Interval Shuttle Run Test KNKV Inleiding Vanaf seizoen 2011-2012 is de Interval Shuttle Run Test (ISRT) de basis conditietest die gebruikt wordt binnen het Koninklijk Nederlands Korfbalverbond (KNKV) om de conditie van scheidsrechters en assistent-scheidsrechters te meten. De ISRT is ontwikkeld voor het meten van het uithoudingsvermogen van sporters. In het algemeen zou dit kunnen worden omschreven als het vermogen om gedurende langere tijd met een sterk wisselend tempo te kunnen lopen. Het belangrijkste kenmerk van de ISRT is het intervalkarakter, d.w.z. ca. 30 seconden lopen met een bepaalde snelheid worden afgewisseld met 15 seconden actieve rust (rustig uitlopen). Daarmee wijkt de ISRT af van de oorspronkelijke shuttle run test. Het tweede kenmerk van de ISRT is het heen en weer lopen over een afstand van 20 meter met een vaststaand protocol voor de toename van de snelheid, d.w.z. startend met een snelheid van 10 km/uur en oplopend met 1 km/uur en vanaf 13 km/uur met 0,5 km/uur per 30 seconden. Ook de snelheidstoename wijkt hiermee af van de oorspronkelijke shuttle run test. De ISRT is goed uitvoerbaar, d.w.z. het benodigde testmateriaal (cd, afspeelapparaat en pylonen) vrijwel altijd beschikbaar is bij korfbalverenigingen, de benodigde tijd gering is en het testprotocol eenvoudig is uit te leggen en toe te passen in de praktijk door de testleiders. De ISRT kan zowel voor veld- als zaalkorfbal van gebruikt worden. Voorafgaand aan de Interval Shuttle Run Test zal er tijd voor een warming-up worden gereserveerd.
Figuur 1: Parcours ISRT 8 meter 20 meter 3 meter Er wordt steeds gelopen tussen de gele pylonen (= 20 meter). Zorg ervoor dat links van de gele pylonen ruimte is voor het uitlopen en weer startklaar gaan staan tijdens de rustperioden (= 8 meter). Testafname Voor afname van de ISRT is het volgende materiaal nodig: - vier pylonen per speler; - vier pylonen voor het uitzetten van de looplijnen - cd met protocol; - cd-speler; - verlengsnoer voor cd-speler (indien vereist); - scoreformulier
Protocol Op een grasveld (of in een sporthal) worden per deelnemer 2 pylonen op een afstand van 20 meter tegenover elkaar geplaatst (figuur 1). Aan de binnenzijde van elk van deze 20m-pylonen wordt op een afstand van 3 meter ook een pylon geplaatst die te onderscheiden moet zijn van de 20m-pylonen (bv. In grootte of kleur). Het uitlooptraject (8 meter aan beide zijden) kan, indien gewenst, worden gemarkeerd met pylonen. Gedurende de test worden de deelnemers begeleid met behulp van een voorbespeelde test- CD. Een testleider kan maximaal vier deelnemers tegelijk begeleiden. Goed schoeisel is noodzakelijk voor het uitvoeren van de test. Iedere deelnemer start aan dezelfde kant bij een afzonderlijke 20m-pylon op het eerste signaal. De afstand tot de andere pylon (20 meter) moet worden afgelegd in de tijdsperiode tot aan het volgende signaal. Indien een deelnemer te vroeg bij de volgende pylon is moet hij wachten tot het volgende signaal. Indien een deelnemer te laat bij de volgende pylon is moet de deelnemer zijn snelheid verhogen om de volgende keer wel op tijd te zijn. De deelnemers keren door tussen de pylonen te pivoteren, d.w.z. één voet op de grond plaatsen en over deze voet draaien. De test is opgebouwd uit snelheidsblokken en. De aanvangssnelheid bedraagt 10 km/uur, waarbij in het begin per snelheidsblok de snelheid wordt verhoogd met 1 km/uur en vanaf 13 km/uur met 0,5 km/uur (tabel 1). Eén traject is één keer de afstand van 20 meter. Eén snelheidsblok beslaat een periode van ca. anderhalve minuut bestaande uit twee periodes van ca. 30 seconden inspanning afgewisseld met twee periodes van 15 seconden rust, waarin de deelnemers uitlopen in de lijn van hun loopbaan tot aan de uitlooplijn (= 8 meter) en rustig terug wandelen naar de pylon die ze het laatst gepasseerd zijn. Tijdens één snelheidsblok blijft de snelheid constant. Indien een deelnemer twee keer achtereenvolgens meer dan 3 meter verwijderd is van de pylon waar hij op dat moment zou moeten zijn is de test voor deze functionaris beëindigd. De score is het aantal volledig afgelegde. Het aantal afgelegde kan worden bijgehouden op een scoreformulier waarop namen van de deelnemers zijn vermeld. De test duurt ca. 20 minuten (inclusief uitleg).
