Herseninfarct bij kinderen



Vergelijkbare documenten
Herseninfarct bij kinderen. Sophia Kinderziekenhuis. Wat is een herseninfarct? Klachten en symptomen bij het ontstaan van het infarct

Wat is een sinustrombose? Een sinustrombose is een verstopping van een grote ader in de hersenen.

Wat is een hersenabces? Een hersenabces is een afgekapselde ophoping van pus en bacteriën in de hersenen als gevolg van een infectie in de hersenen.

Wat is een subdurale bloeding? Een subdurale bloeding is een bloeding tussen het harde hersenvlies en de hersenen in.

Hoe vaak komt een epidurale bloeding voor bij kinderen? Het is niet goed bekend hoe vaak een epidurale bloeding voor komt bij kinderen.

Hersenkneuzing. Kinderneurologie.eu.

Kinderneurologie.eu. Dissectie van de bloedvaten.

Congenitaal perisylvian syndroom

Kinderneurologie.eu. Ataxia teleangiectasia.

Kinderneurologie.eu. Post-pump chorea.

Wat zijn de symptomen van het syndroom van Pallister-Killian?

Het Moebius syndroom

Kinderneurologie.eu. Rasmussen-encefalitis

Kinderneurologie.eu. De ziekte van Unverricht Lundborg

Wernicke Deze ziekte lijkt op de ziekte van Wernicke, een ziekte die ontstaat door een tekort aan vitamine B1. deze tekst kunt u nalezen op

Kinderneurologie.eu. Miller Dieker syndroom

Hoe vaak komt het syndroom van Leigh voor? Het syndroom van Leigh is een zeldzame ziekte, die ongeveer bij één op de kinderen voorkomt.

Kinderneurologie.eu. Het cri-du-chat syndroom

Trombolyse. Acute behandeling van een herseninfarct

Hoe vaak komt MERRF voor bij kinderen? MERRF is een zeldzame aandoening. Het komt ongeveer bij één op de kinderen voor.

Kinderneurologie.eu. Syndroom van Lemierre

Hoe vaak komt het Guillain-Barre syndroom voor bij kinderen? Het Guillain-Barre syndroom komt bij één op de kinderen voor.

Hoe vaak komt het Kluver-Bucy syndroom voor bij kinderen? Het is niet goed bekend hoe vaak het Kluver Bucy syndroom bij kinderen voorkomt.

Kinderneurologie.eu. Het foetaal alcohol syndroom.

Het Fragiele-X syndroom

Wat zijn de verschijnselen van Hereditaire spastische paraparese?

Opgenomen met een beroerte Afdeling 4-Noord.

Het syndroom van Pelizaeus-Merzbacher

Poliklinische revalidatiebehandeling. beroerte

Kinderneurologie.eu. Congenitale toxoplasmose

Kinderneurologie.eu. Neuritis vestibularis.

Wat is de oorzaak van het ontstaan van een meningeoom? Niet bekend Het is niet goed bekend waarom bij een kind een meningeoom ontstaat.

Aangeboren stofwisselingsziekten in de creatine aanmaak en transport

Kinderneurologie.eu. Hashimoto encefalopathie

Maatschap Neurologie. CVA: Cerebro Vasculair Accident

Kinderneurologie.eu. Ganglioglioom.

Problemen met zien Een groot deel van de kinderen met het syndroom van Aicardi is slechtziend.

Kinderneurologie.eu. De ziekte van Canavan

Alternerende hemiplegie op de kinderleeftijd

Wat is het Joubert syndroom? Het Joubert syndroom is een aandoening waarbij het middenstuk van de kleine hersenen niet goed aangelegd is.

Kinderneurologie.eu ADEM.

Kinderneurologie.eu. Maligne migrerende partiële epilepsie op de kinderleeftijd.

Hoe vaak komt een craniofaryngeoom voor? Een craniofaryngeoom komt bij een op de kinderen voor.

Beroerte en een TIA zijn spoedeisende ziekten. Rob Bernsen en Marian van Zagten Neurologen JBZ

Wat is een vena van Galeni malformatie? Een vena van Galeni malformatie is een ernstige aangeboren vaatafwijking in het hoofd.

