste benodigdheden. Algemeen - Conversatie. Om hulp vragen. Vragen of iemand Engels spreekt

Reizen Algemeen. Algemeen - Belangrijkste benodigdheden. Algemeen - Conversatie. Om hulp vragen. Vragen of iemand Engels spreekt

Reizen Algemeen. Algemeen - Belangrijkste benodigdheden. Algemeen - Conversatie. Om hulp vragen. Vragen of iemand Engels spreekt

SPAANS LES 13 Español

SPAANS LES 8 Español

Les 4: Les conversatie + grammatica Nederlands Conversatie Les 2 A-klas

Spreekopdrachten thema 1 Voorstellen

GOD TEST ABRAHAM S LIEFDE

SPAANS LES 3 Español

een profeet! Waar in de Bijbel wordt Abraham genoemd als profeet?

Verhaal: Jozef en Maria

GOD TEST ABRAHAMS LIEFDE

Oefening 1: Bouw correcte enkelvoudige zinnen door de woorden in de juiste volgorde te plaatsen. Soms heb je een vraagzin.

SPAANS LES 7 Español

Reizen Uit Eten. Uit Eten - Bij de ingang. Uit Eten - Eten bestellen

Cursistenboek Taalklas.nl Hoofdstuk 5 Eten

Goede buren. Startzondag 13 september 2015 m.m.v. Jeugdkoor Joy uit Streefkerk o.l.v. Vincent van Dam

BEGINNERSCURSUS DAG 6

Reizen Uit Eten. Uit Eten - Bij de ingang. Uit Eten - Eten bestellen

Boek1. Les 1. Dit is het verhaal van Maria. Dit is het verhaal van de engel. Dit is het verhaal van Jezus.

GODS BELOFTE AAN ABRAHAM

- je kan me wat - module 4. docere delectare movere

EENVOUDIG BIJBELS HEBREEUWS LES 7. TalencentrumBarneveld.nl

Werkwoordoefeningen bij les 5

Simone Foekens. met illustraties van Melanie Broekhoven SpecialBooX, Zuid-Beijerland. Kinderbijbel

U leert in deze les "toestemming vragen". Toestemming vragen is vragen of u iets mag doen.

Welkom in deze Overstapdienst In deze viering stappen over: Alma Rutjes, Wietske Weistra & Boris de Laat (op afstand verbonden)

GODS BELOFTE AAN ABRAHAM

ALFA A ANTWOORDEN STER IN LEZEN

Op reis naar Bethlehem

De wereld op zijn kop! Kan de wereld op zijn kop staan? Met gym heb je het vast wel eens geprobeerd Op je kop staan, bedoel ik, soms lukt het

Immigratie Bank. Bank - Algemeen. Bank - Openen van een bankrekening. Vragen of er provisies zijn wanneer u geld afhaalt in een bepaald land

GODS BELOFTE AAN ABRAHAM

Samenvatting Frans Stencil Franse tijden

MOEDER zit aan tafel te schrijven. OPA leest in een stoel een boek. MADELIEF staat voor het raam. MADELIEF Opa blijft voor altijd bij ons, hè mam?

REGELS. Onderstreep het onregelmatige werkwoord in de zin.

BEGINNERSCURSUS DAG 2

Nieuwsbrief 1 / 2. Deze week: 6 maart 2017

"Reis naar Jeruzalem"

de aanbieding reclame, korting De appels zijn in de a Ze zijn vandaag extra goedkoop.

Transcriptie:

pagina:1 Inleiding Bestudeer de lessen 6 t/m 10 goed! Veel succes! Opdracht 1 "Lijntrekken" xxxxxxxxxx 1 (brand)hout ali 1 2 film jumento 2 3 einde lugar 3 4 tamelijk lenha 4 5 ezel fim 5 6 hier bastante 6 7 reis aqui 7 8 daar às vezes 8 9 pen viagem 9 10 plaats faca 10 11 vuur presente 11 12 soms caneta 12 13 geschenk xxxxxxxxxx 14 mes Opdracht 2 Vertaal! 1. Deus pôs Abraão à prova. 2. Abraão respondeu: "Eis-me aqui". 3. Por favor, onde fica o Hotel Bela Vista? 4. O hotel é ali na esquina. 5. Espero que ele me ame. 6. Aqui, nesta rua não há um banco. 7. Tome seu único filho! 8. Vinha para minha casa! 9. Compre um carro! 10. Duvido que ele estude muito. 11. Você está estudando? 12. Agora (eu) estou comendo.

