Handvest van de grondrechten van de EU
|
|
|
- Leona de Haan
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Handvest van de grondrechten van de EU A5-0064/2000 Resolutie van het Europees Parlement over de opstelling van een handvest van de grondrechten van de Europese Unie (C5-0058/ /2064(COS)) Het Europees Parlement, - gezien het besluit van de Europese Raad over de opstelling van een handvest van de grondrechten van de Europese Unie (C5-0058/1999), - onder verwijzing naar zijn rol als vertegenwoordiger van de volkeren van de Europese Unie, - onder verwijzing naar het feit dat de Unie de bescherming van de rechten en belangen van de onderdanen van de lidstaten van de Unie door de instelling van een burgerschap van de Unie dient te versterken (art. 2 EU-Verdrag), - onder verwijzing naar de eerbiediging van de grondrechten door de Unie "zoals zij uit de gemeenschappelijke constitutionele tradities van de lidstaten voortvloeien, als algemene beginselen van het Gemeenschapsrecht" (art. 6 EU-Verdrag), - onder verwijzing naar de preambule van het Handvest van de Verenigde Naties en de Universele verklaring van de rechten van de mens, aangenomen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in resolutie 217 A (III) van 10 december 1948 in Parijs, - onder verwijzing naar zijn talrijke initiatieven over de grond- en burgerrechten, met name naar zijn resolutie van 12 april houdende aanneming van de Verklaring van de grondrechten en de fundamentele vrijheden, - onder verwijzing naar zijn initiatieven over een grondwet van de Europese Unie, met name naar zijn resolutie van 12 december 1990 over de constitutionele grondslagen van de Europese Unie 2 en zijn resolutie van 10 februari 1994 over de grondwet van de Europese Unie 3, - onder verwijzing naar de conclusies van de Europese Raad van Keulen en de conclusies van de Europese Raad te Tampere, - onder verwijzing naar zijn resolutie van 16 september 1999 over de opstelling van het handvest van de fundamentele rechten 4, - onder verwijzing naar zijn resolutie van 27 oktober 1999 over de Europese Raad te Tampere 5, 1 PB C 120 van , blz PB C 19 van , blz PB C 61 van , blz PB C 54 van , blz Punt 15 van de aangenomen teksten van die datum.
2 - gezien het enorme belang van de aanstaande uitbreiding van de Unie en de Intergouvernementele Conferentie, - onder verwijzing naar de conventie die met het oog op de opstelling van het handvest van de grondrechten van de Europese Unie op 17 december 1999 in Brussel is ingesteld, - gelet op artikel 47, lid 1 van zijn Reglement, - gezien het verslag van de Commissie constitutionele zaken en de adviezen van de Commissie buitenlandse zaken, mensenrechten, gemeenschappelijke veiligheid en defensiebeleid, de Commissie vrijheden en rechten van de burger, justitie en binnenlandse zaken, de Commissie juridische zaken en interne markt, de Commissie rechten van de vrouw en gelijke kansen, de Commissie verzoekschriften en de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A5-0064/2000), A. overwegende dat de Unie is gegrondvest op de beginselen van vrijheid, democratie, eerbiediging van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en van de rechtsstaat (art. 6 EU-Verdrag), B. overwegende dat de totstandbrenging van een steeds hechter verbond tussen de volkeren van Europa (art. 1 EU-Verdrag) en de handhaving en ontwikkeling van de Unie als een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid (art. 2 EU-Verdrag) gebaseerd zijn op de algemene en onbeperkte eerbiediging van de unieke, voor eenieder gelijke en onschendbare waardigheid van de mens, C. overwegende dat de Unie de grondrechten moet eerbiedigen "zoals die worden gewaarborgd door het op 4 november 1950 te Rome ondertekende Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en zoals zij uit de gemeenschappelijke constitutionele tradities van de lidstaten voortvloeien, als algemene beginselen van het Gemeenschapsrecht" (art. 6 EU-Verdrag), D. overwegende dat bepaalde specifieke rechten