ARBEIDSMIGRANTEN OP DE LIMBURGSE ARBEIDSMARKT



Vergelijkbare documenten
Tweede Kamer der Staten-Generaal

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

WELKOM! Mini-symposium EUarbeidsmigranten. 12 oktober 2016

Arbeidsmigranten en gelukzoekers

Factsheet 24 november 2010 LO

Immigranten en werknemers uit de Europese Unie in Nederland

Arbeidsmigratie en verschuivingen op de arbeidsmarkt

Oost-Europese arbeidsmigranten

40% Figuur 1 Stelt uw onderneming flexmigranten ter beschikking in Nederland? (N=118)

Managementsamenvatting: Schaduweffecten van EU-arbeidsmigratie in Rotterdam

CBS-berichten: Arbeidsmigratie naar en uit Nederland

Immigratie uit Midden- en Oost-Europese (MOE-) landen

FLEXMIGRANTEN IN NEDERLAND ONDERZOEK 2014

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014

Werkgelegenheidsonderzoek 2011

Enquête gemeenten & EU-migranten

De arbeidsmarkt in augustus 2017

Toolkit 'Inschatting aantal EU-migranten op gemeentelijk niveau'

MOE-landers in Eindhoven

Werkgelegenheidsonderzoek 2010

De arbeidsmarkt in maart 2016

De arbeidsmarkt in januari 2016

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage

Erratum Jaarboek onderwijs 2008

De arbeidsmarkt in april 2017

De arbeidsmarkt in januari 2017

Arbeidsmarkt allochtonen

De arbeidsmarkt in augustus 2016

De arbeidsmarkt in mei 2016

De arbeidsmarkt in april 2016

Tweede Kamer der Staten-Generaal

De arbeidsmarkt in mei 2017

De arbeidsmarkt in oktober 2013

De arbeidsmarkt in februari 2016

Bijlage B4. Werken aan de start. Freek Bucx

De arbeidsmarkt in februari 2017

De arbeidsmarkt in juli 2014

Allochtonen op de arbeidsmarkt

De arbeidsmarkt in maart 2017

De arbeidsmarkt in juni 2014

Bijlage B4. Eerste treden op de arbeidsmarkt. Freek Bucx

De arbeidsmarkt in november 2015

De arbeidsmarkt in oktober 2016

Neimed Krimpbericht. Veel Westerse en weinig niet-westerse allochtonen in Limburg SEPTEMBER 2015

De arbeidsmarkt in december 2014

De arbeidsmarkt in augustus 2013

FLEXMIGRANTEN IN NEDERLAND ONDERZOEK 2016

1 Inleiding: de metamorfose van de arbeidsmarkt

Leidenincijfers Beleidsonderzoek draagt bij aan de kwaliteit van beleid en besluitvorming

Werkloosheid in de Europese Unie

Ruim helft Poolse immigranten vertrekt weer

INTERNATIONALISERING ARBEIDSMARKT. Han van Horen

56% Figuur 1 Stelt uw organisatie buitenlandse werknemers ter beschikking in Nederland? (N=101)

SCHATTING AANTAL ARBEIDSMIGRANTEN IN HOLLAND RIJNLAND 2013

De arbeidsmarkt in oktober 2015

Regionale Arbeidsmarkt Informatie Limburg update juni 2013

IMMIGRATIE IN DE EU 85% 51% 49% Immigratie van niet-eu-burgers. Emigratie van niet-eu-burgers

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

De arbeidsmarkt in mei 2014

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 26 november 2010

8. Werken in bestuur en zorg

De arbeidsmarkt in juni 2016

Hoofdstuk 3 KINDEREN EN DE WERKSITUATIE VAN HUN OUDERS

De arbeidsmarkt in juni 2015

2 Arbeidsmigratie, definities en juridische aspecten

De arbeidsmarkt in september 2014

Bijlage 2 Analyse van het Belgische meldingssyteem Limosa

Openbare raadpleging over de coördinatie van de sociale zekerheid in de EU

De arbeidsmarkt in april 2015

De arbeidsmarkt in augustus 2014

Beroepsbevolking 2005

Inkomsten uit arbeid van vrouwen en hun partners

LAAGGELETTERDHEID IN DEN HAAG

Inhoudsopgave. Voorwoord. Samenvatting. I. Inleiding Ten Geleide Onderzoeksvragen & leeswijzer 10

Eindexamen aardrijkskunde havo 2002-II

Besluit: 1. Dat niet wordt overgegaan tot het ontwikkelen van beleid om het inschrijven van arbeidsmigranten te bevorderen.

Nieuwsflits Arbeidsmarkt. Limburg, mei 2016

Nieuwsflits Arbeidsmarkt. Limburg, december 2016

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Een uitdagende arbeidsmarkt. Erik Oosterveld 24 juni 2014

1.1 Bevolkingsontwikkeling Bevolkingsopbouw Vergrijzing Migratie Samenvatting 12

LAAGGELETTERDHEID IN LAAK

Aantal werklozen in december toegenomen

9. Werknemers en bedrijfstakken

Weer aan het werk als uitzendkracht: vaker wisseling van baan en sector na werkloosheid Jeroen van den Berg en Hester Houwing (UWV)

De arbeidsmarkt in maart 2015

De arbeidsmarkt in mei 2015

Arbeidsmarktinformatie. Limburg, augustus 2013

LAAGGELETTERDHEID IN HAAGSE HOUT

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

FORUM Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt: effecten van de economische crisis 2 e kwartaal 2009

In- of uitlenen van arbeidskrachten

Algemene beschouwing

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage

Samenvatting. De belangrijkste bevindingen per migratietype

Enquête gemeenten & EU-migranten

Nieuwsflits Arbeidsmarkt. Limburg, oktober 2018

Fact sheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam. nummer 5 maart 2013

Transcriptie:

ARBEIDSMIGRANTEN OP DE LIMBURGSE ARBEIDSMARKT

Arbeidsmigranten op de Limburgse arbeidsmarkt Maastricht, februari 2015 Etil Janneke Gardeniers, Msc. Maarten Poeth, Msc. Jeroen de Quillettes, Msc. ROA dr. Didier Fouarge dr. Annemarie Künn Marloes de Hoon, Msc.

INHOUDSOPGAVE Pagina 1 INLEIDING 2 1.1 Vraagstelling & onderzoeksmethode 2 1.2 Definitie & verantwoording 3 1.3 Leeswijzer 5 2 ARBEIDSMIGRANTEN IN LIMBURG 6 2.1 Migranten in Limburg 6 2.2 Werkende arbeidsmigranten in Limburg 8 2.3 Arbeidsmigranten uit MOE-landen 10 2.4 Non-registratie en irreguliere arbeid 10 3 VERDELING ARBEIDSMIGRANTEN NAAR SECTOREN 13 3.1 Werkende arbeidsmigranten naar sector 13 3.2 Werkende arbeidsmigranten naar sector en regio 15 3.3 Werkende MOE-landers naar sector 17 4 ARBEIDSMIGRANTEN EN DE LIMBURGSE ARBEIDSMARKT 18 4.1 Motieven van werkgevers 18 4.2 Loon, dienstverband en werkloosheid van arbeidsmigranten 20 4.3 Verdringing 24 4.4 Tekorten aan personeel in Limburg 27 5 SAMENVATTING & CONCLUSIES 29 5.1 Samenvatting 29 5.2 Conclusies 31 6 AANBEVELINGEN VOOR AANVULLEND ONDERZOEK 34 BIJLAGE A REFERENTIES 36 BIJLAGE B VRAGENLIJST INTERVIEWS 38 BIJLAGE C AFBAKENING EU-26, EU-24 en EU-11 40 BIJLAGE D AANVULLENDE TABELLEN EN FIGUREN 41 Arbeidsmigranten op de Limburgse arbeidsmarkt 1