Kinderneurologie.eu. Bickerstaff encefalitis

Stroke Care Unit Let op! Wat is een CVa?

Kinderneurologie.eu. SCAD

Kinderneurologie.eu. CAMTA1 syndroom.

Kinderneurologie.eu. Rhombencefalosynapsis

Cerebro Vasculair Incident

Wat zijn de symptomen van het Metachromatische leucodystrofie?

Wat is aplasia cutis? Aplasia cutis is een aangeboren afwijking waarbij een stukje huid, vaak boven op het hoofd, niet aangemaakt is.

Kinderneurologie.eu. Sinus pericranii.

Kinderneurologie.eu. Weaver syndroom.

Kinderneurologie.eu. Demoidcyste.

Revalidatie en therapie. Poliklinische revalidatie na CVA

De ziekte van Werdnig-Hoffman

Stroke Care Unit Wat is een CVa?

EEN BEROERTE, EN DAN?

Hoe u met fysiotherapie de lichamelijke problemen door een beroerte vermindert

EEN BEROERTE, EN DAN?

Neurologie Acute therapie van hersen-infarct d.m.v. oplossen van stolsel ( Trombolyse ) Informatie voor patiënt en/ of familie

Een beroerte, wat nu?

Intraventriculaire bloeding In plaats van IVH wordt ook wel de Nederlandse term intraventriculaire bloeding gebruikt.

Een herseninfarct, en dan?

Wat is een neurocytoom? Een neurocytoom is een hersentumor die ontstaat uit tumorcellen die heel veel lijken op normale zenuwcellen.

Opgenomen voor een beroerte

Wat is herpes encefalitis? Herpes encefalitis is een ontsteking van de hersenen veroorzaakt door een virus, die het herpes virus wordt genoemd.

In deze folder kunt u lezen wat de zorgverleners van de Stroke-unit kunnen doen voor mensen die een beroerte hebben doorgemaakt.

Herseninfarct Snelle behandeling in de eerste uren

Verpleegkundig voorlichtingsuur CVA

VELE HANDEN. In kader van CVA. Chinette Verhagen, Physician Assistant neurologie

Eén of meerdere De meeste kinderen hebben één caverneus hemangioom. Een klein deel van de kinderen heeft meerdere caverneus hemangiomen.

Kinderneurologie.eu. Greig syndroom

Hoe vaak gegeneraliseerde dystonie voor? Gegeneraliseerde dystonie is een zeldzame ziekte en komt ongeveer bij één op kinderen voor.

Hersenbloeding vanuit aneurysma

Kinderneurologie.eu. Erbse parese. Wat is een erbse parese?

Hoe vaak komt FSHD voor bij kinderen? FSHD is een zeldzame ziekte en komt bij een tot kinderen voor.

Wat is de oorzaak van het Sneddon syndroom? Niet bekend De precieze oorzaak van het ontstaan van het Sneddon syndroom is niet goed bekend.

Multiple sclerose (MS) Poli Neurologie

Spraak: Let op of de persoon onduidelijk spreekt of niet meer uit de woorden komt.

Kinderneurologie.eu. Neuritis optica

Hyperekplexia. Kinderneurologie.eu.

Kinderneurologie.eu. Hypnic headache.

Patiënten Informatie Dossier (PID) Cerebro Vasculair Accident (CVA) Onderdeel STROKE UNIT. CVA Stroke unit

Hoe vaak komt MELAS voor bij kinderen? MELAS is een zeldzame aandoening. Het is niet goed bekend hoe vaak MELAS bij kinderen voorkomt.

Kinderneurologie.eu. Cerebellair cognitief affectief syndroom

Duoavonden. 19 November 2013 Nicolien Schuring Physician Assistant

Kinderneurologie.eu. Tolosa Hunt syndroom.

Syringomyelie. Wat is syringomyelie? Syringomyelie is een verwijding van de centrale holte die normaal door het ruggenmerg loopt.

Het TCF20 syndroom. Kinderneurologie.eu.

Kinderneurologie.eu. Colloidcyste

Bij beide aandoeningen functioneert een bepaald onderdeel van het immuunsysteem interferon type I niet goed. deze tekst kunt u nalezen op

Myoclonische absence epilepsie

Hoe wordt het opsoclonus myoclonus syndroom ook wel genoemd?