reeds zijn verankerd in de Verdragen, E. overwegende dat voor de, uit de erkenning van de waardigheid van de mensen dwingend voortvloeiende grond- en vrijheidsrechten een uitgebreide feitelijke en alomvattende rechtsbescherming alsmede doeltreffende rechtsgaranties nodig zijn, F. overwegende dat het primaat van het recht van de Unie en de aanzienlijke bevoegdheden van haar instellingen ten aanzien van individuele personen het nodig maken dat de bescherming van de grondrechten op het niveau van de Europese Unie wordt versterkt, G. overwegende dat de ontwikkeling van de bevoegdheden van de Unie en de Europese Gemeenschap, met name op het gevoelige terrein van de binnenlandse veiligheid en de op dat vlak beperkte parlementaire en gerechtelijke controle, een Europees handvest van grondrechten dringend noodzakelijk maakt, H. overwegende dat bij de ontwikkeling van de Unie geen verstoring van het evenwicht tussen het veiligheidsdoel en de beginselen op het vlak van vrijheid en recht mag ontstaan,
3 I. overwegende dat grondrechten zonder parlementaire goedkeuring kunnen worden ingeperkt, zowel in het kader van het EU-Verdrag als van het Gemeenschapsrecht, hoewel zulks in strijd is met de gemeenschappelijke constitutionele tradities van de lidstaten, J. overwegende dat ook als grondrechten op toelaatbare wijze worden ingeperkt, zij in geen geval in hun essentie mogen worden aangetast, K. overwegende dat het economisch aspect van de Europese integratie voortaan moet worden aangevuld met een echte democratische en sociale politieke Unie, L. overwegende dat sociale grondrechten zouden moeten worden versterkt en ontwikkeld op het niveau van de Europese Unie, M. overwegende dat het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid van de Unie, en in de toekomst ook een gemeenschappelijk defensiebeleid in overeenstemming met de grondrechten moeten worden ontwikkeld, N. overwegende dat door ontwikkelingen zoals de biotechnologie of de informatietechnologie nieuwe conflicten inzake grondrechten kunnen ontstaan, en dat een Europese consensus over grondrechten een belangrijke bijdrage kan leveren aan een wereldwijde oplossing van dit probleem, O. overwegende dat er ernstige aanwijzingen zijn dat racisme en vreemdelingenhaat toenemen, P. overwegende dat het van belang is dat de Europese Unie en de lidstaten - met eerbiediging van de rol van iedere nationale taal - toezien op de bescherming van de diversiteit van talen en culturen in Europa, met name regionale en minderheidstalen en -culturen, en dat zij met het oog hierop de burgers van de Unie door middel van adequate steun de garantie bieden dat deze hun eigen taal en cultuur in de publieke en privé-sfeer kunnen behouden en ontwikkelen, Q. overwegende dat het recht op asiel als zijnde een mensenrecht dient te worden gehandhaafd overeenkomstig de bepalingen van het Vluchtelingenverdrag van Genève, R. overwegende dat een handvest van de grondrechten van de Europese Unie, evenals de nationale wettelijke regelingen inzake de grondrechten, op geen enkele wijze in conflict mag komen met het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens, S. overwegende dat toetreding van de Unie tot het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens na de daarvoor noodzakelijke wijzigingen van het Verdrag betreffende de Europese Unie een belangrijke stap zou zijn naar een betere bescherming van de grondrechten in de Unie, T. overwegende dat de totstandbrenging van een steeds hechter verbond tussen de volkeren van Europa onlosmakelijk is verbonden met de taak om naast de grondrechten ook de burgerrechten, d.w.z. de politieke, economische en sociale rechten, die samenhangen met het burgerschap van de Unie, uit te breiden,
