SAMENVATTING SYLLABUS



Vergelijkbare documenten
Ontstaan van de EU Opdrachtenblad Schooltv-beeldbank

MODULE I EUROPA: NOOIT MEER OORLOG!

Het EEG-Verdrag voorzag de oprichting

GECONSOLIDEERDE VERSIE

5,2. 1.Het ontstaan van de Europese Unie. 2.Geschiedenis van de EU: Werkstuk door een scholier 1839 woorden 10 oktober keer beoordeeld

13.1. De geschiedenis van de Europese Unie

5. Protocol tot vaststelling van het statuut van de. Europese Investeringsbank

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1994 Nr. 266

TRACTATENBLAD VAN HET

DE BRIEVEN BRIGADE HET VERHAAL VAN DE EUROPESE UNIE TIJDSLIJN

AEG deel 3 Naam:. Klas:.

TRACTATENBLAD VAN HET. Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie; (met Bijlagen) Rome, 25 maart 1957

1. Inleiding Ik ga het in mijn werkstuk over de euro en de Europese Unie hebben. De volgende punten zal ik in mijn werkstuk verwerken;

Samenvatting Europees Recht

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD. ter bepaling van de samenstelling van het Comité van de Regio's

KIJK VOOR MEER INFORMATIE EN LESTIPS OP HET STARTPUNT VOOR EUROPA IN HET ONDERWIJS. werkvel - 1. Tweede Fase Havo/vwo

ONTSTAAN VAN DE EUROPESE UNIE

TRACTATENBLAD VAN HET. JAARGANG 1993 Nr. 51. Verdrag betreffende de Europese Unie, met Protocollen; Maastricht, 7februari 1992

1950 De Verklaring van Schuman

TRACTATENBLAD VAN HET

Krachtenveld Europese Unie

DE VERDRAGEN VAN MAASTRICHT EN VAN AMSTERDAM

Opbouw van de Europese Monetaire Unie

Het Verdrag van Amsterdam in werking. Prof. mr. R. Barents

Krachtenveld Europese Unie

Krachtenveld Europese Unie

De groei van de Europese Unie

Samenvatting Geschiedenis Hoofdstuk 2

TRACTATENBLAD VAN HET

De Raad van Europa. I. Ontstaan en karakter. Iemand die zich inzicht wil

Handvest van de grondrechten van de EU

Het bindend EU Handvest van de grondrechten Een naadloos web van grondrechtenbescherming in Europa? Amsterdam, 17 maart 2015

Gezamenlijk voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD

Europees Recht. Cursus + Lessen + Arresten. Jonathan Van Dooren

Q 1101: EAEC Raad: De Statuten van het Voorzieningsagentschap van Euratom (PB 27 van , blz. 534), gewijzigd bij:

Moeilijke besluiten voor de Europese Raad

De Europese Unie: 500 miljoen mensen 27 landen

ONDERHANDELINGEN OVER DE TOETREDING VAN BULGARIJE EN ROEMENIË TOT DE EUROPESE UNIE

Gezamenlijk voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD

TYPES INSTRUMENTEN OVERZICHT

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 26 juli 2006 (27.07) (OR. en) 12036/06 Interinstitutioneel dossier: 2006/0121 (AVC)

995 der Beilagen XXIV. GP - Staatsvertrag - 15 Änderungsprotokoll in niederländischer Sprache-NL (Normativer Teil) 1 von 8

Het abc van het recht van de Europese Unie. door Prof. dr. Klaus-Dieter Borchardt

INHOUDSOPGAVE DE GRONDWET VOOR EUROPA: SCHIJN OF WERKELIJKHEID? PROF. DR. KOEN LENAERTS... 1

SLOTAKTE. AF/EEE/XPA/nl 1

Transcriptie:

SAMENVATTING SYLLABUS Julie Kerckaert Inleiding tot het Europees en internationaal recht Academiejaar 2014-2015