1 INLEIDING In Nederland werken veel arbeidsmigranten. Zij leveren een bijdrage aan de Nederlandse economie door het verhogen van het bruto nationaal product en verhogen daarmee ook onze welvaart. Gezien haar ligging, de afnemende bevolking en tekorten aan arbeidskrachten profiteert ook de Limburgse economie van een stevige bijdrage van arbeidsmigranten. De Provincie Limburg wil vanuit een integrale visie op arbeidsmigratie haar bijdrage leveren aan het in goede banen leiden van arbeidsmigratie in Limburg. De toenemende stroom arbeidsmigranten stelt de Provincie Limburg naar eigen zeggen voor een dilemma: de Limburgse economie heeft behoefte aan buitenlandse arbeidskrachten (deels extra handen, deels extra hoofden), terwijl het draagvlak in de samenleving en de noodzakelijke voorzieningen daar (nog) niet bij aansluiten. Om meer samenhang, richting en slagkracht te creëren heeft de Provincie Limburg een visie op arbeidsmigratie 1 opgesteld, daarin selecteert ze een viertal prioriteiten: huisvesting arbeidsmigranten: realisatie van voldoende adequate huisvesting voor verschillende groepen arbeidsmigranten; integratie en taal: betere integratie en taalbeheersing van arbeidsmigranten; kennis en beeldvorming: betere kennisvergaring en verspreiding en eerlijke beeldvorming over arbeidsmigratie. Ook adequate informatievoorziening en dienstverlening voor arbeidsmigranten; en arbeidsmarkt: verbetering van de afstemming tussen arbeidsmigratie en de Limburgse arbeidsmarkt. 1.1 Vraagstelling & onderzoeksmethode In het kader van haar ambities op het gebied van kennis en beeldvorming en arbeidsmarkt heeft de Provincie behoefte aan een set van onderzoeksgegevens die een integraal en feitelijk beeld geven van de (ontwikkeling van) en de aanwezigheid van arbeidsmigranten in Limburg. Er is daarom aan Etil en ROA gevraagd onderzoek te doen rond het thema arbeidsmigranten. De centrale doelstelling van het onderzoek is het uitvoeren van een nulmeting: het leveren van een basisset aan gegevens die een integraal en feitelijk beeld geven van de huidige situatie rondom arbeidsmigranten in Limburg. Om tot deze basis aan gegevens te komen is er gebruik gemaakt van een drietal onderzoeksmethoden. Allereerst is er een uitgebreide literatuurstudie gedaan naar bestaand onderzoek rond het thema arbeidsmigratie. Dit zijn vooral landelijke studies. Er is een lijst samengesteld van relevante studies naar arbeidsmigratie (zie bijlage A). Deze rapporten geven inzicht in extra cijfermateriaal, maar ook in relevante trends en ontwikkelingen. Naast de literatuurstudie, is er samengewerkt met het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) om gegevens te verkrijgen over arbeidsmigranten op de Limburgse arbeidsmarkt. Hiervoor is aangehaakt bij de Migrantenmonitor die het CBS jaarlijks in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) uitvoert. Deze monitor bevat gegevens over het aantal arbeidsmigranten, waar zij werken, wat hun achtergrond- en baankenmerken zijn. Tot slot zijn er een negental interviews gehouden met Limburgse werkgevers, uitzendbureaus en andere veldexperts. In deze interviews zijn enkele veelvoorkomende arbeidsmarktthema s rondom arbeidsmigranten belicht, waaronder keuzemotieven van werkgevers, integratie van arbeidsmigranten, non-registratie en irreguliere arbeid en verdringing (zie bijlage B). De inzichten verkregen via de verschillende onderzoeksmethoden, zijn verwerkt in dit rapport. 1 Provincie Limburg, Strategische Kadernotitie Arbeidsmigratie (mei 2013) Arbeidsmigranten op de Limburgse arbeidsmarkt 2

1.2 Definitie & verantwoording Definitie In dit onderzoek is de groep migranten afgebakend tot de eerstegeneratieallochtonen (herkomstgroepering) die geboren zijn in één van de EU-26 landen, met uitzondering van Nederland, België en Duitsland (en de overzeese gebieden van de EU-lidstaten), en in Nederland wonen en/of werken. België en Duitsland zijn buiten de definitie migranten gelaten omdat de groep mensen die afkomstig is uit deze landen en werkzaam is in Limburg grotendeels uit grenspendelaars bestaat. De reden voor migratie is niet bekend, er kan dus sprake zijn van gezinsmigratie, studiemigratie of migratie met als hoofdreden arbeid. Beschikbare bronnen In dit onderzoek maken Etil en ROA gebruik van openbaar beschikbare bronnen. Er zijn twee manieren waarop arbeidsmigranten in deze bronnen terecht kunnen komen, namelijk: 1. Zij staan ingeschreven in de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA, eind 2013 is de GBA omgedoopt tot BRP 2 ). EU-migranten die gedurende een half jaar meer dan vier maanden in Nederland verblijven, moeten zich inschrijven in de GBA en ontvangen een burgerservicenummer (BSN) 3 ; en 2. De werkgever van de arbeidsmigrant betaalt belasting, waardoor deze arbeidsmigrant voorkomt in de Polisadministratie van de Belastingdienst, ook wel bekend als het werknemersbestand (WNB). In het werknemersbestand zijn gegevens opgenomen van elke baan waarvoor in Nederland premies voor werknemersverzekeringen worden afgedragen. Iedere arbeidsmigrant in dienst van een werkgever komt dus terug in het WNB 4. Ten behoeve van dit onderzoek zijn de gegevens uit zowel de GBA als het WNB gecombineerd door het CBS. Het GBA geeft alle langdurig woonachtige migranten weer en daarin zijn zowel werkende als ook de niet werkende migranten opgenomen. Het WNB geeft alle werkende migranten weer. In figuur 1.1 is schematisch weergegeven hoe deze twee bronnen elkaar aanvullen. Figuur 1.1 Arbeidsmigranten in Limburg a. Totaal arbeidsmigranten b. Geregistreerde arbeidsmigranten niet-geregistreerd Geregistreerd (GBA/WNB) WNB GBA 2 Omdat de gegevens in dit onderzoek betrekking hebben op 2012, wordt in dit rapport overal de term GBA gehanteerd. 3 Het is echter niet gezegd dat zij dit ook altijd doen. 4 Migranten die actief zijn als ondernemer zijn niet opgenomen in dit bestand. Ondernemers die staan ingeschreven bij de KvK in Nederland zijn per definitie ook ingeschreven in de GBA. De omvang van de groep zelfstandigen die in eigen land staat ingeschreven blijft hiermee onbekend. Arbeidsmigranten op de Limburgse arbeidsmarkt 3