4 U. overwegende dat een handvest van de grondrechten dat niet meer is dan een vrijblijvende verklaring en bovendien beperkt blijft tot een simpele opsomming van bestaande rechten, de gerechtvaardigde verwachtingen van de mensen zou beschamen, V. overwegende dat het handvest van de grondrechten moet worden beschouwd als elementair bestanddeel in het noodzakelijk proces dat uiteindelijk leidt tot een grondwet van de Europese Unie, 1. is ingenomen met de opstelling van een handvest van de grondrechten van de Europese Unie dat zal bijdragen tot de definitie van een collectief erfgoed van waarden en beginselen en een gezamenlijk overeengekomen systeem van grondrechten waarin de burgers zich kunnen terugvinden en waarop het interne en externe beleid van de Europese Unie is gebaseerd; is bijgevolg ingenomen met de in verband hiermee sinds de Europese Raad van Tampere geboekte vooruitgang, met name de instelling van de conventie van de staatshoofden en regeringsleiders, het Europees Parlement, de parlementen van de lidstaten en de Commissie; 2. stelt vast dat een verbindend Europees overzicht van de grondrechten een sterker juridischethisch fundament kan geven aan de Europese integratie, de gemeenschappelijke rechtsstatelijke grondslag kan verduidelijken en tot meer transparantie en duidelijkheid voor de burger kan bijdragen; 3. verleent zijn volledige steun en medewerking aan de opstelling van het handvest van grondrechten van de Europese Unie; 4. stelt vast dat de erkenning en de formulering van grond- en burgerrechten in de eerste plaats een taak van de parlementen is; 5. verzoekt zijn delegatie in de conventie die belast is met de opstelling van het handvest, de in deze resolutie geformuleerde verlangens met klem te verdedigen; 6. is voornemens het handvest te zijner tijd in de plenaire vergadering in stemming te brengen en acht het wenselijk dat de doelstellingen van een handvest van grondrechten tevoren worden geformuleerd, zoals hierna geschetst; 7. wijst erop dat zijn definitieve instemming met een handvest van grondrechten er in hoge mate van afhangt of het handvest: a) volledig rechtsgeldig wordt doordat het wordt ingebed in het EU-Verdrag betreffende de Europese Unie, b) een bepaling bevat krachtens welke amendementen op het handvest zijn onderworpen aan dezelfde procedurele regels als het oorspronkelijke ontwerp, waaronder die van het formele recht van het Europees Parlement om instemming te verlenen, c) een clausule bevat krachtens welke de instemming van het Europees Parlement is vereist als, in welke omstandigheden dan ook, grondrechten in het geding zijn,
5 d) een clausule bevat krachtens welke geen der bepalingen ervan in restrictieve zin ten aanzien van de in artikel 6, lid 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie gewaarborgde bescherming mag worden uitgelegd, e) grondrechten bevat als het recht zich in vakbonden te verenigen en het stakingsrecht, f) de erkenning inhoudt van de ondeelbaarheid van de grondrechten doordat de werkingssfeer van het handvest betrekking heeft op alle instellingen en instanties van de Europese Unie en alle vormen van beleid, met inbegrip van de tweede en derde pijler, in het kader van de bevoegdheden en taken die de Unie door de Verdragen zijn toegekend, g) verbindend is voor de lidstaten bij de toepassing of omzetting van de bepalingen van het Gemeenschapsrecht, h) een innovatief karakter krijgt doordat het de burgers in de Europese Unie wettelijke bescherming verleent, ook jegens nieuwe bedreigingen van grondrechten, zoals bijvoorbeeld op het vlak van de informatie- en biotechnologieën, en bevestigt dat met name de rechten van de vrouw, de algemene non-discriminatieclausule en de bescherming van het milieu noodzakelijk deel uitmaken van de grondrechten; 8. besluit een wetenschappelijk colloquium te organiseren met het doel het Parlement te adviseren en publieke hoorzittingen met vertegenwoordigers van de "civil society" te houden; 9. steunt krachtig nieuwe initiatieven voor een brede maatschappelijke discussie in de lidstaten onder deelname van de sociale partners, NGO's en andere vertegenwoordigers van de "civil society"; 10. wenst dat de bijdrage die organisaties van de "civil society" aan de totstandkoming van het handvest kunnen leveren wordt