Inhoudsopgave Deel 2: Inleiding tot het Europees recht... 2 1. Het juridisch kader van het Europees integratieproces: historische evolutie... 2 1.1 De start van het Europees integratieproces... 2 1.2 Verdieping van het Europees integratieproces... 5 1.3 De uitbreiding van de Europese Unie... 5 2. De instellingen van de Unie... 5 2.1 Het Europees Parlement (artikelen 13-14 VEU en 223-234 VWEU)... 5 2.2 De Europese Raad (artikelen 15 VEU en 235-236 VWEU)... 5 2.3 De Raad (artikelen 16 VEU en 237-243 VWEU)... 5 2.4 De Commissie (artikelen 17 VEU en 244-250 VWEU)... 5 2.5 Het Hof van Justitie van de Europese Unie (artikelen 251-281 VWEU)... 6 2.6 De Europese Centrale Bank (artikelen 282-284 VWEU)... 6 2.7 De Rekenkamer (artikelen 285-287 VWEU)... 6 2.8 Andere organen en instanties van de EU niet vermeld in art. 13, lid 1 VEU... 6 3. Bronnen van het EU-recht... 6 3.1 Primaire rechtsbronnen... 6 3.2 Secundaire rechtsbronnen... 6 3.3 Ongeschreven rechtsbronnen... 6 3.4 Vindplaatsen... 6 4. Wetgevingsprocedures... 6 4.1 Gewone wetgevingsprocedure... 6 4.2 Bijzondere wetgevingsprocedures... 6 5. Enkele basisprincipes van het EU-recht... 6 5.1 De EU als autonome rechtsorde... 6 5.2 Het attributiebeginsel... 6 5.3 De beginselen van subsidiariteit en evenredigheid... 7 5.4 Het beginsel van loyale samenwerking... 7 5.5 Het gelijkheidsbeginsel... 7 PAGINA 1

Deel 2: Inleiding tot het Europees recht 1. HET JURIDISCH KADER VAN HET EUROPEES INTEGRATIEPROCES: HISTORISCHE EVOLUTIE 1.1 De start van het Europees integratieproces 1.1.1 De eerste initiatieven tot Europese samenwerking Marshall-plan, OEES en OESO Het Marshall-plan was een Amerikaans initiatief en had als doel het herstellen van de Europese economie na de Tweede Wereldoorlog. Om dit doel te verwezenlijken werden verschillende stappen ondernomen. - In 1948 werd er een intergouvernementele organisatie opgericht, nl. de Organisatie voor Europese Economische Samenwerking (OEES). - In 1961 werd de OEES omgevormd tot de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). BENELUX De OESO is niet supranationaal en wordt dus beschouwd als een klassieke internationale organisatie. Dit betekent o.a. dat de OESO geen bindende besluiten kan nemen. De OESO is tegenwoordig belangrijk omwille van haar jaarlijkse economische studies en rapporten. - In 1944 werd de Benelux opgericht als een douane-unie. - In 1958 ondertekenden België, Nederland en Luxemburg het verdrag tot instelling van een Economische Unie. - In 2008 werd een nieuw Benelux-Verdrag ondertekent waardoor o.a. de samenwerking inzake justitie en binnenlandse zaken versterkt werd. De Raad van Europa Europese Unie De Raad van Europa 1950 1949 Verdragen van Rome + amendementen Verdragen (bv. EVRM, FCNM, ) 28 lidstaten 47 lidstaten Belangrijkste instellingen: Europese Raad Commissie Raad Europees Parlement Hof van Justitie Belangrijkste instellingen: Comité van Ministers Parlementaire assemblee Commissaris voor Mensenrechten Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) PAGINA 2