Vaststelling herkomst migranten Voor het onderzoek is het van belang te weten waar arbeidsmigranten vandaan komen. Er zijn twee manieren om vast te stellen waar een arbeidsmigrant vandaan komt: 1. Van de arbeidsmigranten die in de GBA staan ingeschreven, is het geboorteland bekend. Het land van herkomst is gebaseerd op het geboorteland. 2. Voor personen die geregistreerd staan via de WNB, zijn er twee mogelijkheden voor het bepalen van de afkomst: a. Er is een groep mensen die zowel in het WNB als het GBA voorkomen (zie figuur 1.1). Bij deze groep wordt het land van herkomst (net als bij de GBA) gebaseerd op het geboorteland. b. Voor de andere groep geldt dat zij enkel voorkomen in de WNB en er geen geboorteland geregistreerd is. Van deze mensen is echter wel de nationaliteit bekend. In deze gevallen wordt de nationaliteit gebruikt om personen in te delen naar land van herkomst. Daarbij wordt per jaar de meest recente nationaliteit genomen. Gehanteerde termen Het CBS hanteert binnen de Migrantenmonitor twee belangrijke termen, namelijk: 1. Het aantal arbeidsmigranten met een baan in loondienst. Het gaat hier om alle personen met een baan in loondienst (werknemers) 5 of werkend als zelfstandige 6,7. In feite gaat het om werkende arbeidsmigranten. Waar in de rest van het rapport gesproken wordt over werkende arbeidsmigranten, worden daarmee migranten met een baan bedoeld. 2. Het aantal arbeidsmigranten met een baan en/of inschrijving in de GBA. Deze groep omvat alle geregistreerde arbeidsmigranten. Daarbij gaat het allereerst om werkende arbeidsmigranten (zie punt 1) die al dan niet ingeschreven staan in het GBA. Daarnaast behoren tot deze groep de migranten die in het GBA ingeschreven staan, geen baan hebben, maar wel wonen in de Provincie Limburg. Voorbeelden zijn gezinsherenigers, studerende of werkloze arbeidsmigranten. In de rest van dit rapport wordt deze groep aangeduid met de term migranten 8. Als het gaat om de herkomst van arbeidsmigranten worden er in dit rapport meerdere terminologieën gebruikt, namelijk: Buitenlandse EU-burgers: dit betreft arbeidsmigranten afkomstig uit alle 26 landen in de EU ofwel EU-26; Arbeidsmigranten: dit betreft EU-arbeidsmigranten, exclusief België en Duitsland ofwel EU-24; en MOE-landen: dit betreft EU-arbeidsmigranten afkomstig uit Midden- en Oost-Europa ofwel EU-11. In Bijlage C staat een overzicht, welke herkomstlanden onder de indelingen EU-26, EU-24 en EU-11 vallen. 5 Dit kunnen ook expats zijn. 6 Als een persoon zowel werknemer als zelfstandige is, dan wordt hij/zij als werknemer geteld om geen dubbeltellingen te krijgen. 7 De CBS-gegevens over personen in loondienst in dit onderzoek zijn anders opgebouwd en samengesteld dan de werkgelegenheidsgegevens die in RAIL 2014 worden gebruikt. De cijfers die in dit rapport gepresenteerd worden zijn niet een op een vergelijkbaar zijn met de gegevens uit RAIL 2014. 8 Naast het aantal geregistreerde arbeidsmigranten, zijn er ook nog arbeidsmigranten die niet geregistreerd zijn. Paragraaf 2.4 gaat nader in op non-registratie van arbeidsmigranten. Arbeidsmigranten op de Limburgse arbeidsmarkt 4

Regionale verdeling migranten Een belangrijk onderdeel van dit onderzoek is de verdeling van arbeidsmigranten over de verschillende regio s binnen Limburg. In eerste instantie wordt daarvoor de woongemeente van arbeidsmigranten gehanteerd. Voor alle migranten die staan ingeschreven in de GBA is het verblijfsadres en dus de woongemeente bekend. Voor de migranten die via het WNB betrokken worden in het onderzoek ligt dit gecompliceerder. Voor een groot deel van deze groep 9 is enkel de werkgemeente bekend. Bij het maken van verdelingen van arbeidsmigranten naar regio, wordt voor deze groep de werkgemeente als uitgangspunt genomen. Hierdoor kan het voorkomen dat er arbeidsmigranten betrokken zijn in het onderzoek die alleen in Limburg werken en er niet wonen. Op basis van de beschikbare gegevens is er echter geen alternatief. 1.3 Leeswijzer Allereerst wordt in hoofdstuk 2 een beeld geschetst van het totaal aantal arbeidsmigranten in Limburg. In hoofdstuk 3 staat het aantal arbeidsmigranten naar sector centraal. In hoofdstuk 4 komen de mogelijke gevolgen van arbeidsmigranten op de Limburgse arbeidsmarkt aan bod. Alle bevindingen worden vervolgens in hoofdstuk 5 samengevat en de belangrijkste bevindingen worden op een rij gezet. Het rapport eindigt met enkele suggesties voor vervolgonderzoek (hoofdstuk 6). 9 Namelijk het deel dat niet overlapt met mensen in de GBA. Arbeidsmigranten op de Limburgse arbeidsmarkt 5

2 ARBEIDSMIGRANTEN IN LIMBURG In dit hoofdstuk wordt een beeld van het aantal (arbeids)migranten op de Limburgse arbeidsmarkt geschetst 10. Het hoofdstuk gaat in op het aantal migranten in Limburg als geheel, maar besteedt ook aandacht aan de onderliggende regio s en gemeenten. Als uitgangspunt voor deze beschrijving dienen de gegevens van het CBS, de secundaire informatie uit de literatuurstudie en informatie uit de expert-interviews. De gepresenteerde aantallen migranten zijn gebaseerd op officiële registratiecijfers. Uitgaande van de aanname dat er naast geregistreerde arbeid ook niet-geregistreerde (illegale of zwarte arbeid ) door migranten wordt uitgeoefend, zijn de aantallen (arbeids)migranten die in dit hoofdstuk worden gepresenteerd waarschijnlijk een onderschatting van het daadwerkelijk aantal migranten in Limburg. Daarom besteedt dit hoofdstuk ook aandacht aan non-registratie en irreguliere arbeid. 2.1 Migranten in Limburg Sinds lange tijd komen er mensen uit het buitenland om in Limburg te wonen en te werken (Dieteren, 1958). De samenstelling van de groep migranten is in de loop der jaren echter veranderd. Zo kwamen er in eerste instantie met name Italianen en Spanjaarden naar Limburg om in de mijnindustrie te werken. In de jaren daarna volgden veelal personen van Turkse of Marokkaanse afkomst. Tegenwoordig is de stroom migranten uit landen als Polen, Hongarije en Roemenië (Midden- en Oost-Europa) het meest toegenomen. Het aandeel migranten is in Limburg groter dan in Nederland Migranten vormen een belangrijk onderdeel van de Limburgse bevolking. In totaal waren er in 2012 73.750 EU-migranten in Limburg. Uitgedrukt als percentage is dat 6,5% van alle personen 11 in Limburg. Ter vergelijking, in Nederland lag dit percentage op 3,5%. Hieruit blijkt dat er relatief gezien meer migranten in Limburg waren dan landelijk. Iets wat verklaard wordt door de ligging van Limburg en de lange historie die Limburg met migranten heeft. De meeste migranten komen uit Duitsland Verdeeld naar nationaliteit is 42% van alle migranten afkomstig uit Duitsland (30.760 personen), gevolgd door 24% uit Polen (17.770) en 15% uit België (10.900). Hieruit blijkt dat bijna 60% van alle migranten in Limburg afkomstig is uit het naburige België of Duitsland. In hoofdstuk 1 is uitgelegd dat personen afkomstig uit België en Duitsland niet worden meegenomen in dit onderzoek, omdat van deze personen wordt aangenomen dat de meerderheid grenspendelaar is. De focus in dit rapport ligt daarom vanaf dit punt op migranten afkomstig uit de EU-24 landen (oftewel alle landen in de EU, exclusief België en Duitsland). Wanneer in het restant van dit rapport wordt gesproken over (arbeids)migranten, gaat het over personen die afkomstig zijn uit de EU-24 landen, tenzij anders vermeld. 10 In gevallen waar gegevens voor Limburg ontbreken, wordt waar mogelijk landelijke informatie verschaft. 11 Dit zijn personen met een baan en/of inschrijving in de GBA. Arbeidsmigranten op de Limburgse arbeidsmarkt 6