erkend; 11. stelt voor de kandidaatlidstaten de status van waarnemer te geven in de conventie belast met de opstelling van het handvest en met hen in het kader van de Europese conferentie een permanente gedachtewisseling aan te gaan; 12. onderstreept dat het handvest de wettelijke regelingen van de lidstaten op het gebied van de grondrechten niet mag vervangen of afzwakken; 13. steunt de in de conventie bereikte consensus om er bij de opstelling van het handvest van uit te gaan dat dit handvest volledige rechtsgeldigheid krijgt; 14. onderstreept dat het noodzakelijk is in het handvest, naast de rechten die reeds in het EU- Verdrag verankerd zijn, de voor de Unie geldende bepalingen van de volkenrechtelijke verdragen op te nemen die door de lidstaten in het kader van de Verenigde Naties, de Raad van Europa, de Internationale Arbeidsorganisatie en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa zijn ondertekend; 15. verzoekt de Intergouvernementele Conferentie:
6 a) de opneming in het Verdrag van het handvest van de grondrechten gezien de wezenlijke rol ervan met het oog op de totstandbrenging van een steeds hechter verbond tussen de volkeren van Europa, op haar agenda te plaatsen, b) ervoor te zorgen dat de Europese Unie toetreedt tot het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens (EVRM) om een nauwe samenwerking met de Raad van Europa tot stand te brengen en er met passende middelen voor te zorgen dat mogelijke conflicten of dubbel werk tussen het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen en het Europees Hof voor de mensenrechten te voorkomen, c) de verwijzing naar het Europees Sociaal Handvest en de Verdragen van de IAO en van de Verenigde Naties toe te voegen aan de verwijzing naar het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens waarvan sprake is in artikel 6 van het EU- Verdrag, d) alle onder bescherming van het handvest staande personen toegang te bieden tot het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen door de bestaande mechanismen voor gerechtelijke toetsing uit te breiden; 16. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de de conventie belast met de opstelling van een handvest van de grondrechten van de Europese Unie, de Intergouvernementele Conferentie, de Raad, de parlementen van de lidstaten, de Commissie, het Hof van Justitie en het Europees Hof voor de mensenrechten.
Gezamenlijk voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD
EUROPESE COMMISSIE HOGE VERTEGENWOORDIGER VAN DE EUROPESE UNIE VOOR BUITENLANDSE ZAKEN EN VEILIGHEIDSBELEID Brussel, 13.4.2015 JOIN(2015) 10 final 2015/0073 (NLE) Gezamenlijk voorstel voor een BESLUIT
BIJLAGEN. bij de MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD. Een nieuw EU-kader voor het versterken van de rechtsstaat
EUROPESE COMMISSIE Straatsburg, 11.3.2014 COM(2014) 158 final ANNEXES 1 to 2 BIJLAGEN bij de MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD Een nieuw EU-kader voor het versterken van
geraadpleegd door de Raad overeenkomstig artikel 39, lid 1 van het EU-Verdrag (C5-0757/2000),
P5_TA(2002)0430 Europees netwerk voor justitiële opleiding * Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement over het initiatief van de Franse Republiek met het oog op de aanneming van het besluit van de
Gezamenlijk voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD
EUROPESE COMMISSIE HOGE VERTEGENWOORDIGER VAN DE UNIE VOOR BUITENLANDSE ZAKEN EN VEILIGHEIDSBELEID Brussel, 28.11.2016 JOIN(2016) 54 final 2016/0366 (NLE) Gezamenlijk voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD
EUROPESE SOCIAAL-DEMOCRATEN: VOORSTANDER VAN DE EUROPESE GRONDWET
EUROPESE SOCIAAL-DEMOCRATEN: VOORSTANDER VAN DE EUROPESE GRONDWET EUROPESE SOCIAAL-DEMOCRATEN: VOORSTANDER VAN DE EUROPESE GRONDWET Richard Corbett, lid van het EP De Europese grondwet is een grote verbetering
EUROPEES PARLEMENT. Commissie vrijheden en rechten van de burger, justitie en binnenlandse zaken. 20 juni 2003 PE 329.885/6-24 AMENDEMENTEN 6-24