pagina:2 Opdracht 3 "Lijntrekken" xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx 1 parta ik zeg 1 2 partam eet! ( tegen meerdere personen) 2 3 eu lhe indicarei vertrek! (tegen één persoon) 3 4 comerão bezoek hem! (tegen één persoon) 4 5 comam Ik zal je wijzen 5 6 dê-lhe hij zei (ipf.) 6 7 digo geef hem! 7 8 visite-o zij zeiden (ipf.) 8 9 diziam bezoek haar! 9 10 dissemos hij zei (prf.) 10 11 dizíamos zij zullen eten 11 12 disse wij zeiden (prf.) 12 13 dizia xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx 14 vistite-a Opdracht 4 1. Ele estendeu a mão e pegou a faca. 2. Agora ele está ditando 3. Espero que eles abram a porta. 4. O carro parava todo dia na porta do prédio. 5. Eu havia trabalhado duramente. 6. O lugar que Deus lhe havia indicado. 7. Que linda é esta paisagem! 8. Agora ele está trabalhando. 9. Espero que você venha. 10. A casa que você vê é bonita. 11. A lua é menor do que a terra. 12. Agora (eu) estou lendo. 13. Que perigo! 14. É incrével que eles trabalhem tanto.

pagina:3. Opdracht 5 1. Bedankt voor alles. 2. Bedankt voor de informatie. 3. Hoeveel kost het? 4. Het was prettig je te ontmoeten. 5. Kunt u ons a.u.b. naar het centrum brengen? 6. Kunt u drie personen meenemen? 7. Kunt ons er hier uitzetten? 8. Hebt u een tafel vrij? 9. Brengt u alstublieft de menukaart! 10. Laten wij vertrekken! 11. Laten wij studeren! 12. Ik spreek Zaira tegenwoordig vaak. Opdracht 6 "Lijntrekken" Xxxxxxxxxx 1 engel canja 1 2 bureau / kantoor anjo 2 3 koning pedir 3 4 zich herinneren escritório 4 5 hoewel telefonema 5 6 dikwijls cinquenta 6 7 kippensoep rei 7 8 trouwen fim 8 9 begin embora 9 10 vijftig às vezes 10 11 vragen / bestellen casar-se 11 12 opstaan lembrar-se 12 13 einde Xxxxxxxxxx 14 telefoongesprek

pagina:4 Opdracht 7 1. um tr t r = een tractor 2. um c...d...nt... = een ongeval 3. s...xt -f r = vrijdag 4. l b... = een wolf 5. um f ri d... = een vrije dag 6. j rn l = een krant 7. ve c l = een voertuig 8. s mp t c = aardig 9. m...nh v d = mijn leven 10. gr...v... = ernstig 11. uma p...ss...g...ir... = een (vrouwelijke) passagier 12. p ss...a = een persoon Opdracht 8 1. Dei uns trocados a ele. 2. Agora o lobo ataca o rebanho. 3. Ele tem trabalhado muito. 4. Que você tem feito? 5. Tenho estudado inglês. 6. Eu tenho lido o jornal (de krant) todo os dias. 7. Zaira tinha dito tudo para mim. 8. Quando Zaira chegou, eu já tinha partido. Opdracht 9 1. ir prs. Nós.. de carra. (Zie les 3: 3.4!) 2. estudar prs. Vocês holandês? 3. ser prs. Eu. o bom pastor. 4. trabalhar prf. Você.. muito? 5. estudar prf. Eles.. muito. 6. comprar prf. Nós um carro. 7. construir prf. Abraão um altar. 8. atacar prs. O lobo. o rebanho. 9. dispersar prf. O lobo. o rebanho. 10. dar prf. Eles.. ao professor um livro. 11. salvar prf. Um homem pobre a cidade. 12. lembrar-se prf. Ninguém.. mais o homem pobre. Opdracht 10 Geef de uitspraak voorbeeld: médico... {medzjiekoe} 1. faleu 2. favor 3. problema 4. obrigado 5. jornal 6. calҫada 7. simpático 8. veículo 9. pastor 10. rebanjo Voor de liefhebbers nog een extra stukje grammatica op de volgende pagina!