Kinderneurologie.eu. De ziekte van Gaucher.

Wat is het MR-X101 syndroom? Het MRX-101syndroom is een aandoening waarbij jongens meer dan meisjes een achterstand hebben in hun ontwikkeling.

Transcriptie:

Herseninfarct bij kinderen Wat is een herseninfarct? Een herseninfarct is een beschadiging van het hersenweefsel door een al dan niet tijdelijke afsluiting van een bloedvat in de hersenen. Hoe wordt een herseninfarct ook wel genoemd? Een herseninfarct wordt ook wel een beroerte genoemd. Een andere naam die ook wel gebruikt wordt is de afkorting CVA wat staat voor Cerebro Vasculair Accident. Cerebro is de Latijnse naam voor hersenen, vasculair betekent van de bloedvaten en accident betekent gebeurtenis. De termen CVA en beroerte worden ook gebruikt voor een hersenbloeding, wat iets anders is dan een herseninfarct. Hoe vaak komt een herseninfarct van de bloedvatwand in de hals voor bij kinderen? Eén op de 4000 kinderen maakt een herseninfarct door. De meeste herseninfarcten komen voor bij pageborenen. Bij kinderen ouder dan een maand komt een herseninfarct bij één op de 30.000 kinderen voor. Bij wie komt een herseninfarct voor? Herseninfarcten kunnen op elke leeftijd optreden. Het grootste gedeelte van de herseninfarcten komt voor bij pasgeborenen en dan met name bij kinderen die te vroeg geboren zijn. Herseninfarcten komen zowel bij jongens als bij meisjes voor. Wat zijn de verschijnselen van een herseninfarct? Verschillende klachten Een herseninfarct kan verschillende klachten geven. Welke klachten zullen ontstaan hangt af van de plaats in de hersenen waar het herseninfarct is ontstaan. De meest voorkomende klachten zijn krachtsverlies, problemen met het evenwicht, problemen met praten en slikken, veranderd gevoel en problemen met zien. Acuut begin De klachten bij een herseninfarct beginnen acuut van het ene op het andere moment en zijn maximaal binnen enkele uren tot enkele dagen. Daarna verergeren de klachten niet meer. Krachtsverlies Bij kinderen met een herseninfarct is er vaak sprake van krachtsverlies. Het kan gaan om krachtsverlies van een arm en een been, of van twee benen of van krachtsverlies in het gezicht net afhankelijk van welke gebieden in de hersenen zijn aangedaan. Door het krachtsverlies zijn er problemen met kruipen, zitten, staan en lopen. De arm of het been met krachtsverlies voelt vaak slap aan. Na enkele dagen tot weken neemt de spierspanning in de verlamde arm of been juist toe en wordt deze arm of been spastisch. Problemen met praten en slikken Veel kinderen met een herseninfarct hebben problemen met praten en slikken omdat de spieren van het gezicht en van de keel ook gedeeltelijk verlamd zijn. Het praten klinkt onduidelijk. Tijdens het eten en met name tijdens het drinken verslikken zij zich. Bij kinderen met een herseninfarct aan de linkerkant van de hersenen waar het taalcentrum zit komen ook problemen met het maken van taal voor. Deze kinderen kunnen niet meer goed op 1