EUROPEES PARLEMENT 1999 2004 Commissie vrijheden en rechten van de burger, justitie en binnenlandse zaken 20 juni 2003 PE 329.885/6-24 AMENDEMENTEN 6-24 Ontwerpadvies (PE 329.885) Carmen Cerdeira Morterero
(Mededelingen) EUROPEES PARLEMENT
4.8.2011 Publicatieblad van de Europese Unie C 229/1 II (Mededelingen) MEDEDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE EUROPEES PARLEMENT Reglement van de Conferentie van de
P5_TA(2002)0269. Toekomstige ontwikkeling van Europol
P5_TA(2002)0269 Toekomstige ontwikkeling van Europol Aanbeveling van het Europees Parlement aan de Raad over de toekomstige ontwikkeling van Europol en zijn volledige opneming in het institutioneel bestel
DE VERDRAGEN VAN MAASTRICHT EN VAN AMSTERDAM
DE VERDRAGEN VAN MAASTRICHT EN VAN AMSTERDAM Het Verdrag van Maastricht heeft de voorgaande Europese verdragen gewijzigd en een Europese Unie gecreëerd die rust op drie pijlers: de Europese Gemeenschappen,
EUROPEES PARLEMENT. Commissie industrie, externe handel, onderzoek en energie. van de Commissie industrie, externe handel, onderzoek en energie
EUROPEES PARLEMENT 1999 2004 Commissie industrie, externe handel, onderzoek en energie 10 april 2001 VOORLOPIGE VERSIE 2000/2243(COS) ONTWERPADVIES van de Commissie industrie, externe handel, onderzoek
COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD
COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 17.6.2003 COM(2003) 348 definitief 2003/0127 (CNS) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD waarbij de lidstaten worden gemachtigd in het belang van de Europese
gelet op artikel 63, eerste alinea punt 3 van het EG-Verdrag,
P5_TA(2002)0591 Verblijfstitel met een korte geldigheidsduur * Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement over het voorstel voor een richtlijn van de Raad betreffende de verblijfstitel met een korte
RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 15 januari 2002 (OR. en) 14759/01 JEUN 67 SOC 510
RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 15 januari 2002 (OR. en) 14759/01 JEUN 67 SOC 510 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: Resolutie van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen
5. Protocol tot vaststelling van het statuut van de. Europese Investeringsbank
De Slotakte vermeldt de verbindende protocollen en de niet-verbindende verklaringen Slotakte De CONFERENTIE VAN DE VERTEGENWOORDIGERS VAN DE REGERINGEN VAN DE LIDSTATEN, bijeen te Brussel op 30 september
TRACTATENBLAD VAN HET. JAARGANG 1993 Nr. 51. Verdrag betreffende de Europese Unie, met Protocollen; Maastricht, 7februari 1992
10 (1992) Nr. 2 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 1993 Nr. 51 A. TITEL Verdrag betreffende de Europese Unie, met Protocollen; Maastricht, 7februari 1992 B. TEKST De Nederlandse
EUROPESE COMMISSIE TEGEN RACISME EN INTOLERANTIE
CRI(97)36 Version néerlandaise Dutch version EUROPESE COMMISSIE TEGEN RACISME EN INTOLERANTIE TWEEDE ALGEMENE BELEIDSAANBEVELING VAN DE ECRI: SPECIALE ORGANEN OP NATIONAAL NIVEAU GERICHT OP DE BESTRIJDING
TRACTATENBLAD VAN HET
72 (2009) Nr. 2 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 2010 Nr. 96 A. TITEL Aanvullend Protocol bij het Europees Handvest inzake lokale autonomie betreffende het recht op participatie
Protocol over de bezwaren van het Ierse volk ten aanzien van het Verdrag van Lissabon
1796 der Beilagen XXIV. GP - Staatsvertrag - 15 Protokoll in niederländischer Sprachfassung (Normativer Teil) 1 von 10 CONFERENTIE VAN DE VERTEGENWOORDIGERS VAN DE REGERINGEN DER LIDSTATEN Brussel, 14
SAMENVATTING SYLLABUS
SAMENVATTING SYLLABUS Julie Kerckaert Inleiding tot het Europees en internationaal recht Academiejaar 2014-2015 Inhoudsopgave Deel 2: Inleiding tot het Europees recht... 2 1. Het juridisch kader van het
TYPES INSTRUMENTEN OVERZICHT
TYPES INSTRUMENTEN OVERZICHT Aanbeveling... 2 Advies... 2 Algemeen commentaar... 2 Beleidsdocument... 3 Besluit... 3 Decreet... 3 Europees besluit... 3 Grondwet... 3 Koninklijk besluit... 3 Mededeling...