Limburg heeft ruim 32.000 migranten Wanneer België en Duitsland buiten beschouwing worden gelaten, blijkt dat er in Limburg in 2012 32.090 migranten woonachtig en/of werkzaam waren. Uitgedrukt als percentage is dat 2,7% van het totaal aantal personen in Limburg. Landelijk ligt dat percentage iets lager, namelijk 2,5% (dat zijn ruim 417.000 migranten). Het procentuele verschil tussen Nederland en Limburg is, na correctie voor Duitsland en België, beduidend kleiner geworden. 55% van de migranten komt uit Polen Tabel 2.1 laat de top 15 zien van landen van waaruit de meeste migranten naar Limburg komen. De meeste migranten zijn afkomstig uit Polen (55%). Ook in Nederland vormen mensen uit Polen de grootste groep migranten, al is dat aandeel met 42% kleiner dan in Limburg. Verder is te zien dat 8,4% van de migranten in Limburg uit het Verenigd Koninkrijk komt, gevolgd door personen uit Italië (5,6%). Ook in Nederland completeren migranten uit deze landen de top-3. Tabel 2.1 Top 15 migranten naar herkomstland, peildatum december 2012 Limburg Nederland Polen 17.770 55,3% Polen 175.770 42,1% Verenigd Koninkrijk 2.710 8,4% Verenigd Koninkrijk 46.760 11,2% Italië 1.800 5,6% Italië 22.830 5,5% Hongarije 1.140 3,5% Hongarije 16.380 3,9% Spanje 1.120 3,5% Spanje 22.130 5,3% Frankrijk 1.000 3,1% Frankrijk 21.130 5,1% Roemenië 940 2,9% Roemenië 14.290 3,4% Griekenland 790 2,5% Griekenland 12.960 3,1% Voormalig Tsjecho-Slowakije 750 2,3% Voormalig Tsjecho-Slowakije 9.260 2,2% Slowakije 650 2,0% Slowakije 2.950 0,7% Portugal 580 1,8% Portugal 18.420 4,4% Oostenrijk 520 1,6% Oostenrijk 5.740 1,4% Bulgarije 490 1,5% Bulgarije 18.240 4,4% Letland 350 1,1% Letland 4.430 1,1% Tsjechië 330 1,0% Tsjechië 1.500 0,4% Overige landen 1.200 3,7% Overige landen 24.280 5,8% Totaal 32.090 100% Totaal 417.040 100% Bron: CBS Migranten zijn relatief jong Van de ruim 32.000 migranten in Limburg is 54% man. In de Limburgse beroepsbevolking is dit 55%. Naar leeftijd verdeeld zijn de meeste migranten tussen de 25 en 35 jaar oud (34%). In de Limburgse beroepsbevolking zijn de meeste mensen juist tussen de 45 en 55 jaar oud (25%). Van alle migranten is 76% jonger dan 45 jaar, terwijl dit in de Limburgse beroepsbevolking 52% is. De groep migranten is daarmee aanzienlijk jonger dan de Limburgse beroepsbevolking. Figuur 2.1 Migranten en Limburgse beroepsbevolking naar leeftijd, december 2012 Migranten Limburg 8% 20% 16% 22% 34% Limburgse beroepsbevolking 23% 25% 17% 16% 15 tot 25 jaar 25 tot 35 jaar 35 tot 45 jaar 45 tot 55 jaar 55 tot 65 jaar 19% Bron: CBS, RAIL 2014 Arbeidsmigranten op de Limburgse arbeidsmarkt 7

Ook ander onderzoek toont aan dat migranten relatief jong zijn. Zo laat het onderzoek Poolse migranten. De positie van Polen die vanaf 2004 in Nederland zijn komen wonen (Sociaal en Cultureel Planbureau, 2011) zien dat 27% van de Polen die maximaal vijf jaar geregistreerd zijn in de GBA, jonger is dan 25 jaar. Maar liefst 89% is jonger dan 45 jaar. Het rapport Aantallen geregistreerde en niet-geregistreerde burgers uit MOE-landen die in Nederland verblijven (van der Heijden, Cruyff, van Gils, 2013) presenteert schattingen van de omvang en de demografische samenstelling van de groep MOE-landers in Nederland. Het rapport schat in dat er in 2010 ruim 340.000 MOE-landers in Nederland aanwezig waren. Hiervan was 29% tussen de 15 en 25 jaar oud, 42% had een leeftijd tussen de 25 en 35 jaar. De overige 29% was 35 jaar of ouder. 2.2 Werkende arbeidsmigranten in Limburg Tot nu toe is gekeken naar het totaal aantal migranten in Limburg. Zoals aangegeven in paragraaf 1.2, heeft het CBS heeft ook gegevens over het aantal werkende arbeidsmigranten 12. Deze paragraaf gaat specifiek in op de kenmerken van deze groep arbeidsmigranten. Het aandeel werkende arbeidsmigranten is in Limburg groter dan in Nederland Er zijn in Limburg 21.620 werkende arbeidsmigranten. Dat is 4% van het totaal aantal werkenden in Limburg (534.500). In Nederland is 3,4% van het totaal aantal werkenden (bijna 7,5 miljoen) een arbeidsmigrant. Groter aandeel Polen onder werkende arbeidsmigranten De top 15 van landen van waaruit de meeste werkende arbeidsmigranten naar Limburg komen is vrijwel identiek als de top 15 in tabel 2.1. Op het moment dat alleen naar werkende arbeidsmigranten gekeken wordt, groeit het aandeel arbeidsmigranten afkomstig uit Polen in Limburg van 55 naar 68%. Regio s verschillen in aantal werkende arbeidsmigranten Arbeidsmigranten leveren in Limburg een belangrijke bijdrage aan de economie, gezien het feit dat 4% van de werknemers in Limburg een werkende arbeidsmigrant is. Deze economische bijdrage is niet evenredig verdeeld over de regio s. Noord-Limburg telt 12.640 werkende arbeidsmigranten, waarmee arbeidsmigranten ruim 8% vormen van het totaal aantal werkenden in Noord-Limburg. In Midden-Limburg bedraagt dit aandeel van arbeidsmigranten 3,5% (3.930 personen) en in Zuid-Limburg 1,9% (5.050 personen). Het verschil tussen de drie regio s is hoofdzakelijk het gevolg van de onderling sterk verschillende sectorstructuur. In hoofdstuk 3 komen de sectoren waarin arbeidsmigranten in Limburg werkzaam zijn aan bod. Meeste arbeidsmigranten in Venray, Venlo, Horst aan de Maas en Roermond Figuur 2.2 toont de verdeling van zowel het aantal (getal) als het aandeel (kleur) werkende arbeidsmigranten naar gemeente. Met name de gemeenten Venray, Venlo, Horst aan de Maas, Roermond en Maastricht springen eruit qua aantallen werkende arbeidsmigranten. Op het moment dat het aantal arbeidsmigranten wordt uitdrukt als percentage van het totaal aantal werknemers in een gemeente, verandert dit plaatje niet veel. Ook dan hebben de gemeenten Venray (19%), Horst aan de Maas (8%), Roermond (7%) en Venlo (7%) (relatief gezien) de meeste werkende arbeidsmigranten. 12 Het gaat dan specifiek om personen in loondienst. Arbeidsmigranten op de Limburgse arbeidsmarkt 8