de juiste woorden komen, ze praten vaak weinig. Ook het begrijpen wat andere mensen zeggen is vaak moeilijk. Bij kinderen die al konden lezen lukt dit vaak niet meer. Problemen met zien Door de beschadiging in de hersenen als gevolg van het herseninfarct kunnen problemen met zien ontstaan. Kinderen zien vaak niet wat er aan een kant van het lichaam gebeurt, ze missen de helft van het beeld en daar zijn ze zich niet altijd bewust van. Ze lopen bijvoorbeeld tegen voorwerpen aan die aan kant van het lichaam staan tijdens het lopen, of ze eten maar de helft van het bord leeg. Evenwichtsproblemen Een deel van de kinderen met een herseninfarct in de kleine hersenen heeft problemen met het bewaren van het evenwicht. Ze staan niet meer stevig en lopen wankel. Sommige kinderen hebben last van trillen van de armen en benen. De ogen kunnen bij kinderen met een herseninfarct in de kleine hersenen kunnen heel schokkerig bewegen. Veranderd gevoel Problemen van een veranderd gevoel in de armen en benen komen voor bij beschadiging van die delen van de hersenen waar het gevoel geregeld wordt. Epilepsieaanvallen Bij een op de tien kinderen met een herseninfarct komen epilepsie aanvallen als gevolg van de hersenbeschadiging voor. Het kan gaan om kleine aanvallen met trekkingen in een arm, been of mondhoek of ook om grote aanvallen met trekkingen van beide armen en benen. Bij pasgeborenen zijn epilepsieaanvallen vaak een van de eerste tekenen van een herseninfarct. Pasgeborenen Bij pasgeborenen zijn de symptomen van een herseninfarct lang niet altijd erg duidelijk. Epilepsieaanvalletjes zijn vaak een van de eerste tekenen van een herseninfarct. Ook stil gedrag en geprikkeldheid kunnen tekenen zijn van een herseninfarct bij pasgeboren kinderen. Net als kortdurende periodes van niet ademen (apneu s), hartslagvertragingen, voedingsproblemen, spugen, temperatuursschommelingen. Wat zijn de oorzaken van een herseninfarct? Verschillende oorzaken Een herseninfarct bij kinderen kan veel verschillende oorzaken hebben. De meest voorkomende oorzaken zijn infecties, stollingsstoornissen, hartafwijkingen, bloedvatwandafwijkingen en stofwisselingsziekten. Vaak is er niet sprake van een oorzaak, maar gaat het om een combinatie van oorzaken. Suiker en zuurstof tekort Bij alle oorzaken wordt door een stolsel of door afsluiting van het bloedvat door veranderingen in de bloedvaatwand een bloedvat afgesloten. Hierdoor krijgt een deel van de hersenen tijdelijk geen bloed. De hersenen hebben voortdurend suiker en zuurstof nodig om goed te kunnen functioneren. Wanneer de hersenen gedurende vijf minuten geen suiker en zuurstof krijgen zullen zij beschadigd raken. Zo ontstaat een herseninfarct. 2

Infectie Een herseninfarct kan ontstaan als gevolg van een infectie van de hersenen. Dit is vaak bij pasgeborenen het geval. Verschillende infecties veroorzaakt door een bacterie of een virus kunnen een herseninfarct veroorzaken. Bij grotere kinderen wordt een herseninfarct regelmatig veroorzaakt door het virus wat waterpokken veroorzaakt: het varicella-zoster virus. Dit virus zorgt voor een tijdelijke vernauwing van de bloedvaten waardoor bepaalde delen van de hersenen te weinig bloed en daarmee te weinig zuurstof krijgen en een beschadiging oplopen. Het herseninfarct ontstaan bij het varicella zoster virus meestal een tot enkele weken na het doormaken van de waterpokken. Ook andere infecties van de ogen, neus, keel,oren of hals kunnen de oorzaak zijn van een herseninfarct. Stollingsafwijkingen Er bestaan verschillende stollingsafwijkingen waardoor het bloed gemakkelijker kan stollen. Zo n stolsel kan een bloedvat afsluiten. Veelvoorkomende stollingsafwijkingen die kunnen zorgen voor stolsels in de bloedvaten zijn bijvoorbeeld een proteïne C deficiëntie, een proteïne S deficiëntie, factor V Leiden deficiëntie of het voorkomen van lupus coagulans. Daarnaast bestaan er nog veel andere stollingsproblemen die zeldzamer zijn, maar die ook een herseninfarct kunnen veroorzaken. Hartafwijkingen Kinderen met een hartafwijking hebben ook een vergrote kans om een herseninfarct te krijgen. Als gevolg van de hartafwijking ontstaan gemakkelijker stolsels in het hart die door het hart uitgepompt kunnen worden naar de bloedvaten van het hoofd. In de hersenen sluiten ze dan een bloedvat af waardoor een herseninfarct ontstaat. Bij de meeste kinderen die een herseninfarct krijgen als gevolg van een hartafwijking dat er sprake was van een hartafwijking. Herseninfarcten kunnen ook ontstaan tijdens een operatie ter correctie van een hartafwijking. Bloedvatwandafwijkingen Een andere oorzaak voor een herseninfarct is een verandering van de bloedvaatwand waardoor een herseninfarct ontstaat. Dit wordt bijvoorbeeld gezien bij bloedvatwandafwijking moya moya wat vaker wordt gezien bij kinderen die de ziekte neurofibromatose type I hebben. Ook bij kinderen met auto-immuunziekten als SLE, de ziekte van Sjogren of bijvoorbeeld sarcoidose kunnen door een ontsteking van de bloedvaatwand vernauwingen in de bloedvaten ontstaan die een herseninfarct kunnen veroorzaken. Ook een scheur in de bloedvaten als gevolg van een ongeval of als gevolg van een rek op de bloedvaten kan zorgen voor een afsluiting van een bloedvat. Bloedvatwandveranderingen kunnen ook voorkomen bij de ziekte fibromusculaire dysplasie. Hoge bloeddruk Kinderen met een hoge bloeddruk hebben een verhoogde kans om een herseninfarct te krijgen. Bloedziekten Kinderen met sikkelcelziekte hebben een vergrote kans om een herseninfarct te krijgen. Sikkelcelziekte komt niet zo vaak voor bij Nederlands kinderen, maar wel bij kinderen die. Ook kinderen met te veel bloedplaatsjes of te veel rode bloedcellen hebben een vergrote kans op een herseninfarct. Hiervoor bestaan verschillende oorzaken zoals infecties, maar ook bijvoorbeeld een ziekte als leukemie. 3