Inhoud Parcours ISRT 8 meter 20 meter 3 meter Er wordt steeds gelopen tussen de gele pylonen (= 20 meter). Zorg ervoor dat links van de gele pylonen ruimte is voor het uitlopen en weer startklaar gaan staan tijdens de rustperioden (= 8 meter). De af te leggen afstand is steeds 20 meter, gelegen tussen twee eindlijnen, die zijn aangegeven met een rij pylonen (geel). Op 3 meter voor de eindlijn zijn een aantal pylonen geplaatst (rood; 3-meterlijn; controlegebied). Op 8 meter na de eindlijn kunnen een aantal pylonen zijn geplaatst (groen; uitlooplijn) Iedere deelnemer start vanuit stilstand met beide voeten op of achter de eindlijn bij een afzonderlijke pylon op het eerste signaal. De afstand tot de andere pylon (20 meter) moet worden afgelegd in de tijdsperiode tot aan het volgende signaal. De deelnemer mag keren wanneer hij minimaal 1 voet op de eindlijn heeft geplaatst. Indien een deelnemer te vroeg bij de volgende pylon is moet hij wachten tot het volgende signaal.
Indien een deelnemer te laat is bij een pylon moet hij zijn loopsnelheid verhogen om bij het volgende signaal wel op tijd te zijn. Gaat het signaal alvorens de 3-meterlijn is bereikt, dan dient de deelnemer door te lopen tot de eindlijn en de eindlijn met minimaal 1 voet aan te raken (de deelnemer ontvangt een waarschuwing). Indien het signaal gaat en de deelnemer bevindt zich tussen de 3-meterlijn en de eindlijn, dan dient de deelnemer door te lopen en de eindlijn met minimaal 1 voet aan te raken. Indien een deelnemer voor de tweede keer een waarschuwing ontvangt (2 e keer meer dan 3 meter verwijderd is van de pylon waar hij op dat moment zou moeten zijn), dan wordt de deelnemer gedwongen te stoppen. Een snelheidsblok beslaat een periode van ca. anderhalve minuut, bestaande uit twee periodes van 30 seconden inspanning afgewisseld met twee periodes van 15 seconden rust, waarin de deelnemer uitloopt in de lijn van de loopbaan tot de uitlooplijn en rustig terugwandelt naar de pylon die het laatst is gepasseerd. De deelnemer mag na een rustperiode pas weer beginnen wanneer het signaal heeft geklonken. Ook de start na een rustperiode gebeurt vanuit stilstand en met beide voeten op of achter de eindlijn
Normering Een norm is een referentiekader voor de evaluatie van de testscores. Per niveau is de norm vastgesteld, d.w.z. het minimale aantal dat moet worden afgelegd om te slagen voor de ISRT ongeacht de leeftijd en geslacht van de scheidsrechter. Indien een scheidsrechter zijn promotie of aanstelling voor een beslissingswedstrijd wenst te activeren dan dient hij de norm dat behoort bij de groep waarnaar hij wenst te promoveren met goed gevolg af te leggen. Binnen het KNKV is voor niveau 1 t/m 5 de norm vastgesteld op 55. Tabel 1: De loopsnelheid en het aantal Loopsnelheid (km/uur) (cumulatief) Loopsnelheid (km/uur) (cumulatief) 10 4 4 4 8 13,5 5 43 49 11 4 5 12 17 14 55 1 12 5 5 22 27 14,5 7 73 13 5 32 38 15 79 85 Zeist, juli 2011