De rechten van de mens
A 342286 Paul Morren De rechten van de mens Vereniging voor de Verenigde Naties Brussel ÖQÏÏM -Apeldoorn Inhoud Voorwoord Mare Bossuyt 9 Deel I: De rechten van de mens: waarover gaat het? 13 1. Het concept
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag Postbus 20061 Nederland www.rijksoverheid.nl Uw Referentie 2015Z08639 Datum 27 mei 2015
Richtlijn 98/59/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende de aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake collectief ontslag
Richtlijn 98/59/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende de aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake collectief ontslag Publicatieblad Nr. L 225 van 12/08/1998 blz. 0016-0021 DE RAAD VAN
COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD
COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 20.11.2001 COM(2001) 680 definitief Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD waarbij de lidstaten worden gemachtigd in het belang van de Europese Gemeenschap
15445/1/06 REV 1 wat/hor/mg 1 DG H 2B
RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 24 november 2006 (01.12) (OR. en) 15445/1/06 REV 1 COPEN 119 NOTA van: het voorzitterschap aan: de Raad nr. vorig doc.: 15115/06 COPEN 114 nr. Comv.: COM(2005) 91 def.
TRACTATENBLAD VAN HET
32 (2013) Nr. 2 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 2014 Nr. 74 A. TITEL Protocol nr. 16 bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden; Straatsburg,
Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken. van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken
EUROPEES PARLEMENT 2009-2014 Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken 27.10.2010 2010/0067(CNS) ONTWERPADVIES van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken
Wat is een constitutie?
Wat is een constitutie? Veel landen op de wereld worden op een democratische manier bestuurd. Een democratie staat echter niet op zichzelf. Bij een democratie hoort namelijk een rechtsstaat. Democratie
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD
EUROPESE COMMISSIE Brussel, 30.4.2019 COM(2019) 207 final 2019/0100 (NLE) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het namens de Europese Unie in te nemen standpunt in het Samenwerkingscomité
Het Verdrag van Amsterdam in werking. Prof. mr. R. Barents
Het Verdrag van Amsterdam in werking Prof. mr. R. Barents Kluwer - Deventer - 1999 DEEL1. HET VERDRAG VAN AMSTERDAM Hoofdstuk 1. Van Maastricht naar Amsterdam 3 1. Inleiding 3 2. De Europese verdragen
TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 2002 Nr. 112. Europees Verdrag inzake de erkenning van de rechtspersoonlijkheid
50 (1986) Nr. 2 1 ) TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 2002 Nr. 112 A. TITEL Europees Verdrag inzake de erkenning van de rechtspersoonlijkheid van internationale niet-gouvernementele
Wat is een constitutie?
Wat is een constitutie? 2 Veel landen op de wereld worden op een democratische manier bestuurd. Een democratie staat echter niet op zichzelf. Bij een democratie hoort namelijk een rechtsstaat. Democratie