Figuur 2.2 Aantal (getallen) en aandeel (kleur) arbeidsmigranten per gemeente, 2012 Bron: CBS Arbeidsmigranten op de Limburgse arbeidsmarkt 9

2.3 Arbeidsmigranten uit MOE-landen Op 1 mei 2004 zijn Polen, Hongarije, Tsjechië, Slowakije, Estland, Letland, Litouwen en Slovenië toegetreden tot de Europese Unie. Op 1 januari 2007 volgden Bulgarije en Roemenië. Door de toetreding van de MOE-landen tot de EU en het afschaffen van de tewerkstellingsvergunning is het voor mensen uit deze landen steeds makkelijker geworden om in Nederland te komen werken. Sindsdien is er een toename van MOE-landers in Nederland en dus ook Limburg zichtbaar. Deze paragraaf gaat daarom specifiek in op het aantal arbeidsmigranten uit de MOE-landen in Limburg. 70% van de migranten in Limburg zijn MOE-landers Limburg telde in 2012 bijna 22.770 geregistreerde migranten afkomstig uit één van de MOElanden. Dit betekent dat van alle migranten in Limburg (exclusief Belgen en Duitsers) ongeveer 70% afkomstig is uit de MOE-landen. In heel Nederland is dat aandeel 60%. Limburg heeft dus een groter aandeel MOE-landers dan Nederland. In Limburg minder arbeidsmigranten uit Hongarije en Bulgarije Van alle MOE-landers in Limburg is 78% afkomstig uit Polen (landelijk is dat aandeel 70%). De verdeling van de overige MOE-landers wijkt in Limburg enigszins af van het landelijke beeld. Zo is in Limburg 5% van de MOE-landers afkomstig uit Hongarije. In Nederland is dit 6,5%. Ook de groep personen afkomstig uit Bulgarije is in Limburg kleiner dan in Nederland. Merendeel MOE-landers werkt In totaal zijn er 17.610 werkende arbeidsmigranten uit de MOE-landen in Limburg actief op de arbeidsmarkt. Dat is 3,3% van het totaal aantal werknemers in Limburg (535.000). Landelijk is dit percentage 2,3%. 2.4 Non-registratie en irreguliere arbeid In deze rapportage worden, zoals in de inleiding aangegeven, migranten meegenomen die via de GBA of het WNB geregistreerd staan. Er blijft dan echter een groep arbeidsmigranten buiten beschouwing, namelijk niet-geregistreerde arbeidsmigranten (zie ook figuur 1.1). Zij staan niet in de GBA ingeschreven en er wordt voor hen door werkgevers geen belasting betaald. Deze groep omvat dus in feite zwartwerkende arbeidsmigranten en zij zijn niet opgenomen in de eerder gepresenteerde aantallen arbeidsmigranten in Limburg. De omvang van deze groep is per definitie onbekend, omdat zij nergens ingeschreven staan. Als gevolg daarvan doen de meeste studies die ingaan op arbeidsmigratie geen uitspraak over de omvang van de groep werkende arbeidsmigranten die niet in de officiële cijfers naar voren komen 13. In deze paragraaf wordt door middel van een literatuurstudie en de interviews gekeken wat er wel bekend is over de omvang van de niet-geregistreerde arbeidsmigranten. 13 Bijvoorbeeld: WRR-Policy Brief 1 Roemeense en Bulgaarse arbeidsmigratie in betere banen (2014/1); de Nederlandse migratiekaart (2014) en SEO onderzoek (2008): De economische impact van arbeidsmigratie uit de MOE-landen, Bulgarije en Roemenië. Arbeidsmigranten op de Limburgse arbeidsmarkt 10

De arbeidsinspectie controleert jaarlijks werkgevers op overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) 14. De controles vinden risico gestuurd plaats, waardoor cijfers van de Arbeidsinspectie waarschijnlijk een overschatting geven van het percentage werkgevers dat de Wav overtreedt. Bedrijven en sectoren waarvoor het risico op overtreding laag wordt geschat, zullen immers in veel mindere mate worden gecontroleerd. Doordat de Arbeidsinspectie niet alle werkgevers kan controleren, blijft de kans bestaan dat er overtredingen niet geconstateerd worden. Het aantal illegaal tewerkgestelden ligt in werkelijkheid waarschijnlijk hoger. Experts: scala van overtredingen is zeer breed Het aandeel inspecties 15 waarbij sprake is van overtreding op de Wav en/of Wet Minimumloon varieert 16. Uit de inspecties en de cijfers valt (vooralsnog) niet op te maken of er sprake is van een trend, en welke kant deze trend op gaat. De wijze waarop de inspectie te werk gaat heeft grote invloed op het percentage en hierin heeft zich een groot aantal veranderingen voorgedaan. Zo heeft de inspectie SZW controles geïntensiveerd sinds de start van de Aanpak Malafide Uitzendbureaus (AMU). Ook wordt steeds meer samenwerking met interventieteams gezocht, bijvoorbeeld met het Champignon Interventieteam en het Westland Interventieteam (actief in de sector land- en tuinbouw). In 2013 werd het grootste percentage overtredingen door de Inspectie aangetroffen in de sectoren Bouw, Schoonmaak en Intermediairs/AMU. Ook de Studentenregeling en Kennismigrantenregeling kennen relatief hoge overtredingspercentages 17. Onder het aantal aangetroffen illegaal tewerkgestelden (in 2012 en 2013) vormen de Bulgaren in absolute zin de grootste groep, gevolgd door de Roemenen en Chinezen 18. Bovenstaande feiten komen overeen met het beeld dat uit de expert-interviews naar voren. Daarnaast is aangegeven dat de overtredingen die geconstateerd worden, gradaties kennen. Het kan gaan om een missende vergunning tot aan echte uitbuiting van arbeidsmigranten. Dat hele spectrum wordt meegenomen in de overtredingspercentages. Inschatting experts: aantal zwartwerkende arbeidsmigranten in Limburg beperkt Van der Heijden e.a. (2013, 2011) is de enige groep onderzoekers die probeert in te schatten hoe groot de groep niet-geregistreerde migranten is 19. In hun onderzoek richten zij zich alleen op migranten uit de MOE-landen. Van der Heijden e.a. concluderen dat: Het geschatte percentage niet-geregistreerden is het laagst onder Polen (tussen de 11 en 23% afhankelijk van het scenario 20 ). Voor migranten uit de overige MOE-landen ligt het percentage niet-geregistreerden hoger. Dit verschil wordt onder andere veroorzaakt doordat het onderzoek betrekking heeft op het jaar 2010. In 2010 gold voor Poolse migranten dat zij zonder tewerkstellingsvergunning in Nederland aan het werk konden. Migranten uit bijvoorbeeld Roemenië en Bulgarije hadden wel nog een vergunning nodig om in Nederland te werken. 14 Werkgevers mogen werknemers met een andere nationaliteit voor zich laten werken als zij afkomstig zijn uit een EU-land (m.u.v. Kroatië), Noorwegen, Liechtenstein, IJsland of Zwitserland. Voor werknemers afkomstig uit andere landen heeft de werkgever een tewerkstellingsvergunning nodig of beschikt de vreemdeling over een vreemdelingendocument (verblijfsvergunning, W-document of geprivilegieerdendocument) waaruit blijkt dat arbeid vrij is toegestaan. De werkgever is verplicht te controleren of zijn werknemers in Nederland mogen werken. Laat de werkgever werknemers zonder de benodigde tewerkstellingsvergunning werken, dan legt de Inspectie een boete op. 15 Uitdrukt als % van het totaal aantal inspecties. 16 Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Jaarverslagen 2005-2013. 17 Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Jaarverslag 2013. 18 Idem. 19 Zij doen dit aan de hand van HKS-registraties (Herkenningsdienstsysteem van de politie). 20 Een derde scenario waarin de onrealistische aanname gedaan wordt dat immigranten die zich inschrijven in de GBA vaker verdachte zijn van een delict dan immigranten die zich niet inschrijven in de GBA, wordt hierbij buiten beschouwing gelaten. Arbeidsmigranten op de Limburgse arbeidsmarkt 11