Kanker Kinderen met verschillende vormen van kanker hebben een vergrote kans op het ontwikkelen van een herseninfarct. Dit kan komen door de kanker zelf of als gevolg van de behandeling voor de kanker. Stofwisselingsziekten Een groot aantal stofwisselingsziekten kunnen ook een herseninfarct veroorzaken. Het gaat om vetstofwisselingsstoornissen, de stofwisselingsziekte homocysteinurie en de mitochondriële ziekte MELAS. Pasgeborenen Bij pasgeborenen met een herseninfarct spelen andere oorzaken vaak een rol. Pasgeborenen hebben een vergrote kans op een herseninfarct wanneer zij zuurstofgebrek hebben gehad bij de geboorte, wanneer zij een bloedvergiftiging hebben of wanneer de moeder suikerziekte of een zwangerschapsvergiftiging heeft gehad tijdens de zwangerschap. Hoe wordt de diagnose herseninfarct gesteld? Verhaal en onderzoek Op grond van het verhaal en de bevindingen bij lichamelijk onderzoek kan de kinderneuroloog vermoeden dat er sprake is van een herseninfarct. Maar ook andere ziektes kunnen een vergelijkbaar ziektebeeld geven. Scan van de hersenen Wanneer de kinderneuroloog vermoedt dat er sprake is van een herseninfarct zal er een scan van het hoofd gemaakt worden. Meestal zal eerst een CT-scan gemaakt worden, omdat een CT-scan meestal sneller ter beschikking is dan een MRI-scan. Op een MRI scan zijn vaak wel meer details te zien als op een CT-scan. Zowel met een CT-scan als met een MRI-scan kunnen de bloedvaten in de hersenen worden afgebeeld. Oorzaken van een herseninfarct die veroorzaakt worden door veranderingen in de bloedvaat wand kunnen op deze manier opgespoord worden. Angiografie Wanneer op een CT-scan of een MRI-scan afwijkingen worden gevonden aan de bloedvaatwand, kan het soms noodzakelijk zijn om met behulp van contrastvloeistof via een katheter in de lies alle bloedvaten met behulp van röntgenfoto s zichtbaar te maken, dit wordt een angiografie genoemd. Zo kunnen alle bloedvaten in het hoofd goed bekeken worden. Kindercardioloog Kinderen met een herseninfarct zullen ook onderzocht worden door de kindercardioloog om te kijken of er sprake is van een hartafwijking die dit herseninfarct veroorzaakt heeft. Zelden zijn problemen met het hartritme de oorzaak van een herseninfarct bij kinderen. Bloedonderzoek Met bloedonderzoek wordt geprobeerd de oorzaken van het herseninfarct te achterhalen. Het bloed wordt onderzocht op het voorkomen van stollingsstoornissen, infecties, stofwisselingsziekten of aanwijzingen voor auto-immuunziekten die afwijkingen aan de bloedvaatwand veroorzaken. 4