De basis voor de oprichting van de Raad van Europa (1949) werd gelegd tijdens het Congres van Den Haag (1948) onder voorzitterschap van de Britse regeringsleider Winston Churchill. Het belangrijkste domein van de Raad van Europa is de bescherming van de rechten van de mens. Doch kent de Raad van Europa weinig directe beslissingsbevoegdheid. De Raad van Europa is een intergouvernementele organisatie met een eigen institutionele structuur. In 1950 kwam het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) tot stand. Het EVRM wordt soms ook het Verdrag van Rome genoemd. Opgelet! Het voormalige EEG-Verdrag en het EURATOM-Verdrag worden soms ook de Verdragen van Rome genoemd. Het Europese Hof ter bescherming van de Rechten van de Mens (EHRM) zetelt in Luxemburg en dient ook onderscheiden te worden van het Hof van Justitie van de Europese Unie. 1.1.2 Oprichting van de Europese Gemeenschappen De Verklaring van Schuman en de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) Robert Schuman (Frans politicus) en Jean Monnet (een hoge Franse ambtenaar) worden vaak beschouwd als de founding fathers van de Europese Unie. De Schumanverklaring (1950) vormde de aanleiding voor het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS). Het verdrag werd ondertekend door: - Frankrijk - Duitsland - Italië - België - Nederland - Luxemburg De EGKS was een supranationale organisatie met de volgende structuur: - Hoge Autoriteit: De Hoge Autoriteit werd samengesteld uit onafhankelijke experten. - Raad van Ministers: De Raad van Ministers bestond uit de vertegenwoordigers van de lidstaten. - Gemeenschappelijke Vergadering: De Gemeenschappelijke Vergadering was samengesteld uit de vertegenwoordigers van de nationale parlementen. - Hof van Justitie: Het Hof van Justitie moest toezien op de eerbiediging van het recht bij de uitleg en toepassing van het Verdrag. De EGKS was voor een periode van 50 jaar opgericht en werd opgeheven in 2002. De Europese Defensiegemeenschap (EDG) en Europese Politieke Gemeenschap (EPG) Het Pleven-plan vormde de basis voor de ondertekening van het Verdrag tot oprichting van de Europese Defensiegemeenschap (EDG) in 1952. Tevens werd de oprichting van de Europese Politieke Gemeenschap (EPG) voorgesteld. PAGINA 3

De ratificatie van het verdrag werd echter verworpen door het Franse Parlement. Als reactie op deze mislukking werd de samenwerking in Europa meer pragmatisch aangepakt: - Johan Willem Beyen zette uiteen dat volledige economische samenwerking (= algemene economische integratie) nodig was. - Jean Monnet was één van de mensen die pleitte voor een sectorale economische integratie. (Dit dus in tegenstelling tot Beyen.) Tijdens de Conferentie van Messina (1955) werd een Comité van regeringsverantwoordelijken opgericht onder leiding van Paul-Henri Spaak. Dit leidde tot het Spaak-rapport dat op zijn beurt leidde tot het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap (EEG) en het Euratom-Verdrag in 157 te Rome. EURATOM EEG Voor de sector kernenergie was er een apart verdrag, nl. het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (EURATOM). Het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap (EEG- Verdrag) zorgde in 1958 voor de totstandkoming van een gemeenschappelijke markt. Het EEG-Verdrag omvatte bepalingen omtrent de vier economische vrijheden: vrij verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal. Er zijn verschillende vormen van economische integratie mogelijk: - Vrijhandelszone: Dit beoogt de afschaffing van douanetarieven en quota tussen de lidstaten van het vrijhandelsakkoord. - Douane-unie: De douane-unie kan beschreven worden als een vrijhandelszone die nog verder gaat. De lidstaten hanteren bij een douane-unie een gemeenschappelijk externs douanetarief. - Gemeenschappelijke markt: Bij een gemeenschappelijke markt is er sprake van een vrij verkeer van productiefactoren alsook een gemeenschappelijke beleid in diverse sectoren. - Economische en monetaire unie: Hierbij is er sprake van een gemeenschappelijke munt. Als reactie op de oprichting van de EEG verenigen in 1960 een aantal Europese landen zich in de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). EEG 1958 1960 Frankrijk Duitsland Italië België Nederland Luxemburg EVA Verenigd Koninkrijk Denemarken Oostenrijk Noorwegen Zwitserland Portugal Zweden PAGINA 4