Sinds 2010 is er echter het nodige veranderd. Zo mogen intussen ook Bulgaren en Roemenen zonder tewerkstellingsvergunning in Nederland aan de slag. Hierdoor is het te verwachten dat de percentages niet-geregistreerde migranten uit MOE-landen waarvoor het tegenwoordig is toegestaan om zonder tewerkstellingsvergunning in Nederland te werken, sinds 2010 zijn gedaald. Dit wil echter niet zeggen dat er vanaf 2014 geen illegale arbeid verricht wordt door migranten uit andere EU landen. Het kan hier bijvoorbeeld gaan om mensen die in het kader van gezinshereniging naar Nederland komen en zwart schoonmaakwerk verrichten (SEO 2008). Ook verwacht SEO dat er legaal in Nederland verblijvende en werkende MOE-landers zijn die naast hun legale werk zwart bijklussen, maar dat deze groep over het algemeen waarschijnlijk slechts een beperkt aantal uren zwart werkt. Experts: veel initiatieven om registratie van arbeidsmigranten te vergroten Uit de expert-interviews blijkt wel dat er veel initiatieven ontplooid worden om de registratie van arbeidsmigranten verder te bevorderen. Voorbeelden daarvan zijn initiatieven als de Registatie Niet-Ingezetenen (RNI) en Registratie Eerste Verblijfadres (REVA). De RNI registreert personen die niet in Nederland wonen, maar die wel een relatie hebben met (meerdere) Nederlandse overheidsinstellingen. Het gaat bijvoorbeeld om mensen die tijdelijk in Nederland werken. Door inschrijving in het RNI ontvangen mensen een BSN-nummer. Sinds 6 januari 2014 kunnen niet-ingezetenen zich inschrijven in de RNI bij inschrijfvoorzieningen bij 18 gemeenten in Nederland, waaronder Heerlen en Venlo. Het RNI maakt sindsdien ook deel uit van het BRP (opvolger GBA). In 2014 is in vijf gemeenten een pilot gestart met een voorziening voor de REVA. Hierbij wordt het eerste verblijfadres geregistreerd bij het eerste contactmoment tussen EUarbeidsmigranten en de Nederlandse overheid. De pilot zal een jaar duren en moet antwoord geven op de vraag of de registratie van het eerste verblijfadres bijdraagt aan het zicht dat gemeenten op de woonomstandigheden van niet-ingezetenen hebben. Verder wordt nagegaan of de registratie in het REVA bijdraagt aan de mogelijkheden om personen op tijd te wijzen op hun plicht tot inschrijving in de BRP (opvolger GBA). In de pilot doen geen Limburgse gemeenten mee. Arbeidsmigranten op de Limburgse arbeidsmarkt 12

3 VERDELING ARBEIDSMIGRANTEN NAAR SECTOREN In totaal werken er 21.620 arbeidsmigranten in Limburg afkomstig uit de EU-24 landen. In dit hoofdstuk wordt geanalyseerd in welke sectoren deze arbeidsmigranten werkzaam zijn. Hierbij wordt ingegaan op de provincie Limburg als geheel, wederom worden ook de subregio s en gemeenten belicht. 3.1 Werkende arbeidsmigranten naar sector Limburgers werken relatief vaak in de industrie In Limburg is (net als landelijk) sprake van verdienstelijking van de economie. Met andere woorden, het aandeel van de agrarische sector en de industriële sectoren in de totale regionale werkgelegenheid neemt af, terwijl het werkgelegenheidsaandeel van de commerciële en niet-commerciële groeit. Ondanks deze trend van verdienstelijking toont figuur 3.1 aan dat het aandeel mensen dat in de industrie werkt, in Limburg nog altijd relatief groot is. Samen met de handel en gezondheids- en welzijnszorg, vormt de industrie de grootste sector in termen van het aantal werkenden. Veel arbeidsmigranten in landbouw, industrie en handel Bij arbeidsmigranten is er echter een ander beeld te zien. Zo is de meerderheid werkzaam in de sector verhuur en (58%), gevolgd door landbouw, bosbouw en visserij (10%) en handel (6%). Een belangrijke kanttekening bij deze cijfers is dat in de sector verhuur en ook de werknemers zijn opgenomen die werkzaam zijn via een uitzendbureau. Omdat het grootste deel van de arbeidsmigranten in Nederland werkt via een uitzendbureau, gaat de volgende paragraaf specifiek in op de uitzendbranche. Figuur 3.1 Verdeling werkende arbeidsmigranten en totaal aantal werkenden naar sector, Limburg en Nederland, 2012 Verhuur en Landbouw, bosbouw en visserij Industrie Handel Vervoer en opslag Onderwijs Horeca Gezondheids- en welzijnszorg Specialistische zakelijke Bouwnijverheid 9% 7% 6% 4% 3% 3% 3% 2% 1% 58% 0% 5% 10% 15% 20% 25% 30% 35% 40% 45% 50% 55% 60% 65% Limburg - EU-24 Limburg - totaal Nederland - EU-24 Bron: CBS Arbeidsmigranten op de Limburgse arbeidsmarkt 13