Urineonderzoek Met behulp van urineonderzoek kunnen bepaalde stofwisselingsziekten als oorzaak van een herseninfarct worden opgespoord. Hoe wordt een herseninfarct behandeld? Kinderaspirine Volwassenen met een herseninfarct worden vaak behandeld met een kinderaspirine om de kans op een nieuw herseninfarct kleiner te maken. Bij kinderen is hier weinig onderzoek naar verricht, maar het lijkt erop dat het gebruiken van een kinderaspirine per dag de kans op een nieuw herseninfarct kan verkleinen. De eerste dagen na het herseninfarct wordt een wat hogere dosering kinderaspirine gegeven, daarna zullen kinderen voor langere tijd een wat lagere dosis kinderaspirine moeten gebruiken. Antistolling Bij kinderen met een stollingsstoornis waarbij het bloed gemakkelijk stolt kan een kinderaspirine te weinig krachtig zijn om nieuwe stolsels te voorkomen. Deze kinderen krijgen vaak sterkere antistolling voorgeschreven in de vorm van acenocoumarol. Met behulp van regelmatige controles bij de trombosedienst en bloedprikken wordt bepaald hoeveel tabletjes acenocoumarol gegeven moeten worden. Ook aan kinderen met een herseninfarct als gevolg van een hartprobleem wordt vaak gedurende enkele maanden deze vorm van antistolling gegeven. Bloedtransfusies Kinderen met een herseninfarct veroorzaakt door sikkelcelziekte moeten regelmatig behandeld worden met bloedtransfusies om er voor te zorgen dat het aantal afwijkende rode bloedcellen als gevolg van de sikkelcelziekte zo laag mogelijk is. Medicijnen tegen epilepsie Bij kinderen met epilepsieaanvallen als gevolg van een herseninfarct worden vaak medicijnen voorgeschreven die nieuwe epilepsieaanvallen kunnen voorkomen. Fysiotherapie Met behulp van een fysiotherapeut kunnen de spieren bij krachtsverlies weer getraind worden en kan het kind geleidelijk aan leren zelf weer te kruipen, zitten, staan en lopen. Logopedie De logopediste kan allerlei oefeningen geven om het praten en slikken weer te verbeteren. Ook kan ze alternatieve manier van communiceren aanbieden bijvoorbeeld door het communiceren met een plaatjesboek. Sondevoeding Bij kinderen met een herseninfarct die grote problemen met slikken hebben, kan het tijdelijk nodig zijn om sondevoeding te gaan geven. Dit om complicaties van verslikken zoals een longontsteking te voorkomen. Ergotherapie De ergotherapeut kan het kind weer leren om zich zelf te redden. Ook kan de ergotherapeut advies geven over hulpmiddelen die het zelfstandig functioneren weer makkelijker maken. 5