Met het fusieverdrag van 1965 kregen de EGKS, EURATOM en de EEG een gemeenschappelijke institutionele structuur. De ontwikkeling van het Europees integratieproces verliep in de volgende decennia volgens twee krachtlijnen: - Verdieping Europese Akte (1986-1987) Verdrag van Maastricht (1992-1993) Verdrag van Amsterdam (1997-1999) Verdrag van Nice (2000-2003) Verdrag van Lissabon (2007-2009) - Uitbreiding: Men gaat van 6 naar 28 lidstaten (ten gevolge van 7 toetredingsgolven). 1.2 Verdieping van het Europees integratieproces 1.2.1 Van Europese Gemeenschappen naar Europese Unie 1.2.2 Het Verdrag betreffende de Europese Unie (Verdrag van Maastricht) 1.2.3 Het Verdrag van Amsterdam 1.2.4 Het Verdrag van Nice 1.2.5 De Europese Conventie en het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa 1.2.6 Het Verdrag van Lissabon 1.3 De uitbreiding van de Europese Unie 1.3.1 Juridisch kader van het EU uitbreidingsproces 1.3.2 Evolutie van het EU uitbreidingsproces 2. DE INSTELLINGEN VAN DE UNIE 2.1 Het Europees Parlement (artikelen 13-14 VEU en 223-234 VWEU) 2.1.1 Samenstelling 2.1.2 Besluitvorming 2.1.3 Bevoegdheden 2.2 De Europese Raad (artikelen 15 VEU en 235-236 VWEU) 2.2.1 Samenstelling 2.2.2 Besluitvorming 2.2.3 Bevoegdheden 2.3 De Raad (artikelen 16 VEU en 237-243 VWEU) 2.3.1 Samenstelling 2.3.2 Besluitvorming 2.3.3 Bevoegdheden 2.4 De Commissie (artikelen 17 VEU en 244-250 VWEU) 2.4.1 Samenstelling 2.4.2 Besluitvorming 2.4.3 Bevoegdheden PAGINA 5

2.5 Het Hof van Justitie van de Europese Unie (artikelen 251-281 VWEU) 2.5.1 Samenstelling 2.5.2 Besluitvorming 2.5.3 Bevoegdheden 2.6 De Europese Centrale Bank (artikelen 282-284 VWEU) 2.7 De Rekenkamer (artikelen 285-287 VWEU) 2.8 Andere organen en instanties van de EU niet vermeld in art. 13, lid 1 VEU 3. BRONNEN VAN HET EU-RECHT 3.1 Primaire rechtsbronnen 3.1.1 Oorspronkelijke basisverdragen en wijzigingen van de basisverdragen 3.1.2 Het EU-Handvest van de grondrechten 3.1.3 Protocollen gehecht aan de Verdragen 3.1.4 Toetredingsverdragen gesloten met nieuwe lidstaten 3.2 Secundaire rechtsbronnen 3.2.1 Verordening 3.2.2 Richtlijn 3.2.3 Besluit 3.2.4 Aanbevelingen en adviezen 3.2.5 Ad hoc handelingen (niet in art. 288 VWEU) 3.3 Ongeschreven rechtsbronnen 3.4 Vindplaatsen 4. WETGEVINGSPROCEDURES 4.1 Gewone wetgevingsprocedure 4.2 Bijzondere wetgevingsprocedures 5. ENKELE BASISPRINCIPES VAN HET EU-RECHT 5.1 De EU als autonome rechtsorde 5.2 Het attributiebeginsel 5.2.1 Bevoegdheidsafbakening 5.2.2 Keuze van de rechtsgrond PAGINA 6

5.3 De beginselen van subsidiariteit en evenredigheid 5.4 Het beginsel van loyale samenwerking 5.5 Het gelijkheidsbeginsel PAGINA 7