Merendeel arbeidsmigranten werkt via uitzendbureau Figuur 3.1 laat zien dat 58% van de werkende arbeidsmigranten in Limburg werkzaam is in de sector verhuur en. In deze sector zijn ook de arbeidsmigranten opgenomen die werkzaam zijn via een uitzendbureau. Het daadwerkelijke aandeel uitzendkrachten in de sector verhuur en is echter niet bekend. Wel kan op basis van literatuuronderzoek gesteld worden dat het aandeel arbeidsmigranten in Nederland dat werkzaam is via een uitzendbureau relatief groot is. Zo wordt in het rapport Arbeidsmigranten uit Midden en Oost Europa (Risbo, 2009) gesproken over 43% van de MOElanders dat in Nederland werkzaam is via een uitzendbureau. Voor Poolse arbeidsmigranten geldt zelfs dat meer dan de helft via een uitzendbureau actief is. Tijdelijke arbeidsmigranten werken vaker via een uitzendbureau dan permanent gevestigde arbeidsmigranten. Zo geeft het rapport De economische waarde van arbeidsmigratie (Mathijssen, 2013) aan dat in de regio Rotterdam bijna driekwart van de tijdelijke arbeidsmigranten actief is via een uitzendbureau. Voor permanente migranten is dat ongeveer een op de vijf. Regionaal zijn er grote verschillen in de aandelen werknemers in de uitzendbranche. In Limburg is het aandeel groter dan landelijk. Ook de expert-interviews bevestigen het beeld dat arbeidsmigranten vaak werkzaam zijn via een uitzendbureau. Flexmigranten vooral actief in logistiek, voedingsmiddelenindustrie en tuinbouw Het onlangs gepubliceerde onderzoek Flexmigranten in Nederland van Conclusr Research BV is een landelijk onderzoek onder uitzendbureaus die aangesloten zijn bij de Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU). Deze uitzendbureaus bemiddelen een groot aantal flexmigranten 21. Uit dit onderzoek blijkt dat er in de periode 1 juni 2013 1 juni 2014 ruim 89.000 flexmigranten door ABU leden ter beschikking zijn gesteld, waarvan 6,8% werkzaam was in de provincie Limburg. Landelijk is 30% van de flexmigranten werkzaam in de sector logistiek, werkt 25% in de voedingsmiddelenindustrie en is 21% actief in de tuinbouw. Verder is 9% werkzaam in de landbouw en 7% in de metaalindustrie. De overige flexmigranten zijn werkzaam in sectoren als Haven, scheepvaart & visserij, Bouwbedrijf, Reiniging en Detailhandel. Raming werkende arbeidsmigranten naar sector In dit onderzoek is een modelmatige berekening (raming) gemaakt, waarbij de sector verhuur en herverdeeld is naar de sectoren waarin zij daadwerkelijk worden uitgezonden. Hierbij zijn twee aannames gemaakt: - 95% van de arbeidsmigranten in de sector verhuur en (figuur 3.1) is via een uitzendbureau werkzaam in een andere sector. De resterende 5% is werkzaam in de sector verhuur en. - De verdeling van arbeidsmigranten die werkzaam zijn via een uitzendbureau naar sector (gebaseerd op Flexmigranten in Nederland ), is voor Limburg hetzelfde als voor Nederland. Het resultaat van de raming is weergegeven in figuur 3.2. Te zien is dat 26% van de arbeidsmigranten in Limburg werkt in de landbouw, bosbouw en visserij. Dat aandeel is opvallend groter dan landelijk (19%). Oorzaak ligt in de sterke aanwezigheid van land- en tuinbouw in de regio Noord-Limburg. In de sector industrie is na raming, een kwart van de arbeidsmigranten werkzaam. Ook dit aandeel is hoger dan landelijk (21%). Ongeveer een vijfde van de arbeidsmigranten in Limburg werkt in de sector vervoer en opslag. Nu rekening is gehouden met de uitzendkrachten staat de sector handel niet langer in de top 3 van sectoren met het hoogste percentage arbeidsmigranten. 21 Flexmigranten worden in het onderzoek gedefinieerd als uitzendkrachten die door, dan wel in opdracht van uitzendonderneming buiten Nederland geworven worden en/of in Nederland gehuisvest worden met het oogmerk ze in Nederland werkzaamheden te laten verrichten (Artikel 45 van de CAO voor Uitzendkrachten). Arbeidsmigranten op de Limburgse arbeidsmarkt 14

Figuur 3.2 Raming arbeidsmigranten naar sector, Limburg en Nederland, 2012 landbouw, bosbouw en visserij 19% industrie vervoer en opslag handel onderwijs verhuur en specialistische zakelijke horeca gezondheids- en welzijnszorg bouwnijverheid overige sectoren 17% 7% 11% 3% 3% 3% 2% 3% 5% 3% 4% 3% 4% 2% 3% 5% 10% 21% 21% 26% 25% 0% 5% 10% 15% 20% 25% 30% Limburg Nederland Bron: CBS, Conclusr Research BV, bewerking Etil en ROA 3.2 Werkende arbeidsmigranten naar sector en regio Regionale verschillen in werkende arbeidsmigranten per sector Figuur 3.3 geeft de verdeling van arbeidsmigranten weer naar sector, voor de drie deelregio s in Limburg. Het betreft hier de geraamde verdeling naar sector. Deze raming is op dezelfde wijze tot stand gekomen als in figuur 3.2. Voor de oorspronkelijke sectorverdeling, op basis van de onaangepaste CBS-gegevens, verwijzen we naar Bijlage D (figuur B3.1). In figuur 3.3 valt een aantal zaken op: - In Noord-Limburg zijn de meeste arbeidsmigranten werkzaam in de sector landbouw, bosbouw en visserij (33%). Dit aandeel is bovendien (veel) groter dan in Midden- en Zuid-Limburg. Gezien de aanwezigheid van de vele land- en tuinbouwbedrijven in Noord-Limburg is dat geen verrassend resultaat. - Midden-Limburg volgt in grote lijnen het beeld van de provincie Limburg. Een verschil is dat in Midden-Limburg de meeste arbeidsmigranten werken in de sector industrie. Daarna komt in Midden-Limburg de landbouw, bosbouw en visserij. In Limburg is die volgorde andersom. - In Zuid-Limburg zijn de sectoren landbouw, bosbouw en visserij, en vervoer en opslag relatief klein, vergeleken met de overige twee regio s. Daarentegen zijn de sectoren onderwijs en horeca relatief groot in het zuiden. De relatief grote onderwijssector wordt met name veroorzaakt door de aanwezigheid van de Maastricht University. Daarnaast zorgt de aantrekkingskracht van het toerisme in deze regio voor meer arbeidsmigranten in de horeca. Arbeidsmigranten op de Limburgse arbeidsmarkt 15

Figuur 3.3 Raming verdeling werkende arbeidsmigranten in december 2012 naar sector voor deelregio s in Limburg Limburg 26% 25% 21% 7% Noord- Limburg 33% 26% 23% 4% Midden- Limburg 24% 26% 20% 10% 4% Zuid-Limburg 9% 22% 16% 10% 7% 7% 9% 7% Bron: CBS 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% landbouw, bosbouw en visserij industrie vervoer en opslag handel onderwijs verhuur en specialistische zakelijke horeca gezondheids- en welzijnszorg bouwnijverheid overige sectoren Arbeidsmigranten per sector en gemeente Het CBS beschikt ook over gegevens van arbeidsmigranten op het niveau van de Limburgse gemeenten. Deze paragraaf gaat in op deze gemeentelijke informatie. Het betreft hier de niet-geraamde, oorspronkelijke verdeling 22 van arbeidsmigranten naar sector. In bijlage D staan drie tabellen opgenomen die de aantallen werkende arbeidsmigranten per sector en gemeente laten zien. Voor Noord-Limburg geldt dat in de meeste gemeenten het grootste aantal arbeidsmigranten werkzaam is in de sectoren verhuur en en de landbouw, bosbouw en visserij (tabel B3.1). Dit geldt ook voor Venray, de gemeente met het grootste aantal arbeidsmigranten. In de gemeenten Venlo, Gennep en Mook en Middelaar, is de sector industrie de grootste of de op een-na-grootste sector. In Midden-Limburg zijn relatief veel arbeidsmigranten werkzaam in de sector industrie (tabel B3.2). Dit geldt met name voor de gemeenten Roermond en Echt-Susteren. Ook komt de handel vaker terug als een van de belangrijkste sectoren waarin arbeidsmigranten werkzaam zijn, zoals bij Roerdalen en Nederweert. Toch zijn ook in de gemeenten in Midden-Limburg arbeidsmigranten vaak werkzaam in de sectoren verhuur en, en landbouw, bosbouw en visserij. In de gemeenten in Zuid-Limburg zijn naast de sector verhuur en, relatief veel arbeidsmigranten werkzaam in de sectoren industrie, handel en horeca (tabel B3.3). Daarnaast zijn er veel arbeidsmigranten werkzaam in een aantal kleinere sectoren. Zoals eerder werd aangegeven komt dit door het specifieke karakter van Zuid-Limburg, waarbij onder andere het hoge toeristische gehalte van invloed is op de sectorstructuur. Dit geldt hoofdzakelijk voor Maastricht, de gemeente met het grootste aantal werkende arbeidsmigranten. Hier is zichtbaar dat arbeidsmigranten vaak werkzaam zijn in de horeca. Ook het onderwijs speelt een belangrijke rol, als gevolg van Maastricht University. Verder is te zien dat de industrie in veel gemeenten belangrijk is voor veel werkende arbeidsmigranten. 22 In verband met kleine aantallen op gemeentelijk niveau, leidt de herverdeling van de sector verhuur en niet overal tot betrouwbare resultaten. Omwille van die reden worden voor de gemeenten de oorspronkelijke sectorgegevens besproken. Arbeidsmigranten op de Limburgse arbeidsmarkt 16