pagina:5 I Zeggen dat iets vaak gebeurt m.b.v. het werkwoord consumar. 1. Eu consumo ler o jornal. = Ik lees gewoonlijk de krant. 2. Minha mãe costuma ler um livro. = Mijn moeder leest gewoonlijk een boek. 3. Meu pai consuma trabalhar muito. = Mijn vader werkt gewoonlijk heel hard. 4. Nos consumamos jantar juntos. = Wij eten gewoonlijk samen. 5. Eu consumo viajar no fim do ano. = Ik reis gewoonlijk aan het eind van het jaar. 6. Você consuma ler este jornal? = Heb je de gewoonte deze krant te lezen? II Het met iemand eens zijn. É verdade. = Het is waar. Com certeza! = Zeker weten! Você tem toda a razão. = Je hebt helemaal gelijk. É sim! = Ja, het is zo! III Vinden van/ denken van Achar = vinden / denken Acho estranho = Ik vind (denk) het vreemd. Acho que sim = Ik vind (denk) van wel. Acho que não Ik vind(denk) van niet. Einde ANTWOORDEN Opdracht 1 1-8; 2-5; 3-10; 4-1; 5-3; 6-4; 7-6; 8-12; 9-7; 10-14; 11-13; 12-9 Opdracht 2 1..God beproefde Abraham. 2. Abraham antwoordde: Hier ben ik. 3. Excuseer me, waar is het hotel Bela.Vista? 4. Het hotel is op de hoek. 5. Ik hoop dat hij van me houdt. 6. Hier in deze straat is er geen bank. 7. Neem je enige zoon! 8. Hij kwam naar mijn huis. 9. Koop een auto! 10. Ik twijfel of hij veel studeert. 11. Ben je aan het leren? 12. Nu ben ik aan het eten. Opdracht 3 1-7; 2-5; 3-1; 4-8; 5-3; 6-13; 7-6; 8-9; 9-14; 10-12; 11-4; 12-10

pagina:6 Opdracht 4 1. Hij stak zijn hand uit en pakte het mes. 2. Nu is hij aan het dicteren. 3. Ik hoop dat zij de deur openen. 4. De auto stopte elke dag voor de deur van het gebouw. 5. Ik had hard gewerkt. 6. De plaats die God hem aangewezen had. 7. Wat mooi is dit landschap! 8. Nu is hij aan het werken. 9. Ik hoop dat jij komt. 10. Het huis dat jij ziet, is mooi. 11. De maan is kleiner dan de aarde. 12. Nu ben ik aan het lezen. 13. Wat gevaarlijk! 14. Het is ongelooflijk dat zij zoveel werken! Opdracht 5 1. Obrigado/a por tudo. 2. Obrigado/a pela informação. 3. Quanto é? 4. Foi um prazer te conhecer. 5. Pode levar-nos para o centro por favor? 6. Pode levar tres pessoas? 7. Pode deixar nos aqui? 8. Tem uma mesa livre? 9. Traga o cardápio por favor. 10. Partamos! 11. Estudemos! 12. Eu tenho falado muitas vezes com a Zaira. Opdracht 6 1-7; 2-1; 3-11; 4-2; 5-14; 6-10; 7-3; 8-13; 9-5; 10-6; 11-8; 12-4 Opdracht 7 1. um trator = een tractor 2. um acidente = een ongeval 3. sexta-feira = vrijdag 4. lobo = een wolf 5. um feriado = een vrije dag 6. jornal = een krant 7. veículo = een voertuig 8. simpático = aardig 9. minha vida = mijn leven 10. grave = ernstig 11. uma passageira = een (vrouwelijke) passagier 12. pessoa = een persoon Zie volgende pagina!

pagina:7 Opdracht 8 1. Ik gaf hem enkele munten. 2. Nu valt de wolf de kudde aan. 3. Hij werk tegenwoordig veel. 4. Wat doe jij tegenwoordig? 5. Ik studeer tegenwoordig Engels. 6. Ik lees tegenwoordig elke dag de krant. 7. Zaira had alles tegen mij gezegd. 8. Toen Zaira kwam, was ik al vertrokken. Opdracht 9 1. vamos 2. estudam 3. sou 4. trabalhou 5. estudaram 6. compramos 7. construiu 8. ataca 9. dispersou 10. deram 11. salvou 12. se lembrou Opdracht 10 1. {faleew} 2. {favor} 3. {problemas} 4. {obrieĝadoe} 5. {zjornaw } 6. {kalsada} 7. {siempatsjiekoe} 8. {vejiecoeloe} 9. {pastor} 10. {rebangjoe} Einde