Zo bestaat er aangepast bestek, aangepaste borden en bekers. Een ergotherapeut kan ook advies geven over een geschikte rolstoel. Revalidatiearts Een revalidatiearts coördineert de verschillende therapievormen. Tijdens de herstelfase kunnen kinderen allerlei soorten therapie krijgen om het herstel te bevorderen in het revalidatiecentrum. Begeleiding Begeleiding van ouders en kinderen van een kind die een herseninfarct doormaakt is heel belangrijk. Lotgenotencontact kan hierbij erg belangrijk zijn. Via het forum van deze kinderneurologie pagina kunt u in contact komen met andere ouders die ook een kind hebben wat een herseninfarct heeft doorgemaakt. Een maatschappelijk werkende of een psycholoog kunnen begeleiding geven bij het verwerken van besef dat uw kind een herseninfarct heeft en de consequenties die dat heeft voor uw kind en voor de rest van het gezin. Wat betekent een herseninfarct voor de toekomst van het kind? Herstel In de weken na het ontstaan van het herseninfarct zal geleidelijk aan herstel gaan optreden. Bij sommige kinderen gaat het herstel vlot, bij anderen gaat het veel langzamer. Dit hangt ook sterk af van de grootte van het infarct en de conditie van het kind. Het herstel gaat in de eerste maanden na het infarct het snelst, daarna gaat het herstel in een langzamer tempo. Met behulp van therapie en revalidatie zal geprobeerd worden dit herstel zo goed mogelijk te laten verlopen en het kind hier zo goed mogelijk met de beperkingen leren om te gaan. Restverschijnselen Het herstel na een herseninfarct is lang niet altijd volledig. De herstelmogelijkheden hangen af van de grootte en de plaats van het herseninfarct. Klachten die twee jaar na het ontstaan van het herseninfarct nog aanwezig zijn, zijn meestal blijvend. Bij 3 tot 6 van de 10 kinderen is er sprake van een redelijk tot goed herstel waarbij zij weer zelfstandig kunnen functioneren. Overlijden Een deel van de kinderen met een ernstig herseninfarct heeft dusdanig grote problemen dat zij komen te overlijden als gevolg van het herseninfarct. Dit is ongeveer bij een op de tien kinderen met een herseninfarct het geval. Problemen met leren Een groot deel van de kinderen die een herseninfarct heeft doorgemaakt, houdt als restverschijnsel van het herseninfarct problemen met leren, het geheugen, de aandacht en de concentratie over. Ook komen gedragsproblemen als hyperactiviteit en impulsiviteit vaker voor bij kinderen die een herseninfarct hebben doorgemaakt. Epilepsie Een op de twee tot vier kinderen die een herseninfarct hebben doorgemaakt, ontwikkelt op latere leeftijd epilepsie. Er kan jaren zitten tussen het optreden van het herseninfarct en het optreden van de eerste epilepsieaanvallen. 6

Nieuw infarct De eerste weken/maanden na het herseninfarct bestaat de kans op het ontstaan van een nieuw herseninfarct. Met behulp van bloedverdunnende medicijnen wordt geprobeerd dit zo veel mogelijk te voorkomen. De kans op een nieuw herseninfarct hangt af van de onderliggende oorzaak. De kans op een nieuw herseninfarct is het grootst bij kinderen met de sikkelcelziekte, bloedvatwandafwijking moya moya en bij kinderen met stollingsstoornissen. Als er geen onderliggende oorzaak gevonden wordt dan is de kans op een nieuw herseninfarct klein, in de orde van grootte van 2 %. Bij kinderen met sikkelcelziekte is de kans op een nieuw herseninfarct ongeveer 50%. Pasgeborenen met een herseninfarct hebben ook een kleine kans op een nieuw infarct tussen de 3 en 5%. Hebben broertjes en zusjes ook een vergrote kans om een herseninfarct te krijgen? Het zal van de oorzaak van het herseninfarct afhangen of broertjes en zusjes een verhoogde kans hebben om ook een herseninfarct te krijgen. Bepaalde oorzaken van een herseninfarct zoals stollingsstoornissen, stofwisselingsziekten en de aanleg voor sikkelcelziekte zijn erfelijk. Bij deze oorzaken hebben broertjes en zusjes dus een verhoogde kans om ook een herseninfarct te krijgen. Andere oorzaken zoals een infectie zijn niet erfelijk, in dat geval hebben broertjes en zusjes geen verhoogde kans op een herseninfarct. Links en verwijzingen www.cva-samenverder.nl www.nah-info.nl/kinderen Referenties 1. Miravet E, Danchaivijitr N, Basu H, Saunders DE, Ganesan V. Clinical and radiological features of childhood cerebral infarction following varicella zoster virus infection. Dev Med Child Neurol. 2007;49:417-22 2. Wu YW, Croen LA, Shah SJ, Newman TB, Najjar DV. Cerebral palsy in a term population: risk factors and neuroimaging findings. Pediatrics. 2006;118:690-7. Laatst bewerkt op 8 augustus 2007 Auteur: JH Schieving 7