3.3 Werkende MOE-landers naar sector MOE-landers werken vaker als uitzendkracht en in de landbouw dan overige arbeidsmigranten Omdat 70% van de werkende arbeidsmigranten in Limburg uit één van de MOE-landen komt, wordt in deze paragraaf aandacht besteed aan de sectoren waarin MOE-landers werken. In figuur 3.4 is te zien dat 66,4% van de werkende MOE-landers in Limburg werkt in de sector verhuur en. Voor alle arbeidsmigranten in Limburg was dit 58%. Met de aanname in het achterhoofd dat bijna alle arbeidsmigranten in deze sector werken op uitzendbasis, kan daarmee gesteld worden dat MOE-landers vaker als uitzendkracht werken dan arbeidsmigranten uit de overige landen. Verder toont figuur 3.4 dat MOE-landers relatief vaker in de landbouw werken (11,5%) dan het totaal aantal arbeidsmigranten (9,5% - figuur 3.1). Figuur 3.4 Verdeling werkende arbeidsmigranten uit MOE-landen naar sector, Limburg, 2012 Verhuur en 66,4% Landbouw, bosbouw en visserij 11,5% Handel 5,0% Industrie 4,7% Vervoer en opslag 3,1% Gezondheids- en welzijnszorg 2,1% Onderwijs 2,0% Horeca 1,8% Specialistische zakelijke 1,4% Bouwnijverheid 0,7% Bron: CBS 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% MOE-landers werken veelal in landbouw, industrie en vervoer en opslag Ook voor MOE-landers is een raming naar sector gemaakt op basis van het onderzoek onder flexmigranten van Conclusr Research BV. Het resultaat is te zien in figuur 3.5. Van alle werkende MOE-landers in Limburg (inclusief uitzendkrachten) werkt 30% in de landbouw, bosbouw en visserij. Ook werken veel MOE-landers in de sectoren industrie (25%) en vervoer en opslag (23%). Figuur 3.5 Raming MOE-landers naar sector, Limburg, 2012 landbouw, bosbouw en visserij industrie vervoer en opslag handel verhuur en gezondheids- en welzijnszorg onderwijs specialistische zakelijke horeca bouwnijverheid overige sectoren 5% 3% 2% 2% 2% 2% 1% 4% 23% 25% 30% Bron: CBS, Conclusr Research BV, bewerking Etil en ROA 0% 5% 10% 15% 20% 25% 30% 35% Arbeidsmigranten op de Limburgse arbeidsmarkt 17

4 ARBEIDSMIGRANTEN EN DE LIMBURGSE ARBEIDSMARKT In dit hoofdstuk wordt de mogelijke rol van migranten op de Limburgse arbeidsmarkt belicht. Allereerst worden de keuzemotieven van werkgevers bekeken. Vervolgens wordt er een cijfermatige vergelijking gemaakt tussen het jaarloon, soort dienstverband en aantal WWuitkeringen van arbeidsmigranten en werkenden in Limburg. Ten derde wordt op basis van de kennis opgedaan uit de literatuurstudie en de interviews meer inzicht gegeven in het fenomeen verdringing op de Limburgse arbeidsmarkt. Tot slot wordt in dit hoofdstuk stilgestaan bij de vraag of arbeidsmigranten een helpende hand kunnen bieden om toekomstige tekorten aan arbeidskrachten in bepaalde sectoren op te vangen. 4.1 Motieven van werkgevers Deze paragraaf zoekt een antwoord op de vraag waarom werkgevers kiezen voor arbeidsmigranten. Uit de studie In betere banen. De toekomst van arbeidsmigratie in de Europese Unie (WRR, 2012) blijkt dat een belangrijke overweging bij het beoordelen van de vraag van werkgevers naar arbeidsmigranten, is dat wat werkgevers zoeken (kennis en vaardigheden, competenties en bepaalde eigenschappen van werknemers) sterk wordt beïnvloed door wat werkgevers denken te kunnen halen uit het bestaande arbeidsaanbod. Werkgevers worden steeds kieskeuriger Het potentiële aanbod op de arbeidsmarkt (werklozen, inactieven, arbeidsmigranten) is zeer divers. Bovendien verschillen de verwachtingen en motivaties om te werken sterk onder de potentiële arbeidskrachten. Het is daarom niet verwonderlijk dat werkgevers steeds kieskeuriger worden en hogere eisen stellen aan de werknemers die zij nodig hebben. Dit zou kunnen betekenen dat werkgevers soms arbeidsmigranten (vooral bepaalde groepen arbeidsmigranten) verkiezen boven werknemers uit eigen land, omdat ze bepaalde positieve eigenschappen toedichten aan arbeidsmigranten die werknemers uit eigen land niet zouden hebben. Werkgevers: Motivatie, flexibiliteit en kosten zijn belangrijkste argumenten om te kiezen voor arbeidsmigranten Uit de studie Grensoverschrijdend aanbod van personeel. Verschuivingen en nationaliteit en contractvormen op de Nederlandse arbeidsmarkt 2001-2011 (SEO, 2014) blijkt dat er een aantal factoren is waardoor werkgevers een voorkeur voor arbeidsmigranten ontwikkelen. Het belangrijkste motief voor werkgevers om te werken met arbeidsmigranten zijn de lagere kosten. Daarnaast zijn er enkele secundaire motieven die per sector verschillen: flexibiliteit, motivatie, vakmanschap en internationalisering van bedrijven. In het onderzoek van SEO zijn deze motieven als volgt toegelicht: Kosten: arbeidsmigranten hebben een lager reserveringsloon. Dit betekent dat het loon waarvoor arbeidsmigranten bereid zijn om te werken vaak lager ligt dan voor Nederlanders. Werkgevers en werknemersorganisaties uit alle focussegmenten (bouw, tuinbouw, voedingsindustrie en wegtransport) geven daarom aan dat arbeidsmigranten goedkoper zijn dan Nederlandse werknemers (SEO, 2014). Flexibiliteit: arbeidsmigranten zijn relatief jong en hebben in de meeste gevallen geen kinderen, waardoor ze flexibel inzetbaar zijn, ook voor korte periodes. Arbeidsmigranten zijn ook betrekkelijk mobiel: ze wisselen vaak en gemakkelijk van woonplaats, de meerderheid van de migranten woont slechts tijdelijk in Nederland. Werkgevers geven aan specifiek naar flexibel arbeidsaanbod op zoek te zijn, om risico s op onderbenutting van arbeid te minimaliseren. Arbeidsmigranten op de Limburgse arbeidsmarkt 18